Etaamb.openjustice.be
Meertalige weergave van Koninklijk Besluit van 17/09/2020
← Terug naar "Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 3 maart 2020, gesloten in het Paritair Subcomité voor de terugwinning van papier, betreffende de instelling van maatregelen ten voordele van de vorming en opleiding van risicogroepen ten laste van het "Sociaal Fonds voor de ondernemingen voor recuperatie van papier" "
Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 3 maart 2020, gesloten in het Paritair Subcomité voor de terugwinning van papier, betreffende de instelling van maatregelen ten voordele van de vorming en opleiding van risicogroepen ten laste van het "Sociaal Fonds voor de ondernemingen voor recuperatie van papier" Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 3 maart 2020, gesloten in het Paritair Subcomité voor de terugwinning van papier, betreffende de instelling van maatregelen ten voordele van de vorming en opleiding van risicogroepen ten laste van het "Sociaal Fonds voor de ondernemingen voor recuperatie van papier"
FEDERALE OVERHEIDSDIENST WERKGELEGENHEID, ARBEID EN SOCIAAL OVERLEG FEDERALE OVERHEIDSDIENST WERKGELEGENHEID, ARBEID EN SOCIAAL OVERLEG
17 SEPTEMBER 2020. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend 17 SEPTEMBER 2020. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend
wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 3 maart 2020, wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 3 maart 2020,
gesloten in het Paritair Subcomité voor de terugwinning van papier, gesloten in het Paritair Subcomité voor de terugwinning van papier,
betreffende de instelling van maatregelen ten voordele van de vorming betreffende de instelling van maatregelen ten voordele van de vorming
en opleiding van risicogroepen ten laste van het "Sociaal Fonds voor en opleiding van risicogroepen ten laste van het "Sociaal Fonds voor
de ondernemingen voor recuperatie van papier" (1) de ondernemingen voor recuperatie van papier" (1)
FILIP, Koning der Belgen, FILIP, Koning der Belgen,
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve
arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel
28; 28;
Gelet op het verzoek van het Paritair Subcomité voor de terugwinning Gelet op het verzoek van het Paritair Subcomité voor de terugwinning
van papier; van papier;
Op de voordracht van de Minister van Werk, Op de voordracht van de Minister van Werk,
Hebben Wij besloten en besluiten Wij : Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage

Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage

overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 3 maart 2020, gesloten overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 3 maart 2020, gesloten
in het Paritair Subcomité voor de terugwinning van papier, betreffende in het Paritair Subcomité voor de terugwinning van papier, betreffende
de instelling van maatregelen ten voordele van de vorming en opleiding de instelling van maatregelen ten voordele van de vorming en opleiding
van risicogroepen ten laste van het "Sociaal Fonds voor de van risicogroepen ten laste van het "Sociaal Fonds voor de
ondernemingen voor recuperatie van papier". ondernemingen voor recuperatie van papier".

Art. 2.De minister bevoegd voor Werk is belast met de uitvoering van

Art. 2.De minister bevoegd voor Werk is belast met de uitvoering van

dit besluit. dit besluit.
Gegeven te Brussel, 17 september 2020. Gegeven te Brussel, 17 september 2020.
FILIP FILIP
Van Koningswege : Van Koningswege :
De Minister van Werk, De Minister van Werk,
N. MUYLLE N. MUYLLE
_______ _______
Nota Nota
(1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad : (1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad :
Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969. Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969.
Bijlage Bijlage
Paritair Subcomité voor de terugwinning van papier Paritair Subcomité voor de terugwinning van papier
Collectieve arbeidsovereenkomst van 3 maart 2020 Collectieve arbeidsovereenkomst van 3 maart 2020
Instelling van maatregelen ten voordele van de vorming en opleiding Instelling van maatregelen ten voordele van de vorming en opleiding
van risicogroepen ten laste van het "Sociaal Fonds voor de van risicogroepen ten laste van het "Sociaal Fonds voor de
ondernemingen voor recuperatie van papier" (Overeenkomst geregistreerd ondernemingen voor recuperatie van papier" (Overeenkomst geregistreerd
op 19 maart 2020 onder het nummer 157762/CO/142.03) op 19 maart 2020 onder het nummer 157762/CO/142.03)
HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied

Artikel 1.Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op

Artikel 1.Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op

de werkgevers en op de arbeiders van de ondernemingen die ressorteren de werkgevers en op de arbeiders van de ondernemingen die ressorteren
onder het Paritair Subcomité voor de terugwinning van papier. onder het Paritair Subcomité voor de terugwinning van papier.
Voor de toepassing van deze collectieve arbeidsovereenkomst wordt Voor de toepassing van deze collectieve arbeidsovereenkomst wordt
onder "arbeiders" verstaan : de mannelijke en vrouwelijke werklieden. onder "arbeiders" verstaan : de mannelijke en vrouwelijke werklieden.
HOOFDSTUK II. - Principe en definitie van risicogroepen HOOFDSTUK II. - Principe en definitie van risicogroepen

Art. 2.De bij artikel 1 bedoelde werkgevers die in de loop van 2020

Art. 2.De bij artikel 1 bedoelde werkgevers die in de loop van 2020

en 2021 initiatieven nemen of genomen hebben die gericht zijn op het en 2021 initiatieven nemen of genomen hebben die gericht zijn op het
laten volgen van een omscholings- of bijscholingsprogramma door : laten volgen van een omscholings- of bijscholingsprogramma door :
- risicogroepen zoals omschreven in hoofdstuk III, afdeling VI, - risicogroepen zoals omschreven in hoofdstuk III, afdeling VI,
artikel 105 van de wet van 26 maart 1999; artikel 105 van de wet van 26 maart 1999;
en/of en/of
- de laaggeschoolde werknemers die geconfronteerd worden met - de laaggeschoolde werknemers die geconfronteerd worden met
collectief ontslag, herstructurering of de invoering van nieuwe collectief ontslag, herstructurering of de invoering van nieuwe
technologieën, technologieën,
kunnen ten laste van het "Sociaal Fonds voor de onderneming voor kunnen ten laste van het "Sociaal Fonds voor de onderneming voor
recuperatie van papier" genieten van een forfaitaire tegemoetkoming. recuperatie van papier" genieten van een forfaitaire tegemoetkoming.

Art. 3.Onder "risicogroepen" wordt begrepen :

Art. 3.Onder "risicogroepen" wordt begrepen :

1. De langdurige werkloze : 1. De langdurige werkloze :
a) de werkloze die, gedurende de zes maanden voorafgaand aan zijn a) de werkloze die, gedurende de zes maanden voorafgaand aan zijn
indienstneming, zonder onderbreking werkloosheids- of wachtuitkeringen indienstneming, zonder onderbreking werkloosheids- of wachtuitkeringen
heeft genoten voor alle dagen van de week; heeft genoten voor alle dagen van de week;
b) de werkzoekende die, gedurende de zes maanden voorafgaand aan zijn b) de werkzoekende die, gedurende de zes maanden voorafgaand aan zijn
indienstneming, uitsluitend deeltijds heeft gewerkt om aan de indienstneming, uitsluitend deeltijds heeft gewerkt om aan de
werkloosheid te ontsnappen en/of als uitzendkracht; werkloosheid te ontsnappen en/of als uitzendkracht;
2. De laaggeschoolde werkloze : 2. De laaggeschoolde werkloze :
de werkzoekende van meer dan 18 jaar die geen houder is van : de werkzoekende van meer dan 18 jaar die geen houder is van :
- ofwel een universitair diploma; - ofwel een universitair diploma;
- ofwel een diploma of een getuigschrift van het hoger technisch - ofwel een diploma of een getuigschrift van het hoger technisch
onderwijs van het lange of korte type; onderwijs van het lange of korte type;
- ofwel een getuigschrift van het hoger secundair onderwijs; - ofwel een getuigschrift van het hoger secundair onderwijs;
3. De gehandicapte werkloze : 3. De gehandicapte werkloze :
de werkzoekende die, op het ogenblik van zijn indienstneming bij het de werkzoekende die, op het ogenblik van zijn indienstneming bij het
Rijksfonds voor sociale reclassering van de mindervaliden is Rijksfonds voor sociale reclassering van de mindervaliden is
ingeschreven; ingeschreven;
4. De deeltijds leerplichtige : 4. De deeltijds leerplichtige :
de werkzoekende van minder dan 18 jaar die nog onder de leerplicht de werkzoekende van minder dan 18 jaar die nog onder de leerplicht
valt en die het secundair onderwijs met volledig leerplan niet meer valt en die het secundair onderwijs met volledig leerplan niet meer
volgt; volgt;
5. De herintreder : 5. De herintreder :
de werkzoekende die tegelijk aan de volgende voorwaarden voldoet : de werkzoekende die tegelijk aan de volgende voorwaarden voldoet :
- geen werkloosheidsuitkeringen of loopbaanonderbrekingsuitkeringen - geen werkloosheidsuitkeringen of loopbaanonderbrekingsuitkeringen
hebben genoten gedurende de periode van drie jaar voorafgaand aan de hebben genoten gedurende de periode van drie jaar voorafgaand aan de
indiensttreding; indiensttreding;
- geen beroepsactiviteit hebben uitgeoefend gedurende de periode van - geen beroepsactiviteit hebben uitgeoefend gedurende de periode van
drie jaar die zijn indienstneming voorafgaat; drie jaar die zijn indienstneming voorafgaat;
- vóór de periode van drie jaar, bedoeld in de twee vorige punten, - vóór de periode van drie jaar, bedoeld in de twee vorige punten,
zijn beroepsactiviteit hebben onderbroken, ofwel nooit een dergelijke zijn beroepsactiviteit hebben onderbroken, ofwel nooit een dergelijke
activiteit begonnen zijn; activiteit begonnen zijn;
6. De werkzoekende die op het ogenblik van zijn indienstneming een 6. De werkzoekende die op het ogenblik van zijn indienstneming een
leefloon geniet; leefloon geniet;
7. De oudere werkloze : de werkzoekende van 50 jaar en ouder; 7. De oudere werkloze : de werkzoekende van 50 jaar en ouder;
8. De werkzoekende die een begeleidingsplan heeft gevolgd; 8. De werkzoekende die een begeleidingsplan heeft gevolgd;
9. De laaggeschoolde werknemer die geen houder is van : 9. De laaggeschoolde werknemer die geen houder is van :
- ofwel een universitair diploma; - ofwel een universitair diploma;
- ofwel een diploma of getuigschrift van het hoger technisch onderwijs - ofwel een diploma of getuigschrift van het hoger technisch onderwijs
van het lange of korte type; van het lange of korte type;
- ofwel een getuigschrift van het hoger secundair technisch onderwijs; - ofwel een getuigschrift van het hoger secundair technisch onderwijs;
10. De werknemer met een onaangepaste of een ontoereikende 10. De werknemer met een onaangepaste of een ontoereikende
beroepsbekwaamheid : beroepsbekwaamheid :
- de werknemer die naar een andere functie moet worden - de werknemer die naar een andere functie moet worden
geheroriënteerd; geheroriënteerd;
- de werknemer waarvan de beroepsbekwaamheid onaangepast of - de werknemer waarvan de beroepsbekwaamheid onaangepast of
ontoereikend is geworden tengevolge van de technische evolutie. ontoereikend is geworden tengevolge van de technische evolutie.

Art. 4.Het bedrag van de forfaitaire tegemoetkoming wordt vastgesteld

Art. 4.Het bedrag van de forfaitaire tegemoetkoming wordt vastgesteld

op 75,00 EUR per maand gedurende maximum 12 maanden. op 75,00 EUR per maand gedurende maximum 12 maanden.

Art. 5.Bij werkloosheid met bedrijfstoeslag zal de vervangingsplicht

Art. 5.Bij werkloosheid met bedrijfstoeslag zal de vervangingsplicht

bij voorrang worden ingevuld met personen behorend tot de bij voorrang worden ingevuld met personen behorend tot de
risicogroepen, zoals omschreven in artikel 3. risicogroepen, zoals omschreven in artikel 3.

Art. 6.De raad van bestuur van het fonds wordt belast met de

Art. 6.De raad van bestuur van het fonds wordt belast met de

uitvoering van deze collectieve arbeidsovereenkomst en met het uitvoering van deze collectieve arbeidsovereenkomst en met het
toezicht op de aanvragen, de opleidingsprogramma's en de afrekening toezicht op de aanvragen, de opleidingsprogramma's en de afrekening
van de gevraagde financiële tussenkomsten. van de gevraagde financiële tussenkomsten.

Art. 7.De raad van bestuur maakt jaarlijks een evaluatie van de

Art. 7.De raad van bestuur maakt jaarlijks een evaluatie van de

gedane inspanningen welke bij het verslag van het fonds aan het gedane inspanningen welke bij het verslag van het fonds aan het
paritair subcomité wordt gevoegd. paritair subcomité wordt gevoegd.
HOOFDSTUK III. - Buitengewone bijdrage HOOFDSTUK III. - Buitengewone bijdrage

Art. 8.Overeenkomstig titel XIII, hoofdstuk VIII, afdeling 1 van de

Art. 8.Overeenkomstig titel XIII, hoofdstuk VIII, afdeling 1 van de

wet van 27 december 2006 houdende diverse bepalingen, gepubliceerd in wet van 27 december 2006 houdende diverse bepalingen, gepubliceerd in
het Belgisch Staatsblad van 28 december 2006, en haar het Belgisch Staatsblad van 28 december 2006, en haar
uitvoeringsbesluit van 26 april 2009 ter activering van de inspanning uitvoeringsbesluit van 26 april 2009 ter activering van de inspanning
ten voordele van personen die tot de risicogroepen behoren en van de ten voordele van personen die tot de risicogroepen behoren en van de
inspanning ten bate van de actieve begeleiding en opvolging van inspanning ten bate van de actieve begeleiding en opvolging van
werklozen voor de periode 2009-2010, gepubliceerd in het Belgisch werklozen voor de periode 2009-2010, gepubliceerd in het Belgisch
Staatsblad van 18 mei 2009, wordt een buitengewone werkgeversbijdrage Staatsblad van 18 mei 2009, wordt een buitengewone werkgeversbijdrage
aan het sociaal fonds voorzien vanaf 1 januari 2020 tot en met 31 aan het sociaal fonds voorzien vanaf 1 januari 2020 tot en met 31
december 2021, overeenkomstig artikel 28, alinea 2 van de statuten van december 2021, overeenkomstig artikel 28, alinea 2 van de statuten van
het "Sociaal Fonds voor de ondernemingen voor recuperatie van papier", het "Sociaal Fonds voor de ondernemingen voor recuperatie van papier",
vastgesteld bij de collectieve arbeidsovereenkomst van 26 november vastgesteld bij de collectieve arbeidsovereenkomst van 26 november
2019, gesloten in het Paritair Subcomité voor de terugwinning van 2019, gesloten in het Paritair Subcomité voor de terugwinning van
papier (156813/CO/142.03), houdende wijziging en coördinatie van de papier (156813/CO/142.03), houdende wijziging en coördinatie van de
statuten van het "Sociaal Fonds voor de ondernemingen voor recuperatie statuten van het "Sociaal Fonds voor de ondernemingen voor recuperatie
van papier". van papier".

Art. 9.Deze buitengewone bijdrage, verschuldigd door de bij artikel 1

Art. 9.Deze buitengewone bijdrage, verschuldigd door de bij artikel 1

van deze overeenkomst bedoelde werkgevers, wordt vanaf 1 januari 2020 van deze overeenkomst bedoelde werkgevers, wordt vanaf 1 januari 2020
tot en met 31 december 2021 bepaald op 0,90 pct. van de onbegrensde tot en met 31 december 2021 bepaald op 0,90 pct. van de onbegrensde
brutolonen aan 108 pct., die voor de arbeiders aan de Rijksdienst voor brutolonen aan 108 pct., die voor de arbeiders aan de Rijksdienst voor
Sociale Zekerheid worden aangegeven. Sociale Zekerheid worden aangegeven.

Art. 10.De inning en de invordering van de bijdrage worden door de

Art. 10.De inning en de invordering van de bijdrage worden door de

Rijksdienst voor Sociale Zekerheid verzekerd bij toepassing van Rijksdienst voor Sociale Zekerheid verzekerd bij toepassing van
artikel 7 van de wet van 7 januari 1958 betreffende de fondsen voor artikel 7 van de wet van 7 januari 1958 betreffende de fondsen voor
bestaanszekerheid. bestaanszekerheid.

Art. 11.Van 0,90 pct. van de loonmassa zoals vermeld in artikel 9

Art. 11.Van 0,90 pct. van de loonmassa zoals vermeld in artikel 9

moet tenminste 0,05 pct. worden voorbehouden aan één of meerdere van moet tenminste 0,05 pct. worden voorbehouden aan één of meerdere van
volgende risicogroepen : volgende risicogroepen :
1° De werknemers van minstens 50 jaar oud die in de sector werken; 1° De werknemers van minstens 50 jaar oud die in de sector werken;
2° De werknemers van minstens 40 jaar oud die in de sector werken en 2° De werknemers van minstens 40 jaar oud die in de sector werken en
bedreigd zijn met ontslag : bedreigd zijn met ontslag :
a) hetzij doordat hun arbeidsovereenkomst werd opgezegd en de a) hetzij doordat hun arbeidsovereenkomst werd opgezegd en de
opzeggingstermijn loopt; opzeggingstermijn loopt;
b) hetzij doordat zij tewerkgesteld zijn in een onderneming die erkend b) hetzij doordat zij tewerkgesteld zijn in een onderneming die erkend
is als onderneming in moeilijkheden of in herstructurering; is als onderneming in moeilijkheden of in herstructurering;
c) hetzij doordat zij tewerkgesteld zijn in een onderneming waar een c) hetzij doordat zij tewerkgesteld zijn in een onderneming waar een
collectief ontslag werd aangekondigd; collectief ontslag werd aangekondigd;
3° De niet-werkenden en de personen die sinds minder dan een jaar 3° De niet-werkenden en de personen die sinds minder dan een jaar
werken en niet-werkend waren op het ogenblik van hun indiensttreding. werken en niet-werkend waren op het ogenblik van hun indiensttreding.
Onder "niet-werkenden" wordt verstaan : Onder "niet-werkenden" wordt verstaan :
a) de langdurig werkzoekenden, zijnde de personen in het bezit van een a) de langdurig werkzoekenden, zijnde de personen in het bezit van een
werkkaart, bedoeld in artikel 13 van het koninklijk besluit van 19 werkkaart, bedoeld in artikel 13 van het koninklijk besluit van 19
december 2001 tot bevordering van de tewerkstelling van langdurig december 2001 tot bevordering van de tewerkstelling van langdurig
werkzoekenden; werkzoekenden;
b) de uitkeringsgerechtigde werklozen; b) de uitkeringsgerechtigde werklozen;
c) de werkzoekenden die laaggeschoold of erg-laaggeschoold zijn in de c) de werkzoekenden die laaggeschoold of erg-laaggeschoold zijn in de
zin van artikel 24 van de wet van 24 december 1999 ter bevordering van zin van artikel 24 van de wet van 24 december 1999 ter bevordering van
de tewerkstelling; de tewerkstelling;
d) de herintreders, zijnde de personen die zich na een onderbreking d) de herintreders, zijnde de personen die zich na een onderbreking
van minstens één jaar terug op de arbeidsmarkt begeven; van minstens één jaar terug op de arbeidsmarkt begeven;
e) de personen die gerechtigd zijn op maatschappelijke integratie in e) de personen die gerechtigd zijn op maatschappelijke integratie in
toepassing van de wet van 26 mei 2002 betreffende het recht op toepassing van de wet van 26 mei 2002 betreffende het recht op
maatschappelijke integratie en personen die gerechtigd zijn op maatschappelijke integratie en personen die gerechtigd zijn op
maatschappelijke hulp in toepassing van de organieke wet van 8 juli maatschappelijke hulp in toepassing van de organieke wet van 8 juli
1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn; 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn;
f) de werknemers die in het bezit zijn van een verminderingskaart f) de werknemers die in het bezit zijn van een verminderingskaart
herstructureringen in de zin van het koninklijk besluit van 9 maart herstructureringen in de zin van het koninklijk besluit van 9 maart
2006 betreffende het activerend beleid bij herstructureringen; 2006 betreffende het activerend beleid bij herstructureringen;
4° De personen met een verminderde arbeidsgeschiktheid, namelijk : 4° De personen met een verminderde arbeidsgeschiktheid, namelijk :
- de personen die voldoen aan de voorwaarden om ingeschreven te worden - de personen die voldoen aan de voorwaarden om ingeschreven te worden
in een regionaal agentschap voor personen met een handicap; in een regionaal agentschap voor personen met een handicap;
- de personen met een definitieve arbeidsongeschiktheid van minstens - de personen met een definitieve arbeidsongeschiktheid van minstens
33 pct.; 33 pct.;
- de personen die voldoen aan de medische voorwaarden om recht te - de personen die voldoen aan de medische voorwaarden om recht te
hebben op een inkomensvervangende of een integratietegemoetkoming hebben op een inkomensvervangende of een integratietegemoetkoming
ingevolge de wet van 27 februari 1987 op de tegemoetkomingen aan ingevolge de wet van 27 februari 1987 op de tegemoetkomingen aan
personen met een handicap; personen met een handicap;
- de gehandicapte die het recht op verhoogde kinderbijslag opent op - de gehandicapte die het recht op verhoogde kinderbijslag opent op
basis van een lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid van minstens basis van een lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid van minstens
66 pct.; 66 pct.;
- de personen die in het bezit zijn van een attest afgeleverd door de - de personen die in het bezit zijn van een attest afgeleverd door de
Algemene Directie Personen met een Handicap van de Federale Algemene Directie Personen met een Handicap van de Federale
Overheidsdienst Sociale Zekerheid voor het verstrekken van sociale en Overheidsdienst Sociale Zekerheid voor het verstrekken van sociale en
fiscale voordelen; fiscale voordelen;
- de persoon met een invaliditeitsuitkering of een uitkering voor - de persoon met een invaliditeitsuitkering of een uitkering voor
arbeidsongevallen of beroepsziekten in het kader van programma's tot arbeidsongevallen of beroepsziekten in het kader van programma's tot
werkhervatting; werkhervatting;
5° De jongeren die nog geen 26 jaar oud zijn en opgeleid worden, 5° De jongeren die nog geen 26 jaar oud zijn en opgeleid worden,
hetzij in een stelsel van alternerend leren, hetzij in het kader van hetzij in een stelsel van alternerend leren, hetzij in het kader van
een individuele beroepsopleiding in een onderneming, bedoeld in een individuele beroepsopleiding in een onderneming, bedoeld in
artikel 27, 6° van het koninklijk besluit van 25 november 1991 artikel 27, 6° van het koninklijk besluit van 25 november 1991
houdende de werkloosheidsreglementering, hetzij in het kader van een houdende de werkloosheidsreglementering, hetzij in het kader van een
instapstage, bedoeld in artikel 36quater van hetzelfde koninklijk instapstage, bedoeld in artikel 36quater van hetzelfde koninklijk
besluit van 25 november 1991. besluit van 25 november 1991.

Art. 12.Van de in artikel 11 bedoelde inspanning moet minstens de

Art. 12.Van de in artikel 11 bedoelde inspanning moet minstens de

helft besteedt worden aan initiatieven ten voordele van één of helft besteedt worden aan initiatieven ten voordele van één of
meerdere van de volgende groepen : meerdere van de volgende groepen :
a) de in artikel 11, 5° bedoelde jongeren; a) de in artikel 11, 5° bedoelde jongeren;
b) de in artikel 11, 3° en 4° bedoelde personen die nog geen 26 jaar b) de in artikel 11, 3° en 4° bedoelde personen die nog geen 26 jaar
zijn. zijn.
Dit aandeel van de bijdrage voor risicogroepen dat besteed moet worden Dit aandeel van de bijdrage voor risicogroepen dat besteed moet worden
aan de jongeren wordt verhoogd tot minstens 0,05 pct. van de aan de jongeren wordt verhoogd tot minstens 0,05 pct. van de
loonmassa, om jongeren, via een ingroeibaan, werkkansen te bieden in loonmassa, om jongeren, via een ingroeibaan, werkkansen te bieden in
de sector. de sector.
Elke jongere kan in aanmerking komen voor een ingroeibaan, ongeacht de Elke jongere kan in aanmerking komen voor een ingroeibaan, ongeacht de
aard van de overeenkomst (IBO, deeltijds leren/werken, aard van de overeenkomst (IBO, deeltijds leren/werken,
arbeidsovereenkomst van bepaalde of onbepaalde duur,...). arbeidsovereenkomst van bepaalde of onbepaalde duur,...).
Sociale partners zullen in dit kader ondersteunende en bijkomende Sociale partners zullen in dit kader ondersteunende en bijkomende
acties ontwikkelen. acties ontwikkelen.
HOOFDSTUK IV. - Slotbepalingen HOOFDSTUK IV. - Slotbepalingen

Art. 13.Deze collectieve arbeidsovereenkomst vervangt de collectieve

Art. 13.Deze collectieve arbeidsovereenkomst vervangt de collectieve

arbeidsovereenkomst inzake de instelling van maatregelen ten voordele arbeidsovereenkomst inzake de instelling van maatregelen ten voordele
van de vorming en opleiding van risicogroepen ten laste van het van de vorming en opleiding van risicogroepen ten laste van het
"Sociaal Fonds voor de ondernemingen voor recuperatie van papier" van "Sociaal Fonds voor de ondernemingen voor recuperatie van papier" van
18 oktober 2019, gesloten in het Paritair Subcomité voor de 18 oktober 2019, gesloten in het Paritair Subcomité voor de
terugwinning van papier en geregistreerd onder het nummer terugwinning van papier en geregistreerd onder het nummer
155365/CO/142.03. 155365/CO/142.03.

Art. 14.Deze collectieve arbeidsovereenkomst treedt in werking op 1

Art. 14.Deze collectieve arbeidsovereenkomst treedt in werking op 1

januari 2020 en houdt op van kracht te zijn op 31 december 2021. januari 2020 en houdt op van kracht te zijn op 31 december 2021.
Zij kan door elk van de ondertekenende organisaties worden opgezegd, Zij kan door elk van de ondertekenende organisaties worden opgezegd,
mits een opzeggingstermijn van drie maanden betekend bij een ter post mits een opzeggingstermijn van drie maanden betekend bij een ter post
aangetekend schrijven aan de voorzitter van het Paritair Subcomité aangetekend schrijven aan de voorzitter van het Paritair Subcomité
voor de terugwinning van papier en aan de ondertekenende organisaties. voor de terugwinning van papier en aan de ondertekenende organisaties.
Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 17 Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 17
september 2020. september 2020.
De Minister van Werk, De Minister van Werk,
N. MUYLLE N. MUYLLE
^