Etaamb.openjustice.be
Meertalige weergave van Koninklijk Besluit van 08/01/2004
← Terug naar "Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 25 april 2001, gesloten in het Paritair Comité voor de stoffering en de houtbewerking, betreffende de permanente vorming van arbeiders en de opleidingsinitiatieven ten voordele van de risicogroepen "
Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 25 april 2001, gesloten in het Paritair Comité voor de stoffering en de houtbewerking, betreffende de permanente vorming van arbeiders en de opleidingsinitiatieven ten voordele van de risicogroepen Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 25 april 2001, gesloten in het Paritair Comité voor de stoffering en de houtbewerking, betreffende de permanente vorming van arbeiders en de opleidingsinitiatieven ten voordele van de risicogroepen
FEDERALE OVERHEIDSDIENST WERKGELEGENHEID, ARBEID EN SOCIAAL OVERLEG FEDERALE OVERHEIDSDIENST WERKGELEGENHEID, ARBEID EN SOCIAAL OVERLEG
8 JANUARI 2004. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt 8 JANUARI 2004. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt
verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 25 april 2001, verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 25 april 2001,
gesloten in het Paritair Comité voor de stoffering en de gesloten in het Paritair Comité voor de stoffering en de
houtbewerking, betreffende de permanente vorming van arbeiders en de houtbewerking, betreffende de permanente vorming van arbeiders en de
opleidingsinitiatieven ten voordele van de risicogroepen (1) opleidingsinitiatieven ten voordele van de risicogroepen (1)
ALBERT II, Koning der Belgen, ALBERT II, Koning der Belgen,
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve
arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel
28; 28;
Gelet op de wet van 26 juli 1996 tot bevordering van de Gelet op de wet van 26 juli 1996 tot bevordering van de
werkgelegenheid en de preventieve vrijwaring van het werkgelegenheid en de preventieve vrijwaring van het
concurrentievermogen, inzonderheid op artikel 7, § 2; concurrentievermogen, inzonderheid op artikel 7, § 2;
Gelet op het koninklijk besluit van 27 januari 1997 houdende Gelet op het koninklijk besluit van 27 januari 1997 houdende
maatregelen ter bevordering van de werkgelegenheid met toepassing van maatregelen ter bevordering van de werkgelegenheid met toepassing van
artikel 7, § 2 van de wet van 26 juli 1996 tot bevordering van de artikel 7, § 2 van de wet van 26 juli 1996 tot bevordering van de
werkgelegenheid en tot preventieve vrijwaring van het werkgelegenheid en tot preventieve vrijwaring van het
concurrentievermogen, inzonderheid op artikel 3; concurrentievermogen, inzonderheid op artikel 3;
Gelet op het verzoek van het Paritair Comité voor de stoffering en de Gelet op het verzoek van het Paritair Comité voor de stoffering en de
houtbewerking; houtbewerking;
Op de voordracht van Onze Minister van Werk, Op de voordracht van Onze Minister van Werk,
Hebben Wij besloten en besluiten Wij : Hebben Wij besloten en besluiten Wij :
Artikel 1 . Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage Artikel 1 . Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage
overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 25 april 2001, overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 25 april 2001,
gesloten in het Paritair Comité voor de stoffering en de gesloten in het Paritair Comité voor de stoffering en de
houtbewerking, betreffende de permanente vorming van arbeiders en de houtbewerking, betreffende de permanente vorming van arbeiders en de
opleidingsinitiatieven ten voordele van de risicogroepen. opleidingsinitiatieven ten voordele van de risicogroepen.
Art. 2 . Onze Minister van Werk is belast met de uitvoering van dit Art. 2 . Onze Minister van Werk is belast met de uitvoering van dit
besluit. besluit.
Gegeven te Brussel, 8 januari 2004. Gegeven te Brussel, 8 januari 2004.
ALBERT ALBERT
Van Koningswege : Van Koningswege :
De Minister van Werk, De Minister van Werk,
F. VANDENBROUCKE F. VANDENBROUCKE
_______ _______
Nota Nota
(1) Verwijzingen naar het Belgisch Staatsblad : (1) Verwijzingen naar het Belgisch Staatsblad :
Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969. Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969.
Wet van 26 juli 1996, Belgisch Staatsblad van 1 augustus 1996. Wet van 26 juli 1996, Belgisch Staatsblad van 1 augustus 1996.
Koninklijk besluit van 27 januari 1997, Belgisch Staatsblad van 13 Koninklijk besluit van 27 januari 1997, Belgisch Staatsblad van 13
februari 1997. februari 1997.
Bijlage Bijlage
Paritair Comité voor de stoffering en de houtbewerking Paritair Comité voor de stoffering en de houtbewerking
Collectieve arbeidsovereenkomst van 25 april 2001 Collectieve arbeidsovereenkomst van 25 april 2001
Permanente vorming van arbeiders en opleidinginitiatieven ten voordele Permanente vorming van arbeiders en opleidinginitiatieven ten voordele
van de risicogroepen (Overeenkomst geregistreerd op 24 augustus 2001 van de risicogroepen (Overeenkomst geregistreerd op 24 augustus 2001
onder het nummer 58625/CO/126) onder het nummer 58625/CO/126)
HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied

Artikel 1.Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op

Artikel 1.Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op

de werkgevers van de ondernemingen die ressorteren onder het Paritair de werkgevers van de ondernemingen die ressorteren onder het Paritair
Comité voor de stoffering en de houtbewerking en op de arbeiders en Comité voor de stoffering en de houtbewerking en op de arbeiders en
arbeidsters die zij tewerkstellen. Zij wordt gesloten in uitvoering arbeidsters die zij tewerkstellen. Zij wordt gesloten in uitvoering
van het interprofessioneel akkoord 2001-2002, van afdeling VI van de van het interprofessioneel akkoord 2001-2002, van afdeling VI van de
wet betreffende het Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en wet betreffende het Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en
houdende diverse bepalingen van 26 maart 1999 (Belgisch Staatsblad van houdende diverse bepalingen van 26 maart 1999 (Belgisch Staatsblad van
1 april 1999) en van artikel 8, § 2, van de wet van 26 juli 1996 tot 1 april 1999) en van artikel 8, § 2, van de wet van 26 juli 1996 tot
bevordering van de werkgelegenheid en tot preventieve vrijwaring van bevordering van de werkgelegenheid en tot preventieve vrijwaring van
het concurrentievermogen (Belgisch Staatsblad van 1 augustus 1996). het concurrentievermogen (Belgisch Staatsblad van 1 augustus 1996).
HOOFDSTUK II. - Doelgroepen HOOFDSTUK II. - Doelgroepen

Art. 2.De sociale gesprekpartners verbinden zich ertoe voor de duur

Art. 2.De sociale gesprekpartners verbinden zich ertoe voor de duur

van deze overeenkomst bijkomende inspanningen te leveren op het vlak van deze overeenkomst bijkomende inspanningen te leveren op het vlak
van de permanente vorming van de arbeiders en opleidingsinitiatieven van de permanente vorming van de arbeiders en opleidingsinitiatieven
ten aanzien van risicogroepen voort te zetten. Hierbij streven zij ten aanzien van risicogroepen voort te zetten. Hierbij streven zij
ernaar, te anticiperen op de invoering van nieuwe technologieën of ernaar, te anticiperen op de invoering van nieuwe technologieën of
arbeidsorganisaties. Opleiding wordt in de sector erkend als een recht arbeidsorganisaties. Opleiding wordt in de sector erkend als een recht
en een plicht voor werknemers. en een plicht voor werknemers.
Zij willen daarbij de volgende doelgroepen bereiken : Zij willen daarbij de volgende doelgroepen bereiken :
Een eerste categorie zijn de arbeiders/sters, in dienst van een Een eerste categorie zijn de arbeiders/sters, in dienst van een
onderneming van de sector. Voor hen moeten bijzondere inspanningen onderneming van de sector. Voor hen moeten bijzondere inspanningen
worden geleverd om hun inzetbaarheid te vergroten. Zij kunnen worden geleverd om hun inzetbaarheid te vergroten. Zij kunnen
geconfronteerd worden met de invoering van nieuwe technologieën of met geconfronteerd worden met de invoering van nieuwe technologieën of met
een wijzigende arbeidsorganisaties. een wijzigende arbeidsorganisaties.
Een tweede categorie zijn de toekomstige werknemers. Een tweede categorie zijn de toekomstige werknemers.
Tot deze categorie behoren de volgende personen voor wie de te Tot deze categorie behoren de volgende personen voor wie de te
bereiken doelstellingen nader dienen te worden omschreven : bereiken doelstellingen nader dienen te worden omschreven :
1. de deeltijds leerplichtigen; 1. de deeltijds leerplichtigen;
2. de jonge werkzoekenden; 2. de jonge werkzoekenden;
3. de andere werkzoekenden, ongeacht hun leeftijd. 3. de andere werkzoekenden, ongeacht hun leeftijd.
De derde categorie betreft de arbeiders/sters die worden De derde categorie betreft de arbeiders/sters die worden
geconfronteerd met ontslag ingevolge sluiting, herstructurering of geconfronteerd met ontslag ingevolge sluiting, herstructurering of
afslanking van de onderneming. afslanking van de onderneming.

Art. 3.De sector zal zijn medewerking blijven verlenen aan de

Art. 3.De sector zal zijn medewerking blijven verlenen aan de

tewerkstellingsmaatregelen voor langdurig werklozen in de mate dat er tewerkstellingsmaatregelen voor langdurig werklozen in de mate dat er
voor deze doelgroep ook effectieve tewerkstelling in de sector aan kan voor deze doelgroep ook effectieve tewerkstelling in de sector aan kan
verbonden worden. verbonden worden.
HOOFDSTUK III. - Doelstellingen HOOFDSTUK III. - Doelstellingen

Art. 4.Industrieel leerlingenwezen

Art. 4.Industrieel leerlingenwezen

De sociale gesprekpartners bestendigen voor de duurtijd van de De sociale gesprekpartners bestendigen voor de duurtijd van de
collectieve arbeidsovereenkomst, het industrieel leerlingenwezen. collectieve arbeidsovereenkomst, het industrieel leerlingenwezen.
Voor de beroepen georganiseerd in deze vorm sluiten zij uit dat voor Voor de beroepen georganiseerd in deze vorm sluiten zij uit dat voor
de deeltijds leerplichtigen een arbeidsovereenkomst « deeltijds de deeltijds leerplichtigen een arbeidsovereenkomst « deeltijds
werken/leren » zou worden gesloten. werken/leren » zou worden gesloten.
Zij zijn de invulling van de wet van 6 mei 1998 (Belgisch Staatsblad Zij zijn de invulling van de wet van 6 mei 1998 (Belgisch Staatsblad
van 29 mei 1998) als volgt : van 29 mei 1998) als volgt :
1o Voor de jongeren die het derde jaar beroeps- of technisch onderwijs 1o Voor de jongeren die het derde jaar beroeps- of technisch onderwijs
niet met succes hebben beëindigd, bedraagt de periode gedurende niet met succes hebben beëindigd, bedraagt de periode gedurende
dewelke de minimumvergoeding dient te worden uitbetaald, drie maanden. dewelke de minimumvergoeding dient te worden uitbetaald, drie maanden.
Zodoende valt deze periode samen met de proefperiode van drie maanden Zodoende valt deze periode samen met de proefperiode van drie maanden
die in het model van leerovereenkomst wordt vastgesteld. Deze leerling die in het model van leerovereenkomst wordt vastgesteld. Deze leerling
die na deze periode van drie maanden in dienst blijft van de werkgever die na deze periode van drie maanden in dienst blijft van de werkgever
wordt geacht te voldoen aan de voorwaarde om vanaf de 4e maand de wordt geacht te voldoen aan de voorwaarde om vanaf de 4e maand de
volledige leervergoeding te ontvangen die met zijn/haar volledige leervergoeding te ontvangen die met zijn/haar
leeftijdscategorie overeenkomt. leeftijdscategorie overeenkomt.
2o De door de wet van 6 mei 1998 vastgestelde leervergoedingen treden 2o De door de wet van 6 mei 1998 vastgestelde leervergoedingen treden
in voege voor alle leerovereenkomsten die vanaf 1 september 1999 in voege voor alle leerovereenkomsten die vanaf 1 september 1999
worden gesloten met jongeren uit de leeftijdsgroep van 15 tot 18 jaar. worden gesloten met jongeren uit de leeftijdsgroep van 15 tot 18 jaar.
3o Het industrieel leerlingenwezen wordt uitgebreid tot de 3o Het industrieel leerlingenwezen wordt uitgebreid tot de
werkzoekende, ouder dan 18 jaar, die : werkzoekende, ouder dan 18 jaar, die :
- ofwel een diploma bezit dat niet aansluit bij de functie waarvoor - ofwel een diploma bezit dat niet aansluit bij de functie waarvoor
hij/zij een opleiding wenst te volgen; hij/zij een opleiding wenst te volgen;
- ofwel een diploma bezit dat wel aansluit bij een functie eigen aan - ofwel een diploma bezit dat wel aansluit bij een functie eigen aan
de sector, doch die nog een opleiding wenst te volgen voor een andere de sector, doch die nog een opleiding wenst te volgen voor een andere
of aanvullende functie. of aanvullende functie.
De duur van de opleiding zal minimum zes maanden en maximum De duur van de opleiding zal minimum zes maanden en maximum
vierentwintig maanden bedragen, afhankelijk van het leerprogramma en vierentwintig maanden bedragen, afhankelijk van het leerprogramma en
de vooropleiding van de werkzoekende. de vooropleiding van de werkzoekende.
De leervergoeding die voor deze doelgroep wordt toegepast zal door het De leervergoeding die voor deze doelgroep wordt toegepast zal door het
paritair comité worden bepaald. paritair comité worden bepaald.
Zowel de duur van de opleiding als het bedrag van de leervergoeding Zowel de duur van de opleiding als het bedrag van de leervergoeding
zullen moeten worden bepaald, rekening houdend met het feit dat de zullen moeten worden bepaald, rekening houdend met het feit dat de
geboden opleiding een redelijk alternatief bieden ten aanzien van de geboden opleiding een redelijk alternatief bieden ten aanzien van de
werkloosheid. werkloosheid.
4o De duurtijd van de reeds goedgekeurd opleidingen zal door de 4o De duurtijd van de reeds goedgekeurd opleidingen zal door de
sociale gesprekpartners worden herzien. Dit, met de bedoeling meer sociale gesprekpartners worden herzien. Dit, met de bedoeling meer
jongeren te bereiken die in aanmerking komen voor een industriële jongeren te bereiken die in aanmerking komen voor een industriële
leerovereenkomst. leerovereenkomst.
5o De sociale partners verklaren, voor de doelgroep bedoeld in dit 5o De sociale partners verklaren, voor de doelgroep bedoeld in dit
artikel, een selectie te maken uit de opleidingscentra die volledig artikel, een selectie te maken uit de opleidingscentra die volledig
achter deze vorm van opleiding staan en zich houden aan de voorwaarden achter deze vorm van opleiding staan en zich houden aan de voorwaarden
en leerprogramma's erkend door het paritair leercomité. en leerprogramma's erkend door het paritair leercomité.
Het « Opleidingscentrum Hout » zal jaarlijks een rondetafel Het « Opleidingscentrum Hout » zal jaarlijks een rondetafel
organiseren met de meewerkende centra om te komen tot een coördinatie organiseren met de meewerkende centra om te komen tot een coördinatie
van de inspanningen. De meewerkende centra zullen niet worden beperkt van de inspanningen. De meewerkende centra zullen niet worden beperkt
tot de centra voor deeltijds onderwijs. tot de centra voor deeltijds onderwijs.

Art. 5.Aanwerving en opleiding

Art. 5.Aanwerving en opleiding

Schoolverlaters, werkzoekenden en werklozen uit de zogenaamde Schoolverlaters, werkzoekenden en werklozen uit de zogenaamde
risicogroepen die worden aangeworven moeten de mogelijkheid krijgen, risicogroepen die worden aangeworven moeten de mogelijkheid krijgen,
te worden opgeleid voor de functie waarin ze worden aangeworven. te worden opgeleid voor de functie waarin ze worden aangeworven.
Deze doelgroep zal afzonderlijk vermeld worden in het opleidingsplan Deze doelgroep zal afzonderlijk vermeld worden in het opleidingsplan
van de onderneming. van de onderneming.
De opleidingsperiode zal over ten minste zes maanden en ten hoogste De opleidingsperiode zal over ten minste zes maanden en ten hoogste
vierentwintig maanden lopen, wanneer de nieuw aangeworvene noch vierentwintig maanden lopen, wanneer de nieuw aangeworvene noch
voorkennis, noch ervaring heeft opgedaan voor de functie. voorkennis, noch ervaring heeft opgedaan voor de functie.
De opleidingsperiode zal over ten minste zes en ten hoogste twaalf De opleidingsperiode zal over ten minste zes en ten hoogste twaalf
maanden lopen wanneer de nieuw aangeworvene een voldoende maanden lopen wanneer de nieuw aangeworvene een voldoende
vooropleiding heeft genoten, of deze kennis opdeed door ervaring. vooropleiding heeft genoten, of deze kennis opdeed door ervaring.
Gedurende de opleidingsperiode heeft de nieuw aangeworven Gedurende de opleidingsperiode heeft de nieuw aangeworven
arbeider/ster recht op 90 pct. van het loon voor de functie waartoe arbeider/ster recht op 90 pct. van het loon voor de functie waartoe
hij/zij wordt opgeleid. hij/zij wordt opgeleid.
Dit, onder voorwaarde dat de nieuw aangeworvene ook in de mogelijkheid Dit, onder voorwaarde dat de nieuw aangeworvene ook in de mogelijkheid
wordt gesteld de praktische opleiding in de onderneming aan te vullen wordt gesteld de praktische opleiding in de onderneming aan te vullen
met een opleiding uit de door het « Opleidingscentrum Hout » geboden met een opleiding uit de door het « Opleidingscentrum Hout » geboden
programma's. programma's.
Deze arbeidsovereenkomsten dienen ter opvolging te worden voorgelegd Deze arbeidsovereenkomsten dienen ter opvolging te worden voorgelegd
aan het paritair leercomité. aan het paritair leercomité.

Art. 6.Opleidingsplannen

Art. 6.Opleidingsplannen

De sociale gesprekpartners bevelen de ondernemingen aan, De sociale gesprekpartners bevelen de ondernemingen aan,
opleidingsplannen te sluiten, teneinde de in het Belgisch Actieplan opleidingsplannen te sluiten, teneinde de in het Belgisch Actieplan
voor de werkgelegenheid bepaalde doelstellingen te verwezenlijken. voor de werkgelegenheid bepaalde doelstellingen te verwezenlijken.
K.M.O.'s zullen ertoe worden aangezet, een opleidingsplan op te K.M.O.'s zullen ertoe worden aangezet, een opleidingsplan op te
stellen en uit te voeren volgens hun specifieke mogelijkheden. stellen en uit te voeren volgens hun specifieke mogelijkheden.
De ondernemingsraad, of bij ontstentenis, de syndicale afvaardiging De ondernemingsraad, of bij ontstentenis, de syndicale afvaardiging
zal conform de hem toegewezen wettelijke bevoegdheden, betrokken zal conform de hem toegewezen wettelijke bevoegdheden, betrokken
worden bij het door de onderneming opgestelde opleidingsplan. worden bij het door de onderneming opgestelde opleidingsplan.
De onderneming die in uitvoering van artikel 51 van de wet van 3 juli De onderneming die in uitvoering van artikel 51 van de wet van 3 juli
1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten (Belgisch Staatsblad van 22 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten (Belgisch Staatsblad van 22
augustus 1978), met betrekking tot de tijdelijke werkloosheid op augustus 1978), met betrekking tot de tijdelijke werkloosheid op
economische redenen reeds eerder een afwijking kreeg vanwege het economische redenen reeds eerder een afwijking kreeg vanwege het
beperkt paritair comité, zal, om deze afwijking een tweede maal te beperkt paritair comité, zal, om deze afwijking een tweede maal te
kunnen krijgen, een opleidingsplan moeten voorleggen en uitvoeren. kunnen krijgen, een opleidingsplan moeten voorleggen en uitvoeren.

Art. 7.Opleidingen buiten de werkuren

Art. 7.Opleidingen buiten de werkuren

De werknemer die buiten zijn werkuren en op eigen initiatief een De werknemer die buiten zijn werkuren en op eigen initiatief een
opleiding volgt die niet in aanmerking komt voor de wettelijke opleiding volgt die niet in aanmerking komt voor de wettelijke
regeling in verband met het educatief verlof en die evenmin gebeurt in regeling in verband met het educatief verlof en die evenmin gebeurt in
uitdrukkelijke opdracht van de werkgever, geniet de hierna vermelde uitdrukkelijke opdracht van de werkgever, geniet de hierna vermelde
voordelen. voordelen.
Voorwaarde is echter, dat de werkgever vooraf op de hoogte wordt Voorwaarde is echter, dat de werkgever vooraf op de hoogte wordt
gesteld en ermee heeft ingestemd en dat de opleiding met succes werd gesteld en ermee heeft ingestemd en dat de opleiding met succes werd
afgerond. afgerond.
De werknemer kan dan kiezen voor : ofwel bezoldigde inhaalrust voor de De werknemer kan dan kiezen voor : ofwel bezoldigde inhaalrust voor de
uren die hij heeft verlet voor de opleiding, ofwel een vergoeding door uren die hij heeft verlet voor de opleiding, ofwel een vergoeding door
de werkgever, beperkt tot het bedrag dat in voege is voor het betaald de werkgever, beperkt tot het bedrag dat in voege is voor het betaald
educatief verlof. Bedoelde uren worden dan niet als arbeidstijd educatief verlof. Bedoelde uren worden dan niet als arbeidstijd
aangemerkt. aangemerkt.
Het aantal uren waarvoor een dergelijk voordeel kan worden verkregen, Het aantal uren waarvoor een dergelijk voordeel kan worden verkregen,
is beperkt tot 16 uren per schooljaar. is beperkt tot 16 uren per schooljaar.

Art. 8.Onderwijs

Art. 8.Onderwijs

De rol van het onderwijs (zowel voltijds als deeltijds) zal kritisch De rol van het onderwijs (zowel voltijds als deeltijds) zal kritisch
worden onderzocht. De studie van de beroeps- en opleidingsprofielen worden onderzocht. De studie van de beroeps- en opleidingsprofielen
zal worden geactiveerd en ter kennis gebracht worden van de zal worden geactiveerd en ter kennis gebracht worden van de
verschillende opleidingsverstrekkers. verschillende opleidingsverstrekkers.
De modulaire structuur van het beroepsonderwijs zal voort worden De modulaire structuur van het beroepsonderwijs zal voort worden
gepromoot. gepromoot.

Art. 9.Het Opleidingscentrum Hout

Art. 9.Het Opleidingscentrum Hout

Teneinde al de hiervoren vermelde doelstellingen te realiseren, wordt Teneinde al de hiervoren vermelde doelstellingen te realiseren, wordt
het « Opleidingscentrum Hout » belast met de hiernavolgende opdrachten het « Opleidingscentrum Hout » belast met de hiernavolgende opdrachten
: :
1. Het systematisch in kaart brengen van de opleidingsbehoeften van de 1. Het systematisch in kaart brengen van de opleidingsbehoeften van de
ondernemingen. ondernemingen.
Bij deze aangelegenheid zullen de reeds door de ondernemingen Bij deze aangelegenheid zullen de reeds door de ondernemingen
geleverde inspanningen eveneens in kaart worden gebracht. geleverde inspanningen eveneens in kaart worden gebracht.
2. Het opstellen van een model van opleidingsplan. Dit opleidingsplan 2. Het opstellen van een model van opleidingsplan. Dit opleidingsplan
geldt als een leidraad voor de onderneming. Het bevat ten minste de geldt als een leidraad voor de onderneming. Het bevat ten minste de
hiernavolgende elementen : hiernavolgende elementen :
- de vaststelling van de opleidingsbehoefte; - de vaststelling van de opleidingsbehoefte;
- de voor de onderneming meest aangewezen leerprogramma's; - de voor de onderneming meest aangewezen leerprogramma's;
- de categorieën van arbeiders die voor een opleiding in aanmerking - de categorieën van arbeiders die voor een opleiding in aanmerking
komen; komen;
- het aantal dagen waarover de opleidingen zullen worden gerealiseerd; - het aantal dagen waarover de opleidingen zullen worden gerealiseerd;
- de kostprijs van de opleidingen voor de onderneming. - de kostprijs van de opleidingen voor de onderneming.
3. Aan de ondernemingen de nodige « know how » bieden om het 3. Aan de ondernemingen de nodige « know how » bieden om het
opleidingsprogramma op te stellen en te realiseren. opleidingsprogramma op te stellen en te realiseren.
Het gaat om : Het gaat om :
- informatie verschaffen met betrekking tot het bestaande aanbod van - informatie verschaffen met betrekking tot het bestaande aanbod van
leerprogramma's voor de opleidingen die de onderneming wenst te leerprogramma's voor de opleidingen die de onderneming wenst te
realiseren; realiseren;
- de onderneming in kontact brengen met de meest aangewezen - de onderneming in kontact brengen met de meest aangewezen
opleidingsverstrekker; opleidingsverstrekker;
- de kostprijs vaststellen van elke opleiding; hierbij wordt niet - de kostprijs vaststellen van elke opleiding; hierbij wordt niet
enkel uitgegaan van de facturatie door de opleidingsverstrekker, doch enkel uitgegaan van de facturatie door de opleidingsverstrekker, doch
ook van de loonkosten die elke opleiding, met zich meebrengt; ook van de loonkosten die elke opleiding, met zich meebrengt;
- informatie verschaffen over de mogelijkheden tot het gebruik maken - informatie verschaffen over de mogelijkheden tot het gebruik maken
van de diverse steunmaatregelen; van de diverse steunmaatregelen;
- informatie verstrekken met betrekking tot het sociaal statuut van de - informatie verstrekken met betrekking tot het sociaal statuut van de
arbeider/ster die opleiding volgt, indien dit noodzakelijk is; arbeider/ster die opleiding volgt, indien dit noodzakelijk is;
- de nodige informatie verstrekken om de geleverde inspanning te - de nodige informatie verstrekken om de geleverde inspanning te
becijferen en aan te geven in de sociale balans. becijferen en aan te geven in de sociale balans.
4. De onderneming begeleiden bij de uitvoering van het opleidingsplan, 4. De onderneming begeleiden bij de uitvoering van het opleidingsplan,
regelmatig opvolgen en evalueren. regelmatig opvolgen en evalueren.
5. Jaarlijks aan iedere arbeider/ster die met succes een opleiding 5. Jaarlijks aan iedere arbeider/ster die met succes een opleiding
heeft gevolgd in een van de door het « Opleidingscentrum Hout » heeft gevolgd in een van de door het « Opleidingscentrum Hout »
aangeboden leerprogramma's een getuigschrift bezorgen. aangeboden leerprogramma's een getuigschrift bezorgen.
6. Aan iedere onderneming die een opleidingsplan realiseerde een 6. Aan iedere onderneming die een opleidingsplan realiseerde een
attest bezorgen. attest bezorgen.
7. Alle mogelijkheden onderzoeken die de opleidingsmarkt te bieden 7. Alle mogelijkheden onderzoeken die de opleidingsmarkt te bieden
heeft. Met deze opleidingsverstrekkers die voldoende waarborgen bieden heeft. Met deze opleidingsverstrekkers die voldoende waarborgen bieden
van prijs-kwaliteitverhouding, convenanten sluiten ten einde het van prijs-kwaliteitverhouding, convenanten sluiten ten einde het
opleidingsaanbod te optimaliseren. Het « Opleidingscentrum Hout » opleidingsaanbod te optimaliseren. Het « Opleidingscentrum Hout »
vervult een coördinerende rol tussen de onderneming en de vervult een coördinerende rol tussen de onderneming en de
opleidingsverstrekker. opleidingsverstrekker.
8. Een lijst opstellen van de voor de sector relevante 8. Een lijst opstellen van de voor de sector relevante
knelpuntberoepen. Hierbij zal worden vastgesteld aan welk profiel de knelpuntberoepen. Hierbij zal worden vastgesteld aan welk profiel de
op te leiden persoon dient te beantwoorden om in aanmerking te komen op te leiden persoon dient te beantwoorden om in aanmerking te komen
voor een opleiding tot het aangegeven beroep. voor een opleiding tot het aangegeven beroep.
Met opleidingsverstrekkers, eventueel in samenwerking met de Met opleidingsverstrekkers, eventueel in samenwerking met de
opleidingscentra van andere sectoren, een opleidingsaanbod realiseren. opleidingscentra van andere sectoren, een opleidingsaanbod realiseren.
Met arbeidsbemiddelaars bepalen hoe de doelgroep zal worden benaderd. Met arbeidsbemiddelaars bepalen hoe de doelgroep zal worden benaderd.
9. De bestaande opleidingsstelsels promoten. 9. De bestaande opleidingsstelsels promoten.
HOOFDSTUK IV. - Financiering HOOFDSTUK IV. - Financiering

Art. 10.Het « Fonds voor bestaanszekerheid voor de stoffering en de

Art. 10.Het « Fonds voor bestaanszekerheid voor de stoffering en de

houtbewerking » organiseert de bevordering van de initiatieven voor de houtbewerking » organiseert de bevordering van de initiatieven voor de
opleiding en tewerkstelling van de in artikel 2 omschreven opleiding en tewerkstelling van de in artikel 2 omschreven
doelgroepen. doelgroepen.
Deze opleiding wordt gefinancierd door een werkgeversbijdrage van 0,10 Deze opleiding wordt gefinancierd door een werkgeversbijdrage van 0,10
pct. van de brutolonen van de arbeiders aan 108 pct., zoals bepaald in pct. van de brutolonen van de arbeiders aan 108 pct., zoals bepaald in
het interprofessioneel akkoord 2000-2001. het interprofessioneel akkoord 2000-2001.

Art. 11.De sector zal zijn effectieve medewerking verlenen aan alle

Art. 11.De sector zal zijn effectieve medewerking verlenen aan alle

federale en regionale initiatieven ter bevordering van de federale en regionale initiatieven ter bevordering van de
tewerkstelling van langdurig werklozen op wie een begeleidingsplan of tewerkstelling van langdurig werklozen op wie een begeleidingsplan of
inschakelingsparcour van toepassing is. Onder voorbehoud dat dit inschakelingsparcour van toepassing is. Onder voorbehoud dat dit
begeleidingsplan wordt voortgezet in de voorwaarden die voor de sector begeleidingsplan wordt voortgezet in de voorwaarden die voor de sector
van de stoffering en de houtbewerking haalbaar zijn, zal voor deze van de stoffering en de houtbewerking haalbaar zijn, zal voor deze
effectieve medewerking een bijkomende financiële inspanning van 0,05 effectieve medewerking een bijkomende financiële inspanning van 0,05
pct., berekend op de brutolonen aan 108 pct. worden voorbehouden. pct., berekend op de brutolonen aan 108 pct. worden voorbehouden.

Art. 12.De inning van de bijdrage geschiedt door het « Fonds voor

Art. 12.De inning van de bijdrage geschiedt door het « Fonds voor

bestaanszekerheid van de stoffering en de houtbewerking », bestaanszekerheid van de stoffering en de houtbewerking »,
overeenkomstig zijn statuten. overeenkomstig zijn statuten.
HOOFDSTUK V. - Duur van de overeenkomst HOOFDSTUK V. - Duur van de overeenkomst

Art. 13.Deze collectieve arbeidsovereenkomst wordt gesloten voor

Art. 13.Deze collectieve arbeidsovereenkomst wordt gesloten voor

bepaalde duur en treedt in werking op 1 januari 2001 en houdt op van bepaalde duur en treedt in werking op 1 januari 2001 en houdt op van
kracht te zijn op 31 december 2002. kracht te zijn op 31 december 2002.
Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 8 januari Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 8 januari
2004. 2004.
De Minister van Werk, De Minister van Werk,
F. VANDENBROUCKE F. VANDENBROUCKE
^