← Terug naar "Koninklijk besluit tot vaststelling van de rustdagen als vermindering van de arbeidsduur, toegekend aan de werklieden tewerkgesteld door de werkgevers die onder het Paritair Comité voor het bouwbedrijf ressorteren "
Koninklijk besluit tot vaststelling van de rustdagen als vermindering van de arbeidsduur, toegekend aan de werklieden tewerkgesteld door de werkgevers die onder het Paritair Comité voor het bouwbedrijf ressorteren | Koninklijk besluit tot vaststelling van de rustdagen als vermindering van de arbeidsduur, toegekend aan de werklieden tewerkgesteld door de werkgevers die onder het Paritair Comité voor het bouwbedrijf ressorteren |
---|---|
FEDERALE OVERHEIDSDIENST SOCIALE ZEKERHEID EN FEDERALE OVERHEIDSDIENST | FEDERALE OVERHEIDSDIENST SOCIALE ZEKERHEID EN FEDERALE OVERHEIDSDIENST |
WERKGELEGENHEID, ARBEID EN SOCIAAL OVERLEG | WERKGELEGENHEID, ARBEID EN SOCIAAL OVERLEG |
20 MEI 2020. - Koninklijk besluit tot vaststelling van de rustdagen | 20 MEI 2020. - Koninklijk besluit tot vaststelling van de rustdagen |
als vermindering van de arbeidsduur, toegekend aan de werklieden | als vermindering van de arbeidsduur, toegekend aan de werklieden |
tewerkgesteld door de werkgevers die onder het Paritair Comité voor | tewerkgesteld door de werkgevers die onder het Paritair Comité voor |
het bouwbedrijf ressorteren (1) | het bouwbedrijf ressorteren (1) |
FILIP, Koning der Belgen, | FILIP, Koning der Belgen, |
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. | Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. |
Gelet op het koninklijk besluit nr. 213 van 26 september 1983 | Gelet op het koninklijk besluit nr. 213 van 26 september 1983 |
betreffende de arbeidsduur in de ondernemingen die onder het Paritair | betreffende de arbeidsduur in de ondernemingen die onder het Paritair |
Comité voor het bouwbedrijf ressorteren, artikel 2, zesde lid, | Comité voor het bouwbedrijf ressorteren, artikel 2, zesde lid, |
ingevoegd bij de wet van 12 augustus 2000; | ingevoegd bij de wet van 12 augustus 2000; |
Gelet op het advies van het Paritair Comité voor het bouwbedrijf, | Gelet op het advies van het Paritair Comité voor het bouwbedrijf, |
gegeven op 9 januari 2020; | gegeven op 9 januari 2020; |
Gelet op advies 67.024/1 van de Raad van State, gegeven op 12 maart | Gelet op advies 67.024/1 van de Raad van State, gegeven op 12 maart |
2020, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de | 2020, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de |
wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; | wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; |
Op de voordracht van de Minister van Werk en de Minister van Sociale | Op de voordracht van de Minister van Werk en de Minister van Sociale |
Zaken, | Zaken, |
Hebben Wij besloten en besluiten Wij : | Hebben Wij besloten en besluiten Wij : |
Artikel 1.Dit besluit is van toepassing op de werkgevers die onder |
Artikel 1.Dit besluit is van toepassing op de werkgevers die onder |
het Paritair Comité voor het bouwbedrijf ressorteren en op de | het Paritair Comité voor het bouwbedrijf ressorteren en op de |
werklieden die ze tewerkstellen. | werklieden die ze tewerkstellen. |
Art. 2.De werklieden, bedoeld in artikel 1, hebben in 2021 recht op |
Art. 2.De werklieden, bedoeld in artikel 1, hebben in 2021 recht op |
zes rustdagen, als volgt vastgesteld : | zes rustdagen, als volgt vastgesteld : |
- 6 april; | - 6 april; |
- 7 april; | - 7 april; |
- 8 april; | - 8 april; |
- 9 april; | - 9 april; |
- 2 november; | - 2 november; |
- 3 november. | - 3 november. |
Art. 3.De werklieden, bedoeld in artikel 1, hebben in 2022 recht op |
Art. 3.De werklieden, bedoeld in artikel 1, hebben in 2022 recht op |
zes rustdagen, als volgt vastgesteld : | zes rustdagen, als volgt vastgesteld : |
- 4 januari; | - 4 januari; |
- 5 januari; | - 5 januari; |
- 6 januari; | - 6 januari; |
- 7 januari; | - 7 januari; |
- 14 april; | - 14 april; |
- 15 april. | - 15 april. |
Art. 4.De minister bevoegd voor Werk en de minister bevoegd voor |
Art. 4.De minister bevoegd voor Werk en de minister bevoegd voor |
Sociale Zaken zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering | Sociale Zaken zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering |
van dit besluit. | van dit besluit. |
Gegeven te Brussel, 20 mei 2020. | Gegeven te Brussel, 20 mei 2020. |
FILIP | FILIP |
Van Koningswege : | Van Koningswege : |
De Minister van Sociale Zaken, | De Minister van Sociale Zaken, |
M. DE BLOCK | M. DE BLOCK |
De Minister van Werk, | De Minister van Werk, |
N. MUYLLE | N. MUYLLE |
_______ | _______ |
Nota | Nota |
(1) Verwijzingen naar het Belgisch Staatsblad : | (1) Verwijzingen naar het Belgisch Staatsblad : |
Koninklijk besluit nr. 213 van 26 september 1983, Belgisch Staatsblad | Koninklijk besluit nr. 213 van 26 september 1983, Belgisch Staatsblad |
van 7 oktober 1983. | van 7 oktober 1983. |
Wet van 12 augustus 2000, Belgisch Staatsblad van 31 augustus 2000. | Wet van 12 augustus 2000, Belgisch Staatsblad van 31 augustus 2000. |