Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 19 december 2013, gesloten in het Paritair Comité voor de textielnijverheid en het breiwerk, betreffende de toekenning van een aanvullende vergoeding ten gunste van sommige bejaarde werklieden die op het ogenblik van de beëindiging van de arbeidsovereenkomst 58 jaar of ouder zijn, een beroepsverleden van ten minste 35 jaar als loontrekkende kunnen laten gelden en gewerkt hebben in een zwaar beroep | Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 19 december 2013, gesloten in het Paritair Comité voor de textielnijverheid en het breiwerk, betreffende de toekenning van een aanvullende vergoeding ten gunste van sommige bejaarde werklieden die op het ogenblik van de beëindiging van de arbeidsovereenkomst 58 jaar of ouder zijn, een beroepsverleden van ten minste 35 jaar als loontrekkende kunnen laten gelden en gewerkt hebben in een zwaar beroep |
---|---|
FEDERALE OVERHEIDSDIENST WERKGELEGENHEID, ARBEID EN SOCIAAL OVERLEG | FEDERALE OVERHEIDSDIENST WERKGELEGENHEID, ARBEID EN SOCIAAL OVERLEG |
14 NOVEMBER 2014. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend | 14 NOVEMBER 2014. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend |
wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 19 december | wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 19 december |
2013, gesloten in het Paritair Comité voor de textielnijverheid en het | 2013, gesloten in het Paritair Comité voor de textielnijverheid en het |
breiwerk, betreffende de toekenning van een aanvullende vergoeding ten | breiwerk, betreffende de toekenning van een aanvullende vergoeding ten |
gunste van sommige bejaarde werklieden die op het ogenblik van de | gunste van sommige bejaarde werklieden die op het ogenblik van de |
beëindiging van de arbeidsovereenkomst 58 jaar of ouder zijn, een | beëindiging van de arbeidsovereenkomst 58 jaar of ouder zijn, een |
beroepsverleden van ten minste 35 jaar als loontrekkende kunnen laten | beroepsverleden van ten minste 35 jaar als loontrekkende kunnen laten |
gelden en gewerkt hebben in een zwaar beroep (1) | gelden en gewerkt hebben in een zwaar beroep (1) |
FILIP, Koning der Belgen, | FILIP, Koning der Belgen, |
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. | Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. |
Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve | Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve |
arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel | arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel |
28; | 28; |
Gelet op het verzoek van het Paritair Comité voor de textielnijverheid | Gelet op het verzoek van het Paritair Comité voor de textielnijverheid |
en het breiwerk; | en het breiwerk; |
Op de voordracht van de Minister van Werk, | Op de voordracht van de Minister van Werk, |
Hebben Wij besloten en besluiten Wij : | Hebben Wij besloten en besluiten Wij : |
Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage |
Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage |
overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 19 december 2013, | overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 19 december 2013, |
gesloten in het Paritair Comité voor de textielnijverheid en het | gesloten in het Paritair Comité voor de textielnijverheid en het |
breiwerk, betreffende de toekenning van een aanvullende vergoeding ten | breiwerk, betreffende de toekenning van een aanvullende vergoeding ten |
gunste van sommige bejaarde werklieden die op het ogenblik van de | gunste van sommige bejaarde werklieden die op het ogenblik van de |
beëindiging van de arbeidsovereenkomst 58 jaar of ouder zijn, een | beëindiging van de arbeidsovereenkomst 58 jaar of ouder zijn, een |
beroepsverleden van ten minste 35 jaar als loontrekkende kunnen laten | beroepsverleden van ten minste 35 jaar als loontrekkende kunnen laten |
gelden en gewerkt hebben in een zwaar beroep. | gelden en gewerkt hebben in een zwaar beroep. |
Art. 2.De minister bevoegd voor Werk is belast met de uitvoering van |
Art. 2.De minister bevoegd voor Werk is belast met de uitvoering van |
dit besluit. | dit besluit. |
Gegeven te Brussel, 14 november 2014. | Gegeven te Brussel, 14 november 2014. |
FILIP | FILIP |
Van Koningswege : | Van Koningswege : |
De Minister van Werk, | De Minister van Werk, |
K. PEETERS | K. PEETERS |
_______ | _______ |
Nota | Nota |
(1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad : | (1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad : |
Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969. | Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969. |
Bijlage | Bijlage |
Paritair Comité voor de textielnijverheid en het breiwerk | Paritair Comité voor de textielnijverheid en het breiwerk |
Collectieve arbeidsovereenkomst van 19 december 2013 | Collectieve arbeidsovereenkomst van 19 december 2013 |
Toekenning van een aanvullende vergoeding ten gunste van sommige | Toekenning van een aanvullende vergoeding ten gunste van sommige |
bejaarde werklieden die op het ogenblik van de beëindiging van de | bejaarde werklieden die op het ogenblik van de beëindiging van de |
arbeidsovereenkomst 58 jaar of ouder zijn, een beroepsverleden van ten | arbeidsovereenkomst 58 jaar of ouder zijn, een beroepsverleden van ten |
minste 35 jaar als loontrekkende kunnen laten gelden en gewerkt hebben | minste 35 jaar als loontrekkende kunnen laten gelden en gewerkt hebben |
in een zwaar beroep (Overeenkomst geregistreerd op 24 maart 2014 onder | in een zwaar beroep (Overeenkomst geregistreerd op 24 maart 2014 onder |
het nummer 120318/CO/120) | het nummer 120318/CO/120) |
I. Toepassingsgebied van de overeenkomst | I. Toepassingsgebied van de overeenkomst |
Artikel 1.Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op |
Artikel 1.Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op |
alle textiel- en breigoedondernemingen die onder de bevoegdheid vallen | alle textiel- en breigoedondernemingen die onder de bevoegdheid vallen |
van het Paritair Comité voor de textielnijverheid en het breiwerk en | van het Paritair Comité voor de textielnijverheid en het breiwerk en |
op de werklieden die zij tewerkstellen, met uitzondering van de | op de werklieden die zij tewerkstellen, met uitzondering van de |
ondernemingen en de erin tewerkgestelde werklieden die onder de | ondernemingen en de erin tewerkgestelde werklieden die onder de |
bevoegdheid vallen van de paritaire subcomités voor textiel Verviers | bevoegdheid vallen van de paritaire subcomités voor textiel Verviers |
(P.S.C. 120.01), voor het vlas (P.S.C. 120.02) en voor de jute (P.S.C. | (P.S.C. 120.01), voor het vlas (P.S.C. 120.02) en voor de jute (P.S.C. |
120.03). | 120.03). |
II. Rechthebbenden | II. Rechthebbenden |
Art. 2.§ 1. De ontslagen werklieden, behalve om dringende reden, die |
Art. 2.§ 1. De ontslagen werklieden, behalve om dringende reden, die |
op het ogenblik van de beëindiging van de arbeidsovereenkomst en | op het ogenblik van de beëindiging van de arbeidsovereenkomst en |
tijdens de periode van 1 januari 2014 tot en met 31 december 2015 58 | tijdens de periode van 1 januari 2014 tot en met 31 december 2015 58 |
jaar of ouder zijn en die op het ogenblik van de beëindiging van de | jaar of ouder zijn en die op het ogenblik van de beëindiging van de |
arbeidsovereenkomst een beroepsverleden van ten minste 35 jaar als | arbeidsovereenkomst een beroepsverleden van ten minste 35 jaar als |
loontrekkende kunnen rechtvaardigen, gewerkt hebben in een zwaar | loontrekkende kunnen rechtvaardigen, gewerkt hebben in een zwaar |
beroep en die gedurende deze periode recht verkrijgen op wettelijke | beroep en die gedurende deze periode recht verkrijgen op wettelijke |
werkloosheidsvergoedingen, ontvangen een aanvullende vergoeding, zoals | werkloosheidsvergoedingen, ontvangen een aanvullende vergoeding, zoals |
bedoeld in artikel 4, ten laste van de werkgever. | bedoeld in artikel 4, ten laste van de werkgever. |
§ 2. Van deze 35 jaar moeten : | § 2. Van deze 35 jaar moeten : |
- ofwel minstens 5 jaar, gerekend van datum tot datum, een zwaar | - ofwel minstens 5 jaar, gerekend van datum tot datum, een zwaar |
beroep behelzen. Deze periode van 5 jaar moet gelegen zijn in de loop | beroep behelzen. Deze periode van 5 jaar moet gelegen zijn in de loop |
van de laatste 10 kalenderjaren, gerekend van datum tot datum, vóór | van de laatste 10 kalenderjaren, gerekend van datum tot datum, vóór |
het einde van de arbeidsovereenkomst; | het einde van de arbeidsovereenkomst; |
- ofwel minstens 7 jaar, gerekend van datum tot datum, een zwaar | - ofwel minstens 7 jaar, gerekend van datum tot datum, een zwaar |
beroep behelzen. Deze periode van 7 jaar moet gelegen zijn in de loop | beroep behelzen. Deze periode van 7 jaar moet gelegen zijn in de loop |
van de laatste 15 kalenderjaren, gerekend van datum tot datum, vóór | van de laatste 15 kalenderjaren, gerekend van datum tot datum, vóór |
het einde van de arbeidsovereenkomst. | het einde van de arbeidsovereenkomst. |
§ 3. Voor de toepassing van § 1 en § 2 wordt als zwaar beroep | § 3. Voor de toepassing van § 1 en § 2 wordt als zwaar beroep |
beschouwd : | beschouwd : |
- het werk in wisselende ploegen, meer bepaald de ploegenarbeid in | - het werk in wisselende ploegen, meer bepaald de ploegenarbeid in |
minstens twee ploegen van minstens twee werknemers, die hetzelfde werk | minstens twee ploegen van minstens twee werknemers, die hetzelfde werk |
doen, zowel qua inhoud als qua omvang en die elkaar in de loop van de | doen, zowel qua inhoud als qua omvang en die elkaar in de loop van de |
dag opvolgen zonder dat er een onderbreking is tussen de opeenvolgende | dag opvolgen zonder dat er een onderbreking is tussen de opeenvolgende |
ploegen en zonder dat de overlapping meer bedraagt dan één vierde van | ploegen en zonder dat de overlapping meer bedraagt dan één vierde van |
hun dagtaak, op voorwaarde dat de werknemer van ploegen alterneert; | hun dagtaak, op voorwaarde dat de werknemer van ploegen alterneert; |
- het werk in een arbeidsregime zoals bedoeld in artikel 1 van de | - het werk in een arbeidsregime zoals bedoeld in artikel 1 van de |
collectieve arbeidsovereenkomst nr. 46, gesloten op 23 maart 1990 en | collectieve arbeidsovereenkomst nr. 46, gesloten op 23 maart 1990 en |
algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit van 10 mei 1990. | algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit van 10 mei 1990. |
§ 4. Onder "het ogenblik van de beëindiging van de | § 4. Onder "het ogenblik van de beëindiging van de |
arbeidsovereenkomst", bedoeld in § 1 hiervoor, wordt verstaan : het | arbeidsovereenkomst", bedoeld in § 1 hiervoor, wordt verstaan : het |
ogenblik dat de werkman uit dienst treedt na het verstrijken van de | ogenblik dat de werkman uit dienst treedt na het verstrijken van de |
opzeggingstermijn of, wanneer er geen opzegging werd betekend of | opzeggingstermijn of, wanneer er geen opzegging werd betekend of |
wanneer aan de betekende opzeggingstermijn voortijdig een einde wordt | wanneer aan de betekende opzeggingstermijn voortijdig een einde wordt |
gemaakt, het ogenblik dat de werkman de onderneming verlaat. | gemaakt, het ogenblik dat de werkman de onderneming verlaat. |
§ 5. In afwijking op § 1 hiervoor mag de opzeggingstermijn of de door | § 5. In afwijking op § 1 hiervoor mag de opzeggingstermijn of de door |
de opzeggingsvergoeding gedekte periode van de ontslagen werkman een | de opzeggingsvergoeding gedekte periode van de ontslagen werkman een |
einde nemen na de geldigheidsduur van de collectieve | einde nemen na de geldigheidsduur van de collectieve |
arbeidsovereenkomst, voor zover de opzeggingstermijn werd betekend of | arbeidsovereenkomst, voor zover de opzeggingstermijn werd betekend of |
de arbeidsovereenkomst werd verbroken tijdens de geldigheidsduur van | de arbeidsovereenkomst werd verbroken tijdens de geldigheidsduur van |
de collectieve arbeidsovereenkomst en voor zover de ontslagen werkman | de collectieve arbeidsovereenkomst en voor zover de ontslagen werkman |
de leeftijd voorzien in § 1 hiervoor bereikt heeft tijdens de | de leeftijd voorzien in § 1 hiervoor bereikt heeft tijdens de |
geldigheidsduur van de collectieve arbeidsovereenkomst. | geldigheidsduur van de collectieve arbeidsovereenkomst. |
Art. 3.Naast het vereiste beroepsverleden als loontrekkende, dienen |
Art. 3.Naast het vereiste beroepsverleden als loontrekkende, dienen |
de werklieden, om te kunnen genieten van het stelsel werkloosheid met | de werklieden, om te kunnen genieten van het stelsel werkloosheid met |
bedrijfstoeslag, bovendien te voldoen aan één van de volgende | bedrijfstoeslag, bovendien te voldoen aan één van de volgende |
sectorale anciënniteitsvoorwaarden : | sectorale anciënniteitsvoorwaarden : |
- ofwel 15 jaar loondienst in de sectoren textiel, breigoed, kleding, | - ofwel 15 jaar loondienst in de sectoren textiel, breigoed, kleding, |
confectie, vlasbereiding en/of jute; | confectie, vlasbereiding en/of jute; |
- ofwel 5 jaar loondienst in de sectoren textiel, breigoed, kleding, | - ofwel 5 jaar loondienst in de sectoren textiel, breigoed, kleding, |
confectie, vlasbereiding en/of jute tijdens de laatste 10 jaren | confectie, vlasbereiding en/of jute tijdens de laatste 10 jaren |
waarvan minstens 1 jaar in de laatste 2 jaren. | waarvan minstens 1 jaar in de laatste 2 jaren. |
Wat betreft de gelijkstelling met arbeidsdagen wordt verwezen naar de | Wat betreft de gelijkstelling met arbeidsdagen wordt verwezen naar de |
gelijkstellingen voor het beroepsverleden als loontrekkende. | gelijkstellingen voor het beroepsverleden als loontrekkende. |
III. Betaling van de aanvullende vergoeding | III. Betaling van de aanvullende vergoeding |
Art. 4.De in artikel 2, § 1 bedoelde aanvullende vergoeding behelst |
Art. 4.De in artikel 2, § 1 bedoelde aanvullende vergoeding behelst |
het toekennen van gelijkaardige voordelen als voorzien door de | het toekennen van gelijkaardige voordelen als voorzien door de |
collectieve arbeidsovereenkomst nr. 17, gesloten in de Nationale | collectieve arbeidsovereenkomst nr. 17, gesloten in de Nationale |
Arbeidsraad op 19 december 1974. | Arbeidsraad op 19 december 1974. |
Art. 5.§ 1. Aan de werklieden die tot onderhavig stelsel werkloosheid |
Art. 5.§ 1. Aan de werklieden die tot onderhavig stelsel werkloosheid |
met bedrijfstoeslag toetreden, wordt de aanvullende vergoeding | met bedrijfstoeslag toetreden, wordt de aanvullende vergoeding |
maandelijks betaald door de werkgever, die het bedrag van de | maandelijks betaald door de werkgever, die het bedrag van de |
aanvullende vergoeding, beperkt tot het bedrag berekend overeenkomstig | aanvullende vergoeding, beperkt tot het bedrag berekend overeenkomstig |
de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 17 van de Nationale | de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 17 van de Nationale |
Arbeidsraad, maar onverminderd de toepassing van de garantieregeling | Arbeidsraad, maar onverminderd de toepassing van de garantieregeling |
bedoeld in artikel 10, driemaandelijks bij het "Fonds voor | bedoeld in artikel 10, driemaandelijks bij het "Fonds voor |
bestaanszekerheid voor de textielnijverheid en het breiwerk" (hierna | bestaanszekerheid voor de textielnijverheid en het breiwerk" (hierna |
het fonds genoemd) kan terugvorderen. | het fonds genoemd) kan terugvorderen. |
Bovendien worden de bijzondere werkgeversbijdragen opgelegd door de | Bovendien worden de bijzondere werkgeversbijdragen opgelegd door de |
wettelijke bepalingen en door de uitvoeringsbesluiten eveneens door de | wettelijke bepalingen en door de uitvoeringsbesluiten eveneens door de |
werkgever betaald. Het bedrag van deze bijzondere werkgeversbijdragen, | werkgever betaald. Het bedrag van deze bijzondere werkgeversbijdragen, |
verschuldigd op het bedrag van de aanvullende vergoeding, berekend | verschuldigd op het bedrag van de aanvullende vergoeding, berekend |
overeenkomstig de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 17 van de | overeenkomstig de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 17 van de |
Nationale Arbeidsraad, maar onverminderd de toepassing van de | Nationale Arbeidsraad, maar onverminderd de toepassing van de |
garantieregeling bedoeld in artikel 10, kan eveneens door de werkgever | garantieregeling bedoeld in artikel 10, kan eveneens door de werkgever |
driemaandelijks bij het fonds worden teruggevorderd. | driemaandelijks bij het fonds worden teruggevorderd. |
§ 2. In afwijking op § 1 hiervoor, wordt in uitvoering van en | § 2. In afwijking op § 1 hiervoor, wordt in uitvoering van en |
overeenkomstig de voorwaarden gesteld in artikel 52 van de wet van 26 | overeenkomstig de voorwaarden gesteld in artikel 52 van de wet van 26 |
juni 2002 betreffende de sluiting van ondernemingen, de aanvullende | juni 2002 betreffende de sluiting van ondernemingen, de aanvullende |
vergoeding aan de werklieden die vanaf 50 jaar in de onderneming | vergoeding aan de werklieden die vanaf 50 jaar in de onderneming |
werden aangeworven, door het Fonds voor sluiting van ondernemingen | werden aangeworven, door het Fonds voor sluiting van ondernemingen |
betaald, vanaf de eerste dag van de maand volgend op deze waarop de | betaald, vanaf de eerste dag van de maand volgend op deze waarop de |
werkman die gerechtigd is op deze aanvullende vergoeding in het kader | werkman die gerechtigd is op deze aanvullende vergoeding in het kader |
van het stelsel werkloosheid met bedrijfstoeslag de leeftijd van 60 | van het stelsel werkloosheid met bedrijfstoeslag de leeftijd van 60 |
jaar heeft bereikt. | jaar heeft bereikt. |
Art. 6.De in de artikelen 2 tot en met 3 bedoelde werklieden hebben, |
Art. 6.De in de artikelen 2 tot en met 3 bedoelde werklieden hebben, |
voor zover zij de wettelijke werkloosheidsuitkeringen ontvangen, recht | voor zover zij de wettelijke werkloosheidsuitkeringen ontvangen, recht |
op de aanvullende vergoeding tot op de datum dat zij de leeftijd | op de aanvullende vergoeding tot op de datum dat zij de leeftijd |
bereiken waarop zij wettelijk pensioengerechtigd zijn binnen de | bereiken waarop zij wettelijk pensioengerechtigd zijn binnen de |
voorwaarden zoals door de pensioenreglementering vastgesteld. | voorwaarden zoals door de pensioenreglementering vastgesteld. |
De regeling geldt eveneens voor de werklieden die tijdelijk uit het | De regeling geldt eveneens voor de werklieden die tijdelijk uit het |
stelsel zouden getreden zijn en die nadien opnieuw van de regeling | stelsel zouden getreden zijn en die nadien opnieuw van de regeling |
wensen te genieten, voor zover zij opnieuw de wettelijke | wensen te genieten, voor zover zij opnieuw de wettelijke |
werkloosheidsvergoeding ontvangen. | werkloosheidsvergoeding ontvangen. |
Art. 7.In afwijking van artikel 6 hebben de in de artikelen 2 tot en |
Art. 7.In afwijking van artikel 6 hebben de in de artikelen 2 tot en |
met 3 bedoelde werklieden die hun hoofdverblijfplaats hebben in een | met 3 bedoelde werklieden die hun hoofdverblijfplaats hebben in een |
land van de Europese Economische Ruimte ook recht op een aanvullende | land van de Europese Economische Ruimte ook recht op een aanvullende |
vergoeding ten laste van hun laatste werkgever voor zover zij geen | vergoeding ten laste van hun laatste werkgever voor zover zij geen |
werkloosheidsuitkeringen kunnen genieten of kunnen blijven genieten in | werkloosheidsuitkeringen kunnen genieten of kunnen blijven genieten in |
het kader van de regelgeving inzake het stelsel werkloosheid met | het kader van de regelgeving inzake het stelsel werkloosheid met |
bedrijfstoeslag, alleen omdat zij hun hoofdverblijfplaats niet of niet | bedrijfstoeslag, alleen omdat zij hun hoofdverblijfplaats niet of niet |
meer in België hebben in de zin van artikel 66 van het koninklijk | meer in België hebben in de zin van artikel 66 van het koninklijk |
besluit van 25 november 1991 houdende werkloosheidsreglementering en | besluit van 25 november 1991 houdende werkloosheidsreglementering en |
voor zover zij werkloosheidsuitkeringen genieten krachtens de | voor zover zij werkloosheidsuitkeringen genieten krachtens de |
wetgeving van hun woonland. | wetgeving van hun woonland. |
Die aanvullende vergoeding moet berekend worden alsof die werknemers | Die aanvullende vergoeding moet berekend worden alsof die werknemers |
werkloosheidsuitkeringen genieten op basis van de Belgische wetgeving. | werkloosheidsuitkeringen genieten op basis van de Belgische wetgeving. |
Art. 8.§ 1. In afwijking van de eerste alinea van artikel 6 en |
Art. 8.§ 1. In afwijking van de eerste alinea van artikel 6 en |
artikel 7 behouden de werklieden die zijn ontslagen in het kader van | artikel 7 behouden de werklieden die zijn ontslagen in het kader van |
deze collectieve overeenkomst het recht op de aanvullende vergoeding | deze collectieve overeenkomst het recht op de aanvullende vergoeding |
ten laste van de laatste werkgever, wanneer ze het werk hervatten als | ten laste van de laatste werkgever, wanneer ze het werk hervatten als |
loontrekkende bij een andere werkgever dan de werkgever die hen heeft | loontrekkende bij een andere werkgever dan de werkgever die hen heeft |
ontslagen en die niet behoort tot dezelfde technische bedrijfseenheid | ontslagen en die niet behoort tot dezelfde technische bedrijfseenheid |
als de werkgever die hen heeft ontslagen. | als de werkgever die hen heeft ontslagen. |
§ 2. In afwijking van de eerste alinea van artikel 6 en artikel 7 | § 2. In afwijking van de eerste alinea van artikel 6 en artikel 7 |
behouden de werklieden die zijn ontslagen in het kader van deze | behouden de werklieden die zijn ontslagen in het kader van deze |
overeenkomst ook het recht op de aanvullende vergoeding ten laste van | overeenkomst ook het recht op de aanvullende vergoeding ten laste van |
de laatste werkgever, ingeval een zelfstandige activiteit in | de laatste werkgever, ingeval een zelfstandige activiteit in |
hoofdberoep wordt uitgeoefend op voorwaarde dat die activiteit niet | hoofdberoep wordt uitgeoefend op voorwaarde dat die activiteit niet |
wordt uitgeoefend voor rekening van de werkgever die hen heeft | wordt uitgeoefend voor rekening van de werkgever die hen heeft |
ontslagen of voor rekening van een werkgever die behoort tot dezelfde | ontslagen of voor rekening van een werkgever die behoort tot dezelfde |
technische bedrijfseenheid als de werkgever die hen heeft ontslagen. | technische bedrijfseenheid als de werkgever die hen heeft ontslagen. |
§ 3. In de § 1 en § 2 bedoelde gevallen hebben de ontslagen | § 3. In de § 1 en § 2 bedoelde gevallen hebben de ontslagen |
werklieden, wanneer ze het werk hervatten tijdens de door de | werklieden, wanneer ze het werk hervatten tijdens de door de |
opzeggingsvergoeding gedekte periode, op zijn vroegst maar recht op de | opzeggingsvergoeding gedekte periode, op zijn vroegst maar recht op de |
aanvullende vergoeding vanaf de dag waarop ze recht zouden hebben | aanvullende vergoeding vanaf de dag waarop ze recht zouden hebben |
gehad op werkloosheidsuitkeringen indien ze het werk niet hadden | gehad op werkloosheidsuitkeringen indien ze het werk niet hadden |
hervat. | hervat. |
§ 4. In de in § 1 en § 2 bedoelde gevallen blijft het recht op de | § 4. In de in § 1 en § 2 bedoelde gevallen blijft het recht op de |
aanvullende vergoeding bestaan tijdens de hele duur van de | aanvullende vergoeding bestaan tijdens de hele duur van de |
tewerkstelling op grond van een arbeidsovereenkomst of tijdens de hele | tewerkstelling op grond van een arbeidsovereenkomst of tijdens de hele |
duur van de uitoefening van een zelfstandige activiteit in hoofdberoep | duur van de uitoefening van een zelfstandige activiteit in hoofdberoep |
volgens de regels bepaald in onderhavige collectieve | volgens de regels bepaald in onderhavige collectieve |
arbeidsovereenkomst en voor heel de periode gedurende welke de | arbeidsovereenkomst en voor heel de periode gedurende welke de |
werklieden die recht hebben op de aanvullende uitkering geen | werklieden die recht hebben op de aanvullende uitkering geen |
werkloosheidsuitkeringen als volledig uitkeringsgerechtigde werkloze | werkloosheidsuitkeringen als volledig uitkeringsgerechtigde werkloze |
meer genieten. | meer genieten. |
De in § 1 en § 2 bedoelde werklieden leveren aan hun laatste werkgever | De in § 1 en § 2 bedoelde werklieden leveren aan hun laatste werkgever |
het bewijs dat zij opnieuw in dienst zijn genomen op grond van een | het bewijs dat zij opnieuw in dienst zijn genomen op grond van een |
arbeidsovereenkomst of dat zij een zelfstandige activiteit in | arbeidsovereenkomst of dat zij een zelfstandige activiteit in |
hoofdberoep uitoefenen. | hoofdberoep uitoefenen. |
IV. Bedrag van de aanvullende vergoeding | IV. Bedrag van de aanvullende vergoeding |
Art. 9.Het bedrag van de aanvullende vergoeding is gelijk aan de |
Art. 9.Het bedrag van de aanvullende vergoeding is gelijk aan de |
helft van het verschil tussen het netto-referteloon en de | helft van het verschil tussen het netto-referteloon en de |
werkloosheidsuitkering. | werkloosheidsuitkering. |
Art. 10.De aanvullende vergoeding, waarvan het brutobedrag lager is |
Art. 10.De aanvullende vergoeding, waarvan het brutobedrag lager is |
dan 99,16 EUR per maand, toegekend in het kader van het stelsel | dan 99,16 EUR per maand, toegekend in het kader van het stelsel |
werkloosheid met bedrijfstoeslag voor werklieden, wordt verhoogd tot | werkloosheid met bedrijfstoeslag voor werklieden, wordt verhoogd tot |
99,16 EUR bruto per maand. Deze verhoging van het bedrag van de | 99,16 EUR bruto per maand. Deze verhoging van het bedrag van de |
aanvullende vergoeding kan evenwel niet tot gevolg hebben dat het | aanvullende vergoeding kan evenwel niet tot gevolg hebben dat het |
totaal bruto maandbedrag van deze aanvullende vergoeding en de | totaal bruto maandbedrag van deze aanvullende vergoeding en de |
werkloosheidsuitkeringen samen hoger komt te liggen dan de drempel die | werkloosheidsuitkeringen samen hoger komt te liggen dan de drempel die |
voor de werknemer zonder gezinslast in aanmerking wordt genomen voor | voor de werknemer zonder gezinslast in aanmerking wordt genomen voor |
de berekening van de werknemersbijdrage van 6,5 pct., ingehouden op | de berekening van de werknemersbijdrage van 6,5 pct., ingehouden op |
het geheel van de sociale uitkering en de aanvullende vergoeding. | het geheel van de sociale uitkering en de aanvullende vergoeding. |
Art. 11.Het netto-referteloon is gelijk aan het brutomaandloon |
Art. 11.Het netto-referteloon is gelijk aan het brutomaandloon |
begrensd tot 940,14 EUR en verminderd met de persoonlijke sociale | begrensd tot 940,14 EUR en verminderd met de persoonlijke sociale |
zekerheidsbijdrage en de fiscale inhouding. Voor de berekening van de | zekerheidsbijdrage en de fiscale inhouding. Voor de berekening van de |
persoonlijke sociale zekerheidsbijdrage, op het loon aan 100 pct., | persoonlijke sociale zekerheidsbijdrage, op het loon aan 100 pct., |
dient rekening gehouden te worden met de bepalingen van de wet van 20 | dient rekening gehouden te worden met de bepalingen van de wet van 20 |
december 1999 tot toekenning van een werkbonus onder de vorm van een | december 1999 tot toekenning van een werkbonus onder de vorm van een |
vermindering van de persoonlijke bijdragen van sociale zekerheid aan | vermindering van de persoonlijke bijdragen van sociale zekerheid aan |
werknemers met lage lonen en aan sommige werknemers die het | werknemers met lage lonen en aan sommige werknemers die het |
slachtoffer waren van een herstructurering. | slachtoffer waren van een herstructurering. |
De grens van 940,14 EUR is gekoppeld aan het indexcijfer 134,52 (1971 | De grens van 940,14 EUR is gekoppeld aan het indexcijfer 134,52 (1971 |
= 100) en bedraagt 3.780,69 EUR op 1 januari 2013. Zij is gebonden aan | = 100) en bedraagt 3.780,69 EUR op 1 januari 2013. Zij is gebonden aan |
de schommelingen van het indexcijfer der consumptieprijzen, | de schommelingen van het indexcijfer der consumptieprijzen, |
overeenkomstig de bepalingen van de wet van 2 augustus 1971 houdende | overeenkomstig de bepalingen van de wet van 2 augustus 1971 houdende |
inrichting van een stelsel van koppeling aan het indexcijfer der | inrichting van een stelsel van koppeling aan het indexcijfer der |
consumptieprijzen. | consumptieprijzen. |
Deze grens wordt daarenboven op 1 januari van elk jaar herzien in | Deze grens wordt daarenboven op 1 januari van elk jaar herzien in |
functie van de regelingslonen overeenkomstig de beslissing van de | functie van de regelingslonen overeenkomstig de beslissing van de |
Nationale Arbeidsraad. | Nationale Arbeidsraad. |
Het netto-referteloon wordt afgerond naar de hogere euro. | Het netto-referteloon wordt afgerond naar de hogere euro. |
Art. 12.1. Het brutoloon omvat de contractuele premies die |
Art. 12.1. Het brutoloon omvat de contractuele premies die |
rechtstreeks gebonden zijn aan de door de werkman verrichte prestaties | rechtstreeks gebonden zijn aan de door de werkman verrichte prestaties |
waarop inhoudingen voor sociale zekerheid worden gedaan en waarvan de | waarop inhoudingen voor sociale zekerheid worden gedaan en waarvan de |
periodiciteit van betaling geen maand overschrijdt. | periodiciteit van betaling geen maand overschrijdt. |
Het omvat ook de voordelen in natura die aan inhoudingen voor sociale | Het omvat ook de voordelen in natura die aan inhoudingen voor sociale |
zekerheid onderworpen zijn. | zekerheid onderworpen zijn. |
Daarentegen worden de premies of vergoedingen, die als tegenwaarde van | Daarentegen worden de premies of vergoedingen, die als tegenwaarde van |
werkelijke kosten worden verleend, niet in aanmerking genomen. | werkelijke kosten worden verleend, niet in aanmerking genomen. |
2. Voor de per maand betaalde werkman wordt als brutoloon beschouwd : | 2. Voor de per maand betaalde werkman wordt als brutoloon beschouwd : |
het loon dat hij gedurende de in navolgende punt 6 bepaalde | het loon dat hij gedurende de in navolgende punt 6 bepaalde |
refertemaand heeft verdiend. | refertemaand heeft verdiend. |
3. Voor de werkman die niet per maand wordt betaald, wordt het | 3. Voor de werkman die niet per maand wordt betaald, wordt het |
brutoloon berekend op grond van het normale uurloon. | brutoloon berekend op grond van het normale uurloon. |
Het normale uurloon wordt bekomen door het loon voor de normale | Het normale uurloon wordt bekomen door het loon voor de normale |
prestaties van de refertemaand te delen door het aantal tijdens die | prestaties van de refertemaand te delen door het aantal tijdens die |
periode gewerkte normale uren. Het aldus bekomen resultaat wordt | periode gewerkte normale uren. Het aldus bekomen resultaat wordt |
vermenigvuldigd met het aantal arbeidsuren, bepaald bij de wekelijkse | vermenigvuldigd met het aantal arbeidsuren, bepaald bij de wekelijkse |
arbeidstijdregeling van de werknemer; dat product, vermenigvuldigd met | arbeidstijdregeling van de werknemer; dat product, vermenigvuldigd met |
52 en gedeeld door 12, stemt overeen met het maandloon. | 52 en gedeeld door 12, stemt overeen met het maandloon. |
4. Het brutoloon van een werkman die gedurende de ganse refertemaand | 4. Het brutoloon van een werkman die gedurende de ganse refertemaand |
niet heeft gewerkt, wordt berekend alsof hij aanwezig was geweest op | niet heeft gewerkt, wordt berekend alsof hij aanwezig was geweest op |
alle arbeidsdagen die in de beschouwde maand vallen. | alle arbeidsdagen die in de beschouwde maand vallen. |
Indien een arbeider, krachtens de bepalingen van zijn | Indien een arbeider, krachtens de bepalingen van zijn |
arbeidsovereenkomst, slechts gedurende een gedeelte van de | arbeidsovereenkomst, slechts gedurende een gedeelte van de |
refertemaand moet werken en hij al die tijd niet heeft gewerkt, wordt | refertemaand moet werken en hij al die tijd niet heeft gewerkt, wordt |
zijn brutoloon berekend op grond van het aantal arbeidsdagen dat in de | zijn brutoloon berekend op grond van het aantal arbeidsdagen dat in de |
arbeidsovereenkomst is vastgesteld. | arbeidsovereenkomst is vastgesteld. |
5. Het door de werkman verdiende brutoloon, ongeacht of het per maand | 5. Het door de werkman verdiende brutoloon, ongeacht of het per maand |
of anders wordt betaald, wordt vermeerderd met een twaalfde van het | of anders wordt betaald, wordt vermeerderd met een twaalfde van het |
totaal der contractuele premies en van de veranderlijke bezoldiging | totaal der contractuele premies en van de veranderlijke bezoldiging |
waarvan de periodiciteit van betaling geen maand overschrijdt en door | waarvan de periodiciteit van betaling geen maand overschrijdt en door |
de arbeider in de loop van de twaalf maanden die aan het ontslag | de arbeider in de loop van de twaalf maanden die aan het ontslag |
voorafgaan afzonderlijk werden ontvangen. | voorafgaan afzonderlijk werden ontvangen. |
6. Naar aanleiding van het bij artikel 16 voorziene overleg, zal in | 6. Naar aanleiding van het bij artikel 16 voorziene overleg, zal in |
gemeen akkoord worden beslist met welke refertemaand rekening moet | gemeen akkoord worden beslist met welke refertemaand rekening moet |
worden gehouden. Indien geen refertemaand is vastgesteld, wordt de | worden gehouden. Indien geen refertemaand is vastgesteld, wordt de |
kalendermaand, die de datum van het ontslag voorafgaat, in aanmerking | kalendermaand, die de datum van het ontslag voorafgaat, in aanmerking |
genomen. | genomen. |
V. Aanpassing van het bedrag van de aanvullende vergoeding | V. Aanpassing van het bedrag van de aanvullende vergoeding |
Art. 13.Het bedrag van de uitgekeerde aanvullende vergoedingen wordt |
Art. 13.Het bedrag van de uitgekeerde aanvullende vergoedingen wordt |
gebonden aan de schommeling van het indexcijfer der consumptieprijzen, | gebonden aan de schommeling van het indexcijfer der consumptieprijzen, |
volgens de modaliteiten die van toepassing zijn inzake | volgens de modaliteiten die van toepassing zijn inzake |
werkloosheidsuitkeringen, overeenkomstig de bepalingen van de wet van | werkloosheidsuitkeringen, overeenkomstig de bepalingen van de wet van |
2 augustus 1971. | 2 augustus 1971. |
Het bedrag van deze vergoedingen wordt daarenboven elk jaar op 1 | Het bedrag van deze vergoedingen wordt daarenboven elk jaar op 1 |
januari herzien in functie van de ontwikkeling van de regelingslonen | januari herzien in functie van de ontwikkeling van de regelingslonen |
overeenkomstig hetgeen dienaangaande wordt beslist in de Nationale | overeenkomstig hetgeen dienaangaande wordt beslist in de Nationale |
Arbeidsraad. | Arbeidsraad. |
Voor de werklieden die in de loop van het jaar tot de regeling | Voor de werklieden die in de loop van het jaar tot de regeling |
toetreden, wordt de aanpassing op grond van het verloop van de | toetreden, wordt de aanpassing op grond van het verloop van de |
regelingslonen verricht, rekening houdend met het ogenblik van het | regelingslonen verricht, rekening houdend met het ogenblik van het |
jaar waarop zij in het stelsel treden; elk kwartaal wordt in | jaar waarop zij in het stelsel treden; elk kwartaal wordt in |
aanmerking genomen voor de berekening van de aanpassing. | aanmerking genomen voor de berekening van de aanpassing. |
VI. Tijdstip van betaling van de aanvullende vergoeding | VI. Tijdstip van betaling van de aanvullende vergoeding |
Art. 14.De betaling van de aanvullende vergoeding moet om de |
Art. 14.De betaling van de aanvullende vergoeding moet om de |
kalendermaand gebeuren. | kalendermaand gebeuren. |
VII. Cumulatie van de aanvullende vergoeding met andere voordelen | VII. Cumulatie van de aanvullende vergoeding met andere voordelen |
Art. 15.De aanvullende vergoeding mag niet worden gecumuleerd met |
Art. 15.De aanvullende vergoeding mag niet worden gecumuleerd met |
andere wegens afdanking verleende speciale vergoedingen of toeslagen, | andere wegens afdanking verleende speciale vergoedingen of toeslagen, |
die worden toegekend krachtens wettelijke of reglementaire bepalingen. | die worden toegekend krachtens wettelijke of reglementaire bepalingen. |
De werkman, bedoeld in de artikelen 2 tot en met 3, zal dus eerst de | De werkman, bedoeld in de artikelen 2 tot en met 3, zal dus eerst de |
uit die bepalingen voortvloeiende rechten moeten uitputten, alvorens | uit die bepalingen voortvloeiende rechten moeten uitputten, alvorens |
aanspraak te kunnen maken op de in artikel 4 voorziene aanvullende | aanspraak te kunnen maken op de in artikel 4 voorziene aanvullende |
vergoeding. | vergoeding. |
VIII. Overlegprocedure | VIII. Overlegprocedure |
Art. 16.Vooraleer één of meerdere werklieden, bedoeld in de artikelen |
Art. 16.Vooraleer één of meerdere werklieden, bedoeld in de artikelen |
2 tot en met 3, te ontslaan, pleegt de werkgever overleg met de | 2 tot en met 3, te ontslaan, pleegt de werkgever overleg met de |
vertegenwoordigers van het personeel in de ondernemingsraad of, bij | vertegenwoordigers van het personeel in de ondernemingsraad of, bij |
ontstentenis daarvan, met de syndicale afvaardiging. Onverminderd de | ontstentenis daarvan, met de syndicale afvaardiging. Onverminderd de |
bepalingen van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 9 van 9 maart | bepalingen van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 9 van 9 maart |
1972, inzonderheid van artikel 12, heeft deze beraadslaging tot doel | 1972, inzonderheid van artikel 12, heeft deze beraadslaging tot doel |
in gemeen overleg te beslissen of, afgezien van de in de onderneming | in gemeen overleg te beslissen of, afgezien van de in de onderneming |
van kracht zijnde afdankingscriteria, werklieden die aan het in | van kracht zijnde afdankingscriteria, werklieden die aan het in |
artikel 2, § 1 bepaalde leeftijdscriterium voldoen, bij voorrang | artikel 2, § 1 bepaalde leeftijdscriterium voldoen, bij voorrang |
kunnen worden ontslagen en derhalve het voordeel van de aanvullende | kunnen worden ontslagen en derhalve het voordeel van de aanvullende |
regeling kunnen genieten. | regeling kunnen genieten. |
Bij ontstentenis van ondernemingsraad of van syndicale afvaardiging, | Bij ontstentenis van ondernemingsraad of van syndicale afvaardiging, |
heeft dit overleg plaats met de vertegenwoordigers van de | heeft dit overleg plaats met de vertegenwoordigers van de |
representatieve werknemersorganisaties of, bij ontstentenis, met de | representatieve werknemersorganisaties of, bij ontstentenis, met de |
werklieden van de onderneming. | werklieden van de onderneming. |
Vooraleer een beslissing tot ontslag te nemen, nodigt de werkgever | Vooraleer een beslissing tot ontslag te nemen, nodigt de werkgever |
daarenboven de betrokken werkman bij aangetekende brief uit tot een | daarenboven de betrokken werkman bij aangetekende brief uit tot een |
onderhoud tijdens de werkuren op de zetel van de onderneming. Dit | onderhoud tijdens de werkuren op de zetel van de onderneming. Dit |
onderhoud heeft tot doel aan de werkman de gelegenheid te geven zijn | onderhoud heeft tot doel aan de werkman de gelegenheid te geven zijn |
bezwaren tegen het door de werkgever voorgenomen ontslag kenbaar te | bezwaren tegen het door de werkgever voorgenomen ontslag kenbaar te |
maken. | maken. |
Overeenkomstig de collectieve arbeidsovereenkomst van 3 mei 1972, | Overeenkomstig de collectieve arbeidsovereenkomst van 3 mei 1972, |
inzonderheid artikel 7, kan de werkman zich bij dit onderhoud laten | inzonderheid artikel 7, kan de werkman zich bij dit onderhoud laten |
bijstaan door de syndicale afgevaardigde. De opzegging kan ten | bijstaan door de syndicale afgevaardigde. De opzegging kan ten |
vroegste geschieden de tweede werkdag na de dag waarop dit onderhoud | vroegste geschieden de tweede werkdag na de dag waarop dit onderhoud |
plaats had of waarop dit onderhoud voorzien was. | plaats had of waarop dit onderhoud voorzien was. |
De ontslagen werklieden hebben de mogelijkheid de aanvullende regeling | De ontslagen werklieden hebben de mogelijkheid de aanvullende regeling |
te aanvaarden of deze te weigeren en derhalve deel uit te maken van de | te aanvaarden of deze te weigeren en derhalve deel uit te maken van de |
arbeidsreserve. | arbeidsreserve. |
IX. Eindbepalingen | IX. Eindbepalingen |
Art. 17.De administratieve formaliteiten nodig voor de uitvoering van |
Art. 17.De administratieve formaliteiten nodig voor de uitvoering van |
onderhavige overeenkomst worden door de raad van beheer van het fonds | onderhavige overeenkomst worden door de raad van beheer van het fonds |
vastgesteld. De administratieve richtlijnen van de raad van beheer van | vastgesteld. De administratieve richtlijnen van de raad van beheer van |
het fonds moeten door de werkgever nageleefd worden. | het fonds moeten door de werkgever nageleefd worden. |
Art. 18.De algemene interpretatiemoeilijkheden van onderhavige |
Art. 18.De algemene interpretatiemoeilijkheden van onderhavige |
collectieve arbeidsovereenkomst worden door de raad van beheer van het | collectieve arbeidsovereenkomst worden door de raad van beheer van het |
fonds beslecht in de geest van en refererend naar de collectieve | fonds beslecht in de geest van en refererend naar de collectieve |
arbeidsovereenkomsten nr. 17 en nr. 105 van de Nationale Arbeidsraad. | arbeidsovereenkomsten nr. 17 en nr. 105 van de Nationale Arbeidsraad. |
Art. 19.De ondertekenende partijen vragen dat deze collectieve |
Art. 19.De ondertekenende partijen vragen dat deze collectieve |
arbeidsovereenkomst algemeen verbindend zou verklaard worden per | arbeidsovereenkomst algemeen verbindend zou verklaard worden per |
koninklijk besluit. | koninklijk besluit. |
Art. 20.Onderhavige overeenkomst is van toepassing vanaf 1 januari |
Art. 20.Onderhavige overeenkomst is van toepassing vanaf 1 januari |
2014 tot en met 31 december 2015. | 2014 tot en met 31 december 2015. |
Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 14 november | Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 14 november |
2014. | 2014. |
De Minister van Werk, | De Minister van Werk, |
K. PEETERS | K. PEETERS |