Etaamb.openjustice.be
Meertalige weergave van Koninklijk Besluit van 04/09/2014
← Terug naar "Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 16 januari 2014, gesloten in het Paritair Subcomité voor de vlasbereiding, betreffende de toekenning van een aanvullende vergoeding ten gunste van sommige bejaarde werklieden die op het ogenblik van de beëindiging van de arbeidsovereenkomst 58 jaar of ouder zijn "
Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 16 januari 2014, gesloten in het Paritair Subcomité voor de vlasbereiding, betreffende de toekenning van een aanvullende vergoeding ten gunste van sommige bejaarde werklieden die op het ogenblik van de beëindiging van de arbeidsovereenkomst 58 jaar of ouder zijn Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 16 januari 2014, gesloten in het Paritair Subcomité voor de vlasbereiding, betreffende de toekenning van een aanvullende vergoeding ten gunste van sommige bejaarde werklieden die op het ogenblik van de beëindiging van de arbeidsovereenkomst 58 jaar of ouder zijn
FEDERALE OVERHEIDSDIENST WERKGELEGENHEID, ARBEID EN SOCIAAL OVERLEG FEDERALE OVERHEIDSDIENST WERKGELEGENHEID, ARBEID EN SOCIAAL OVERLEG
4 SEPTEMBER 2014. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend 4 SEPTEMBER 2014. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend
wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 16 januari wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 16 januari
2014, gesloten in het Paritair Subcomité voor de vlasbereiding, 2014, gesloten in het Paritair Subcomité voor de vlasbereiding,
betreffende de toekenning van een aanvullende vergoeding ten gunste betreffende de toekenning van een aanvullende vergoeding ten gunste
van sommige bejaarde werklieden die op het ogenblik van de beëindiging van sommige bejaarde werklieden die op het ogenblik van de beëindiging
van de arbeidsovereenkomst 58 jaar of ouder zijn (1) van de arbeidsovereenkomst 58 jaar of ouder zijn (1)
FILIP, Koning der Belgen, FILIP, Koning der Belgen,
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve
arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel
28; 28;
Gelet op het verzoek van het Paritair Subcomité voor de vlasbereiding; Gelet op het verzoek van het Paritair Subcomité voor de vlasbereiding;
Op de voordracht van de Minister van Werk, Op de voordracht van de Minister van Werk,
Hebben Wij besloten en besluiten Wij : Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage

Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage

overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 16 januari 2014, overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 16 januari 2014,
gesloten in het Paritair Subcomité voor de vlasbereiding, betreffende gesloten in het Paritair Subcomité voor de vlasbereiding, betreffende
de toekenning van een aanvullende vergoeding ten gunste van sommige de toekenning van een aanvullende vergoeding ten gunste van sommige
bejaarde werklieden die op het ogenblik van de beëindiging van de bejaarde werklieden die op het ogenblik van de beëindiging van de
arbeidsovereenkomst 58 jaar of ouder zijn. arbeidsovereenkomst 58 jaar of ouder zijn.

Art. 2.De minister bevoegd voor Werk is belast met de uitvoering van

Art. 2.De minister bevoegd voor Werk is belast met de uitvoering van

dit besluit. dit besluit.
Gegeven te Brussel, 4 september 2014. Gegeven te Brussel, 4 september 2014.
FILIP FILIP
Van Koningswege : Van Koningswege :
De Minister van Werk, De Minister van Werk,
Mevr. M. DE CONINCK Mevr. M. DE CONINCK
_______ _______
Nota Nota
(1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad : (1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad :
Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969. Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969.
Bijlage Bijlage
Paritair Subcomité voor de vlasbereiding Paritair Subcomité voor de vlasbereiding
Collectieve arbeidsovereenkomst van 16 januari 2014 Collectieve arbeidsovereenkomst van 16 januari 2014
Toekenning van een aanvullende vergoeding ten gunste van sommige Toekenning van een aanvullende vergoeding ten gunste van sommige
bejaarde werklieden die op het ogenblik van de beëindiging van de bejaarde werklieden die op het ogenblik van de beëindiging van de
arbeidsovereenkomst 58 jaar of ouder zijn (Overeenkomst geregistreerd arbeidsovereenkomst 58 jaar of ouder zijn (Overeenkomst geregistreerd
op 28 april 2014 onder het nummer 120805/CO/120.02) op 28 april 2014 onder het nummer 120805/CO/120.02)
I. Toepassingsgebied van de overeenkomst I. Toepassingsgebied van de overeenkomst

Artikel 1.Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op

Artikel 1.Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op

alle ondernemingen die onder de bevoegdheid vallen van het Paritair alle ondernemingen die onder de bevoegdheid vallen van het Paritair
Subcomité voor de vlasbereiding en op de werklieden die zij Subcomité voor de vlasbereiding en op de werklieden die zij
tewerkstellen. tewerkstellen.
II. Rechthebbenden II. Rechthebbenden

Art. 2.§ 1. Onderhavige collectieve arbeidsovereenkomst regelt de

Art. 2.§ 1. Onderhavige collectieve arbeidsovereenkomst regelt de

toekenning van een aanvullende vergoeding ten gunste van sommige toekenning van een aanvullende vergoeding ten gunste van sommige
bejaarde werklieden aan wie het ontslag, behalve om dringende redenen, bejaarde werklieden aan wie het ontslag, behalve om dringende redenen,
wordt betekend na 31 maart 2007 en waarvan het stelsel werkloosheid wordt betekend na 31 maart 2007 en waarvan het stelsel werkloosheid
met bedrijfstoeslag ingaat na 31 december 2007. met bedrijfstoeslag ingaat na 31 december 2007.
§ 2. Voor de toepassing van § 1 wordt geen rekening gehouden met de § 2. Voor de toepassing van § 1 wordt geen rekening gehouden met de
verlenging van de opzegtermijn ingevolge toepassing van de artikelen verlenging van de opzegtermijn ingevolge toepassing van de artikelen
38, § 2 en 38bis van de wet van 3 juli 1978 betreffende de 38, § 2 en 38bis van de wet van 3 juli 1978 betreffende de
arbeidsovereenkomsten. arbeidsovereenkomsten.

Art. 3.§ 1. De ontslagen werklieden, bedoeld in artikel 2, § 1,

Art. 3.§ 1. De ontslagen werklieden, bedoeld in artikel 2, § 1,

behalve om dringende reden, die op het ogenblik van de beëindiging van behalve om dringende reden, die op het ogenblik van de beëindiging van
de arbeidsovereenkomst en tijdens de periode van 1 januari 2014 tot en de arbeidsovereenkomst en tijdens de periode van 1 januari 2014 tot en
met 31 december 2014 58 jaar of ouder zijn en die op dat ogenblik 38 met 31 december 2014 58 jaar of ouder zijn en die op dat ogenblik 38
jaar beroepsverleden als loontrekkende kunnen rechtvaardigen en die jaar beroepsverleden als loontrekkende kunnen rechtvaardigen en die
gedurende deze periode recht verkrijgen op wettelijke gedurende deze periode recht verkrijgen op wettelijke
werkloosheidsvergoedingen, ontvangen een aanvullende vergoeding, zoals werkloosheidsvergoedingen, ontvangen een aanvullende vergoeding, zoals
bedoeld in artikel 6, ten laste van het "Fonds voor bestaanszekerheid bedoeld in artikel 6, ten laste van het "Fonds voor bestaanszekerheid
voor de vlasbereiding". voor de vlasbereiding".
§ 2. Onder "het ogenblik van de beëindiging van de § 2. Onder "het ogenblik van de beëindiging van de
arbeidsovereenkomst" wordt verstaan : het ogenblik dat de arbeider uit arbeidsovereenkomst" wordt verstaan : het ogenblik dat de arbeider uit
dienst treedt na het verstrijken van de opzeggingstermijn of, wanneer dienst treedt na het verstrijken van de opzeggingstermijn of, wanneer
er geen opzegging werd betekend of wanneer aan de betekende er geen opzegging werd betekend of wanneer aan de betekende
opzeggingstermijn voortijdig een einde wordt gemaakt, het ogenblik dat opzeggingstermijn voortijdig een einde wordt gemaakt, het ogenblik dat
de arbeider de onderneming verlaat. de arbeider de onderneming verlaat.
§ 3. In afwijking van § 1 hiervoor mag de opzeggingstermijn of de door § 3. In afwijking van § 1 hiervoor mag de opzeggingstermijn of de door
de opzeggingsvergoeding gedekte periode van de ontslagen arbeider een de opzeggingsvergoeding gedekte periode van de ontslagen arbeider een
einde nemen buiten de geldigheidsduur van de collectieve einde nemen buiten de geldigheidsduur van de collectieve
arbeidsovereenkomst, voor zover de opzeggingstermijn werd betekend of arbeidsovereenkomst, voor zover de opzeggingstermijn werd betekend of
de arbeidsovereenkomst werd verbroken tijdens de geldigheidsduur van de arbeidsovereenkomst werd verbroken tijdens de geldigheidsduur van
de collectieve arbeidsovereenkomst en voor zover de ontslagen arbeider de collectieve arbeidsovereenkomst en voor zover de ontslagen arbeider
de leeftijd voorzien in § 1 hiervoor bereikt heeft tijdens de de leeftijd voorzien in § 1 hiervoor bereikt heeft tijdens de
geldigheidsduur van de collectieve arbeidsovereenkomst. geldigheidsduur van de collectieve arbeidsovereenkomst.

Art. 4.Naast het vereiste beroepsverleden als loontrekkende, dienen

Art. 4.Naast het vereiste beroepsverleden als loontrekkende, dienen

de werklieden, om te kunnen genieten van het stelsel werkloosheid met de werklieden, om te kunnen genieten van het stelsel werkloosheid met
bedrijfstoeslag, bovendien te voldoen aan één van de volgende bedrijfstoeslag, bovendien te voldoen aan één van de volgende
sectorale anciënniteitsvoorwaarden : sectorale anciënniteitsvoorwaarden :
- ofwel 15 jaar loondienst in de sectoren vlasbereiding en/of textiel, - ofwel 15 jaar loondienst in de sectoren vlasbereiding en/of textiel,
breigoed, kleding en confectie; breigoed, kleding en confectie;
- ofwel 5 jaar loondienst in de vlasbereiding en/of textiel, breigoed, - ofwel 5 jaar loondienst in de vlasbereiding en/of textiel, breigoed,
kleding en confectie tijdens de laatste 10 jaren waarvan minstens 1 kleding en confectie tijdens de laatste 10 jaren waarvan minstens 1
jaar in de laatste 2 jaren. jaar in de laatste 2 jaren.
Wat betreft de gelijkstelling met arbeidsdagen wordt verwezen naar de Wat betreft de gelijkstelling met arbeidsdagen wordt verwezen naar de
gelijkstellingen voor het beroepsverleden als loontrekkende. gelijkstellingen voor het beroepsverleden als loontrekkende.

Art. 5.In afwijking van artikel 3 en 4 ontvangen de werklieden die

Art. 5.In afwijking van artikel 3 en 4 ontvangen de werklieden die

tijdens de periode van 1 januari 2013 tot en met 31 december 2014 tijdens de periode van 1 januari 2013 tot en met 31 december 2014
voldoen aan de genoemde leeftijds- en anciënniteitsvoorwaarden, maar voldoen aan de genoemde leeftijds- en anciënniteitsvoorwaarden, maar
pas ontslagen worden buiten de geldigheidsperiode van deze collectieve pas ontslagen worden buiten de geldigheidsperiode van deze collectieve
arbeidsovereenkomst, een aanvullende vergoeding ten laste van het arbeidsovereenkomst, een aanvullende vergoeding ten laste van het
"Fonds voor bestaanszekerheid voor de vlasbereiding" in het kader van "Fonds voor bestaanszekerheid voor de vlasbereiding" in het kader van
collectieve arbeidsovereenkomst nr. 107 van 28 maart 2013 betreffende collectieve arbeidsovereenkomst nr. 107 van 28 maart 2013 betreffende
het kliksysteem voor het behoud van de aanvullende vergoeding in het het kliksysteem voor het behoud van de aanvullende vergoeding in het
kader van bepaalde stelsels van werkloosheid met bedrijfstoeslag. kader van bepaalde stelsels van werkloosheid met bedrijfstoeslag.
III. Betaling van de aanvullende vergoeding III. Betaling van de aanvullende vergoeding

Art. 6.De in artikel 2 bedoelde aanvullende vergoeding behelst het

Art. 6.De in artikel 2 bedoelde aanvullende vergoeding behelst het

toekennen van gelijkaardige voordelen als voorzien door de collectieve toekennen van gelijkaardige voordelen als voorzien door de collectieve
arbeidsovereenkomst nr. 17 gesloten in de Nationale Arbeidsraad op 19 arbeidsovereenkomst nr. 17 gesloten in de Nationale Arbeidsraad op 19
december 1974. december 1974.

Art. 7.§ 1. In uitvoering van de bepalingen van artikel 5 van de

Art. 7.§ 1. In uitvoering van de bepalingen van artikel 5 van de

collectieve arbeidsovereenkomst van 1 oktober 2003 betreffende de collectieve arbeidsovereenkomst van 1 oktober 2003 betreffende de
gecoördineerde statuten van het "Fonds voor bestaanszekerheid voor de gecoördineerde statuten van het "Fonds voor bestaanszekerheid voor de
vlasbereiding" (hierna het fonds genoemd), algemeen verbindend vlasbereiding" (hierna het fonds genoemd), algemeen verbindend
verklaard bij koninklijk besluit van 1 september 2004, wordt de in verklaard bij koninklijk besluit van 1 september 2004, wordt de in
artikel 2 bedoelde aanvullende vergoeding toegekend ten laste van het artikel 2 bedoelde aanvullende vergoeding toegekend ten laste van het
fonds, waarvan het bedrag, de wijze van toekenning en van uitkering fonds, waarvan het bedrag, de wijze van toekenning en van uitkering
hierna zijn vastgesteld. hierna zijn vastgesteld.
Bovendien worden de bijzondere werkgeversbijdragen opgelegd door de Bovendien worden de bijzondere werkgeversbijdragen opgelegd door de
wettelijke bepalingen en door de uitvoeringsbesluiten ten laste wettelijke bepalingen en door de uitvoeringsbesluiten ten laste
genomen door het "Fonds voor bestaanszekerheid voor de vlasbereiding". genomen door het "Fonds voor bestaanszekerheid voor de vlasbereiding".
Genoemde modaliteiten van betaling zijn eveneens van toepassing in Genoemde modaliteiten van betaling zijn eveneens van toepassing in
geval van toepassing van collectieve arbeidsovereenkomst nr. 107 van geval van toepassing van collectieve arbeidsovereenkomst nr. 107 van
28 maart 2013 betreffende het kliksysteem voor het behoud van de 28 maart 2013 betreffende het kliksysteem voor het behoud van de
aanvullende vergoeding in het kader van bepaalde stelsels van aanvullende vergoeding in het kader van bepaalde stelsels van
werkloosheid met bedrijfstoeslag. werkloosheid met bedrijfstoeslag.
§ 2. In afwijking op § 1 hiervoor, wordt in uitvoering van en § 2. In afwijking op § 1 hiervoor, wordt in uitvoering van en
overeenkomstig de voorwaarden gesteld in artikel 52 van de wet van 26 overeenkomstig de voorwaarden gesteld in artikel 52 van de wet van 26
juni 2002 betreffende de sluiting van ondernemingen, de aanvullende juni 2002 betreffende de sluiting van ondernemingen, de aanvullende
vergoeding aan de werklieden die vanaf 50 jaar in de onderneming vergoeding aan de werklieden die vanaf 50 jaar in de onderneming
werden aangeworven, door het fonds voor sluiting van ondernemingen werden aangeworven, door het fonds voor sluiting van ondernemingen
betaald, vanaf de eerste dag van de maand volgend op deze waarop de betaald, vanaf de eerste dag van de maand volgend op deze waarop de
werkman die gerechtigd is op deze aanvullende vergoeding bij stelsel werkman die gerechtigd is op deze aanvullende vergoeding bij stelsel
werkloosheid met bedrijfstoeslag de leeftijd van 60 jaar heeft werkloosheid met bedrijfstoeslag de leeftijd van 60 jaar heeft
bereikt. bereikt.

Art. 8.De in artikelen 2 tot en met 5 bedoelde werklieden hebben,

Art. 8.De in artikelen 2 tot en met 5 bedoelde werklieden hebben,

voor zover zij de wettelijke werkloosheidsuitkeringen ontvangen, recht voor zover zij de wettelijke werkloosheidsuitkeringen ontvangen, recht
op de aanvullende vergoeding tot op de datum dat zij de leeftijd op de aanvullende vergoeding tot op de datum dat zij de leeftijd
bereiken waarop zij wettelijk pensioengerechtigd zijn en binnen de bereiken waarop zij wettelijk pensioengerechtigd zijn en binnen de
voorwaarden zoals door deze pensioenreglementering vastgesteld. voorwaarden zoals door deze pensioenreglementering vastgesteld.
In afwijking van de voorgaande alinea, hebben de werknemers ook recht In afwijking van de voorgaande alinea, hebben de werknemers ook recht
op een aanvullende vergoeding van de eerste dag van de kalendermaand op een aanvullende vergoeding van de eerste dag van de kalendermaand
volgend op de maand tijdens welke zij geen werkloosheidsuitkeringen volgend op de maand tijdens welke zij geen werkloosheidsuitkeringen
meer genieten, alleen omdat zij de leeftijdsgrens hebben bereikt die meer genieten, alleen omdat zij de leeftijdsgrens hebben bereikt die
is vastgesteld in artikel 64 van het koninklijk besluit van 25 is vastgesteld in artikel 64 van het koninklijk besluit van 25
november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering, tot de laatste november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering, tot de laatste
dag van de kalendermaand waarin zij 65 jaar worden. dag van de kalendermaand waarin zij 65 jaar worden.
De regeling geldt eveneens voor de werklieden die tijdelijk uit het De regeling geldt eveneens voor de werklieden die tijdelijk uit het
stelsel zouden getreden zijn en die nadien opnieuw van de regeling stelsel zouden getreden zijn en die nadien opnieuw van de regeling
wensen te genieten, voor zover zij opnieuw de wettelijke wensen te genieten, voor zover zij opnieuw de wettelijke
werkloosheidsvergoeding ontvangen. werkloosheidsvergoeding ontvangen.

Art. 9.In afwijking van artikel 8 hebben de in de artikelen 2 tot en

Art. 9.In afwijking van artikel 8 hebben de in de artikelen 2 tot en

met 5 bedoelde werklieden die hun hoofdverblijfplaats hebben in een met 5 bedoelde werklieden die hun hoofdverblijfplaats hebben in een
land van de Europese Economische ruimte, ook recht op een aanvullende land van de Europese Economische ruimte, ook recht op een aanvullende
vergoeding ten laste van het fonds voor zover zij geen vergoeding ten laste van het fonds voor zover zij geen
werkloosheidsuitkeringen kunnen genieten of kunnen blijven genieten in werkloosheidsuitkeringen kunnen genieten of kunnen blijven genieten in
het kader van de regelgeving inzake het stelsel werkloosheid met het kader van de regelgeving inzake het stelsel werkloosheid met
bedrijfstoeslag, alleen omdat zij hun hoofdverblijfplaats niet of niet bedrijfstoeslag, alleen omdat zij hun hoofdverblijfplaats niet of niet
meer in België hebben in de zin van artikel 66 van het koninklijk meer in België hebben in de zin van artikel 66 van het koninklijk
besluit van 25 november 1991 houdende werkloosheidsreglementering en besluit van 25 november 1991 houdende werkloosheidsreglementering en
voor zover zij werkloosheidsuitkeringen genieten krachtens de voor zover zij werkloosheidsuitkeringen genieten krachtens de
wetgeving van hun woonland. wetgeving van hun woonland.
Die aanvullende vergoeding moet berekend worden alsof die werklieden Die aanvullende vergoeding moet berekend worden alsof die werklieden
werkloosheidsuitkeringen genieten op basis van de Belgische wetgeving. werkloosheidsuitkeringen genieten op basis van de Belgische wetgeving.

Art. 10.§ 1. In afwijking van de eerste alinea van artikel 8 en

Art. 10.§ 1. In afwijking van de eerste alinea van artikel 8 en

artikel 9 behouden de werknemers die zijn ontslagen in het kader van artikel 9 behouden de werknemers die zijn ontslagen in het kader van
deze collectieve overeenkomst het recht op de aanvullende vergoeding deze collectieve overeenkomst het recht op de aanvullende vergoeding
ten laste van het fonds, wanneer ze het werk hervatten als ten laste van het fonds, wanneer ze het werk hervatten als
loontrekkende bij een andere werkgever dan de werkgever die hen heeft loontrekkende bij een andere werkgever dan de werkgever die hen heeft
ontslagen en die niet behoort tot dezelfde technische bedrijfseenheid ontslagen en die niet behoort tot dezelfde technische bedrijfseenheid
als de werkgever die hen heeft ontslagen. als de werkgever die hen heeft ontslagen.
§ 2. In afwijking van de eerste alinea van artikel 8 en artikel 9 § 2. In afwijking van de eerste alinea van artikel 8 en artikel 9
behouden de werknemers die zijn ontslagen in het kader van deze behouden de werknemers die zijn ontslagen in het kader van deze
overeenkomst ook het recht op de aanvullende vergoeding ten laste van overeenkomst ook het recht op de aanvullende vergoeding ten laste van
het fonds, ingeval een zelfstandige activiteit in hoofdberoep wordt het fonds, ingeval een zelfstandige activiteit in hoofdberoep wordt
uitgeoefend op voorwaarde dat die activiteit niet wordt uitgeoefend uitgeoefend op voorwaarde dat die activiteit niet wordt uitgeoefend
voor rekening van de werkgever die hen heeft ontslagen of voor voor rekening van de werkgever die hen heeft ontslagen of voor
rekening van een werkgever die behoort tot dezelfde technische rekening van een werkgever die behoort tot dezelfde technische
bedrijfseenheid als de werkgever die hen heeft ontslagen. bedrijfseenheid als de werkgever die hen heeft ontslagen.
§ 3. In de in hierboven § § 1 en 2 bedoelde gevallen hebben de § 3. In de in hierboven § § 1 en 2 bedoelde gevallen hebben de
ontslagen werknemers, wanneer ze het werk hervatten tijdens de door de ontslagen werknemers, wanneer ze het werk hervatten tijdens de door de
opzeggingsvergoeding gedekte periode, op zijn vroegst maar recht op de opzeggingsvergoeding gedekte periode, op zijn vroegst maar recht op de
aanvullende vergoeding vanaf de dag waarop ze recht zouden hebben aanvullende vergoeding vanaf de dag waarop ze recht zouden hebben
gehad op werkloosheidsuitkeringen indien ze het werk niet hadden gehad op werkloosheidsuitkeringen indien ze het werk niet hadden
hervat. hervat.
§ 4. In de in hierboven § § 1 en 2 bedoelde gevallen blijft het recht § 4. In de in hierboven § § 1 en 2 bedoelde gevallen blijft het recht
op de aanvullende vergoeding bestaan tijdens de hele duur van de op de aanvullende vergoeding bestaan tijdens de hele duur van de
tewerkstelling op grond van een arbeidsovereenkomst of tijdens de hele tewerkstelling op grond van een arbeidsovereenkomst of tijdens de hele
duur van de uitoefening van een zelfstandige activiteit in hoofdberoep duur van de uitoefening van een zelfstandige activiteit in hoofdberoep
volgens de regels bepaald in onderhavige collectieve volgens de regels bepaald in onderhavige collectieve
arbeidsovereenkomst en voor heel de periode gedurende welke de arbeidsovereenkomst en voor heel de periode gedurende welke de
werknemers die recht hebben op de aanvullende uitkering geen werknemers die recht hebben op de aanvullende uitkering geen
werkloosheidsuitkeringen als volledig uitkeringsgerechtigde werkloze werkloosheidsuitkeringen als volledig uitkeringsgerechtigde werkloze
meer genieten. meer genieten.
De in hierboven § § 1 en 2 bedoelde werknemers leveren aan het fonds De in hierboven § § 1 en 2 bedoelde werknemers leveren aan het fonds
het bewijs dat zij opnieuw in dienst zijn genomen op grond van een het bewijs dat zij opnieuw in dienst zijn genomen op grond van een
arbeidsovereenkomst of dat zij een zelfstandige activiteit in arbeidsovereenkomst of dat zij een zelfstandige activiteit in
hoofdberoep uitoefenen. hoofdberoep uitoefenen.
IV. Bedrag van de aanvullende vergoeding IV. Bedrag van de aanvullende vergoeding

Art. 11.Het bedrag van de aanvullende vergoeding is gelijk aan de

Art. 11.Het bedrag van de aanvullende vergoeding is gelijk aan de

helft van het verschil tussen het netto-referteloon en de helft van het verschil tussen het netto-referteloon en de
werkloosheidsuitkering. werkloosheidsuitkering.

Art. 12.De aanvullende vergoeding waarvan het brutobedrag lager is

Art. 12.De aanvullende vergoeding waarvan het brutobedrag lager is

dan 99,16 EUR bruto per maand, toegekend in het kader van het stelsel dan 99,16 EUR bruto per maand, toegekend in het kader van het stelsel
werkloosheid met bedrijfstoeslag voor werklieden, wordt verhoogd tot werkloosheid met bedrijfstoeslag voor werklieden, wordt verhoogd tot
99,16 EUR bruto per maand. 99,16 EUR bruto per maand.
Deze verhoging van het bedrag van de aanvullende vergoeding kan Deze verhoging van het bedrag van de aanvullende vergoeding kan
evenwel niet tot gevolg hebben dat het totaal bruto maandbedrag van evenwel niet tot gevolg hebben dat het totaal bruto maandbedrag van
deze aanvullende vergoeding en de werkloosheidsuitkeringen samen hoger deze aanvullende vergoeding en de werkloosheidsuitkeringen samen hoger
komt te liggen dan de drempel die voor de werknemer zonder gezinslast komt te liggen dan de drempel die voor de werknemer zonder gezinslast
in aanmerking wordt genomen voor de berekening van de in aanmerking wordt genomen voor de berekening van de
werknemersbijdrage van 6,5 pct., ingehouden op het geheel van de werknemersbijdrage van 6,5 pct., ingehouden op het geheel van de
sociale uitkering en de aanvullende vergoeding. sociale uitkering en de aanvullende vergoeding.

Art. 13.Het netto-referteloon is gelijk aan het bruto-maandloon

Art. 13.Het netto-referteloon is gelijk aan het bruto-maandloon

begrensd tot 940,14 EUR en verminderd met de persoonlijke sociale begrensd tot 940,14 EUR en verminderd met de persoonlijke sociale
zekerheidsbijdrage en de fiscale inhouding. zekerheidsbijdrage en de fiscale inhouding.
Voor de berekening van de persoonlijke sociale zekerheidsbijdrage, op Voor de berekening van de persoonlijke sociale zekerheidsbijdrage, op
het loon aan 100 pct., dient rekening gehouden te worden met de het loon aan 100 pct., dient rekening gehouden te worden met de
bepalingen van de wet van 20 december 1999 tot toekenning van een bepalingen van de wet van 20 december 1999 tot toekenning van een
werkbonus onder de vorm van een vermindering van de persoonlijke werkbonus onder de vorm van een vermindering van de persoonlijke
bijdragen van de sociale zekerheid aan werknemers met lage lonen en bijdragen van de sociale zekerheid aan werknemers met lage lonen en
aan sommige werknemers die het slachtoffer waren van een aan sommige werknemers die het slachtoffer waren van een
herstructurering. herstructurering.
De grens van 940,14 EUR is gekoppeld aan het indexcijfer 134,52 (1971 De grens van 940,14 EUR is gekoppeld aan het indexcijfer 134,52 (1971
= 100) en bedraagt 3 780,69 EUR op 1 januari 2013. = 100) en bedraagt 3 780,69 EUR op 1 januari 2013.
Zij is gebonden aan de schommelingen van het indexcijfer der Zij is gebonden aan de schommelingen van het indexcijfer der
consumptieprijzen, overeenkomstig de bepalingen van de wet van 2 consumptieprijzen, overeenkomstig de bepalingen van de wet van 2
augustus 1971 houdende inrichting van een stelsel van koppeling aan augustus 1971 houdende inrichting van een stelsel van koppeling aan
het indexcijfer der consumptieprijzen. het indexcijfer der consumptieprijzen.
Deze grens wordt daarenboven op 1 januari van elk jaar herzien in Deze grens wordt daarenboven op 1 januari van elk jaar herzien in
functie der regelingslonen overeenkomstig de beslissing van de functie der regelingslonen overeenkomstig de beslissing van de
Nationale Arbeidsraad. Nationale Arbeidsraad.
Het netto-referteloon wordt afgerond naar de hogere euro. Het netto-referteloon wordt afgerond naar de hogere euro.

Art. 14.1. Het brutoloon omvat de contractuele premies die

Art. 14.1. Het brutoloon omvat de contractuele premies die

rechtstreeks gebonden zijn aan de door de arbeider(ster) verrichte rechtstreeks gebonden zijn aan de door de arbeider(ster) verrichte
prestaties waarop inhoudingen voor sociale zekerheid worden gedaan en prestaties waarop inhoudingen voor sociale zekerheid worden gedaan en
waarvan de periodiciteit van betaling geen maand overschrijdt. waarvan de periodiciteit van betaling geen maand overschrijdt.
Het omvat ook de voordelen in natura die aan inhoudingen voor sociale Het omvat ook de voordelen in natura die aan inhoudingen voor sociale
zekerheid onderworpen zijn. zekerheid onderworpen zijn.
Daarentegen worden de premies of vergoedingen, die als tegenwaarde van Daarentegen worden de premies of vergoedingen, die als tegenwaarde van
werkelijke kosten worden verleend, niet in aanmerking genomen. werkelijke kosten worden verleend, niet in aanmerking genomen.
2. Voor de per maand betaalde arbeider(ster) wordt als brutoloon 2. Voor de per maand betaalde arbeider(ster) wordt als brutoloon
beschouwd het loon dat hij (zij) gedurende de in navolgende punt 7 beschouwd het loon dat hij (zij) gedurende de in navolgende punt 7
bepaalde refertemaand heeft verdiend. bepaalde refertemaand heeft verdiend.
3. Voor de arbeider(ster) die niet per maand wordt betaald, wordt het 3. Voor de arbeider(ster) die niet per maand wordt betaald, wordt het
brutoloon berekend op grond van het normale uurloon. brutoloon berekend op grond van het normale uurloon.
Het normale uurloon wordt bekomen door het loon voor de normale Het normale uurloon wordt bekomen door het loon voor de normale
prestaties van de refertemaand te delen door het aantal tijdens die prestaties van de refertemaand te delen door het aantal tijdens die
periode gewerkte normale uren. Het aldus bekomen resultaat wordt periode gewerkte normale uren. Het aldus bekomen resultaat wordt
vermenigvuldigd met het aantal arbeidsuren, bepaald bij de wekelijkse vermenigvuldigd met het aantal arbeidsuren, bepaald bij de wekelijkse
arbeidstijdregeling van de werknemer; dat product, vermenigvuldigd met arbeidstijdregeling van de werknemer; dat product, vermenigvuldigd met
52 en gedeeld door 12, stemt overeen met het maandloon. 52 en gedeeld door 12, stemt overeen met het maandloon.
4. Het brutoloon van een arbeider(ster) die gedurende de ganse 4. Het brutoloon van een arbeider(ster) die gedurende de ganse
refertemaand niet heeft gewerkt, wordt berekend alsof hij (zij) refertemaand niet heeft gewerkt, wordt berekend alsof hij (zij)
aanwezig was geweest op alle arbeidsdagen die in de beschouwde maand aanwezig was geweest op alle arbeidsdagen die in de beschouwde maand
vallen. vallen.
Indien een arbeider(ster), krachtens de bepalingen van zijn (haar) Indien een arbeider(ster), krachtens de bepalingen van zijn (haar)
arbeidsovereenkomst, slechts gedurende een gedeelte van de arbeidsovereenkomst, slechts gedurende een gedeelte van de
refertemaand moet werken en hij (zij) al die tijd niet heeft gewerkt, refertemaand moet werken en hij (zij) al die tijd niet heeft gewerkt,
wordt zijn (haar) brutoloon berekend op grond van het aantal wordt zijn (haar) brutoloon berekend op grond van het aantal
arbeidsdagen, dat in de arbeidsovereenkomst is vastgesteld. arbeidsdagen, dat in de arbeidsovereenkomst is vastgesteld.
5. Het brutoloon van een arbeider(ster) die gedurende de refertemaand 5. Het brutoloon van een arbeider(ster) die gedurende de refertemaand
in een stelsel van tijdskrediet of loopbaanonderbreking was opgenomen in een stelsel van tijdskrediet of loopbaanonderbreking was opgenomen
wordt berekend conform zijn (haar) initieel contractueel uurrooster wordt berekend conform zijn (haar) initieel contractueel uurrooster
vóór de aanvang van de loopbaanonderbreking of tijdskrediet. vóór de aanvang van de loopbaanonderbreking of tijdskrediet.
Het brutoloon van een arbeider(ster) die gedurende de refertemaand in Het brutoloon van een arbeider(ster) die gedurende de refertemaand in
een stelsel van halftijds brugpensioen was opgenomen wordt berekend een stelsel van halftijds brugpensioen was opgenomen wordt berekend
conform zijn (haar) initieel contractueel uurrooster vóór de aanvang conform zijn (haar) initieel contractueel uurrooster vóór de aanvang
van het halftijds brugpensioen. van het halftijds brugpensioen.
6. Het door de arbeider(ster) verdiende brutoloon, ongeacht of het per 6. Het door de arbeider(ster) verdiende brutoloon, ongeacht of het per
maand of anders wordt betaald, wordt vermeerderd met een twaalfde van maand of anders wordt betaald, wordt vermeerderd met een twaalfde van
het totaal der contractuele premies en van de veranderlijke het totaal der contractuele premies en van de veranderlijke
bezoldiging waarvan de periodiciteit van betaling geen maand bezoldiging waarvan de periodiciteit van betaling geen maand
overschrijdt en door de arbeider(ster) in de loop van de twaalf overschrijdt en door de arbeider(ster) in de loop van de twaalf
maanden die aan het ontslag voorafgaan afzonderlijk werden ontvangen. maanden die aan het ontslag voorafgaan afzonderlijk werden ontvangen.
7. Naar aanleiding van het bij artikel 18 voorzien overleg, zal in 7. Naar aanleiding van het bij artikel 18 voorzien overleg, zal in
gemeen akkoord worden beslist met welke refertemaand rekening moet gemeen akkoord worden beslist met welke refertemaand rekening moet
worden gehouden. worden gehouden.
Indien geen refertemaand is vastgesteld, wordt de kalendermaand, die Indien geen refertemaand is vastgesteld, wordt de kalendermaand, die
de datum van het ontslag voorafgaat, in aanmerking genomen. de datum van het ontslag voorafgaat, in aanmerking genomen.
V. Aanpassing van het bedrag van de aanvullende vergoeding V. Aanpassing van het bedrag van de aanvullende vergoeding

Art. 15.Het bedrag van de uitgekeerde aanvullende vergoedingen wordt

Art. 15.Het bedrag van de uitgekeerde aanvullende vergoedingen wordt

gebonden aan de schommeling van het indexcijfer der consumptieprijzen, gebonden aan de schommeling van het indexcijfer der consumptieprijzen,
volgens de modaliteiten die van toepassing zijn inzake volgens de modaliteiten die van toepassing zijn inzake
werkloosheidsuitkeringen, overeenkomstig de bepalingen van de wet van werkloosheidsuitkeringen, overeenkomstig de bepalingen van de wet van
2 augustus 1971. 2 augustus 1971.
Het bedrag van deze vergoedingen wordt daarenboven elk jaar op 1 Het bedrag van deze vergoedingen wordt daarenboven elk jaar op 1
januari herzien in functie van de ontwikkeling van de regelingslonen januari herzien in functie van de ontwikkeling van de regelingslonen
overeenkomstig hetgeen dienaangaande wordt beslist in de Nationale overeenkomstig hetgeen dienaangaande wordt beslist in de Nationale
Arbeidsraad. Arbeidsraad.
Voor de werklieden die in de loop van het jaar tot de regeling Voor de werklieden die in de loop van het jaar tot de regeling
toetreden, wordt de aanpassing op grond van het verloop van de toetreden, wordt de aanpassing op grond van het verloop van de
regelingslonen verricht, rekening houdend met het ogenblik van het regelingslonen verricht, rekening houdend met het ogenblik van het
jaar waarop zij in het stelsel treden; elk kwartaal wordt in jaar waarop zij in het stelsel treden; elk kwartaal wordt in
aanmerking genomen voor de berekening van de aanpassing. aanmerking genomen voor de berekening van de aanpassing.
VI. Tijdstip van betaling van de aanvullende vergoeding VI. Tijdstip van betaling van de aanvullende vergoeding

Art. 16.De betaling van de aanvullende vergoeding moet om de

Art. 16.De betaling van de aanvullende vergoeding moet om de

kalendermaand gebeuren. kalendermaand gebeuren.
VII. Cumulatie van de aanvullende vergoeding met andere voordelen VII. Cumulatie van de aanvullende vergoeding met andere voordelen

Art. 17.De aanvullende vergoeding mag niet worden gecumuleerd met

Art. 17.De aanvullende vergoeding mag niet worden gecumuleerd met

andere wegens afdanking verleende speciale vergoedingen of toeslagen, andere wegens afdanking verleende speciale vergoedingen of toeslagen,
die worden toegekend krachtens wettelijke of reglementaire bepalingen. die worden toegekend krachtens wettelijke of reglementaire bepalingen.
De arbeider(ster), bedoeld in de artikelen 2 tot en met 5, zal dus De arbeider(ster), bedoeld in de artikelen 2 tot en met 5, zal dus
eerst de uit die bepalingen voortvloeiende rechten moeten uitputten, eerst de uit die bepalingen voortvloeiende rechten moeten uitputten,
alvorens aanspraak te kunnen maken op de in artikel 2 voorziene alvorens aanspraak te kunnen maken op de in artikel 2 voorziene
aanvullende vergoeding. aanvullende vergoeding.
VIII. Overlegprocedure VIII. Overlegprocedure

Art. 18.Vooraleer een of meerdere werklieden, bedoeld bij artikelen 2

Art. 18.Vooraleer een of meerdere werklieden, bedoeld bij artikelen 2

tot en met 5, te ontslaan, pleegt de werkgever overleg met de tot en met 5, te ontslaan, pleegt de werkgever overleg met de
vertegenwoordigers van het personeel in de ondernemingsraad of, bij vertegenwoordigers van het personeel in de ondernemingsraad of, bij
ontstentenis daarvan, met de syndicale afvaardiging. ontstentenis daarvan, met de syndicale afvaardiging.
Onverminderd de bepalingen van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. Onverminderd de bepalingen van de collectieve arbeidsovereenkomst nr.
9 van 9 maart 1972, inzonderheid van artikel 12, heeft deze 9 van 9 maart 1972, inzonderheid van artikel 12, heeft deze
beraadslaging tot doel in gemeen overleg te beslissen of, afgezien van beraadslaging tot doel in gemeen overleg te beslissen of, afgezien van
de in de onderneming van kracht zijnde afdankingscriteria, werklieden de in de onderneming van kracht zijnde afdankingscriteria, werklieden
die aan het in artikel 3, § 1 bepaalde leeftijdscriterium voldoen, bij die aan het in artikel 3, § 1 bepaalde leeftijdscriterium voldoen, bij
voorrang kunnen worden ontslagen en derhalve het voordeel van de voorrang kunnen worden ontslagen en derhalve het voordeel van de
aanvullende regeling kunnen genieten. aanvullende regeling kunnen genieten.
Bij ontstentenis van ondernemingsraad of van syndicale afvaardiging, Bij ontstentenis van ondernemingsraad of van syndicale afvaardiging,
heeft dit overleg plaats met de vertegenwoordigers van de heeft dit overleg plaats met de vertegenwoordigers van de
representatieve werknemersorganisaties of, bij ontstentenis, met de representatieve werknemersorganisaties of, bij ontstentenis, met de
werklieden van de onderneming. werklieden van de onderneming.
Vooraleer een beslissing tot ontslag te nemen, nodigt de werkgever Vooraleer een beslissing tot ontslag te nemen, nodigt de werkgever
daarenboven de betrokken arbeider(ster) bij aangetekende brief uit tot daarenboven de betrokken arbeider(ster) bij aangetekende brief uit tot
een onderhoud tijdens de werkuren op de zetel van de onderneming. een onderhoud tijdens de werkuren op de zetel van de onderneming.
Dit onderhoud heeft tot doel aan de arbeider(ster) de gelegenheid te Dit onderhoud heeft tot doel aan de arbeider(ster) de gelegenheid te
geven zijn (haar) bezwaren tegen het door de werkgever voorgenomen geven zijn (haar) bezwaren tegen het door de werkgever voorgenomen
ontslag kenbaar te maken. ontslag kenbaar te maken.
Overeenkomstig de collectieve arbeidsovereenkomst van 3 mei 1972 Overeenkomstig de collectieve arbeidsovereenkomst van 3 mei 1972
inzonderheid artikel 7, kan de arbeider(ster) zich bij dit onderhoud inzonderheid artikel 7, kan de arbeider(ster) zich bij dit onderhoud
laten bijstaan door de syndicale afgevaardigde. laten bijstaan door de syndicale afgevaardigde.
De opzegging kan ten vroegste geschieden de tweede werkdag na de dag De opzegging kan ten vroegste geschieden de tweede werkdag na de dag
waarop dit onderhoud plaats had of waarop dit onderhoud voorzien was. waarop dit onderhoud plaats had of waarop dit onderhoud voorzien was.
De ontslagen werklieden hebben de mogelijkheid de aanvullende regeling De ontslagen werklieden hebben de mogelijkheid de aanvullende regeling
te aanvaarden of deze te weigeren en derhalve deel uit te maken van de te aanvaarden of deze te weigeren en derhalve deel uit te maken van de
arbeidsreserve. arbeidsreserve.
IX. Betaling aanvullende vergoeding IX. Betaling aanvullende vergoeding

Art. 19.De betaling van de aanvullende vergoeding bedoeld in artikel

Art. 19.De betaling van de aanvullende vergoeding bedoeld in artikel

2, § 1 valt ten laste van het "Fonds voor bestaanszekerheid voor de 2, § 1 valt ten laste van het "Fonds voor bestaanszekerheid voor de
vlasbereiding". vlasbereiding".
Te dien einde zijn de werkgevers en werknemers verplicht gebruik te Te dien einde zijn de werkgevers en werknemers verplicht gebruik te
maken van het gepast formulier dat kan bekomen worden op de zetel van maken van het gepast formulier dat kan bekomen worden op de zetel van
voormeld fonds, Poortakkerstraat 100, 9051 Gent (S.D.W.). voormeld fonds, Poortakkerstraat 100, 9051 Gent (S.D.W.).
X. Eindbepalingen X. Eindbepalingen

Art. 20.De administratieve formaliteiten nodig voor de uitvoering van

Art. 20.De administratieve formaliteiten nodig voor de uitvoering van

onderhavige overeenkomst worden door de raad van beheer van het "Fonds onderhavige overeenkomst worden door de raad van beheer van het "Fonds
voor bestaanszekerheid voor de vlasbereiding" vastgesteld. voor bestaanszekerheid voor de vlasbereiding" vastgesteld.
De administratieve richtlijnen bepaald door de raad van beheer van het De administratieve richtlijnen bepaald door de raad van beheer van het
fonds moeten door de werkgever worden nageleefd. fonds moeten door de werkgever worden nageleefd.

Art. 21.De algemene interpretatiemoeilijkheden van onderhavige

Art. 21.De algemene interpretatiemoeilijkheden van onderhavige

collectieve arbeidsovereenkomst worden door de raad van beheer van het collectieve arbeidsovereenkomst worden door de raad van beheer van het
"Fonds voor bestaanszekerheid voor de vlasbereiding" beslecht in de "Fonds voor bestaanszekerheid voor de vlasbereiding" beslecht in de
geest van en refererend naar de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 17 geest van en refererend naar de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 17
van de Nationale Arbeidsraad. van de Nationale Arbeidsraad.

Art. 22.De ondertekenende partijen vragen dat deze collectieve

Art. 22.De ondertekenende partijen vragen dat deze collectieve

arbeidsovereenkomst algemeen verbindend zou verklaard worden per arbeidsovereenkomst algemeen verbindend zou verklaard worden per
koninklijk besluit. koninklijk besluit.

Art. 23.Onderhavige overeenkomst is van toepassing vanaf 1 januari

Art. 23.Onderhavige overeenkomst is van toepassing vanaf 1 januari

2014 tot en met 31 december 2014. 2014 tot en met 31 december 2014.
In afwijking hiervan zijn de artikelen 5 en 7, § 1, 3de alinea van In afwijking hiervan zijn de artikelen 5 en 7, § 1, 3de alinea van
toepassing voor onbepaalde duur. toepassing voor onbepaalde duur.
Elk van de contracterende partijen kan de artikelen 5 en 7, § 1, 3de Elk van de contracterende partijen kan de artikelen 5 en 7, § 1, 3de
alinea opzeggen mits een opzegtermijn van 6 maanden, per ter post alinea opzeggen mits een opzegtermijn van 6 maanden, per ter post
aangetekend schrijven gericht aan de voorzitter van het Paritair aangetekend schrijven gericht aan de voorzitter van het Paritair
Subcomité voor de vlasbereiding. Subcomité voor de vlasbereiding.
Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 4 september Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 4 september
2014. 2014.
De Minister van Werk, De Minister van Werk,
Mevr. M. DE CONINCK Mevr. M. DE CONINCK
^