Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 16 november 2022, gesloten in het Paritair Comité voor het vermakelijkheidsbedrijf, betreffende de eindejaarspremie | Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 16 november 2022, gesloten in het Paritair Comité voor het vermakelijkheidsbedrijf, betreffende de eindejaarspremie |
---|---|
FEDERALE OVERHEIDSDIENST WERKGELEGENHEID, ARBEID EN SOCIAAL OVERLEG | FEDERALE OVERHEIDSDIENST WERKGELEGENHEID, ARBEID EN SOCIAAL OVERLEG |
7 MEI 2023. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt | 7 MEI 2023. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt |
verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 16 november 2022, | verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 16 november 2022, |
gesloten in het Paritair Comité voor het vermakelijkheidsbedrijf, | gesloten in het Paritair Comité voor het vermakelijkheidsbedrijf, |
betreffende de eindejaarspremie (1) | betreffende de eindejaarspremie (1) |
FILIP, Koning der Belgen, | FILIP, Koning der Belgen, |
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. | Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. |
Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve | Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve |
arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel | arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel |
28; | 28; |
Gelet op het verzoek van het Paritair Comité voor het | Gelet op het verzoek van het Paritair Comité voor het |
vermakelijkheidsbedrijf; | vermakelijkheidsbedrijf; |
Op de voordracht van de Minister van Werk, | Op de voordracht van de Minister van Werk, |
Hebben Wij besloten en besluiten Wij : | Hebben Wij besloten en besluiten Wij : |
Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage |
Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage |
overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 16 november 2022, | overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 16 november 2022, |
gesloten in het Paritair Comité voor het vermakelijkheidsbedrijf, | gesloten in het Paritair Comité voor het vermakelijkheidsbedrijf, |
betreffende de eindejaarspremie. | betreffende de eindejaarspremie. |
Art. 2.De minister bevoegd voor Werk is belast met de uitvoering van |
Art. 2.De minister bevoegd voor Werk is belast met de uitvoering van |
dit besluit. | dit besluit. |
Gegeven te Brussel, 7 mei 2023. | Gegeven te Brussel, 7 mei 2023. |
FILIP | FILIP |
Van Koningswege : | Van Koningswege : |
De Minister van Werk, | De Minister van Werk, |
P.-Y. DERMAGNE | P.-Y. DERMAGNE |
_______ | _______ |
Nota | Nota |
(1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad: | (1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad: |
Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969. | Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969. |
Bijlage | Bijlage |
Paritair Comité voor het vermakelijkheidsbedrijf | Paritair Comité voor het vermakelijkheidsbedrijf |
Collectieve arbeidsovereenkomst van 16 november 2022 | Collectieve arbeidsovereenkomst van 16 november 2022 |
Eindejaarspremie | Eindejaarspremie |
(Overeenkomst geregistreerd op 24 november 2022 onder het nummer | (Overeenkomst geregistreerd op 24 november 2022 onder het nummer |
176764/CO/304) | 176764/CO/304) |
HOOFDSTUK I. Voorwerp | HOOFDSTUK I. Voorwerp |
Artikel 1.Onderstaande collectieve arbeidsovereenkomst vervangt, |
Artikel 1.Onderstaande collectieve arbeidsovereenkomst vervangt, |
vanaf 1 januari 2022, de collectieve arbeidsovereenkomst van 16 | vanaf 1 januari 2022, de collectieve arbeidsovereenkomst van 16 |
november 2021 (registratienummer 168820/CO/304) betreffende de | november 2021 (registratienummer 168820/CO/304) betreffende de |
eindejaarspremie. | eindejaarspremie. |
HOOFDSTUK II. Toepassingsgebied | HOOFDSTUK II. Toepassingsgebied |
Art. 2.Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op de |
Art. 2.Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op de |
werkgevers en op de werknemers van de organisaties of instellingen die | werkgevers en op de werknemers van de organisaties of instellingen die |
ressorteren onder het Paritair Comité voor het vermakelijkheidsbedrijf | ressorteren onder het Paritair Comité voor het vermakelijkheidsbedrijf |
en die aan één van de volgende voorwaarden voldoen : | en die aan één van de volgende voorwaarden voldoen : |
- een rechtspersoon met maatschappelijke zetel in het Vlaamse Gewest; | - een rechtspersoon met maatschappelijke zetel in het Vlaamse Gewest; |
- een rechtspersoon met maatschappelijke zetel in het Brusselse | - een rechtspersoon met maatschappelijke zetel in het Brusselse |
Hoofdstedelijk Gewest en ingeschreven bij de Rijksdienst voor Sociale | Hoofdstedelijk Gewest en ingeschreven bij de Rijksdienst voor Sociale |
Zekerheid op de Nederlandse taalrol. | Zekerheid op de Nederlandse taalrol. |
Daarnaast moet de werknemer in de referteperiode tewerkgesteld zijn | Daarnaast moet de werknemer in de referteperiode tewerkgesteld zijn |
bij een werkgever die gesubsidieerd wordt door de Vlaamse overheid op | bij een werkgever die gesubsidieerd wordt door de Vlaamse overheid op |
basis van één van de volgende decreten en/of reglementeringen : | basis van één van de volgende decreten en/of reglementeringen : |
- kunstendecreet; | - kunstendecreet; |
- de nominatim in programma H Beleidsdomein CJSM van de begroting van | - de nominatim in programma H Beleidsdomein CJSM van de begroting van |
de Vlaamse overheid ingeschreven organisaties; | de Vlaamse overheid ingeschreven organisaties; |
- het circusdecreet; | - het circusdecreet; |
- het decreet vernieuwd jeugd- en kinderrechtenbeleid; | - het decreet vernieuwd jeugd- en kinderrechtenbeleid; |
- het decreet bovenlokale cultuurwerking; | - het decreet bovenlokale cultuurwerking; |
- het decreet bovenlokaal jeugdwerk, jeugdhuizen en jeugdwerk voor | - het decreet bovenlokaal jeugdwerk, jeugdhuizen en jeugdwerk voor |
bijzondere doelgroepen; | bijzondere doelgroepen; |
- het decreet houdende flankerende en stimulerende maatregelen ter | - het decreet houdende flankerende en stimulerende maatregelen ter |
bevordering van de participatie in cultuur, jeugdwerk en sport | bevordering van de participatie in cultuur, jeugdwerk en sport |
(participatiedecreet); | (participatiedecreet); |
- het reglement publiekswerking van het Vlaams Audiovisueel Fonds voor | - het reglement publiekswerking van het Vlaams Audiovisueel Fonds voor |
organisaties met internationale uitstraling of structurele werkingen; | organisaties met internationale uitstraling of structurele werkingen; |
- organisaties die structurele subsidies ontvangen van Literatuur | - organisaties die structurele subsidies ontvangen van Literatuur |
Vlaanderen. | Vlaanderen. |
Met uitzondering van de subsidies van het Vlaams Audiovisueel Fonds en | Met uitzondering van de subsidies van het Vlaams Audiovisueel Fonds en |
Literatuur Vlaanderen vallen zowel structurele als projectmatige | Literatuur Vlaanderen vallen zowel structurele als projectmatige |
subsidies onder het toepassingsgebied. | subsidies onder het toepassingsgebied. |
Art. 3.Deze collectieve arbeidsovereenkomst wordt gesloten ter |
Art. 3.Deze collectieve arbeidsovereenkomst wordt gesloten ter |
uitvoering van het Vlaams Intersectoraal Akkoord voor de kunstensector | uitvoering van het Vlaams Intersectoraal Akkoord voor de kunstensector |
(VIA 3 van 4 juni 2021) met betrekking tot een eindejaarspremie en dit | (VIA 3 van 4 juni 2021) met betrekking tot een eindejaarspremie en dit |
binnen het financieel kader dat de Vlaamse overheid in het kader van | binnen het financieel kader dat de Vlaamse overheid in het kader van |
VIA 3 en de voorgaande VIA akkoorden hiervoor voorziet. | VIA 3 en de voorgaande VIA akkoorden hiervoor voorziet. |
HOOFDSTUK III. Doel en budget | HOOFDSTUK III. Doel en budget |
Art. 4.In het kader van het VIA 3 en voortbouwend op de voorgaande |
Art. 4.In het kader van het VIA 3 en voortbouwend op de voorgaande |
VIA akkoorden wordt door de Vlaamse overheid vanaf 1 januari 2022 een | VIA akkoorden wordt door de Vlaamse overheid vanaf 1 januari 2022 een |
jaarlijks budget ter beschikking gesteld van de kunstensector, in casu | jaarlijks budget ter beschikking gesteld van de kunstensector, in casu |
van het "Sociaal Fonds voor de podiumkunsten" (SFP), als | van het "Sociaal Fonds voor de podiumkunsten" (SFP), als |
tegemoetkoming voor de toekenning van een eindejaarspremie. | tegemoetkoming voor de toekenning van een eindejaarspremie. |
Voor de tewerkstellingsperiodes van minder dan 4 maanden wordt de | Voor de tewerkstellingsperiodes van minder dan 4 maanden wordt de |
eindejaarspremie vanaf 2022 uitbetaald door het "Sociaal Fonds voor de | eindejaarspremie vanaf 2022 uitbetaald door het "Sociaal Fonds voor de |
podiumkunsten", met als referteperiode het voorbije seizoen. | podiumkunsten", met als referteperiode het voorbije seizoen. |
Voor de tewerkstellingsperiodes van 4 maanden of langer wordt de | Voor de tewerkstellingsperiodes van 4 maanden of langer wordt de |
eindejaarspremie uitbetaald door de werkgever, met als referteperiode | eindejaarspremie uitbetaald door de werkgever, met als referteperiode |
het lopende kalenderjaar. De werkgever ontvangt hiervoor een | het lopende kalenderjaar. De werkgever ontvangt hiervoor een |
tussenkomst van het "Sociaal Fonds voor de podiumkunsten". | tussenkomst van het "Sociaal Fonds voor de podiumkunsten". |
Onder "tewerkstellingsperiode korter dan 4 maanden" wordt verstaan : | Onder "tewerkstellingsperiode korter dan 4 maanden" wordt verstaan : |
elke aaneengesloten periode van tewerkstelling waarvoor een | elke aaneengesloten periode van tewerkstelling waarvoor een |
arbeidsovereenkomst is afgesloten waarvan de duur korter is dan 4 | arbeidsovereenkomst is afgesloten waarvan de duur korter is dan 4 |
maanden. Opeenvolgende arbeidsovereenkomsten die mekaar zonder | maanden. Opeenvolgende arbeidsovereenkomsten die mekaar zonder |
onderbreking opvolgen en waarvan de gezamenlijke duur korter is dan 4 | onderbreking opvolgen en waarvan de gezamenlijke duur korter is dan 4 |
maanden, worden eveneens beschouwd als tewerkstellingsperiodes korter | maanden, worden eveneens beschouwd als tewerkstellingsperiodes korter |
dan 4 maanden. | dan 4 maanden. |
Onder "tewerkstellingsperiode van 4 maanden of langer" wordt verstaan | Onder "tewerkstellingsperiode van 4 maanden of langer" wordt verstaan |
: elke aaneengesloten periode van tewerkstelling waarvoor een | : elke aaneengesloten periode van tewerkstelling waarvoor een |
arbeidsovereenkomst van 4 maanden of langer werd afgesloten. | arbeidsovereenkomst van 4 maanden of langer werd afgesloten. |
Opeenvolgende arbeidsovereenkomsten waarvan de gezamenlijke duur 4 | Opeenvolgende arbeidsovereenkomsten waarvan de gezamenlijke duur 4 |
maanden of meer bedraagt en die mekaar zonder onderbreking opvolgen, | maanden of meer bedraagt en die mekaar zonder onderbreking opvolgen, |
worden eveneens beschouwd als tewerkstellingsperiodes van 4 maanden of | worden eveneens beschouwd als tewerkstellingsperiodes van 4 maanden of |
langer. | langer. |
De werkgever verschaft aan het "Sociaal Fonds voor de podiumkunsten", | De werkgever verschaft aan het "Sociaal Fonds voor de podiumkunsten", |
op eenvoudig verzoek, alle informatie nodig voor de uitbetaling van de | op eenvoudig verzoek, alle informatie nodig voor de uitbetaling van de |
eindejaarspremies aan de werknemers en/of voor de uitbetaling van de | eindejaarspremies aan de werknemers en/of voor de uitbetaling van de |
tussenkomst aan de werkgevers. | tussenkomst aan de werkgevers. |
Deze collectieve arbeidsovereenkomst bepaalt welke principes en | Deze collectieve arbeidsovereenkomst bepaalt welke principes en |
toekenningsvoorwaarden gelden voor de eindejaarspremie. | toekenningsvoorwaarden gelden voor de eindejaarspremie. |
HOOFDSTUK IV. - Modaliteiten en toekenningsvoorwaarden | HOOFDSTUK IV. - Modaliteiten en toekenningsvoorwaarden |
Art. 5.Er wordt aan de werknemers een eindejaarspremie toegekend. De |
Art. 5.Er wordt aan de werknemers een eindejaarspremie toegekend. De |
betaling van de premie gebeurt jaarlijks in de loop van de maand | betaling van de premie gebeurt jaarlijks in de loop van de maand |
december. Wanneer een werknemer, die 4 maanden of langer is | december. Wanneer een werknemer, die 4 maanden of langer is |
tewerkgesteld, uit dienst treedt, is de verschuldigde eindejaarspremie | tewerkgesteld, uit dienst treedt, is de verschuldigde eindejaarspremie |
betaalbaar bij de uitdiensttreding. Wanneer op het einde van het jaar | betaalbaar bij de uitdiensttreding. Wanneer op het einde van het jaar |
de periode van minstens vier maanden nog niet is verlopen, wordt de | de periode van minstens vier maanden nog niet is verlopen, wordt de |
eindejaarspremie die betrekking heeft op het lopende jaar door de | eindejaarspremie die betrekking heeft op het lopende jaar door de |
werkgever in december uitbetaald. De eindejaarspremie die betrekking | werkgever in december uitbetaald. De eindejaarspremie die betrekking |
heeft op het daaropvolgende jaar, wordt door de werkgever betaald bij | heeft op het daaropvolgende jaar, wordt door de werkgever betaald bij |
het einde van de arbeidsovereenkomst. | het einde van de arbeidsovereenkomst. |
De eindejaarspremie is niet verplicht voor jobstudenten | De eindejaarspremie is niet verplicht voor jobstudenten |
(werknemerscode 840 en 841). | (werknemerscode 840 en 841). |
Art. 6.§ 1. Aan de werknemers wordt een eindejaarspremie uitbetaald |
Art. 6.§ 1. Aan de werknemers wordt een eindejaarspremie uitbetaald |
overeenkomstig de gewerkte dagen in de referteperiode. Voor de | overeenkomstig de gewerkte dagen in de referteperiode. Voor de |
tewerkstellingsperiodes van minder dan 4 maanden, loopt de | tewerkstellingsperiodes van minder dan 4 maanden, loopt de |
referteperiode van 1 juli van het voorafgaande tot en met 30 juni van | referteperiode van 1 juli van het voorafgaande tot en met 30 juni van |
het lopende kalenderjaar. Voor de tewerkstellingsperiodes van 4 | het lopende kalenderjaar. Voor de tewerkstellingsperiodes van 4 |
maanden en meer, loopt de referteperiode van 1 januari tot en met 31 | maanden en meer, loopt de referteperiode van 1 januari tot en met 31 |
december van het lopende kalenderjaar. | december van het lopende kalenderjaar. |
Een volledig gewerkte referteperiode komt dus overeen met een | Een volledig gewerkte referteperiode komt dus overeen met een |
volledige eindejaarspremie, een onvolledige referteperiode of | volledige eindejaarspremie, een onvolledige referteperiode of |
deeltijdse arbeid met een onvolledige eindejaarspremie, en dit in | deeltijdse arbeid met een onvolledige eindejaarspremie, en dit in |
verhouding tot de gewerkte dagen in de referteperiode. | verhouding tot de gewerkte dagen in de referteperiode. |
§ 2. De inactiviteitsperiodes, vastgelegd bij koninklijk besluit van | § 2. De inactiviteitsperiodes, vastgelegd bij koninklijk besluit van |
30 maart 1967 tot bepaling van de algemene uitvoeringsbesluiten van de | 30 maart 1967 tot bepaling van de algemene uitvoeringsbesluiten van de |
wetten betreffende de jaarlijkse vakantie der loonarbeiders worden | wetten betreffende de jaarlijkse vakantie der loonarbeiders worden |
gelijkgesteld met gewerkte of als dusdanig beschouwde dagen. | gelijkgesteld met gewerkte of als dusdanig beschouwde dagen. |
De dagen tijdelijke werkloosheid wegens overmacht door corona en | De dagen tijdelijke werkloosheid wegens overmacht door corona en |
energie worden eveneens gelijkgesteld met gewerkte of als dusdanig | energie worden eveneens gelijkgesteld met gewerkte of als dusdanig |
beschouwde dagen. | beschouwde dagen. |
Onbetaald verlof, alle wettelijke vormen van tijdskrediet en | Onbetaald verlof, alle wettelijke vormen van tijdskrediet en |
thematische verloven worden niet gelijkgesteld met gewerkte periodes | thematische verloven worden niet gelijkgesteld met gewerkte periodes |
voor de toekenning van de eindejaarspremie, behoudens palliatief | voor de toekenning van de eindejaarspremie, behoudens palliatief |
verlof en verlof voor verzorging van een zwaar ziek gezins- of | verlof en verlof voor verzorging van een zwaar ziek gezins- of |
familielid, die worden gelijkgesteld met gewerkte periodes voor een | familielid, die worden gelijkgesteld met gewerkte periodes voor een |
maximumperiode van drie kalendermaanden. | maximumperiode van drie kalendermaanden. |
Art. 7.De eindejaarspremie in het kader van het VIA-akkoord wordt |
Art. 7.De eindejaarspremie in het kader van het VIA-akkoord wordt |
vanaf 1 januari 2022 verhoogd met 50 EUR bruto en bedraagt voor elke | vanaf 1 januari 2022 verhoogd met 50 EUR bruto en bedraagt voor elke |
voltijds tewerkgestelde werknemer minimaal 1 625 EUR bruto. | voltijds tewerkgestelde werknemer minimaal 1 625 EUR bruto. |
Wanneer bij verhoging het bedrag van een volledige dertiende maand | Wanneer bij verhoging het bedrag van een volledige dertiende maand |
wordt overschreden of wanneer reeds een volledige dertiende maand | wordt overschreden of wanneer reeds een volledige dertiende maand |
wordt betaald, mag de eindejaarspremie beperkt worden tot het bedrag | wordt betaald, mag de eindejaarspremie beperkt worden tot het bedrag |
van de dertiende maand. | van de dertiende maand. |
Bij een onvolledige of deeltijdse tewerkstelling wordt de | Bij een onvolledige of deeltijdse tewerkstelling wordt de |
verschuldigde eindejaarspremie pro rata berekend. | verschuldigde eindejaarspremie pro rata berekend. |
HOOFDSTUK V. - Uitvoering van deze collectieve arbeidsovereenkomst | HOOFDSTUK V. - Uitvoering van deze collectieve arbeidsovereenkomst |
Art. 8.§ 1. Het SFP wordt belast met de berekening en de betaling van |
Art. 8.§ 1. Het SFP wordt belast met de berekening en de betaling van |
de eindejaarspremie voor de tewerkstellingsperiodes van minder dan 4 | de eindejaarspremie voor de tewerkstellingsperiodes van minder dan 4 |
maanden, de werkgever voor de tewerkstellingsperiodes van 4 maanden of | maanden, de werkgever voor de tewerkstellingsperiodes van 4 maanden of |
meer. | meer. |
§ 2. Het SFP zal bij de verwerking van de gegevens die nodig zijn voor | § 2. Het SFP zal bij de verwerking van de gegevens die nodig zijn voor |
de toepassing van deze collectieve arbeidsovereenkomst, alle | de toepassing van deze collectieve arbeidsovereenkomst, alle |
informatie met betrekking tot individuele werknemers beschermen en op | informatie met betrekking tot individuele werknemers beschermen en op |
geen enkele manier aan derden of de sociale partners meedelen. De | geen enkele manier aan derden of de sociale partners meedelen. De |
medewerkers van het SFP die met deze gegevens in aanraking komen, | medewerkers van het SFP die met deze gegevens in aanraking komen, |
zullen een verklaring moeten ondertekenen die dit engagement | zullen een verklaring moeten ondertekenen die dit engagement |
betreffende de privacy bevestigt. | betreffende de privacy bevestigt. |
Art. 9.Wanneer het SFP of de werkgever geconfronteerd worden met |
Art. 9.Wanneer het SFP of de werkgever geconfronteerd worden met |
interpretatieve vragen waarvoor deze collectieve arbeidsovereenkomst | interpretatieve vragen waarvoor deze collectieve arbeidsovereenkomst |
geen oplossing biedt, moet het advies ingewonnen worden van een | geen oplossing biedt, moet het advies ingewonnen worden van een |
paritair samengestelde sectorale commissie bestaande uit 3 | paritair samengestelde sectorale commissie bestaande uit 3 |
vertegenwoordigers van de werknemersafgevaardigden en 3 | vertegenwoordigers van de werknemersafgevaardigden en 3 |
vertegenwoordigers van de werkgeversafgevaardigden. In geval van | vertegenwoordigers van de werkgeversafgevaardigden. In geval van |
onenigheid binnen deze commissie wordt aan de voorzitter van het | onenigheid binnen deze commissie wordt aan de voorzitter van het |
paritair comité gevraagd om te bemiddelen. Het advies van deze | paritair comité gevraagd om te bemiddelen. Het advies van deze |
commissie is bindend voor het SFP of de werkgever. | commissie is bindend voor het SFP of de werkgever. |
HOOFDSTUK VI. - Gelijkwaardig voordeel en rapportering | HOOFDSTUK VI. - Gelijkwaardig voordeel en rapportering |
Art. 10.De werkgever die vóór uitvoering van VIA 1 een |
Art. 10.De werkgever die vóór uitvoering van VIA 1 een |
eindejaarspremie betaalde en waar sinds de invoering van VIA 1 een | eindejaarspremie betaalde en waar sinds de invoering van VIA 1 een |
gelijkwaardig voordeel werd overeengekomen in de vorm van behoud van | gelijkwaardig voordeel werd overeengekomen in de vorm van behoud van |
koopkracht, verhoging van de koopkracht of behoud van tewerkstelling, | koopkracht, verhoging van de koopkracht of behoud van tewerkstelling, |
kan het gelijkwaardig voordeel enkel afschaffen of aanpassen in | kan het gelijkwaardig voordeel enkel afschaffen of aanpassen in |
overleg met de vakbondsafgevaardigden binnen de onderneming of met de | overleg met de vakbondsafgevaardigden binnen de onderneming of met de |
vakbondssecretarissen van de erkende vakbonden indien er geen | vakbondssecretarissen van de erkende vakbonden indien er geen |
wettelijk overlegorgaan (ondernemingsraad, comité voor preventie en | wettelijk overlegorgaan (ondernemingsraad, comité voor preventie en |
bescherming op het werk, vakbondsafvaardiging) voorzien is. | bescherming op het werk, vakbondsafvaardiging) voorzien is. |
Art. 11.Waar een eindejaarspremie wordt toegekend in de vorm van een |
Art. 11.Waar een eindejaarspremie wordt toegekend in de vorm van een |
dertiende maand, licht de werkgever de werknemers toe hoe hij/zij het | dertiende maand, licht de werkgever de werknemers toe hoe hij/zij het |
hem/haar toegekende bedrag vanuit het VIA besteedt aan een hetzij | hem/haar toegekende bedrag vanuit het VIA besteedt aan een hetzij |
evenredige koopkrachtverhoging en/of ander voordeel, hetzij behoud van | evenredige koopkrachtverhoging en/of ander voordeel, hetzij behoud van |
koopkracht, hetzij behoud of verhogen van de tewerkstelling. Op de | koopkracht, hetzij behoud of verhogen van de tewerkstelling. Op de |
plaatsen waar dit wettelijk voorzien is (conform artikel 30 van het | plaatsen waar dit wettelijk voorzien is (conform artikel 30 van het |
koninklijk besluit van 27 november 1973), gebeurt deze bespreking in | koninklijk besluit van 27 november 1973), gebeurt deze bespreking in |
de overlegorganen zoals de ondernemingsraad of het comité voor | de overlegorganen zoals de ondernemingsraad of het comité voor |
preventie en bescherming op het werk. | preventie en bescherming op het werk. |
Art. 12.De werkgevers rapporteren het SFP uiterlijk op 31 januari van |
Art. 12.De werkgevers rapporteren het SFP uiterlijk op 31 januari van |
het daaropvolgende jaar over de uitbetaalde ondernemingspremies. De | het daaropvolgende jaar over de uitbetaalde ondernemingspremies. De |
werkgever bezorgt het SFP een nominatieve lijst met, per werknemer, | werkgever bezorgt het SFP een nominatieve lijst met, per werknemer, |
gegevens over het brutobedrag van de eindejaarspremie en de | gegevens over het brutobedrag van de eindejaarspremie en de |
socialezekerheidsbijdragen. | socialezekerheidsbijdragen. |
HOOFDSTUK VII. - Slotbepalingen | HOOFDSTUK VII. - Slotbepalingen |
Art. 13.Deze collectieve arbeidsovereenkomst bevat sectorale |
Art. 13.Deze collectieve arbeidsovereenkomst bevat sectorale |
minimumafspraken. Afwijkingen op ondernemingsvlak zijn niet mogelijk | minimumafspraken. Afwijkingen op ondernemingsvlak zijn niet mogelijk |
tenzij na overleg en akkoord op ondernemingsvlak tussen de werkgever | tenzij na overleg en akkoord op ondernemingsvlak tussen de werkgever |
en de representatieve vakbonden. | en de representatieve vakbonden. |
Art. 14.Deze collectieve arbeidsovereenkomst heeft uitwerking met |
Art. 14.Deze collectieve arbeidsovereenkomst heeft uitwerking met |
ingang op 1 januari 2022 en wordt gesloten voor onbepaalde duur. Ze | ingang op 1 januari 2022 en wordt gesloten voor onbepaalde duur. Ze |
wordt uitgevoerd op voorwaarde van een effectieve | wordt uitgevoerd op voorwaarde van een effectieve |
terbeschikkingstelling van de financiële middelen waarin krachtens de | terbeschikkingstelling van de financiële middelen waarin krachtens de |
VIA-akkoorden is voorzien. | VIA-akkoorden is voorzien. |
Art. 15.Deze collectieve arbeidsovereenkomst kan opgezegd worden door |
Art. 15.Deze collectieve arbeidsovereenkomst kan opgezegd worden door |
elk van de partijen met een opzeggingstermijn van zes maanden, gericht | elk van de partijen met een opzeggingstermijn van zes maanden, gericht |
bij een ter post aangetekend schrijven aan de voorzitter van het | bij een ter post aangetekend schrijven aan de voorzitter van het |
Paritair Comité voor het vermakelijkheidsbedrijf. | Paritair Comité voor het vermakelijkheidsbedrijf. |
Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 7 mei 2023. | Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 7 mei 2023. |
De Minister van Werk, | De Minister van Werk, |
P.-Y. DERMAGNE | P.-Y. DERMAGNE |