Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 30 oktober 2019, gesloten in het Paritair Comité voor het hotelbedrijf, betreffende de inspanning ten voordele van de personen die behoren tot de risicogroepen | Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 30 oktober 2019, gesloten in het Paritair Comité voor het hotelbedrijf, betreffende de inspanning ten voordele van de personen die behoren tot de risicogroepen |
---|---|
FEDERALE OVERHEIDSDIENST WERKGELEGENHEID, ARBEID EN SOCIAAL OVERLEG | FEDERALE OVERHEIDSDIENST WERKGELEGENHEID, ARBEID EN SOCIAAL OVERLEG |
16 APRIL 2020. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt | 16 APRIL 2020. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt |
verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 30 oktober 2019, | verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 30 oktober 2019, |
gesloten in het Paritair Comité voor het hotelbedrijf, betreffende de | gesloten in het Paritair Comité voor het hotelbedrijf, betreffende de |
inspanning ten voordele van de personen die behoren tot de | inspanning ten voordele van de personen die behoren tot de |
risicogroepen (1) | risicogroepen (1) |
FILIP, Koning der Belgen, | FILIP, Koning der Belgen, |
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. | Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. |
Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve | Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve |
arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel | arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel |
28; | 28; |
Gelet op het verzoek van het Paritair Comité voor het hotelbedrijf; | Gelet op het verzoek van het Paritair Comité voor het hotelbedrijf; |
Op de voordracht van de Minister van Werk, | Op de voordracht van de Minister van Werk, |
Hebben Wij besloten en besluiten Wij : | Hebben Wij besloten en besluiten Wij : |
Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage |
Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage |
overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 30 oktober 2019, | overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 30 oktober 2019, |
gesloten in het Paritair Comité voor het hotelbedrijf, betreffende de | gesloten in het Paritair Comité voor het hotelbedrijf, betreffende de |
inspanning ten voordele van de personen die behoren tot de | inspanning ten voordele van de personen die behoren tot de |
risicogroepen. | risicogroepen. |
Art. 2.De minister bevoegd voor Werk is belast met de uitvoering van |
Art. 2.De minister bevoegd voor Werk is belast met de uitvoering van |
dit besluit. | dit besluit. |
Gegeven te Brussel, 16 april 2020. | Gegeven te Brussel, 16 april 2020. |
FILIP | FILIP |
Van Koningswege : | Van Koningswege : |
De Minister van Werk, | De Minister van Werk, |
N. MUYLLE | N. MUYLLE |
_______ | _______ |
Nota | Nota |
(1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad : | (1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad : |
Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969. | Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969. |
Bijlage | Bijlage |
Paritair Comité voor het hotelbedrijf | Paritair Comité voor het hotelbedrijf |
Collectieve arbeidsovereenkomst van 30 oktober 2019 | Collectieve arbeidsovereenkomst van 30 oktober 2019 |
Inspanning ten voordele van de personen die behoren tot de | Inspanning ten voordele van de personen die behoren tot de |
risicogroepen (Overeenkomst geregistreerd op 17 december 2019 onder | risicogroepen (Overeenkomst geregistreerd op 17 december 2019 onder |
het nummer 155999/CO/302) | het nummer 155999/CO/302) |
Artikel 1.Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op |
Artikel 1.Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op |
de werkgevers en de werknemers van de ondernemingen die ressorteren | de werkgevers en de werknemers van de ondernemingen die ressorteren |
onder het Paritair Comité voor het hotelbedrijf. | onder het Paritair Comité voor het hotelbedrijf. |
Voor de toepassing van deze collectieve arbeidsovereenkomst wordt | Voor de toepassing van deze collectieve arbeidsovereenkomst wordt |
onder "werknemers" verstaan : de mannelijke en vrouwelijke werknemers. | onder "werknemers" verstaan : de mannelijke en vrouwelijke werknemers. |
Art. 2.Voor de looptijd van deze overeenkomst wordt een bijdrage van |
Art. 2.Voor de looptijd van deze overeenkomst wordt een bijdrage van |
0,10 pct. berekend op grond van het volledige loon van de werknemers | 0,10 pct. berekend op grond van het volledige loon van de werknemers |
tewerkgesteld op grond van een overeenkomst in de zin van de wet van 3 | tewerkgesteld op grond van een overeenkomst in de zin van de wet van 3 |
juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten, zoals bedoeld in | juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten, zoals bedoeld in |
artikel 23 van de wet van 29 juni 1981 houdende de algemene beginselen | artikel 23 van de wet van 29 juni 1981 houdende de algemene beginselen |
van de sociale zekerheid voor werknemers en de uitvoeringsbesluiten | van de sociale zekerheid voor werknemers en de uitvoeringsbesluiten |
van deze wet, en gestort aan het "Waarborg- en Sociaal Fonds voor de | van deze wet, en gestort aan het "Waarborg- en Sociaal Fonds voor de |
hotel-, restaurant-, café- en aanverwante bedrijven", opgericht bij de | hotel-, restaurant-, café- en aanverwante bedrijven", opgericht bij de |
collectieve arbeidsovereenkomst van 26 juni 1979, gesloten in het | collectieve arbeidsovereenkomst van 26 juni 1979, gesloten in het |
Paritair Comité voor het hotelbedrijf. | Paritair Comité voor het hotelbedrijf. |
Art. 3.De in artikel 2 vermelde bijdrage zal aangewend worden ter |
Art. 3.De in artikel 2 vermelde bijdrage zal aangewend worden ter |
ondersteuning van vormings- en opleidingsinitiatieven van personen uit | ondersteuning van vormings- en opleidingsinitiatieven van personen uit |
de risicogroepen. | de risicogroepen. |
Onder deze "risicogroepen" dient verstaan te worden : | Onder deze "risicogroepen" dient verstaan te worden : |
- alle werkzoekenden ongeacht hun opleiding die in aanmerking wensen | - alle werkzoekenden ongeacht hun opleiding die in aanmerking wensen |
te komen voor een tewerkstelling in de horecasector; | te komen voor een tewerkstelling in de horecasector; |
- de werknemers tewerkgesteld in de horecasector die ten gevolge van | - de werknemers tewerkgesteld in de horecasector die ten gevolge van |
de toepassing van nieuwe technologieën of arbeidsprocessen een bij- of | de toepassing van nieuwe technologieën of arbeidsprocessen een bij- of |
omscholing moeten ontvangen; | omscholing moeten ontvangen; |
- werkzoekende jongeren; | - werkzoekende jongeren; |
- oudere werknemers en mindervalide werknemers; | - oudere werknemers en mindervalide werknemers; |
- alle laaggekwalificeerde werknemers. | - alle laaggekwalificeerde werknemers. |
De bijdrage kan eveneens aangewend worden om deel te nemen aan | De bijdrage kan eveneens aangewend worden om deel te nemen aan |
regionale tewerkstellingsprogramma's die in aanmerking komen voor | regionale tewerkstellingsprogramma's die in aanmerking komen voor |
regionale of Europese financiering. | regionale of Europese financiering. |
Art. 4.De vzw "Federaal Centrum voor vorming en vervolmaking in de |
Art. 4.De vzw "Federaal Centrum voor vorming en vervolmaking in de |
horecasector" wordt belast met de coördinatie, de opvolging en de | horecasector" wordt belast met de coördinatie, de opvolging en de |
evaluatie van de in artikel 3 vermelde initiatieven en stelt de | evaluatie van de in artikel 3 vermelde initiatieven en stelt de |
finan-ciële middelen vermeld in artikel 2 ter beschikking van de | finan-ciële middelen vermeld in artikel 2 ter beschikking van de |
regionale centra voor vorming en vervolmaking voor de uitoefening van | regionale centra voor vorming en vervolmaking voor de uitoefening van |
de initiatieven. | de initiatieven. |
Art. 5.Overeenkomstig het koninklijk besluit van 19 februari 2013 tot |
Art. 5.Overeenkomstig het koninklijk besluit van 19 februari 2013 tot |
uitvoering van artikel 189, 4de lid van de wet van 27 december 2006 | uitvoering van artikel 189, 4de lid van de wet van 27 december 2006 |
houdende diverse bepalingen (I) (Belgisch Staatsblad van 8 april | houdende diverse bepalingen (I) (Belgisch Staatsblad van 8 april |
2013), dient 0,05 pct. van de loonmassa aan te rekenen op de | 2013), dient 0,05 pct. van de loonmassa aan te rekenen op de |
voornoemde bijdrage bepaald in artikel 2, voorbehouden te worden ten | voornoemde bijdrage bepaald in artikel 2, voorbehouden te worden ten |
gunste van één of meerdere groepen opgesomd in artikel 1 van het | gunste van één of meerdere groepen opgesomd in artikel 1 van het |
koninklijk besluit van 19 februari 2013. Van deze 0,05 pct. dient de | koninklijk besluit van 19 februari 2013. Van deze 0,05 pct. dient de |
helft besteed te worden aan de werknemers bepaald in artikel 2 van het | helft besteed te worden aan de werknemers bepaald in artikel 2 van het |
koninklijk besluit. | koninklijk besluit. |
Art. 6.Deze collectieve arbeidsovereenkomst werd gesloten in |
Art. 6.Deze collectieve arbeidsovereenkomst werd gesloten in |
toepassing van titel XIII, hoofdstuk VIII, afdeling 1 - Inspanning ten | toepassing van titel XIII, hoofdstuk VIII, afdeling 1 - Inspanning ten |
voordele van personen die behoren tot de risicogroepen - van de wet | voordele van personen die behoren tot de risicogroepen - van de wet |
van 27 december 2006 houdende diverse bepalingen (I). | van 27 december 2006 houdende diverse bepalingen (I). |
Art. 7.Deze collectieve arbeidsovereenkomst treedt in werking op 1 |
Art. 7.Deze collectieve arbeidsovereenkomst treedt in werking op 1 |
januari 2020 en houdt op van kracht te zijn op 31 december 2020. | januari 2020 en houdt op van kracht te zijn op 31 december 2020. |
Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 16 april | Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 16 april |
2020. | 2020. |
De Minister van Werk, | De Minister van Werk, |
N. MUYLLE | N. MUYLLE |