Etaamb.openjustice.be
Meertalige weergave van Koninklijk Besluit van 07/04/2005
← Terug naar "Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 30 juni 2003, gesloten in het Paritair Comité voor de warenhuizen, betreffende de lonen "
Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 30 juni 2003, gesloten in het Paritair Comité voor de warenhuizen, betreffende de lonen Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 30 juni 2003, gesloten in het Paritair Comité voor de warenhuizen, betreffende de lonen
FEDERALE OVERHEIDSDIENST WERKGELEGENHEID, ARBEID EN SOCIAAL OVERLEG FEDERALE OVERHEIDSDIENST WERKGELEGENHEID, ARBEID EN SOCIAAL OVERLEG
7 APRIL 2005. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt 7 APRIL 2005. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt
verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 30 juni 2003, verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 30 juni 2003,
gesloten in het Paritair Comité voor de warenhuizen, betreffende de gesloten in het Paritair Comité voor de warenhuizen, betreffende de
lonen (1) lonen (1)
ALBERT II, Koning der Belgen, ALBERT II, Koning der Belgen,
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve
arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel
28; 28;
Gelet op het verzoek van het Paritair Comité voor de warenhuizen; Gelet op het verzoek van het Paritair Comité voor de warenhuizen;
Op de voordracht van Onze Minister van Werk, Op de voordracht van Onze Minister van Werk,
Hebben Wij besloten en besluiten Wij : Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage

Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage

overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 30 juni 2003, gesloten overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 30 juni 2003, gesloten
in het Paritair Comité voor de warenhuizen, betreffende de lonen. in het Paritair Comité voor de warenhuizen, betreffende de lonen.

Art. 2.Onze Minister van Werk is belast met de uitvoering van dit

Art. 2.Onze Minister van Werk is belast met de uitvoering van dit

besluit. besluit.
Gegeven te Brussel, 7 april 2005. Gegeven te Brussel, 7 april 2005.
ALBERT ALBERT
Van Koningswege : Van Koningswege :
De Minister van Werk, De Minister van Werk,
Mevr. F. VAN DEN BOSSCHE Mevr. F. VAN DEN BOSSCHE
_______ _______
Nota Nota
(1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad : (1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad :
Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969. Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969.
Bijlage Bijlage
Paritair Comité voor de warenhuizen Paritair Comité voor de warenhuizen
Collectieve arbeidsovereenkomst van 30 juni 2003 Collectieve arbeidsovereenkomst van 30 juni 2003
Lonen (Overeenkomst geregistreerd op 9 september 2003 onder het nummer Lonen (Overeenkomst geregistreerd op 9 september 2003 onder het nummer
67416/CO/312) 67416/CO/312)
HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied

Artikel 1.Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op

Artikel 1.Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op

de werkgevers en op de werknemers van de ondernemingen die ressorteren de werkgevers en op de werknemers van de ondernemingen die ressorteren
onder het Paritair Comité voor de warenhuizen. onder het Paritair Comité voor de warenhuizen.
HOOFDSTUK II. - Loonschalen HOOFDSTUK II. - Loonschalen
Afdeling 1. - Bedienden Afdeling 1. - Bedienden
A. Ondergeschikte bedienden A. Ondergeschikte bedienden
1. Loonschalen 1. Loonschalen

Art. 2.De opklimming in de loonschaal van de ondergeschikte bedienden

Art. 2.De opklimming in de loonschaal van de ondergeschikte bedienden

geschiedt op basis van de volgende verdeling : geschiedt op basis van de volgende verdeling :
1. voor de bedienden die in dienst worden genomen zonder 1. voor de bedienden die in dienst worden genomen zonder
beroepservaring, 100 pct. op basis van de anciënniteit in de beroepservaring, 100 pct. op basis van de anciënniteit in de
onderneming; onderneming;
2. voor de bedienden die in dienst worden genomen met beroepservaring, 2. voor de bedienden die in dienst worden genomen met beroepservaring,
50 pct. voor de ervaring verworven vóór de indiensttreding in de 50 pct. voor de ervaring verworven vóór de indiensttreding in de
onderneming en 50 pct. voor de anciënniteit in de onderneming. onderneming en 50 pct. voor de anciënniteit in de onderneming.

Art. 3.De totale opklimming in de loonschaal van de ondergeschikte

Art. 3.De totale opklimming in de loonschaal van de ondergeschikte

bedienden, in absolute waarde uitgedrukt is gesteld tegenover het bedienden, in absolute waarde uitgedrukt is gesteld tegenover het
indexcijfer 110,38, spil van de stabilisatieschijf 108,22 - 110,38 - indexcijfer 110,38, spil van de stabilisatieschijf 108,22 - 110,38 -
112,59 wordt als volgt vastgesteld (basis 1996 = 100) : 112,59 wordt als volgt vastgesteld (basis 1996 = 100) :
- eerste categorie : 1.228,65 EUR tot 1.424,04 EUR; - eerste categorie : 1.228,65 EUR tot 1.424,04 EUR;
- tweede categorie : 1.300,24 EUR tot 1.582,61 EUR; - tweede categorie : 1.300,24 EUR tot 1.582,61 EUR;
- derde categorie : 1.361,58 EUR tot 1.788,75 EUR; - derde categorie : 1.361,58 EUR tot 1.788,75 EUR;
- vierde categorie : 1.453,72 EUR tot 1.932,52 EUR. - vierde categorie : 1.453,72 EUR tot 1.932,52 EUR.
De in de eerste alinea vastgestelde bedragen worden op 1 januari 2004 De in de eerste alinea vastgestelde bedragen worden op 1 januari 2004
verhoogd met 24 EUR. verhoogd met 24 EUR.
Deze bedragen zijn gesteld tegenover het spilindexcijfer dat van Deze bedragen zijn gesteld tegenover het spilindexcijfer dat van
kracht zal zijn op het ogenblik van de respectievelijke verhogingen. kracht zal zijn op het ogenblik van de respectievelijke verhogingen.
Deze loonsverhogingen zijn niet van toepassing op de ondernemingen in Deze loonsverhogingen zijn niet van toepassing op de ondernemingen in
moeilijkheden die hiertoe op ondernemingsniveau een collectieve moeilijkheden die hiertoe op ondernemingsniveau een collectieve
arbeidsovereenkomst sluiten en dit zolang de onderneming in arbeidsovereenkomst sluiten en dit zolang de onderneming in
moeilijkheden is. moeilijkheden is.

Art. 4.De loonschalen van de minimum maandlonen van de ondergeschikte

Art. 4.De loonschalen van de minimum maandlonen van de ondergeschikte

bedienden zijn opgesteld overeenkomstig de volgende aanvangsleeftijden bedienden zijn opgesteld overeenkomstig de volgende aanvangsleeftijden
: :
- éénentwintig jaar voor de bedienden ingedeeld in de eerste, de - éénentwintig jaar voor de bedienden ingedeeld in de eerste, de
tweede en derde categorie; tweede en derde categorie;
- tweeëntwintig jaar voor de bedienden ingedeeld in de vierde - tweeëntwintig jaar voor de bedienden ingedeeld in de vierde
categorie. categorie.
De loonschalen van de minimum maandlonen van de ondergeschikte De loonschalen van de minimum maandlonen van de ondergeschikte
bedienden zijn vastgesteld zoals is aangegeven in de tabellen in bedienden zijn vastgesteld zoals is aangegeven in de tabellen in
bijlage I. bijlage I.
Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld
De bedragen op 20 jaar worden verhoogd met 24 EUR op 1 januari 2004. De bedragen op 20 jaar worden verhoogd met 24 EUR op 1 januari 2004.
Deze bedragen zijn gesteld tegenover het spilindexcijfer dat van Deze bedragen zijn gesteld tegenover het spilindexcijfer dat van
kracht zal zijn op het ogenblik van de respectievelijke verhogingen. kracht zal zijn op het ogenblik van de respectievelijke verhogingen.
Deze loonsverhogingen zijn niet van toepassing op de ondernemingen in Deze loonsverhogingen zijn niet van toepassing op de ondernemingen in
moeilijkheden die hiertoe op ondernemingsniveau een collectieve moeilijkheden die hiertoe op ondernemingsniveau een collectieve
arbeidsovereenkomst sluiten en dit zolang de onderneming in arbeidsovereenkomst sluiten en dit zolang de onderneming in
moeilijkheden is. moeilijkheden is.
De bedragen op 19, 18, 17 en 16 jaar worden proportioneel verhoogd op De bedragen op 19, 18, 17 en 16 jaar worden proportioneel verhoogd op
dezelfde datum, rekening houdend met de bestaande degressiviteit ten dezelfde datum, rekening houdend met de bestaande degressiviteit ten
opzichte van de bedragen op 20 jaar. opzichte van de bedragen op 20 jaar.

Art. 5.Vanaf de leeftijd van twintig jaar genieten de ondergeschikte

Art. 5.Vanaf de leeftijd van twintig jaar genieten de ondergeschikte

bedienden het volledig minimum maandloon waarin is voorzien bij de bedienden het volledig minimum maandloon waarin is voorzien bij de
indienstneming in de categorie waarin zij worden gerangschikt. indienstneming in de categorie waarin zij worden gerangschikt.
De minimum maandlonen worden, gesteld tegenover het indexcijfer De minimum maandlonen worden, gesteld tegenover het indexcijfer
110,38, spil van de stabilisatieschijf 108,22 - 110,38 - 112,59 (basis 110,38, spil van de stabilisatieschijf 108,22 - 110,38 - 112,59 (basis
1996 = 100), vastgesteld als volgt : 1996 = 100), vastgesteld als volgt :
- 1.228,65 EUR voor de eerste categorie; - 1.228,65 EUR voor de eerste categorie;
- 1.300,24 EUR voor de tweede categorie; - 1.300,24 EUR voor de tweede categorie;
- 1.361,58 EUR voor de derde categorie; - 1.361,58 EUR voor de derde categorie;
- 1.453,72 EUR voor de vierde categorie. - 1.453,72 EUR voor de vierde categorie.
De opklimming in de loonschalen op grond van de anciënniteit vangt aan De opklimming in de loonschalen op grond van de anciënniteit vangt aan
op het ogenblik dat deze bedienden de in artikel 4 vastgestelde op het ogenblik dat deze bedienden de in artikel 4 vastgestelde
aanvangsleeftijd hebben bereikt. aanvangsleeftijd hebben bereikt.
De in de eerste alinea vastgestelde bedragen worden verhoogd met 24 De in de eerste alinea vastgestelde bedragen worden verhoogd met 24
EUR op 1 januari 2004. EUR op 1 januari 2004.
Deze bedragen zijn gesteld tegenover het spilindexcijfer dat van Deze bedragen zijn gesteld tegenover het spilindexcijfer dat van
kracht zal zijn op het ogenblik van de respectievelijke verhogingen. kracht zal zijn op het ogenblik van de respectievelijke verhogingen.
Deze loonsverhogingen zijn niet van toepassing op de ondernemingen in Deze loonsverhogingen zijn niet van toepassing op de ondernemingen in
moeilijkheden die hiertoe op ondernemingsniveau een collectieve moeilijkheden die hiertoe op ondernemingsniveau een collectieve
arbeidsovereenkomst sluiten en dit zolang de onderneming in arbeidsovereenkomst sluiten en dit zolang de onderneming in
moeilijkheden is. moeilijkheden is.

Art. 6.De verhogingen verschuldigd ingevolge de opklimming op grond

Art. 6.De verhogingen verschuldigd ingevolge de opklimming op grond

van de anciënniteit worden elk jaar uitbetaald. van de anciënniteit worden elk jaar uitbetaald.
2. Minimum maandloon 2. Minimum maandloon

Art. 7.De ondergeschikte bedienden van twintig jaar en ouder genieten

Art. 7.De ondergeschikte bedienden van twintig jaar en ouder genieten

tenminste een maandloon van 923,10 EUR. tenminste een maandloon van 923,10 EUR.
Dit minimum maandloon staat tegenover het indexcijfer 110,38, spil van Dit minimum maandloon staat tegenover het indexcijfer 110,38, spil van
de stabilisatieschijf 108,22 - 110,38 - 112,59 (basis 1996 = 100), en de stabilisatieschijf 108,22 - 110,38 - 112,59 (basis 1996 = 100), en
wordt berekend in verhouding tot het werkelijk loon. Daarin zijn wordt berekend in verhouding tot het werkelijk loon. Daarin zijn
begrepen de conventionele en contractuele premies en overlonen, begrepen de conventionele en contractuele premies en overlonen,
behalve die voor laattijdige opening van winkels en overuren op behalve die voor laattijdige opening van winkels en overuren op
zaterdag die bepaald zijn in de artikelen 2 en 4 van de collectieve zaterdag die bepaald zijn in de artikelen 2 en 4 van de collectieve
arbeidsovereenkomst van 5 november 2002 betreffende premies en arbeidsovereenkomst van 5 november 2002 betreffende premies en
overlonen. overlonen.
3. Bedienden van de zelfbediening en verkoopbedienden van de 3. Bedienden van de zelfbediening en verkoopbedienden van de
warenhuizen warenhuizen

Art. 8.De bedienden van de "zelfbediening" waarvan sprake is in

Art. 8.De bedienden van de "zelfbediening" waarvan sprake is in

artikel 11 van de collectieve arbeidsovereenkomst van 5 november 2002 artikel 11 van de collectieve arbeidsovereenkomst van 5 november 2002
betreffende de functieclassificatie, alsmede het verkooppersoneel van betreffende de functieclassificatie, alsmede het verkooppersoneel van
de warenhuizen, genieten na 2 jaar anciënniteit de minimumloonschaal de warenhuizen, genieten na 2 jaar anciënniteit de minimumloonschaal
van de bedienden van de derde categorie, die is vastgesteld in artikel van de bedienden van de derde categorie, die is vastgesteld in artikel
4, maar met een opklimming op grond van de anciënniteit die ophoudt 4, maar met een opklimming op grond van de anciënniteit die ophoudt
bij het bedrag voor de leeftijd van 21 jaar. bij het bedrag voor de leeftijd van 21 jaar.
De bedoelde bedienden die worden aangeworven vanaf 1 april 1993 De bedoelde bedienden die worden aangeworven vanaf 1 april 1993
bekomen na 1 jaar anciënniteit de minimumloonschaal van de bedienden bekomen na 1 jaar anciënniteit de minimumloonschaal van de bedienden
van de derde categorie, in dezelfde voorwaarden. van de derde categorie, in dezelfde voorwaarden.
De opklimming op grond van de anciënniteit wordt, voor elke bediende, De opklimming op grond van de anciënniteit wordt, voor elke bediende,
op 22 jaar gebracht op het ogenblik van de toekenning van de op 22 jaar gebracht op het ogenblik van de toekenning van de
jaarlijkse verhoging. jaarlijkse verhoging.
Het wegwerken van het verschil tussen de werkelijke anciënniteit te Het wegwerken van het verschil tussen de werkelijke anciënniteit te
rekenen vanaf de aanvangsleeftijd van de categorie en de baremieke rekenen vanaf de aanvangsleeftijd van de categorie en de baremieke
anciënniteit geschiedt eveneens op het ogenblik van de toekenning van anciënniteit geschiedt eveneens op het ogenblik van de toekenning van
de jaarlijkse verhoging, zoals voor de verlenging van de loonschaal. de jaarlijkse verhoging, zoals voor de verlenging van de loonschaal.
4. Bedienden van de tweede categorie 4. Bedienden van de tweede categorie

Art. 9.De andere bedienden dan diegenen die in artikel 8 worden

Art. 9.De andere bedienden dan diegenen die in artikel 8 worden

genoemd en minstens zes maanden ervaring hebben in de onderneming in genoemd en minstens zes maanden ervaring hebben in de onderneming in
een functie van de tweede categorie, genieten de minimum loonschaal een functie van de tweede categorie, genieten de minimum loonschaal
van de bedienden van de derde categorie, zoals deze werd vastgesteld van de bedienden van de derde categorie, zoals deze werd vastgesteld
in artikel 4, maar met een opklimming op grond van de anciënniteit die in artikel 4, maar met een opklimming op grond van de anciënniteit die
ophoudt bij het bedrag voor de leeftijd van 21 jaar. ophoudt bij het bedrag voor de leeftijd van 21 jaar.
De opklimming op grond van de anciënniteit wordt gebracht op 22 jaar, De opklimming op grond van de anciënniteit wordt gebracht op 22 jaar,
volgens de modaliteiten vastgesteld in artikel 9. volgens de modaliteiten vastgesteld in artikel 9.
B. Kaderpersoneel B. Kaderpersoneel
1. Loonschalen 1. Loonschalen

Art. 10.De opklimming in de loonschalen van het kaderpersoneel

Art. 10.De opklimming in de loonschalen van het kaderpersoneel

geschiedt jaarlijks. Zij wordt gespreid over een periode van geschiedt jaarlijks. Zij wordt gespreid over een periode van
tweeëntwintig jaar. tweeëntwintig jaar.
De opklimming in de loonschalen van het kaderpersoneel geschiedt op De opklimming in de loonschalen van het kaderpersoneel geschiedt op
basis van de volgende verdeling : basis van de volgende verdeling :
1° voor de bedienden die in dienst worden genomen zonder 1° voor de bedienden die in dienst worden genomen zonder
beroepservaring, 100 pct.. op grond van de anciënniteit in de beroepservaring, 100 pct.. op grond van de anciënniteit in de
onderneming; onderneming;
2° voor de bedienden die in dienst worden genomen met beroepservaring, 2° voor de bedienden die in dienst worden genomen met beroepservaring,
50 pct. voor de ervaring verworven vóór de indiensttreding in de 50 pct. voor de ervaring verworven vóór de indiensttreding in de
onderneming en 50 pct. voor de anciënniteit in de onderneming. onderneming en 50 pct. voor de anciënniteit in de onderneming.

Art. 11.De totale opklimming in de loonschalen van het

Art. 11.De totale opklimming in de loonschalen van het

kaderpersoneel, in absolute waarde uitgedrukt en gesteld tegenover het kaderpersoneel, in absolute waarde uitgedrukt en gesteld tegenover het
indexcijfer 110,38, spil van de stabilisatieschijf 108,22 - 110,38 - indexcijfer 110,38, spil van de stabilisatieschijf 108,22 - 110,38 -
112,59 (basis 1996 = 100), wordt als volgt vastgesteld : 112,59 (basis 1996 = 100), wordt als volgt vastgesteld :
- vijfde categorie : 1.677,43 EUR tot 2.250,81 EUR; - vijfde categorie : 1.677,43 EUR tot 2.250,81 EUR;
- zesde categorie : 1.882,12 EUR tot 2.554,91 EUR; - zesde categorie : 1.882,12 EUR tot 2.554,91 EUR;
- zevende categorie : 2.158,08 EUR tot 2.960,26 EUR. - zevende categorie : 2.158,08 EUR tot 2.960,26 EUR.
De in de eerste alinea vastgestelde bedragen worden verhoogd met 24 De in de eerste alinea vastgestelde bedragen worden verhoogd met 24
EUR op 1 januari 2004. EUR op 1 januari 2004.
Deze bedragen zijn gesteld tegenover het spilindexcijfer dat van Deze bedragen zijn gesteld tegenover het spilindexcijfer dat van
kracht zal zijn op het ogenblik van de respectievelijke verhogingen. kracht zal zijn op het ogenblik van de respectievelijke verhogingen.
Deze loonsverhogingen zijn niet van toepassing op de ondernemingen in Deze loonsverhogingen zijn niet van toepassing op de ondernemingen in
moeilijkheden die hiertoe op ondernemingsniveau een collectieve moeilijkheden die hiertoe op ondernemingsniveau een collectieve
arbeidsovereenkomst sluiten en dit zolang de onderneming in arbeidsovereenkomst sluiten en dit zolang de onderneming in
moeilijkheden is. moeilijkheden is.

Art. 12.De loonschalen van de minimum maandlonen van het

Art. 12.De loonschalen van de minimum maandlonen van het

kaderpersoneel worden vastgesteld zonder rekening te houden met de kaderpersoneel worden vastgesteld zonder rekening te houden met de
aanvangsleeftijden. Zij zijn vastgesteld zoals is aangegeven in de aanvangsleeftijden. Zij zijn vastgesteld zoals is aangegeven in de
loonschalen in bijlage I. loonschalen in bijlage I.

Art. 13.De maandelijkse minimumbedragen van de aanvangslonen van het

Art. 13.De maandelijkse minimumbedragen van de aanvangslonen van het

kaderpersoneel, gesteld tegenover het indexcijfer 110,38, spil van de kaderpersoneel, gesteld tegenover het indexcijfer 110,38, spil van de
stabilisatieschijf 108,22 - 110,38 - 112,59 (basis 1996 = 100), zijn stabilisatieschijf 108,22 - 110,38 - 112,59 (basis 1996 = 100), zijn
de volgende : de volgende :
- 1.677,43 EUR voor de vijfde categorie; - 1.677,43 EUR voor de vijfde categorie;
- 1.882,12 EUR voor de zesde categorie; - 1.882,12 EUR voor de zesde categorie;
- 2.158,08 EUR voor de zevende categorie. - 2.158,08 EUR voor de zevende categorie.
De in de eerste alinea vastgestelde bedragen worden verhoogd met 24 De in de eerste alinea vastgestelde bedragen worden verhoogd met 24
EUR op 1 januari 2004. EUR op 1 januari 2004.
Deze bedragen zijn gesteld tegenover het spilindexcijfer dat van Deze bedragen zijn gesteld tegenover het spilindexcijfer dat van
kracht zal zijn op het ogenblik van de respectievelijke verhogingen. kracht zal zijn op het ogenblik van de respectievelijke verhogingen.
Deze loonsverhogingen zijn niet van toepassing op de ondernemingen in Deze loonsverhogingen zijn niet van toepassing op de ondernemingen in
moeilijkheden die hiertoe op ondernemingsniveau een collectieve moeilijkheden die hiertoe op ondernemingsniveau een collectieve
arbeidsovereenkomst sluiten en dit zolang de onderneming in arbeidsovereenkomst sluiten en dit zolang de onderneming in
moeilijkheden is. moeilijkheden is.

Art. 14.De verhogingen verschuldigd ingevolge de opklimming in de

Art. 14.De verhogingen verschuldigd ingevolge de opklimming in de

loonschaal op grond van de anciënniteit worden elk jaar betaald. loonschaal op grond van de anciënniteit worden elk jaar betaald.
De kaderleden van de zesde en zevende categorie hebben recht op een De kaderleden van de zesde en zevende categorie hebben recht op een
bijkomende verhoging die wordt toegekend ter gelegenheid van de bijkomende verhoging die wordt toegekend ter gelegenheid van de
uitbetaling van de in alinea 1 bepaalde verhogingen. Deze bijkomende uitbetaling van de in alinea 1 bepaalde verhogingen. Deze bijkomende
verhoging is gelijk aan 33 pct. van de nominale waarde van de verhoging is gelijk aan 33 pct. van de nominale waarde van de
jaarlijkse verhoging. jaarlijkse verhoging.
Afdeling 2. - Werklieden Afdeling 2. - Werklieden
1. Loonschalen 1. Loonschalen

Art. 15.De opklimming in de uurloonschalen van de werklieden gebeurt

Art. 15.De opklimming in de uurloonschalen van de werklieden gebeurt

jaarlijks. Zij geschiedt op grond van de anciënniteit in de jaarlijks. Zij geschiedt op grond van de anciënniteit in de
onderneming. onderneming.
Deze opklimming vangt aan op het ogenblik dat de werklieden de Deze opklimming vangt aan op het ogenblik dat de werklieden de
leeftijd van éénentwintig jaar hebben bereikt. leeftijd van éénentwintig jaar hebben bereikt.

Art. 16.De totale opklimming in de loonschalen van de werklieden, in

Art. 16.De totale opklimming in de loonschalen van de werklieden, in

absolute waarde en gesteld tegenover het indexcijfer 110,38, spil van absolute waarde en gesteld tegenover het indexcijfer 110,38, spil van
de stabilisatieschijf 108,22 - 110,38 - 112,59 (basis 1996 = 100), is de stabilisatieschijf 108,22 - 110,38 - 112,59 (basis 1996 = 100), is
vastgesteld als volgt : vastgesteld als volgt :
- eerste categorie : van 9,0200 EUR tot 9,5320 EUR; - eerste categorie : van 9,0200 EUR tot 9,5320 EUR;
- tweede categorie : van 9,3727 EUR tot 9,8847 EUR; - tweede categorie : van 9,3727 EUR tot 9,8847 EUR;
- derde categorie : van 9,8380 EUR tot 10,5384 EUR. - derde categorie : van 9,8380 EUR tot 10,5384 EUR.
De hierboven vastgestelde uurbedragen worden verhoogd met 0,1852 EUR De hierboven vastgestelde uurbedragen worden verhoogd met 0,1852 EUR
op 1 januari 2004. op 1 januari 2004.
Deze bedragen zijn gesteld tegenover het spilindexcijfer dat van Deze bedragen zijn gesteld tegenover het spilindexcijfer dat van
kracht zal zijn op het ogenblik van de respectievelijke verhogingen. kracht zal zijn op het ogenblik van de respectievelijke verhogingen.
Deze loonsverhogingen zijn niet van toepassing op de ondernemingen in Deze loonsverhogingen zijn niet van toepassing op de ondernemingen in
moeilijkheden die hiertoe op ondernemingsniveau een collectieve moeilijkheden die hiertoe op ondernemingsniveau een collectieve
arbeidsovereenkomst sluiten en dit zolang de onderneming in arbeidsovereenkomst sluiten en dit zolang de onderneming in
moeilijkheden is. moeilijkheden is.

Art. 17.De minimum uurloonschalen van de werklieden zijn vastgesteld

Art. 17.De minimum uurloonschalen van de werklieden zijn vastgesteld

zoals is aangegeven in de tabellen in bijlage I. zoals is aangegeven in de tabellen in bijlage I.

Art. 18.De minimum uurlonen van de minderjarige werklieden, gesteld

Art. 18.De minimum uurlonen van de minderjarige werklieden, gesteld

tegenover het indexcijfer 110,38, spil van de stabilisatieschijf tegenover het indexcijfer 110,38, spil van de stabilisatieschijf
108,22 - 110,38 - 112,59 (basis 1996 = 100) zijn de volgende : 108,22 - 110,38 - 112,59 (basis 1996 = 100) zijn de volgende :
Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld
Deze uurbedragen worden op 20, 19 en 18 jaar verhoogd met 0,1852 EUR Deze uurbedragen worden op 20, 19 en 18 jaar verhoogd met 0,1852 EUR
op 1 januari 2004. op 1 januari 2004.
Deze bedragen zijn gesteld tegenover het spilindexcijfer dat van Deze bedragen zijn gesteld tegenover het spilindexcijfer dat van
kracht zal zijn op het ogenblik van de respectievelijke verhogingen. kracht zal zijn op het ogenblik van de respectievelijke verhogingen.
Deze loonsverhogingen zijn niet van toepassing op de ondernemingen in Deze loonsverhogingen zijn niet van toepassing op de ondernemingen in
moeilijkheden die hiertoe op ondernemingsniveau een collectieve moeilijkheden die hiertoe op ondernemingsniveau een collectieve
arbeidsovereenkomst sluiten en dit zolang de onderneming in arbeidsovereenkomst sluiten en dit zolang de onderneming in
moeilijkheden is. moeilijkheden is.
De bedragen op 17 en 16 jaar worden proportioneel verhoogd op dezelfde De bedragen op 17 en 16 jaar worden proportioneel verhoogd op dezelfde
datum, rekening houdend met de bestaande degressiviteit ten opzichte datum, rekening houdend met de bestaande degressiviteit ten opzichte
van de bedragen op 20, 19 en 18 jaar. van de bedragen op 20, 19 en 18 jaar.

Art. 19.De minimum uurlonen worden, tegenover het indexcijfer 110,38,

Art. 19.De minimum uurlonen worden, tegenover het indexcijfer 110,38,

spil van de stabilisatieschijf 108,22 - 110,38 - 112,59 (basis 1996 = spil van de stabilisatieschijf 108,22 - 110,38 - 112,59 (basis 1996 =
100), als volgt vastgesteld : 100), als volgt vastgesteld :
- eerste categorie : 9,0200 EUR - eerste categorie : 9,0200 EUR
- tweede categorie : 9,3727 EUR - tweede categorie : 9,3727 EUR
- derde categorie : 9,8380 EUR - derde categorie : 9,8380 EUR
De hierboven vastgestelde bedragen worden verhoogd met 0,1582 EUR/uur De hierboven vastgestelde bedragen worden verhoogd met 0,1582 EUR/uur
op 1 januari 2004. op 1 januari 2004.
Deze bedragen zijn gesteld tegenover het spilindexcijfer dat van Deze bedragen zijn gesteld tegenover het spilindexcijfer dat van
kracht zal zijn op het ogenblik van de respectievelijke verhogingen. kracht zal zijn op het ogenblik van de respectievelijke verhogingen.
Deze loonsverhogingen zijn niet van toepassing op de ondernemingen in Deze loonsverhogingen zijn niet van toepassing op de ondernemingen in
moeilijkheden die hiertoe op ondernemingsniveau een collectieve moeilijkheden die hiertoe op ondernemingsniveau een collectieve
arbeidsovereenkomst sluiten en dit zolang de onderneming in arbeidsovereenkomst sluiten en dit zolang de onderneming in
moeilijkheden is. moeilijkheden is.
HOOFDSTUK II. - Toepassingsmodaliteiten van de loonschalen HOOFDSTUK II. - Toepassingsmodaliteiten van de loonschalen
1. Bepaling van de verworven ervaring voor de indienstneming 1. Bepaling van de verworven ervaring voor de indienstneming

Art. 20.De ervaring verworven vóór de indienstneming wordt als volgt

Art. 20.De ervaring verworven vóór de indienstneming wordt als volgt

bepaald : bepaald :
- voor het verkooppersoneel, op grond van de elders verworven ervaring - voor het verkooppersoneel, op grond van de elders verworven ervaring
in een vergelijkbare verkoopfunctie; in een vergelijkbare verkoopfunctie;
- voor het administratief personeel, op grond van de elders verworven - voor het administratief personeel, op grond van de elders verworven
ervaring als bediende. ervaring als bediende.
2. Toekenning van de verhogingen verschuldigd ingevolge de opklimming 2. Toekenning van de verhogingen verschuldigd ingevolge de opklimming
in de loonschalen in de loonschalen

Art. 21.De verhogingen welke het gevolg zijn van de opklimming in de

Art. 21.De verhogingen welke het gevolg zijn van de opklimming in de

loonschalen waarvan sprake is in de artikelen 7, 15 en 16 worden loonschalen waarvan sprake is in de artikelen 7, 15 en 16 worden
betaald naar keuze van de werkgever : betaald naar keuze van de werkgever :
- hetzij de eerste maand volgend op deze waarin de bediende in dienst - hetzij de eerste maand volgend op deze waarin de bediende in dienst
is getreden; is getreden;
- hetzij op 1 februari van elk jaar voor het personeel waarvan de - hetzij op 1 februari van elk jaar voor het personeel waarvan de
verjaardag van de indiensttreding tussen 1 november en 30 april valt; verjaardag van de indiensttreding tussen 1 november en 30 april valt;
- hetzij op 1 augustus van elk jaar voor het personeel waarvan de - hetzij op 1 augustus van elk jaar voor het personeel waarvan de
verjaardag van de indiensttreding tussen 1 mei en 31 oktober valt. verjaardag van de indiensttreding tussen 1 mei en 31 oktober valt.

Art. 22.Het bedrag van de jaarlijkse of tweejaarlijkse

Art. 22.Het bedrag van de jaarlijkse of tweejaarlijkse

loonschaalverhoging wordt gevoegd bij de werkelijk uitbetaalde lonen. loonschaalverhoging wordt gevoegd bij de werkelijk uitbetaalde lonen.
3. Overgang naar een andere categorie 3. Overgang naar een andere categorie

Art. 23.De bediende die naar een hogere categorie overgaat, geniet

Art. 23.De bediende die naar een hogere categorie overgaat, geniet

integraal de loonschaal van de categorie waarin hij wordt integraal de loonschaal van de categorie waarin hij wordt
ondergebracht met ingang van de datum van zijn bevordering, rekening ondergebracht met ingang van de datum van zijn bevordering, rekening
houdend met de normale aanvangsleeftijd van deze categorie. houdend met de normale aanvangsleeftijd van deze categorie.

Art. 24.In geval van onmiddellijke bevordering van een basisbediende

Art. 24.In geval van onmiddellijke bevordering van een basisbediende

van de zelfbediening, zoals is bepaald in artikel 11 van de van de zelfbediening, zoals is bepaald in artikel 11 van de
collectieve arbeidsovereenkomst van 5 november 2002 betreffende de collectieve arbeidsovereenkomst van 5 november 2002 betreffende de
functieclassificatie, tot een functie van de vijfde categorie, gebeurt functieclassificatie, tot een functie van de vijfde categorie, gebeurt
de overgang naar de loonschaal van de vijfde categorie als volgt : de overgang naar de loonschaal van de vijfde categorie als volgt :
onmiddellijke toekenning van 50 pct. van het verschil tussen het onmiddellijke toekenning van 50 pct. van het verschil tussen het
vorige loonschaalniveau van de betrokkene en het nieuwe vorige loonschaalniveau van de betrokkene en het nieuwe
loonschaalniveau van de vijfde categorie; het toekennen van de overige loonschaalniveau van de vijfde categorie; het toekennen van de overige
50 pct. wordt gespreid over vier jaar. 50 pct. wordt gespreid over vier jaar.
4. Ziekte of ongeval - gewaarborgd maandloon 4. Ziekte of ongeval - gewaarborgd maandloon

Art. 25.In geval van arbeidsongeschiktheid ten gevolge van ziekte of

Art. 25.In geval van arbeidsongeschiktheid ten gevolge van ziekte of

ongeval, omvat het loon waarop de werknemer recht heeft gedurende de ongeval, omvat het loon waarop de werknemer recht heeft gedurende de
eerste dertig dagen van zijn ongeschiktheid eveneens dit voor de eerste dertig dagen van zijn ongeschiktheid eveneens dit voor de
arbeidsprestaties verricht na achttien uur, voor zover deze arbeidsprestaties verricht na achttien uur, voor zover deze
contractueel zijn vastgelegd. contractueel zijn vastgelegd.

Art. 26.Voor het personeel dat tewerkgesteld is met een onvolledige

Art. 26.Voor het personeel dat tewerkgesteld is met een onvolledige

dienstbetrekking houdt de werkgever rekening met het loon voor de dienstbetrekking houdt de werkgever rekening met het loon voor de
contractueel bepaalde arbeidsprestaties na achttien uur, alsook met contractueel bepaalde arbeidsprestaties na achttien uur, alsook met
dit voor het gemiddelde van de overschrijdingen (bijkomende uren) van dit voor het gemiddelde van de overschrijdingen (bijkomende uren) van
het aantal contractueel bepaalde arbeidsuren gedurende de drie het aantal contractueel bepaalde arbeidsuren gedurende de drie
voorafgaande maanden. voorafgaande maanden.

Art. 27.Het gewaarborgd maandloon wordt betaald vanaf de eerste

Art. 27.Het gewaarborgd maandloon wordt betaald vanaf de eerste

afwezigheidsdag. afwezigheidsdag.
5. Personeel tewerkgesteld met onvolledige dienstbetrekking 5. Personeel tewerkgesteld met onvolledige dienstbetrekking

Art. 28.De lonen van het personeel dat tewerkgesteld is met een

Art. 28.De lonen van het personeel dat tewerkgesteld is met een

onvolledige dienstbetrekking worden berekend volgens één van de twee onvolledige dienstbetrekking worden berekend volgens één van de twee
hiernavolgende formules : hiernavolgende formules :
a) uurloon : a) uurloon :
loonschaalbedrag van de categorie / 151,66 loonschaalbedrag van de categorie / 151,66
b) maandloon : b) maandloon :
loonschaalbedrag van de categorie x aantal maandelijkse arbeidsuren / loonschaalbedrag van de categorie x aantal maandelijkse arbeidsuren /
151, 66 151, 66
6. Werkelijke lonen 6. Werkelijke lonen

Art. 29.De werkelijke maandlonen van de voltijdse werknemers worden

Art. 29.De werkelijke maandlonen van de voltijdse werknemers worden

verhoogd met 24 EUR op 1 januari 2004. verhoogd met 24 EUR op 1 januari 2004.
De werkelijke uurlonen van de voltijdse werknemers worden verhoogd met De werkelijke uurlonen van de voltijdse werknemers worden verhoogd met
0,1582 EUR op 1 januari 2004. 0,1582 EUR op 1 januari 2004.
De deeltijdse werknemers hebben recht op een prorata. De deeltijdse werknemers hebben recht op een prorata.
Deze loonsverhogingen zijn niet van toepassing op de ondernemingen in Deze loonsverhogingen zijn niet van toepassing op de ondernemingen in
moeilijkheden die hiertoe op ondernemingsniveau een collectieve moeilijkheden die hiertoe op ondernemingsniveau een collectieve
arbeidsovereenkomst sluiten en dit zolang de onderneming in arbeidsovereenkomst sluiten en dit zolang de onderneming in
moeilijkheden is. moeilijkheden is.
HOOFDSTUK IV. - Gemeenschappelijke bepalingen HOOFDSTUK IV. - Gemeenschappelijke bepalingen

Art. 30.De verhoging van de werkelijke lonen met 24 EUR bruto per

Art. 30.De verhoging van de werkelijke lonen met 24 EUR bruto per

maand of 0,1582 EUR per uur op 1 januari 2004, kan in de bedrijven bij maand of 0,1582 EUR per uur op 1 januari 2004, kan in de bedrijven bij
collectieve arbeidsovereenkomst omgezet worden in een evenwaardig collectieve arbeidsovereenkomst omgezet worden in een evenwaardig
financieel voordeel, waarvan de kost in geen geval hoger mag zijn dan financieel voordeel, waarvan de kost in geen geval hoger mag zijn dan
deze van de bedoelde loonsverhoging. deze van de bedoelde loonsverhoging.
HOOFDSTUK V. - Slotbepalingen HOOFDSTUK V. - Slotbepalingen

Art. 31.De collectieve arbeidsovereenkomst van 5 november 2002

Art. 31.De collectieve arbeidsovereenkomst van 5 november 2002

betreffende de lonen wordt opgeheven. betreffende de lonen wordt opgeheven.

Art. 32.Deze collectieve arbeidsovereenkomst treedt in werking op 1

Art. 32.Deze collectieve arbeidsovereenkomst treedt in werking op 1

juli 2003. Zij is gesloten voor onbepaalde tijd. juli 2003. Zij is gesloten voor onbepaalde tijd.
Zij kan door elk van de partijen worden opgezegd mits een Zij kan door elk van de partijen worden opgezegd mits een
opzeggingstermijn van drie maanden gegeven bij een ter post opzeggingstermijn van drie maanden gegeven bij een ter post
aangetekende brief gericht aan de voorzitter van het Paritair Comité aangetekende brief gericht aan de voorzitter van het Paritair Comité
voor de warenhuizen. voor de warenhuizen.
Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 7 april Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 7 april
2005. 2005.
De Minister van Werk, De Minister van Werk,
Mevr. F. VAN DEN BOSSCHE Mevr. F. VAN DEN BOSSCHE
Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld
Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 7 april Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 7 april
2005. 2005.
De Minister van Werk, De Minister van Werk,
Mevr. F. VAN DEN BOSSCHE Mevr. F. VAN DEN BOSSCHE
^