Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 30 juni 2003, gesloten in het Paritair Comité voor de warenhuizen, betreffende de lonen | Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 30 juni 2003, gesloten in het Paritair Comité voor de warenhuizen, betreffende de lonen |
---|---|
FEDERALE OVERHEIDSDIENST WERKGELEGENHEID, ARBEID EN SOCIAAL OVERLEG | FEDERALE OVERHEIDSDIENST WERKGELEGENHEID, ARBEID EN SOCIAAL OVERLEG |
7 APRIL 2005. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt | 7 APRIL 2005. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt |
verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 30 juni 2003, | verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 30 juni 2003, |
gesloten in het Paritair Comité voor de warenhuizen, betreffende de | gesloten in het Paritair Comité voor de warenhuizen, betreffende de |
lonen (1) | lonen (1) |
ALBERT II, Koning der Belgen, | ALBERT II, Koning der Belgen, |
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. | Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. |
Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve | Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve |
arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel | arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel |
28; | 28; |
Gelet op het verzoek van het Paritair Comité voor de warenhuizen; | Gelet op het verzoek van het Paritair Comité voor de warenhuizen; |
Op de voordracht van Onze Minister van Werk, | Op de voordracht van Onze Minister van Werk, |
Hebben Wij besloten en besluiten Wij : | Hebben Wij besloten en besluiten Wij : |
Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage |
Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage |
overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 30 juni 2003, gesloten | overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 30 juni 2003, gesloten |
in het Paritair Comité voor de warenhuizen, betreffende de lonen. | in het Paritair Comité voor de warenhuizen, betreffende de lonen. |
Art. 2.Onze Minister van Werk is belast met de uitvoering van dit |
Art. 2.Onze Minister van Werk is belast met de uitvoering van dit |
besluit. | besluit. |
Gegeven te Brussel, 7 april 2005. | Gegeven te Brussel, 7 april 2005. |
ALBERT | ALBERT |
Van Koningswege : | Van Koningswege : |
De Minister van Werk, | De Minister van Werk, |
Mevr. F. VAN DEN BOSSCHE | Mevr. F. VAN DEN BOSSCHE |
_______ | _______ |
Nota | Nota |
(1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad : | (1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad : |
Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969. | Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969. |
Bijlage | Bijlage |
Paritair Comité voor de warenhuizen | Paritair Comité voor de warenhuizen |
Collectieve arbeidsovereenkomst van 30 juni 2003 | Collectieve arbeidsovereenkomst van 30 juni 2003 |
Lonen (Overeenkomst geregistreerd op 9 september 2003 onder het nummer | Lonen (Overeenkomst geregistreerd op 9 september 2003 onder het nummer |
67416/CO/312) | 67416/CO/312) |
HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied | HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied |
Artikel 1.Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op |
Artikel 1.Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op |
de werkgevers en op de werknemers van de ondernemingen die ressorteren | de werkgevers en op de werknemers van de ondernemingen die ressorteren |
onder het Paritair Comité voor de warenhuizen. | onder het Paritair Comité voor de warenhuizen. |
HOOFDSTUK II. - Loonschalen | HOOFDSTUK II. - Loonschalen |
Afdeling 1. - Bedienden | Afdeling 1. - Bedienden |
A. Ondergeschikte bedienden | A. Ondergeschikte bedienden |
1. Loonschalen | 1. Loonschalen |
Art. 2.De opklimming in de loonschaal van de ondergeschikte bedienden |
Art. 2.De opklimming in de loonschaal van de ondergeschikte bedienden |
geschiedt op basis van de volgende verdeling : | geschiedt op basis van de volgende verdeling : |
1. voor de bedienden die in dienst worden genomen zonder | 1. voor de bedienden die in dienst worden genomen zonder |
beroepservaring, 100 pct. op basis van de anciënniteit in de | beroepservaring, 100 pct. op basis van de anciënniteit in de |
onderneming; | onderneming; |
2. voor de bedienden die in dienst worden genomen met beroepservaring, | 2. voor de bedienden die in dienst worden genomen met beroepservaring, |
50 pct. voor de ervaring verworven vóór de indiensttreding in de | 50 pct. voor de ervaring verworven vóór de indiensttreding in de |
onderneming en 50 pct. voor de anciënniteit in de onderneming. | onderneming en 50 pct. voor de anciënniteit in de onderneming. |
Art. 3.De totale opklimming in de loonschaal van de ondergeschikte |
Art. 3.De totale opklimming in de loonschaal van de ondergeschikte |
bedienden, in absolute waarde uitgedrukt is gesteld tegenover het | bedienden, in absolute waarde uitgedrukt is gesteld tegenover het |
indexcijfer 110,38, spil van de stabilisatieschijf 108,22 - 110,38 - | indexcijfer 110,38, spil van de stabilisatieschijf 108,22 - 110,38 - |
112,59 wordt als volgt vastgesteld (basis 1996 = 100) : | 112,59 wordt als volgt vastgesteld (basis 1996 = 100) : |
- eerste categorie : 1.228,65 EUR tot 1.424,04 EUR; | - eerste categorie : 1.228,65 EUR tot 1.424,04 EUR; |
- tweede categorie : 1.300,24 EUR tot 1.582,61 EUR; | - tweede categorie : 1.300,24 EUR tot 1.582,61 EUR; |
- derde categorie : 1.361,58 EUR tot 1.788,75 EUR; | - derde categorie : 1.361,58 EUR tot 1.788,75 EUR; |
- vierde categorie : 1.453,72 EUR tot 1.932,52 EUR. | - vierde categorie : 1.453,72 EUR tot 1.932,52 EUR. |
De in de eerste alinea vastgestelde bedragen worden op 1 januari 2004 | De in de eerste alinea vastgestelde bedragen worden op 1 januari 2004 |
verhoogd met 24 EUR. | verhoogd met 24 EUR. |
Deze bedragen zijn gesteld tegenover het spilindexcijfer dat van | Deze bedragen zijn gesteld tegenover het spilindexcijfer dat van |
kracht zal zijn op het ogenblik van de respectievelijke verhogingen. | kracht zal zijn op het ogenblik van de respectievelijke verhogingen. |
Deze loonsverhogingen zijn niet van toepassing op de ondernemingen in | Deze loonsverhogingen zijn niet van toepassing op de ondernemingen in |
moeilijkheden die hiertoe op ondernemingsniveau een collectieve | moeilijkheden die hiertoe op ondernemingsniveau een collectieve |
arbeidsovereenkomst sluiten en dit zolang de onderneming in | arbeidsovereenkomst sluiten en dit zolang de onderneming in |
moeilijkheden is. | moeilijkheden is. |
Art. 4.De loonschalen van de minimum maandlonen van de ondergeschikte |
Art. 4.De loonschalen van de minimum maandlonen van de ondergeschikte |
bedienden zijn opgesteld overeenkomstig de volgende aanvangsleeftijden | bedienden zijn opgesteld overeenkomstig de volgende aanvangsleeftijden |
: | : |
- éénentwintig jaar voor de bedienden ingedeeld in de eerste, de | - éénentwintig jaar voor de bedienden ingedeeld in de eerste, de |
tweede en derde categorie; | tweede en derde categorie; |
- tweeëntwintig jaar voor de bedienden ingedeeld in de vierde | - tweeëntwintig jaar voor de bedienden ingedeeld in de vierde |
categorie. | categorie. |
De loonschalen van de minimum maandlonen van de ondergeschikte | De loonschalen van de minimum maandlonen van de ondergeschikte |
bedienden zijn vastgesteld zoals is aangegeven in de tabellen in | bedienden zijn vastgesteld zoals is aangegeven in de tabellen in |
bijlage I. | bijlage I. |
Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld | Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld |
De bedragen op 20 jaar worden verhoogd met 24 EUR op 1 januari 2004. | De bedragen op 20 jaar worden verhoogd met 24 EUR op 1 januari 2004. |
Deze bedragen zijn gesteld tegenover het spilindexcijfer dat van | Deze bedragen zijn gesteld tegenover het spilindexcijfer dat van |
kracht zal zijn op het ogenblik van de respectievelijke verhogingen. | kracht zal zijn op het ogenblik van de respectievelijke verhogingen. |
Deze loonsverhogingen zijn niet van toepassing op de ondernemingen in | Deze loonsverhogingen zijn niet van toepassing op de ondernemingen in |
moeilijkheden die hiertoe op ondernemingsniveau een collectieve | moeilijkheden die hiertoe op ondernemingsniveau een collectieve |
arbeidsovereenkomst sluiten en dit zolang de onderneming in | arbeidsovereenkomst sluiten en dit zolang de onderneming in |
moeilijkheden is. | moeilijkheden is. |
De bedragen op 19, 18, 17 en 16 jaar worden proportioneel verhoogd op | De bedragen op 19, 18, 17 en 16 jaar worden proportioneel verhoogd op |
dezelfde datum, rekening houdend met de bestaande degressiviteit ten | dezelfde datum, rekening houdend met de bestaande degressiviteit ten |
opzichte van de bedragen op 20 jaar. | opzichte van de bedragen op 20 jaar. |
Art. 5.Vanaf de leeftijd van twintig jaar genieten de ondergeschikte |
Art. 5.Vanaf de leeftijd van twintig jaar genieten de ondergeschikte |
bedienden het volledig minimum maandloon waarin is voorzien bij de | bedienden het volledig minimum maandloon waarin is voorzien bij de |
indienstneming in de categorie waarin zij worden gerangschikt. | indienstneming in de categorie waarin zij worden gerangschikt. |
De minimum maandlonen worden, gesteld tegenover het indexcijfer | De minimum maandlonen worden, gesteld tegenover het indexcijfer |
110,38, spil van de stabilisatieschijf 108,22 - 110,38 - 112,59 (basis | 110,38, spil van de stabilisatieschijf 108,22 - 110,38 - 112,59 (basis |
1996 = 100), vastgesteld als volgt : | 1996 = 100), vastgesteld als volgt : |
- 1.228,65 EUR voor de eerste categorie; | - 1.228,65 EUR voor de eerste categorie; |
- 1.300,24 EUR voor de tweede categorie; | - 1.300,24 EUR voor de tweede categorie; |
- 1.361,58 EUR voor de derde categorie; | - 1.361,58 EUR voor de derde categorie; |
- 1.453,72 EUR voor de vierde categorie. | - 1.453,72 EUR voor de vierde categorie. |
De opklimming in de loonschalen op grond van de anciënniteit vangt aan | De opklimming in de loonschalen op grond van de anciënniteit vangt aan |
op het ogenblik dat deze bedienden de in artikel 4 vastgestelde | op het ogenblik dat deze bedienden de in artikel 4 vastgestelde |
aanvangsleeftijd hebben bereikt. | aanvangsleeftijd hebben bereikt. |
De in de eerste alinea vastgestelde bedragen worden verhoogd met 24 | De in de eerste alinea vastgestelde bedragen worden verhoogd met 24 |
EUR op 1 januari 2004. | EUR op 1 januari 2004. |
Deze bedragen zijn gesteld tegenover het spilindexcijfer dat van | Deze bedragen zijn gesteld tegenover het spilindexcijfer dat van |
kracht zal zijn op het ogenblik van de respectievelijke verhogingen. | kracht zal zijn op het ogenblik van de respectievelijke verhogingen. |
Deze loonsverhogingen zijn niet van toepassing op de ondernemingen in | Deze loonsverhogingen zijn niet van toepassing op de ondernemingen in |
moeilijkheden die hiertoe op ondernemingsniveau een collectieve | moeilijkheden die hiertoe op ondernemingsniveau een collectieve |
arbeidsovereenkomst sluiten en dit zolang de onderneming in | arbeidsovereenkomst sluiten en dit zolang de onderneming in |
moeilijkheden is. | moeilijkheden is. |
Art. 6.De verhogingen verschuldigd ingevolge de opklimming op grond |
Art. 6.De verhogingen verschuldigd ingevolge de opklimming op grond |
van de anciënniteit worden elk jaar uitbetaald. | van de anciënniteit worden elk jaar uitbetaald. |
2. Minimum maandloon | 2. Minimum maandloon |
Art. 7.De ondergeschikte bedienden van twintig jaar en ouder genieten |
Art. 7.De ondergeschikte bedienden van twintig jaar en ouder genieten |
tenminste een maandloon van 923,10 EUR. | tenminste een maandloon van 923,10 EUR. |
Dit minimum maandloon staat tegenover het indexcijfer 110,38, spil van | Dit minimum maandloon staat tegenover het indexcijfer 110,38, spil van |
de stabilisatieschijf 108,22 - 110,38 - 112,59 (basis 1996 = 100), en | de stabilisatieschijf 108,22 - 110,38 - 112,59 (basis 1996 = 100), en |
wordt berekend in verhouding tot het werkelijk loon. Daarin zijn | wordt berekend in verhouding tot het werkelijk loon. Daarin zijn |
begrepen de conventionele en contractuele premies en overlonen, | begrepen de conventionele en contractuele premies en overlonen, |
behalve die voor laattijdige opening van winkels en overuren op | behalve die voor laattijdige opening van winkels en overuren op |
zaterdag die bepaald zijn in de artikelen 2 en 4 van de collectieve | zaterdag die bepaald zijn in de artikelen 2 en 4 van de collectieve |
arbeidsovereenkomst van 5 november 2002 betreffende premies en | arbeidsovereenkomst van 5 november 2002 betreffende premies en |
overlonen. | overlonen. |
3. Bedienden van de zelfbediening en verkoopbedienden van de | 3. Bedienden van de zelfbediening en verkoopbedienden van de |
warenhuizen | warenhuizen |
Art. 8.De bedienden van de "zelfbediening" waarvan sprake is in |
Art. 8.De bedienden van de "zelfbediening" waarvan sprake is in |
artikel 11 van de collectieve arbeidsovereenkomst van 5 november 2002 | artikel 11 van de collectieve arbeidsovereenkomst van 5 november 2002 |
betreffende de functieclassificatie, alsmede het verkooppersoneel van | betreffende de functieclassificatie, alsmede het verkooppersoneel van |
de warenhuizen, genieten na 2 jaar anciënniteit de minimumloonschaal | de warenhuizen, genieten na 2 jaar anciënniteit de minimumloonschaal |
van de bedienden van de derde categorie, die is vastgesteld in artikel | van de bedienden van de derde categorie, die is vastgesteld in artikel |
4, maar met een opklimming op grond van de anciënniteit die ophoudt | 4, maar met een opklimming op grond van de anciënniteit die ophoudt |
bij het bedrag voor de leeftijd van 21 jaar. | bij het bedrag voor de leeftijd van 21 jaar. |
De bedoelde bedienden die worden aangeworven vanaf 1 april 1993 | De bedoelde bedienden die worden aangeworven vanaf 1 april 1993 |
bekomen na 1 jaar anciënniteit de minimumloonschaal van de bedienden | bekomen na 1 jaar anciënniteit de minimumloonschaal van de bedienden |
van de derde categorie, in dezelfde voorwaarden. | van de derde categorie, in dezelfde voorwaarden. |
De opklimming op grond van de anciënniteit wordt, voor elke bediende, | De opklimming op grond van de anciënniteit wordt, voor elke bediende, |
op 22 jaar gebracht op het ogenblik van de toekenning van de | op 22 jaar gebracht op het ogenblik van de toekenning van de |
jaarlijkse verhoging. | jaarlijkse verhoging. |
Het wegwerken van het verschil tussen de werkelijke anciënniteit te | Het wegwerken van het verschil tussen de werkelijke anciënniteit te |
rekenen vanaf de aanvangsleeftijd van de categorie en de baremieke | rekenen vanaf de aanvangsleeftijd van de categorie en de baremieke |
anciënniteit geschiedt eveneens op het ogenblik van de toekenning van | anciënniteit geschiedt eveneens op het ogenblik van de toekenning van |
de jaarlijkse verhoging, zoals voor de verlenging van de loonschaal. | de jaarlijkse verhoging, zoals voor de verlenging van de loonschaal. |
4. Bedienden van de tweede categorie | 4. Bedienden van de tweede categorie |
Art. 9.De andere bedienden dan diegenen die in artikel 8 worden |
Art. 9.De andere bedienden dan diegenen die in artikel 8 worden |
genoemd en minstens zes maanden ervaring hebben in de onderneming in | genoemd en minstens zes maanden ervaring hebben in de onderneming in |
een functie van de tweede categorie, genieten de minimum loonschaal | een functie van de tweede categorie, genieten de minimum loonschaal |
van de bedienden van de derde categorie, zoals deze werd vastgesteld | van de bedienden van de derde categorie, zoals deze werd vastgesteld |
in artikel 4, maar met een opklimming op grond van de anciënniteit die | in artikel 4, maar met een opklimming op grond van de anciënniteit die |
ophoudt bij het bedrag voor de leeftijd van 21 jaar. | ophoudt bij het bedrag voor de leeftijd van 21 jaar. |
De opklimming op grond van de anciënniteit wordt gebracht op 22 jaar, | De opklimming op grond van de anciënniteit wordt gebracht op 22 jaar, |
volgens de modaliteiten vastgesteld in artikel 9. | volgens de modaliteiten vastgesteld in artikel 9. |
B. Kaderpersoneel | B. Kaderpersoneel |
1. Loonschalen | 1. Loonschalen |
Art. 10.De opklimming in de loonschalen van het kaderpersoneel |
Art. 10.De opklimming in de loonschalen van het kaderpersoneel |
geschiedt jaarlijks. Zij wordt gespreid over een periode van | geschiedt jaarlijks. Zij wordt gespreid over een periode van |
tweeëntwintig jaar. | tweeëntwintig jaar. |
De opklimming in de loonschalen van het kaderpersoneel geschiedt op | De opklimming in de loonschalen van het kaderpersoneel geschiedt op |
basis van de volgende verdeling : | basis van de volgende verdeling : |
1° voor de bedienden die in dienst worden genomen zonder | 1° voor de bedienden die in dienst worden genomen zonder |
beroepservaring, 100 pct.. op grond van de anciënniteit in de | beroepservaring, 100 pct.. op grond van de anciënniteit in de |
onderneming; | onderneming; |
2° voor de bedienden die in dienst worden genomen met beroepservaring, | 2° voor de bedienden die in dienst worden genomen met beroepservaring, |
50 pct. voor de ervaring verworven vóór de indiensttreding in de | 50 pct. voor de ervaring verworven vóór de indiensttreding in de |
onderneming en 50 pct. voor de anciënniteit in de onderneming. | onderneming en 50 pct. voor de anciënniteit in de onderneming. |
Art. 11.De totale opklimming in de loonschalen van het |
Art. 11.De totale opklimming in de loonschalen van het |
kaderpersoneel, in absolute waarde uitgedrukt en gesteld tegenover het | kaderpersoneel, in absolute waarde uitgedrukt en gesteld tegenover het |
indexcijfer 110,38, spil van de stabilisatieschijf 108,22 - 110,38 - | indexcijfer 110,38, spil van de stabilisatieschijf 108,22 - 110,38 - |
112,59 (basis 1996 = 100), wordt als volgt vastgesteld : | 112,59 (basis 1996 = 100), wordt als volgt vastgesteld : |
- vijfde categorie : 1.677,43 EUR tot 2.250,81 EUR; | - vijfde categorie : 1.677,43 EUR tot 2.250,81 EUR; |
- zesde categorie : 1.882,12 EUR tot 2.554,91 EUR; | - zesde categorie : 1.882,12 EUR tot 2.554,91 EUR; |
- zevende categorie : 2.158,08 EUR tot 2.960,26 EUR. | - zevende categorie : 2.158,08 EUR tot 2.960,26 EUR. |
De in de eerste alinea vastgestelde bedragen worden verhoogd met 24 | De in de eerste alinea vastgestelde bedragen worden verhoogd met 24 |
EUR op 1 januari 2004. | EUR op 1 januari 2004. |
Deze bedragen zijn gesteld tegenover het spilindexcijfer dat van | Deze bedragen zijn gesteld tegenover het spilindexcijfer dat van |
kracht zal zijn op het ogenblik van de respectievelijke verhogingen. | kracht zal zijn op het ogenblik van de respectievelijke verhogingen. |
Deze loonsverhogingen zijn niet van toepassing op de ondernemingen in | Deze loonsverhogingen zijn niet van toepassing op de ondernemingen in |
moeilijkheden die hiertoe op ondernemingsniveau een collectieve | moeilijkheden die hiertoe op ondernemingsniveau een collectieve |
arbeidsovereenkomst sluiten en dit zolang de onderneming in | arbeidsovereenkomst sluiten en dit zolang de onderneming in |
moeilijkheden is. | moeilijkheden is. |
Art. 12.De loonschalen van de minimum maandlonen van het |
Art. 12.De loonschalen van de minimum maandlonen van het |
kaderpersoneel worden vastgesteld zonder rekening te houden met de | kaderpersoneel worden vastgesteld zonder rekening te houden met de |
aanvangsleeftijden. Zij zijn vastgesteld zoals is aangegeven in de | aanvangsleeftijden. Zij zijn vastgesteld zoals is aangegeven in de |
loonschalen in bijlage I. | loonschalen in bijlage I. |
Art. 13.De maandelijkse minimumbedragen van de aanvangslonen van het |
Art. 13.De maandelijkse minimumbedragen van de aanvangslonen van het |
kaderpersoneel, gesteld tegenover het indexcijfer 110,38, spil van de | kaderpersoneel, gesteld tegenover het indexcijfer 110,38, spil van de |
stabilisatieschijf 108,22 - 110,38 - 112,59 (basis 1996 = 100), zijn | stabilisatieschijf 108,22 - 110,38 - 112,59 (basis 1996 = 100), zijn |
de volgende : | de volgende : |
- 1.677,43 EUR voor de vijfde categorie; | - 1.677,43 EUR voor de vijfde categorie; |
- 1.882,12 EUR voor de zesde categorie; | - 1.882,12 EUR voor de zesde categorie; |
- 2.158,08 EUR voor de zevende categorie. | - 2.158,08 EUR voor de zevende categorie. |
De in de eerste alinea vastgestelde bedragen worden verhoogd met 24 | De in de eerste alinea vastgestelde bedragen worden verhoogd met 24 |
EUR op 1 januari 2004. | EUR op 1 januari 2004. |
Deze bedragen zijn gesteld tegenover het spilindexcijfer dat van | Deze bedragen zijn gesteld tegenover het spilindexcijfer dat van |
kracht zal zijn op het ogenblik van de respectievelijke verhogingen. | kracht zal zijn op het ogenblik van de respectievelijke verhogingen. |
Deze loonsverhogingen zijn niet van toepassing op de ondernemingen in | Deze loonsverhogingen zijn niet van toepassing op de ondernemingen in |
moeilijkheden die hiertoe op ondernemingsniveau een collectieve | moeilijkheden die hiertoe op ondernemingsniveau een collectieve |
arbeidsovereenkomst sluiten en dit zolang de onderneming in | arbeidsovereenkomst sluiten en dit zolang de onderneming in |
moeilijkheden is. | moeilijkheden is. |
Art. 14.De verhogingen verschuldigd ingevolge de opklimming in de |
Art. 14.De verhogingen verschuldigd ingevolge de opklimming in de |
loonschaal op grond van de anciënniteit worden elk jaar betaald. | loonschaal op grond van de anciënniteit worden elk jaar betaald. |
De kaderleden van de zesde en zevende categorie hebben recht op een | De kaderleden van de zesde en zevende categorie hebben recht op een |
bijkomende verhoging die wordt toegekend ter gelegenheid van de | bijkomende verhoging die wordt toegekend ter gelegenheid van de |
uitbetaling van de in alinea 1 bepaalde verhogingen. Deze bijkomende | uitbetaling van de in alinea 1 bepaalde verhogingen. Deze bijkomende |
verhoging is gelijk aan 33 pct. van de nominale waarde van de | verhoging is gelijk aan 33 pct. van de nominale waarde van de |
jaarlijkse verhoging. | jaarlijkse verhoging. |
Afdeling 2. - Werklieden | Afdeling 2. - Werklieden |
1. Loonschalen | 1. Loonschalen |
Art. 15.De opklimming in de uurloonschalen van de werklieden gebeurt |
Art. 15.De opklimming in de uurloonschalen van de werklieden gebeurt |
jaarlijks. Zij geschiedt op grond van de anciënniteit in de | jaarlijks. Zij geschiedt op grond van de anciënniteit in de |
onderneming. | onderneming. |
Deze opklimming vangt aan op het ogenblik dat de werklieden de | Deze opklimming vangt aan op het ogenblik dat de werklieden de |
leeftijd van éénentwintig jaar hebben bereikt. | leeftijd van éénentwintig jaar hebben bereikt. |
Art. 16.De totale opklimming in de loonschalen van de werklieden, in |
Art. 16.De totale opklimming in de loonschalen van de werklieden, in |
absolute waarde en gesteld tegenover het indexcijfer 110,38, spil van | absolute waarde en gesteld tegenover het indexcijfer 110,38, spil van |
de stabilisatieschijf 108,22 - 110,38 - 112,59 (basis 1996 = 100), is | de stabilisatieschijf 108,22 - 110,38 - 112,59 (basis 1996 = 100), is |
vastgesteld als volgt : | vastgesteld als volgt : |
- eerste categorie : van 9,0200 EUR tot 9,5320 EUR; | - eerste categorie : van 9,0200 EUR tot 9,5320 EUR; |
- tweede categorie : van 9,3727 EUR tot 9,8847 EUR; | - tweede categorie : van 9,3727 EUR tot 9,8847 EUR; |
- derde categorie : van 9,8380 EUR tot 10,5384 EUR. | - derde categorie : van 9,8380 EUR tot 10,5384 EUR. |
De hierboven vastgestelde uurbedragen worden verhoogd met 0,1852 EUR | De hierboven vastgestelde uurbedragen worden verhoogd met 0,1852 EUR |
op 1 januari 2004. | op 1 januari 2004. |
Deze bedragen zijn gesteld tegenover het spilindexcijfer dat van | Deze bedragen zijn gesteld tegenover het spilindexcijfer dat van |
kracht zal zijn op het ogenblik van de respectievelijke verhogingen. | kracht zal zijn op het ogenblik van de respectievelijke verhogingen. |
Deze loonsverhogingen zijn niet van toepassing op de ondernemingen in | Deze loonsverhogingen zijn niet van toepassing op de ondernemingen in |
moeilijkheden die hiertoe op ondernemingsniveau een collectieve | moeilijkheden die hiertoe op ondernemingsniveau een collectieve |
arbeidsovereenkomst sluiten en dit zolang de onderneming in | arbeidsovereenkomst sluiten en dit zolang de onderneming in |
moeilijkheden is. | moeilijkheden is. |
Art. 17.De minimum uurloonschalen van de werklieden zijn vastgesteld |
Art. 17.De minimum uurloonschalen van de werklieden zijn vastgesteld |
zoals is aangegeven in de tabellen in bijlage I. | zoals is aangegeven in de tabellen in bijlage I. |
Art. 18.De minimum uurlonen van de minderjarige werklieden, gesteld |
Art. 18.De minimum uurlonen van de minderjarige werklieden, gesteld |
tegenover het indexcijfer 110,38, spil van de stabilisatieschijf | tegenover het indexcijfer 110,38, spil van de stabilisatieschijf |
108,22 - 110,38 - 112,59 (basis 1996 = 100) zijn de volgende : | 108,22 - 110,38 - 112,59 (basis 1996 = 100) zijn de volgende : |
Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld | Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld |
Deze uurbedragen worden op 20, 19 en 18 jaar verhoogd met 0,1852 EUR | Deze uurbedragen worden op 20, 19 en 18 jaar verhoogd met 0,1852 EUR |
op 1 januari 2004. | op 1 januari 2004. |
Deze bedragen zijn gesteld tegenover het spilindexcijfer dat van | Deze bedragen zijn gesteld tegenover het spilindexcijfer dat van |
kracht zal zijn op het ogenblik van de respectievelijke verhogingen. | kracht zal zijn op het ogenblik van de respectievelijke verhogingen. |
Deze loonsverhogingen zijn niet van toepassing op de ondernemingen in | Deze loonsverhogingen zijn niet van toepassing op de ondernemingen in |
moeilijkheden die hiertoe op ondernemingsniveau een collectieve | moeilijkheden die hiertoe op ondernemingsniveau een collectieve |
arbeidsovereenkomst sluiten en dit zolang de onderneming in | arbeidsovereenkomst sluiten en dit zolang de onderneming in |
moeilijkheden is. | moeilijkheden is. |
De bedragen op 17 en 16 jaar worden proportioneel verhoogd op dezelfde | De bedragen op 17 en 16 jaar worden proportioneel verhoogd op dezelfde |
datum, rekening houdend met de bestaande degressiviteit ten opzichte | datum, rekening houdend met de bestaande degressiviteit ten opzichte |
van de bedragen op 20, 19 en 18 jaar. | van de bedragen op 20, 19 en 18 jaar. |
Art. 19.De minimum uurlonen worden, tegenover het indexcijfer 110,38, |
Art. 19.De minimum uurlonen worden, tegenover het indexcijfer 110,38, |
spil van de stabilisatieschijf 108,22 - 110,38 - 112,59 (basis 1996 = | spil van de stabilisatieschijf 108,22 - 110,38 - 112,59 (basis 1996 = |
100), als volgt vastgesteld : | 100), als volgt vastgesteld : |
- eerste categorie : 9,0200 EUR | - eerste categorie : 9,0200 EUR |
- tweede categorie : 9,3727 EUR | - tweede categorie : 9,3727 EUR |
- derde categorie : 9,8380 EUR | - derde categorie : 9,8380 EUR |
De hierboven vastgestelde bedragen worden verhoogd met 0,1582 EUR/uur | De hierboven vastgestelde bedragen worden verhoogd met 0,1582 EUR/uur |
op 1 januari 2004. | op 1 januari 2004. |
Deze bedragen zijn gesteld tegenover het spilindexcijfer dat van | Deze bedragen zijn gesteld tegenover het spilindexcijfer dat van |
kracht zal zijn op het ogenblik van de respectievelijke verhogingen. | kracht zal zijn op het ogenblik van de respectievelijke verhogingen. |
Deze loonsverhogingen zijn niet van toepassing op de ondernemingen in | Deze loonsverhogingen zijn niet van toepassing op de ondernemingen in |
moeilijkheden die hiertoe op ondernemingsniveau een collectieve | moeilijkheden die hiertoe op ondernemingsniveau een collectieve |
arbeidsovereenkomst sluiten en dit zolang de onderneming in | arbeidsovereenkomst sluiten en dit zolang de onderneming in |
moeilijkheden is. | moeilijkheden is. |
HOOFDSTUK II. - Toepassingsmodaliteiten van de loonschalen | HOOFDSTUK II. - Toepassingsmodaliteiten van de loonschalen |
1. Bepaling van de verworven ervaring voor de indienstneming | 1. Bepaling van de verworven ervaring voor de indienstneming |
Art. 20.De ervaring verworven vóór de indienstneming wordt als volgt |
Art. 20.De ervaring verworven vóór de indienstneming wordt als volgt |
bepaald : | bepaald : |
- voor het verkooppersoneel, op grond van de elders verworven ervaring | - voor het verkooppersoneel, op grond van de elders verworven ervaring |
in een vergelijkbare verkoopfunctie; | in een vergelijkbare verkoopfunctie; |
- voor het administratief personeel, op grond van de elders verworven | - voor het administratief personeel, op grond van de elders verworven |
ervaring als bediende. | ervaring als bediende. |
2. Toekenning van de verhogingen verschuldigd ingevolge de opklimming | 2. Toekenning van de verhogingen verschuldigd ingevolge de opklimming |
in de loonschalen | in de loonschalen |
Art. 21.De verhogingen welke het gevolg zijn van de opklimming in de |
Art. 21.De verhogingen welke het gevolg zijn van de opklimming in de |
loonschalen waarvan sprake is in de artikelen 7, 15 en 16 worden | loonschalen waarvan sprake is in de artikelen 7, 15 en 16 worden |
betaald naar keuze van de werkgever : | betaald naar keuze van de werkgever : |
- hetzij de eerste maand volgend op deze waarin de bediende in dienst | - hetzij de eerste maand volgend op deze waarin de bediende in dienst |
is getreden; | is getreden; |
- hetzij op 1 februari van elk jaar voor het personeel waarvan de | - hetzij op 1 februari van elk jaar voor het personeel waarvan de |
verjaardag van de indiensttreding tussen 1 november en 30 april valt; | verjaardag van de indiensttreding tussen 1 november en 30 april valt; |
- hetzij op 1 augustus van elk jaar voor het personeel waarvan de | - hetzij op 1 augustus van elk jaar voor het personeel waarvan de |
verjaardag van de indiensttreding tussen 1 mei en 31 oktober valt. | verjaardag van de indiensttreding tussen 1 mei en 31 oktober valt. |
Art. 22.Het bedrag van de jaarlijkse of tweejaarlijkse |
Art. 22.Het bedrag van de jaarlijkse of tweejaarlijkse |
loonschaalverhoging wordt gevoegd bij de werkelijk uitbetaalde lonen. | loonschaalverhoging wordt gevoegd bij de werkelijk uitbetaalde lonen. |
3. Overgang naar een andere categorie | 3. Overgang naar een andere categorie |
Art. 23.De bediende die naar een hogere categorie overgaat, geniet |
Art. 23.De bediende die naar een hogere categorie overgaat, geniet |
integraal de loonschaal van de categorie waarin hij wordt | integraal de loonschaal van de categorie waarin hij wordt |
ondergebracht met ingang van de datum van zijn bevordering, rekening | ondergebracht met ingang van de datum van zijn bevordering, rekening |
houdend met de normale aanvangsleeftijd van deze categorie. | houdend met de normale aanvangsleeftijd van deze categorie. |
Art. 24.In geval van onmiddellijke bevordering van een basisbediende |
Art. 24.In geval van onmiddellijke bevordering van een basisbediende |
van de zelfbediening, zoals is bepaald in artikel 11 van de | van de zelfbediening, zoals is bepaald in artikel 11 van de |
collectieve arbeidsovereenkomst van 5 november 2002 betreffende de | collectieve arbeidsovereenkomst van 5 november 2002 betreffende de |
functieclassificatie, tot een functie van de vijfde categorie, gebeurt | functieclassificatie, tot een functie van de vijfde categorie, gebeurt |
de overgang naar de loonschaal van de vijfde categorie als volgt : | de overgang naar de loonschaal van de vijfde categorie als volgt : |
onmiddellijke toekenning van 50 pct. van het verschil tussen het | onmiddellijke toekenning van 50 pct. van het verschil tussen het |
vorige loonschaalniveau van de betrokkene en het nieuwe | vorige loonschaalniveau van de betrokkene en het nieuwe |
loonschaalniveau van de vijfde categorie; het toekennen van de overige | loonschaalniveau van de vijfde categorie; het toekennen van de overige |
50 pct. wordt gespreid over vier jaar. | 50 pct. wordt gespreid over vier jaar. |
4. Ziekte of ongeval - gewaarborgd maandloon | 4. Ziekte of ongeval - gewaarborgd maandloon |
Art. 25.In geval van arbeidsongeschiktheid ten gevolge van ziekte of |
Art. 25.In geval van arbeidsongeschiktheid ten gevolge van ziekte of |
ongeval, omvat het loon waarop de werknemer recht heeft gedurende de | ongeval, omvat het loon waarop de werknemer recht heeft gedurende de |
eerste dertig dagen van zijn ongeschiktheid eveneens dit voor de | eerste dertig dagen van zijn ongeschiktheid eveneens dit voor de |
arbeidsprestaties verricht na achttien uur, voor zover deze | arbeidsprestaties verricht na achttien uur, voor zover deze |
contractueel zijn vastgelegd. | contractueel zijn vastgelegd. |
Art. 26.Voor het personeel dat tewerkgesteld is met een onvolledige |
Art. 26.Voor het personeel dat tewerkgesteld is met een onvolledige |
dienstbetrekking houdt de werkgever rekening met het loon voor de | dienstbetrekking houdt de werkgever rekening met het loon voor de |
contractueel bepaalde arbeidsprestaties na achttien uur, alsook met | contractueel bepaalde arbeidsprestaties na achttien uur, alsook met |
dit voor het gemiddelde van de overschrijdingen (bijkomende uren) van | dit voor het gemiddelde van de overschrijdingen (bijkomende uren) van |
het aantal contractueel bepaalde arbeidsuren gedurende de drie | het aantal contractueel bepaalde arbeidsuren gedurende de drie |
voorafgaande maanden. | voorafgaande maanden. |
Art. 27.Het gewaarborgd maandloon wordt betaald vanaf de eerste |
Art. 27.Het gewaarborgd maandloon wordt betaald vanaf de eerste |
afwezigheidsdag. | afwezigheidsdag. |
5. Personeel tewerkgesteld met onvolledige dienstbetrekking | 5. Personeel tewerkgesteld met onvolledige dienstbetrekking |
Art. 28.De lonen van het personeel dat tewerkgesteld is met een |
Art. 28.De lonen van het personeel dat tewerkgesteld is met een |
onvolledige dienstbetrekking worden berekend volgens één van de twee | onvolledige dienstbetrekking worden berekend volgens één van de twee |
hiernavolgende formules : | hiernavolgende formules : |
a) uurloon : | a) uurloon : |
loonschaalbedrag van de categorie / 151,66 | loonschaalbedrag van de categorie / 151,66 |
b) maandloon : | b) maandloon : |
loonschaalbedrag van de categorie x aantal maandelijkse arbeidsuren / | loonschaalbedrag van de categorie x aantal maandelijkse arbeidsuren / |
151, 66 | 151, 66 |
6. Werkelijke lonen | 6. Werkelijke lonen |
Art. 29.De werkelijke maandlonen van de voltijdse werknemers worden |
Art. 29.De werkelijke maandlonen van de voltijdse werknemers worden |
verhoogd met 24 EUR op 1 januari 2004. | verhoogd met 24 EUR op 1 januari 2004. |
De werkelijke uurlonen van de voltijdse werknemers worden verhoogd met | De werkelijke uurlonen van de voltijdse werknemers worden verhoogd met |
0,1582 EUR op 1 januari 2004. | 0,1582 EUR op 1 januari 2004. |
De deeltijdse werknemers hebben recht op een prorata. | De deeltijdse werknemers hebben recht op een prorata. |
Deze loonsverhogingen zijn niet van toepassing op de ondernemingen in | Deze loonsverhogingen zijn niet van toepassing op de ondernemingen in |
moeilijkheden die hiertoe op ondernemingsniveau een collectieve | moeilijkheden die hiertoe op ondernemingsniveau een collectieve |
arbeidsovereenkomst sluiten en dit zolang de onderneming in | arbeidsovereenkomst sluiten en dit zolang de onderneming in |
moeilijkheden is. | moeilijkheden is. |
HOOFDSTUK IV. - Gemeenschappelijke bepalingen | HOOFDSTUK IV. - Gemeenschappelijke bepalingen |
Art. 30.De verhoging van de werkelijke lonen met 24 EUR bruto per |
Art. 30.De verhoging van de werkelijke lonen met 24 EUR bruto per |
maand of 0,1582 EUR per uur op 1 januari 2004, kan in de bedrijven bij | maand of 0,1582 EUR per uur op 1 januari 2004, kan in de bedrijven bij |
collectieve arbeidsovereenkomst omgezet worden in een evenwaardig | collectieve arbeidsovereenkomst omgezet worden in een evenwaardig |
financieel voordeel, waarvan de kost in geen geval hoger mag zijn dan | financieel voordeel, waarvan de kost in geen geval hoger mag zijn dan |
deze van de bedoelde loonsverhoging. | deze van de bedoelde loonsverhoging. |
HOOFDSTUK V. - Slotbepalingen | HOOFDSTUK V. - Slotbepalingen |
Art. 31.De collectieve arbeidsovereenkomst van 5 november 2002 |
Art. 31.De collectieve arbeidsovereenkomst van 5 november 2002 |
betreffende de lonen wordt opgeheven. | betreffende de lonen wordt opgeheven. |
Art. 32.Deze collectieve arbeidsovereenkomst treedt in werking op 1 |
Art. 32.Deze collectieve arbeidsovereenkomst treedt in werking op 1 |
juli 2003. Zij is gesloten voor onbepaalde tijd. | juli 2003. Zij is gesloten voor onbepaalde tijd. |
Zij kan door elk van de partijen worden opgezegd mits een | Zij kan door elk van de partijen worden opgezegd mits een |
opzeggingstermijn van drie maanden gegeven bij een ter post | opzeggingstermijn van drie maanden gegeven bij een ter post |
aangetekende brief gericht aan de voorzitter van het Paritair Comité | aangetekende brief gericht aan de voorzitter van het Paritair Comité |
voor de warenhuizen. | voor de warenhuizen. |
Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 7 april | Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 7 april |
2005. | 2005. |
De Minister van Werk, | De Minister van Werk, |
Mevr. F. VAN DEN BOSSCHE | Mevr. F. VAN DEN BOSSCHE |
Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld | Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld |
Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 7 april | Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 7 april |
2005. | 2005. |
De Minister van Werk, | De Minister van Werk, |
Mevr. F. VAN DEN BOSSCHE | Mevr. F. VAN DEN BOSSCHE |