Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 13 oktober 2015, gesloten in het Paritair Subcomité voor de edele metalen, betreffende de statuten van het fonds voor bestaanszekerheid | Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 13 oktober 2015, gesloten in het Paritair Subcomité voor de edele metalen, betreffende de statuten van het fonds voor bestaanszekerheid |
---|---|
FEDERALE OVERHEIDSDIENST WERKGELEGENHEID, ARBEID EN SOCIAAL OVERLEG | FEDERALE OVERHEIDSDIENST WERKGELEGENHEID, ARBEID EN SOCIAAL OVERLEG |
21 JULI 2016. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt | 21 JULI 2016. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt |
verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 13 oktober 2015, | verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 13 oktober 2015, |
gesloten in het Paritair Subcomité voor de edele metalen, betreffende | gesloten in het Paritair Subcomité voor de edele metalen, betreffende |
de statuten van het fonds voor bestaanszekerheid (1) | de statuten van het fonds voor bestaanszekerheid (1) |
FILIP, Koning der Belgen, | FILIP, Koning der Belgen, |
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. | Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. |
Gelet op de wet van 7 januari 1958 betreffende de fondsen voor | Gelet op de wet van 7 januari 1958 betreffende de fondsen voor |
bestaanszekerheid, inzonderheid op artikel 2; | bestaanszekerheid, inzonderheid op artikel 2; |
Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve | Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve |
arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel | arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel |
28; | 28; |
Gelet op het verzoek van het Paritair Subcomité voor de edele metalen; | Gelet op het verzoek van het Paritair Subcomité voor de edele metalen; |
Op de voordracht van de Minister van Werk, | Op de voordracht van de Minister van Werk, |
Hebben Wij besloten en besluiten Wij : | Hebben Wij besloten en besluiten Wij : |
Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage |
Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage |
overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 13 oktober 2015, | overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 13 oktober 2015, |
gesloten in het Paritair Subcomité voor de edele metalen, betreffende | gesloten in het Paritair Subcomité voor de edele metalen, betreffende |
de statuten van het fonds voor bestaanszekerheid. | de statuten van het fonds voor bestaanszekerheid. |
Art. 2.De minister bevoegd voor Werk is belast met de uitvoering van |
Art. 2.De minister bevoegd voor Werk is belast met de uitvoering van |
dit besluit. | dit besluit. |
Gegeven te Brussel, 21 juli 2016. | Gegeven te Brussel, 21 juli 2016. |
FILIP | FILIP |
Van Koningswege : | Van Koningswege : |
De Minister van Werk, | De Minister van Werk, |
K. PEETERS | K. PEETERS |
_______ | _______ |
Nota | Nota |
(1) Verwijzingen naar het Belgisch Staatsblad : | (1) Verwijzingen naar het Belgisch Staatsblad : |
Wet van 7 januari 1958, Belgisch Staatsblad van 7 februari 1958. | Wet van 7 januari 1958, Belgisch Staatsblad van 7 februari 1958. |
Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969. | Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969. |
Bijlagen | Bijlagen |
Paritair Subcomité voor de edele metalen | Paritair Subcomité voor de edele metalen |
Collectieve arbeidsovereenkomst van 13 oktober 2015 | Collectieve arbeidsovereenkomst van 13 oktober 2015 |
Statuten van het fonds voor bestaanszekerheid | Statuten van het fonds voor bestaanszekerheid |
(Overeenkomst geregistreerd op 1 februari 2016 onder het nummer | (Overeenkomst geregistreerd op 1 februari 2016 onder het nummer |
131205/CO/149.03) | 131205/CO/149.03) |
Artikel 1.Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op |
Artikel 1.Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op |
de werkgevers, arbeiders en arbeidsters van de ondernemingen die | de werkgevers, arbeiders en arbeidsters van de ondernemingen die |
ressorteren onder het Paritair Subcomité voor de edele metalen. | ressorteren onder het Paritair Subcomité voor de edele metalen. |
Voor de toepassing van deze collectieve arbeidsovereenkomst wordt | Voor de toepassing van deze collectieve arbeidsovereenkomst wordt |
onder "arbeiders" verstaan : de mannelijk en vrouwelijke werklieden. | onder "arbeiders" verstaan : de mannelijk en vrouwelijke werklieden. |
Art. 2.De statuten van het "Fonds voor bestaanszekerheid - Edele |
Art. 2.De statuten van het "Fonds voor bestaanszekerheid - Edele |
Metalen" zijn bijgevoegd in bijlage. | Metalen" zijn bijgevoegd in bijlage. |
Art. 3.Deze collectieve arbeidsovereenkomst treedt in werking op 1 |
Art. 3.Deze collectieve arbeidsovereenkomst treedt in werking op 1 |
januari 2015 en is gesloten voor een onbepaalde tijd. | januari 2015 en is gesloten voor een onbepaalde tijd. |
Zij kan door één van de partijen worden opgezegd mits een opzegging | Zij kan door één van de partijen worden opgezegd mits een opzegging |
van zes maanden, betekend bij een ter post aangetekende brief, gericht | van zes maanden, betekend bij een ter post aangetekende brief, gericht |
aan de voorzitter van het Paritair Subcomité voor de edele metalen. | aan de voorzitter van het Paritair Subcomité voor de edele metalen. |
Art. 4.Deze collectieve arbeidsovereenkomst vervangt de collectieve |
Art. 4.Deze collectieve arbeidsovereenkomst vervangt de collectieve |
arbeidsovereenkomst van 22 mei 2014 betreffende de statuten van het | arbeidsovereenkomst van 22 mei 2014 betreffende de statuten van het |
"Fonds voor bestaanszekerheid - Edele Metalen", geregistreerd op 7 | "Fonds voor bestaanszekerheid - Edele Metalen", geregistreerd op 7 |
juli 2014 onder het nummer 122028/CO/149.03 en algemeen verbindend | juli 2014 onder het nummer 122028/CO/149.03 en algemeen verbindend |
verklaard bij koninklijk besluit van 19 maart 2015 (Belgisch | verklaard bij koninklijk besluit van 19 maart 2015 (Belgisch |
Staatsblad van 9 april 2015) en gewijzigd door : | Staatsblad van 9 april 2015) en gewijzigd door : |
- de collectieve arbeidsovereenkomst van 20 november 2014, | - de collectieve arbeidsovereenkomst van 20 november 2014, |
geregistreerd op 13 maart 2015 onder het nummer 125907/CO/149.03 en | geregistreerd op 13 maart 2015 onder het nummer 125907/CO/149.03 en |
algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit van 2 juli 2015 | algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit van 2 juli 2015 |
(Belgisch Staatsblad van 24 juli 2015); | (Belgisch Staatsblad van 24 juli 2015); |
- de collectieve arbeidsovereenkomst van 17 juni 2015, geregistreerd | - de collectieve arbeidsovereenkomst van 17 juni 2015, geregistreerd |
op 3 juli 2015 onder het nummer 127806/CO/149.03. | op 3 juli 2015 onder het nummer 127806/CO/149.03. |
Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 21 juli | Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 21 juli |
2016. | 2016. |
De Minister van Werk, | De Minister van Werk, |
K. PEETERS | K. PEETERS |
Bijlage aan de collectieve arbeidsovereenkomst van 13 oktober 2015, | Bijlage aan de collectieve arbeidsovereenkomst van 13 oktober 2015, |
gesloten in het Paritair Subcomité voor de edele metalen, betreffende | gesloten in het Paritair Subcomité voor de edele metalen, betreffende |
de statuten van het fonds voor bestaanszekerheid | de statuten van het fonds voor bestaanszekerheid |
STATUTEN VAN HET FONDS | STATUTEN VAN HET FONDS |
HOOFDSTUK I. - Benaming, zetel, opdrachten en duur | HOOFDSTUK I. - Benaming, zetel, opdrachten en duur |
1. Benaming | 1. Benaming |
Artikel 1.Er wordt een fonds voor bestaanszekerheid opgericht, bij |
Artikel 1.Er wordt een fonds voor bestaanszekerheid opgericht, bij |
collectieve arbeidsovereenkomst van 28 mei 1970, algemeen verbindend | collectieve arbeidsovereenkomst van 28 mei 1970, algemeen verbindend |
verklaard bij koninklijk besluit van 21 augustus 1970 (Belgisch | verklaard bij koninklijk besluit van 21 augustus 1970 (Belgisch |
Staatsblad van 20 november 1970) genaamd "Fonds voor bestaanszekerheid | Staatsblad van 20 november 1970) genaamd "Fonds voor bestaanszekerheid |
- Edele Metalen". | - Edele Metalen". |
Met "fonds" wordt verder in deze statuten "Fonds voor | Met "fonds" wordt verder in deze statuten "Fonds voor |
bestaanszekerheid - Edele Metalen" bedoeld. | bestaanszekerheid - Edele Metalen" bedoeld. |
2. Zetel | 2. Zetel |
Art. 2.De maatschappelijke zetel van het fonds is gevestigd te 1140 |
Art. 2.De maatschappelijke zetel van het fonds is gevestigd te 1140 |
Brussel, Jules Bordetlaan 164. Hij kan, bij beslissing van het | Brussel, Jules Bordetlaan 164. Hij kan, bij beslissing van het |
Paritair Subcomité voor de edele metalen, naar elke andere plaats in | Paritair Subcomité voor de edele metalen, naar elke andere plaats in |
België worden overgebracht. | België worden overgebracht. |
3. Opdrachten | 3. Opdrachten |
Art. 3.Het fonds heeft als opdracht : |
Art. 3.Het fonds heeft als opdracht : |
3.1. de inning en de invordering van de bijdragen ten laste van de in | 3.1. de inning en de invordering van de bijdragen ten laste van de in |
artikel 5 bedoelde werkgevers te regelen en te verzekeren; | artikel 5 bedoelde werkgevers te regelen en te verzekeren; |
3.2. de toekenning en de uitkering van de aanvullende vergoedingen te | 3.2. de toekenning en de uitkering van de aanvullende vergoedingen te |
regelen en te verzekeren; | regelen en te verzekeren; |
3.3. de vakbondsvorming van de arbeiders te bevorderen; | 3.3. de vakbondsvorming van de arbeiders te bevorderen; |
3.4. de aanwerving en opleiding van de risicogroepen te bevorderen; | 3.4. de aanwerving en opleiding van de risicogroepen te bevorderen; |
3.5. ten laste nemen van bijzondere bijdragen; | 3.5. ten laste nemen van bijzondere bijdragen; |
3.6. in functie van de ontwikkeling van een sectoraal | 3.6. in functie van de ontwikkeling van een sectoraal |
opleidingsbeleid, de opleidingsinitiatieven te financieren volgens de | opleidingsbeleid, de opleidingsinitiatieven te financieren volgens de |
door de raad van bestuur vastgelegde regels; | door de raad van bestuur vastgelegde regels; |
3.7. de inning van de bijdrage voorzien voor de financiering en | 3.7. de inning van de bijdrage voorzien voor de financiering en |
inrichting van een sectoraal pensioenstelsel. | inrichting van een sectoraal pensioenstelsel. |
4. Duur | 4. Duur |
Art. 4.Het fonds wordt voor onbepaalde tijd opgericht. |
Art. 4.Het fonds wordt voor onbepaalde tijd opgericht. |
HOOFDSTUK II. - Toepassingsgebied | HOOFDSTUK II. - Toepassingsgebied |
Art. 5.Deze statuten zijn van toepassing op de werkgevers, de |
Art. 5.Deze statuten zijn van toepassing op de werkgevers, de |
arbeiders en de arbeidsters van de ondernemingen die ressorteren onder | arbeiders en de arbeidsters van de ondernemingen die ressorteren onder |
het Paritair Subcomité voor de edele metalen. | het Paritair Subcomité voor de edele metalen. |
Onder "arbeiders" wordt verstaan : mannelijke en vrouwelijke | Onder "arbeiders" wordt verstaan : mannelijke en vrouwelijke |
werklieden. | werklieden. |
HOOFDSTUK III. - Statutaire opdrachten van het fonds | HOOFDSTUK III. - Statutaire opdrachten van het fonds |
1. Inning en invordering van de bijdragen | 1. Inning en invordering van de bijdragen |
Art. 6.Het fonds is gelast de inning en de invordering van de |
Art. 6.Het fonds is gelast de inning en de invordering van de |
bijdragen ten laste van de in artikel 5 bedoelde werkgevers te regelen | bijdragen ten laste van de in artikel 5 bedoelde werkgevers te regelen |
en te verzekeren. | en te verzekeren. |
2. Toekenning en uitkering van de aanvullende vergoedingen | 2. Toekenning en uitkering van de aanvullende vergoedingen |
2.1. Aanvullende werkloosheidsvergoeding bij tijdelijke werkloosheid | 2.1. Aanvullende werkloosheidsvergoeding bij tijdelijke werkloosheid |
Art. 7.§ 1. De bij artikel 5 bedoelde arbeiders hebben recht, ten |
Art. 7.§ 1. De bij artikel 5 bedoelde arbeiders hebben recht, ten |
laste van het fonds, voor elke werkloosheidsuitkering of halve | laste van het fonds, voor elke werkloosheidsuitkering of halve |
werkloosheidsuitkering erkend door de Rijksdienst voor | werkloosheidsuitkering erkend door de Rijksdienst voor |
Arbeidsvoorziening en voorzien in artikel 51 van de wet van 3 juli | Arbeidsvoorziening en voorzien in artikel 51 van de wet van 3 juli |
1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten (tijdelijke werkloosheid | 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten (tijdelijke werkloosheid |
omwille van economische redenen) op de vergoeding voorzien in artikel | omwille van economische redenen) op de vergoeding voorzien in artikel |
8, § 2 van deze statuten, voor zover zij volgende voorwaarden | 8, § 2 van deze statuten, voor zover zij volgende voorwaarden |
vervullen : | vervullen : |
- werkloosheidsuitkeringen genieten in toepassing van de | - werkloosheidsuitkeringen genieten in toepassing van de |
reglementering op de werkloosheidsverzekering; | reglementering op de werkloosheidsverzekering; |
- op het ogenblik van de werkloosheid in dienst van de werkgever zijn. | - op het ogenblik van de werkloosheid in dienst van de werkgever zijn. |
§ 2. Vanaf 1 juli 2014 werden de aanvullende vergoedingen bij | § 2. Vanaf 1 juli 2014 werden de aanvullende vergoedingen bij |
tijdelijke werkloosheid geïndexeerd op basis van de reële | tijdelijke werkloosheid geïndexeerd op basis van de reële |
loonindexeringen op 1 februari 2012 en op 1 februari 2013 (de sociale | loonindexeringen op 1 februari 2012 en op 1 februari 2013 (de sociale |
index van de maand januari van het kalenderjaar wordt vergeleken met | index van de maand januari van het kalenderjaar wordt vergeleken met |
de sociale index van de maand januari van het voorgaande | de sociale index van de maand januari van het voorgaande |
kalenderjaar). | kalenderjaar). |
Door deze berekening, met name 3,27 pct. op 1 februari 2012 en 2,08 | Door deze berekening, met name 3,27 pct. op 1 februari 2012 en 2,08 |
pct. op 1 februari 2013, werden de aanvullende vergoedingen bij | pct. op 1 februari 2013, werden de aanvullende vergoedingen bij |
tijdelijke werkloosheid met 5,42 pct. geïndexeerd. | tijdelijke werkloosheid met 5,42 pct. geïndexeerd. |
§ 3. Vanaf 1 juli 2014 werden de aanvullende vergoedingen bij | § 3. Vanaf 1 juli 2014 werden de aanvullende vergoedingen bij |
tijdelijke werkloosheid geïndexeerd volgens het principe zoals | tijdelijke werkloosheid geïndexeerd volgens het principe zoals |
opgenomen in § 2 van artikel 7 van deze collectieve | opgenomen in § 2 van artikel 7 van deze collectieve |
arbeidsovereenkomst en tegelijkertijd verhoogd. | arbeidsovereenkomst en tegelijkertijd verhoogd. |
Hierdoor bedraagt deze aanvullende vergoeding vanaf 1 juli 2014 : | Hierdoor bedraagt deze aanvullende vergoeding vanaf 1 juli 2014 : |
- 7,42 EUR per werkloosheidsuitkering betaald in toepassing van de | - 7,42 EUR per werkloosheidsuitkering betaald in toepassing van de |
reglementering op de werkloosheidsverzekering; | reglementering op de werkloosheidsverzekering; |
- 3,71 EUR per halve werkloosheidsuitkering betaald in toepassing van | - 3,71 EUR per halve werkloosheidsuitkering betaald in toepassing van |
de reglementering op de werkloosheidsverzekering. | de reglementering op de werkloosheidsverzekering. |
2.2. Aanvullende werkloosheidsvergoeding bij volledige werkloosheid | 2.2. Aanvullende werkloosheidsvergoeding bij volledige werkloosheid |
Art. 8.§ 1. De bij artikel 5 bedoelde arbeiders hebben, ten laste van |
Art. 8.§ 1. De bij artikel 5 bedoelde arbeiders hebben, ten laste van |
het fonds, voor elke werkloosheidsuitkering recht op de bij artikel 8, | het fonds, voor elke werkloosheidsuitkering recht op de bij artikel 8, |
§ 2 voorziene vergoeding, met een maximum van respectievelijk 200 | § 2 voorziene vergoeding, met een maximum van respectievelijk 200 |
dagen en 300 dagen per geval al naargelang zij op de eerste | dagen en 300 dagen per geval al naargelang zij op de eerste |
werkloosheidsdag minder dan 45 jaar oud zijn of 45 jaar en ouder zijn | werkloosheidsdag minder dan 45 jaar oud zijn of 45 jaar en ouder zijn |
en voor zover zij volgende voorwaarden vervullen : | en voor zover zij volgende voorwaarden vervullen : |
- werkloosheidsuitkeringen genieten in toepassing van de wetgeving op | - werkloosheidsuitkeringen genieten in toepassing van de wetgeving op |
de werkloosheidsverzekering; | de werkloosheidsverzekering; |
- door een in artikel 5 bedoelde werkgever ontslagen geweest zijn, | - door een in artikel 5 bedoelde werkgever ontslagen geweest zijn, |
zonder op brugpensioen te zijn gesteld; | zonder op brugpensioen te zijn gesteld; |
- op het ogenblik van het ontslag, ten minste vijf jaar tewerkgesteld | - op het ogenblik van het ontslag, ten minste vijf jaar tewerkgesteld |
zijn in één of meerdere ondernemingen die onder één van de volgende | zijn in één of meerdere ondernemingen die onder één van de volgende |
paritaire comités ressorteren : | paritaire comités ressorteren : |
- voor de ijzernijverheid (Paritair comité 104); | - voor de ijzernijverheid (Paritair comité 104); |
- voor de non-ferro metalen (Paritair Comité 105); | - voor de non-ferro metalen (Paritair Comité 105); |
- voor de metaal-, machine- en elektrische bouw (Paritair Comité 111); | - voor de metaal-, machine- en elektrische bouw (Paritair Comité 111); |
- voor de sectoren verwant aan de metaal-, machine- en elektrische | - voor de sectoren verwant aan de metaal-, machine- en elektrische |
bouw (Paritaire Subcomités 149.01, 149.02, 149.03 en 149.04); | bouw (Paritaire Subcomités 149.01, 149.02, 149.03 en 149.04); |
- voor het garagebedrijf (Paritair Comité 112); | - voor het garagebedrijf (Paritair Comité 112); |
- voor de terugwinning van metalen (Paritair Subcomité 142.01); | - voor de terugwinning van metalen (Paritair Subcomité 142.01); |
- voor de wapensmederij met de hand (Paritair Comité 147). | - voor de wapensmederij met de hand (Paritair Comité 147). |
§ 2. Het bedrag van de aanvullende werkloosheidsvergoeding werd sinds | § 2. Het bedrag van de aanvullende werkloosheidsvergoeding werd sinds |
1 juli 2009 vastgesteld op : | 1 juli 2009 vastgesteld op : |
- 5,69 EUR per volledige werkloosheidsuitkering betaald in toepassing | - 5,69 EUR per volledige werkloosheidsuitkering betaald in toepassing |
van de reglementering op de werkloosheidsverzekering; | van de reglementering op de werkloosheidsverzekering; |
- 2,85 EUR per halve werkloosheidsuitkering betaald in toepassing van | - 2,85 EUR per halve werkloosheidsuitkering betaald in toepassing van |
de reglementering op de werkloosheidsverzekering. | de reglementering op de werkloosheidsverzekering. |
§ 3. Elke betaling van de aanvullende vergoeding in geval van | § 3. Elke betaling van de aanvullende vergoeding in geval van |
volledige werkloosheid aan arbeiders zoals beschreven in dit artikel, | volledige werkloosheid aan arbeiders zoals beschreven in dit artikel, |
na en omwille van een éénzijdige beëindiging van de | na en omwille van een éénzijdige beëindiging van de |
arbeidsovereenkomst door de werkgever, zal vanaf 1 juli 2015 stopgezet | arbeidsovereenkomst door de werkgever, zal vanaf 1 juli 2015 stopgezet |
worden. | worden. |
Na 1 juli 2015 worden enkel nog aanvullende vergoedingen in geval van | Na 1 juli 2015 worden enkel nog aanvullende vergoedingen in geval van |
volledige werkloosheid betaald in volgende gevallen : | volledige werkloosheid betaald in volgende gevallen : |
- wanneer de beëindiging van de arbeidsovereenkomst niet het gevolg is | - wanneer de beëindiging van de arbeidsovereenkomst niet het gevolg is |
van een éénzijdige beëindiging van de arbeidsovereenkomst door de | van een éénzijdige beëindiging van de arbeidsovereenkomst door de |
werkgever (bijvoorbeeld bij einde contract bepaalde duur of duidelijk | werkgever (bijvoorbeeld bij einde contract bepaalde duur of duidelijk |
omschreven werk, ingeval van medische overmacht,...); | omschreven werk, ingeval van medische overmacht,...); |
- arbeiders die reeds aanvullende vergoedingen bij volledige | - arbeiders die reeds aanvullende vergoedingen bij volledige |
werkloosheid ontvangen op 30 juni 2015 en hun saldo nog kunnen | werkloosheid ontvangen op 30 juni 2015 en hun saldo nog kunnen |
uitputten. | uitputten. |
Art. 9.§ 1. Indien arbeiders op het ogenblik van ontslag de leeftijd |
Art. 9.§ 1. Indien arbeiders op het ogenblik van ontslag de leeftijd |
van 50 jaar bereikt hebben, ontvangen zij sinds 1 juli 2009 een | van 50 jaar bereikt hebben, ontvangen zij sinds 1 juli 2009 een |
maandelijkse vergoeding van 87,42 EUR vanaf de leeftijd van 57 jaar, | maandelijkse vergoeding van 87,42 EUR vanaf de leeftijd van 57 jaar, |
na uitputting van de aanvullende vergoeding bij volledige | na uitputting van de aanvullende vergoeding bij volledige |
werkloosheid. | werkloosheid. |
§ 2. Indien arbeiders op het ogenblik van het ontslag de leeftijd van | § 2. Indien arbeiders op het ogenblik van het ontslag de leeftijd van |
52 jaar bereikt hebben, en een sectoranciënniteit van 38 jaar of meer | 52 jaar bereikt hebben, en een sectoranciënniteit van 38 jaar of meer |
kunnen voorleggen, ontvangen zij vanwege het fonds de aanvullende | kunnen voorleggen, ontvangen zij vanwege het fonds de aanvullende |
vergoeding volledige werkloosheid, zoals bepaald in artikel 8, § 2 van | vergoeding volledige werkloosheid, zoals bepaald in artikel 8, § 2 van |
onderhavige overeenkomst en dit tot de leeftijd van 57 jaar. | onderhavige overeenkomst en dit tot de leeftijd van 57 jaar. |
Van zodra zij de leeftijd van 57 jaar bereiken, vallen zij terug op de | Van zodra zij de leeftijd van 57 jaar bereiken, vallen zij terug op de |
bepalingen van § 1 van onderhavig artikel omtrent de aanvullende | bepalingen van § 1 van onderhavig artikel omtrent de aanvullende |
vergoeding voor oudere werklozen. | vergoeding voor oudere werklozen. |
De eventuele periodes gedekt door verbrekingsvergoedingen wegens | De eventuele periodes gedekt door verbrekingsvergoedingen wegens |
faling van een werkgever van de sector of sluiting van de onderneming | faling van een werkgever van de sector of sluiting van de onderneming |
behorende tot de sector, moeten worden meegeteld voor de berekening | behorende tot de sector, moeten worden meegeteld voor de berekening |
van de sectoranciënniteit. | van de sectoranciënniteit. |
§ 3. Arbeiders die zijn ontslagen en een aanvullende vergoeding | § 3. Arbeiders die zijn ontslagen en een aanvullende vergoeding |
ontvangen conform de bepalingen van artikel 9, § 1 en § 2, behouden | ontvangen conform de bepalingen van artikel 9, § 1 en § 2, behouden |
het recht op deze aanvullende vergoeding : | het recht op deze aanvullende vergoeding : |
- wanneer ze het werk hervatten als loontrekkende bij een andere | - wanneer ze het werk hervatten als loontrekkende bij een andere |
werkgever dan de werkgever die hen heeft ontslagen en die niet behoort | werkgever dan de werkgever die hen heeft ontslagen en die niet behoort |
tot dezelfde technische bedrijfseenheid als de werkgever die hen heeft | tot dezelfde technische bedrijfseenheid als de werkgever die hen heeft |
ontslagen; | ontslagen; |
- ingeval een zelfstandige activiteit in hoofdberoep wordt uitgeoefend | - ingeval een zelfstandige activiteit in hoofdberoep wordt uitgeoefend |
op voorwaarde dat die activiteit niet wordt uitgeoefend voor rekening | op voorwaarde dat die activiteit niet wordt uitgeoefend voor rekening |
van de werkgever die hen heeft ontslagen of voor rekening van een | van de werkgever die hen heeft ontslagen of voor rekening van een |
werkgever die behoort tot dezelfde technische bedrijfseenheid als de | werkgever die behoort tot dezelfde technische bedrijfseenheid als de |
werkgever die hen heeft ontslagen. | werkgever die hen heeft ontslagen. |
§ 4. Elke betaling van de aanvullende vergoeding bij volledige | § 4. Elke betaling van de aanvullende vergoeding bij volledige |
werkloosheid aan arbeiders zoals beschreven in dit artikel, na en | werkloosheid aan arbeiders zoals beschreven in dit artikel, na en |
omwille van een éénzijdige beëindiging van de arbeidsovereenkomst door | omwille van een éénzijdige beëindiging van de arbeidsovereenkomst door |
de werkgever, zal vanaf 1 juli 2015 stopgezet worden. | de werkgever, zal vanaf 1 juli 2015 stopgezet worden. |
Na 1 juli 2015 worden enkel nog aanvullende vergoedingen in geval van | Na 1 juli 2015 worden enkel nog aanvullende vergoedingen in geval van |
volledige werkloosheid betaald in volgende gevallen : | volledige werkloosheid betaald in volgende gevallen : |
- wanneer de beëindiging van de arbeidsovereenkomst niet het gevolg is | - wanneer de beëindiging van de arbeidsovereenkomst niet het gevolg is |
van een éénzijdige beëindiging van de arbeidsovereenkomst door de | van een éénzijdige beëindiging van de arbeidsovereenkomst door de |
werkgever (bijvoorbeeld bij einde contract bepaalde duur of duidelijk | werkgever (bijvoorbeeld bij einde contract bepaalde duur of duidelijk |
omschreven werk, ingeval van medische overmacht,...); | omschreven werk, ingeval van medische overmacht,...); |
- arbeiders die reeds aanvullende vergoedingen bij volledige | - arbeiders die reeds aanvullende vergoedingen bij volledige |
werkloosheid ontvangen op 30 juni 2015 en hun saldo nog kunnen | werkloosheid ontvangen op 30 juni 2015 en hun saldo nog kunnen |
uitputten. | uitputten. |
2.3. Aanvullende ziektevergoeding | 2.3. Aanvullende ziektevergoeding |
Art. 10.§ 1. De bij artikel 5 bedoelde arbeiders hebben na tenminste |
Art. 10.§ 1. De bij artikel 5 bedoelde arbeiders hebben na tenminste |
zestig dagen ononderbroken arbeidsongeschiktheid ten gevolge van | zestig dagen ononderbroken arbeidsongeschiktheid ten gevolge van |
ziekte of ongeval, met uitsluiting van de arbeidsongeschiktheid ten | ziekte of ongeval, met uitsluiting van de arbeidsongeschiktheid ten |
gevolge van beroepsziekte of arbeidsongeval, recht, ten laste van het | gevolge van beroepsziekte of arbeidsongeval, recht, ten laste van het |
fonds, op een vergoeding die de uitkeringen van de ziekte- en | fonds, op een vergoeding die de uitkeringen van de ziekte- en |
invaliditeitsverzekering aanvult, voor zover de arbeiders volgende | invaliditeitsverzekering aanvult, voor zover de arbeiders volgende |
voorwaarden vervullen : | voorwaarden vervullen : |
- uitkeringen van de ziekte- en invaliditeitsverzekering bij | - uitkeringen van de ziekte- en invaliditeitsverzekering bij |
toepassing van de wetgeving ter zake genieten; | toepassing van de wetgeving ter zake genieten; |
- op het ogenblik waarop de ongeschiktheid aanvangt, in dienst van een | - op het ogenblik waarop de ongeschiktheid aanvangt, in dienst van een |
in artikel 5 bedoelde werkgever zijn. | in artikel 5 bedoelde werkgever zijn. |
§ 2. Sinds 1 juli 2009 wordt het forfaitair bedrag van de bij artikel | § 2. Sinds 1 juli 2009 wordt het forfaitair bedrag van de bij artikel |
10, § 1 bedoelde vergoeding als volgt vastgesteld : | 10, § 1 bedoelde vergoeding als volgt vastgesteld : |
- 84,58 EUR na de eerste 60 dagen ononderbroken ongeschiktheid; | - 84,58 EUR na de eerste 60 dagen ononderbroken ongeschiktheid; |
- 84,58 EUR na de eerste 120 dagen ononderbroken ongeschiktheid; | - 84,58 EUR na de eerste 120 dagen ononderbroken ongeschiktheid; |
- 110,13 EUR na de eerste 180 dagen ononderbroken ongeschiktheid; | - 110,13 EUR na de eerste 180 dagen ononderbroken ongeschiktheid; |
- 110,13 EUR na de eerste 240 dagen ononderbroken ongeschiktheid; | - 110,13 EUR na de eerste 240 dagen ononderbroken ongeschiktheid; |
- 110,13 EUR na de eerste 300 dagen ononderbroken ongeschiktheid; | - 110,13 EUR na de eerste 300 dagen ononderbroken ongeschiktheid; |
- 110,13 EUR na de eerste 365 dagen ononderbroken ongeschiktheid; | - 110,13 EUR na de eerste 365 dagen ononderbroken ongeschiktheid; |
- 110,13 EUR na de eerste 455 dagen ononderbroken ongeschiktheid; | - 110,13 EUR na de eerste 455 dagen ononderbroken ongeschiktheid; |
- 110,13 EUR na de eerste 545 dagen ononderbroken ongeschiktheid; | - 110,13 EUR na de eerste 545 dagen ononderbroken ongeschiktheid; |
- 110,13 EUR na de eerste 635 dagen ononderbroken ongeschiktheid; | - 110,13 EUR na de eerste 635 dagen ononderbroken ongeschiktheid; |
- 110,13 EUR na de eerste 725 dagen ononderbroken ongeschiktheid; | - 110,13 EUR na de eerste 725 dagen ononderbroken ongeschiktheid; |
- 110,13 EUR na de eerste 815 dagen ononderbroken ongeschiktheid; | - 110,13 EUR na de eerste 815 dagen ononderbroken ongeschiktheid; |
- 110,13 EUR na de eerste 905 dagen ononderbroken ongeschiktheid; | - 110,13 EUR na de eerste 905 dagen ononderbroken ongeschiktheid; |
- 110,13 EUR na de eerste 995 dagen ononderbroken ongeschiktheid. | - 110,13 EUR na de eerste 995 dagen ononderbroken ongeschiktheid. |
§ 3. De arbeider die minstens 58 jaar oud is op het ogenblik waarop de | § 3. De arbeider die minstens 58 jaar oud is op het ogenblik waarop de |
ongeschiktheid aanvangt, heeft, na uitputting van de voordelen vervat | ongeschiktheid aanvangt, heeft, na uitputting van de voordelen vervat |
in artikel 10, § 2 en voor zover de ongeschiktheid voortduurt, recht | in artikel 10, § 2 en voor zover de ongeschiktheid voortduurt, recht |
op een driemaandelijkse uitkering van 110,13 EUR en dit tot op het | op een driemaandelijkse uitkering van 110,13 EUR en dit tot op het |
ogenblik dat hij of zij het wettelijk pensioen geniet. De laatste | ogenblik dat hij of zij het wettelijk pensioen geniet. De laatste |
driemaandelijkse uitkering zal, zelfs als het een onvolledige periode | driemaandelijkse uitkering zal, zelfs als het een onvolledige periode |
van drie maanden betreft, volledig uitgekeerd worden. | van drie maanden betreft, volledig uitgekeerd worden. |
§ 4. Een arbeidsongeschiktheid kan, ongeacht de duur ervan, slechts | § 4. Een arbeidsongeschiktheid kan, ongeacht de duur ervan, slechts |
aanleiding geven tot de toekenning van een enkele reeks vergoedingen; | aanleiding geven tot de toekenning van een enkele reeks vergoedingen; |
het hervallen in eenzelfde ziekte wordt beschouwd als integraal deel | het hervallen in eenzelfde ziekte wordt beschouwd als integraal deel |
uitmakend van de vorige ongeschiktheid wanneer die zich voordoet | uitmakend van de vorige ongeschiktheid wanneer die zich voordoet |
binnen de eerste veertien dagen volgend op het einde van die periode | binnen de eerste veertien dagen volgend op het einde van die periode |
van arbeidsongeschiktheid. | van arbeidsongeschiktheid. |
2.4. Aanvullende vergoeding bij stelsel van werkloosheid met | 2.4. Aanvullende vergoeding bij stelsel van werkloosheid met |
bedrijfstoeslag | bedrijfstoeslag |
Art. 11.§ 1. In toepassing van en overeenkomstig : |
Art. 11.§ 1. In toepassing van en overeenkomstig : |
- de collectieve arbeidsovereenkomst nummer 17 gesloten op 19 december | - de collectieve arbeidsovereenkomst nummer 17 gesloten op 19 december |
1974 in de Nationale Arbeidsraad, tot invoering van een regeling van | 1974 in de Nationale Arbeidsraad, tot invoering van een regeling van |
aanvullende vergoeding ten gunste van sommige bejaarde werknemers | aanvullende vergoeding ten gunste van sommige bejaarde werknemers |
indien zij worden ontslagen, algemeen verbindend verklaard bij | indien zij worden ontslagen, algemeen verbindend verklaard bij |
koninklijk besluit van 16 januari 1975 (Belgisch Staatsblad van 31 | koninklijk besluit van 16 januari 1975 (Belgisch Staatsblad van 31 |
januari 1975); | januari 1975); |
- de collectieve arbeidsovereenkomst van 20 november 2014 betreffende | - de collectieve arbeidsovereenkomst van 20 november 2014 betreffende |
het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag vanaf 60 jaar geldig | het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag vanaf 60 jaar geldig |
van 1 januari 2015 tot en met 31 december 2017, gesloten in het | van 1 januari 2015 tot en met 31 december 2017, gesloten in het |
Paritair Subcomité voor de edele metalen; | Paritair Subcomité voor de edele metalen; |
- de collectieve arbeidsovereenkomst van 21 mei 2013 inzake het | - de collectieve arbeidsovereenkomst van 21 mei 2013 inzake het |
brugpensioen vanaf 56 jaar tussen 1 januari 2013 en 31 december 2015, | brugpensioen vanaf 56 jaar tussen 1 januari 2013 en 31 december 2015, |
gesloten in het Paritair Subcomité voor de edele metalen, algemeen | gesloten in het Paritair Subcomité voor de edele metalen, algemeen |
verbindend verklaard bij koninklijk besluit van 9 januari 2014 | verbindend verklaard bij koninklijk besluit van 9 januari 2014 |
(Belgisch Staatsblad van 2 april 2014), verzekert het fonds de | (Belgisch Staatsblad van 2 april 2014), verzekert het fonds de |
integrale betaling van de aanvullende vergoeding met een minimum van | integrale betaling van de aanvullende vergoeding met een minimum van |
5,69 EUR per dag. | 5,69 EUR per dag. |
§ 2. Voor de arbeiders die minder dan 57 jaar oud zijn en die | § 2. Voor de arbeiders die minder dan 57 jaar oud zijn en die |
ingevolge een ondernemingsakkoord genieten van een uitbreiding van de | ingevolge een ondernemingsakkoord genieten van een uitbreiding van de |
voordelen vermeld in voormelde collectieve overeenkomst nr. 17 van 19 | voordelen vermeld in voormelde collectieve overeenkomst nr. 17 van 19 |
december 1974, neemt het fonds onder dezelfde voorwaarden als bepaald | december 1974, neemt het fonds onder dezelfde voorwaarden als bepaald |
in artikel 11, § 1 en voor zover de werkgever de bijdrage betaalt | in artikel 11, § 1 en voor zover de werkgever de bijdrage betaalt |
zoals bepaald in artikel 27, § 1 de toepassing van voormelde | zoals bepaald in artikel 27, § 1 de toepassing van voormelde |
collectieve arbeidsovereenkomst nr. 17 op zich en dit vanaf de eerste | collectieve arbeidsovereenkomst nr. 17 op zich en dit vanaf de eerste |
van de maand volgend op die waarin de arbeiders 57 jaar worden. | van de maand volgend op die waarin de arbeiders 57 jaar worden. |
§ 3. De bepalingen van § 1 zijn niet van toepassing in geval van | § 3. De bepalingen van § 1 zijn niet van toepassing in geval van |
sluiting van ondernemingen noch in geval van overgang van | sluiting van ondernemingen noch in geval van overgang van |
ondernemingen in de zin van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 32 | ondernemingen in de zin van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 32 |
van 28 februari 1978, gesloten in de Nationale Arbeidsraad, | van 28 februari 1978, gesloten in de Nationale Arbeidsraad, |
betreffende het behoud van de rechten van de werknemers bij wijziging | betreffende het behoud van de rechten van de werknemers bij wijziging |
van werkgever ingevolge de overgang van ondernemingen krachtens | van werkgever ingevolge de overgang van ondernemingen krachtens |
overeenkomst, algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit van | overeenkomst, algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit van |
19 april 1978. | 19 april 1978. |
In de gevallen voorzien bij het vorige lid kan het fonds voorschotten | In de gevallen voorzien bij het vorige lid kan het fonds voorschotten |
betalen aan de bruggepensioneerden die hun aanvraag tot brugpensioen | betalen aan de bruggepensioneerden die hun aanvraag tot brugpensioen |
indienen bij het "Fonds voor vergoeding van de in geval van sluiting | indienen bij het "Fonds voor vergoeding van de in geval van sluiting |
van ondernemingen ontslagen werknemers" bij toepassing van artikel 4 | van ondernemingen ontslagen werknemers" bij toepassing van artikel 4 |
van de wet van 30 juni 1967 tot verruiming van de opdracht van het | van de wet van 30 juni 1967 tot verruiming van de opdracht van het |
"Fonds tot vergoeding van de in geval van sluiting van ondernemingen | "Fonds tot vergoeding van de in geval van sluiting van ondernemingen |
ontslagen werknemers". Deze voorschotten zijn toegekend vooraleer het | ontslagen werknemers". Deze voorschotten zijn toegekend vooraleer het |
"Fonds tot vergoeding van de in geval van sluiting van ondernemingen | "Fonds tot vergoeding van de in geval van sluiting van ondernemingen |
ontslagen werknemers" zijn verplichtingen werkelijk uitvoert. | ontslagen werknemers" zijn verplichtingen werkelijk uitvoert. |
§ 4. De vergoedingen voorzien in § 1 zijn niet cumuleerbaar met de | § 4. De vergoedingen voorzien in § 1 zijn niet cumuleerbaar met de |
vergoedingen voorzien in artikelen 8 en 9. | vergoedingen voorzien in artikelen 8 en 9. |
§ 5. Onder de voorwaarden bepaald in de collectieve | § 5. Onder de voorwaarden bepaald in de collectieve |
arbeidsovereenkomst nr. 17 en volgens de daarin bepaalde modaliteiten | arbeidsovereenkomst nr. 17 en volgens de daarin bepaalde modaliteiten |
behouden de arbeiders die zijn ontslagen met het oog op het stelsel | behouden de arbeiders die zijn ontslagen met het oog op het stelsel |
van werkloosheid met bedrijfstoeslag in het kader van deze collectieve | van werkloosheid met bedrijfstoeslag in het kader van deze collectieve |
arbeidsovereenkomsten of in het kader van een op ondernemingsniveau | arbeidsovereenkomsten of in het kader van een op ondernemingsniveau |
gesloten collectieve arbeidsovereenkomst inzake stelsel van | gesloten collectieve arbeidsovereenkomst inzake stelsel van |
werkloosheid met bedrijfstoeslag het recht op de aanvullende | werkloosheid met bedrijfstoeslag het recht op de aanvullende |
vergoeding : | vergoeding : |
- wanneer ze het werk hervatten als loontrekkende bij een andere | - wanneer ze het werk hervatten als loontrekkende bij een andere |
werkgever dan de werkgever die hen heeft ontslagen en die niet behoort | werkgever dan de werkgever die hen heeft ontslagen en die niet behoort |
tot dezelfde technische bedrijfseenheid als de werkgever die hen heeft | tot dezelfde technische bedrijfseenheid als de werkgever die hen heeft |
ontslagen; | ontslagen; |
- ingeval een zelfstandige activiteit in hoofdberoep wordt uitgeoefend | - ingeval een zelfstandige activiteit in hoofdberoep wordt uitgeoefend |
op voorwaarde dat die activiteit niet wordt uitgeoefend voor rekening | op voorwaarde dat die activiteit niet wordt uitgeoefend voor rekening |
van de werkgever die hen heeft ontslagen of voor rekening van een | van de werkgever die hen heeft ontslagen of voor rekening van een |
werkgever die behoort tot dezelfde technische bedrijfseenheid als de | werkgever die behoort tot dezelfde technische bedrijfseenheid als de |
werkgever die hen heeft ontslagen. | werkgever die hen heeft ontslagen. |
§ 6. Indien een arbeider in het kader van een stelsel van werkloosheid | § 6. Indien een arbeider in het kader van een stelsel van werkloosheid |
met bedrijfstoeslag, zijn rechten hieromtrent bij de Rijksdienst voor | met bedrijfstoeslag, zijn rechten hieromtrent bij de Rijksdienst voor |
Arbeidsvoorziening heeft vastgeklikt, wordt ook de uitbetaling van de | Arbeidsvoorziening heeft vastgeklikt, wordt ook de uitbetaling van de |
aanvullende vergoeding in dit kader bij het sociaal fonds vastgeklikt. | aanvullende vergoeding in dit kader bij het sociaal fonds vastgeklikt. |
2.5. Aanvullende vergoeding bij vermindering van de arbeidsprestaties | 2.5. Aanvullende vergoeding bij vermindering van de arbeidsprestaties |
tot een halftijdse betrekking | tot een halftijdse betrekking |
Art. 12.In toepassing van en overeenkomstig : |
Art. 12.In toepassing van en overeenkomstig : |
- de bepalingen opgenomen in de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 55 | - de bepalingen opgenomen in de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 55 |
van 13 juli 1993, gesloten in de Nationale Arbeidsraad en algemeen | van 13 juli 1993, gesloten in de Nationale Arbeidsraad en algemeen |
bindend verklaard bij koninklijk besluit van 17 november 1993, tot | bindend verklaard bij koninklijk besluit van 17 november 1993, tot |
instelling van een regeling van aanvullende vergoeding voor sommige | instelling van een regeling van aanvullende vergoeding voor sommige |
oudere werknemers in geval van halvering van de arbeidsprestaties, | oudere werknemers in geval van halvering van de arbeidsprestaties, |
gewijzigd door de collectieve arbeidsovereenkomsten nr. 55bis van 7 | gewijzigd door de collectieve arbeidsovereenkomsten nr. 55bis van 7 |
februari 1995 en nr. 55ter van 10 maart 1998, verzekert het fonds de | februari 1995 en nr. 55ter van 10 maart 1998, verzekert het fonds de |
integrale betaling van de aanvullende vergoeding met een minimum van | integrale betaling van de aanvullende vergoeding met een minimum van |
5,69 EUR per dag. | 5,69 EUR per dag. |
2.6. Syndicale premie | 2.6. Syndicale premie |
Art. 13.§ 1. De bij artikel 5 bedoelde arbeiders, die sedert ten |
Art. 13.§ 1. De bij artikel 5 bedoelde arbeiders, die sedert ten |
minste één jaar lid zijn van één van de representatieve | minste één jaar lid zijn van één van de representatieve |
interprofessionele werknemersorganisaties welke op nationaal niveau | interprofessionele werknemersorganisaties welke op nationaal niveau |
verbonden zijn, hebben recht op een syndicale premie, voor zover zij | verbonden zijn, hebben recht op een syndicale premie, voor zover zij |
op 1 oktober van het lopende jaar ingeschreven zijn in het | op 1 oktober van het lopende jaar ingeschreven zijn in het |
personeelsregister van de bij hetzelfde artikel 5 bedoelde | personeelsregister van de bij hetzelfde artikel 5 bedoelde |
ondernemingen. | ondernemingen. |
§ 2. Het bedrag van de bij artikel 13, § 1 bedoelde syndicale premie | § 2. Het bedrag van de bij artikel 13, § 1 bedoelde syndicale premie |
wordt vastgelegd in een algemeen verbindend verklaarde collectieve | wordt vastgelegd in een algemeen verbindend verklaarde collectieve |
arbeidsovereenkomst. | arbeidsovereenkomst. |
2.7. Betalingsmodaliteiten van de bovengenoemde aanvullende | 2.7. Betalingsmodaliteiten van de bovengenoemde aanvullende |
vergoedingen | vergoedingen |
Art. 14.§ 1. De in artikelen 7 (aanvullende werkloosheidsvergoeding |
Art. 14.§ 1. De in artikelen 7 (aanvullende werkloosheidsvergoeding |
bij tijdelijke werkloosheid), 8 en 9 (aanvullende | bij tijdelijke werkloosheid), 8 en 9 (aanvullende |
werkloosheidsvergoeding bij volledige werkloosheid), 10 (aanvullende | werkloosheidsvergoeding bij volledige werkloosheid), 10 (aanvullende |
ziektevergoeding), 11 (aanvullende vergoeding bij stelsel van | ziektevergoeding), 11 (aanvullende vergoeding bij stelsel van |
werkloosheid met bedrijfstoeslag) en 12 (aanvullende vergoeding bij | werkloosheid met bedrijfstoeslag) en 12 (aanvullende vergoeding bij |
vermindering van de arbeidsprestaties tot een halftijdse betrekking) | vermindering van de arbeidsprestaties tot een halftijdse betrekking) |
bedoelde vergoedingen worden rechtstreeks door het fonds aan de | bedoelde vergoedingen worden rechtstreeks door het fonds aan de |
betrokken arbeiders uitbetaald, voor zover zij het bewijs leveren dat | betrokken arbeiders uitbetaald, voor zover zij het bewijs leveren dat |
zij recht hebben op de vergoedingen voorzien in voormelde artikelen. | zij recht hebben op de vergoedingen voorzien in voormelde artikelen. |
§ 2. De in artikel 13 (syndicale premie) bedoelde vergoeding wordt | § 2. De in artikel 13 (syndicale premie) bedoelde vergoeding wordt |
uitbetaald door de representatieve professionele | uitbetaald door de representatieve professionele |
werknemersorganisaties die nationaal georganiseerd zijn. | werknemersorganisaties die nationaal georganiseerd zijn. |
Art. 15.De raad van bestuur bepaalt de datum en de modaliteiten van |
Art. 15.De raad van bestuur bepaalt de datum en de modaliteiten van |
de betaling van de door het fonds toegekende vergoedingen; in geen | de betaling van de door het fonds toegekende vergoedingen; in geen |
geval mag de betaling van de vergoeding afhankelijk zijn van de | geval mag de betaling van de vergoeding afhankelijk zijn van de |
storting der bijdragen welke door de aan het fonds onderworpen | storting der bijdragen welke door de aan het fonds onderworpen |
werkgevers verschuldigd zijn. | werkgevers verschuldigd zijn. |
3. Bevorderen van de vakbondsvorming | 3. Bevorderen van de vakbondsvorming |
Art. 16.Op verzoek van de werkgevers die het voorschot hebben |
Art. 16.Op verzoek van de werkgevers die het voorschot hebben |
uitbetaald, betaalt het fonds de uitbetaalde lonen terug (vermeerderd | uitbetaald, betaalt het fonds de uitbetaalde lonen terug (vermeerderd |
met de patronale bijdragen) van de werklieden die afwezig waren in | met de patronale bijdragen) van de werklieden die afwezig waren in |
toepassing van de collectieve arbeidsovereenkomst van 13 oktober 2015, | toepassing van de collectieve arbeidsovereenkomst van 13 oktober 2015, |
gesloten in het Paritair Subcomité voor de edele metalen. | gesloten in het Paritair Subcomité voor de edele metalen. |
Art. 17.Het bedrag dat bestemd is voor de organisatie van deze |
Art. 17.Het bedrag dat bestemd is voor de organisatie van deze |
vakbondsvorming wordt jaarlijks vastgesteld door de raad van bestuur | vakbondsvorming wordt jaarlijks vastgesteld door de raad van bestuur |
van het fonds. | van het fonds. |
4. Financiering van opleidingsinitiatieven | 4. Financiering van opleidingsinitiatieven |
Art. 18.Het fonds financiert de opleidingsinitiatieven volgens de |
Art. 18.Het fonds financiert de opleidingsinitiatieven volgens de |
door de raad van bestuur vastgelegde regels. | door de raad van bestuur vastgelegde regels. |
5. Ten laste nemen van bijzondere bijdragen | 5. Ten laste nemen van bijzondere bijdragen |
Art. 19.De bijzondere werkgeversbijdragen op het conventioneel |
Art. 19.De bijzondere werkgeversbijdragen op het conventioneel |
stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag, ingevoerd door het | stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag, ingevoerd door het |
koninklijk besluit van 29 maart 2010 tot uitvoering van het hoofdstuk | koninklijk besluit van 29 maart 2010 tot uitvoering van het hoofdstuk |
6 van titel XI van de wet van 27 december 2006 houdende diverse | 6 van titel XI van de wet van 27 december 2006 houdende diverse |
bepalingen, betreffende de sociale zekerheidsbijdragen en inhoudingen | bepalingen, betreffende de sociale zekerheidsbijdragen en inhoudingen |
verschuldigd op brugpensioenen/stelsel van werkloosheid met | verschuldigd op brugpensioenen/stelsel van werkloosheid met |
bedrijfstoeslag, op aanvullende vergoedingen bij sommige sociale | bedrijfstoeslag, op aanvullende vergoedingen bij sommige sociale |
zekerheidsuitkeringen en op invaliditeitsuitkeringen (Belgisch | zekerheidsuitkeringen en op invaliditeitsuitkeringen (Belgisch |
Staatsblad van 31 maart 2010), worden door het fonds ten laste | Staatsblad van 31 maart 2010), worden door het fonds ten laste |
genomen. | genomen. |
De bijzondere bijdragen worden ten laste genomen onder de voorwaarden | De bijzondere bijdragen worden ten laste genomen onder de voorwaarden |
zoals opgenomen in bovenvermeld koninklijk besluit en worden ten laste | zoals opgenomen in bovenvermeld koninklijk besluit en worden ten laste |
genomen tot de oppensioenstelling van de arbeiders. | genomen tot de oppensioenstelling van de arbeiders. |
Art. 20.De raad van bestuur van het fonds bepaalt de |
Art. 20.De raad van bestuur van het fonds bepaalt de |
uitvoeringsmodaliteiten van artikel 19. | uitvoeringsmodaliteiten van artikel 19. |
6. Algemene bepaling | 6. Algemene bepaling |
Art. 21.De voorwaarden van toekenning van de vergoedingen welke door |
Art. 21.De voorwaarden van toekenning van de vergoedingen welke door |
het fonds worden verleend, evenals het bedrag kunnen gewijzigd worden | het fonds worden verleend, evenals het bedrag kunnen gewijzigd worden |
op voorstel van de raad van bestuur bij collectieve | op voorstel van de raad van bestuur bij collectieve |
arbeidsovereenkomst van het Paritair Subcomité voor de edele metalen, | arbeidsovereenkomst van het Paritair Subcomité voor de edele metalen, |
algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit. | algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit. |
HOOFDSTUK IV. - Beheer van het fonds | HOOFDSTUK IV. - Beheer van het fonds |
Art. 22.Het fonds wordt beheerd door een raad van bestuur, paritair |
Art. 22.Het fonds wordt beheerd door een raad van bestuur, paritair |
samengesteld uit vertegenwoordigers van de representatieve werkgevers- | samengesteld uit vertegenwoordigers van de representatieve werkgevers- |
en werknemersorganisaties. | en werknemersorganisaties. |
De raad van bestuur bestaat uit twaalf leden, hetzij zes | De raad van bestuur bestaat uit twaalf leden, hetzij zes |
vertegenwoordigers van de werkgevers en zes vertegenwoordigers van de | vertegenwoordigers van de werkgevers en zes vertegenwoordigers van de |
werknemers. | werknemers. |
De leden van de raad van bestuur worden door het Paritair Subcomité | De leden van de raad van bestuur worden door het Paritair Subcomité |
voor de edele metalen benoemd. | voor de edele metalen benoemd. |
Art. 23.Elk jaar duidt de raad van bestuur onder zijn leden één |
Art. 23.Elk jaar duidt de raad van bestuur onder zijn leden één |
voorzitter en drie ondervoorzitters aan. | voorzitter en drie ondervoorzitters aan. |
Het voorzitterschap en het eerste ondervoorzitterschap wordt | Het voorzitterschap en het eerste ondervoorzitterschap wordt |
beurtelings door de werkgevers- en de werknemersafgevaardigden | beurtelings door de werkgevers- en de werknemersafgevaardigden |
waargenomen. | waargenomen. |
De tweede ondervoorzitter behoort tot de werknemersgroep en de derde | De tweede ondervoorzitter behoort tot de werknemersgroep en de derde |
tot de werkgeversgroep. | tot de werkgeversgroep. |
Art. 24.De raad van bestuur wordt door zijn voorzitter |
Art. 24.De raad van bestuur wordt door zijn voorzitter |
bijeengeroepen. De voorzitter is ertoe gehouden de raad tenminste | bijeengeroepen. De voorzitter is ertoe gehouden de raad tenminste |
éénmaal per semester bijeen te roepen en telkens wanneer tenminste | éénmaal per semester bijeen te roepen en telkens wanneer tenminste |
twee leden van de raad erom verzoeken. De uitnodiging vermeldt de | twee leden van de raad erom verzoeken. De uitnodiging vermeldt de |
agenda. | agenda. |
De notulen worden door de door de raad van bestuur aangeduide | De notulen worden door de door de raad van bestuur aangeduide |
secretaris opgesteld en door de voorzitter van de vergadering | secretaris opgesteld en door de voorzitter van de vergadering |
ondertekend. | ondertekend. |
De uittreksels uit deze notulen worden door de voorzitter of twee | De uittreksels uit deze notulen worden door de voorzitter of twee |
bestuurders ondertekend. | bestuurders ondertekend. |
Wanneer tot de stemming moet worden overgegaan, dient een gelijk | Wanneer tot de stemming moet worden overgegaan, dient een gelijk |
aantal leden van elke afvaardiging aan de stemming deel te nemen. Is | aantal leden van elke afvaardiging aan de stemming deel te nemen. Is |
het aantal ongelijk, dan onthoudt (onthouden) zich het jongste lid (de | het aantal ongelijk, dan onthoudt (onthouden) zich het jongste lid (de |
jongste leden). | jongste leden). |
De raad kan slechts geldig beslissen over de op de agenda gestelde | De raad kan slechts geldig beslissen over de op de agenda gestelde |
kwesties in aanwezigheid van tenminste de helft van de leden die tot | kwesties in aanwezigheid van tenminste de helft van de leden die tot |
de werknemersafvaardiging en tenminste de helft van de leden die tot | de werknemersafvaardiging en tenminste de helft van de leden die tot |
de werkgeversafvaardiging behoren. | de werkgeversafvaardiging behoren. |
De beslissingen worden met een meerderheid van twee derden van de | De beslissingen worden met een meerderheid van twee derden van de |
stemgerechtigden genomen. | stemgerechtigden genomen. |
Art. 25.De raad van bestuur heeft tot taak het fonds te beheren en |
Art. 25.De raad van bestuur heeft tot taak het fonds te beheren en |
alle maatregelen te treffen die voor zijn goede werking zijn vereist. | alle maatregelen te treffen die voor zijn goede werking zijn vereist. |
Hij beschikt over de meest uitgebreide bevoegdheid inzake het beheer | Hij beschikt over de meest uitgebreide bevoegdheid inzake het beheer |
en de leiding van het fonds. | en de leiding van het fonds. |
De raad van bestuur treedt in rechte op in naam van het fonds, op | De raad van bestuur treedt in rechte op in naam van het fonds, op |
vervolging en ten verzoeke van de voorzitter of van een tot dat doel | vervolging en ten verzoeke van de voorzitter of van een tot dat doel |
afgevaardigde bestuurder. | afgevaardigde bestuurder. |
De raad van bestuur kan bijzondere bevoegdheden overdragen aan één of | De raad van bestuur kan bijzondere bevoegdheden overdragen aan één of |
meer van zijn leden of zelfs aan derden. | meer van zijn leden of zelfs aan derden. |
Voor al de andere handelingen dan deze waarvoor de raad speciale | Voor al de andere handelingen dan deze waarvoor de raad speciale |
volmachten heeft verleend, volstaan de gezamenlijke handtekeningen van | volmachten heeft verleend, volstaan de gezamenlijke handtekeningen van |
vier bestuurders (twee van werknemerszijde en twee van | vier bestuurders (twee van werknemerszijde en twee van |
werkgeverszijde). | werkgeverszijde). |
De verantwoordelijkheid van de bestuurders beperkt zich tot de | De verantwoordelijkheid van de bestuurders beperkt zich tot de |
uitvoering van hun mandaat en zij gaan geen enkele persoonlijke | uitvoering van hun mandaat en zij gaan geen enkele persoonlijke |
verbintenis aan betreffende hun beheer ten opzichte van de | verbintenis aan betreffende hun beheer ten opzichte van de |
verplichtingen van het fonds. | verplichtingen van het fonds. |
HOOFDSTUK V. - Financiering van het fonds | HOOFDSTUK V. - Financiering van het fonds |
Art. 26.Om de financiering van de in artikel 7 tot artikel 20 |
Art. 26.Om de financiering van de in artikel 7 tot artikel 20 |
bedoelde vergoedingen en financiële tussenkomsten te verzekeren | bedoelde vergoedingen en financiële tussenkomsten te verzekeren |
beschikt het fonds over de bijdragen welke door de bij artikel 5 | beschikt het fonds over de bijdragen welke door de bij artikel 5 |
bedoelde werkgevers verschuldigd zijn. | bedoelde werkgevers verschuldigd zijn. |
Art. 27.§ 1. De bijdrage gebaseerd op de laatste brutobezoldiging |
Art. 27.§ 1. De bijdrage gebaseerd op de laatste brutobezoldiging |
berekend aan 108 pct. verdiend door de arbeiders bedoeld bij artikel | berekend aan 108 pct. verdiend door de arbeiders bedoeld bij artikel |
11, § 2 wordt door de werkgever rechtstreeks aan het fonds betaald | 11, § 2 wordt door de werkgever rechtstreeks aan het fonds betaald |
vóór de aanvangsdatum van het stelsel van werkloosheid met | vóór de aanvangsdatum van het stelsel van werkloosheid met |
bedrijfstoeslag van de arbeiders. Zij wordt berekend vanaf de aanvang | bedrijfstoeslag van de arbeiders. Zij wordt berekend vanaf de aanvang |
van het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag in de onderneming | van het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag in de onderneming |
tot de leeftijd van 57 jaar en betaald volgens de modaliteiten bepaald | tot de leeftijd van 57 jaar en betaald volgens de modaliteiten bepaald |
door de raad van bestuur. | door de raad van bestuur. |
§ 2. De bijdrage bedoeld onder § 1 wordt betaald door de werkgever | § 2. De bijdrage bedoeld onder § 1 wordt betaald door de werkgever |
vóór de datum van het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag van | vóór de datum van het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag van |
de arbeiders. Zij wordt forfaitair berekend en betaald volgens de | de arbeiders. Zij wordt forfaitair berekend en betaald volgens de |
modaliteiten bepaald door de raad van bestuur van het fonds. | modaliteiten bepaald door de raad van bestuur van het fonds. |
§ 3. Sinds 1 januari 2015 wordt de bijdrage van de werkgevers bepaald | § 3. Sinds 1 januari 2015 wordt de bijdrage van de werkgevers bepaald |
op 2,70 pct. van de brutolonen van de arbeiders, waarvan 0,5 pct. is | op 2,70 pct. van de brutolonen van de arbeiders, waarvan 0,5 pct. is |
voorzien voor de financiering van het sociaal sectoraal | voorzien voor de financiering van het sociaal sectoraal |
pensioenstelsel. | pensioenstelsel. |
§ 4. Vanaf 1 januari 2016 wordt er gebruik gemaakt van de | § 4. Vanaf 1 januari 2016 wordt er gebruik gemaakt van de |
gedifferentieerde RSZ inningstechniek waardoor de pensioenbijdrage | gedifferentieerde RSZ inningstechniek waardoor de pensioenbijdrage |
voor het sociaal sectoraal aanvullend pensioenstelsel wordt | voor het sociaal sectoraal aanvullend pensioenstelsel wordt |
afgescheiden van de basisbijdrage bestemd voor het fonds voor | afgescheiden van de basisbijdrage bestemd voor het fonds voor |
bestaanszekerheid : | bestaanszekerheid : |
- de basisbijdrage wordt vastgesteld door een afzonderlijke | - de basisbijdrage wordt vastgesteld door een afzonderlijke |
collectieve arbeidsovereenkomst die algemeen verbindend zal verklaard | collectieve arbeidsovereenkomst die algemeen verbindend zal verklaard |
worden door een koninklijk besluit; | worden door een koninklijk besluit; |
- de pensioenbijdrage wordt vastgesteld door een afzonderlijke | - de pensioenbijdrage wordt vastgesteld door een afzonderlijke |
collectieve arbeidsovereenkomst die algemeen verbindend zal verklaard | collectieve arbeidsovereenkomst die algemeen verbindend zal verklaard |
worden door een koninklijk besluit. | worden door een koninklijk besluit. |
§ 5. Een buitengewone bijdrage kan door de raad van bestuur van het | § 5. Een buitengewone bijdrage kan door de raad van bestuur van het |
fonds worden bepaald met bepaling van de innings- en | fonds worden bepaald met bepaling van de innings- en |
verdelingsmodaliteiten. Deze buitengewone bijdrage moet het voorwerp | verdelingsmodaliteiten. Deze buitengewone bijdrage moet het voorwerp |
uitmaken van een afzonderlijke collectieve arbeidsovereenkomst | uitmaken van een afzonderlijke collectieve arbeidsovereenkomst |
bekrachtigd bij koninklijk besluit. | bekrachtigd bij koninklijk besluit. |
Art. 28.§ 1. De inning en invordering van de bijdragen worden door de |
Art. 28.§ 1. De inning en invordering van de bijdragen worden door de |
Rijksdienst voor Sociale Zekerheid verzekerd bij toepassing van | Rijksdienst voor Sociale Zekerheid verzekerd bij toepassing van |
artikel 7 van de wet van 7 januari 1958 betreffende de fondsen voor | artikel 7 van de wet van 7 januari 1958 betreffende de fondsen voor |
bestaanszekerheid. | bestaanszekerheid. |
§ 2. Van de aldus door de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid aan het | § 2. Van de aldus door de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid aan het |
fonds gestorte som, worden vooraf de door de raad van bestuur | fonds gestorte som, worden vooraf de door de raad van bestuur |
vastgestelde kosten afgetrokken. | vastgestelde kosten afgetrokken. |
§ 3. De raad van bestuur van het fonds bepaalt de verdeling van de | § 3. De raad van bestuur van het fonds bepaalt de verdeling van de |
bijdragen voorzien in de artikelen 8 tot en met 19. | bijdragen voorzien in de artikelen 8 tot en met 19. |
HOOFDSTUK VI. - Begroting en rekeningen van het fonds | HOOFDSTUK VI. - Begroting en rekeningen van het fonds |
Art. 29.Het dienstjaar vangt aan op 1 januari en sluit op 31 |
Art. 29.Het dienstjaar vangt aan op 1 januari en sluit op 31 |
december. | december. |
Art. 30.Elk jaar, uiterlijk gedurende de maand december, wordt een |
Art. 30.Elk jaar, uiterlijk gedurende de maand december, wordt een |
begroting voor het volgende jaar aan het Paritair Subcomité voor de | begroting voor het volgende jaar aan het Paritair Subcomité voor de |
edele metalen ter goedkeuring voorgelegd. | edele metalen ter goedkeuring voorgelegd. |
Art. 31.De rekeningen over het afgelopen jaar worden op 31 december |
Art. 31.De rekeningen over het afgelopen jaar worden op 31 december |
afgesloten. | afgesloten. |
De raad van bestuur, evenals de door het Paritair Subcomité voor de | De raad van bestuur, evenals de door het Paritair Subcomité voor de |
edele metalen aangeduide revisor of accountant, maken jaarlijks elk | edele metalen aangeduide revisor of accountant, maken jaarlijks elk |
een schriftelijk verslag op betreffende de uitvoering van hun opdracht | een schriftelijk verslag op betreffende de uitvoering van hun opdracht |
gedurende het afgelopen jaar. De balans, samen met de hierboven | gedurende het afgelopen jaar. De balans, samen met de hierboven |
bedoelde schriftelijke jaarverslagen, moeten uiterlijk gedurende de | bedoelde schriftelijke jaarverslagen, moeten uiterlijk gedurende de |
maand juni aan het Paritair Subcomité voor de edele metalen ter | maand juni aan het Paritair Subcomité voor de edele metalen ter |
goedkeuring worden voorgelegd. | goedkeuring worden voorgelegd. |
HOOFDSTUK VII. - Ontbinding en vereffening van het fonds | HOOFDSTUK VII. - Ontbinding en vereffening van het fonds |
Art. 32.Het fonds kan slechts bij éénparige beslissing van het |
Art. 32.Het fonds kan slechts bij éénparige beslissing van het |
Paritair Subcomité voor de edele metalen worden ontbonden. Dit laatste | Paritair Subcomité voor de edele metalen worden ontbonden. Dit laatste |
dient tegelijkertijd de vereffenaars te benoemen, hun bevoegdheden en | dient tegelijkertijd de vereffenaars te benoemen, hun bevoegdheden en |
hun bezoldiging vast te stellen en de bestemming van de netto-activa | hun bezoldiging vast te stellen en de bestemming van de netto-activa |
van het fonds te bepalen. | van het fonds te bepalen. |
Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 21 juli | Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 21 juli |
2016. | 2016. |
De Minister van Werk, | De Minister van Werk, |
K. PEETERS | K. PEETERS |