Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 18 juni 2009, gesloten in het Paritair Subcomité voor de edele metalen, betreffende het brugpensioen vanaf 56 jaar | Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 18 juni 2009, gesloten in het Paritair Subcomité voor de edele metalen, betreffende het brugpensioen vanaf 56 jaar |
---|---|
FEDERALE OVERHEIDSDIENST WERKGELEGENHEID, ARBEID EN SOCIAAL OVERLEG | FEDERALE OVERHEIDSDIENST WERKGELEGENHEID, ARBEID EN SOCIAAL OVERLEG |
4 MAART 2010. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt | 4 MAART 2010. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt |
verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 18 juni 2009, | verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 18 juni 2009, |
gesloten in het Paritair Subcomité voor de edele metalen, betreffende | gesloten in het Paritair Subcomité voor de edele metalen, betreffende |
het brugpensioen vanaf 56 jaar (1) | het brugpensioen vanaf 56 jaar (1) |
ALBERT II, Koning der Belgen, | ALBERT II, Koning der Belgen, |
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. | Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. |
Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve | Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve |
arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel | arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel |
28; | 28; |
Gelet op het verzoek van het Paritair Subcomité voor de edele metalen; | Gelet op het verzoek van het Paritair Subcomité voor de edele metalen; |
Op de voordracht van de Minister van Werk, | Op de voordracht van de Minister van Werk, |
Hebben Wij besloten en besluiten Wij : | Hebben Wij besloten en besluiten Wij : |
Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage |
Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage |
overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 18 juni 2009, gesloten | overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 18 juni 2009, gesloten |
in het Paritair Subcomité voor de edele metalen, betreffende het | in het Paritair Subcomité voor de edele metalen, betreffende het |
brugpensioen vanaf 56 jaar. | brugpensioen vanaf 56 jaar. |
Art. 2.De Minister bevoegd voor Werk is belast met de uitvoering van |
Art. 2.De Minister bevoegd voor Werk is belast met de uitvoering van |
dit besluit. | dit besluit. |
Gegeven te Brussel, 4 maart 2010. | Gegeven te Brussel, 4 maart 2010. |
ALBERT | ALBERT |
Van Koningswege : | Van Koningswege : |
De Vice-Eerste Minister | De Vice-Eerste Minister |
en Minister van Werk en Gelijke Kansen, belast met het Migratie- en | en Minister van Werk en Gelijke Kansen, belast met het Migratie- en |
asielbeleid, | asielbeleid, |
Mevr. J. MILQUET | Mevr. J. MILQUET |
_______ | _______ |
Nota | Nota |
(1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad : | (1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad : |
Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969. | Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969. |
Bijlage | Bijlage |
Paritair Subcomité voor de edele metalen | Paritair Subcomité voor de edele metalen |
Collectieve arbeidsovereenkomst van 18 juni 2009 | Collectieve arbeidsovereenkomst van 18 juni 2009 |
Brugpensioen vanaf 56 jaar | Brugpensioen vanaf 56 jaar |
(Overeenkomst geregistreerd op 14 september 2009 onder het nummer | (Overeenkomst geregistreerd op 14 september 2009 onder het nummer |
94258/CO/149.03) | 94258/CO/149.03) |
HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied | HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied |
Artikel 1.Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op |
Artikel 1.Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op |
de werkgevers, de arbeiders en arbeidsters van de ondernemingen die | de werkgevers, de arbeiders en arbeidsters van de ondernemingen die |
ressorteren onder het Paritair Subcomité voor de edele metalen. | ressorteren onder het Paritair Subcomité voor de edele metalen. |
Voor de toepassing van deze collectieve arbeidsovereenkomst wordt | Voor de toepassing van deze collectieve arbeidsovereenkomst wordt |
onder "arbeiders" verstaan : de mannelijke en vrouwelijke werklieden. | onder "arbeiders" verstaan : de mannelijke en vrouwelijke werklieden. |
HOOFDSTUK II. - Algemene beschikkingen | HOOFDSTUK II. - Algemene beschikkingen |
Art. 2.Deze collectieve arbeidsovereenkomst wordt gesloten |
Art. 2.Deze collectieve arbeidsovereenkomst wordt gesloten |
overeenkomstig en in uitvoering van : | overeenkomstig en in uitvoering van : |
- de bepalingen opgenomen in de collectieve arbeidsovereenkomst nummer | - de bepalingen opgenomen in de collectieve arbeidsovereenkomst nummer |
96 van 20 februari 2009, gesloten in de Nationale Arbeidsraad en tot | 96 van 20 februari 2009, gesloten in de Nationale Arbeidsraad en tot |
invoering van een regeling van aanvullende vergoeding voor sommige | invoering van een regeling van aanvullende vergoeding voor sommige |
oudere werknemers die worden ontslagen, ter uitvoering van het | oudere werknemers die worden ontslagen, ter uitvoering van het |
interprofessioneel akkoord van 22 december 2008; | interprofessioneel akkoord van 22 december 2008; |
- de bepalingen opgenomen in het advies nummer 1 627 van 20 december | - de bepalingen opgenomen in het advies nummer 1 627 van 20 december |
2007 gesloten in de Nationale Arbeidsraad; | 2007 gesloten in de Nationale Arbeidsraad; |
- hoofdstuk III van de wet betreffende de uitvoering van het | - hoofdstuk III van de wet betreffende de uitvoering van het |
interprofessioneel akkoord 2007-2008 van 21 december 2007 (Belgisch | interprofessioneel akkoord 2007-2008 van 21 december 2007 (Belgisch |
Staatsblad van 31 december 2007). | Staatsblad van 31 december 2007). |
HOOFDSTUK III. - Rechthebbenden op de aanvullende vergoeding | HOOFDSTUK III. - Rechthebbenden op de aanvullende vergoeding |
Art. 3.Deze brugpensioenregeling geldt voor arbeiders die worden |
Art. 3.Deze brugpensioenregeling geldt voor arbeiders die worden |
ontslagen, en die 56 jaar of ouder zijn gedurende de periode van 1 | ontslagen, en die 56 jaar of ouder zijn gedurende de periode van 1 |
januari 2010 tot 31 december 2010 en die op het ogenblik van de | januari 2010 tot 31 december 2010 en die op het ogenblik van de |
beëindiging van de arbeidsovereenkomst een beroepsverleden van | beëindiging van de arbeidsovereenkomst een beroepsverleden van |
tenminste 40 jaar als loontrekkende kunnen laten gelden. | tenminste 40 jaar als loontrekkende kunnen laten gelden. |
Bovendien moeten deze arbeiders het bewijs leveren dat vóór de | Bovendien moeten deze arbeiders het bewijs leveren dat vóór de |
leeftijd van 17 jaar tenminste 78 dagen arbeidsprestaties zijn | leeftijd van 17 jaar tenminste 78 dagen arbeidsprestaties zijn |
geleverd waarvoor sociale zekerheidsbijdragen zijn betaald of | geleverd waarvoor sociale zekerheidsbijdragen zijn betaald of |
tenminste 78 dagen arbeidsprestaties zijn geleverd in het kader van | tenminste 78 dagen arbeidsprestaties zijn geleverd in het kader van |
leerlingenwezen welke zich situeren vóór 1 september 1983. | leerlingenwezen welke zich situeren vóór 1 september 1983. |
HOOFDSTUK IV. - Toepassingsregels | HOOFDSTUK IV. - Toepassingsregels |
Art. 4.Voor de bepalingen die niet zijn geregeld via deze collectieve |
Art. 4.Voor de bepalingen die niet zijn geregeld via deze collectieve |
arbeidsovereenkomst, zijn de bepalingen van collectieve | arbeidsovereenkomst, zijn de bepalingen van collectieve |
arbeidsovereenkomst nummer 17 van 19 december 1974 tot invoering van | arbeidsovereenkomst nummer 17 van 19 december 1974 tot invoering van |
een regeling van aanvullende vergoeding ten gunste van sommige | een regeling van aanvullende vergoeding ten gunste van sommige |
bejaarde werknemers indien zij worden ontslagen, van toepassing. | bejaarde werknemers indien zij worden ontslagen, van toepassing. |
HOOFDSTUK V. - Betaling van de aanvullende vergoeding | HOOFDSTUK V. - Betaling van de aanvullende vergoeding |
Art. 5.De betaalplicht van de aanvullende vergoeding van de werkgever |
Art. 5.De betaalplicht van de aanvullende vergoeding van de werkgever |
wordt vanaf 57 jaar overgedragen aan het "Fonds voor bestaanszekerheid | wordt vanaf 57 jaar overgedragen aan het "Fonds voor bestaanszekerheid |
voor de sector van de edele metalen". | voor de sector van de edele metalen". |
Het "Fonds voor bestaanszekerheid voor de sector van de edele metalen" | Het "Fonds voor bestaanszekerheid voor de sector van de edele metalen" |
zal hiertoe de nodige modaliteiten uitwerken. | zal hiertoe de nodige modaliteiten uitwerken. |
HOOFDSTUK VI. - Geldigheid | HOOFDSTUK VI. - Geldigheid |
Art. 6.Deze collectieve arbeidsovereenkomst treedt in werking op 1 |
Art. 6.Deze collectieve arbeidsovereenkomst treedt in werking op 1 |
januari 2010 en treedt buiten werking op 31 december 2010. | januari 2010 en treedt buiten werking op 31 december 2010. |
Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 4 maart | Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 4 maart |
2010. | 2010. |
De Vice-Eerste Minister | De Vice-Eerste Minister |
en Minister van Werk en Gelijke Kansen, belast met het Migratie- en | en Minister van Werk en Gelijke Kansen, belast met het Migratie- en |
asielbeleid, | asielbeleid, |
Mevr. J. MILQUET | Mevr. J. MILQUET |