Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 22 juni 2022, gesloten in het Paritair Subcomité voor de Vlaamse sector van de beschutte werkplaatsen, de sociale werkplaatsen en de maatwerkbedrijven, inzake de sectorale pensioentoezegging voor het jaar 2021 | Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 22 juni 2022, gesloten in het Paritair Subcomité voor de Vlaamse sector van de beschutte werkplaatsen, de sociale werkplaatsen en de maatwerkbedrijven, inzake de sectorale pensioentoezegging voor het jaar 2021 |
---|---|
FEDERALE OVERHEIDSDIENST WERKGELEGENHEID, ARBEID EN SOCIAAL OVERLEG | FEDERALE OVERHEIDSDIENST WERKGELEGENHEID, ARBEID EN SOCIAAL OVERLEG |
19 MAART 2023. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt | 19 MAART 2023. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt |
verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 22 juni 2022, | verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 22 juni 2022, |
gesloten in het Paritair Subcomité voor de Vlaamse sector van de | gesloten in het Paritair Subcomité voor de Vlaamse sector van de |
beschutte werkplaatsen, de sociale werkplaatsen en de | beschutte werkplaatsen, de sociale werkplaatsen en de |
maatwerkbedrijven, inzake de sectorale pensioentoezegging voor het | maatwerkbedrijven, inzake de sectorale pensioentoezegging voor het |
jaar 2021 (1) | jaar 2021 (1) |
FILIP, Koning der Belgen, | FILIP, Koning der Belgen, |
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. | Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. |
Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve | Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve |
arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel | arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel |
28; | 28; |
Gelet op het verzoek van het Paritair Subcomité voor de Vlaamse sector | Gelet op het verzoek van het Paritair Subcomité voor de Vlaamse sector |
van de beschutte werkplaatsen, de sociale werkplaatsen en de | van de beschutte werkplaatsen, de sociale werkplaatsen en de |
maatwerkbedrijven; | maatwerkbedrijven; |
Op de voordracht van de Minister van Werk, | Op de voordracht van de Minister van Werk, |
Hebben Wij besloten en besluiten Wij : | Hebben Wij besloten en besluiten Wij : |
Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage |
Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage |
overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 22 juni 2022, gesloten | overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 22 juni 2022, gesloten |
in het Paritair Subcomité voor de Vlaamse sector van de beschutte | in het Paritair Subcomité voor de Vlaamse sector van de beschutte |
werkplaatsen, de sociale werkplaatsen en de maatwerkbedrijven, inzake | werkplaatsen, de sociale werkplaatsen en de maatwerkbedrijven, inzake |
de sectorale pensioentoezegging voor het jaar 2021. | de sectorale pensioentoezegging voor het jaar 2021. |
Art. 2.De minister bevoegd voor Werk is belast met de uitvoering van |
Art. 2.De minister bevoegd voor Werk is belast met de uitvoering van |
dit besluit. | dit besluit. |
Gegeven te Brussel, 19 maart 2023. | Gegeven te Brussel, 19 maart 2023. |
FILIP | FILIP |
Van Koningswege : | Van Koningswege : |
De Minister van Werk, | De Minister van Werk, |
P.-Y. DERMAGNE | P.-Y. DERMAGNE |
_______ | _______ |
Nota | Nota |
(1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad : | (1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad : |
Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969. | Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969. |
Bijlage | Bijlage |
Paritair Subcomité voor de Vlaamse sector van de beschutte | Paritair Subcomité voor de Vlaamse sector van de beschutte |
werkplaatsen, de sociale werkplaatsen en de maatwerkbedrijven | werkplaatsen, de sociale werkplaatsen en de maatwerkbedrijven |
Collectieve arbeidsovereenkomst van 22 juni 2022 | Collectieve arbeidsovereenkomst van 22 juni 2022 |
Sectorale pensioentoezegging voor het jaar 2021 (Overeenkomst | Sectorale pensioentoezegging voor het jaar 2021 (Overeenkomst |
geregistreerd op 29 augustus 2022 onder het nummer 174738/CO/327.01) | geregistreerd op 29 augustus 2022 onder het nummer 174738/CO/327.01) |
HOOFDSTUK I. - Voorwerp van de overeenkomst | HOOFDSTUK I. - Voorwerp van de overeenkomst |
Artikel 1.Deze collectieve arbeidsovereenkomst wordt gesloten : |
Artikel 1.Deze collectieve arbeidsovereenkomst wordt gesloten : |
- in uitvoering van artikel 5 van de collectieve arbeidsovereenkomst | - in uitvoering van artikel 5 van de collectieve arbeidsovereenkomst |
van 15 februari 2011 tot invoering van een sectoraal aanvullend | van 15 februari 2011 tot invoering van een sectoraal aanvullend |
pensioenstelsel (registratienummer 103901/CO/327.01), afgesloten in | pensioenstelsel (registratienummer 103901/CO/327.01), afgesloten in |
het Paritair Subcomité voor de beschutte werkplaatsen gesubsidieerd | het Paritair Subcomité voor de beschutte werkplaatsen gesubsidieerd |
door de Vlaamse Gemeenschap of de Vlaamse Gemeenschapscommissie en de | door de Vlaamse Gemeenschap of de Vlaamse Gemeenschapscommissie en de |
sociale werkplaatsen erkend en/of gesubsidieerd door de Vlaamse | sociale werkplaatsen erkend en/of gesubsidieerd door de Vlaamse |
Gemeenschap, en zoals laatst gewijzigd bij de collectieve | Gemeenschap, en zoals laatst gewijzigd bij de collectieve |
arbeidsovereenkomst van 25 juni 2019 tot wijziging van het | arbeidsovereenkomst van 25 juni 2019 tot wijziging van het |
pensioenreglement van het sectoraal aanvullend pensioenstelsel 327.01 | pensioenreglement van het sectoraal aanvullend pensioenstelsel 327.01 |
(registratienummer 152793/CO/327.01) en bij de collectieve | (registratienummer 152793/CO/327.01) en bij de collectieve |
arbeidsovereenkomst van 10 maart 2014 tot wijziging van de collectieve | arbeidsovereenkomst van 10 maart 2014 tot wijziging van de collectieve |
arbeidsovereenkomst van 15 februari 2011 tot invoering van een | arbeidsovereenkomst van 15 februari 2011 tot invoering van een |
sectoraal aanvullend pensioenstelsel (registratienummer | sectoraal aanvullend pensioenstelsel (registratienummer |
122574/CO/327.01); | 122574/CO/327.01); |
- in toepassing van punt 4 van het pensioenreglement dat als bijlage | - in toepassing van punt 4 van het pensioenreglement dat als bijlage |
is opgenomen bij de collectieve arbeidsovereenkomst van 15 februari | is opgenomen bij de collectieve arbeidsovereenkomst van 15 februari |
2011 tot invoering van een sectoraal aanvullend pensioenstelsel | 2011 tot invoering van een sectoraal aanvullend pensioenstelsel |
(registratienummer 103901/CO/327.01), afgesloten in het Paritair | (registratienummer 103901/CO/327.01), afgesloten in het Paritair |
Subcomité voor de beschutte werkplaatsen gesubsidieerd door de Vlaamse | Subcomité voor de beschutte werkplaatsen gesubsidieerd door de Vlaamse |
Gemeenschap of de Vlaamse Gemeenschapscommissie en de sociale | Gemeenschap of de Vlaamse Gemeenschapscommissie en de sociale |
werkplaatsen erkend en/of gesubsidieerd door de Vlaamse Gemeenschap, | werkplaatsen erkend en/of gesubsidieerd door de Vlaamse Gemeenschap, |
en zoals laatst gewijzigd bij de collectieve arbeidsovereenkomst van | en zoals laatst gewijzigd bij de collectieve arbeidsovereenkomst van |
25 juni 2019 tot wijziging van het pensioenreglement van het sectoraal | 25 juni 2019 tot wijziging van het pensioenreglement van het sectoraal |
aanvullend pensioenstelsel 327.01 (registratienummer | aanvullend pensioenstelsel 327.01 (registratienummer |
152793/CO/327.01). | 152793/CO/327.01). |
HOOFDSTUK II. - Toepassingsgebied | HOOFDSTUK II. - Toepassingsgebied |
Art. 2.Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op alle |
Art. 2.Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op alle |
werkgevers en alle werknemers die ressorteren onder het Paritair | werkgevers en alle werknemers die ressorteren onder het Paritair |
Subcomité voor de Vlaamse sector van de beschutte werkplaatsen, de | Subcomité voor de Vlaamse sector van de beschutte werkplaatsen, de |
sociale werkplaatsen en de maatwerkbedrijven, met uitzondering van : | sociale werkplaatsen en de maatwerkbedrijven, met uitzondering van : |
- de categorieën voorzien in artikel 3 van deze collectieve | - de categorieën voorzien in artikel 3 van deze collectieve |
arbeidsovereenkomst; | arbeidsovereenkomst; |
- de in het buitenland gevestigde werkgevers en hun in België | - de in het buitenland gevestigde werkgevers en hun in België |
gedetacheerde werknemers in de zin van de toepasselijke | gedetacheerde werknemers in de zin van de toepasselijke |
EEG-verordening inzake de sociale zekerheid. | EEG-verordening inzake de sociale zekerheid. |
Onder "werknemers" wordt verstaan : het mannelijk en vrouwelijk | Onder "werknemers" wordt verstaan : het mannelijk en vrouwelijk |
werklieden- en bediendepersoneel. | werklieden- en bediendepersoneel. |
Art. 3.Deze collectieve arbeidsovereenkomst is niet van toepassing op |
Art. 3.Deze collectieve arbeidsovereenkomst is niet van toepassing op |
: | : |
- werknemers met een contract van interimarbeid; | - werknemers met een contract van interimarbeid; |
- werknemers met een vakantie-, studenten- of IBO-contract | - werknemers met een vakantie-, studenten- of IBO-contract |
(individuele beroepsopleiding); | (individuele beroepsopleiding); |
- leerlingen waarvoor geen sociale zekerheidsbijdragen worden betaald | - leerlingen waarvoor geen sociale zekerheidsbijdragen worden betaald |
(erkende leerling van de middenstand, leerling met industrieel | (erkende leerling van de middenstand, leerling met industrieel |
leercontract, leerling in opleiding tot ondernemingshoofd, leerling | leercontract, leerling in opleiding tot ondernemingshoofd, leerling |
met een overeenkomst voor socioprofessionele inpassing, erkend door de | met een overeenkomst voor socioprofessionele inpassing, erkend door de |
gemeenschappen en gewesten, stagiair met een | gemeenschappen en gewesten, stagiair met een |
beroepsinlevingsovereenkomst); | beroepsinlevingsovereenkomst); |
- arbeidszorgmedewerkers en personen tewerkgesteld in het kader van | - arbeidszorgmedewerkers en personen tewerkgesteld in het kader van |
artikel 60, § 7 van de organieke wet van 8 juli 1976 op de inrichting | artikel 60, § 7 van de organieke wet van 8 juli 1976 op de inrichting |
van de OCMW's en een tewerkstelling in het kader van artikel 78 van | van de OCMW's en een tewerkstelling in het kader van artikel 78 van |
het koninklijk besluit van 25 november 1991, tenzij er sprake is van | het koninklijk besluit van 25 november 1991, tenzij er sprake is van |
een arbeidsovereenkomst; | een arbeidsovereenkomst; |
- werknemers die activiteiten uitoefenen terwijl zij al een wettelijk | - werknemers die activiteiten uitoefenen terwijl zij al een wettelijk |
rustpensioen genieten; | rustpensioen genieten; |
- erkende beroepsjournalisten gedurende de periode die in aanmerking | - erkende beroepsjournalisten gedurende de periode die in aanmerking |
komt voor het wettelijk aanvullend pensioen voor erkende | komt voor het wettelijk aanvullend pensioen voor erkende |
beroepsjournalisten, geregeld door het koninklijk besluit van 27 juli | beroepsjournalisten, geregeld door het koninklijk besluit van 27 juli |
1971 (Belgisch Staatsblad van 20 augustus 1971); | 1971 (Belgisch Staatsblad van 20 augustus 1971); |
- coöperanten van Belgische niet-gouvernementele organisaties, die | - coöperanten van Belgische niet-gouvernementele organisaties, die |
werken in het buitenland en voor wie een aansluiting bestaat bij de | werken in het buitenland en voor wie een aansluiting bestaat bij de |
Dienst voor de Overzeese Sociale Zekerheid; | Dienst voor de Overzeese Sociale Zekerheid; |
- niet aan RSZ onderworpen werknemers die occasioneel | - niet aan RSZ onderworpen werknemers die occasioneel |
sociaal-cultureel werk verrichten. | sociaal-cultureel werk verrichten. |
HOOFDSTUK III. - Pensioentoezegging | HOOFDSTUK III. - Pensioentoezegging |
Art. 4.§ 1. Op 31 december 2021 wordt een eenmalige toelage op de |
Art. 4.§ 1. Op 31 december 2021 wordt een eenmalige toelage op de |
individuele pensioenrekening gestort voor het jaar 2021. | individuele pensioenrekening gestort voor het jaar 2021. |
§ 2. De valutadatum vanaf wanneer het rendement toegekend wordt is 1 | § 2. De valutadatum vanaf wanneer het rendement toegekend wordt is 1 |
januari 2022. | januari 2022. |
Art. 5.§ 1. De toelage voor het jaar 2021 bedraagt maximaal 37,50 EUR |
Art. 5.§ 1. De toelage voor het jaar 2021 bedraagt maximaal 37,50 EUR |
per rechtgevend trimester in de periode tussen 1 januari 2021 en 31 | per rechtgevend trimester in de periode tussen 1 januari 2021 en 31 |
december 2021 voor zover : | december 2021 voor zover : |
- de aangeslotene in het jaar 2021 door een arbeidsovereenkomst | - de aangeslotene in het jaar 2021 door een arbeidsovereenkomst |
verbonden was met een organisatie waarop het pensioenreglement van | verbonden was met een organisatie waarop het pensioenreglement van |
toepassing is; | toepassing is; |
- én deze organisatie voor het jaar 2021 bijdragen betaalde in | - én deze organisatie voor het jaar 2021 bijdragen betaalde in |
uitvoering van de collectieve arbeidsovereenkomst van 15 februari 2011 | uitvoering van de collectieve arbeidsovereenkomst van 15 februari 2011 |
tot wijziging van de statuten en de benaming van het fonds voor | tot wijziging van de statuten en de benaming van het fonds voor |
bestaanszekerheid genaamd "Sociaal Fonds 327.01 tot aanvullende | bestaanszekerheid genaamd "Sociaal Fonds 327.01 tot aanvullende |
financiering tweede pensioenpijler" (registratienummer | financiering tweede pensioenpijler" (registratienummer |
103538/CO/327.01) en de collectieve arbeidsovereenkomst van 25 | 103538/CO/327.01) en de collectieve arbeidsovereenkomst van 25 |
februari 2021 tot vaststelling van het percentage van de bijdragen | februari 2021 tot vaststelling van het percentage van de bijdragen |
voor het jaar 2021 voor het fonds voor bestaanszekerheid genaamd | voor het jaar 2021 voor het fonds voor bestaanszekerheid genaamd |
"Sociaal Fonds 327.01 tot financiering tweede pensioenpijler" en tot | "Sociaal Fonds 327.01 tot financiering tweede pensioenpijler" en tot |
bepaling van de datum van aanvraag tot vrijstelling van bijdragen voor | bepaling van de datum van aanvraag tot vrijstelling van bijdragen voor |
het jaar 2021 (registratienummer 163904/CO/327.01). | het jaar 2021 (registratienummer 163904/CO/327.01). |
§ 2. De toelage voor het jaar 2021 bedraagt maximaal 21,26 EUR per | § 2. De toelage voor het jaar 2021 bedraagt maximaal 21,26 EUR per |
rechtgevend trimester in de periode tussen 1januari 2021 en 31 | rechtgevend trimester in de periode tussen 1januari 2021 en 31 |
december 2021 voor zover : | december 2021 voor zover : |
- de aangeslotene in het jaar 2021 door een arbeidsovereenkomst | - de aangeslotene in het jaar 2021 door een arbeidsovereenkomst |
verbonden was met een organisatie waarop het pensioenreglement van | verbonden was met een organisatie waarop het pensioenreglement van |
toepassing is; | toepassing is; |
- én deze organisatie voor het jaar 2021 een vrijstelling van | - én deze organisatie voor het jaar 2021 een vrijstelling van |
bijdragen had in uitvoering van de collectieve arbeidsovereenkomst van | bijdragen had in uitvoering van de collectieve arbeidsovereenkomst van |
15 februari 2011 tot wijziging van de statuten en de benaming van het | 15 februari 2011 tot wijziging van de statuten en de benaming van het |
fonds voor bestaanszekerheid genaamd "Sociaal Fonds 327.01 tot | fonds voor bestaanszekerheid genaamd "Sociaal Fonds 327.01 tot |
aanvullende financiering tweede pensioenpijler" (registratienummer | aanvullende financiering tweede pensioenpijler" (registratienummer |
103538/CO/327.01) en de collectieve arbeidsovereenkomst van 25 | 103538/CO/327.01) en de collectieve arbeidsovereenkomst van 25 |
februari 2021 tot vaststelling van het percentage van de bijdragen | februari 2021 tot vaststelling van het percentage van de bijdragen |
voor het jaar 2021 voor het fonds voor bestaanszekerheid genaamd | voor het jaar 2021 voor het fonds voor bestaanszekerheid genaamd |
"Sociaal Fonds 327.01 tot financiering tweede pensioenpijler" en tot | "Sociaal Fonds 327.01 tot financiering tweede pensioenpijler" en tot |
bepaling van de datum van aanvraag tot vrijstelling van bijdragen voor | bepaling van de datum van aanvraag tot vrijstelling van bijdragen voor |
het jaar 2021 (registratienummer 163904/CO/327.01). | het jaar 2021 (registratienummer 163904/CO/327.01). |
Art. 6.§ 1. De toelage wordt toegekend in verhouding tot de |
Art. 6.§ 1. De toelage wordt toegekend in verhouding tot de |
"contractuele arbeidstijd", zijnde [het gemiddeld aantal uren per week | "contractuele arbeidstijd", zijnde [het gemiddeld aantal uren per week |
van de werknemer] gedeeld door [het gemiddeld aantal uren per week van | van de werknemer] gedeeld door [het gemiddeld aantal uren per week van |
de maatpersoon]. | de maatpersoon]. |
Als de werknemer geen volledig trimester gewerkt heeft of in de loop | Als de werknemer geen volledig trimester gewerkt heeft of in de loop |
van een trimester van contractuele arbeidstijd is veranderd, wordt de | van een trimester van contractuele arbeidstijd is veranderd, wordt de |
contractuele arbeidstijd geproratiseerd in functie van het aantal | contractuele arbeidstijd geproratiseerd in functie van het aantal |
kalenderdagen van de arbeidsduur ten opzichte van het aantal | kalenderdagen van de arbeidsduur ten opzichte van het aantal |
kalenderdagen in het betrokken trimester. | kalenderdagen in het betrokken trimester. |
§ 2. Als de werknemer in de loop van het trimester met wettelijk | § 2. Als de werknemer in de loop van het trimester met wettelijk |
pensioen is gegaan wordt de contractuele arbeidstijd geproratiseerd in | pensioen is gegaan wordt de contractuele arbeidstijd geproratiseerd in |
functie van het aantal kalenderdagen tot de pensioendatum ten opzichte | functie van het aantal kalenderdagen tot de pensioendatum ten opzichte |
van het aantal kalenderdagen in het betrokken trimester. | van het aantal kalenderdagen in het betrokken trimester. |
§ 3. In geval van opzeggingsvergoeding wordt de toelage, bepaald in | § 3. In geval van opzeggingsvergoeding wordt de toelage, bepaald in |
deze collectieve arbeidsovereenkomst, toegekend voor de volledige | deze collectieve arbeidsovereenkomst, toegekend voor de volledige |
periode waarmee deze opzeggingsvergoeding overeenkomt, voor zover deze | periode waarmee deze opzeggingsvergoeding overeenkomt, voor zover deze |
periode een aanvang neemt in het jaar 2021 en de betrokken werknemer | periode een aanvang neemt in het jaar 2021 en de betrokken werknemer |
voorafgaand aan deze periode aan de voorwaarden van deze collectieve | voorafgaand aan deze periode aan de voorwaarden van deze collectieve |
arbeidsovereenkomst heeft voldaan. | arbeidsovereenkomst heeft voldaan. |
§ 4. De berekening van de toelage wordt vastgesteld op basis van de | § 4. De berekening van de toelage wordt vastgesteld op basis van de |
gegevens die meegedeeld werden door de Rijksdienst voor Sociale | gegevens die meegedeeld werden door de Rijksdienst voor Sociale |
Zekerheid via de Kruispuntbank voor Sociale Zekerheid. | Zekerheid via de Kruispuntbank voor Sociale Zekerheid. |
HOOFDSTUK IV. - Inwerkingtreding, geldigheidsduur en opzegging van de | HOOFDSTUK IV. - Inwerkingtreding, geldigheidsduur en opzegging van de |
collectieve arbeidsovereenkomst | collectieve arbeidsovereenkomst |
Art. 7.§ 1. Deze collectieve arbeidsovereenkomst treedt in werking op |
Art. 7.§ 1. Deze collectieve arbeidsovereenkomst treedt in werking op |
1 januari 2022 en is gesloten voor onbepaalde tijd. | 1 januari 2022 en is gesloten voor onbepaalde tijd. |
§ 2. Deze collectieve arbeidsovereenkomst kan door elk van de partijen | § 2. Deze collectieve arbeidsovereenkomst kan door elk van de partijen |
worden opgezegd vóór 30 juni van ieder kalenderjaar, met uitwerking op | worden opgezegd vóór 30 juni van ieder kalenderjaar, met uitwerking op |
1 januari van het daaropvolgend kalenderjaar. De opzegging moet | 1 januari van het daaropvolgend kalenderjaar. De opzegging moet |
betekend worden bij een ter post aangetekende brief, gericht aan de | betekend worden bij een ter post aangetekende brief, gericht aan de |
voorzitter van het Paritair Subcomité voor de Vlaamse sector van de | voorzitter van het Paritair Subcomité voor de Vlaamse sector van de |
beschutte werkplaatsen, de sociale werkplaatsen en de | beschutte werkplaatsen, de sociale werkplaatsen en de |
maatwerkbedrijven, die een kopie van de opzegging stuurt aan elke | maatwerkbedrijven, die een kopie van de opzegging stuurt aan elke |
ondertekenende partij. | ondertekenende partij. |
Art. 8.Overeenkomstig artikel 14 van de wet van 5 december 1968 |
Art. 8.Overeenkomstig artikel 14 van de wet van 5 december 1968 |
betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire | betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire |
comités worden, voor wat betreft de ondertekening van deze collectieve | comités worden, voor wat betreft de ondertekening van deze collectieve |
arbeidsovereenkomst, de handtekeningen van de personen die deze | arbeidsovereenkomst, de handtekeningen van de personen die deze |
aangaan namens de werknemersorganisaties enerzijds en namens de | aangaan namens de werknemersorganisaties enerzijds en namens de |
werkgeversorganisaties anderzijds, vervangen door de, door de | werkgeversorganisaties anderzijds, vervangen door de, door de |
voorzitter en de secretaris ondertekende en door de leden goedgekeurde | voorzitter en de secretaris ondertekende en door de leden goedgekeurde |
notulen van de vergadering. | notulen van de vergadering. |
Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 19 maart | Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 19 maart |
2023. | 2023. |
De Minister van Werk, | De Minister van Werk, |
P.-Y. DERMAGNE | P.-Y. DERMAGNE |