Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 3 maart 2020, gesloten in het Paritair Subcomité voor de terugwinning van papier, betreffende de instelling van maatregelen ten voordele van de vorming en opleiding van risicogroepen ten laste van het "Sociaal Fonds voor de ondernemingen voor recuperatie van papier" | Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 3 maart 2020, gesloten in het Paritair Subcomité voor de terugwinning van papier, betreffende de instelling van maatregelen ten voordele van de vorming en opleiding van risicogroepen ten laste van het "Sociaal Fonds voor de ondernemingen voor recuperatie van papier" |
---|---|
FEDERALE OVERHEIDSDIENST WERKGELEGENHEID, ARBEID EN SOCIAAL OVERLEG | FEDERALE OVERHEIDSDIENST WERKGELEGENHEID, ARBEID EN SOCIAAL OVERLEG |
17 SEPTEMBER 2020. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend | 17 SEPTEMBER 2020. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend |
wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 3 maart 2020, | wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 3 maart 2020, |
gesloten in het Paritair Subcomité voor de terugwinning van papier, | gesloten in het Paritair Subcomité voor de terugwinning van papier, |
betreffende de instelling van maatregelen ten voordele van de vorming | betreffende de instelling van maatregelen ten voordele van de vorming |
en opleiding van risicogroepen ten laste van het "Sociaal Fonds voor | en opleiding van risicogroepen ten laste van het "Sociaal Fonds voor |
de ondernemingen voor recuperatie van papier" (1) | de ondernemingen voor recuperatie van papier" (1) |
FILIP, Koning der Belgen, | FILIP, Koning der Belgen, |
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. | Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. |
Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve | Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve |
arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel | arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel |
28; | 28; |
Gelet op het verzoek van het Paritair Subcomité voor de terugwinning | Gelet op het verzoek van het Paritair Subcomité voor de terugwinning |
van papier; | van papier; |
Op de voordracht van de Minister van Werk, | Op de voordracht van de Minister van Werk, |
Hebben Wij besloten en besluiten Wij : | Hebben Wij besloten en besluiten Wij : |
Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage |
Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage |
overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 3 maart 2020, gesloten | overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 3 maart 2020, gesloten |
in het Paritair Subcomité voor de terugwinning van papier, betreffende | in het Paritair Subcomité voor de terugwinning van papier, betreffende |
de instelling van maatregelen ten voordele van de vorming en opleiding | de instelling van maatregelen ten voordele van de vorming en opleiding |
van risicogroepen ten laste van het "Sociaal Fonds voor de | van risicogroepen ten laste van het "Sociaal Fonds voor de |
ondernemingen voor recuperatie van papier". | ondernemingen voor recuperatie van papier". |
Art. 2.De minister bevoegd voor Werk is belast met de uitvoering van |
Art. 2.De minister bevoegd voor Werk is belast met de uitvoering van |
dit besluit. | dit besluit. |
Gegeven te Brussel, 17 september 2020. | Gegeven te Brussel, 17 september 2020. |
FILIP | FILIP |
Van Koningswege : | Van Koningswege : |
De Minister van Werk, | De Minister van Werk, |
N. MUYLLE | N. MUYLLE |
_______ | _______ |
Nota | Nota |
(1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad : | (1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad : |
Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969. | Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969. |
Bijlage | Bijlage |
Paritair Subcomité voor de terugwinning van papier | Paritair Subcomité voor de terugwinning van papier |
Collectieve arbeidsovereenkomst van 3 maart 2020 | Collectieve arbeidsovereenkomst van 3 maart 2020 |
Instelling van maatregelen ten voordele van de vorming en opleiding | Instelling van maatregelen ten voordele van de vorming en opleiding |
van risicogroepen ten laste van het "Sociaal Fonds voor de | van risicogroepen ten laste van het "Sociaal Fonds voor de |
ondernemingen voor recuperatie van papier" (Overeenkomst geregistreerd | ondernemingen voor recuperatie van papier" (Overeenkomst geregistreerd |
op 19 maart 2020 onder het nummer 157762/CO/142.03) | op 19 maart 2020 onder het nummer 157762/CO/142.03) |
HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied | HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied |
Artikel 1.Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op |
Artikel 1.Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op |
de werkgevers en op de arbeiders van de ondernemingen die ressorteren | de werkgevers en op de arbeiders van de ondernemingen die ressorteren |
onder het Paritair Subcomité voor de terugwinning van papier. | onder het Paritair Subcomité voor de terugwinning van papier. |
Voor de toepassing van deze collectieve arbeidsovereenkomst wordt | Voor de toepassing van deze collectieve arbeidsovereenkomst wordt |
onder "arbeiders" verstaan : de mannelijke en vrouwelijke werklieden. | onder "arbeiders" verstaan : de mannelijke en vrouwelijke werklieden. |
HOOFDSTUK II. - Principe en definitie van risicogroepen | HOOFDSTUK II. - Principe en definitie van risicogroepen |
Art. 2.De bij artikel 1 bedoelde werkgevers die in de loop van 2020 |
Art. 2.De bij artikel 1 bedoelde werkgevers die in de loop van 2020 |
en 2021 initiatieven nemen of genomen hebben die gericht zijn op het | en 2021 initiatieven nemen of genomen hebben die gericht zijn op het |
laten volgen van een omscholings- of bijscholingsprogramma door : | laten volgen van een omscholings- of bijscholingsprogramma door : |
- risicogroepen zoals omschreven in hoofdstuk III, afdeling VI, | - risicogroepen zoals omschreven in hoofdstuk III, afdeling VI, |
artikel 105 van de wet van 26 maart 1999; | artikel 105 van de wet van 26 maart 1999; |
en/of | en/of |
- de laaggeschoolde werknemers die geconfronteerd worden met | - de laaggeschoolde werknemers die geconfronteerd worden met |
collectief ontslag, herstructurering of de invoering van nieuwe | collectief ontslag, herstructurering of de invoering van nieuwe |
technologieën, | technologieën, |
kunnen ten laste van het "Sociaal Fonds voor de onderneming voor | kunnen ten laste van het "Sociaal Fonds voor de onderneming voor |
recuperatie van papier" genieten van een forfaitaire tegemoetkoming. | recuperatie van papier" genieten van een forfaitaire tegemoetkoming. |
Art. 3.Onder "risicogroepen" wordt begrepen : |
Art. 3.Onder "risicogroepen" wordt begrepen : |
1. De langdurige werkloze : | 1. De langdurige werkloze : |
a) de werkloze die, gedurende de zes maanden voorafgaand aan zijn | a) de werkloze die, gedurende de zes maanden voorafgaand aan zijn |
indienstneming, zonder onderbreking werkloosheids- of wachtuitkeringen | indienstneming, zonder onderbreking werkloosheids- of wachtuitkeringen |
heeft genoten voor alle dagen van de week; | heeft genoten voor alle dagen van de week; |
b) de werkzoekende die, gedurende de zes maanden voorafgaand aan zijn | b) de werkzoekende die, gedurende de zes maanden voorafgaand aan zijn |
indienstneming, uitsluitend deeltijds heeft gewerkt om aan de | indienstneming, uitsluitend deeltijds heeft gewerkt om aan de |
werkloosheid te ontsnappen en/of als uitzendkracht; | werkloosheid te ontsnappen en/of als uitzendkracht; |
2. De laaggeschoolde werkloze : | 2. De laaggeschoolde werkloze : |
de werkzoekende van meer dan 18 jaar die geen houder is van : | de werkzoekende van meer dan 18 jaar die geen houder is van : |
- ofwel een universitair diploma; | - ofwel een universitair diploma; |
- ofwel een diploma of een getuigschrift van het hoger technisch | - ofwel een diploma of een getuigschrift van het hoger technisch |
onderwijs van het lange of korte type; | onderwijs van het lange of korte type; |
- ofwel een getuigschrift van het hoger secundair onderwijs; | - ofwel een getuigschrift van het hoger secundair onderwijs; |
3. De gehandicapte werkloze : | 3. De gehandicapte werkloze : |
de werkzoekende die, op het ogenblik van zijn indienstneming bij het | de werkzoekende die, op het ogenblik van zijn indienstneming bij het |
Rijksfonds voor sociale reclassering van de mindervaliden is | Rijksfonds voor sociale reclassering van de mindervaliden is |
ingeschreven; | ingeschreven; |
4. De deeltijds leerplichtige : | 4. De deeltijds leerplichtige : |
de werkzoekende van minder dan 18 jaar die nog onder de leerplicht | de werkzoekende van minder dan 18 jaar die nog onder de leerplicht |
valt en die het secundair onderwijs met volledig leerplan niet meer | valt en die het secundair onderwijs met volledig leerplan niet meer |
volgt; | volgt; |
5. De herintreder : | 5. De herintreder : |
de werkzoekende die tegelijk aan de volgende voorwaarden voldoet : | de werkzoekende die tegelijk aan de volgende voorwaarden voldoet : |
- geen werkloosheidsuitkeringen of loopbaanonderbrekingsuitkeringen | - geen werkloosheidsuitkeringen of loopbaanonderbrekingsuitkeringen |
hebben genoten gedurende de periode van drie jaar voorafgaand aan de | hebben genoten gedurende de periode van drie jaar voorafgaand aan de |
indiensttreding; | indiensttreding; |
- geen beroepsactiviteit hebben uitgeoefend gedurende de periode van | - geen beroepsactiviteit hebben uitgeoefend gedurende de periode van |
drie jaar die zijn indienstneming voorafgaat; | drie jaar die zijn indienstneming voorafgaat; |
- vóór de periode van drie jaar, bedoeld in de twee vorige punten, | - vóór de periode van drie jaar, bedoeld in de twee vorige punten, |
zijn beroepsactiviteit hebben onderbroken, ofwel nooit een dergelijke | zijn beroepsactiviteit hebben onderbroken, ofwel nooit een dergelijke |
activiteit begonnen zijn; | activiteit begonnen zijn; |
6. De werkzoekende die op het ogenblik van zijn indienstneming een | 6. De werkzoekende die op het ogenblik van zijn indienstneming een |
leefloon geniet; | leefloon geniet; |
7. De oudere werkloze : de werkzoekende van 50 jaar en ouder; | 7. De oudere werkloze : de werkzoekende van 50 jaar en ouder; |
8. De werkzoekende die een begeleidingsplan heeft gevolgd; | 8. De werkzoekende die een begeleidingsplan heeft gevolgd; |
9. De laaggeschoolde werknemer die geen houder is van : | 9. De laaggeschoolde werknemer die geen houder is van : |
- ofwel een universitair diploma; | - ofwel een universitair diploma; |
- ofwel een diploma of getuigschrift van het hoger technisch onderwijs | - ofwel een diploma of getuigschrift van het hoger technisch onderwijs |
van het lange of korte type; | van het lange of korte type; |
- ofwel een getuigschrift van het hoger secundair technisch onderwijs; | - ofwel een getuigschrift van het hoger secundair technisch onderwijs; |
10. De werknemer met een onaangepaste of een ontoereikende | 10. De werknemer met een onaangepaste of een ontoereikende |
beroepsbekwaamheid : | beroepsbekwaamheid : |
- de werknemer die naar een andere functie moet worden | - de werknemer die naar een andere functie moet worden |
geheroriënteerd; | geheroriënteerd; |
- de werknemer waarvan de beroepsbekwaamheid onaangepast of | - de werknemer waarvan de beroepsbekwaamheid onaangepast of |
ontoereikend is geworden tengevolge van de technische evolutie. | ontoereikend is geworden tengevolge van de technische evolutie. |
Art. 4.Het bedrag van de forfaitaire tegemoetkoming wordt vastgesteld |
Art. 4.Het bedrag van de forfaitaire tegemoetkoming wordt vastgesteld |
op 75,00 EUR per maand gedurende maximum 12 maanden. | op 75,00 EUR per maand gedurende maximum 12 maanden. |
Art. 5.Bij werkloosheid met bedrijfstoeslag zal de vervangingsplicht |
Art. 5.Bij werkloosheid met bedrijfstoeslag zal de vervangingsplicht |
bij voorrang worden ingevuld met personen behorend tot de | bij voorrang worden ingevuld met personen behorend tot de |
risicogroepen, zoals omschreven in artikel 3. | risicogroepen, zoals omschreven in artikel 3. |
Art. 6.De raad van bestuur van het fonds wordt belast met de |
Art. 6.De raad van bestuur van het fonds wordt belast met de |
uitvoering van deze collectieve arbeidsovereenkomst en met het | uitvoering van deze collectieve arbeidsovereenkomst en met het |
toezicht op de aanvragen, de opleidingsprogramma's en de afrekening | toezicht op de aanvragen, de opleidingsprogramma's en de afrekening |
van de gevraagde financiële tussenkomsten. | van de gevraagde financiële tussenkomsten. |
Art. 7.De raad van bestuur maakt jaarlijks een evaluatie van de |
Art. 7.De raad van bestuur maakt jaarlijks een evaluatie van de |
gedane inspanningen welke bij het verslag van het fonds aan het | gedane inspanningen welke bij het verslag van het fonds aan het |
paritair subcomité wordt gevoegd. | paritair subcomité wordt gevoegd. |
HOOFDSTUK III. - Buitengewone bijdrage | HOOFDSTUK III. - Buitengewone bijdrage |
Art. 8.Overeenkomstig titel XIII, hoofdstuk VIII, afdeling 1 van de |
Art. 8.Overeenkomstig titel XIII, hoofdstuk VIII, afdeling 1 van de |
wet van 27 december 2006 houdende diverse bepalingen, gepubliceerd in | wet van 27 december 2006 houdende diverse bepalingen, gepubliceerd in |
het Belgisch Staatsblad van 28 december 2006, en haar | het Belgisch Staatsblad van 28 december 2006, en haar |
uitvoeringsbesluit van 26 april 2009 ter activering van de inspanning | uitvoeringsbesluit van 26 april 2009 ter activering van de inspanning |
ten voordele van personen die tot de risicogroepen behoren en van de | ten voordele van personen die tot de risicogroepen behoren en van de |
inspanning ten bate van de actieve begeleiding en opvolging van | inspanning ten bate van de actieve begeleiding en opvolging van |
werklozen voor de periode 2009-2010, gepubliceerd in het Belgisch | werklozen voor de periode 2009-2010, gepubliceerd in het Belgisch |
Staatsblad van 18 mei 2009, wordt een buitengewone werkgeversbijdrage | Staatsblad van 18 mei 2009, wordt een buitengewone werkgeversbijdrage |
aan het sociaal fonds voorzien vanaf 1 januari 2020 tot en met 31 | aan het sociaal fonds voorzien vanaf 1 januari 2020 tot en met 31 |
december 2021, overeenkomstig artikel 28, alinea 2 van de statuten van | december 2021, overeenkomstig artikel 28, alinea 2 van de statuten van |
het "Sociaal Fonds voor de ondernemingen voor recuperatie van papier", | het "Sociaal Fonds voor de ondernemingen voor recuperatie van papier", |
vastgesteld bij de collectieve arbeidsovereenkomst van 26 november | vastgesteld bij de collectieve arbeidsovereenkomst van 26 november |
2019, gesloten in het Paritair Subcomité voor de terugwinning van | 2019, gesloten in het Paritair Subcomité voor de terugwinning van |
papier (156813/CO/142.03), houdende wijziging en coördinatie van de | papier (156813/CO/142.03), houdende wijziging en coördinatie van de |
statuten van het "Sociaal Fonds voor de ondernemingen voor recuperatie | statuten van het "Sociaal Fonds voor de ondernemingen voor recuperatie |
van papier". | van papier". |
Art. 9.Deze buitengewone bijdrage, verschuldigd door de bij artikel 1 |
Art. 9.Deze buitengewone bijdrage, verschuldigd door de bij artikel 1 |
van deze overeenkomst bedoelde werkgevers, wordt vanaf 1 januari 2020 | van deze overeenkomst bedoelde werkgevers, wordt vanaf 1 januari 2020 |
tot en met 31 december 2021 bepaald op 0,90 pct. van de onbegrensde | tot en met 31 december 2021 bepaald op 0,90 pct. van de onbegrensde |
brutolonen aan 108 pct., die voor de arbeiders aan de Rijksdienst voor | brutolonen aan 108 pct., die voor de arbeiders aan de Rijksdienst voor |
Sociale Zekerheid worden aangegeven. | Sociale Zekerheid worden aangegeven. |
Art. 10.De inning en de invordering van de bijdrage worden door de |
Art. 10.De inning en de invordering van de bijdrage worden door de |
Rijksdienst voor Sociale Zekerheid verzekerd bij toepassing van | Rijksdienst voor Sociale Zekerheid verzekerd bij toepassing van |
artikel 7 van de wet van 7 januari 1958 betreffende de fondsen voor | artikel 7 van de wet van 7 januari 1958 betreffende de fondsen voor |
bestaanszekerheid. | bestaanszekerheid. |
Art. 11.Van 0,90 pct. van de loonmassa zoals vermeld in artikel 9 |
Art. 11.Van 0,90 pct. van de loonmassa zoals vermeld in artikel 9 |
moet tenminste 0,05 pct. worden voorbehouden aan één of meerdere van | moet tenminste 0,05 pct. worden voorbehouden aan één of meerdere van |
volgende risicogroepen : | volgende risicogroepen : |
1° De werknemers van minstens 50 jaar oud die in de sector werken; | 1° De werknemers van minstens 50 jaar oud die in de sector werken; |
2° De werknemers van minstens 40 jaar oud die in de sector werken en | 2° De werknemers van minstens 40 jaar oud die in de sector werken en |
bedreigd zijn met ontslag : | bedreigd zijn met ontslag : |
a) hetzij doordat hun arbeidsovereenkomst werd opgezegd en de | a) hetzij doordat hun arbeidsovereenkomst werd opgezegd en de |
opzeggingstermijn loopt; | opzeggingstermijn loopt; |
b) hetzij doordat zij tewerkgesteld zijn in een onderneming die erkend | b) hetzij doordat zij tewerkgesteld zijn in een onderneming die erkend |
is als onderneming in moeilijkheden of in herstructurering; | is als onderneming in moeilijkheden of in herstructurering; |
c) hetzij doordat zij tewerkgesteld zijn in een onderneming waar een | c) hetzij doordat zij tewerkgesteld zijn in een onderneming waar een |
collectief ontslag werd aangekondigd; | collectief ontslag werd aangekondigd; |
3° De niet-werkenden en de personen die sinds minder dan een jaar | 3° De niet-werkenden en de personen die sinds minder dan een jaar |
werken en niet-werkend waren op het ogenblik van hun indiensttreding. | werken en niet-werkend waren op het ogenblik van hun indiensttreding. |
Onder "niet-werkenden" wordt verstaan : | Onder "niet-werkenden" wordt verstaan : |
a) de langdurig werkzoekenden, zijnde de personen in het bezit van een | a) de langdurig werkzoekenden, zijnde de personen in het bezit van een |
werkkaart, bedoeld in artikel 13 van het koninklijk besluit van 19 | werkkaart, bedoeld in artikel 13 van het koninklijk besluit van 19 |
december 2001 tot bevordering van de tewerkstelling van langdurig | december 2001 tot bevordering van de tewerkstelling van langdurig |
werkzoekenden; | werkzoekenden; |
b) de uitkeringsgerechtigde werklozen; | b) de uitkeringsgerechtigde werklozen; |
c) de werkzoekenden die laaggeschoold of erg-laaggeschoold zijn in de | c) de werkzoekenden die laaggeschoold of erg-laaggeschoold zijn in de |
zin van artikel 24 van de wet van 24 december 1999 ter bevordering van | zin van artikel 24 van de wet van 24 december 1999 ter bevordering van |
de tewerkstelling; | de tewerkstelling; |
d) de herintreders, zijnde de personen die zich na een onderbreking | d) de herintreders, zijnde de personen die zich na een onderbreking |
van minstens één jaar terug op de arbeidsmarkt begeven; | van minstens één jaar terug op de arbeidsmarkt begeven; |
e) de personen die gerechtigd zijn op maatschappelijke integratie in | e) de personen die gerechtigd zijn op maatschappelijke integratie in |
toepassing van de wet van 26 mei 2002 betreffende het recht op | toepassing van de wet van 26 mei 2002 betreffende het recht op |
maatschappelijke integratie en personen die gerechtigd zijn op | maatschappelijke integratie en personen die gerechtigd zijn op |
maatschappelijke hulp in toepassing van de organieke wet van 8 juli | maatschappelijke hulp in toepassing van de organieke wet van 8 juli |
1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn; | 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn; |
f) de werknemers die in het bezit zijn van een verminderingskaart | f) de werknemers die in het bezit zijn van een verminderingskaart |
herstructureringen in de zin van het koninklijk besluit van 9 maart | herstructureringen in de zin van het koninklijk besluit van 9 maart |
2006 betreffende het activerend beleid bij herstructureringen; | 2006 betreffende het activerend beleid bij herstructureringen; |
4° De personen met een verminderde arbeidsgeschiktheid, namelijk : | 4° De personen met een verminderde arbeidsgeschiktheid, namelijk : |
- de personen die voldoen aan de voorwaarden om ingeschreven te worden | - de personen die voldoen aan de voorwaarden om ingeschreven te worden |
in een regionaal agentschap voor personen met een handicap; | in een regionaal agentschap voor personen met een handicap; |
- de personen met een definitieve arbeidsongeschiktheid van minstens | - de personen met een definitieve arbeidsongeschiktheid van minstens |
33 pct.; | 33 pct.; |
- de personen die voldoen aan de medische voorwaarden om recht te | - de personen die voldoen aan de medische voorwaarden om recht te |
hebben op een inkomensvervangende of een integratietegemoetkoming | hebben op een inkomensvervangende of een integratietegemoetkoming |
ingevolge de wet van 27 februari 1987 op de tegemoetkomingen aan | ingevolge de wet van 27 februari 1987 op de tegemoetkomingen aan |
personen met een handicap; | personen met een handicap; |
- de gehandicapte die het recht op verhoogde kinderbijslag opent op | - de gehandicapte die het recht op verhoogde kinderbijslag opent op |
basis van een lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid van minstens | basis van een lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid van minstens |
66 pct.; | 66 pct.; |
- de personen die in het bezit zijn van een attest afgeleverd door de | - de personen die in het bezit zijn van een attest afgeleverd door de |
Algemene Directie Personen met een Handicap van de Federale | Algemene Directie Personen met een Handicap van de Federale |
Overheidsdienst Sociale Zekerheid voor het verstrekken van sociale en | Overheidsdienst Sociale Zekerheid voor het verstrekken van sociale en |
fiscale voordelen; | fiscale voordelen; |
- de persoon met een invaliditeitsuitkering of een uitkering voor | - de persoon met een invaliditeitsuitkering of een uitkering voor |
arbeidsongevallen of beroepsziekten in het kader van programma's tot | arbeidsongevallen of beroepsziekten in het kader van programma's tot |
werkhervatting; | werkhervatting; |
5° De jongeren die nog geen 26 jaar oud zijn en opgeleid worden, | 5° De jongeren die nog geen 26 jaar oud zijn en opgeleid worden, |
hetzij in een stelsel van alternerend leren, hetzij in het kader van | hetzij in een stelsel van alternerend leren, hetzij in het kader van |
een individuele beroepsopleiding in een onderneming, bedoeld in | een individuele beroepsopleiding in een onderneming, bedoeld in |
artikel 27, 6° van het koninklijk besluit van 25 november 1991 | artikel 27, 6° van het koninklijk besluit van 25 november 1991 |
houdende de werkloosheidsreglementering, hetzij in het kader van een | houdende de werkloosheidsreglementering, hetzij in het kader van een |
instapstage, bedoeld in artikel 36quater van hetzelfde koninklijk | instapstage, bedoeld in artikel 36quater van hetzelfde koninklijk |
besluit van 25 november 1991. | besluit van 25 november 1991. |
Art. 12.Van de in artikel 11 bedoelde inspanning moet minstens de |
Art. 12.Van de in artikel 11 bedoelde inspanning moet minstens de |
helft besteedt worden aan initiatieven ten voordele van één of | helft besteedt worden aan initiatieven ten voordele van één of |
meerdere van de volgende groepen : | meerdere van de volgende groepen : |
a) de in artikel 11, 5° bedoelde jongeren; | a) de in artikel 11, 5° bedoelde jongeren; |
b) de in artikel 11, 3° en 4° bedoelde personen die nog geen 26 jaar | b) de in artikel 11, 3° en 4° bedoelde personen die nog geen 26 jaar |
zijn. | zijn. |
Dit aandeel van de bijdrage voor risicogroepen dat besteed moet worden | Dit aandeel van de bijdrage voor risicogroepen dat besteed moet worden |
aan de jongeren wordt verhoogd tot minstens 0,05 pct. van de | aan de jongeren wordt verhoogd tot minstens 0,05 pct. van de |
loonmassa, om jongeren, via een ingroeibaan, werkkansen te bieden in | loonmassa, om jongeren, via een ingroeibaan, werkkansen te bieden in |
de sector. | de sector. |
Elke jongere kan in aanmerking komen voor een ingroeibaan, ongeacht de | Elke jongere kan in aanmerking komen voor een ingroeibaan, ongeacht de |
aard van de overeenkomst (IBO, deeltijds leren/werken, | aard van de overeenkomst (IBO, deeltijds leren/werken, |
arbeidsovereenkomst van bepaalde of onbepaalde duur,...). | arbeidsovereenkomst van bepaalde of onbepaalde duur,...). |
Sociale partners zullen in dit kader ondersteunende en bijkomende | Sociale partners zullen in dit kader ondersteunende en bijkomende |
acties ontwikkelen. | acties ontwikkelen. |
HOOFDSTUK IV. - Slotbepalingen | HOOFDSTUK IV. - Slotbepalingen |
Art. 13.Deze collectieve arbeidsovereenkomst vervangt de collectieve |
Art. 13.Deze collectieve arbeidsovereenkomst vervangt de collectieve |
arbeidsovereenkomst inzake de instelling van maatregelen ten voordele | arbeidsovereenkomst inzake de instelling van maatregelen ten voordele |
van de vorming en opleiding van risicogroepen ten laste van het | van de vorming en opleiding van risicogroepen ten laste van het |
"Sociaal Fonds voor de ondernemingen voor recuperatie van papier" van | "Sociaal Fonds voor de ondernemingen voor recuperatie van papier" van |
18 oktober 2019, gesloten in het Paritair Subcomité voor de | 18 oktober 2019, gesloten in het Paritair Subcomité voor de |
terugwinning van papier en geregistreerd onder het nummer | terugwinning van papier en geregistreerd onder het nummer |
155365/CO/142.03. | 155365/CO/142.03. |
Art. 14.Deze collectieve arbeidsovereenkomst treedt in werking op 1 |
Art. 14.Deze collectieve arbeidsovereenkomst treedt in werking op 1 |
januari 2020 en houdt op van kracht te zijn op 31 december 2021. | januari 2020 en houdt op van kracht te zijn op 31 december 2021. |
Zij kan door elk van de ondertekenende organisaties worden opgezegd, | Zij kan door elk van de ondertekenende organisaties worden opgezegd, |
mits een opzeggingstermijn van drie maanden betekend bij een ter post | mits een opzeggingstermijn van drie maanden betekend bij een ter post |
aangetekend schrijven aan de voorzitter van het Paritair Subcomité | aangetekend schrijven aan de voorzitter van het Paritair Subcomité |
voor de terugwinning van papier en aan de ondertekenende organisaties. | voor de terugwinning van papier en aan de ondertekenende organisaties. |
Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 17 | Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 17 |
september 2020. | september 2020. |
De Minister van Werk, | De Minister van Werk, |
N. MUYLLE | N. MUYLLE |