Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 21 juni 2007, gesloten in het Paritair Comité voor het garagebedrijf, betreffende de arbeidsorganisatie | Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 21 juni 2007, gesloten in het Paritair Comité voor het garagebedrijf, betreffende de arbeidsorganisatie |
---|---|
FEDERALE OVERHEIDSDIENST WERKGELEGENHEID, ARBEID EN SOCIAAL OVERLEG | FEDERALE OVERHEIDSDIENST WERKGELEGENHEID, ARBEID EN SOCIAAL OVERLEG |
10 MAART 2008. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt | 10 MAART 2008. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt |
verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 21 juni 2007, | verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 21 juni 2007, |
gesloten in het Paritair Comité voor het garagebedrijf, betreffende de | gesloten in het Paritair Comité voor het garagebedrijf, betreffende de |
arbeidsorganisatie (1) | arbeidsorganisatie (1) |
ALBERT II, Koning der Belgen, | ALBERT II, Koning der Belgen, |
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. | Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. |
Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve | Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve |
arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel | arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel |
28; | 28; |
Gelet op het verzoek van het Paritair Comité voor het garagebedrijf; | Gelet op het verzoek van het Paritair Comité voor het garagebedrijf; |
Op de voordracht van Onze Minister van Werk, | Op de voordracht van Onze Minister van Werk, |
Hebben Wij besloten en besluiten Wij : | Hebben Wij besloten en besluiten Wij : |
Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage |
Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage |
overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 21 juni 2007, gesloten | overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 21 juni 2007, gesloten |
in het Paritair Comité voor het garagebedrijf, betreffende de | in het Paritair Comité voor het garagebedrijf, betreffende de |
arbeidsorganisatie. | arbeidsorganisatie. |
Art. 2.Onze Minister van Werk is belast met de uitvoering van dit |
Art. 2.Onze Minister van Werk is belast met de uitvoering van dit |
besluit. | besluit. |
Gegeven te Brussel, 10 mars 2008. | Gegeven te Brussel, 10 mars 2008. |
ALBERT | ALBERT |
Van Koningswege : | Van Koningswege : |
De Minister van Werk, | De Minister van Werk, |
J. PIETTE | J. PIETTE |
_______ | _______ |
Nota | Nota |
(1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad : | (1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad : |
Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969. | Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969. |
Bijlage | Bijlage |
Paritair Comité voor het garagebedrijf | Paritair Comité voor het garagebedrijf |
Collectieve arbeidsovereenkomst van 21 juni 2007 | Collectieve arbeidsovereenkomst van 21 juni 2007 |
Arbeidsorganisatie | Arbeidsorganisatie |
(Overeenkomst geregistreerd op 28 augustus 2007 onder het nummer | (Overeenkomst geregistreerd op 28 augustus 2007 onder het nummer |
84592/CO/112) | 84592/CO/112) |
In uitvoering van artikel 16 van het nationaal akkoord 2007-2008 van | In uitvoering van artikel 16 van het nationaal akkoord 2007-2008 van |
24 mei 2007. | 24 mei 2007. |
HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied | HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied |
Artikel 1.Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op |
Artikel 1.Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op |
de werkgevers, arbeiders en arbeidsters van de ondernemingen die | de werkgevers, arbeiders en arbeidsters van de ondernemingen die |
ressorteren onder het Paritair Comité voor het garagebedrijf. | ressorteren onder het Paritair Comité voor het garagebedrijf. |
Voor de toepassing van deze collectieve arbeidsovereenkomst wordt | Voor de toepassing van deze collectieve arbeidsovereenkomst wordt |
onder "arbeiders" verstaan : de mannelijke en vrouwelijke werklieden. | onder "arbeiders" verstaan : de mannelijke en vrouwelijke werklieden. |
HOOFDSTUK II. - Toepassingsmodaliteiten | HOOFDSTUK II. - Toepassingsmodaliteiten |
Art. 2.De arbeiders hebben binnen het wettelijk kader de |
Art. 2.De arbeiders hebben binnen het wettelijk kader de |
keuzemogelijkheid om de eerste 65 overuren per kalenderjaar in het | keuzemogelijkheid om de eerste 65 overuren per kalenderjaar in het |
kader van buitengewone vermeerdering van werk (artikel 25 van de | kader van buitengewone vermeerdering van werk (artikel 25 van de |
arbeidswet van 16 maart 1971) of van de werkzaamheden ingevolge een | arbeidswet van 16 maart 1971) of van de werkzaamheden ingevolge een |
onvoorziene noodzakelijkheid (artikel 26, § 1, 3°, van de arbeidswet | onvoorziene noodzakelijkheid (artikel 26, § 1, 3°, van de arbeidswet |
van 16 maart 1971) te recupereren of uitbetaald te krijgen. | van 16 maart 1971) te recupereren of uitbetaald te krijgen. |
Art. 3.De mogelijkheid om binnen het wettelijk kader een bijkomende |
Art. 3.De mogelijkheid om binnen het wettelijk kader een bijkomende |
schijf van 65 overuren per kalenderjaar in het kader van buitengewone | schijf van 65 overuren per kalenderjaar in het kader van buitengewone |
vermeerdering van werk (artikel 25 van de arbeidswet van 16 maart | vermeerdering van werk (artikel 25 van de arbeidswet van 16 maart |
1971) of van de werkzaamheden ingevolge een onvoorziene | 1971) of van de werkzaamheden ingevolge een onvoorziene |
noodzakelijkheid (artikel 26, § 1, 3° van de arbeidswet van 16 maart | noodzakelijkheid (artikel 26, § 1, 3° van de arbeidswet van 16 maart |
1971) in te voeren, kan enkel worden geregeld in een collectieve | 1971) in te voeren, kan enkel worden geregeld in een collectieve |
arbeidsovereenkomst afgesloten op het niveau van de onderneming. | arbeidsovereenkomst afgesloten op het niveau van de onderneming. |
Art. 4.In deze collectieve arbeidsovereenkomst, afgesloten op het |
Art. 4.In deze collectieve arbeidsovereenkomst, afgesloten op het |
niveau van de onderneming, dient te worden bepaald of deze bijkomende | niveau van de onderneming, dient te worden bepaald of deze bijkomende |
schijf zal worden gerecupereerd (en op welke wijze) of uitbetaald. | schijf zal worden gerecupereerd (en op welke wijze) of uitbetaald. |
Deze collectieve arbeidsovereenkomst is slechts geldig indien ze | Deze collectieve arbeidsovereenkomst is slechts geldig indien ze |
afspraken bevat over de plicht tot en de wijze van informatie over het | afspraken bevat over de plicht tot en de wijze van informatie over het |
totaal aantal gepresteerde overuren (het totaal aantal uitbetaalde en | totaal aantal gepresteerde overuren (het totaal aantal uitbetaalde en |
gerecupereerde overuren) en over het gebruik van tijdelijke contracten | gerecupereerde overuren) en over het gebruik van tijdelijke contracten |
(uitzendcontracten, contracten van bepaalde duur en onderaanneming) | (uitzendcontracten, contracten van bepaalde duur en onderaanneming) |
aan de vakbondsafvaardiging en bij ontstentenis aan de betrokken | aan de vakbondsafvaardiging en bij ontstentenis aan de betrokken |
vakbondssecretarissen. | vakbondssecretarissen. |
Art. 5.Conform artikel 25 van de arbeidswet van 16 maart 1971 |
Art. 5.Conform artikel 25 van de arbeidswet van 16 maart 1971 |
(buitengewone vermeerdering van werk) en conform artikel 26, § 1, 3°, | (buitengewone vermeerdering van werk) en conform artikel 26, § 1, 3°, |
van de arbeidswet van 16 maart 1971 (werkzaamheden ingevolge een | van de arbeidswet van 16 maart 1971 (werkzaamheden ingevolge een |
onvoorziene noodzakelijkheid) kunnen overuren in dit kader enkel | onvoorziene noodzakelijkheid) kunnen overuren in dit kader enkel |
worden gepresteerd mits het voorafgaande akkoord van de | worden gepresteerd mits het voorafgaande akkoord van de |
vakbondsafvaardiging. | vakbondsafvaardiging. |
HOOFDSTUK III. - Geldigheid | HOOFDSTUK III. - Geldigheid |
Art. 6.Deze collectieve arbeidsovereenkomst treedt in werking op 1 |
Art. 6.Deze collectieve arbeidsovereenkomst treedt in werking op 1 |
juli 2007 en treedt buiten werking op 30 juni 2009. | juli 2007 en treedt buiten werking op 30 juni 2009. |
Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 10 maart | Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 10 maart |
2008. | 2008. |
De Minister van Werk, | De Minister van Werk, |
J. PIETTE | J. PIETTE |