Etaamb.openjustice.be
Meertalige weergave van Koninklijk Besluit van 17/08/2018
← Terug naar "Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 18 december 2017, gesloten in het Paritair Comité voor de bedienden uit de voedingsnijverheid, betreffende de permanente vorming "
Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 18 december 2017, gesloten in het Paritair Comité voor de bedienden uit de voedingsnijverheid, betreffende de permanente vorming Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 18 december 2017, gesloten in het Paritair Comité voor de bedienden uit de voedingsnijverheid, betreffende de permanente vorming
FEDERALE OVERHEIDSDIENST WERKGELEGENHEID, ARBEID EN SOCIAAL OVERLEG FEDERALE OVERHEIDSDIENST WERKGELEGENHEID, ARBEID EN SOCIAAL OVERLEG
17 AUGUSTUS 2018. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend 17 AUGUSTUS 2018. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend
wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 18 december wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 18 december
2017, gesloten in het Paritair Comité voor de bedienden uit de 2017, gesloten in het Paritair Comité voor de bedienden uit de
voedingsnijverheid, betreffende de permanente vorming (1) voedingsnijverheid, betreffende de permanente vorming (1)
FILIP, Koning der Belgen, FILIP, Koning der Belgen,
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve
arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel
28; 28;
Gelet op het verzoek van het Paritair Comité voor de bedienden uit de Gelet op het verzoek van het Paritair Comité voor de bedienden uit de
voedingsnijverheid; voedingsnijverheid;
Op de voordracht van de Minister van Werk, Op de voordracht van de Minister van Werk,
Hebben Wij besloten en besluiten Wij : Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage

Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage

overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 18 december 2017, overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 18 december 2017,
gesloten in het Paritair Comité voor de bedienden uit de gesloten in het Paritair Comité voor de bedienden uit de
voedingsnijverheid, betreffende de permanente vorming. voedingsnijverheid, betreffende de permanente vorming.

Art. 2.De minister bevoegd voor Werk is belast met de uitvoering van

Art. 2.De minister bevoegd voor Werk is belast met de uitvoering van

dit besluit. dit besluit.
Gegeven te Brussel, 17 augustus 2018. Gegeven te Brussel, 17 augustus 2018.
FILIP FILIP
Van Koningswege : Van Koningswege :
De Minister van Werk, De Minister van Werk,
K. PEETERS K. PEETERS
_______ _______
Nota Nota
(1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad : (1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad :
Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969. Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969.
Bijlage Bijlage
Paritair Comité voor de bedienden uit de voedingsnijverheid Paritair Comité voor de bedienden uit de voedingsnijverheid
Collectieve arbeidsovereenkomst van 18 december 2017 Collectieve arbeidsovereenkomst van 18 december 2017
Permanente vorming Permanente vorming
(Overeenkomst geregistreerd op 22 februari 2018 onder het nummer (Overeenkomst geregistreerd op 22 februari 2018 onder het nummer
144694/CO/220) 144694/CO/220)
HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied

Artikel 1.§ 1. Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing

Artikel 1.§ 1. Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing

op de werkgevers en de bedienden van de ondernemingen die tot de op de werkgevers en de bedienden van de ondernemingen die tot de
bevoegdheid van het Paritair Comité voor de bedienden uit de bevoegdheid van het Paritair Comité voor de bedienden uit de
voedingsnijverheid behoren. voedingsnijverheid behoren.
§ 2. Met "bedienden" worden de mannelijke en de vrouwelijke bedienden § 2. Met "bedienden" worden de mannelijke en de vrouwelijke bedienden
bedoeld. bedoeld.
HOOFDSTUK II. - Permanente vorming HOOFDSTUK II. - Permanente vorming

Art. 2.§ 1. De werkgever is eraan gehouden een volume professionele

Art. 2.§ 1. De werkgever is eraan gehouden een volume professionele

vorming te organiseren voor de bedienden, overeenstemmend op jaarbasis vorming te organiseren voor de bedienden, overeenstemmend op jaarbasis
met 1,30 pct. van het totaal volume van de gepresteerde arbeidstijd met 1,30 pct. van het totaal volume van de gepresteerde arbeidstijd
van alle bedienden van de onderneming. van alle bedienden van de onderneming.
§ 2. Bij toepassing van artikel 30, § 7 van de wet van 23 december § 2. Bij toepassing van artikel 30, § 7 van de wet van 23 december
2005 betreffende het Generatiepact (Belgisch Staatsblad van 30 2005 betreffende het Generatiepact (Belgisch Staatsblad van 30
december 2005) en het koninklijk besluit van 11 oktober 2007 tot december 2005) en het koninklijk besluit van 11 oktober 2007 tot
uitvoering van artikel 30 van de wet van 23 december 2005 betreffende uitvoering van artikel 30 van de wet van 23 december 2005 betreffende
het Generatiepact (Belgisch Staatblad van 5 december 2007), komen de het Generatiepact (Belgisch Staatblad van 5 december 2007), komen de
partijen overeen om de vormingsinspanningen in 2017 te behouden op dit partijen overeen om de vormingsinspanningen in 2017 te behouden op dit
niveau. niveau.
§ 3. Vanaf 1 januari 2018 zal de verplichting om 1,30 pct. van de § 3. Vanaf 1 januari 2018 zal de verplichting om 1,30 pct. van de
gepresteerde arbeidstijd van alle bedienden in de onderneming te gepresteerde arbeidstijd van alle bedienden in de onderneming te
besteden aan vorming omgezet worden naar gemiddeld 3 dagen vorming per besteden aan vorming omgezet worden naar gemiddeld 3 dagen vorming per
voltijds equivalent per jaar. voltijds equivalent per jaar.
Deze 3 dagen zullen geleidelijk verhoogd worden om gemiddeld 5 dagen Deze 3 dagen zullen geleidelijk verhoogd worden om gemiddeld 5 dagen
opleiding te bereiken per voltijds equivalent. opleiding te bereiken per voltijds equivalent.
§ 4. Vanaf 1 januari 2018 beschikt iedere werknemer over een § 4. Vanaf 1 januari 2018 beschikt iedere werknemer over een
individueel opleidingskrediet van gemiddeld 2 dagen per voltijds individueel opleidingskrediet van gemiddeld 2 dagen per voltijds
equivalent per jaar. equivalent per jaar.
Paritaire commentaar : Paritaire commentaar :
Het aantal dagen waarvan sprake in voorafgaand artikel betreft een Het aantal dagen waarvan sprake in voorafgaand artikel betreft een
gemiddelde over twee kalenderjaren vanaf 1 januari 2018 (2018-2019, gemiddelde over twee kalenderjaren vanaf 1 januari 2018 (2018-2019,
2020-2021,...). Dit houdt evenwel geen voorafname in van een eventuele 2020-2021,...). Dit houdt evenwel geen voorafname in van een eventuele
verhoging in de komende sectorale onderhandelingen. verhoging in de komende sectorale onderhandelingen.

Art. 3.§ 1. In de ondernemingen met 20 werknemers en meer zal een

Art. 3.§ 1. In de ondernemingen met 20 werknemers en meer zal een

opleidingsplan opgesteld worden om de doelstelling uit artikel 2 te opleidingsplan opgesteld worden om de doelstelling uit artikel 2 te
bereiken. bereiken.
§ 2. Ondernemingen kunnen voor het opmaken van hun opleidingsplan een § 2. Ondernemingen kunnen voor het opmaken van hun opleidingsplan een
beroep doen op de ondersteuning van het IPV. beroep doen op de ondersteuning van het IPV.
§ 3. Het opleidingsplan zal met de ondernemingsraad en bij § 3. Het opleidingsplan zal met de ondernemingsraad en bij
ontstentenis, de vakbondsafvaardiging overlegd worden. De werkgever ontstentenis, de vakbondsafvaardiging overlegd worden. De werkgever
dient de informatie over de toepassing van deze maatregel te dient de informatie over de toepassing van deze maatregel te
organiseren zoals artikel 8 van collectieve arbeidsovereenkomst nummer organiseren zoals artikel 8 van collectieve arbeidsovereenkomst nummer
9 en de reglementering betreffende de sociale balans het 9 en de reglementering betreffende de sociale balans het
voorschrijven. voorschrijven.
§ 4. In het opleidingsplan zal bijzondere aandacht uitgaan naar de § 4. In het opleidingsplan zal bijzondere aandacht uitgaan naar de
risicogroepen en ruime participatie van alle werknemersgroepen. risicogroepen en ruime participatie van alle werknemersgroepen.
§ 5. Om aanspraak te kunnen maken op de finan-ciële tussenkomst van § 5. Om aanspraak te kunnen maken op de finan-ciële tussenkomst van
IPV zal de onderneming met meer dan 20 werknemers over een IPV zal de onderneming met meer dan 20 werknemers over een
opleidingsplan moeten beschikken opgesteld conform de collectieve opleidingsplan moeten beschikken opgesteld conform de collectieve
arbeidsovereenkomst van 10 februari 2014 inzake het sectoraal model arbeidsovereenkomst van 10 februari 2014 inzake het sectoraal model
van opleidingsplan (algemeen verbindend verklaard door het koninklijk van opleidingsplan (algemeen verbindend verklaard door het koninklijk
besluit van 19 september 2014, Belgisch Staatsblad van 5 december besluit van 19 september 2014, Belgisch Staatsblad van 5 december
2014). 2014).
Paritaire commentaar : Paritaire commentaar :
Tot 31 december 2017 zal de werkgever op het einde van elk jaar moeten Tot 31 december 2017 zal de werkgever op het einde van elk jaar moeten
kunnen bewijzen dat hij een aantal uren vorming georganiseerd heeft kunnen bewijzen dat hij een aantal uren vorming georganiseerd heeft
ten belope van 1,30 pct. van het totaal van gepresteerde arbeidsuren ten belope van 1,30 pct. van het totaal van gepresteerde arbeidsuren
van alle bedienden samen, en 3 dagen vanaf 1 januari 2018. van alle bedienden samen, en 3 dagen vanaf 1 januari 2018.
De maatregel bedoeld in artikel 2, § 3 en § 4 zal het voorwelp De maatregel bedoeld in artikel 2, § 3 en § 4 zal het voorwelp
uitmaken van een evaluatie na een periode van 2 jaar. uitmaken van een evaluatie na een periode van 2 jaar.
De sociale partners raden aan deze berekeningen te laten De sociale partners raden aan deze berekeningen te laten
overeenstemmen met deze van de sociale balans. overeenstemmen met deze van de sociale balans.
Het totaal volume arbeidstijd komt overeen met het aantal gepresteerde Het totaal volume arbeidstijd komt overeen met het aantal gepresteerde
uren opgegeven in de sociale balans onder de rubriek 101. Het aantal uren opgegeven in de sociale balans onder de rubriek 101. Het aantal
opleidingsuren staat onder de rubrieken 5802/5812, 5822/5832 en opleidingsuren staat onder de rubrieken 5802/5812, 5822/5832 en
5842/5852. 5842/5852.
Voor het begrip professionele vorming verwijzen we naar de definitie Voor het begrip professionele vorming verwijzen we naar de definitie
in de toelichtingsnota van de Nationale Bank met betrekking tot de in de toelichtingsnota van de Nationale Bank met betrekking tot de
opleidingsactiviteiten opgenomen in de sociale balans. Onder deze opleidingsactiviteiten opgenomen in de sociale balans. Onder deze
opleidingsactiviteiten vallen zowel de formele en de minder formele en opleidingsactiviteiten vallen zowel de formele en de minder formele en
informele voortgezette beroepsopleiding als de initiële informele voortgezette beroepsopleiding als de initiële
beroepsopleidingsinitiatieven ten laste van de werkgever. beroepsopleidingsinitiatieven ten laste van de werkgever.
De tijd besteed aan professionele vorming dient beschouwd te worden De tijd besteed aan professionele vorming dient beschouwd te worden
als arbeidstijd vermits de bediende ter beschikking van de werkgever als arbeidstijd vermits de bediende ter beschikking van de werkgever
staat. staat.
§ 6. Elke bediende beschikt over een initiatiefrecht om een onderhoud § 6. Elke bediende beschikt over een initiatiefrecht om een onderhoud
te vragen met de verantwoordelijke over zijn opleidingsmogelijkheden. te vragen met de verantwoordelijke over zijn opleidingsmogelijkheden.
Tijdens dit onderhoud zal het opleidingsaanbod van IPV bekend gemaakt Tijdens dit onderhoud zal het opleidingsaanbod van IPV bekend gemaakt
worden. worden.
§ 7. De werknemersvertegenwoordigers/leden van de syndicale delegatie § 7. De werknemersvertegenwoordigers/leden van de syndicale delegatie
zullen het opleidingsaanbod van het IPV ontvangen en dit binnen de zullen het opleidingsaanbod van het IPV ontvangen en dit binnen de
onderneming kunnen bekend maken. onderneming kunnen bekend maken.
§ 8. De sociale partners bevelen de ondernemingen aan om in de mate § 8. De sociale partners bevelen de ondernemingen aan om in de mate
van het mogelijke vorming te laten doorgaan tijdens de normale van het mogelijke vorming te laten doorgaan tijdens de normale
arbeidstijd van de werknemers. arbeidstijd van de werknemers.
HOOFDSTUK III. - Onthaal van werknemers HOOFDSTUK III. - Onthaal van werknemers

Art. 4.§ 1. Partijen herinneren aan het koninklijk besluit van 25

Art. 4.§ 1. Partijen herinneren aan het koninklijk besluit van 25

april 2007 betreffende het onthaal en de begeleiding van werknemers april 2007 betreffende het onthaal en de begeleiding van werknemers
met betrekking tot de bescherming van het welzijn bij de uitvoering met betrekking tot de bescherming van het welzijn bij de uitvoering
van hun werk (Belgisch Staatsblad van 10 mei 2007). van hun werk (Belgisch Staatsblad van 10 mei 2007).
§ 2. Met de ondernemingsraad en bij ontstentenis, de § 2. Met de ondernemingsraad en bij ontstentenis, de
vakbondsafvaardiging zal overlegd worden over de praktische toepassing vakbondsafvaardiging zal overlegd worden over de praktische toepassing
van dit koninklijk besluit in de onderneming en met name over de van dit koninklijk besluit in de onderneming en met name over de
faciliteiten en opleiding van de ervaren werknemers die worden faciliteiten en opleiding van de ervaren werknemers die worden
aangeduid voor de begeleiding van de beginnende werknemer. Het IPV zal aangeduid voor de begeleiding van de beginnende werknemer. Het IPV zal
een kosteloze training aanbieden om deze ervaren werknemers op te een kosteloze training aanbieden om deze ervaren werknemers op te
leiden voor deze taak. leiden voor deze taak.
HOOFDSTUK IV. - Inspanningen ten voordele van de risicogroepen HOOFDSTUK IV. - Inspanningen ten voordele van de risicogroepen

Art. 5.§ 1. Huidig hoofdstuk wordt gesloten enerzijds in toepassing

Art. 5.§ 1. Huidig hoofdstuk wordt gesloten enerzijds in toepassing

van titel XIII, hoofdstuk VIII, afdeling 1 van de wet van 27 december van titel XIII, hoofdstuk VIII, afdeling 1 van de wet van 27 december
2006 houdende diverse bepalingen (I) (Belgisch Staatsblad van 28 2006 houdende diverse bepalingen (I) (Belgisch Staatsblad van 28
december 2006) en anderzijds het koninklijk besluit van 19 februari december 2006) en anderzijds het koninklijk besluit van 19 februari
2013 tot uitvoering van artikel 189, 4de lid van dezelfde wet, laatst 2013 tot uitvoering van artikel 189, 4de lid van dezelfde wet, laatst
gewijzigd door het koninklijk besluit van 19 april 2014 (Belgisch gewijzigd door het koninklijk besluit van 19 april 2014 (Belgisch
Staatsblad van 8 april 2013). Staatsblad van 8 april 2013).
§ 2. Gedurende de jaren 2017-2018 zal de sector 0,15 pct. van de § 2. Gedurende de jaren 2017-2018 zal de sector 0,15 pct. van de
brutolonen besteden aan de vorming van werkenden en werkzoekenden uit brutolonen besteden aan de vorming van werkenden en werkzoekenden uit
de risicogroepen. de risicogroepen.

Art. 6.Worden als risicogroepen beschouwd :

Art. 6.Worden als risicogroepen beschouwd :

- De werklozen in het algemeen en werklozen jonger dan 30 jaar in het - De werklozen in het algemeen en werklozen jonger dan 30 jaar in het
bijzonder; bijzonder;
- De laaggeschoolde werknemers; - De laaggeschoolde werknemers;
- De werknemers ouder dan 50 jaar; - De werknemers ouder dan 50 jaar;
- De werknemers bedreigd door een herstructurering, een collectief - De werknemers bedreigd door een herstructurering, een collectief
ontslag of een sluiting van onderneming; ontslag of een sluiting van onderneming;
- De ontslagen werknemers; - De ontslagen werknemers;
- De gehandicapten; - De gehandicapten;
- De allochtonen; - De allochtonen;
- De industriële leerlingen; - De industriële leerlingen;
- De werknemers vermeld in artikel 7, voor zover niet gevat door de - De werknemers vermeld in artikel 7, voor zover niet gevat door de
voorgaande punten. voorgaande punten.

Art. 7.Volgende inspanningen zullen worden gedaan tijdens de jaren

Art. 7.Volgende inspanningen zullen worden gedaan tijdens de jaren

2017-2018 : 2017-2018 :
§ 1. Het aantal industriële leerlingen gespreid over twee jaar zal § 1. Het aantal industriële leerlingen gespreid over twee jaar zal
minstens 200 bedragen. minstens 200 bedragen.
§ 2. Het aantal werkzoekenden en werkenden uit de risicogroepen dat § 2. Het aantal werkzoekenden en werkenden uit de risicogroepen dat
een IPV-vorming geniet zal jaarlijks minstens 3 000 bedragen. een IPV-vorming geniet zal jaarlijks minstens 3 000 bedragen.
§ 3. De vorming van werkzoekenden onder de risicogroepen zal zodanig § 3. De vorming van werkzoekenden onder de risicogroepen zal zodanig
georganiseerd worden dat de kansen op tewerkstelling in de sector georganiseerd worden dat de kansen op tewerkstelling in de sector
reëel zijn. reëel zijn.
§ 4. Een jaarlijkse inspanning van minstens 0,05 pct. (van de 0,15 § 4. Een jaarlijkse inspanning van minstens 0,05 pct. (van de 0,15
pct.) van de brutolonen zal gedaan worden voor personen in doelgroepen pct.) van de brutolonen zal gedaan worden voor personen in doelgroepen
opgenomen in het koninklijk besluit van 19 februari 2013 tot opgenomen in het koninklijk besluit van 19 februari 2013 tot
uitvoering van artikel 189, 4de lid van de wet van 27 december 2006 uitvoering van artikel 189, 4de lid van de wet van 27 december 2006
houdende diverse bepalingen (I) (Belgisch Staatsblad van 8 april houdende diverse bepalingen (I) (Belgisch Staatsblad van 8 april
2013). 2013).
§ 5. In toepassing van artikel 2 van het koninklijk besluit van 19 § 5. In toepassing van artikel 2 van het koninklijk besluit van 19
februari 2013 tot uitvoering van artikel 189, 4de lid van de wet van februari 2013 tot uitvoering van artikel 189, 4de lid van de wet van
27 december 2006 houdende diverse bepalingen (I), gewijzigd door het 27 december 2006 houdende diverse bepalingen (I), gewijzigd door het
koninklijk besluit van 23 augustus 2015, wordt ten minste 0,05 pct. koninklijk besluit van 23 augustus 2015, wordt ten minste 0,05 pct.
besteed aan initiatieven ten voordele van personen die nog geen 26 besteed aan initiatieven ten voordele van personen die nog geen 26
jaar oud zijn en tot de risicogroepen behoren. jaar oud zijn en tot de risicogroepen behoren.
§ 6. De in § 5 bedoelde inspanningen worden geconcretiseerd door het § 6. De in § 5 bedoelde inspanningen worden geconcretiseerd door het
sluiten van één of meerdere partnerschapsovereenkomsten tussen het IPV sluiten van één of meerdere partnerschapsovereenkomsten tussen het IPV
en de ondernemingen, de onderwijs- of vormingsinstellingen of de en de ondernemingen, de onderwijs- of vormingsinstellingen of de
gewestelijke arbeidsbemiddelings- of opleidingsdiensten. gewestelijke arbeidsbemiddelings- of opleidingsdiensten.
§ 7. De in § 5 bedoelde inspanningen worden uitgevoerd door : § 7. De in § 5 bedoelde inspanningen worden uitgevoerd door :
- ingroeibanen zoals beschreven in artikel 3°/1 van het koninklijk - ingroeibanen zoals beschreven in artikel 3°/1 van het koninklijk
besluit van 26 november 2013; besluit van 26 november 2013;
- het stageaanbod in de onderneming; - het stageaanbod in de onderneming;
- de aanwerving in het kader van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde - de aanwerving in het kader van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde
of onbepaalde duur of voor een duidelijk omschreven werk zoals bedoeld of onbepaalde duur of voor een duidelijk omschreven werk zoals bedoeld
in artikel 7 van de wet van 3 juli 1978 betreffende de in artikel 7 van de wet van 3 juli 1978 betreffende de
arbeidsovereenkomsten; arbeidsovereenkomsten;
- het opleidingsaanbod in ondernemingen of in externe instellingen; - het opleidingsaanbod in ondernemingen of in externe instellingen;
- de vorming van opleiders; - de vorming van opleiders;
- de investering in het technologisch materiaal; - de investering in het technologisch materiaal;
- het gezamenlijk gebruik van opleidingsmateriaal; - het gezamenlijk gebruik van opleidingsmateriaal;
- de investering in laaggeschoolde jongeren jonger dan 26 jaar die - de investering in laaggeschoolde jongeren jonger dan 26 jaar die
gedurende hun eerste 12 maanden van tewerkstelling recht hebben op een gedurende hun eerste 12 maanden van tewerkstelling recht hebben op een
budget van 2 500 EUR voor het volgen van opleidingen via IPV. De budget van 2 500 EUR voor het volgen van opleidingen via IPV. De
modaliteiten zullen afgesproken worden binnen de raad van beheer van modaliteiten zullen afgesproken worden binnen de raad van beheer van
IPV. IPV.
HOOFDSTUK V. - Berekening van de theoretische verplichting tot het HOOFDSTUK V. - Berekening van de theoretische verplichting tot het
aanwerven van jongeren met een startbaanovereenkomst voor de sector aanwerven van jongeren met een startbaanovereenkomst voor de sector

Art. 8.Volgens de recentste statistische gegevens van de Centrale

Art. 8.Volgens de recentste statistische gegevens van de Centrale

Raad voor het Bedrijfsleven stelden de ondernemingen van de sector met Raad voor het Bedrijfsleven stelden de ondernemingen van de sector met
50 of meer werknemers, op 30 juni 2012 58 308 werknemers tewerk. 50 of meer werknemers, op 30 juni 2012 58 308 werknemers tewerk.
Op basis van deze gegevens is de sector verplicht om voor 1 749 Op basis van deze gegevens is de sector verplicht om voor 1 749
personen een startbaanovereenkomst te sluiten. personen een startbaanovereenkomst te sluiten.
HOOFDSTUK VI. - Outplacement HOOFDSTUK VI. - Outplacement

Art. 9.In de schoot van de raad van bestuur van IPV zullen de

Art. 9.In de schoot van de raad van bestuur van IPV zullen de

partijen de modaliteiten en het nodige budget onderzoeken om de partijen de modaliteiten en het nodige budget onderzoeken om de
ontslagen bedienden een outplacement te kunnen aanbieden. ontslagen bedienden een outplacement te kunnen aanbieden.
HOOFDSTUK VII. - Financiering IPV HOOFDSTUK VII. - Financiering IPV

Art. 10.De bijdrage van de werkgever is per bediende vastgesteld op

Art. 10.De bijdrage van de werkgever is per bediende vastgesteld op

0,20 pct. van de lonen en dit voor onbepaalde duur. 0,20 pct. van de lonen en dit voor onbepaalde duur.
HOOFDSTUK VIII. - Geldigheidsduur HOOFDSTUK VIII. - Geldigheidsduur

Art. 11.§ 1. Deze collectieve arbeidsovereenkomst treedt in werking

Art. 11.§ 1. Deze collectieve arbeidsovereenkomst treedt in werking

op 1 januari 2017 en geldt voor onbepaalde tijd. op 1 januari 2017 en geldt voor onbepaalde tijd.
§ 2. Zij vervangt de collectieve arbeidsovereenkomst van 14 september § 2. Zij vervangt de collectieve arbeidsovereenkomst van 14 september
2015 beftreffende de permanente vorming voor de bedienden uit de 2015 beftreffende de permanente vorming voor de bedienden uit de
voedingsnijverheid, afgesloten in de schoot van het Paritair Comité voedingsnijverheid, afgesloten in de schoot van het Paritair Comité
voor de bedienden uit de voedingsnijverheid, geregistreerd onder het voor de bedienden uit de voedingsnijverheid, geregistreerd onder het
nr. 129869/CO/220. nr. 129869/CO/220.
§ 3. De collectieve arbeidsovereenkomst kan opgezegd worden door één § 3. De collectieve arbeidsovereenkomst kan opgezegd worden door één
der partijen, met een opzegging van drie maanden betekend bij een ter der partijen, met een opzegging van drie maanden betekend bij een ter
post aangetekende brief gericht aan de voorzitter van het Paritair post aangetekende brief gericht aan de voorzitter van het Paritair
Comité voor de bedienden uit de voedingsnijverheid en aan de erin Comité voor de bedienden uit de voedingsnijverheid en aan de erin
vertegenwoordigde organisaties. vertegenwoordigde organisaties.
Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 17 augustus Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 17 augustus
2018. 2018.
De Minister van Werk, De Minister van Werk,
K. PEETERS K. PEETERS
^