← Terug naar "Koninklijk besluit houdende, voor wat de Duitstalige Gemeenschap betreft, uitstel van de inwerkingtreding van de wet van 16 mei 2003 tot vaststelling van de algemene bepalingen die gelden voor de begrotingen, de controle op de subsidies en voor de boekhouding van de gemeenschappen en de gewesten, alsook voor de organisatie van de controle door het Rekenhof "
Koninklijk besluit houdende, voor wat de Duitstalige Gemeenschap betreft, uitstel van de inwerkingtreding van de wet van 16 mei 2003 tot vaststelling van de algemene bepalingen die gelden voor de begrotingen, de controle op de subsidies en voor de boekhouding van de gemeenschappen en de gewesten, alsook voor de organisatie van de controle door het Rekenhof | Koninklijk besluit houdende, voor wat de Duitstalige Gemeenschap betreft, uitstel van de inwerkingtreding van de wet van 16 mei 2003 tot vaststelling van de algemene bepalingen die gelden voor de begrotingen, de controle op de subsidies en voor de boekhouding van de gemeenschappen en de gewesten, alsook voor de organisatie van de controle door het Rekenhof |
---|---|
FEDERALE OVERHEIDSDIENST BUDGET EN BEHEERSCONTROLE | FEDERALE OVERHEIDSDIENST BUDGET EN BEHEERSCONTROLE |
18 MAART 2004. - Koninklijk besluit houdende, voor wat de Duitstalige | 18 MAART 2004. - Koninklijk besluit houdende, voor wat de Duitstalige |
Gemeenschap betreft, uitstel van de inwerkingtreding van de wet van 16 | Gemeenschap betreft, uitstel van de inwerkingtreding van de wet van 16 |
mei 2003 tot vaststelling van de algemene bepalingen die gelden voor | mei 2003 tot vaststelling van de algemene bepalingen die gelden voor |
de begrotingen, de controle op de subsidies en voor de boekhouding van | de begrotingen, de controle op de subsidies en voor de boekhouding van |
de gemeenschappen en de gewesten, alsook voor de organisatie van de | de gemeenschappen en de gewesten, alsook voor de organisatie van de |
controle door het Rekenhof | controle door het Rekenhof |
ADVIES 36.459/4 | ADVIES 36.459/4 |
VAN DE AFDELING WETGEVING | VAN DE AFDELING WETGEVING |
VAN DE RAAD VAN STATE | VAN DE RAAD VAN STATE |
De Raad van State, afdeling wetgeving, vierde kamer, op 26 januari | De Raad van State, afdeling wetgeving, vierde kamer, op 26 januari |
2004 door de Minister van Begroting verzocht hem van advies te dienen | 2004 door de Minister van Begroting verzocht hem van advies te dienen |
over een ontwerp van koninklijk besluit « houdende, voor wat de | over een ontwerp van koninklijk besluit « houdende, voor wat de |
Duitstalige Gemeenschap betreft, uitstel van de inwerkingtreding van | Duitstalige Gemeenschap betreft, uitstel van de inwerkingtreding van |
de wet van 16 mei 2003 tot vaststelling van de algemene bepalingen die | de wet van 16 mei 2003 tot vaststelling van de algemene bepalingen die |
gelden voor de begrotingen, de controle op de subsidies en voor de | gelden voor de begrotingen, de controle op de subsidies en voor de |
boekhouding van de gemeenschappen en de gewesten, alsook voor de | boekhouding van de gemeenschappen en de gewesten, alsook voor de |
organisatie van de controle door het Rekenhof », heeft op 11 februari | organisatie van de controle door het Rekenhof », heeft op 11 februari |
2004 het volgende advies gegeven : | 2004 het volgende advies gegeven : |
1. Het ontworpen besluit strekt ertoe de inwerkingtreding van de wet | 1. Het ontworpen besluit strekt ertoe de inwerkingtreding van de wet |
van 16 mei 2003 tot vaststelling van de algemene bepalingen die gelden | van 16 mei 2003 tot vaststelling van de algemene bepalingen die gelden |
voor de begrotingen, de controle op de subsidies en voor de | voor de begrotingen, de controle op de subsidies en voor de |
boekhouding van de gemeenschappen en de gewesten, alsook voor de | boekhouding van de gemeenschappen en de gewesten, alsook voor de |
organisatie van de controle door het Rekenhof, uit te stellen tot 1 | organisatie van de controle door het Rekenhof, uit te stellen tot 1 |
januari 2007. | januari 2007. |
Artikel 17 van die wet bepaalt het volgende : | Artikel 17 van die wet bepaalt het volgende : |
« Deze wet treedt in werking op 1 januari 2004. Op verzoek van de | « Deze wet treedt in werking op 1 januari 2004. Op verzoek van de |
regering van één van de in artikel 2 bedoelde gemeenschappen en | regering van één van de in artikel 2 bedoelde gemeenschappen en |
gewesten kan de Koning, op gezamenlijke voordracht van de Minister van | gewesten kan de Koning, op gezamenlijke voordracht van de Minister van |
Financiën en de Minister van Begroting, de datum van inwerkingtreding | Financiën en de Minister van Begroting, de datum van inwerkingtreding |
evenwel uitstellen, wat betreft de gemeenschap of het gewest dat erom | evenwel uitstellen, wat betreft de gemeenschap of het gewest dat erom |
heeft verzocht, tot ten laatste 1 januari 2007. » | heeft verzocht, tot ten laatste 1 januari 2007. » |
De wet van 16 mei 2003 is dus op 1 januari 2004 in werking getreden. | De wet van 16 mei 2003 is dus op 1 januari 2004 in werking getreden. |
Artikel 2 van het ontwerp bepaalt dat het besluit uitwerking zal | Artikel 2 van het ontwerp bepaalt dat het besluit uitwerking zal |
hebben met ingang van 31 december 2003. | hebben met ingang van 31 december 2003. |
Het ontworpen besluit zou dus tot gevolg hebben dat de wet van 16 mei | Het ontworpen besluit zou dus tot gevolg hebben dat de wet van 16 mei |
2003 geacht zou worden niet in werking te zijn getreden op 1 januari | 2003 geacht zou worden niet in werking te zijn getreden op 1 januari |
2004. | 2004. |
2. De niet-retroactiviteit van bestuurshandelingen is gebruikelijk, | 2. De niet-retroactiviteit van bestuurshandelingen is gebruikelijk, |
krachtens een algemeen rechtsbeginsel. Retroactiviteit kan evenwel | krachtens een algemeen rechtsbeginsel. Retroactiviteit kan evenwel |
worden gerechtvaardigd als daarvoor bij wet machtiging wordt gegeven. | worden gerechtvaardigd als daarvoor bij wet machtiging wordt gegeven. |
Bij ontstentenis van enige wettelijke machtiging kan retroactiviteit | Bij ontstentenis van enige wettelijke machtiging kan retroactiviteit |
enkel uitzonderlijk worden toegestaan, wanneer deze noodzakelijk is, | enkel uitzonderlijk worden toegestaan, wanneer deze noodzakelijk is, |
inzonderheid voor de continuïteit van de openbare dienst of voor de | inzonderheid voor de continuïteit van de openbare dienst of voor de |
regularisatie van een feitelijke of rechtelijke situatie en voor zover | regularisatie van een feitelijke of rechtelijke situatie en voor zover |
daarbij rekening wordt gehouden met de eisen inzake rechtszekerheid en | daarbij rekening wordt gehouden met de eisen inzake rechtszekerheid en |
individuele rechten. | individuele rechten. |
In het onderhavige geval machtigt de wet van 16 mei 2003 de Koning | In het onderhavige geval machtigt de wet van 16 mei 2003 de Koning |
weliswaar om de inwerkingtreding ervan uit te stellen, maar niet om | weliswaar om de inwerkingtreding ervan uit te stellen, maar niet om |
dat met terugwerkende kracht te doen. | dat met terugwerkende kracht te doen. |
De terugwerkende kracht van het ontworpen besluit kan alleen worden | De terugwerkende kracht van het ontworpen besluit kan alleen worden |
toegestaan indien daardoor geen afbreuk wordt gedaan aan de eisen | toegestaan indien daardoor geen afbreuk wordt gedaan aan de eisen |
inzake rechtszekerheid en daarbij de individuele rechten geëerbiedigd | inzake rechtszekerheid en daarbij de individuele rechten geëerbiedigd |
worden. | worden. |
Rechtszekerheid betekent dat de inhoud van het recht voorzienbaar en | Rechtszekerheid betekent dat de inhoud van het recht voorzienbaar en |
toegankelijk is, zodat iedereen in redelijke mate de gevolgen van een | toegankelijk is, zodat iedereen in redelijke mate de gevolgen van een |
bepaalde handeling kan voorzien, op het tijdstip dat die handeling | bepaalde handeling kan voorzien, op het tijdstip dat die handeling |
wordt verricht. | wordt verricht. |
3. Er dient dus te worden nagegaan of het retroactieve uitstel van de | 3. Er dient dus te worden nagegaan of het retroactieve uitstel van de |
inwerkingtreding van de wet van 16 mei 2003 geen afbreuk doet aan de | inwerkingtreding van de wet van 16 mei 2003 geen afbreuk doet aan de |
rechtszekerheid. | rechtszekerheid. |
3.1. De hoofdstukken I tot IV van die wet bevatten bepalingen | 3.1. De hoofdstukken I tot IV van die wet bevatten bepalingen |
betreffende de begrotingen, de boekhouding en de controle op de | betreffende de begrotingen, de boekhouding en de controle op de |
gemeenschappen en de gewesten door het Rekenhof. Die bepalingen doen | gemeenschappen en de gewesten door het Rekenhof. Die bepalingen doen |
noch rechten noch plichten ontstaan voor de burgers. Aangezien het | noch rechten noch plichten ontstaan voor de burgers. Aangezien het |
ontworpen besluit, overeenkomstig artikel 17 van de wet, er gekomen is | ontworpen besluit, overeenkomstig artikel 17 van de wet, er gekomen is |
op verzoek van de Regering van de Duitstalige Gemeenschap, wordt met | op verzoek van de Regering van de Duitstalige Gemeenschap, wordt met |
die bepalingen niet geraakt aan het recht op rechtszekerheid. | die bepalingen niet geraakt aan het recht op rechtszekerheid. |
De bepalingen van Hoofdstuk V inzake de controle op het verlenen en | De bepalingen van Hoofdstuk V inzake de controle op het verlenen en |
het gebruik van de door de gemeenschappen en gewesten toegekende | het gebruik van de door de gemeenschappen en gewesten toegekende |
subsidies, zijn in hoofdzaak gelijk aan die van de artikelen 55 tot 58 | subsidies, zijn in hoofdzaak gelijk aan die van de artikelen 55 tot 58 |
van de gecoördineerde wetten op de Rijkscomptabiliteit. Ze kunnen dus | van de gecoördineerde wetten op de Rijkscomptabiliteit. Ze kunnen dus |
evenmin afbreuk doen aan de rechtszekerheid. | evenmin afbreuk doen aan de rechtszekerheid. |
De artikelen 15 en 16, die Hoofdstuk VI vormen - Algemene bepalingen | De artikelen 15 en 16, die Hoofdstuk VI vormen - Algemene bepalingen |
inzake de verjaring, wijzigen de regels van verjaring vastgesteld in | inzake de verjaring, wijzigen de regels van verjaring vastgesteld in |
de artikelen 100 tot 106 van de gecoördineerde wetten op de | de artikelen 100 tot 106 van de gecoördineerde wetten op de |
Rijkscomptabiliteit. Die zijn, krachtens de artikelen 50, § 2, en 71, | Rijkscomptabiliteit. Die zijn, krachtens de artikelen 50, § 2, en 71, |
§ 1, van de bijzondere wet van 16 januari 1989 betreffende de | § 1, van de bijzondere wet van 16 januari 1989 betreffende de |
financiering van de Gemeenschappen en de Gewesten, van overeenkomstige | financiering van de Gemeenschappen en de Gewesten, van overeenkomstige |
toepassing op de gemeenschappen en de gewesten tot aan de | toepassing op de gemeenschappen en de gewesten tot aan de |
inwerkingtreding van de wet van 16 mei 2003 (1). | inwerkingtreding van de wet van 16 mei 2003 (1). |
Door de inwerkingtreding van de wet van 16 mei 2003 uit te stellen, | Door de inwerkingtreding van de wet van 16 mei 2003 uit te stellen, |
zou het ontworpen besluit dus de regeling inzake verjaring in het | zou het ontworpen besluit dus de regeling inzake verjaring in het |
voor- of in het nadeel van de gemeenschappen en de gewesten wijzigen | voor- of in het nadeel van de gemeenschappen en de gewesten wijzigen |
gedurende de periode die zou verlopen tussen 1 januari 2004 en de | gedurende de periode die zou verlopen tussen 1 januari 2004 en de |
datum van de bekendmaking ervan. Er dient te worden nagegaan of die | datum van de bekendmaking ervan. Er dient te worden nagegaan of die |
terugwerking geen afbreuk kan doen aan verjaringen die reeds zijn | terugwerking geen afbreuk kan doen aan verjaringen die reeds zijn |
ingetreden. | ingetreden. |
3.2. Artikel 15 van de wet bepaalt het volgende : « Onverminderd de | 3.2. Artikel 15 van de wet bepaalt het volgende : « Onverminderd de |
bepalingen van artikel 16 zijn de verjaringsregels van het gemeen | bepalingen van artikel 16 zijn de verjaringsregels van het gemeen |
recht van toepassing op de gemeenschappen en gewesten. » | recht van toepassing op de gemeenschappen en gewesten. » |
Daarmee heft deze bepaling voor de gemeenschappen en de gewesten | Daarmee heft deze bepaling voor de gemeenschappen en de gewesten |
impliciet artikel 100 van de gecoördineerde wetten op, dat luidt als | impliciet artikel 100 van de gecoördineerde wetten op, dat luidt als |
volgt : | volgt : |
« Verjaard en voorgoed ten voordele van de Staat vervallen zijn, | « Verjaard en voorgoed ten voordele van de Staat vervallen zijn, |
onverminderd de vervallenverklaringen ten gevolge van andere | onverminderd de vervallenverklaringen ten gevolge van andere |
wettelijke, reglementaire of terzake overeengekomen bepalingen : | wettelijke, reglementaire of terzake overeengekomen bepalingen : |
1° de schuldvorderingen, waarvan de (op) wettelijke of reglementaire | 1° de schuldvorderingen, waarvan de (op) wettelijke of reglementaire |
wijze bepaalde overlegging niet geschied is binnen een termijn van | wijze bepaalde overlegging niet geschied is binnen een termijn van |
vijf jaar te rekenen vanaf de eerste januari van het begrotingsjaar in | vijf jaar te rekenen vanaf de eerste januari van het begrotingsjaar in |
de loop waarvan zij zijn ontstaan; | de loop waarvan zij zijn ontstaan; |
2° de schuldvorderingen die, hoewel ze zijn overgelegd binnen de onder | 2° de schuldvorderingen die, hoewel ze zijn overgelegd binnen de onder |
1° bedoelde termijn, door de ministers niet zijn geordonnanceerd | 1° bedoelde termijn, door de ministers niet zijn geordonnanceerd |
binnen een termijn van vijf jaar te rekenen vanaf de eerste januari | binnen een termijn van vijf jaar te rekenen vanaf de eerste januari |
van het jaar gedurende hetwelk ze werden overgelegd; | van het jaar gedurende hetwelk ze werden overgelegd; |
3° alle andere schuldvorderingen, die niet zijn geordonnanceerd binnen | 3° alle andere schuldvorderingen, die niet zijn geordonnanceerd binnen |
een termijn van tien jaar te rekenen vanaf de eerste januari van het | een termijn van tien jaar te rekenen vanaf de eerste januari van het |
jaar van hun ontstaan. | jaar van hun ontstaan. |
Voor de schuldvorderingen die voortkomen uit vonnissen blijft evenwel | Voor de schuldvorderingen die voortkomen uit vonnissen blijft evenwel |
de tienjarige verjaring gelden; zij dienen te worden uitbetaald door | de tienjarige verjaring gelden; zij dienen te worden uitbetaald door |
de zorg van de Deposito- en Consignatiekas. » | de zorg van de Deposito- en Consignatiekas. » |
De verjaringstermijn schommelt dus tussen vier en vijf jaar voor | De verjaringstermijn schommelt dus tussen vier en vijf jaar voor |
schuldvorderingen die overgelegd moeten worden, en tussen negen en | schuldvorderingen die overgelegd moeten worden, en tussen negen en |
tien jaar voor schuldvorderingen die niet overgelegd hoeven te worden. | tien jaar voor schuldvorderingen die niet overgelegd hoeven te worden. |
De artikelen 2262 en 2262bis van het Burgerlijk Wetboek, die het | De artikelen 2262 en 2262bis van het Burgerlijk Wetboek, die het |
gemeen recht vormen, bepalen dat zakelijke rechtsvorderingen na dertig | gemeen recht vormen, bepalen dat zakelijke rechtsvorderingen na dertig |
jaar verjaren en dat persoonlijke rechtsvorderingen na tien jaar | jaar verjaren en dat persoonlijke rechtsvorderingen na tien jaar |
verjaren, met uitzondering van rechtsvorderingen tot vergoeding van | verjaren, met uitzondering van rechtsvorderingen tot vergoeding van |
schade op grond van buitencontractuele aansprakelijkheid, die verjaren | schade op grond van buitencontractuele aansprakelijkheid, die verjaren |
na vijf jaar vanaf de dag volgend op die waarop de benadeelde kennis | na vijf jaar vanaf de dag volgend op die waarop de benadeelde kennis |
heeft gekregen van de schade of van de verzwaring ervan en van de | heeft gekregen van de schade of van de verzwaring ervan en van de |
identiteit van de daarvoor aansprakelijke persoon. | identiteit van de daarvoor aansprakelijke persoon. |
Laatstgenoemde vorderingen verjaren in ieder geval na twintig jaar | Laatstgenoemde vorderingen verjaren in ieder geval na twintig jaar |
vanaf de dag volgend op die waarop het feit waardoor de schade is | vanaf de dag volgend op die waarop het feit waardoor de schade is |
veroorzaakt, zich heeft voorgedaan. | veroorzaakt, zich heeft voorgedaan. |
De nieuwe wet strekt er dus toe de verjaringstermijn met vijf tot zes | De nieuwe wet strekt er dus toe de verjaringstermijn met vijf tot zes |
jaar te verhogen, in ieder geval ten aanzien van schuldvorderingen die | jaar te verhogen, in ieder geval ten aanzien van schuldvorderingen die |
overgelegd moeten worden op « wettelijke of reglementaire wijze », en | overgelegd moeten worden op « wettelijke of reglementaire wijze », en |
die niet voortkomen uit schade waarbij sprake is van | die niet voortkomen uit schade waarbij sprake is van |
buitencontractuele aansprakelijkheid. Voor de overige | buitencontractuele aansprakelijkheid. Voor de overige |
schuldvorderingen wordt de verjaringstermijn ofwel behouden (2) ofwel | schuldvorderingen wordt de verjaringstermijn ofwel behouden (2) ofwel |
verlengd met een variabele duur (3). | verlengd met een variabele duur (3). |
Krachtens artikel 100 van de gecoördineerde wetten verjaren alle | Krachtens artikel 100 van de gecoördineerde wetten verjaren alle |
schuldvorderingen ten laste van de Staat op de eerste januari van, | schuldvorderingen ten laste van de Staat op de eerste januari van, |
naar gelang van het geval, het vijfde of het tiende jaar dat volgt op | naar gelang van het geval, het vijfde of het tiende jaar dat volgt op |
het jaar waarin ze zijn ontstaan. Indien het ontwerp vóór 1 januari | het jaar waarin ze zijn ontstaan. Indien het ontwerp vóór 1 januari |
2005 wordt bekendgemaakt, zou geen enkel probleem van rechtszekerheid | 2005 wordt bekendgemaakt, zou geen enkel probleem van rechtszekerheid |
rijzen ten aanzien van de schuldeisers van de Staat, omdat geen enkele | rijzen ten aanzien van de schuldeisers van de Staat, omdat geen enkele |
rechtsvordering die niet reeds op 1 januari 2004 is verjaard, vóór 1 | rechtsvordering die niet reeds op 1 januari 2004 is verjaard, vóór 1 |
januari 2005 kan verjaren, noch volgens de regels van het gemeen | januari 2005 kan verjaren, noch volgens de regels van het gemeen |
recht, noch krachtens artikel 100 van de gecoördineerde wetten. | recht, noch krachtens artikel 100 van de gecoördineerde wetten. |
3.3. Artikel 16 van de wet van 16 mei 2003 regelt de termijn | 3.3. Artikel 16 van de wet van 16 mei 2003 regelt de termijn |
waarbinnen inzake salarissen, voorschotten daarop en vergoedingen, | waarbinnen inzake salarissen, voorschotten daarop en vergoedingen, |
toelagen of uitkeringen, die een toebehoren van de salarissen vormen | toelagen of uitkeringen, die een toebehoren van de salarissen vormen |
of ermee gelijkstaan, de door de gemeenschappen en gewesten ten | of ermee gelijkstaan, de door de gemeenschappen en gewesten ten |
onrechte uitbetaalde sommen voorgoed vervallen aan hen die ze hebben | onrechte uitbetaalde sommen voorgoed vervallen aan hen die ze hebben |
ontvangen. Die termijn bedraagt vijf jaar te rekenen vanaf de eerste | ontvangen. Die termijn bedraagt vijf jaar te rekenen vanaf de eerste |
januari van het jaar van de betaling, tenzij de terugbetaling daarvan | januari van het jaar van de betaling, tenzij de terugbetaling daarvan |
is gevraagd vóór het verstrijken van die termijn. Hij is gelijk aan de | is gevraagd vóór het verstrijken van die termijn. Hij is gelijk aan de |
termijn bepaald in artikel 106 van de gecoördineerde wetten. | termijn bepaald in artikel 106 van de gecoördineerde wetten. |
Wanneer de onverschuldigde sommen zijn verkregen door bedrieglijke | Wanneer de onverschuldigde sommen zijn verkregen door bedrieglijke |
handelingen dan wel door valse of bewust onvolledige verklaringen, is | handelingen dan wel door valse of bewust onvolledige verklaringen, is |
de termijn vastgesteld in artikel 16, § 3, van de wet van 16 mei 2003 | de termijn vastgesteld in artikel 16, § 3, van de wet van 16 mei 2003 |
tien jaar, terwijl de termijn bepaald in de gecoördineerde wetten voor | tien jaar, terwijl de termijn bepaald in de gecoördineerde wetten voor |
hetzelfde geval, dertig jaar bedraagt (artikel 106, § 1, tweede lid). | hetzelfde geval, dertig jaar bedraagt (artikel 106, § 1, tweede lid). |
Zo ook bepalen de gecoördineerde wetten (artikel 106, § 2, tweede lid) | Zo ook bepalen de gecoördineerde wetten (artikel 106, § 2, tweede lid) |
dat het onverschuldigde bedrag gedurende dertig jaar kan worden | dat het onverschuldigde bedrag gedurende dertig jaar kan worden |
teruggevorderd, te rekenen vanaf de afgifte van de aangetekende brief | teruggevorderd, te rekenen vanaf de afgifte van de aangetekende brief |
waarbij de terugbetaling wordt gevorderd, terwijl artikel 16, § 2, | waarbij de terugbetaling wordt gevorderd, terwijl artikel 16, § 2, |
tweede lid, van de wet van 16 mei 2003 bepaalt dat die termijn « de | tweede lid, van de wet van 16 mei 2003 bepaalt dat die termijn « de |
termijn (is) die in het gemeen recht is bepaald voor de verjaring van | termijn (is) die in het gemeen recht is bepaald voor de verjaring van |
persoonlijke vorderingen », dat wil zeggen eveneens tien jaar, volgens | persoonlijke vorderingen », dat wil zeggen eveneens tien jaar, volgens |
artikel 2262bis van het Burgerlijk Wetboek. | artikel 2262bis van het Burgerlijk Wetboek. |
De rechtspraak zegt het volgende : « Wanneer, in burgerlijke zaken, | De rechtspraak zegt het volgende : « Wanneer, in burgerlijke zaken, |
een wet, zelfs van openbare orde, voor de verjaring van een vordering | een wet, zelfs van openbare orde, voor de verjaring van een vordering |
een kortere termijn bepaalt dan deze door de vorige wetgeving | een kortere termijn bepaalt dan deze door de vorige wetgeving |
voorzien, en het recht tot de vordering vóór het inwerking treden van | voorzien, en het recht tot de vordering vóór het inwerking treden van |
de nieuwe wet is ontstaan, begint die nieuwe termijn slechts te lopen | de nieuwe wet is ontstaan, begint die nieuwe termijn slechts te lopen |
vanaf die inwerkingtreding, behalve stellige strijdige wil van de | vanaf die inwerkingtreding, behalve stellige strijdige wil van de |
wetgever; niettemin kan de gehele duur van de verjaring de door de | wetgever; niettemin kan de gehele duur van de verjaring de door de |
oude wet voorziene termijn niet overtreffen. » (4). | oude wet voorziene termijn niet overtreffen. » (4). |
Aangezien de termijnen waarin artikel 16 van de wet van 16 mei 2003 | Aangezien de termijnen waarin artikel 16 van de wet van 16 mei 2003 |
voorziet, ofwel gelijk zijn aan, ofwel korter zijn dan die waarin de | voorziet, ofwel gelijk zijn aan, ofwel korter zijn dan die waarin de |
gecoördineerde wetten voorzien, zal met het ontworpen besluit geen | gecoördineerde wetten voorzien, zal met het ontworpen besluit geen |
afbreuk worden gedaan aan verkregen rechten. Geen enkele | afbreuk worden gedaan aan verkregen rechten. Geen enkele |
schuldvordering in het voordeel van de gemeenschap of het gewest die | schuldvordering in het voordeel van de gemeenschap of het gewest die |
niet verjaard zou zijn met toepassing van de gecoördineerde wetten, | niet verjaard zou zijn met toepassing van de gecoördineerde wetten, |
zou immers verjaard kunnen zijn met toepassing van artikel 16 van de | zou immers verjaard kunnen zijn met toepassing van artikel 16 van de |
wet van 16 mei 2003 (5). | wet van 16 mei 2003 (5). |
4. Het besluit is dan ook dat de terugwerking van het ontwerp geen | 4. Het besluit is dan ook dat de terugwerking van het ontwerp geen |
aanleiding geeft tot bezwaren. | aanleiding geeft tot bezwaren. |
De kamer was samengesteld uit : | De kamer was samengesteld uit : |
Mevr. M.-L. Willot-Thomas, kamervoorzitter; | Mevr. M.-L. Willot-Thomas, kamervoorzitter; |
de heren : | de heren : |
P. Liénardy, P. Vandernoot, Staatsraden; | P. Liénardy, P. Vandernoot, Staatsraden; |
Mevr. C. Gigot, griffier. | Mevr. C. Gigot, griffier. |
Het verslag werd uitgebracht door de H. L. Detroux, auditeur. | Het verslag werd uitgebracht door de H. L. Detroux, auditeur. |
De overeenstemming tussen de Franse en de Nederlandse tekst werd | De overeenstemming tussen de Franse en de Nederlandse tekst werd |
nagezien onder toezicht van de H. P. Liénardy. | nagezien onder toezicht van de H. P. Liénardy. |
De griffier, | De griffier, |
C. Gigot. | C. Gigot. |
De voorzitter, | De voorzitter, |
M.-L. Willot-Thomas. | M.-L. Willot-Thomas. |
_______ | _______ |
Nota's | Nota's |
(1) Arbitragehof, arrest nr. 189/2002, B.4. | (1) Arbitragehof, arrest nr. 189/2002, B.4. |
(2) Voor schuldvorderingen ontstaan op een eerste januari die niet | (2) Voor schuldvorderingen ontstaan op een eerste januari die niet |
overgelegd hoeven te worden, en voor rechtsvorderingen tot vergoeding | overgelegd hoeven te worden, en voor rechtsvorderingen tot vergoeding |
van schade op grond van buitencontractuele aansprakelijkheid, wanneer | van schade op grond van buitencontractuele aansprakelijkheid, wanneer |
de schade berokkend is op een eerste januari en de benadeelde de dag | de schade berokkend is op een eerste januari en de benadeelde de dag |
zelf kennis heeft gekregen van de schade of van de eventuele | zelf kennis heeft gekregen van de schade of van de eventuele |
verzwaring daarvan, alsook van de identiteit van de daarvoor | verzwaring daarvan, alsook van de identiteit van de daarvoor |
aansprakelijke persoon. | aansprakelijke persoon. |
(3) Het aanvangspunt van de verjaringstermijn is immers gewijzigd voor | (3) Het aanvangspunt van de verjaringstermijn is immers gewijzigd voor |
schuldvorderingen die voortkomen uit schade waarbij sprake is van | schuldvorderingen die voortkomen uit schade waarbij sprake is van |
buitencontractuele aansprakelijkheid van de gemeenschap of het gewest | buitencontractuele aansprakelijkheid van de gemeenschap of het gewest |
: voor artikel 100 van de gecoördineerde wetten, gaat het om de eerste | : voor artikel 100 van de gecoördineerde wetten, gaat het om de eerste |
januari van het begrotingsjaar in de loop waarvan de schuldvordering | januari van het begrotingsjaar in de loop waarvan de schuldvordering |
is ontstaan, terwijl het voor artikel 2262bis van het Burgerlijk | is ontstaan, terwijl het voor artikel 2262bis van het Burgerlijk |
Wetboek, ofwel gaat om de dag volgend op die waarop de benadeelde | Wetboek, ofwel gaat om de dag volgend op die waarop de benadeelde |
kennis heeft gekregen van de schade of van de verzwaring ervan en van | kennis heeft gekregen van de schade of van de verzwaring ervan en van |
de identiteit van de daarvoor aansprakelijke persoon (een termijn van | de identiteit van de daarvoor aansprakelijke persoon (een termijn van |
vijf jaar), ofwel om de dag volgend op die waarop het feit waardoor de | vijf jaar), ofwel om de dag volgend op die waarop het feit waardoor de |
schade is veroorzaakt, zich heeft voorgedaan (een termijn van twintig | schade is veroorzaakt, zich heeft voorgedaan (een termijn van twintig |
jaar). | jaar). |
(4) Cass., 4 oktober 1957, Arr. Cass., 1958, blz. 50. Zie advies | (4) Cass., 4 oktober 1957, Arr. Cass., 1958, blz. 50. Zie advies |
25.428, uitgebracht op 14 april 1997 over een voorontwerp dat de wet | 25.428, uitgebracht op 14 april 1997 over een voorontwerp dat de wet |
van 10 juni 1998 tot wijziging van sommige bepalingen betreffende de | van 10 juni 1998 tot wijziging van sommige bepalingen betreffende de |
verjaring is geworden (gedr. st., Kamer, zitting 1996-1997, nr. | verjaring is geworden (gedr. st., Kamer, zitting 1996-1997, nr. |
1087/1). | 1087/1). |
(5) De verkortingen van verjaringstermijnen, waarin artikel 16, § 2, | (5) De verkortingen van verjaringstermijnen, waarin artikel 16, § 2, |
tweede lid, en § 3, van de wet van 16 mei 2003 voorziet, zullen immers | tweede lid, en § 3, van de wet van 16 mei 2003 voorziet, zullen immers |
pas tien jaar na de inwerkingtreding van de wet uitwerking hebben. | pas tien jaar na de inwerkingtreding van de wet uitwerking hebben. |
18 MAART 2004. - Koninklijk besluit houdende, voor wat de Duitstalige | 18 MAART 2004. - Koninklijk besluit houdende, voor wat de Duitstalige |
Gemeenschap betreft, uitstel van de inwerkingtreding van de wet van 16 | Gemeenschap betreft, uitstel van de inwerkingtreding van de wet van 16 |
mei 2003 tot vaststelling van de algemene bepalingen die gelden voor | mei 2003 tot vaststelling van de algemene bepalingen die gelden voor |
de begrotingen, de controle op de subsidies en voor de boekhouding van | de begrotingen, de controle op de subsidies en voor de boekhouding van |
de gemeenschappen en de gewesten, alsook voor de organisatie van de | de gemeenschappen en de gewesten, alsook voor de organisatie van de |
controle door het Rekenhof | controle door het Rekenhof |
ALBERT II, Koning der Belgen, | ALBERT II, Koning der Belgen, |
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. | Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. |
Gelet op de wet van 16 mei 2003 tot vaststelling van de algemene | Gelet op de wet van 16 mei 2003 tot vaststelling van de algemene |
bepalingen die gelden voor de begrotingen, de controle op de subsidies | bepalingen die gelden voor de begrotingen, de controle op de subsidies |
en voor de boekhouding van de gemeenschappen en de gewesten, alsook | en voor de boekhouding van de gemeenschappen en de gewesten, alsook |
voor de organisatie van de controle door het Rekenhof, inzonderheid op | voor de organisatie van de controle door het Rekenhof, inzonderheid op |
artikel 17; | artikel 17; |
Gelet op het verzoek van de Regering van de Duitstalige Gemeenschap | Gelet op het verzoek van de Regering van de Duitstalige Gemeenschap |
ingediend door zijn Minister-Voorzitter, op 17 november 2003; | ingediend door zijn Minister-Voorzitter, op 17 november 2003; |
Overwegende dat nog moet gewacht worden op de aanneming van het | Overwegende dat nog moet gewacht worden op de aanneming van het |
koninklijk besluit bedoeld in artikel 5 van bovengenoemde wet, dat het | koninklijk besluit bedoeld in artikel 5 van bovengenoemde wet, dat het |
genormaliseerd boekhoudplan en zijn werking zal regelen; | genormaliseerd boekhoudplan en zijn werking zal regelen; |
Overwegende dat de Duitstalige Gemeenschap daarna haar eigen | Overwegende dat de Duitstalige Gemeenschap daarna haar eigen |
reglementering zal moeten uitwerken; | reglementering zal moeten uitwerken; |
Overwegende dat alle praktische vragen inzake organisatie, informatica | Overwegende dat alle praktische vragen inzake organisatie, informatica |
en vorming van het personeel concrete zullen moeten aangesneden | en vorming van het personeel concrete zullen moeten aangesneden |
worden; | worden; |
Overwegende dat de oprichting van dit nieuw begrotings- en | Overwegende dat de oprichting van dit nieuw begrotings- en |
boekhoudsysteem meerdere jaren in beslag zal nemen; | boekhoudsysteem meerdere jaren in beslag zal nemen; |
Gelet op het advies van de Raad van State, | Gelet op het advies van de Raad van State, |
Op de voordracht van Onze Minister van Begroting en van Onze Minister | Op de voordracht van Onze Minister van Begroting en van Onze Minister |
van Financiën, | van Financiën, |
Hebben Wij besloten en besluiten Wij : | Hebben Wij besloten en besluiten Wij : |
Artikel 1.Voor wat betreft de Duitstalige Gemeenschap wordt de |
Artikel 1.Voor wat betreft de Duitstalige Gemeenschap wordt de |
inwerkingtreding van de wet van 16 mei 2003 tot vaststelling van de | inwerkingtreding van de wet van 16 mei 2003 tot vaststelling van de |
algemene bepalingen die gelden voor de begrotingen, de controle op de | algemene bepalingen die gelden voor de begrotingen, de controle op de |
subsidies en voor de boekhouding van de gemeenschappen en de gewesten, | subsidies en voor de boekhouding van de gemeenschappen en de gewesten, |
alsook voor de organisatie van de controle door het Rekenhof, | alsook voor de organisatie van de controle door het Rekenhof, |
uitgesteld tot 1 januari 2007. | uitgesteld tot 1 januari 2007. |
Art. 2.Dit besluit treedt in werking met ingang van 31 december 2003. |
Art. 2.Dit besluit treedt in werking met ingang van 31 december 2003. |
Art. 3.Onze Minister van Begroting en Onze Minister van Financiën |
Art. 3.Onze Minister van Begroting en Onze Minister van Financiën |
zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit. | zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit. |
Gegeven te Brussel, 18 maart 2004. | Gegeven te Brussel, 18 maart 2004. |
ALBERT | ALBERT |
Van Koningswege : | Van Koningswege : |
De Minister van Begroting, | De Minister van Begroting, |
J. VANDE LANOTTE | J. VANDE LANOTTE |
De Minister van Financiën, | De Minister van Financiën, |
D. REYNDERS | D. REYNDERS |