Etaamb.openjustice.be
Meertalige weergave van Koninklijk Besluit van 17/08/2019
← Terug naar "Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 16 mei 2019, gesloten in het Paritair Comité voor het bouwbedrijf, betreffende de toekenning aan sommige bejaarde arbeiders van een aanvullende vergoeding ten laste van Constructiv (1) "
Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 16 mei 2019, gesloten in het Paritair Comité voor het bouwbedrijf, betreffende de toekenning aan sommige bejaarde arbeiders van een aanvullende vergoeding ten laste van Constructiv (1) Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 16 mei 2019, gesloten in het Paritair Comité voor het bouwbedrijf, betreffende de toekenning aan sommige bejaarde arbeiders van een aanvullende vergoeding ten laste van Constructiv (1)
FEDERALE OVERHEIDSDIENST WERKGELEGENHEID, ARBEID EN SOCIAAL OVERLEG FEDERALE OVERHEIDSDIENST WERKGELEGENHEID, ARBEID EN SOCIAAL OVERLEG
17 AUGUSTUS 2019. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend 17 AUGUSTUS 2019. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend
wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 16 mei 2019, wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 16 mei 2019,
gesloten in het Paritair Comité voor het bouwbedrijf, betreffende de gesloten in het Paritair Comité voor het bouwbedrijf, betreffende de
toekenning aan sommige bejaarde arbeiders van een aanvullende toekenning aan sommige bejaarde arbeiders van een aanvullende
vergoeding (werkloosheid met bedrijfstoeslag) ten laste van vergoeding (werkloosheid met bedrijfstoeslag) ten laste van
Constructiv (1) Constructiv (1)
FILIP, Koning der Belgen, FILIP, Koning der Belgen,
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve
arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel
28; 28;
Gelet op het verzoek van het Paritair Comité voor het bouwbedrijf; Gelet op het verzoek van het Paritair Comité voor het bouwbedrijf;
Op de voordracht van de Minister van Werk, Op de voordracht van de Minister van Werk,
Hebben Wij besloten en besluiten Wij : Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage

Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage

overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 16 mei 2019, gesloten overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 16 mei 2019, gesloten
in het Paritair Comité voor het bouwbedrijf, betreffende de toekenning in het Paritair Comité voor het bouwbedrijf, betreffende de toekenning
aan sommige bejaarde arbeiders van een aanvullende vergoeding aan sommige bejaarde arbeiders van een aanvullende vergoeding
(werkloosheid met bedrijfstoeslag) ten laste van Constructiv. (werkloosheid met bedrijfstoeslag) ten laste van Constructiv.

Art. 2.De minister bevoegd voor Werk is belast met de uitvoering van

Art. 2.De minister bevoegd voor Werk is belast met de uitvoering van

dit besluit. dit besluit.
Gegeven te Brussel, 17 augustus 2019. Gegeven te Brussel, 17 augustus 2019.
FILIP FILIP
Van Koningswege : Van Koningswege :
De Minister van Werk, De Minister van Werk,
W. BEKE W. BEKE
_______ _______
Nota Nota
(1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad : (1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad :
Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969. Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969.
Bijlage Bijlage
Paritair Comité voor het bouwbedrijf Paritair Comité voor het bouwbedrijf
Collectieve arbeidsovereenkomst van 16 mei 2019 Collectieve arbeidsovereenkomst van 16 mei 2019
Toekenning aan sommige bejaarde arbeiders van een aanvullende Toekenning aan sommige bejaarde arbeiders van een aanvullende
vergoeding (werkloosheid met bedrijfstoeslag) ten laste van vergoeding (werkloosheid met bedrijfstoeslag) ten laste van
Constructiv (Overeenkomst geregistreerd op 29 mei 2019 onder het Constructiv (Overeenkomst geregistreerd op 29 mei 2019 onder het
nummer 151876/CO/124) nummer 151876/CO/124)
HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied

Art. 3.Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op de

Art. 3.Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op de

werkgevers van de ondernemingen die onder het Paritair Comité voor het werkgevers van de ondernemingen die onder het Paritair Comité voor het
bouwbedrijf ressorteren en op de arbeiders die zij tewerkstellen. bouwbedrijf ressorteren en op de arbeiders die zij tewerkstellen.
In deze collectieve arbeidsovereenkomst verstaat men onder : In deze collectieve arbeidsovereenkomst verstaat men onder :
- "arbeiders" : de arbeiders en arbeidsters; - "arbeiders" : de arbeiders en arbeidsters;
- "Constructiv" : de benaming van het fonds voor bestaanszekerheid - "Constructiv" : de benaming van het fonds voor bestaanszekerheid
opgericht voor de sector van het bouwbedrijf (PC 124). opgericht voor de sector van het bouwbedrijf (PC 124).

Art. 4.Deze overeenkomst wordt gesloten in uitvoering van de

Art. 4.Deze overeenkomst wordt gesloten in uitvoering van de

collectieve arbeidsovereenkomsten nr. 130 en nr. 131 van 23 april 2019 collectieve arbeidsovereenkomsten nr. 130 en nr. 131 van 23 april 2019
van de Nationale Arbeidsraad wat betreft het stelsel in geval van van de Nationale Arbeidsraad wat betreft het stelsel in geval van
ongeschiktheid tot voortzetting van de beroepsactiviteit en van de ongeschiktheid tot voortzetting van de beroepsactiviteit en van de
collectieve arbeidsovereenkomsten nr. 134 en nr. 135 van 23 april 2019 collectieve arbeidsovereenkomsten nr. 134 en nr. 135 van 23 april 2019
van de Nationale Arbeidsraad wat betreft het stelsel bij lange van de Nationale Arbeidsraad wat betreft het stelsel bij lange
loopbaan (40 jaar). loopbaan (40 jaar).
HOOFDSTUK II. - Werkloosheid met bedrijfstoeslag vanaf 62 jaar HOOFDSTUK II. - Werkloosheid met bedrijfstoeslag vanaf 62 jaar

Art. 5.Constructiv kent een maandelijkse aanvullende vergoeding toe

Art. 5.Constructiv kent een maandelijkse aanvullende vergoeding toe

aan de arbeiders die tussen de leeftijd van 62 en 65 jaar door een in aan de arbeiders die tussen de leeftijd van 62 en 65 jaar door een in
artikel 1 bedoelde werkgever ontslagen zijn, behoudens omwille van artikel 1 bedoelde werkgever ontslagen zijn, behoudens omwille van
dringende redenen. dringende redenen.

Art. 6.Om recht te hebben op de aanvullende vergoeding, moeten de in

Art. 6.Om recht te hebben op de aanvullende vergoeding, moeten de in

artikel 3 bedoelde arbeiders aan de volgende voorwaarden voldoen : artikel 3 bedoelde arbeiders aan de volgende voorwaarden voldoen :
1° de leeftijd van 62 jaar hebben bereikt op het ogenblik van de 1° de leeftijd van 62 jaar hebben bereikt op het ogenblik van de
beëindiging van de overeenkomst; beëindiging van de overeenkomst;
2° elke door de ter zake toepasselijk reglementering niet toegelaten 2° elke door de ter zake toepasselijk reglementering niet toegelaten
beroepsactiviteit hebben stopgezet; beroepsactiviteit hebben stopgezet;
3° werkloosheidsuitkeringen genieten; 3° werkloosheidsuitkeringen genieten;
4° ten minste 10 jaar van hun beroepsloopbaan doorgebracht hebben in 4° ten minste 10 jaar van hun beroepsloopbaan doorgebracht hebben in
dienst van één of meerdere van de in artikel 1 bedoelde ondernemingen; dienst van één of meerdere van de in artikel 1 bedoelde ondernemingen;
5° ten minste 5 legitimatiekaarten "rechthebbende" hebben ontvangen 5° ten minste 5 legitimatiekaarten "rechthebbende" hebben ontvangen
tijdens de laatste 10 jaar vóór de op inactiviteitsstelling of 7 tijdens de laatste 10 jaar vóór de op inactiviteitsstelling of 7
kaarten in de loop van de laatste 15 jaar; kaarten in de loop van de laatste 15 jaar;
6° voldoen aan de criteria bepaald in het koninklijk besluit van 3 mei 6° voldoen aan de criteria bepaald in het koninklijk besluit van 3 mei
2007 tot regeling van het stelsel van werkloosheid met 2007 tot regeling van het stelsel van werkloosheid met
bedrijfstoeslag, zoals gewijzigd bij het koninklijk besluit van 30 bedrijfstoeslag, zoals gewijzigd bij het koninklijk besluit van 30
december 2014. december 2014.

Art. 7.Voor de toepassing van artikel 4, 4° wordt als beroepsloopbaan

Art. 7.Voor de toepassing van artikel 4, 4° wordt als beroepsloopbaan

beschouwd de prestaties en de gelijkgestelde periodes welke in beschouwd de prestaties en de gelijkgestelde periodes welke in
aanmerking worden genomen voor het toekennen van een legitimatiekaart. aanmerking worden genomen voor het toekennen van een legitimatiekaart.

Art. 8.De arbeidsovereenkomst van de in artikel 3 bedoelde arbeiders

Art. 8.De arbeidsovereenkomst van de in artikel 3 bedoelde arbeiders

moet een einde nemen tijdens de geldigheidsduur van deze collectieve moet een einde nemen tijdens de geldigheidsduur van deze collectieve
arbeidsovereenkomst. arbeidsovereenkomst.
De opzeggingstermijn of de door de opzeggingsvergoeding gedekte De opzeggingstermijn of de door de opzeggingsvergoeding gedekte
periode van de ontslagen arbeiders, bedoeld in artikel 3, mag evenwel periode van de ontslagen arbeiders, bedoeld in artikel 3, mag evenwel
een einde nemen buiten de geldigheidsduur van deze collectieve een einde nemen buiten de geldigheidsduur van deze collectieve
arbeidsovereenkomst, voor zover deze arbeiders de minimumleeftijd van arbeidsovereenkomst, voor zover deze arbeiders de minimumleeftijd van
62 jaar hebben bereikt tijdens de geldigheidsduur van deze collectieve 62 jaar hebben bereikt tijdens de geldigheidsduur van deze collectieve
arbeidsovereenkomst. arbeidsovereenkomst.
HOOFDSTUK III. - Werkloosheid met bedrijfstoeslag vanaf 59 jaar in HOOFDSTUK III. - Werkloosheid met bedrijfstoeslag vanaf 59 jaar in
geval van ongeschiktheid tot voortzetting van de beroepsactiviteit geval van ongeschiktheid tot voortzetting van de beroepsactiviteit

Art. 9.Dit hoofdstuk bepaalt de toekenningsvoorwaarden en

Art. 9.Dit hoofdstuk bepaalt de toekenningsvoorwaarden en

-modaliteiten van de regeling van werkloosheid met bedrijfstoeslag -modaliteiten van de regeling van werkloosheid met bedrijfstoeslag
voor de arbeiders die tewerkgesteld zijn in de ondernemingen bedoeld voor de arbeiders die tewerkgesteld zijn in de ondernemingen bedoeld
in artikel 1 en die 59 jaar en ouder zijn op het ogenblik dat zij in artikel 1 en die 59 jaar en ouder zijn op het ogenblik dat zij
ontslagen worden door hun werkgever, behoudens omwille van dringende ontslagen worden door hun werkgever, behoudens omwille van dringende
reden, en die beschikken over een attest dat hun ongeschiktheid tot reden, en die beschikken over een attest dat hun ongeschiktheid tot
voortzetting van hun beroepsactiviteit bevestigt, afgegeven door een voortzetting van hun beroepsactiviteit bevestigt, afgegeven door een
arbeidsgeneesheer. arbeidsgeneesheer.

Art. 10.De in artikel 7 bedoelde arbeiders genieten van een

Art. 10.De in artikel 7 bedoelde arbeiders genieten van een

maandelijkse aanvullende vergoeding ten laste van Constructiv, voor maandelijkse aanvullende vergoeding ten laste van Constructiv, voor
zover ze aan alle volgende voorwaarden voldoen : zover ze aan alle volgende voorwaarden voldoen :
1° Aan hun werkgever een attest van de arbeidsgeneesheer van de 1° Aan hun werkgever een attest van de arbeidsgeneesheer van de
onderneming hebben overgemaakt dat de ongeschiktheid tot voortzetting onderneming hebben overgemaakt dat de ongeschiktheid tot voortzetting
van hun beroepsactiviteit bevestigt. Deze attestatie moet gebeuren van hun beroepsactiviteit bevestigt. Deze attestatie moet gebeuren
vóór iedere andere stap in de procedure; vóór iedere andere stap in de procedure;
2° De bevestiging van hun werkgever hebben dat, na overleg met de 2° De bevestiging van hun werkgever hebben dat, na overleg met de
arbeidsgeneesheer en de arbeider, er geen aangepast werk kan arbeidsgeneesheer en de arbeider, er geen aangepast werk kan
aangeboden worden in de onderneming; aangeboden worden in de onderneming;
3° De leeftijd van 59 jaar hebben bereikt op het ogenblik van de 3° De leeftijd van 59 jaar hebben bereikt op het ogenblik van de
beëindiging van de arbeidsovereenkomst; beëindiging van de arbeidsovereenkomst;
4° Op het einde van de arbeidsovereenkomst volgende loopbaan kunnen 4° Op het einde van de arbeidsovereenkomst volgende loopbaan kunnen
bewijzen : bewijzen :
- een beroepsloopbaan van minstens 33 jaar als loontrekkende - een beroepsloopbaan van minstens 33 jaar als loontrekkende
werknemer; werknemer;
- een beroepsloopbaan van minstens 15 jaar in één of meerdere - een beroepsloopbaan van minstens 15 jaar in één of meerdere
ondernemingen die behoren tot het Paritair Comité voor het ondernemingen die behoren tot het Paritair Comité voor het
bouwbedrijf; bouwbedrijf;
5° Ten minste 7 legitimatiekaarten "rechthebbende" hebben ontvangen 5° Ten minste 7 legitimatiekaarten "rechthebbende" hebben ontvangen
tijdens de laatste 15 jaar vóór het einde van de arbeidsovereenkomst; tijdens de laatste 15 jaar vóór het einde van de arbeidsovereenkomst;
de legitimatiekaarten door gelijkstelling mogen niet in aanmerking de legitimatiekaarten door gelijkstelling mogen niet in aanmerking
worden genomen; worden genomen;
6° Werkloosheidsuitkeringen genieten; 6° Werkloosheidsuitkeringen genieten;
7° Elke door de ter zake toepasselijk reglementering niet toegelaten 7° Elke door de ter zake toepasselijk reglementering niet toegelaten
beroepsactiviteit hebben stopgezet. beroepsactiviteit hebben stopgezet.

Art. 11.De beroepsloopbaan als loontrekkende werknemer wordt berekend

Art. 11.De beroepsloopbaan als loontrekkende werknemer wordt berekend

overeenkomstig artikel 4 van het koninklijk besluit van 3 mei 2007 tot overeenkomstig artikel 4 van het koninklijk besluit van 3 mei 2007 tot
regeling van het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag. regeling van het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag.

Art. 12.De arbeidsovereenkomst van de in artikel 7 bedoelde arbeiders

Art. 12.De arbeidsovereenkomst van de in artikel 7 bedoelde arbeiders

moet een einde nemen tijdens de geldigheidsduur van deze collectieve moet een einde nemen tijdens de geldigheidsduur van deze collectieve
arbeidsovereenkomst. arbeidsovereenkomst.

Art. 13.De opzeggingstermijn of de door de opzeggingsvergoeding

Art. 13.De opzeggingstermijn of de door de opzeggingsvergoeding

gedekte periode van de ontslagen arbeiders, bedoeld in artikel 7, mag gedekte periode van de ontslagen arbeiders, bedoeld in artikel 7, mag
evenwel een einde nemen buiten de geldigheidsduur van deze collectieve evenwel een einde nemen buiten de geldigheidsduur van deze collectieve
arbeidsovereenkomst, voor zover deze arbeiders de minimumleeftijd van arbeidsovereenkomst, voor zover deze arbeiders de minimumleeftijd van
59 jaar hebben bereikt tijdens de geldigheidsduur van deze collectieve 59 jaar hebben bereikt tijdens de geldigheidsduur van deze collectieve
arbeidsovereenkomst. arbeidsovereenkomst.
HOOFDSTUK IV. - Werkloosheid met bedrijfstoeslag in geval van 40 jaar HOOFDSTUK IV. - Werkloosheid met bedrijfstoeslag in geval van 40 jaar
loopbaan loopbaan

Art. 14.Dit hoofdstuk bepaalt de toekenningsvoorwaarden en

Art. 14.Dit hoofdstuk bepaalt de toekenningsvoorwaarden en

-modaliteiten van de regeling van werkloosheid met bedrijfstoeslag -modaliteiten van de regeling van werkloosheid met bedrijfstoeslag
voor de arbeiders bedoeld in artikel 1 die op het ogenblik dat zij voor de arbeiders bedoeld in artikel 1 die op het ogenblik dat zij
ontslagen worden door hun werkgever, behoudens omwille van dringende ontslagen worden door hun werkgever, behoudens omwille van dringende
reden, 40 jaar beroepsverleden als loontrekkende kunnen reden, 40 jaar beroepsverleden als loontrekkende kunnen
rechtvaardigen. rechtvaardigen.

Art. 15.De in artikel 12 bedoelde arbeiders genieten van een

Art. 15.De in artikel 12 bedoelde arbeiders genieten van een

maandelijkse aanvullende vergoeding ten laste van Constructiv, voor maandelijkse aanvullende vergoeding ten laste van Constructiv, voor
zover ze aan alle volgende voorwaarden voldoen : zover ze aan alle volgende voorwaarden voldoen :
1° Leeftijds- en loopbaanvoorwaarden : 1° Leeftijds- en loopbaanvoorwaarden :
- de leeftijd van 59 jaar hebben bereikt op het ogenblik van het einde - de leeftijd van 59 jaar hebben bereikt op het ogenblik van het einde
van de arbeidsovereenkomst; van de arbeidsovereenkomst;
- een beroepsloopbaan van minstens 40 jaar kunnen bewijzen op het - een beroepsloopbaan van minstens 40 jaar kunnen bewijzen op het
ogenblik van het einde van de arbeidsovereenkomst; ogenblik van het einde van de arbeidsovereenkomst;
2° Elke door de ter zake toepasselijke reglementering niet toegelaten 2° Elke door de ter zake toepasselijke reglementering niet toegelaten
beroepsactiviteit hebben stopgezet; beroepsactiviteit hebben stopgezet;
3° Werkloosheidsuitkeringen genieten; 3° Werkloosheidsuitkeringen genieten;
4° Ten minste 10 jaar van hun beroepsloopbaan doorgebracht hebben in 4° Ten minste 10 jaar van hun beroepsloopbaan doorgebracht hebben in
dienst van één of meerdere van de in artikel 1 bedoelde ondernemingen; dienst van één of meerdere van de in artikel 1 bedoelde ondernemingen;
5° Ten minste 5 legitimatiekaarten "rechthebbende" hebben ontvangen 5° Ten minste 5 legitimatiekaarten "rechthebbende" hebben ontvangen
tijdens de laatste 10 jaar vóór de op inactiviteitsstelling of 7 tijdens de laatste 10 jaar vóór de op inactiviteitsstelling of 7
kaarten in de loop van de laatste 15 jaar. kaarten in de loop van de laatste 15 jaar.

Art. 16.De beroepsloopbaan als loontrekkende werknemer wordt berekend

Art. 16.De beroepsloopbaan als loontrekkende werknemer wordt berekend

overeenkomstig artikel 4 van het koninklijk besluit van 3 mei 2007 tot overeenkomstig artikel 4 van het koninklijk besluit van 3 mei 2007 tot
regeling van het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag. regeling van het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag.

Art. 17.Voor de toepassing van artikel 13, 4° wordt als

Art. 17.Voor de toepassing van artikel 13, 4° wordt als

beroepsloopbaan beschouwd de prestaties en de gelijkgestelde periodes beroepsloopbaan beschouwd de prestaties en de gelijkgestelde periodes
welke in aanmerking worden genomen voor het toekennen van een welke in aanmerking worden genomen voor het toekennen van een
legitimatiekaart. legitimatiekaart.

Art. 18.De arbeidsovereenkomst van de in artikel 12 bedoelde

Art. 18.De arbeidsovereenkomst van de in artikel 12 bedoelde

arbeiders moet een einde nemen tijdens de geldigheidsduur van deze arbeiders moet een einde nemen tijdens de geldigheidsduur van deze
collectieve arbeidsovereenkomst. collectieve arbeidsovereenkomst.
De opzeggingstermijn of de door de opzeggingsvergoeding gedekte De opzeggingstermijn of de door de opzeggingsvergoeding gedekte
periode van de ontslagen arbeiders, bedoeld in artikel 12, mag evenwel periode van de ontslagen arbeiders, bedoeld in artikel 12, mag evenwel
een einde nemen buiten de geldigheidsduur van deze collectieve een einde nemen buiten de geldigheidsduur van deze collectieve
arbeidsovereenkomst, voor zover deze arbeiders de minimumleeftijd van arbeidsovereenkomst, voor zover deze arbeiders de minimumleeftijd van
59 jaar hebben bereikt tijdens de geldigheidsduur van deze collectieve 59 jaar hebben bereikt tijdens de geldigheidsduur van deze collectieve
arbeidsovereenkomst en de beroepsloopbaan van 40 jaar uiterlijk op het arbeidsovereenkomst en de beroepsloopbaan van 40 jaar uiterlijk op het
einde van de arbeidsovereenkomst. einde van de arbeidsovereenkomst.
HOOFDSTUK V. - Bedrag van de aanvullende vergoeding HOOFDSTUK V. - Bedrag van de aanvullende vergoeding

Art. 19.§ 1. De maandbedragen van de aanvullende vergoeding ten laste

Art. 19.§ 1. De maandbedragen van de aanvullende vergoeding ten laste

van Constructiv, bedoeld in de hoofdstukken II, III en IV, worden van Constructiv, bedoeld in de hoofdstukken II, III en IV, worden
vastgesteld op : vastgesteld op :
- 161,24 EUR als het uurloon van de arbeider lager is dan het - 161,24 EUR als het uurloon van de arbeider lager is dan het
conventioneel uurloon van de arbeider van categorie IA; conventioneel uurloon van de arbeider van categorie IA;
- 171,99 EUR als het uurloon van de arbeider minstens gelijk is aan - 171,99 EUR als het uurloon van de arbeider minstens gelijk is aan
het conventioneel uurloon van de arbeider van categorie IA, maar lager het conventioneel uurloon van de arbeider van categorie IA, maar lager
dan het conventioneel uurloon van de arbeider van categorie II; dan het conventioneel uurloon van de arbeider van categorie II;
- 191,25 EUR als het uurloon van de arbeider minstens gelijk is aan - 191,25 EUR als het uurloon van de arbeider minstens gelijk is aan
het conventioneel uurloon van de arbeider van categorie II, maar lager het conventioneel uurloon van de arbeider van categorie II, maar lager
dan het conventioneel uurloon van de arbeider van categorie IIA; dan het conventioneel uurloon van de arbeider van categorie IIA;
- 207,24 EUR als het uurloon van de arbeider minstens gelijk is aan - 207,24 EUR als het uurloon van de arbeider minstens gelijk is aan
het conventioneel uurloon van de arbeider van categorie IIA, maar het conventioneel uurloon van de arbeider van categorie IIA, maar
lager dan het conventioneel uurloon van de arbeider van categorie III; lager dan het conventioneel uurloon van de arbeider van categorie III;
- 225,61 EUR als het uurloon van de arbeider minstens gelijk is aan - 225,61 EUR als het uurloon van de arbeider minstens gelijk is aan
het conventioneel uurloon van de arbeider van categorie III, maar het conventioneel uurloon van de arbeider van categorie III, maar
lager dan het conventioneel uurloon van de arbeider van categorie IV; lager dan het conventioneel uurloon van de arbeider van categorie IV;
- 254,52 EUR als het uurloon van de arbeider minstens gelijk is aan - 254,52 EUR als het uurloon van de arbeider minstens gelijk is aan
het conventioneel uurloon van de arbeider van categorie IV. het conventioneel uurloon van de arbeider van categorie IV.
Het toepasselijke maandbedrag wordt bepaald op basis van het uurloon Het toepasselijke maandbedrag wordt bepaald op basis van het uurloon
van de arbeider vermeld in de DmfA-aangifte van het kwartaal waarin van de arbeider vermeld in de DmfA-aangifte van het kwartaal waarin
zijn arbeidsovereenkomst een einde heeft genomen. zijn arbeidsovereenkomst een einde heeft genomen.
In afwijking op het eerste lid, laatste streepje zijn de maandbedragen In afwijking op het eerste lid, laatste streepje zijn de maandbedragen
van de aanvullende vergoeding ten laste van Constructiv vastgesteld op van de aanvullende vergoeding ten laste van Constructiv vastgesteld op
: :
- 319,84 EUR voor de arbeider die gedurende 10 jaar ononderbroken ten - 319,84 EUR voor de arbeider die gedurende 10 jaar ononderbroken ten
minste de kwalificatie ploegbaas B heeft genoten; minste de kwalificatie ploegbaas B heeft genoten;
- 385,66 EUR voor de arbeider die gedurende 10 jaar ononderbroken de - 385,66 EUR voor de arbeider die gedurende 10 jaar ononderbroken de
kwalificatie meestergast heeft genoten. kwalificatie meestergast heeft genoten.
§ 2. In afwijking op de voorgaande paragraaf zijn de maandbedragen van § 2. In afwijking op de voorgaande paragraaf zijn de maandbedragen van
de aanvullende vergoeding ten laste van Constructiv voor de arbeiders de aanvullende vergoeding ten laste van Constructiv voor de arbeiders
die behoren tot de categorie "werknemers die samenwonen met een die behoren tot de categorie "werknemers die samenwonen met een
echtgenoot of echtgenote die niet over een beroepsinkomen beschikt", echtgenoot of echtgenote die niet over een beroepsinkomen beschikt",
zoals gedefinieerd in artikel 110, § 1, 1° van het koninklijk besluit zoals gedefinieerd in artikel 110, § 1, 1° van het koninklijk besluit
van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering, van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering,
vastgesteld op : vastgesteld op :
- 253,36 EUR als het uurloon van de arbeider lager is dan het - 253,36 EUR als het uurloon van de arbeider lager is dan het
conventioneel uurloon van de arbeider van categorie IA; conventioneel uurloon van de arbeider van categorie IA;
- 287,11 EUR als het uurloon van de arbeider minstens gelijk is aan - 287,11 EUR als het uurloon van de arbeider minstens gelijk is aan
het conventioneel uurloon van de arbeider van categorie IA, maar lager het conventioneel uurloon van de arbeider van categorie IA, maar lager
dan het conventioneel uurloon van de arbeider van categorie II; dan het conventioneel uurloon van de arbeider van categorie II;
- 298,03 EUR als het uurloon van de arbeider minstens gelijk is aan - 298,03 EUR als het uurloon van de arbeider minstens gelijk is aan
het conventioneel uurloon van de arbeider van categorie II, maar lager het conventioneel uurloon van de arbeider van categorie II, maar lager
dan het conventioneel uurloon van de arbeider van categorie IIA; dan het conventioneel uurloon van de arbeider van categorie IIA;
- 329,75 EUR als het uurloon van de arbeider minstens gelijk is aan - 329,75 EUR als het uurloon van de arbeider minstens gelijk is aan
het conventioneel uurloon van de arbeider van categorie IIA, maar het conventioneel uurloon van de arbeider van categorie IIA, maar
lager dan het conventioneel uurloon van de arbeider van categorie III; lager dan het conventioneel uurloon van de arbeider van categorie III;
- 339,04 EUR als het uurloon van de arbeider minstens gelijk is aan - 339,04 EUR als het uurloon van de arbeider minstens gelijk is aan
het conventioneel uurloon van de arbeider van categorie III, maar het conventioneel uurloon van de arbeider van categorie III, maar
lager dan het conventioneel uurloon van de arbeider van categorie IV; lager dan het conventioneel uurloon van de arbeider van categorie IV;
- 384,67 EUR als het uurloon van de arbeider minstens gelijk is aan - 384,67 EUR als het uurloon van de arbeider minstens gelijk is aan
het conventioneel uurloon van de arbeider van categorie IV. het conventioneel uurloon van de arbeider van categorie IV.
In afwijking op het eerste lid, laatste streepje zijn de maandbedragen In afwijking op het eerste lid, laatste streepje zijn de maandbedragen
van de aanvullende vergoeding ten laste van Constructiv vastgesteld op van de aanvullende vergoeding ten laste van Constructiv vastgesteld op
: :
- 458,13 EUR voor de arbeider die gedurende 10 jaar ononderbroken ten - 458,13 EUR voor de arbeider die gedurende 10 jaar ononderbroken ten
minste de kwalificatie ploegbaas B heeft genoten; minste de kwalificatie ploegbaas B heeft genoten;
- 531,42 EUR voor de arbeider die gedurende 10 jaar ononderbroken de - 531,42 EUR voor de arbeider die gedurende 10 jaar ononderbroken de
kwalificatie meestergast heeft genoten. kwalificatie meestergast heeft genoten.
§ 3. Het bedrag van de aanvullende vergoeding, bedoeld in § 1 en § 2, § 3. Het bedrag van de aanvullende vergoeding, bedoeld in § 1 en § 2,
die uitgekeerd wordt in de maand december verhoogd met : die uitgekeerd wordt in de maand december verhoogd met :
- 122,50 EUR voor de arbeiders die behoren tot de categorie - 122,50 EUR voor de arbeiders die behoren tot de categorie
"werknemers met gezinslast", zoals gedefinieerd in artikel 110, § 1 "werknemers met gezinslast", zoals gedefinieerd in artikel 110, § 1
van het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de van het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de
werkloosheidsreglementering; werkloosheidsreglementering;
- 61,25 EUR voor de overige arbeiders. - 61,25 EUR voor de overige arbeiders.

Art. 20.Constructiv neemt, naast de aanvullende vergoeding, ook de

Art. 20.Constructiv neemt, naast de aanvullende vergoeding, ook de

bijzondere werkgeversbijdragen verschuldigd in de stelsel van bijzondere werkgeversbijdragen verschuldigd in de stelsel van
werkloosheid met bedrijfstoeslag ten laste, bedoeld in hoofdstuk VI werkloosheid met bedrijfstoeslag ten laste, bedoeld in hoofdstuk VI
van titel XI van de wet houdende diverse bepalingen (I) van 27 van titel XI van de wet houdende diverse bepalingen (I) van 27
december 2006. december 2006.
HOOFDSTUK VI. - Procedure en algemene bepalingen HOOFDSTUK VI. - Procedure en algemene bepalingen

Art. 21.De aanvraag tot toekenning van de aanvullende vergoeding moet

Art. 21.De aanvraag tot toekenning van de aanvullende vergoeding moet

worden ingediend bij Constructiv door toedoen van een worden ingediend bij Constructiv door toedoen van een
vakbondsorganisatie die deze collectieve arbeidsovereenkomst heeft vakbondsorganisatie die deze collectieve arbeidsovereenkomst heeft
ondertekend of door de betrokkene rechtstreeks bij middel van een ondertekend of door de betrokkene rechtstreeks bij middel van een
bijzonder formulier. bijzonder formulier.
De aanvraag moet vergezeld gaan van de documenten tot staving van het De aanvraag moet vergezeld gaan van de documenten tot staving van het
recht op de aanvullende vergoeding. recht op de aanvullende vergoeding.

Art. 22.Het beheerscomité bedoeld in artikel 21 van de statuten van

Art. 22.Het beheerscomité bedoeld in artikel 21 van de statuten van

Constructiv bepaalt de praktische modaliteiten en de procedure die Constructiv bepaalt de praktische modaliteiten en de procedure die
moet worden gevolgd bij het indienen en het behandelen van de moet worden gevolgd bij het indienen en het behandelen van de
aanvragen tot toekenning. aanvragen tot toekenning.

Art. 23.De patronale dienst bedoeld in artikel 12 van de statuten van

Art. 23.De patronale dienst bedoeld in artikel 12 van de statuten van

Constructiv is belast met de administratieve, boekhoudkundige en Constructiv is belast met de administratieve, boekhoudkundige en
financiële organisatie van de verrichtingen die voortvloeien uit de financiële organisatie van de verrichtingen die voortvloeien uit de
toepassing van deze collectieve arbeidsovereenkomst. toepassing van deze collectieve arbeidsovereenkomst.

Art. 24.De aanvullende vergoeding kan niet gecumuleerd worden met

Art. 24.De aanvullende vergoeding kan niet gecumuleerd worden met

andere voordelen van bestaanszekerheid, met uitzondering van de andere voordelen van bestaanszekerheid, met uitzondering van de
promotievergoeding. promotievergoeding.

Art. 25.De bijzondere gevallen die niet op grond van de bepalingen

Art. 25.De bijzondere gevallen die niet op grond van de bepalingen

van deze collectieve arbeidsovereenkomst kunnen worden opgelost, van deze collectieve arbeidsovereenkomst kunnen worden opgelost,
worden door de meest gerede partij voorgelegd aan het beheerscomité worden door de meest gerede partij voorgelegd aan het beheerscomité
bedoeld in artikel 21 van de statuten van Constructiv. bedoeld in artikel 21 van de statuten van Constructiv.
Bij enige moeilijkheid rond de toegang in het regime "werkloosheid met Bij enige moeilijkheid rond de toegang in het regime "werkloosheid met
bedrijfstoeslag", kan de meest gerede partij deze problematiek bij het bedrijfstoeslag", kan de meest gerede partij deze problematiek bij het
verzoeningsbureau van het paritair comité aanhangig maken nadat de verzoeningsbureau van het paritair comité aanhangig maken nadat de
lokale verzoeningsprocedure werd uitgeput. lokale verzoeningsprocedure werd uitgeput.
HOOFDSTUK VII. - Financiering HOOFDSTUK VII. - Financiering

Art. 26.De aanvullende vergoeding wordt gefinancierd door de

Art. 26.De aanvullende vergoeding wordt gefinancierd door de

forfaitaire bijdrage verschuldigd aan Constructiv (collectieve forfaitaire bijdrage verschuldigd aan Constructiv (collectieve
arbeidsovereenkomst van 3 juni 2004 tot vaststelling van de arbeidsovereenkomst van 3 juni 2004 tot vaststelling van de
forfaitaire bijdrage aan Constructiv). forfaitaire bijdrage aan Constructiv).
HOOFDSTUK VIII. - Specifieke maatregelen HOOFDSTUK VIII. - Specifieke maatregelen

Art. 27.Aan de werkgever die, in toepassing van het koninklijk

Art. 27.Aan de werkgever die, in toepassing van het koninklijk

besluit van 3 mei 2007 tot regeling van het stelsel van werkloosheid besluit van 3 mei 2007 tot regeling van het stelsel van werkloosheid
met bedrijfstoeslag, overgaat tot de vervanging van een werkloze met met bedrijfstoeslag, overgaat tot de vervanging van een werkloze met
bedrijfstoeslag, wordt aanbevolen behoudens geldige reden een jongere bedrijfstoeslag, wordt aanbevolen behoudens geldige reden een jongere
van minder dan 26 jaar aan te werven. van minder dan 26 jaar aan te werven.

Art. 28.Het is verboden werklozen met bedrijfstoeslag tewerk te

Art. 28.Het is verboden werklozen met bedrijfstoeslag tewerk te

stellen in de ondernemingen bedoeld in artikel 1 of hen als stellen in de ondernemingen bedoeld in artikel 1 of hen als
uitzendkracht ter beschikking te stellen van deze ondernemingen. uitzendkracht ter beschikking te stellen van deze ondernemingen.

Art. 29.In afwijking op de toekenningsvoorwaarden bepaald in de

Art. 29.In afwijking op de toekenningsvoorwaarden bepaald in de

hoofdstukken II, III en IV, betaalt Constructiv de aanvullende hoofdstukken II, III en IV, betaalt Constructiv de aanvullende
vergoeding verder uit in geval van werkhervatting door de in de vergoeding verder uit in geval van werkhervatting door de in de
artikelen 3, 7 en 12 bedoelde arbeiders tijdens de periode van artikelen 3, 7 en 12 bedoelde arbeiders tijdens de periode van
werkloosheid met bedrijfstoeslag. werkloosheid met bedrijfstoeslag.
Dit geldt tevens voor de werkloze met bedrijfstoeslag die tijdelijk Dit geldt tevens voor de werkloze met bedrijfstoeslag die tijdelijk
zijn stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag schorst om in een zijn stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag schorst om in een
opleidingscentrum (erkend door Constructiv) bijkomende vorming te opleidingscentrum (erkend door Constructiv) bijkomende vorming te
geven aan werkzoekenden en werknemers. geven aan werkzoekenden en werknemers.
De uitbetaling neemt in ieder geval een einde op het ogenblik dat de De uitbetaling neemt in ieder geval een einde op het ogenblik dat de
in de artikelen 3, 7 en 12 bedoelde arbeiders de wettelijke in de artikelen 3, 7 en 12 bedoelde arbeiders de wettelijke
pensioenleeftijd bereiken. pensioenleeftijd bereiken.
Ingeval er, in strijd met het verbod, toch werkhervatting zou zijn bij Ingeval er, in strijd met het verbod, toch werkhervatting zou zijn bij
dezelfde werkgever die de arbeider heeft ontslagen om reden van dezelfde werkgever die de arbeider heeft ontslagen om reden van
werkloosheid met bedrijfstoeslag, vordert Constructiv van die werkloosheid met bedrijfstoeslag, vordert Constructiv van die
werkgever de terugbetaling van de werkgeversbijdragen die op de werkgever de terugbetaling van de werkgeversbijdragen die op de
doorbetaalde aanvullende vergoeding verschuldigd zijn. doorbetaalde aanvullende vergoeding verschuldigd zijn.

Art. 30.Bij werkloosheid met bedrijfstoeslag bedoeld in hoofdstuk III

Art. 30.Bij werkloosheid met bedrijfstoeslag bedoeld in hoofdstuk III

van deze collectieve arbeidsovereenkomst, kan Constructiv controleren van deze collectieve arbeidsovereenkomst, kan Constructiv controleren
of de betrokkene tijdens de periode van werkloosheid met of de betrokkene tijdens de periode van werkloosheid met
bedrijfstoeslag blijft voldoen aan de voorwaarde dat hij ongeschikt is bedrijfstoeslag blijft voldoen aan de voorwaarde dat hij ongeschikt is
om zijn vroegere beroepsactiviteit voort te zetten. Ingeval een om zijn vroegere beroepsactiviteit voort te zetten. Ingeval een
irreguliere werkhervatting zou worden vastgesteld, kan het irreguliere werkhervatting zou worden vastgesteld, kan het
beheerscomité bedoeld in artikel 21 van de statuten van Constructiv de beheerscomité bedoeld in artikel 21 van de statuten van Constructiv de
toekenning van de aanvullende vergoeding herzien. toekenning van de aanvullende vergoeding herzien.
HOOFDSTUK IX. - Geldigheidsduur HOOFDSTUK IX. - Geldigheidsduur

Art. 31.Deze collectieve arbeidsovereenkomst wordt gesloten voor een

Art. 31.Deze collectieve arbeidsovereenkomst wordt gesloten voor een

bepaalde duur. Ze treedt in werking op 1 januari 2019 en houdt op van bepaalde duur. Ze treedt in werking op 1 januari 2019 en houdt op van
kracht te zijn op 30 juni 2019. kracht te zijn op 30 juni 2019.
Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 17 augustus Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 17 augustus
2019. 2019.
De Minister van Werk, De Minister van Werk,
W. BEKE W. BEKE
^