Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 4 maart 2014, gesloten in het Paritair Comité voor het kleding- en confectiebedrijf, betreffende bedrijfstoeslag bij werkloosheid vanaf 60 jaar | Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 4 maart 2014, gesloten in het Paritair Comité voor het kleding- en confectiebedrijf, betreffende bedrijfstoeslag bij werkloosheid vanaf 60 jaar |
---|---|
FEDERALE OVERHEIDSDIENST WERKGELEGENHEID, ARBEID EN SOCIAAL OVERLEG | FEDERALE OVERHEIDSDIENST WERKGELEGENHEID, ARBEID EN SOCIAAL OVERLEG |
16 DECEMBER 2014. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend | 16 DECEMBER 2014. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend |
wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 4 maart 2014, | wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 4 maart 2014, |
gesloten in het Paritair Comité voor het kleding- en confectiebedrijf, | gesloten in het Paritair Comité voor het kleding- en confectiebedrijf, |
betreffende bedrijfstoeslag bij werkloosheid vanaf 60 jaar (1) | betreffende bedrijfstoeslag bij werkloosheid vanaf 60 jaar (1) |
FILIP, Koning der Belgen, | FILIP, Koning der Belgen, |
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. | Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. |
Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve | Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve |
arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel | arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel |
28; | 28; |
Gelet op het verzoek van het Paritair Comité voor het kleding- en | Gelet op het verzoek van het Paritair Comité voor het kleding- en |
confectiebedrijf; | confectiebedrijf; |
Op de voordracht van de Minister van Werk, | Op de voordracht van de Minister van Werk, |
Hebben Wij besloten en besluiten Wij : | Hebben Wij besloten en besluiten Wij : |
Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage |
Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage |
overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 4 maart 2014, gesloten | overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 4 maart 2014, gesloten |
in het Paritair Comité voor het kleding- en confectiebedrijf, | in het Paritair Comité voor het kleding- en confectiebedrijf, |
betreffende bedrijfstoeslag bij werkloosheid vanaf 60 jaar. | betreffende bedrijfstoeslag bij werkloosheid vanaf 60 jaar. |
Art. 2.De minister bevoegd voor Werk is belast met de uitvoering van |
Art. 2.De minister bevoegd voor Werk is belast met de uitvoering van |
dit besluit. | dit besluit. |
Gegeven te Brussel, 16 december 2014. | Gegeven te Brussel, 16 december 2014. |
FILIP | FILIP |
Van Koningswege : | Van Koningswege : |
De Minister van Werk, | De Minister van Werk, |
K. PEETERS | K. PEETERS |
_______ | _______ |
Nota | Nota |
(1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad : | (1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad : |
Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969. | Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969. |
Bijlage | Bijlage |
Paritair Comité voor het kleding- en confectiebedrijf | Paritair Comité voor het kleding- en confectiebedrijf |
Collectieve arbeidsovereenkomst van 4 maart 2014 | Collectieve arbeidsovereenkomst van 4 maart 2014 |
Bedrijfstoeslag bij werkloosheid vanaf 60 jaar | Bedrijfstoeslag bij werkloosheid vanaf 60 jaar |
(Overeenkomst geregistreerd op 15 mei 2014 onder het nummer | (Overeenkomst geregistreerd op 15 mei 2014 onder het nummer |
121186/CO/109) | 121186/CO/109) |
I. - Toepassingsgebied | I. - Toepassingsgebied |
Artikel 1.Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op |
Artikel 1.Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op |
de werkgevers en de arbeid(st)ers, met inbegrip van de | de werkgevers en de arbeid(st)ers, met inbegrip van de |
huisarbeid(st)ers, van de ondernemingen die onder het Paritair Comité | huisarbeid(st)ers, van de ondernemingen die onder het Paritair Comité |
voor het kleding- en confectiebedrijf ressorteren. | voor het kleding- en confectiebedrijf ressorteren. |
II. - Draagwijdte en duur | II. - Draagwijdte en duur |
Art. 2.Onderhavige collectieve arbeidsovereenkomst heeft tot doel de |
Art. 2.Onderhavige collectieve arbeidsovereenkomst heeft tot doel de |
verderzetting van de toepassing van het stelsel van conventioneel | verderzetting van de toepassing van het stelsel van conventioneel |
brugpensioen vanaf de leeftijd van 60 jaar gedurende de periode van 1 | brugpensioen vanaf de leeftijd van 60 jaar gedurende de periode van 1 |
januari 2014 tot 31 december 2014, overeenkomstig de bepalingen van | januari 2014 tot 31 december 2014, overeenkomstig de bepalingen van |
het koninklijk besluit van 3 mei 2007 tot regeling van het stelsel van | het koninklijk besluit van 3 mei 2007 tot regeling van het stelsel van |
werkloosheid met bedrijfstoeslag. | werkloosheid met bedrijfstoeslag. |
Deze collectieve arbeidsovereenkomst vervangt met ingang van 1 januari | Deze collectieve arbeidsovereenkomst vervangt met ingang van 1 januari |
2014 de collectieve arbeidsovereenkomst van 17 mei 2013 betreffende | 2014 de collectieve arbeidsovereenkomst van 17 mei 2013 betreffende |
het conventioneel brugpensioen vanaf 60 jaar (registratienummer | het conventioneel brugpensioen vanaf 60 jaar (registratienummer |
115698/CO/109) en is van toepassing tot 31 december 2014. | 115698/CO/109) en is van toepassing tot 31 december 2014. |
Art. 3.In uitvoering van artikel 3, 3° van de statuten, vastgesteld |
Art. 3.In uitvoering van artikel 3, 3° van de statuten, vastgesteld |
bij de collectieve arbeidsovereenkomst van 11 december 2012, gesloten | bij de collectieve arbeidsovereenkomst van 11 december 2012, gesloten |
in het Paritair Comité voor het kleding- en confectiebedrijf, houdende | in het Paritair Comité voor het kleding- en confectiebedrijf, houdende |
coördinatie van de statuten van het "Sociaal Waarborgfonds voor de | coördinatie van de statuten van het "Sociaal Waarborgfonds voor de |
kleding- en confectienijverheid" (registratienummer 112635/CO/109), | kleding- en confectienijverheid" (registratienummer 112635/CO/109), |
wordt aan de arbeid(st)ers, bedoeld in artikel 4, een aanvullende | wordt aan de arbeid(st)ers, bedoeld in artikel 4, een aanvullende |
vergoeding - waarvan het bedrag en de wijzen van toekenning en | vergoeding - waarvan het bedrag en de wijzen van toekenning en |
uitkering hierna zijn vastgesteld - toegekend ten laste van genoemd | uitkering hierna zijn vastgesteld - toegekend ten laste van genoemd |
fonds voor de arbeid(st)ers die in het stelsel van werkloosheid met | fonds voor de arbeid(st)ers die in het stelsel van werkloosheid met |
bedrijfstoeslag treden tijdens de periode van 1 januari 2014 tot 31 | bedrijfstoeslag treden tijdens de periode van 1 januari 2014 tot 31 |
december 2014. | december 2014. |
III. - Voorwaarden om recht te hebben op de aanvullende vergoeding | III. - Voorwaarden om recht te hebben op de aanvullende vergoeding |
Art. 4.De in artikel 3 bedoelde aanvullende vergoeding behelst het |
Art. 4.De in artikel 3 bedoelde aanvullende vergoeding behelst het |
toekennen van gelijkaardige voordelen, als voorzien bij collectieve | toekennen van gelijkaardige voordelen, als voorzien bij collectieve |
arbeidsovereenkomst nr. 17 gesloten op 19 december 1974 in de | arbeidsovereenkomst nr. 17 gesloten op 19 december 1974 in de |
Nationale Arbeidsraad, tot invoering van een regeling van aanvullende | Nationale Arbeidsraad, tot invoering van een regeling van aanvullende |
vergoeding ten gunste van sommige bejaarde werknemers indien zij | vergoeding ten gunste van sommige bejaarde werknemers indien zij |
worden ontslagen, algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit | worden ontslagen, algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit |
van 16 januari 1975 en laatst gewijzigd bij collectieve | van 16 januari 1975 en laatst gewijzigd bij collectieve |
arbeidsovereenkomst nr. 17tricies quinquies van 18 december 2012. | arbeidsovereenkomst nr. 17tricies quinquies van 18 december 2012. |
Deze aanvullende vergoeding wordt toegekend aan de arbeid(st)ers die | Deze aanvullende vergoeding wordt toegekend aan de arbeid(st)ers die |
ontslagen worden en voldoen aan de voorwaarden, bepaald in het | ontslagen worden en voldoen aan de voorwaarden, bepaald in het |
koninklijk besluit van 3 mei 2007 tot regeling van het stelsel van | koninklijk besluit van 3 mei 2007 tot regeling van het stelsel van |
werkloosheid met bedrijfstoeslag en aan de voorwaarden bepaald in de | werkloosheid met bedrijfstoeslag en aan de voorwaarden bepaald in de |
collectieve arbeidsovereenkomst nr. 17 van de Nationale Arbeidsraad | collectieve arbeidsovereenkomst nr. 17 van de Nationale Arbeidsraad |
tot invoering van een regeling van aanvullende vergoeding ten gunste | tot invoering van een regeling van aanvullende vergoeding ten gunste |
van sommige bejaarde werknemers indien zij worden ontslagen en die de | van sommige bejaarde werknemers indien zij worden ontslagen en die de |
leeftijd van 60 jaar of ouder hebben bereikt tussen 1 januari 2014 en | leeftijd van 60 jaar of ouder hebben bereikt tussen 1 januari 2014 en |
31 december 2014. | 31 december 2014. |
Voor de toepassing van het vorige lid wordt geen rekening gehouden met | Voor de toepassing van het vorige lid wordt geen rekening gehouden met |
de verlenging van de opzeggingstermijn doorgevoerd in toepassing van | de verlenging van de opzeggingstermijn doorgevoerd in toepassing van |
de artikelen 38, § 2 en 38bis van de wet van 3 juli 1978 betreffende | de artikelen 38, § 2 en 38bis van de wet van 3 juli 1978 betreffende |
de arbeidsovereenkomsten. | de arbeidsovereenkomsten. |
Art. 5.De arbeid(st)ers die voldoen aan de door artikel 4 vereiste |
Art. 5.De arbeid(st)ers die voldoen aan de door artikel 4 vereiste |
leeftijdsvoorwaarden komen in aanmerking voor de in hetzelfde artikel | leeftijdsvoorwaarden komen in aanmerking voor de in hetzelfde artikel |
4 vermelde aanvullende vergoeding indien zij, bovenop de in de | 4 vermelde aanvullende vergoeding indien zij, bovenop de in de |
werkloosheidsreglementering vereiste voorwaarden om te kunnen genieten | werkloosheidsreglementering vereiste voorwaarden om te kunnen genieten |
van het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag, tevens het | van het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag, tevens het |
bewijs kunnen voorleggen van : | bewijs kunnen voorleggen van : |
- hetzij een ononderbroken tewerkstelling van minstens 2 jaar | - hetzij een ononderbroken tewerkstelling van minstens 2 jaar |
onmiddellijk voor het ontslag, dat het recht op bedrijfstoeslag opent, | onmiddellijk voor het ontslag, dat het recht op bedrijfstoeslag opent, |
in één of meerdere ondernemingen ressorterend onder het Paritair | in één of meerdere ondernemingen ressorterend onder het Paritair |
Comité voor het kleding- en confectiebedrijf; | Comité voor het kleding- en confectiebedrijf; |
- hetzij een loopbaan van minstens 10 jaar tewerkstelling in | - hetzij een loopbaan van minstens 10 jaar tewerkstelling in |
ondernemingen ressorterend onder het Paritair Comité voor het kleding- | ondernemingen ressorterend onder het Paritair Comité voor het kleding- |
en confectiebedrijf, na beëindiging van de arbeidsovereenkomst in een | en confectiebedrijf, na beëindiging van de arbeidsovereenkomst in een |
onderneming ressorterend onder het Paritair Comité voor het kleding- | onderneming ressorterend onder het Paritair Comité voor het kleding- |
en confectiebedrijf. | en confectiebedrijf. |
Art. 6.De arbeid(st)ers die voldoen aan de in de artikelen 4 en 5 |
Art. 6.De arbeid(st)ers die voldoen aan de in de artikelen 4 en 5 |
bepaalde voorwaarden, hebben, voor zover zij werkloosheidsuitkeringen | bepaalde voorwaarden, hebben, voor zover zij werkloosheidsuitkeringen |
ontvangen in toepassing van de reglementering betreffende het stelsel | ontvangen in toepassing van de reglementering betreffende het stelsel |
van werkloosheid met bedrijfstoeslag, recht op de aanvullende | van werkloosheid met bedrijfstoeslag, recht op de aanvullende |
vergoeding tot op de datum dat zij de leeftijd bereiken waarop zij | vergoeding tot op de datum dat zij de leeftijd bereiken waarop zij |
wettelijk pensioengerechtigd zijn. | wettelijk pensioengerechtigd zijn. |
Art. 7.De regeling geldt eveneens voor de arbeid(st)ers die tijdelijk |
Art. 7.De regeling geldt eveneens voor de arbeid(st)ers die tijdelijk |
uit het stelsel zouden getreden zijn en die nadien opnieuw van de | uit het stelsel zouden getreden zijn en die nadien opnieuw van de |
regeling wensen te genieten, voor zover zij opnieuw de wettelijke | regeling wensen te genieten, voor zover zij opnieuw de wettelijke |
werkloosheidsvergoeding ontvangen. | werkloosheidsvergoeding ontvangen. |
Tevens zijn de bepalingen toepasselijk van artikel 4bis en van artikel | Tevens zijn de bepalingen toepasselijk van artikel 4bis en van artikel |
4quater van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 17 gesloten op 19 | 4quater van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 17 gesloten op 19 |
december 1974 in de Nationale Arbeidsraad, tot invoering van een | december 1974 in de Nationale Arbeidsraad, tot invoering van een |
regeling van aanvullende vergoeding ten gunste van sommige bejaarde | regeling van aanvullende vergoeding ten gunste van sommige bejaarde |
werknemers indien zij worden ontslagen, algemeen verbindend verklaard | werknemers indien zij worden ontslagen, algemeen verbindend verklaard |
bij koninklijk besluit van 16 januari 1975 en laatst gewijzigd bij | bij koninklijk besluit van 16 januari 1975 en laatst gewijzigd bij |
collectieve arbeidsovereenkomst nr. 17tricies quinquies van 18 | collectieve arbeidsovereenkomst nr. 17tricies quinquies van 18 |
december 2012. | december 2012. |
Het recht op de aanvullende vergoeding ten laste van het "Sociaal | Het recht op de aanvullende vergoeding ten laste van het "Sociaal |
Waarborgfonds voor de kleding- en confectienijverheid" wordt | Waarborgfonds voor de kleding- en confectienijverheid" wordt |
gewaarborgd in geval de werknemer een beroep doet op de bepalingen van | gewaarborgd in geval de werknemer een beroep doet op de bepalingen van |
artikel 3, § 8 van het koninklijk besluit van 3 mei 2007 tot regeling | artikel 3, § 8 van het koninklijk besluit van 3 mei 2007 tot regeling |
van het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag, zoals gewijzigd | van het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag, zoals gewijzigd |
door het koninklijk besluit van 20 september 2012 en verder geregeld | door het koninklijk besluit van 20 september 2012 en verder geregeld |
door de collectieve arbeidsovereenkomst van de Nationale Arbeidsraad | door de collectieve arbeidsovereenkomst van de Nationale Arbeidsraad |
nr. 107 van 28 maart 2013 betreffende het kliksysteem voor het behoud | nr. 107 van 28 maart 2013 betreffende het kliksysteem voor het behoud |
van de aanvullende vergoeding in het kader van bepaalde stelsels van | van de aanvullende vergoeding in het kader van bepaalde stelsels van |
werkloosheid met bedrijfstoeslag, waarbij dus rechten op basis van een | werkloosheid met bedrijfstoeslag, waarbij dus rechten op basis van een |
oudere sectorale collectieve arbeidsovereenkomst ontstonden. | oudere sectorale collectieve arbeidsovereenkomst ontstonden. |
IV. - Bedrag van de aanvullende vergoeding | IV. - Bedrag van de aanvullende vergoeding |
Art. 8.Het bedrag van de aanvullende vergoeding is gelijk aan de |
Art. 8.Het bedrag van de aanvullende vergoeding is gelijk aan de |
helft van het verschil tussen het netto referteloon en de | helft van het verschil tussen het netto referteloon en de |
werkloosheidsuitkering. | werkloosheidsuitkering. |
Art. 9.Het netto referteloon is gelijk aan het bruto maandloon, |
Art. 9.Het netto referteloon is gelijk aan het bruto maandloon, |
begrensd tot 3.780,69 EUR op 1 januari 2013 en verminderd met de | begrensd tot 3.780,69 EUR op 1 januari 2013 en verminderd met de |
persoonlijke sociale zekerheidsbijdrage en de fiscale inhouding. | persoonlijke sociale zekerheidsbijdrage en de fiscale inhouding. |
De grens van 3.780,69 EUR is gekoppeld aan het indexcijfer der | De grens van 3.780,69 EUR is gekoppeld aan het indexcijfer der |
consumptieprijzen, overeenkomstig de bepalingen van de wet van 2 | consumptieprijzen, overeenkomstig de bepalingen van de wet van 2 |
augustus 1971, houdende inrichting van een stelsel waarbij de wedden, | augustus 1971, houdende inrichting van een stelsel waarbij de wedden, |
lonen, pensioenen, toelagen en tegemoetkomingen ten laste van de | lonen, pensioenen, toelagen en tegemoetkomingen ten laste van de |
openbare schatkist, sommige sociale uitkeringen, de | openbare schatkist, sommige sociale uitkeringen, de |
bezoldigingsgrenzen waarmee rekening dient gehouden bij de berekening | bezoldigingsgrenzen waarmee rekening dient gehouden bij de berekening |
van sommige bijdragen van de sociale zekerheid der arbeiders, alsmede | van sommige bijdragen van de sociale zekerheid der arbeiders, alsmede |
de verplichtingen op sociaal gebied opgelegd aan de zelfstandigen, aan | de verplichtingen op sociaal gebied opgelegd aan de zelfstandigen, aan |
het indexcijfer van de consumptieprijzen worden gekoppeld. | het indexcijfer van de consumptieprijzen worden gekoppeld. |
Deze grens wordt daarenboven op 1 januari van elk jaar herzien in | Deze grens wordt daarenboven op 1 januari van elk jaar herzien in |
functie van de ontwikkeling van de regelingslonen, overeenkomstig | functie van de ontwikkeling van de regelingslonen, overeenkomstig |
hetgeen dienaangaande wordt beslist in de Nationale Arbeidsraad. | hetgeen dienaangaande wordt beslist in de Nationale Arbeidsraad. |
Het netto referteloon wordt op de hogere euro afgerond. | Het netto referteloon wordt op de hogere euro afgerond. |
Art. 10.§ 1. Het brutoloon omvat de contractuele premies die |
Art. 10.§ 1. Het brutoloon omvat de contractuele premies die |
rechtstreeks gebonden zijn aan de door de arbeid(st)ers verrichte | rechtstreeks gebonden zijn aan de door de arbeid(st)ers verrichte |
prestaties waarop inhoudingen voor sociale zekerheid worden gedaan en | prestaties waarop inhoudingen voor sociale zekerheid worden gedaan en |
waarvan de periodiciteit van betaling geen maand overschrijdt. Het | waarvan de periodiciteit van betaling geen maand overschrijdt. Het |
omvat ook de voordelen in natura die aan inhoudingen voor sociale | omvat ook de voordelen in natura die aan inhoudingen voor sociale |
zekerheid onderworpen zijn. Daarentegen worden de premies of | zekerheid onderworpen zijn. Daarentegen worden de premies of |
vergoedingen die als tegenwaarde van werkelijke kosten worden verleend | vergoedingen die als tegenwaarde van werkelijke kosten worden verleend |
niet in aanmerking genomen. | niet in aanmerking genomen. |
§ 2. Voor de per maand betaalde arbeid(st)er wordt als brutoloon | § 2. Voor de per maand betaalde arbeid(st)er wordt als brutoloon |
beschouwd, het loon dat hij (zij) gedurende de in navolgende § 6 | beschouwd, het loon dat hij (zij) gedurende de in navolgende § 6 |
bepaalde refertemaand heeft verdiend. | bepaalde refertemaand heeft verdiend. |
§ 3. Voor de arbeid(st)er die niet per maand wordt betaald, wordt het | § 3. Voor de arbeid(st)er die niet per maand wordt betaald, wordt het |
brutoloon berekend op grond van het normale uurloon. Het normale | brutoloon berekend op grond van het normale uurloon. Het normale |
uurloon wordt bekomen door het loon voor de normale prestaties van de | uurloon wordt bekomen door het loon voor de normale prestaties van de |
refertemaand te delen door het aantal tijdens die periode gewerkte | refertemaand te delen door het aantal tijdens die periode gewerkte |
normale uren. | normale uren. |
Het aldus bekomen resultaat wordt vermenigvuldigd met het aantal | Het aldus bekomen resultaat wordt vermenigvuldigd met het aantal |
arbeidsuren, bepaald bij de wekelijkse arbeidstijdregeling van de | arbeidsuren, bepaald bij de wekelijkse arbeidstijdregeling van de |
arbeid(st)er. Dat product vermenigvuldigd met 52 en gedeeld door 12, | arbeid(st)er. Dat product vermenigvuldigd met 52 en gedeeld door 12, |
stemt overeen met het maandloon. | stemt overeen met het maandloon. |
§ 4. Het brutoloon van de arbeid(st)er die gedurende de ganse | § 4. Het brutoloon van de arbeid(st)er die gedurende de ganse |
refertemaand niet heeft gewerkt, wordt berekend alsof hij (zij) | refertemaand niet heeft gewerkt, wordt berekend alsof hij (zij) |
aanwezig was geweest op alle arbeidsdagen die in de beschouwde maand | aanwezig was geweest op alle arbeidsdagen die in de beschouwde maand |
vallen. | vallen. |
Indien de arbeid(st)er, krachtens de bepalingen van zijn (haar) | Indien de arbeid(st)er, krachtens de bepalingen van zijn (haar) |
arbeidsovereenkomst, slechts gedurende een gedeelte van de | arbeidsovereenkomst, slechts gedurende een gedeelte van de |
refertemaand moet werken en hij (zij) al die tijd niet heeft gewerkt, | refertemaand moet werken en hij (zij) al die tijd niet heeft gewerkt, |
wordt het brutoloon berekend op grond van het aantal arbeidsdagen dat | wordt het brutoloon berekend op grond van het aantal arbeidsdagen dat |
in zijn (haar) arbeidsovereenkomst is vastgesteld. | in zijn (haar) arbeidsovereenkomst is vastgesteld. |
§ 5. Het door de arbeid(st)er verdiende brutoloon, ongeacht of het per | § 5. Het door de arbeid(st)er verdiende brutoloon, ongeacht of het per |
maand of op een andere wijze wordt betaald, wordt vermeerderd met één | maand of op een andere wijze wordt betaald, wordt vermeerderd met één |
twaalfde van het totaal der contractuele premies en van de | twaalfde van het totaal der contractuele premies en van de |
veranderlijke bezoldiging waarvan de periodiciteit van betaling geen | veranderlijke bezoldiging waarvan de periodiciteit van betaling geen |
maand overschrijdt en door die arbeid(st)er in de loop van de twaalf | maand overschrijdt en door die arbeid(st)er in de loop van de twaalf |
maanden die aan het ontslag voorafgaan afzonderlijk werden ontvangen. | maanden die aan het ontslag voorafgaan afzonderlijk werden ontvangen. |
§ 6. Als refertemaand wordt de kalendermaand, die de datum van het | § 6. Als refertemaand wordt de kalendermaand, die de datum van het |
ontslag voorafgaat, in aanmerking genomen. | ontslag voorafgaat, in aanmerking genomen. |
§ 7. Indien evenwel blijkt dat het tijdens deze refertemaand verdiende | § 7. Indien evenwel blijkt dat het tijdens deze refertemaand verdiende |
loon hoger ligt dan het loon van de vorige twaalf maanden ten gevolge | loon hoger ligt dan het loon van de vorige twaalf maanden ten gevolge |
van een loonsverhoging, die niet op indexiële of op collectieve | van een loonsverhoging, die niet op indexiële of op collectieve |
conventionele basis heeft plaatsgevonden, zal de aanvullende | conventionele basis heeft plaatsgevonden, zal de aanvullende |
vergoeding berekend worden op het loon van de twaalf maanden vóór het | vergoeding berekend worden op het loon van de twaalf maanden vóór het |
ontslag, verhoogd op indexiële en conventionele basis. | ontslag, verhoogd op indexiële en conventionele basis. |
§ 8. Indien de arbeid(st)er een variabel loon geniet, en de toepassing | § 8. Indien de arbeid(st)er een variabel loon geniet, en de toepassing |
van het loon van de laatste refertemaand zou leiden tot een lagere | van het loon van de laatste refertemaand zou leiden tot een lagere |
aanvullende vergoeding dan een aanvullende vergoeding berekend op | aanvullende vergoeding dan een aanvullende vergoeding berekend op |
basis van het gemiddelde loon verdiend tijdens de twaalf maanden | basis van het gemiddelde loon verdiend tijdens de twaalf maanden |
voorafgaand aan het ontslag, kan de arbeid(st)er in kwestie aanspraak | voorafgaand aan het ontslag, kan de arbeid(st)er in kwestie aanspraak |
maken op een aanvullende vergoeding die berekend wordt op basis van | maken op een aanvullende vergoeding die berekend wordt op basis van |
het gemiddeld loon verdiend tijdens deze twaalf maanden voorafgaand | het gemiddeld loon verdiend tijdens deze twaalf maanden voorafgaand |
aan het ontslag. | aan het ontslag. |
Art. 11.Indien het bedrag van de aanvullende vergoeding, in een |
Art. 11.Indien het bedrag van de aanvullende vergoeding, in een |
voltijdse arbeidsregeling berekend overeenkomstig hogervermelde | voltijdse arbeidsregeling berekend overeenkomstig hogervermelde |
artikelen 8 tot en met 10, lager ligt dan 80 EUR, wordt vanaf 1 juli | artikelen 8 tot en met 10, lager ligt dan 80 EUR, wordt vanaf 1 juli |
2005 een bedrag van 80 EUR voorzien. | 2005 een bedrag van 80 EUR voorzien. |
V. - Rechten deeltijdse arbeid(st)ers | V. - Rechten deeltijdse arbeid(st)ers |
Art. 12.Arbeid(st)ers die tewerkgesteld zijn in een deeltijdse |
Art. 12.Arbeid(st)ers die tewerkgesteld zijn in een deeltijdse |
arbeidsregeling vóór het ontslag dat het recht op brugpensioen opent, | arbeidsregeling vóór het ontslag dat het recht op brugpensioen opent, |
hebben recht op de in artikel 4 bedoelde aanvullende vergoeding voor | hebben recht op de in artikel 4 bedoelde aanvullende vergoeding voor |
zover zij de voorwaarden vervullen bepaald bij de artikelen 4 en 5 van | zover zij de voorwaarden vervullen bepaald bij de artikelen 4 en 5 van |
onderhavige collectieve arbeidsovereenkomst en indien zij recht hebben | onderhavige collectieve arbeidsovereenkomst en indien zij recht hebben |
op werkloosheidsuitkeringen. | op werkloosheidsuitkeringen. |
De aanvullende vergoeding wordt berekend op basis van het loon voor de | De aanvullende vergoeding wordt berekend op basis van het loon voor de |
deeltijdse arbeidsregeling tenzij de arbeid(st)er zich kan beroepen op | deeltijdse arbeidsregeling tenzij de arbeid(st)er zich kan beroepen op |
de uitzonderingen bepaald bij de hiernavolgende artikelen 13 en 14. | de uitzonderingen bepaald bij de hiernavolgende artikelen 13 en 14. |
Art. 13.De in artikel 4 bedoelde aanvullende vergoeding, die |
Art. 13.De in artikel 4 bedoelde aanvullende vergoeding, die |
toegekend wordt aan de arbeid(st)ers die onvrijwillig deeltijds werken | toegekend wordt aan de arbeid(st)ers die onvrijwillig deeltijds werken |
overeenkomstig artikel 29 van het koninklijk besluit van 25 november | overeenkomstig artikel 29 van het koninklijk besluit van 25 november |
1991, zal berekend worden overeenkomstig het loon verdiend door een | 1991, zal berekend worden overeenkomstig het loon verdiend door een |
voltijdse arbeid(st)er en niet overeenkomstig het loon van de | voltijdse arbeid(st)er en niet overeenkomstig het loon van de |
deeltijdse tewerkstelling, voor zover de arbeid(st)er hetzij een | deeltijdse tewerkstelling, voor zover de arbeid(st)er hetzij een |
voltijdse tewerkstelling van 5 jaar in de kleding- en | voltijdse tewerkstelling van 5 jaar in de kleding- en |
confectienijverheid bewijst tijdens een periode van 10 jaar die de | confectienijverheid bewijst tijdens een periode van 10 jaar die de |
toetreding tot het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag | toetreding tot het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag |
voorafgaat, hetzij in het beroepsverleden 20 jaar voltijdse | voorafgaat, hetzij in het beroepsverleden 20 jaar voltijdse |
tewerkstelling in de kleding- en confectienijverheid kan bewezen | tewerkstelling in de kleding- en confectienijverheid kan bewezen |
worden. | worden. |
Art. 14.De in artikel 4 bedoelde aanvullende vergoeding, die |
Art. 14.De in artikel 4 bedoelde aanvullende vergoeding, die |
toegekend wordt aan de arbeid(st)ers die vrijwillig een deeltijdse | toegekend wordt aan de arbeid(st)ers die vrijwillig een deeltijdse |
betrekking in de kleding- en confectienijverheid hebben aanvaard, zal | betrekking in de kleding- en confectienijverheid hebben aanvaard, zal |
berekend worden overeenkomstig het loon verdiend door een voltijdse | berekend worden overeenkomstig het loon verdiend door een voltijdse |
arbeid(st)er en niet overeenkomstig het loon van de deeltijdse | arbeid(st)er en niet overeenkomstig het loon van de deeltijdse |
tewerkstelling, voor zover de arbeid(st)er in het beroepsverleden 20 | tewerkstelling, voor zover de arbeid(st)er in het beroepsverleden 20 |
jaar voltijdse tewerkstelling in de kleding- en confectienijverheid | jaar voltijdse tewerkstelling in de kleding- en confectienijverheid |
kan bewijzen. | kan bewijzen. |
De in artikel 4 bedoelde aanvullende vergoeding, die toegekend wordt | De in artikel 4 bedoelde aanvullende vergoeding, die toegekend wordt |
aan de arbeid(st)ers die een recht uitoefenen op tijdskrediet, zoals | aan de arbeid(st)ers die een recht uitoefenen op tijdskrediet, zoals |
bedoeld in de collectieve arbeidsovereenkomst nummer 103 van de | bedoeld in de collectieve arbeidsovereenkomst nummer 103 van de |
Nationale Arbeidsraad, zal berekend worden overeenkomstig het loon | Nationale Arbeidsraad, zal berekend worden overeenkomstig het loon |
verdiend door een voltijdse werknemer en niet overeenkomstig het loon | verdiend door een voltijdse werknemer en niet overeenkomstig het loon |
van de deeltijdse tewerkstelling. | van de deeltijdse tewerkstelling. |
VI. - Aanpassing van het bedrag van de aanvullende vergoeding | VI. - Aanpassing van het bedrag van de aanvullende vergoeding |
Art. 15.Het bedrag van de uitgekeerde aanvullende vergoeding wordt |
Art. 15.Het bedrag van de uitgekeerde aanvullende vergoeding wordt |
gekoppeld aan de schommelingen van het indexcijfer der | gekoppeld aan de schommelingen van het indexcijfer der |
consumptieprijzen, volgens de modaliteiten die van toepassing zijn | consumptieprijzen, volgens de modaliteiten die van toepassing zijn |
inzake werkloosheidsuitkeringen, overeenkomstig de bepalingen van | inzake werkloosheidsuitkeringen, overeenkomstig de bepalingen van |
voormelde wet van 2 augustus 1971. | voormelde wet van 2 augustus 1971. |
Het bedrag van deze vergoeding wordt daarenboven elk jaar op 1 januari | Het bedrag van deze vergoeding wordt daarenboven elk jaar op 1 januari |
herzien in functie van de ontwikkeling van de regelingslonen, | herzien in functie van de ontwikkeling van de regelingslonen, |
overeenkomstig hetgeen dienaangaande wordt beslist in de Nationale | overeenkomstig hetgeen dienaangaande wordt beslist in de Nationale |
Arbeidsraad. | Arbeidsraad. |
Voor de arbeid(st)ers die in de loop van het jaar tot de regeling | Voor de arbeid(st)ers die in de loop van het jaar tot de regeling |
toetreden wordt de aanpassing op grond van het verloop van de | toetreden wordt de aanpassing op grond van het verloop van de |
regelingslonen verricht, rekening houdend met het ogenblik van het | regelingslonen verricht, rekening houdend met het ogenblik van het |
jaar waarop zij in het stelsel treden; elk kwartaal wordt in | jaar waarop zij in het stelsel treden; elk kwartaal wordt in |
aanmerking genomen voor de berekening van de aanpassing. | aanmerking genomen voor de berekening van de aanpassing. |
VII. - Cumulatie van de aanvullende vergoeding met andere voordelen | VII. - Cumulatie van de aanvullende vergoeding met andere voordelen |
Art. 16.De aanvullende vergoeding mag niet worden gecumuleerd met |
Art. 16.De aanvullende vergoeding mag niet worden gecumuleerd met |
andere wegens ontslag verleende speciale vergoedingen of toeslagen die | andere wegens ontslag verleende speciale vergoedingen of toeslagen die |
worden toegekend krachtens wettelijke of reglementaire bepalingen. | worden toegekend krachtens wettelijke of reglementaire bepalingen. |
De arbeid(st)ers die onder de in artikel 4 voorziene voorwaarden | De arbeid(st)ers die onder de in artikel 4 voorziene voorwaarden |
worden ontslagen, moeten eerst de uit die bepalingen voortvloeiende | worden ontslagen, moeten eerst de uit die bepalingen voortvloeiende |
rechten uitputten, alvorens aanspraak te kunnen maken op de in artikel | rechten uitputten, alvorens aanspraak te kunnen maken op de in artikel |
4 voorziene aanvullende vergoeding. | 4 voorziene aanvullende vergoeding. |
Het in het voorgaande lid geformuleerde cumulatieverbod is niet van | Het in het voorgaande lid geformuleerde cumulatieverbod is niet van |
toepassing op de sluitingsvergoeding, voorzien bij de wet van 28 juni | toepassing op de sluitingsvergoeding, voorzien bij de wet van 28 juni |
1966 betreffende de schadeloosstelling van de arbeid(st)ers die | 1966 betreffende de schadeloosstelling van de arbeid(st)ers die |
ontslagen worden bij sluiting van ondernemingen. | ontslagen worden bij sluiting van ondernemingen. |
VIII. - Overlegprocedure | VIII. - Overlegprocedure |
Art. 17.Vooraleer één of meerdere arbeid(st)ers, bedoeld bij artikel |
Art. 17.Vooraleer één of meerdere arbeid(st)ers, bedoeld bij artikel |
4, te ontslaan, pleegt de werkgever overleg met de vertegenwoordigers | 4, te ontslaan, pleegt de werkgever overleg met de vertegenwoordigers |
van het personeel in de ondernemingsraad of, bij ontstentenis daarvan, | van het personeel in de ondernemingsraad of, bij ontstentenis daarvan, |
met de vakbondsafvaardiging. | met de vakbondsafvaardiging. |
Bij ontstentenis van ondernemingsraad of van vakbondsafvaardiging, | Bij ontstentenis van ondernemingsraad of van vakbondsafvaardiging, |
heeft dit overleg plaats met de vertegenwoordigers van de | heeft dit overleg plaats met de vertegenwoordigers van de |
representatieve arbeid(st)ersorganisaties of, bij ontstentenis, met de | representatieve arbeid(st)ersorganisaties of, bij ontstentenis, met de |
arbeid(st)ers van de onderneming. | arbeid(st)ers van de onderneming. |
Vooraleer een beslissing tot ontslag te nemen nodigt de werkgever | Vooraleer een beslissing tot ontslag te nemen nodigt de werkgever |
daarenboven de betrokken arbeid(st)ers, bij aangetekend schrijven, uit | daarenboven de betrokken arbeid(st)ers, bij aangetekend schrijven, uit |
tot een onderhoud tijdens de werkuren op de zetel van de onderneming. | tot een onderhoud tijdens de werkuren op de zetel van de onderneming. |
Dit onderhoud heeft tot doel aan de arbeid(st)ers de gelegenheid te | Dit onderhoud heeft tot doel aan de arbeid(st)ers de gelegenheid te |
geven zijn (haar) bezwaren tegen het door de werkgever voorgenomen | geven zijn (haar) bezwaren tegen het door de werkgever voorgenomen |
ontslag kenbaar te maken. | ontslag kenbaar te maken. |
Overeenkomstig de collectieve arbeidsovereenkomst van 7 mei 1976, | Overeenkomstig de collectieve arbeidsovereenkomst van 7 mei 1976, |
gesloten in het Paritair Comité voor het kleding- en confectiebedrijf, | gesloten in het Paritair Comité voor het kleding- en confectiebedrijf, |
betreffende het statuut van de syndicale afvaardigingen, inzonderheid | betreffende het statuut van de syndicale afvaardigingen, inzonderheid |
artikel 9, kan de arbeid(st)er zich bij dit onderhoud laten bijstaan | artikel 9, kan de arbeid(st)er zich bij dit onderhoud laten bijstaan |
door een vakbondsafgevaardigde. | door een vakbondsafgevaardigde. |
De opzegging kan ten vroegste geschieden de tweede werkdag na de dag | De opzegging kan ten vroegste geschieden de tweede werkdag na de dag |
waarop dit onderhoud plaats had of waarop dit onderhoud voorzien was. | waarop dit onderhoud plaats had of waarop dit onderhoud voorzien was. |
De ontslagen arbeid(st)ers hebben de mogelijkheid de aanvullende | De ontslagen arbeid(st)ers hebben de mogelijkheid de aanvullende |
regeling te aanvaarden of deze te weigeren en derhalve deel uit te | regeling te aanvaarden of deze te weigeren en derhalve deel uit te |
maken van de arbeidsreserve. | maken van de arbeidsreserve. |
IX. - Betaling van de aanvullende vergoeding en de bijzondere | IX. - Betaling van de aanvullende vergoeding en de bijzondere |
werkgeversbijdragen | werkgeversbijdragen |
Art. 18.§ 1. De betaling van de aanvullende vergoeding bedoeld in |
Art. 18.§ 1. De betaling van de aanvullende vergoeding bedoeld in |
deze collectieve arbeidsovereenkomst wordt maandelijks uitgevoerd door | deze collectieve arbeidsovereenkomst wordt maandelijks uitgevoerd door |
het "Sociaal Waarborgfonds voor de kleding- en confectienijverheid". | het "Sociaal Waarborgfonds voor de kleding- en confectienijverheid". |
§ 2. Het "Sociaal Waarborgfonds voor de kleding- en | § 2. Het "Sociaal Waarborgfonds voor de kleding- en |
confectienijverheid" betaalt eveneens de bijzondere | confectienijverheid" betaalt eveneens de bijzondere |
werkgeversbijdragen verschuldigd in het stelsel van werkloosheid met | werkgeversbijdragen verschuldigd in het stelsel van werkloosheid met |
bedrijfstoeslag, bedoeld in hoofdstuk VI van titel XI van de wet van | bedrijfstoeslag, bedoeld in hoofdstuk VI van titel XI van de wet van |
27 december 2006 houdende diverse bepalingen (I), laatst gewijzigd | 27 december 2006 houdende diverse bepalingen (I), laatst gewijzigd |
door de programmawet (I) van 29 maart 2012, die zijn verschuldigd op | door de programmawet (I) van 29 maart 2012, die zijn verschuldigd op |
de aanvullende vergoeding betaald door het voornoemde sociaal | de aanvullende vergoeding betaald door het voornoemde sociaal |
waarborgfonds. | waarborgfonds. |
Dit betekent dat het voornoemde sociaal waarborgfonds slechts | Dit betekent dat het voornoemde sociaal waarborgfonds slechts |
gedeeltelijk de verplichtingen van de werkgevers overneemt indien aan | gedeeltelijk de verplichtingen van de werkgevers overneemt indien aan |
de begunstigde nog andere betalingen worden verricht, naast deze ten | de begunstigde nog andere betalingen worden verricht, naast deze ten |
laste van het "Sociaal Waarborgfonds voor de kleding- en | laste van het "Sociaal Waarborgfonds voor de kleding- en |
confectienijverheid". | confectienijverheid". |
Op deze wijze wordt, overeenkomstig artikel 17, § 1, tweede lid van | Op deze wijze wordt, overeenkomstig artikel 17, § 1, tweede lid van |
het koninklijk besluit van 29 maart 2010 tot uitvoering van hoofdstuk | het koninklijk besluit van 29 maart 2010 tot uitvoering van hoofdstuk |
6 van titel XI van de wet van 27 december 2006 houdende diverse | 6 van titel XI van de wet van 27 december 2006 houdende diverse |
bepalingen (I), afgeweken van de regel bepaald in artikel 17, § 1, | bepalingen (I), afgeweken van de regel bepaald in artikel 17, § 1, |
eerste lid van het voornoemde koninklijk besluit. | eerste lid van het voornoemde koninklijk besluit. |
Derhalve staat de debiteur van elke andere aanvulling dan deze betaald | Derhalve staat de debiteur van elke andere aanvulling dan deze betaald |
door het "Sociaal Waarborgfonds voor de kleding- en | door het "Sociaal Waarborgfonds voor de kleding- en |
confectienijverheid" zelf in voor de betaling van de bijzondere | confectienijverheid" zelf in voor de betaling van de bijzondere |
werkgeversbijdragen, verschuldigd op de door hem verrichtte | werkgeversbijdragen, verschuldigd op de door hem verrichtte |
betalingen. | betalingen. |
§ 3. Zoals voorzien in artikel 7 van deze collectieve | § 3. Zoals voorzien in artikel 7 van deze collectieve |
arbeidsovereenkomst, wordt de aanvullende vergoeding verder uitbetaald | arbeidsovereenkomst, wordt de aanvullende vergoeding verder uitbetaald |
in de bijzondere gevallen van werkhervatting, voorzien in artikel 4bis | in de bijzondere gevallen van werkhervatting, voorzien in artikel 4bis |
en artikel 4quater van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 17, | en artikel 4quater van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 17, |
gesloten op 19 december 1974 in de Nationale Arbeidsraad, tot | gesloten op 19 december 1974 in de Nationale Arbeidsraad, tot |
invoering van een regeling van aanvullende vergoeding ten gunste van | invoering van een regeling van aanvullende vergoeding ten gunste van |
sommige bejaarde werknemers indien zij worden ontslagen, algemeen | sommige bejaarde werknemers indien zij worden ontslagen, algemeen |
verbindend verklaard bij koninklijk besluit van 16 januari 1975 en | verbindend verklaard bij koninklijk besluit van 16 januari 1975 en |
laatst gewijzigd bij collectieve arbeidsovereenkomst nr. 17tricies van | laatst gewijzigd bij collectieve arbeidsovereenkomst nr. 17tricies van |
19 december 2006. | 19 december 2006. |
Buiten de gevallen bedoeld in de voornoemde collectieve | Buiten de gevallen bedoeld in de voornoemde collectieve |
arbeidsovereenkomst nr. 17, zoals in geval van het opnemen van een | arbeidsovereenkomst nr. 17, zoals in geval van het opnemen van een |
activiteit bij of het werken voor rekening van de werkgever die de in | activiteit bij of het werken voor rekening van de werkgever die de in |
deze collectieve arbeidsovereenkomst bedoelde gerechtigde op | deze collectieve arbeidsovereenkomst bedoelde gerechtigde op |
werkloosheid met bedrijfstoeslag heeft ontslagen, is er geen | werkloosheid met bedrijfstoeslag heeft ontslagen, is er geen |
aanvullende vergoeding verschuldigd, wetende dat deze als loon zou | aanvullende vergoeding verschuldigd, wetende dat deze als loon zou |
beschouwd worden, gelet op artikel 124, § 6 van de wet van 27 december | beschouwd worden, gelet op artikel 124, § 6 van de wet van 27 december |
2006 houdende diverse bepalingen (I), laatst gewijzigd door de | 2006 houdende diverse bepalingen (I), laatst gewijzigd door de |
programmawet (I) van 29 maart 2012, en dus niet zou beschouwd worden | programmawet (I) van 29 maart 2012, en dus niet zou beschouwd worden |
als een aanvulling bij een sociale uitkering. | als een aanvulling bij een sociale uitkering. |
Zowel de in deze collectieve arbeidsovereenkomst bedoelde gerechtigde | Zowel de in deze collectieve arbeidsovereenkomst bedoelde gerechtigde |
op bedrijfstoeslag als de werkgever zijn er derhalve toe gehouden | op bedrijfstoeslag als de werkgever zijn er derhalve toe gehouden |
dergelijke bijzondere gevallen van werkhervatting onmiddellijk te | dergelijke bijzondere gevallen van werkhervatting onmiddellijk te |
melden aan het "Sociaal Waarborgfonds voor de kleding- en | melden aan het "Sociaal Waarborgfonds voor de kleding- en |
confectienijverheid". Zij zijn tevens aansprakelijk voor de gevolgen | confectienijverheid". Zij zijn tevens aansprakelijk voor de gevolgen |
van enige nalatigheid op dit stuk. | van enige nalatigheid op dit stuk. |
Gelet op onder meer de bepalingen van het koninklijk besluit van 29 | Gelet op onder meer de bepalingen van het koninklijk besluit van 29 |
maart 2010 tot uitvoering van hoofdstuk 6 van titel XI van de wet van | maart 2010 tot uitvoering van hoofdstuk 6 van titel XI van de wet van |
27 december 2006 houdende diverse bepalingen, is de in deze | 27 december 2006 houdende diverse bepalingen, is de in deze |
collectieve arbeidsovereenkomst bedoelde gerechtigde op | collectieve arbeidsovereenkomst bedoelde gerechtigde op |
bedrijfstoeslag ertoe gehouden elke tussenkomende wijziging in zijn | bedrijfstoeslag ertoe gehouden elke tussenkomende wijziging in zijn |
situatie onmiddellijk mee te delen aan het "Sociaal Waarborgfonds voor | situatie onmiddellijk mee te delen aan het "Sociaal Waarborgfonds voor |
de kleding- en confectienijverheid". | de kleding- en confectienijverheid". |
X. - Slotbepalingen | X. - Slotbepalingen |
Art. 19.De administratieve formaliteiten, nodig voor de uitvoering |
Art. 19.De administratieve formaliteiten, nodig voor de uitvoering |
van deze collectieve arbeidsovereenkomst, worden door de raad van | van deze collectieve arbeidsovereenkomst, worden door de raad van |
beheer van het "Sociaal Waarborgfonds voor de kleding- en | beheer van het "Sociaal Waarborgfonds voor de kleding- en |
confectienijverheid" vastgesteld. | confectienijverheid" vastgesteld. |
De aanvraag om van de aanvullende vergoeding ten laste van het | De aanvraag om van de aanvullende vergoeding ten laste van het |
"Sociaal Waarborgfonds voor de kleding- en confectienijverheid" te | "Sociaal Waarborgfonds voor de kleding- en confectienijverheid" te |
kunnen genieten gebeurt door de arbeid(st)er of door een | kunnen genieten gebeurt door de arbeid(st)er of door een |
werknemersorganisatie vertegenwoordigd in het paritair comité. | werknemersorganisatie vertegenwoordigd in het paritair comité. |
Art. 20.De algemene interpretatiemoeilijkheden van deze collectieve |
Art. 20.De algemene interpretatiemoeilijkheden van deze collectieve |
arbeidsovereenkomst kunnen door de raad van beheer van het "Sociaal | arbeidsovereenkomst kunnen door de raad van beheer van het "Sociaal |
Waarborgfonds voor de kleding- en confectienijverheid" worden beslecht | Waarborgfonds voor de kleding- en confectienijverheid" worden beslecht |
in de geest van en refererend naar de voormelde collectieve | in de geest van en refererend naar de voormelde collectieve |
arbeidsovereenkomst van 19 december 1974. | arbeidsovereenkomst van 19 december 1974. |
Art. 21.Indien blijkt dat de op het afgeleverde werkloosheidsdocument |
Art. 21.Indien blijkt dat de op het afgeleverde werkloosheidsdocument |
vermelde gegevens niet in overeenstemming zijn met de bepalingen van | vermelde gegevens niet in overeenstemming zijn met de bepalingen van |
de werkloosheidsreglementering en/of met de in deze collectieve | de werkloosheidsreglementering en/of met de in deze collectieve |
arbeidsovereenkomst vermelde bepalingen, zal de directeur van het | arbeidsovereenkomst vermelde bepalingen, zal de directeur van het |
"Sociaal Waarborgfonds van de kleding- en confectienijverheid" de | "Sociaal Waarborgfonds van de kleding- en confectienijverheid" de |
Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening daarvan onverwijld in kennis | Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening daarvan onverwijld in kennis |
stellen, teneinde te komen tot een correcte berekening van de in deze | stellen, teneinde te komen tot een correcte berekening van de in deze |
collectieve arbeidsovereenkomst bedoelde vergoedingen. | collectieve arbeidsovereenkomst bedoelde vergoedingen. |
Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 16 december | Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 16 december |
2014. | 2014. |
De Minister van Werk, | De Minister van Werk, |
K. PEETERS | K. PEETERS |