← Terug naar "Ministerieel besluit tot uitvoering van artikelen 30 en 32 van het koninklijk besluit van 14 april 2020 tot toekenning van een staatswaarborg voor bepaalde kredieten in de strijd tegen de gevolgen van het coronavirus "
Ministerieel besluit tot uitvoering van artikelen 30 en 32 van het koninklijk besluit van 14 april 2020 tot toekenning van een staatswaarborg voor bepaalde kredieten in de strijd tegen de gevolgen van het coronavirus | Ministerieel besluit tot uitvoering van artikelen 30 en 32 van het koninklijk besluit van 14 april 2020 tot toekenning van een staatswaarborg voor bepaalde kredieten in de strijd tegen de gevolgen van het coronavirus |
---|---|
FEDERALE OVERHEIDSDIENST FINANCIEN | FEDERALE OVERHEIDSDIENST FINANCIEN |
18 MAART 2021. - Ministerieel besluit tot uitvoering van artikelen 30 | 18 MAART 2021. - Ministerieel besluit tot uitvoering van artikelen 30 |
en 32 van het koninklijk besluit van 14 april 2020 tot toekenning van | en 32 van het koninklijk besluit van 14 april 2020 tot toekenning van |
een staatswaarborg voor bepaalde kredieten in de strijd tegen de | een staatswaarborg voor bepaalde kredieten in de strijd tegen de |
gevolgen van het coronavirus | gevolgen van het coronavirus |
De Minister van Financiën, | De Minister van Financiën, |
Gelet op de wet van 27 maart 2020 tot machtiging van de Koning om een | Gelet op de wet van 27 maart 2020 tot machtiging van de Koning om een |
staatswaarborg te verstrekken voor bepaalde kredieten in de strijd | staatswaarborg te verstrekken voor bepaalde kredieten in de strijd |
tegen de gevolgen van het coronavirus en tot wijziging van de wet van | tegen de gevolgen van het coronavirus en tot wijziging van de wet van |
25 april 2014 op het statuut en toezicht op kredietinstellingen en | 25 april 2014 op het statuut en toezicht op kredietinstellingen en |
beursvennootschappen, artikel 2, § 1, eerste lid; | beursvennootschappen, artikel 2, § 1, eerste lid; |
Gelet op het koninklijk besluit van 14 april 2020 tot toekenning van | Gelet op het koninklijk besluit van 14 april 2020 tot toekenning van |
een staatswaarborg voor bepaalde kredieten in de strijd tegen de | een staatswaarborg voor bepaalde kredieten in de strijd tegen de |
gevolgen van het coronavirus, de artikelen 30 en 32; | gevolgen van het coronavirus, de artikelen 30 en 32; |
Gelet op het advies van de inspecteur van Financiën, gegeven op 22 | Gelet op het advies van de inspecteur van Financiën, gegeven op 22 |
december 2020; | december 2020; |
Gelet op advies 68.698/2 van de Raad van State, gegeven op 15 februari | Gelet op advies 68.698/2 van de Raad van State, gegeven op 15 februari |
2021, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de | 2021, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de |
wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; | wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; |
Besluit : | Besluit : |
Artikel 1.De Administrateur-generaal van de Algemene Administratie |
Artikel 1.De Administrateur-generaal van de Algemene Administratie |
van de Thesaurie van de Federale Overheidsdienst Financiën, of zijn | van de Thesaurie van de Federale Overheidsdienst Financiën, of zijn |
gemachtigde, bepaalt de door de kredietgever verschuldigde afrekening | gemachtigde, bepaalt de door de kredietgever verschuldigde afrekening |
voor de vergoedingen bedoeld in artikel 30 van het koninklijk besluit | voor de vergoedingen bedoeld in artikel 30 van het koninklijk besluit |
van 14 april 2020 tot toekenning van een staatswaarborg voor bepaalde | van 14 april 2020 tot toekenning van een staatswaarborg voor bepaalde |
kredieten in de strijd tegen de gevolgen van het coronavirus. | kredieten in de strijd tegen de gevolgen van het coronavirus. |
Het komt overeen met de som van de vergoedingen van elk krediet voor | Het komt overeen met de som van de vergoedingen van elk krediet voor |
de volledige gewaarborgde portefeuille die tot 31 december 2020 is | de volledige gewaarborgde portefeuille die tot 31 december 2020 is |
samengesteld. Deze vergoedingen worden berekend in overeenstemming met | samengesteld. Deze vergoedingen worden berekend in overeenstemming met |
artikelen 27 en 28 van het koninklijk besluit van 14 april 2020. | artikelen 27 en 28 van het koninklijk besluit van 14 april 2020. |
De afrekening voor de vergoedingen wordt uiterlijk op 31 mei 2021 aan | De afrekening voor de vergoedingen wordt uiterlijk op 31 mei 2021 aan |
de kredietgever meegedeeld. De mededeling vermeldt het nummer van de | de kredietgever meegedeeld. De mededeling vermeldt het nummer van de |
bankrekening waarop het verschuldigde bedrag moet worden gestort, de | bankrekening waarop het verschuldigde bedrag moet worden gestort, de |
uiterste datum van betaling en de communicatie die bij de | uiterste datum van betaling en de communicatie die bij de |
bankoverschrijving moet worden gevoegd. | bankoverschrijving moet worden gevoegd. |
Art. 2.De in artikel 32 van het koninklijk besluit van 14 april 2020 |
Art. 2.De in artikel 32 van het koninklijk besluit van 14 april 2020 |
bedoelde maandelijkse aangiftes worden opgesteld op basis van het | bedoelde maandelijkse aangiftes worden opgesteld op basis van het |
rapporteringsmechanisme dat door de Nationale Bank krachtens artikel | rapporteringsmechanisme dat door de Nationale Bank krachtens artikel |
41 van hetzelfde koninklijk besluit is ingesteld. | 41 van hetzelfde koninklijk besluit is ingesteld. |
Deze maandelijkse aangiftes worden gebruikt voor de berekening van de | Deze maandelijkse aangiftes worden gebruikt voor de berekening van de |
vergoedingen en de afrekening zoals bedoeld in artikel 1. | vergoedingen en de afrekening zoals bedoeld in artikel 1. |
Brussel, 18 maart 2021. | Brussel, 18 maart 2021. |
V. VAN PETEGHEM | V. VAN PETEGHEM |