Koninklijk besluit tot vaststelling van de voorwaarden en modaliteiten volgens welke het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering een financiële tegemoetkoming toekent voor de werking van de Algemene unie der verpleegkundigen van België | Koninklijk besluit tot vaststelling van de voorwaarden en modaliteiten volgens welke het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering een financiële tegemoetkoming toekent voor de werking van de Algemene unie der verpleegkundigen van België |
---|---|
FEDERALE OVERHEIDSDIENST SOCIALE ZEKERHEID | FEDERALE OVERHEIDSDIENST SOCIALE ZEKERHEID |
19 APRIL 2018. - Koninklijk besluit tot vaststelling van de | 19 APRIL 2018. - Koninklijk besluit tot vaststelling van de |
voorwaarden en modaliteiten volgens welke het Rijksinstituut voor | voorwaarden en modaliteiten volgens welke het Rijksinstituut voor |
ziekte- en invaliditeitsverzekering een financiële tegemoetkoming | ziekte- en invaliditeitsverzekering een financiële tegemoetkoming |
toekent voor de werking van de Algemene unie der verpleegkundigen van | toekent voor de werking van de Algemene unie der verpleegkundigen van |
België | België |
FILIP, Koning der Belgen, | FILIP, Koning der Belgen, |
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. | Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. |
Gelet op de programmawet van 2 januari 2001, inzonderheid op artikel | Gelet op de programmawet van 2 januari 2001, inzonderheid op artikel |
59quater; | 59quater; |
Gelet op het advies van de Commissie voor begrotingscontrole gegeven | Gelet op het advies van de Commissie voor begrotingscontrole gegeven |
op 13 december 2017; | op 13 december 2017; |
Gelet op het advies van het Comité van de verzekering voor | Gelet op het advies van het Comité van de verzekering voor |
geneeskundige verzorging, gegeven op 18 december 2017; | geneeskundige verzorging, gegeven op 18 december 2017; |
Gelet op het advies van de Inspecteur van financiën, gegeven op 10 | Gelet op het advies van de Inspecteur van financiën, gegeven op 10 |
januari 2018; | januari 2018; |
Gelet op de akkoordbevinding van de Minister van Begroting, gegeven op | Gelet op de akkoordbevinding van de Minister van Begroting, gegeven op |
28 februari 2018; | 28 februari 2018; |
Gezien het artikel 8 van de wet van 15 december 2013 houdende diverse | Gezien het artikel 8 van de wet van 15 december 2013 houdende diverse |
bepalingen inzake administratieve vereenvoudiging, is dit besluit | bepalingen inzake administratieve vereenvoudiging, is dit besluit |
vrijgesteld van een regelgevingsimpactanalyse omdat het een formele | vrijgesteld van een regelgevingsimpactanalyse omdat het een formele |
beslissing betreft. | beslissing betreft. |
Op de voordracht van de Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid | Op de voordracht van de Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid |
en op het advies van de in Raad vergaderde Ministers, | en op het advies van de in Raad vergaderde Ministers, |
Hebben Wij besloten en besluiten Wij : | Hebben Wij besloten en besluiten Wij : |
Artikel 1.§ 1. Een jaarlijkse financiële tegemoetkoming van |
Artikel 1.§ 1. Een jaarlijkse financiële tegemoetkoming van |
371.473,85 euro wordt voor een periode van twee jaar toegekend aan de | 371.473,85 euro wordt voor een periode van twee jaar toegekend aan de |
Algemene unie der verpleegkundigen van België. | Algemene unie der verpleegkundigen van België. |
§ 2.De eerste tegemoetkoming wordt voor het jaar 2018 gestort. | § 2.De eerste tegemoetkoming wordt voor het jaar 2018 gestort. |
§ 3. Voor het jaar 2019 wordt het bedrag bedoeld in § 2 aangepast aan | § 3. Voor het jaar 2019 wordt het bedrag bedoeld in § 2 aangepast aan |
de index van de consumptieprijzen die van kracht zijn op 1 maart van | de index van de consumptieprijzen die van kracht zijn op 1 maart van |
het betrokken jaar. | het betrokken jaar. |
Art. 2.De tegemoetkoming kan enkel worden aangewend voor het |
Art. 2.De tegemoetkoming kan enkel worden aangewend voor het |
verrichten van personeels- en werkingsuitgaven die verband houden met | verrichten van personeels- en werkingsuitgaven die verband houden met |
de vertegenwoordiging van de Algemene unie der verpleegkundigen van | de vertegenwoordiging van de Algemene unie der verpleegkundigen van |
België in de verschillende organen waarin ze uitgenodigd wordt te | België in de verschillende organen waarin ze uitgenodigd wordt te |
zetelen, zoals vergoedingen, lonen, sociale lasten en kleine | zetelen, zoals vergoedingen, lonen, sociale lasten en kleine |
bureaukosten. | bureaukosten. |
Art. 3.Het jaarbedrag vastgesteld overeenkomstig artikel 1 wordt |
Art. 3.Het jaarbedrag vastgesteld overeenkomstig artikel 1 wordt |
gefinancierd ten laste van de administratiekosten van het | gefinancierd ten laste van de administratiekosten van het |
Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering. | Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering. |
Art. 4.§ 1. Het jaarbedrag dat wordt toegekend, wordt door het |
Art. 4.§ 1. Het jaarbedrag dat wordt toegekend, wordt door het |
Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering als volgt | Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering als volgt |
betaald : | betaald : |
1° 75 % van het bedrag vóór 31 maart van het desbetreffende jaar en | 1° 75 % van het bedrag vóór 31 maart van het desbetreffende jaar en |
wat 2018 betreft, in de maand die volgt op de bekendmaking van dit | wat 2018 betreft, in de maand die volgt op de bekendmaking van dit |
besluit in het Belgisch Staatsblad; | besluit in het Belgisch Staatsblad; |
2° 25 % binnen de drie maanden nadat de door de raad van bestuur van | 2° 25 % binnen de drie maanden nadat de door de raad van bestuur van |
de Algemene unie der verpleegkundigen van België goedgekeurde | de Algemene unie der verpleegkundigen van België goedgekeurde |
jaarrekening en het activiteitenrapport inclusief de besteding van de | jaarrekening en het activiteitenrapport inclusief de besteding van de |
middelen voor het desbetreffende jaar aan de administrateur-generaal | middelen voor het desbetreffende jaar aan de administrateur-generaal |
van het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering werd | van het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering werd |
overgemaakt. | overgemaakt. |
§ 2. Het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering | § 2. Het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering |
betaalt de bedragen op het bankrekeningnummer opgegeven door de | betaalt de bedragen op het bankrekeningnummer opgegeven door de |
Algemene unie der verpleegkundigen van België. | Algemene unie der verpleegkundigen van België. |
Art. 5.§ 1. De Algemene unie der verpleegkundigen van België voert de |
Art. 5.§ 1. De Algemene unie der verpleegkundigen van België voert de |
boekhouding overeenkomstig artikel 17, § 3, van de wet van 27 juni | boekhouding overeenkomstig artikel 17, § 3, van de wet van 27 juni |
1921 betreffende de verenigingen zonder winstoogmerk. | 1921 betreffende de verenigingen zonder winstoogmerk. |
§ 2. Ze houdt, ten behoeve van het Rekenhof, de bewijsstukken met | § 2. Ze houdt, ten behoeve van het Rekenhof, de bewijsstukken met |
betrekking tot de aanwending van de tegemoetkoming ter beschikking. | betrekking tot de aanwending van de tegemoetkoming ter beschikking. |
Art. 6.Indien uit de jaarrekening en het activiteitenrapport bedoeld |
Art. 6.Indien uit de jaarrekening en het activiteitenrapport bedoeld |
in artikel 4, § 1, 2°, blijkt dat de tegemoetkoming niet volledig werd | in artikel 4, § 1, 2°, blijkt dat de tegemoetkoming niet volledig werd |
aangewend voor de doeleinden bepaald in artikel 2, kan de Algemene | aangewend voor de doeleinden bepaald in artikel 2, kan de Algemene |
raad ingesteld bij de Dienst voor geneeskundige verzorging van het | raad ingesteld bij de Dienst voor geneeskundige verzorging van het |
Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering beslissen dat | Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering beslissen dat |
het bedrag bedoeld in artikel 4, § 1, 2°, niet wordt betaald. | het bedrag bedoeld in artikel 4, § 1, 2°, niet wordt betaald. |
Art. 7.Dit besluit treedt in werking op de eerste dag van de maand na |
Art. 7.Dit besluit treedt in werking op de eerste dag van de maand na |
die waarin het is bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad. | die waarin het is bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad. |
Art. 8.De Minister van Sociale zaken en Volksgezondheid is belast met |
Art. 8.De Minister van Sociale zaken en Volksgezondheid is belast met |
de uitvoering van dit besluit. | de uitvoering van dit besluit. |
Gegeven te Brussel, 19 april 2018. | Gegeven te Brussel, 19 april 2018. |
FILIP | FILIP |
Van Koningswege : | Van Koningswege : |
De Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, | De Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, |
M. DE BLOCK | M. DE BLOCK |