Etaamb.openjustice.be
Meertalige weergave van Koninklijk Besluit van 22/12/2003
← Terug naar "Koninklijk besluit tot vaststelling van de opzeggingstermijnen in de ondernemingen die onder de bevoegdheid van het Paritair Subcomité voor vuurvaste producten ressorteren (1) "
Koninklijk besluit tot vaststelling van de opzeggingstermijnen in de ondernemingen die onder de bevoegdheid van het Paritair Subcomité voor vuurvaste producten ressorteren (1) Koninklijk besluit tot vaststelling van de opzeggingstermijnen in de ondernemingen die onder de bevoegdheid van het Paritair Subcomité voor vuurvaste producten ressorteren (1)
FEDERALE OVERHEIDSDIENST WERKGELEGENHEID, ARBEID EN SOCIAAL OVERLEG FEDERALE OVERHEIDSDIENST WERKGELEGENHEID, ARBEID EN SOCIAAL OVERLEG
22 DECEMBER 2003. - Koninklijk besluit tot vaststelling van de 22 DECEMBER 2003. - Koninklijk besluit tot vaststelling van de
opzeggingstermijnen in de ondernemingen die onder de bevoegdheid van opzeggingstermijnen in de ondernemingen die onder de bevoegdheid van
het Paritair Subcomité voor vuurvaste producten (PSC 113.03) het Paritair Subcomité voor vuurvaste producten (PSC 113.03)
ressorteren (1) ressorteren (1)
ALBERT II, Koning der Belgen, ALBERT II, Koning der Belgen,
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
Gelet op de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten, Gelet op de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten,
inzonderheid op artikel 61, § 1, gewijzigd bij de wet van 20 juli inzonderheid op artikel 61, § 1, gewijzigd bij de wet van 20 juli
1991; 1991;
Gelet op het voorstel van het Paritair Subcomité voor vuurvaste Gelet op het voorstel van het Paritair Subcomité voor vuurvaste
producten; producten;
Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
1973, inzonderheid op artikel 3, § 1, vervangen door de wet van 4 juli 1973, inzonderheid op artikel 3, § 1, vervangen door de wet van 4 juli
1989 en gewijzigd bij de wet van 4 augustus 1996; 1989 en gewijzigd bij de wet van 4 augustus 1996;
Gelet op de dringende noodzakelijkheid; Gelet op de dringende noodzakelijkheid;
Overwegende dat het noodzakelijk is zonder uitstel de Overwegende dat het noodzakelijk is zonder uitstel de
opzeggingstermijnen voor de ondernemingen die ressorteren onder het opzeggingstermijnen voor de ondernemingen die ressorteren onder het
Paritair Subcomité voor vuurvaste producten, te wijzigen, teneinde de Paritair Subcomité voor vuurvaste producten, te wijzigen, teneinde de
rechtspositie van de betrokken werknemers te waarborgen; rechtspositie van de betrokken werknemers te waarborgen;
Op de voordracht van Onze Minister van Werk, Op de voordracht van Onze Minister van Werk,
Hebben Wij besloten en besluiten Wij : Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.Dit besluit is van toepassing op de werkgevers en op de

Artikel 1.Dit besluit is van toepassing op de werkgevers en op de

werklieden van de ondernemingen die onder het Paritair Subcomité voor werklieden van de ondernemingen die onder het Paritair Subcomité voor
vuurvaste producten ressorteren. vuurvaste producten ressorteren.

Art. 2.In afwijking van de bepalingen van artikel 59, tweede en derde

Art. 2.In afwijking van de bepalingen van artikel 59, tweede en derde

lid, van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten, lid, van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten,
wordt, wanneer de opzegging van de werkgever uitgaat, de na te leven wordt, wanneer de opzegging van de werkgever uitgaat, de na te leven
opzeggingstermijn vastgesteld op : opzeggingstermijn vastgesteld op :
1° vijfendertig dagen indien het werklieden betreft die tussen zes 1° vijfendertig dagen indien het werklieden betreft die tussen zes
maanden en minder dan vijf jaren ononderbroken in een van de maanden en minder dan vijf jaren ononderbroken in een van de
ondernemingen van de sector zijn tewerkgesteld; ondernemingen van de sector zijn tewerkgesteld;
2° tweeënveertig dagen indien het werklieden betreft die tussen vijf 2° tweeënveertig dagen indien het werklieden betreft die tussen vijf
jaren en minder dan tien jaren ononderbroken in een van de jaren en minder dan tien jaren ononderbroken in een van de
ondernemingen van de sector zijn tewerkgesteld; ondernemingen van de sector zijn tewerkgesteld;
3° vierentachtig dagen indien het werklieden betreft die tussen tien 3° vierentachtig dagen indien het werklieden betreft die tussen tien
jaren en minder dan vijftien jaren ononderbroken in een van de jaren en minder dan vijftien jaren ononderbroken in een van de
ondernemingen van de sector zijn tewerkgesteld; ondernemingen van de sector zijn tewerkgesteld;
4° honderd en twaalf dagen indien het werklieden betreft die tussen 4° honderd en twaalf dagen indien het werklieden betreft die tussen
vijftien jaren en minder dan twintig jaren ononderbroken in een van de vijftien jaren en minder dan twintig jaren ononderbroken in een van de
ondernemingen van de sector zijn tewerkgesteld; ondernemingen van de sector zijn tewerkgesteld;
5° honderd vierenvijftig dagen indien het werklieden betreft die 5° honderd vierenvijftig dagen indien het werklieden betreft die
tussen twintig jaren en minder dan vijfentwintig jaren ononderbroken tussen twintig jaren en minder dan vijfentwintig jaren ononderbroken
in een van de ondernemingen van de sector zijn tewerkgesteld; in een van de ondernemingen van de sector zijn tewerkgesteld;
6° honderd zesennegentig dagen indien het werklieden betreft die 6° honderd zesennegentig dagen indien het werklieden betreft die
vijfentwintig jaren of meer ononderbroken in een van de ondernemingen vijfentwintig jaren of meer ononderbroken in een van de ondernemingen
van de sector zijn tewerkgesteld. van de sector zijn tewerkgesteld.

Art. 3.In afwijking van de bepalingen van artikel 59, tweede en derde

Art. 3.In afwijking van de bepalingen van artikel 59, tweede en derde

lid, van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten, lid, van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten,
wordt de na te leven opzeggingstermijn in geval van opzegging met het wordt de na te leven opzeggingstermijn in geval van opzegging met het
oog op brugpensioen vastgesteld op : oog op brugpensioen vastgesteld op :
1° achtentwintig dagen indien het werklieden betreft die minder dan 1° achtentwintig dagen indien het werklieden betreft die minder dan
tien jaren ononderbroken in een van de ondernemingen van de sector tien jaren ononderbroken in een van de ondernemingen van de sector
zijn tewerkgesteld; zijn tewerkgesteld;
2° zesenvijftig dagen indien het werklieden betreft die tussen tien 2° zesenvijftig dagen indien het werklieden betreft die tussen tien
jaren en minder dan twintig jaren ononderbroken in een van de jaren en minder dan twintig jaren ononderbroken in een van de
ondernemingen van de sector zijn tewerkgesteld; ondernemingen van de sector zijn tewerkgesteld;
3° honderd en twaalf dagen indien het werklieden betreft die twintig 3° honderd en twaalf dagen indien het werklieden betreft die twintig
jaren of meer ononderbroken in een van de ondernemingen van de sector jaren of meer ononderbroken in een van de ondernemingen van de sector
zijn tewerkgesteld. zijn tewerkgesteld.

Art. 4.De opzeggingen betekend voor de inwerkingtreding van dit

Art. 4.De opzeggingen betekend voor de inwerkingtreding van dit

besluit blijven al hun gevolgen behouden. besluit blijven al hun gevolgen behouden.

Art. 5.Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het

Art. 5.Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het

Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt en treedt buiten werking op 1 Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt en treedt buiten werking op 1
januari 2005. januari 2005.

Art. 6.Onze Minister van Werk is belast met de uitvoering van dit

Art. 6.Onze Minister van Werk is belast met de uitvoering van dit

besluit. besluit.
Gegeven te Brussel, 22 december 2003. Gegeven te Brussel, 22 december 2003.
ALBERT ALBERT
Van Koningswege : Van Koningswege :
De Minister van Werk, De Minister van Werk,
F. VANDENBROUCKE F. VANDENBROUCKE
_______ _______
Nota Nota
(1) Verwijzingen naar het Belgisch Staatsblad : (1) Verwijzingen naar het Belgisch Staatsblad :
Wet van 3 juli 1978, Belgisch Staatsblad van 22 augustus 1978. Wet van 3 juli 1978, Belgisch Staatsblad van 22 augustus 1978.
Wet van 20 juli 1991, Belgisch Staatsblad van 1 augustus 1991. Wet van 20 juli 1991, Belgisch Staatsblad van 1 augustus 1991.
^