Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 24 juni 2009, gesloten in het Paritair Comité voor de handel in brandstoffen, betreffende de vorming in 2009 en 2010 | Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 24 juni 2009, gesloten in het Paritair Comité voor de handel in brandstoffen, betreffende de vorming in 2009 en 2010 |
---|---|
FEDERALE OVERHEIDSDIENST WERKGELEGENHEID, ARBEID EN SOCIAAL OVERLEG | FEDERALE OVERHEIDSDIENST WERKGELEGENHEID, ARBEID EN SOCIAAL OVERLEG |
21 FEBRUARI 2010. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend | 21 FEBRUARI 2010. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend |
wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 24 juni 2009, | wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 24 juni 2009, |
gesloten in het Paritair Comité voor de handel in brandstoffen, | gesloten in het Paritair Comité voor de handel in brandstoffen, |
betreffende de vorming in 2009 en 2010 (1) | betreffende de vorming in 2009 en 2010 (1) |
ALBERT II, Koning der Belgen, | ALBERT II, Koning der Belgen, |
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. | Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. |
Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve | Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve |
arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel | arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel |
28; | 28; |
Gelet op het verzoek van het Paritair Comité voor de handel in | Gelet op het verzoek van het Paritair Comité voor de handel in |
brandstoffen; | brandstoffen; |
Op de voordracht van de Minister van Werk, | Op de voordracht van de Minister van Werk, |
Hebben Wij besloten en besluiten Wij : | Hebben Wij besloten en besluiten Wij : |
Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage |
Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage |
overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 24 juni 2009, gesloten | overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 24 juni 2009, gesloten |
in het Paritair Comité voor de handel in brandstoffen, betreffende de | in het Paritair Comité voor de handel in brandstoffen, betreffende de |
vorming in 2009 en 2010. | vorming in 2009 en 2010. |
Art. 2.De Minister bevoegd voor Werk is belast met de uitvoering van |
Art. 2.De Minister bevoegd voor Werk is belast met de uitvoering van |
dit besluit. | dit besluit. |
Gegeven te Brussel, 21 februari 2010. | Gegeven te Brussel, 21 februari 2010. |
ALBERT | ALBERT |
Van Koningswege : | Van Koningswege : |
De Vice-Eerste Minister en Minister van Werk en Gelijke Kansen, belast | De Vice-Eerste Minister en Minister van Werk en Gelijke Kansen, belast |
met het Migratie- en asielbeleid, | met het Migratie- en asielbeleid, |
Mevr. J. MILQUET | Mevr. J. MILQUET |
_______ | _______ |
Nota | Nota |
(1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad : | (1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad : |
Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969. | Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969. |
Bijlage | Bijlage |
Paritair Comité voor de handel in brandstoffen | Paritair Comité voor de handel in brandstoffen |
Collectieve arbeidsovereenkomst van 24 juni 2009 | Collectieve arbeidsovereenkomst van 24 juni 2009 |
Vorming in 2009 en 2010 | Vorming in 2009 en 2010 |
(Overeenkomst geregistreerd op 17 september 2009 onder het nummer | (Overeenkomst geregistreerd op 17 september 2009 onder het nummer |
94396/CO/127) | 94396/CO/127) |
Artikel 1.Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op |
Artikel 1.Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op |
de werkgevers en op de werknemers van de ondernemingen die ressorteren | de werkgevers en op de werknemers van de ondernemingen die ressorteren |
onder het Paritair Comité voor de handel in brandstoffen en onder het | onder het Paritair Comité voor de handel in brandstoffen en onder het |
Paritair Subcomité voor de handel in brandstoffen van Oost-Vlaanderen. | Paritair Subcomité voor de handel in brandstoffen van Oost-Vlaanderen. |
Onder "werknemers" wordt verstaan : de werklieden en werksters. | Onder "werknemers" wordt verstaan : de werklieden en werksters. |
Art. 2.Deze collectieve arbeidsovereenkomst wordt afgesloten in |
Art. 2.Deze collectieve arbeidsovereenkomst wordt afgesloten in |
uitvoering van : | uitvoering van : |
- de wet van 23 december 2005 betreffende het generatiepact (Belgisch | - de wet van 23 december 2005 betreffende het generatiepact (Belgisch |
Staatsblad van 30 december 2005); | Staatsblad van 30 december 2005); |
- het koninklijk besluit van 11 oktober 2007 tot invoering van een | - het koninklijk besluit van 11 oktober 2007 tot invoering van een |
bijkomende werkgeversbijdrage ten bate van de financiering van het | bijkomende werkgeversbijdrage ten bate van de financiering van het |
betaald educatief verlof voor de werkgevers die behoren tot sectoren | betaald educatief verlof voor de werkgevers die behoren tot sectoren |
die onvoldoende opleidingsinspanningen realiseren (Belgisch Staatsblad | die onvoldoende opleidingsinspanningen realiseren (Belgisch Staatsblad |
van 5 december 2007). | van 5 december 2007). |
Art. 3.De sociale partners engageren zich om de participatiegraad |
Art. 3.De sociale partners engageren zich om de participatiegraad |
inzake vorming jaarlijks met 5 pct. te verhogen, overeenkomstig de | inzake vorming jaarlijks met 5 pct. te verhogen, overeenkomstig de |
doelstellingen van het interprofessioneel akkoord 2007-2008. | doelstellingen van het interprofessioneel akkoord 2007-2008. |
Art. 4.De sociale partners engageren zich om elke werknemer de |
Art. 4.De sociale partners engageren zich om elke werknemer de |
mogelijkheid te geven vorming te genieten gedurende de arbeidstijd. | mogelijkheid te geven vorming te genieten gedurende de arbeidstijd. |
Deze vormingsmogelijkheden kunnen zowel intern op de plaats van de | Deze vormingsmogelijkheden kunnen zowel intern op de plaats van de |
tewerkstelling als extern van de onderneming georganiseerd worden. | tewerkstelling als extern van de onderneming georganiseerd worden. |
De vorming kan zowel door de werkgever ingericht worden als door | De vorming kan zowel door de werkgever ingericht worden als door |
opleidingsderden, hiertoe gemandateerd door de werkgever. | opleidingsderden, hiertoe gemandateerd door de werkgever. |
Art. 5.§ 1. In uitvoering van artikel 3 en 4 van deze collectieve |
Art. 5.§ 1. In uitvoering van artikel 3 en 4 van deze collectieve |
arbeidsovereenkomst wordt aan de werknemers een collectieve | arbeidsovereenkomst wordt aan de werknemers een collectieve |
opleidingstijd op het niveau van de onderneming toegekend. | opleidingstijd op het niveau van de onderneming toegekend. |
Deze opleidingstijd op het niveau van de onderneming wordt berekend | Deze opleidingstijd op het niveau van de onderneming wordt berekend |
als volgt : | als volgt : |
- voor het jaar 2009 : het aantal werknemers tewerkgesteld in de | - voor het jaar 2009 : het aantal werknemers tewerkgesteld in de |
onderneming op 1 januari 2009 uitgedrukt in voltijds equivalenten, | onderneming op 1 januari 2009 uitgedrukt in voltijds equivalenten, |
vermenigvuldigd met 4,2 uren (zijnde 252 minuten); | vermenigvuldigd met 4,2 uren (zijnde 252 minuten); |
- voor het jaar 2010 : het aantal werknemers tewerkgesteld in de | - voor het jaar 2010 : het aantal werknemers tewerkgesteld in de |
onderneming op 1 januari 2010 uitgedrukt in voltijds equivalenten, | onderneming op 1 januari 2010 uitgedrukt in voltijds equivalenten, |
vermenigvuldigd met 4,41 uren (zijnde 265 minuten). | vermenigvuldigd met 4,41 uren (zijnde 265 minuten). |
§ 2. Een individuele opleidingstijd per werknemer wordt op het niveau | § 2. Een individuele opleidingstijd per werknemer wordt op het niveau |
van de onderneming toegekend binnen de collectieve opleidingstijd | van de onderneming toegekend binnen de collectieve opleidingstijd |
zoals bepaald in § 1 van dit artikel en binnen het globale vormings- | zoals bepaald in § 1 van dit artikel en binnen het globale vormings- |
en opleidingsplan van de onderneming zoals bepaald in artikel 6 van | en opleidingsplan van de onderneming zoals bepaald in artikel 6 van |
deze collectieve arbeidsovereenkomst. | deze collectieve arbeidsovereenkomst. |
Art. 6.§ 1. De opleidingstijd zoals toegekend in toepassing van |
Art. 6.§ 1. De opleidingstijd zoals toegekend in toepassing van |
artikel 5 van deze collectieve arbeidsovereenkomst kan uitsluitend | artikel 5 van deze collectieve arbeidsovereenkomst kan uitsluitend |
worden opgenomen in het kader van het vormings- of opleidingsplan van | worden opgenomen in het kader van het vormings- of opleidingsplan van |
de onderneming zoals opgemaakt in overleg tussen de werkgever en de | de onderneming zoals opgemaakt in overleg tussen de werkgever en de |
werknemers. | werknemers. |
§ 2. In overleg met de werknemers (ondernemingsraad of comité voor | § 2. In overleg met de werknemers (ondernemingsraad of comité voor |
preventie en bescherming op het werk of vakbondsafvaardiging en bij | preventie en bescherming op het werk of vakbondsafvaardiging en bij |
ontstentenis daarvan het personeel) voert elke onderneming een | ontstentenis daarvan het personeel) voert elke onderneming een |
aangepast vormings- en opleidingsbeleid, waarbij een globaal vormings- | aangepast vormings- en opleidingsbeleid, waarbij een globaal vormings- |
en opleidingsplan wordt opgemaakt, rekening houdende met ondermeer de | en opleidingsplan wordt opgemaakt, rekening houdende met ondermeer de |
wettelijke bepalingen waaraan de onderneming onderworpen is. | wettelijke bepalingen waaraan de onderneming onderworpen is. |
Art. 7.Voor ondernemingen waar in het kader van het vormings- en |
Art. 7.Voor ondernemingen waar in het kader van het vormings- en |
opleidingsbeleid reeds een vormings- of opleidingstijd, -recht of | opleidingsbeleid reeds een vormings- of opleidingstijd, -recht of |
-krediet wordt toegekend aan de werknemers, geldt dat de | -krediet wordt toegekend aan de werknemers, geldt dat de |
opleidingstijd zoals bepaald in artikel 5 van deze collectieve | opleidingstijd zoals bepaald in artikel 5 van deze collectieve |
arbeidsovereenkomst integraal deel uitmaakt van de bestaande | arbeidsovereenkomst integraal deel uitmaakt van de bestaande |
maatregelen inzake vormings- of opleidingstijd, -recht of -krediet op | maatregelen inzake vormings- of opleidingstijd, -recht of -krediet op |
het niveau van de onderneming. | het niveau van de onderneming. |
Art. 8.Deze collectieve arbeidsovereenkomst treedt in werking op 1 |
Art. 8.Deze collectieve arbeidsovereenkomst treedt in werking op 1 |
januari 2009 en houdt op van kracht te zijn op 31 december 2010. | januari 2009 en houdt op van kracht te zijn op 31 december 2010. |
Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 21 februari | Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 21 februari |
2010. | 2010. |
De Vice-Eerste Minister en Minister van Werk en Gelijke Kansen, belast | De Vice-Eerste Minister en Minister van Werk en Gelijke Kansen, belast |
met het Migratie- en asielbeleid, | met het Migratie- en asielbeleid, |
Mevr. J. MILQUET | Mevr. J. MILQUET |