Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 13 september 2019, gesloten in het Paritair Comité voor de ondernemingen van technische land- en tuinbouwwerken, betreffende de flexibele uren | Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 13 september 2019, gesloten in het Paritair Comité voor de ondernemingen van technische land- en tuinbouwwerken, betreffende de flexibele uren |
---|---|
FEDERALE OVERHEIDSDIENST WERKGELEGENHEID, ARBEID EN SOCIAAL OVERLEG | FEDERALE OVERHEIDSDIENST WERKGELEGENHEID, ARBEID EN SOCIAAL OVERLEG |
7 JANUARI 2020. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt | 7 JANUARI 2020. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt |
verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 13 september 2019, | verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 13 september 2019, |
gesloten in het Paritair Comité voor de ondernemingen van technische | gesloten in het Paritair Comité voor de ondernemingen van technische |
land- en tuinbouwwerken, betreffende de flexibele uren (1) | land- en tuinbouwwerken, betreffende de flexibele uren (1) |
FILIP, Koning der Belgen, | FILIP, Koning der Belgen, |
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. | Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. |
Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve | Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve |
arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel | arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel |
28; | 28; |
Gelet op het verzoek van het Paritair Comité voor de ondernemingen van | Gelet op het verzoek van het Paritair Comité voor de ondernemingen van |
technische land- en tuinbouwwerken; | technische land- en tuinbouwwerken; |
Op de voordracht van de Minister van Werk, | Op de voordracht van de Minister van Werk, |
Hebben Wij besloten en besluiten Wij : | Hebben Wij besloten en besluiten Wij : |
Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage |
Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage |
overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 13 september 2019, | overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 13 september 2019, |
gesloten in het Paritair Comité voor de ondernemingen van technische | gesloten in het Paritair Comité voor de ondernemingen van technische |
land- en tuinbouwwerken, betreffende de flexibele uren. | land- en tuinbouwwerken, betreffende de flexibele uren. |
Art. 2.De minister bevoegd voor Werk is belast met de uitvoering van |
Art. 2.De minister bevoegd voor Werk is belast met de uitvoering van |
dit besluit. | dit besluit. |
Gegeven te Brussel, 7 januari 2020. | Gegeven te Brussel, 7 januari 2020. |
FILIP | FILIP |
Van Koningswege : | Van Koningswege : |
De Minister van Werk, | De Minister van Werk, |
N. MUYLLE | N. MUYLLE |
_______ | _______ |
Nota | Nota |
(1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad : | (1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad : |
Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969. | Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969. |
Bijlage | Bijlage |
Paritair Comité voor de ondernemingen van technische land- en | Paritair Comité voor de ondernemingen van technische land- en |
tuinbouwwerken | tuinbouwwerken |
Collectieve arbeidsovereenkomst van 13 september 2019 | Collectieve arbeidsovereenkomst van 13 september 2019 |
Flexibele uren | Flexibele uren |
(Overeenkomst geregistreerd op 30 september 2019 onder het nummer | (Overeenkomst geregistreerd op 30 september 2019 onder het nummer |
154055/CO/132) | 154055/CO/132) |
HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied | HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied |
Artikel 1.Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op |
Artikel 1.Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op |
de werkgevers, werklieden en werksters van de ondernemingen die | de werkgevers, werklieden en werksters van de ondernemingen die |
ressorteren onder het Paritair Comité voor de ondernemingen van | ressorteren onder het Paritair Comité voor de ondernemingen van |
technische land- en tuinbouwwerken. | technische land- en tuinbouwwerken. |
HOOFDSTUK II. - Arbeidsduur | HOOFDSTUK II. - Arbeidsduur |
Art. 2.In uitvoering van de wet van 17 maart 1987 betreffende de |
Art. 2.In uitvoering van de wet van 17 maart 1987 betreffende de |
invoering van nieuwe arbeidsregelingen in de ondernemingen en van de | invoering van nieuwe arbeidsregelingen in de ondernemingen en van de |
collectieve arbeidsovereenkomst nr. 42 van 2 juni 1987, gesloten in de | collectieve arbeidsovereenkomst nr. 42 van 2 juni 1987, gesloten in de |
Nationale Arbeidsraad, betreffende de invoering van nieuwe | Nationale Arbeidsraad, betreffende de invoering van nieuwe |
arbeidsregelingen in de ondernemingen, algemeen verbindend verklaard | arbeidsregelingen in de ondernemingen, algemeen verbindend verklaard |
bij koninklijk besluit van 18 juni 1987, mogen per dag 12 (twaalf) | bij koninklijk besluit van 18 juni 1987, mogen per dag 12 (twaalf) |
arbeidsuren worden gepresteerd. De gemiddelde wekelijkse arbeidsduur | arbeidsuren worden gepresteerd. De gemiddelde wekelijkse arbeidsduur |
over een periode van 12 maanden mag niet meer dan 38 uren bedragen. | over een periode van 12 maanden mag niet meer dan 38 uren bedragen. |
Voor zover de arbeidstijd 12 uren per dag of 1 976 uren per periode | Voor zover de arbeidstijd 12 uren per dag of 1 976 uren per periode |
van 12 maanden niet overschrijdt, is geen toeslag van overuren | van 12 maanden niet overschrijdt, is geen toeslag van overuren |
verschuldigd. | verschuldigd. |
Art. 3.Om de gemiddelde wekelijkse arbeidsduur te berekenen zal geen |
Art. 3.Om de gemiddelde wekelijkse arbeidsduur te berekenen zal geen |
rekening gehouden worden met de overschrijdingen van de bij artikelen | rekening gehouden worden met de overschrijdingen van de bij artikelen |
19 en 20 van de arbeidswet van 16 maart 1971 vastgestelde grenzen die | 19 en 20 van de arbeidswet van 16 maart 1971 vastgestelde grenzen die |
voortvloeien uit de toepassing van artikel 26, § 1, punt 1 en punt 2 | voortvloeien uit de toepassing van artikel 26, § 1, punt 1 en punt 2 |
van dezelfde wet. | van dezelfde wet. |
Art. 4.De rustdagen bepaald bij de wet van 4 januari 1974 betreffende |
Art. 4.De rustdagen bepaald bij de wet van 4 januari 1974 betreffende |
de feestdagen of krachtens een collectieve arbeidsovereenkomst, met | de feestdagen of krachtens een collectieve arbeidsovereenkomst, met |
inbegrip van de compensatiedagen voorzien in de collectieve | inbegrip van de compensatiedagen voorzien in de collectieve |
arbeidsovereenkomst van 8 januari 2002 betreffende de arbeidsduur, | arbeidsovereenkomst van 8 januari 2002 betreffende de arbeidsduur, |
alsmede de periodes van schorsing van de uitvoering van de | alsmede de periodes van schorsing van de uitvoering van de |
arbeidsovereenkomst bepaald bij de wet van 3 juli 1978 betreffende de | arbeidsovereenkomst bepaald bij de wet van 3 juli 1978 betreffende de |
arbeidsovereenkomsten en de rustdagen die toegekend worden met | arbeidsovereenkomsten en de rustdagen die toegekend worden met |
toepassing van artikel 29, § 4 van de arbeidswet van 16 maart 1971, | toepassing van artikel 29, § 4 van de arbeidswet van 16 maart 1971, |
gelden als arbeidsduur voor de berekening van de gemiddelde wekelijkse | gelden als arbeidsduur voor de berekening van de gemiddelde wekelijkse |
arbeidsduur. | arbeidsduur. |
Art. 5.In de loop van een jaar mag op geen enkel ogenblik de totale |
Art. 5.In de loop van een jaar mag op geen enkel ogenblik de totale |
duur van de verrichte arbeid de toegelaten gemiddelde arbeidsduur over | duur van de verrichte arbeid de toegelaten gemiddelde arbeidsduur over |
een jaar, vermenigvuldigd met het aantal weken of delen van een week | een jaar, vermenigvuldigd met het aantal weken of delen van een week |
die reeds in dat jaar verlopen zijn, overschreden worden met meer dan | die reeds in dat jaar verlopen zijn, overschreden worden met meer dan |
143 uren. | 143 uren. |
Art. 6.Het invoeren van de nieuwe arbeidsregelingen voorzien in deze |
Art. 6.Het invoeren van de nieuwe arbeidsregelingen voorzien in deze |
collectieve arbeidsovereenkomst heeft tot doel de verhoogde productie | collectieve arbeidsovereenkomst heeft tot doel de verhoogde productie |
eigen aan de seizoengebonden sector op een betere manier te verdelen. | eigen aan de seizoengebonden sector op een betere manier te verdelen. |
Art. 7.Overeenkomstig de wet van 8 april 1965 betreffende het |
Art. 7.Overeenkomstig de wet van 8 april 1965 betreffende het |
arbeidsreglement worden wijzigingen in het bestaande arbeidsreglement | arbeidsreglement worden wijzigingen in het bestaande arbeidsreglement |
ter invoering van de nieuwe arbeidsregelingen aangebracht door de | ter invoering van de nieuwe arbeidsregelingen aangebracht door de |
ondernemingsraad en/of de syndicale delegatie. Bij ontstentenis van | ondernemingsraad en/of de syndicale delegatie. Bij ontstentenis van |
een ondernemingsraad en/of een syndicale delegatie wordt het | een ondernemingsraad en/of een syndicale delegatie wordt het |
arbeidsreglement gewijzigd in overleg tussen werkgever en werknemers. | arbeidsreglement gewijzigd in overleg tussen werkgever en werknemers. |
HOOFDSTUK III. - Geldigheid | HOOFDSTUK III. - Geldigheid |
Art. 8.Deze collectieve arbeidsovereenkomst is gesloten voor een |
Art. 8.Deze collectieve arbeidsovereenkomst is gesloten voor een |
bepaalde duur. Zij treedt in werking op 1 oktober 2019 en houdt op van | bepaalde duur. Zij treedt in werking op 1 oktober 2019 en houdt op van |
kracht te zijn op 30 september 2021. | kracht te zijn op 30 september 2021. |
Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 7 januari | Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 7 januari |
2020. | 2020. |
De Minister van Werk, | De Minister van Werk, |
N. MUYLLE | N. MUYLLE |