Ministerieel besluit tot vaststelling voor het jaar 2021 van de begindatum van het examen voor inschrijving in het register van erkende gemachtigden bedoeld in artikel XI.66, § 2, eerste lid, 3°, van het Wetboek van economisch recht en van de begindatum van de bekwaamheidsproef bedoeld in artikel 1, 11°, van het koninklijk besluit van 30 september 2020 betreffende de vertegenwoordiging inzake octrooien | Ministerieel besluit tot vaststelling voor het jaar 2021 van de begindatum van het examen voor inschrijving in het register van erkende gemachtigden bedoeld in artikel XI.66, § 2, eerste lid, 3°, van het Wetboek van economisch recht en van de begindatum van de bekwaamheidsproef bedoeld in artikel 1, 11°, van het koninklijk besluit van 30 september 2020 betreffende de vertegenwoordiging inzake octrooien |
---|---|
FEDERALE OVERHEIDSDIENST ECONOMIE, K.M.O., MIDDENSTAND EN ENERGIE | FEDERALE OVERHEIDSDIENST ECONOMIE, K.M.O., MIDDENSTAND EN ENERGIE |
11 MAART 2021. - Ministerieel besluit tot vaststelling voor het jaar | 11 MAART 2021. - Ministerieel besluit tot vaststelling voor het jaar |
2021 van de begindatum van het examen voor inschrijving in het | 2021 van de begindatum van het examen voor inschrijving in het |
register van erkende gemachtigden bedoeld in artikel XI.66, § 2, | register van erkende gemachtigden bedoeld in artikel XI.66, § 2, |
eerste lid, 3°, van het Wetboek van economisch recht en van de | eerste lid, 3°, van het Wetboek van economisch recht en van de |
begindatum van de bekwaamheidsproef bedoeld in artikel 1, 11°, van het | begindatum van de bekwaamheidsproef bedoeld in artikel 1, 11°, van het |
koninklijk besluit van 30 september 2020 betreffende de | koninklijk besluit van 30 september 2020 betreffende de |
vertegenwoordiging inzake octrooien | vertegenwoordiging inzake octrooien |
De Minister van Economie, | De Minister van Economie, |
Gelet op het Wetboek van economisch recht, artikel XI.75/2, tweede | Gelet op het Wetboek van economisch recht, artikel XI.75/2, tweede |
lid, ingevoegd bij de wet van 19 april 2014 en gewijzigd bij de wet | lid, ingevoegd bij de wet van 19 april 2014 en gewijzigd bij de wet |
van 8 juli 2018; | van 8 juli 2018; |
Gelet op het koninklijk besluit van 30 september 2020 betreffende de | Gelet op het koninklijk besluit van 30 september 2020 betreffende de |
vertegenwoordiging inzake octrooien, artikel 27, § 1, eerste lid, | vertegenwoordiging inzake octrooien, artikel 27, § 1, eerste lid, |
Besluit : | Besluit : |
Artikel 1.Het examen bedoeld in artikel XI.66, § 2, eerste lid, 3°, |
Artikel 1.Het examen bedoeld in artikel XI.66, § 2, eerste lid, 3°, |
van het Wetboek van economisch recht begint op 24 juni 2021 voor het | van het Wetboek van economisch recht begint op 24 juni 2021 voor het |
jaar 2021. | jaar 2021. |
Art. 2.De bekwaamheidsproef bedoeld in artikel 1, 11°, van het |
Art. 2.De bekwaamheidsproef bedoeld in artikel 1, 11°, van het |
koninklijk besluit van 30 september 2020 betreffende de | koninklijk besluit van 30 september 2020 betreffende de |
vertegenwoordiging inzake octrooien, begint op 24 juni 2021 voor het | vertegenwoordiging inzake octrooien, begint op 24 juni 2021 voor het |
jaar 2021. | jaar 2021. |
Art. 3.Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het |
Art. 3.Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het |
Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt. | Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt. |
Brussel, 11 maart 2021. | Brussel, 11 maart 2021. |
P.-Y. DERMAGNE | P.-Y. DERMAGNE |
Programma van het examen bedoeld in artikel XI.66, § 2, 3°, van het | Programma van het examen bedoeld in artikel XI.66, § 2, 3°, van het |
Wetboek van economisch recht en van de bekwaamheidsproef bedoeld in | Wetboek van economisch recht en van de bekwaamheidsproef bedoeld in |
artikel 1, 11°, van het koninklijk besluit van 30 september 2020 | artikel 1, 11°, van het koninklijk besluit van 30 september 2020 |
betreffende de vertegenwoordiging inzake octrooien | betreffende de vertegenwoordiging inzake octrooien |
De gemeenschappelijke vergadering van de Commissie tot erkenning van | De gemeenschappelijke vergadering van de Commissie tot erkenning van |
de gemachtigden inzake uitvindingsoctrooien, | de gemachtigden inzake uitvindingsoctrooien, |
Gelet op het Wetboek van economisch recht, artikel XI.75/2, tweede | Gelet op het Wetboek van economisch recht, artikel XI.75/2, tweede |
lid, ingevoegd bij de wet van 19 april 2014 en gewijzigd bij de wet | lid, ingevoegd bij de wet van 19 april 2014 en gewijzigd bij de wet |
van 8 juli 2018; | van 8 juli 2018; |
Gelet op het koninklijk besluit van 30 september 2020 betreffende de | Gelet op het koninklijk besluit van 30 september 2020 betreffende de |
vertegenwoordiging inzake octrooien, artikel 27, § 1, tweede lid, en | vertegenwoordiging inzake octrooien, artikel 27, § 1, tweede lid, en |
36, | 36, |
Besluit : | Besluit : |
Artikel 1.Het programma van het examen bedoeld in artikel XI.66, § 2, |
Artikel 1.Het programma van het examen bedoeld in artikel XI.66, § 2, |
3°, van het Wetboek van economisch recht en van de bekwaamheidsproef | 3°, van het Wetboek van economisch recht en van de bekwaamheidsproef |
bedoeld in artikel 1, 11°, van het koninklijk besluit van 30 september | bedoeld in artikel 1, 11°, van het koninklijk besluit van 30 september |
2020 wordt voor 2021 als volgt vastgesteld: | 2020 wordt voor 2021 als volgt vastgesteld: |
1°. het internationale en Europese recht zoals het onder meer | 1°. het internationale en Europese recht zoals het onder meer |
voortvloeit uit volgende instrumenten: | voortvloeit uit volgende instrumenten: |
a) het Verdrag tot samenwerking inzake octrooien, opgemaakt te | a) het Verdrag tot samenwerking inzake octrooien, opgemaakt te |
Washington op 19 juni 1970 en goedgekeurd door de wet van 8 juli 1977; | Washington op 19 juni 1970 en goedgekeurd door de wet van 8 juli 1977; |
b) het Verdrag inzake de verlening van Europese octrooien, opgemaakt | b) het Verdrag inzake de verlening van Europese octrooien, opgemaakt |
te München op 5 oktober 1973, goedgekeurd bij de wet van 8 juli 1977, | te München op 5 oktober 1973, goedgekeurd bij de wet van 8 juli 1977, |
zoals gewijzigd door de Akte tot herziening van het Verdrag inzake de | zoals gewijzigd door de Akte tot herziening van het Verdrag inzake de |
verlening van Europese octrooien, tot stand gekomen te München op 29 | verlening van Europese octrooien, tot stand gekomen te München op 29 |
november 2000 en goedgekeurd bij wet van 21 april 2007; | november 2000 en goedgekeurd bij wet van 21 april 2007; |
c) de Overeenkomst inzake de handelsaspecten van de intellectuele | c) de Overeenkomst inzake de handelsaspecten van de intellectuele |
eigendom (TRIP's), opgemaakt te Marrakech op 15 april 1994 | eigendom (TRIP's), opgemaakt te Marrakech op 15 april 1994 |
(Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen L 336/213 van 23 | (Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen L 336/213 van 23 |
december 1994) en goedgekeurd bij de wet van 23 december 1994; | december 1994) en goedgekeurd bij de wet van 23 december 1994; |
d) Verordening (EG) nr 469/2009 van 6 mei 2009 betreffende het | d) Verordening (EG) nr 469/2009 van 6 mei 2009 betreffende het |
aanvullende beschermingscertificaat voor geneesmiddelen; | aanvullende beschermingscertificaat voor geneesmiddelen; |
e) Verordening (EG) nr 1610/96 van 23 juli 1996 betreffende de | e) Verordening (EG) nr 1610/96 van 23 juli 1996 betreffende de |
invoering van een aanvullend beschermingscertificaat voor | invoering van een aanvullend beschermingscertificaat voor |
gewasbeschermingsmiddelen; | gewasbeschermingsmiddelen; |
2°. het Belgische recht inzake uitvindingsoctrooien en aanvullende | 2°. het Belgische recht inzake uitvindingsoctrooien en aanvullende |
beschermingscertificaten zoals het onder meer voortvloeit uit volgende | beschermingscertificaten zoals het onder meer voortvloeit uit volgende |
wetten: | wetten: |
a) de wet van 10 januari 1955 betreffende de bekendmaking en de | a) de wet van 10 januari 1955 betreffende de bekendmaking en de |
toepassing der uitvindingen en fabrieksgeheimen die de verdediging van | toepassing der uitvindingen en fabrieksgeheimen die de verdediging van |
het grondgebied of de veiligheid van de Staat aangaan; | het grondgebied of de veiligheid van de Staat aangaan; |
b) de wet van 8 juli 1977 houdende goedkeuring van volgende | b) de wet van 8 juli 1977 houdende goedkeuring van volgende |
internationale akten: | internationale akten: |
i. Verdrag betreffende de eenmaking van enige beginselen van het | i. Verdrag betreffende de eenmaking van enige beginselen van het |
octrooirecht, opgemaakt te Straatsburg op 27 november 1963; | octrooirecht, opgemaakt te Straatsburg op 27 november 1963; |
ii. Verdrag tot samenwerking inzake octrooien, en | ii. Verdrag tot samenwerking inzake octrooien, en |
Uitvoeringsreglement, opgemaakt te Washington op 19 juni 1970; | Uitvoeringsreglement, opgemaakt te Washington op 19 juni 1970; |
iii. Verdrag betreffende de verlening van Europese octrooien (Europees | iii. Verdrag betreffende de verlening van Europese octrooien (Europees |
Octrooiverdrag), Uitvoeringsreglement en vier Protocollen, opgemaakt | Octrooiverdrag), Uitvoeringsreglement en vier Protocollen, opgemaakt |
te München op 5 oktober 1973; | te München op 5 oktober 1973; |
iv. Verdrag betreffende het Europees octrooi voor de | iv. Verdrag betreffende het Europees octrooi voor de |
Gemeenschappelijke Markt (Gemeenschapsoctrooiverdrag), en | Gemeenschappelijke Markt (Gemeenschapsoctrooiverdrag), en |
Uitvoeringsreglement, opgemaakt te Luxemburg op 15 december 1975; | Uitvoeringsreglement, opgemaakt te Luxemburg op 15 december 1975; |
c) de wet van 28 maart 1984 op de uitvindingsoctrooien (artikelen 40, | c) de wet van 28 maart 1984 op de uitvindingsoctrooien (artikelen 40, |
§ 1, vierde lid, en 70bis); | § 1, vierde lid, en 70bis); |
d) de wet van 21 april 2007 houdende diverse bepalingen betreffende de | d) de wet van 21 april 2007 houdende diverse bepalingen betreffende de |
procedure inzake indiening van Europese octrooiaanvragen en de | procedure inzake indiening van Europese octrooiaanvragen en de |
gevolgen van deze aanvragen en van de Europese octrooien in België; | gevolgen van deze aanvragen en van de Europese octrooien in België; |
e) de wet van 10 april 2014 houdende invoeging van de bepalingen die | e) de wet van 10 april 2014 houdende invoeging van de bepalingen die |
een aangelegenheid regelen als bedoeld in artikel 77 van de Grondwet, | een aangelegenheid regelen als bedoeld in artikel 77 van de Grondwet, |
in boek XI "Intellectuele eigendom" van het Wetboek van economisch | in boek XI "Intellectuele eigendom" van het Wetboek van economisch |
recht, houdende invoeging van een bepaling eigen aan boek XI in boek | recht, houdende invoeging van een bepaling eigen aan boek XI in boek |
XVII van hetzelfde Wetboek, en tot wijziging van het Gerechtelijk | XVII van hetzelfde Wetboek, en tot wijziging van het Gerechtelijk |
Wetboek wat de organisatie van de hoven en rechtbanken betreffende | Wetboek wat de organisatie van de hoven en rechtbanken betreffende |
vorderingen inzake intellectuele eigendomsrechten en inzake | vorderingen inzake intellectuele eigendomsrechten en inzake |
transparantie van het auteursrecht en de naburige rechten betreft; | transparantie van het auteursrecht en de naburige rechten betreft; |
f) de wet van 19 april 2014 houdende de invoeging van boek XI | f) de wet van 19 april 2014 houdende de invoeging van boek XI |
"Intellectuele eigendom" in het Wetboek van economisch recht en | "Intellectuele eigendom" in het Wetboek van economisch recht en |
houdende invoeging van bepalingen eigen aan boek XI in de boeken I, XV | houdende invoeging van bepalingen eigen aan boek XI in de boeken I, XV |
en XVII van hetzelfde Wetboek; | en XVII van hetzelfde Wetboek; |
g) de wet van 29 juni 2016 houdende diverse bepalingen inzake Economie | g) de wet van 29 juni 2016 houdende diverse bepalingen inzake Economie |
(artikelen 21 tot 24, 47 tot 50, 60 tot 62, 85 tot 88, 94 tot 98); | (artikelen 21 tot 24, 47 tot 50, 60 tot 62, 85 tot 88, 94 tot 98); |
h) de wet van 19 december 2017 houdende wijziging van diverse | h) de wet van 19 december 2017 houdende wijziging van diverse |
bepalingen betreffende de uitvindingsoctrooien in verband met de | bepalingen betreffende de uitvindingsoctrooien in verband met de |
implementering van het eenheidsoctrooi en het eengemaakt | implementering van het eenheidsoctrooi en het eengemaakt |
octrooigerecht; | octrooigerecht; |
i) de wet van 8 juli 2018 houdende bepalingen ter bescherming van de | i) de wet van 8 juli 2018 houdende bepalingen ter bescherming van de |
titel van octrooigemachtigde; | titel van octrooigemachtigde; |
j) de wet van 23 maart 2019 houdende instemming met volgende | j) de wet van 23 maart 2019 houdende instemming met volgende |
Internationale akten inzake intellectuele eigendom: | Internationale akten inzake intellectuele eigendom: |
i. het Internationaal Verdrag tot bescherming van kweekproducten van 2 | i. het Internationaal Verdrag tot bescherming van kweekproducten van 2 |
december 1961, zoals herzien te Genève op 10 november 1972, 23 oktober | december 1961, zoals herzien te Genève op 10 november 1972, 23 oktober |
1978 en 19 maart 1991; | 1978 en 19 maart 1991; |
ii. het Verdrag inzake de toepassing van artikel 65 van het Verdrag | ii. het Verdrag inzake de toepassing van artikel 65 van het Verdrag |
inzake de verlening van Europese octrooien, gedaan te Londen op 17 | inzake de verlening van Europese octrooien, gedaan te Londen op 17 |
oktober 2000; | oktober 2000; |
k) de wet van 2 mei 2019 houdende diverse bepalingen inzake economie | k) de wet van 2 mei 2019 houdende diverse bepalingen inzake economie |
(artikelen 15 tot 23 en 116); | (artikelen 15 tot 23 en 116); |
3°. het Belgische recht inzake uitvindingsoctrooien en aanvullende | 3°. het Belgische recht inzake uitvindingsoctrooien en aanvullende |
beschermingscertificaten zoals het onder meer voortvloeit uit volgende | beschermingscertificaten zoals het onder meer voortvloeit uit volgende |
besluiten: | besluiten: |
a) het koninklijk besluit van 27 februari 1981 betreffende het | a) het koninklijk besluit van 27 februari 1981 betreffende het |
indienen van een Europese octrooiaanvraag, het omzetten ervan in een | indienen van een Europese octrooiaanvraag, het omzetten ervan in een |
nationale aanvraag en het registreren van Europese octrooien met | nationale aanvraag en het registreren van Europese octrooien met |
rechtsgevolgen in België; | rechtsgevolgen in België; |
b) het koninklijk besluit van 21 augustus 1981 betreffende het | b) het koninklijk besluit van 21 augustus 1981 betreffende het |
indienen van een internationale octrooiaanvraag in België; | indienen van een internationale octrooiaanvraag in België; |
c) het koninklijk besluit van 2 december 1986 betreffende het | c) het koninklijk besluit van 2 december 1986 betreffende het |
aanvragen, verlenen en in stand houden van uitvindingsoctrooien; | aanvragen, verlenen en in stand houden van uitvindingsoctrooien; |
d) het koninklijk besluit van 18 december 1986 betreffende de taksen | d) het koninklijk besluit van 18 december 1986 betreffende de taksen |
en bijkomende taksen inzake uitvindingsoctrooien en inzake aanvullende | en bijkomende taksen inzake uitvindingsoctrooien en inzake aanvullende |
beschermingscertificaten; | beschermingscertificaten; |
e) het koninklijk besluit van 5 december 2007 betreffende het indienen | e) het koninklijk besluit van 5 december 2007 betreffende het indienen |
van een Europese octrooiaanvraag, het omzetten ervan in een Belgische | van een Europese octrooiaanvraag, het omzetten ervan in een Belgische |
aanvraag en het registreren van Europese octrooien met rechtsgevolgen | aanvraag en het registreren van Europese octrooien met rechtsgevolgen |
in België; | in België; |
f) het koninklijk besluit van 19 april 2014 tot bepaling van de | f) het koninklijk besluit van 19 april 2014 tot bepaling van de |
inwerkingtreding van de wet van 19 april 2014 houdende de invoeging | inwerkingtreding van de wet van 19 april 2014 houdende de invoeging |
van boek XI "Intellectuele eigendom" in het Wetboek van economisch | van boek XI "Intellectuele eigendom" in het Wetboek van economisch |
recht en houdende invoeging van bepalingen eigen aan boek XI in de | recht en houdende invoeging van bepalingen eigen aan boek XI in de |
boeken I, XV en XVII van hetzelfde Wetboek, en van de wet van 10 april | boeken I, XV en XVII van hetzelfde Wetboek, en van de wet van 10 april |
2014 houdende invoeging van de bepalingen die een aangelegenheid | 2014 houdende invoeging van de bepalingen die een aangelegenheid |
regelen als bedoeld in artikel 77 van de Grondwet, in boek XI | regelen als bedoeld in artikel 77 van de Grondwet, in boek XI |
"Intellectuele eigendom" van het Wetboek van economisch recht, | "Intellectuele eigendom" van het Wetboek van economisch recht, |
houdende invoeging van een bepaling eigen aan boek XI in boek XVII van | houdende invoeging van een bepaling eigen aan boek XI in boek XVII van |
hetzelfde Wetboek, en tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek wat | hetzelfde Wetboek, en tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek wat |
de organisatie van de hoven en rechtbanken betreffende vorderingen | de organisatie van de hoven en rechtbanken betreffende vorderingen |
inzake intellectuele eigendomsrechten en inzake transparantie van het | inzake intellectuele eigendomsrechten en inzake transparantie van het |
auteursrecht en de naburige rechten betreft; | auteursrecht en de naburige rechten betreft; |
g) het koninklijk besluit van 31 augustus 2014 betreffende de | g) het koninklijk besluit van 31 augustus 2014 betreffende de |
uitvoering, wat de elektronische handtekening betreft, van artikel | uitvoering, wat de elektronische handtekening betreft, van artikel |
I.14, 11°, van het Wetboek van economisch recht; | I.14, 11°, van het Wetboek van economisch recht; |
h) het koninklijk besluit van 4 september 2014 ter uitvoering van de | h) het koninklijk besluit van 4 september 2014 ter uitvoering van de |
bepalingen betreffende de uitvindingsoctrooien van de wet van 19 april | bepalingen betreffende de uitvindingsoctrooien van de wet van 19 april |
2014 houdende de invoeging van boek XI, "Intellectuele eigendom" in | 2014 houdende de invoeging van boek XI, "Intellectuele eigendom" in |
het Wetboek van economisch recht en houdende invoeging van bepalingen | het Wetboek van economisch recht en houdende invoeging van bepalingen |
eigen aan boek XI in de boeken I, XV en XVII van hetzelfde Wetboek; | eigen aan boek XI in de boeken I, XV en XVII van hetzelfde Wetboek; |
i) het koninklijk besluit van 4 september 2014 ter uitvoering van de | i) het koninklijk besluit van 4 september 2014 ter uitvoering van de |
bepalingen betreffende de aanvullende beschermingscertificaten van de | bepalingen betreffende de aanvullende beschermingscertificaten van de |
wet van 19 april 2014 houdende de invoeging van boek XI, | wet van 19 april 2014 houdende de invoeging van boek XI, |
"Intellectuele eigendom" in het Wetboek van economisch recht en | "Intellectuele eigendom" in het Wetboek van economisch recht en |
houdende invoeging van bepalingen eigen aan boek XI in de boeken I, XV | houdende invoeging van bepalingen eigen aan boek XI in de boeken I, XV |
en XVII van hetzelfde Wetboek; | en XVII van hetzelfde Wetboek; |
j) het koninklijk besluit van 12 mei 2015 ter uitvoering van de | j) het koninklijk besluit van 12 mei 2015 ter uitvoering van de |
artikelen XI.82 tot XI.90 van boek XI van het Wetboek van economisch | artikelen XI.82 tot XI.90 van boek XI van het Wetboek van economisch |
recht, betreffende het indienen van een Europese octrooiaanvraag, het | recht, betreffende het indienen van een Europese octrooiaanvraag, het |
omzetten ervan in een Belgische aanvraag en het registreren van | omzetten ervan in een Belgische aanvraag en het registreren van |
Europese octrooien met rechtsgevolgen in België; | Europese octrooien met rechtsgevolgen in België; |
k) het koninklijk besluit van 9 november 2015 betreffende de taksen en | k) het koninklijk besluit van 9 november 2015 betreffende de taksen en |
toeslagen inzake uitvindingsoctrooien en aanvullende | toeslagen inzake uitvindingsoctrooien en aanvullende |
beschermingscertificaten; | beschermingscertificaten; |
l) het ministerieel besluit van 18 maart 2016 houdende toekenning van | l) het ministerieel besluit van 18 maart 2016 houdende toekenning van |
een speciale delegatie van handtekening voor bepaalde stukken in | een speciale delegatie van handtekening voor bepaalde stukken in |
verband met uitvindingsoctrooien en aanvullende | verband met uitvindingsoctrooien en aanvullende |
beschermingscertificaten voor geneesmiddelen en | beschermingscertificaten voor geneesmiddelen en |
gewasbeschermingsmiddelen; | gewasbeschermingsmiddelen; |
m) het koninklijk besluit van 12 juli 2019 houdende wijziging van | m) het koninklijk besluit van 12 juli 2019 houdende wijziging van |
diverse reglementaire bepalingen betreffende uitvindingsoctrooien en | diverse reglementaire bepalingen betreffende uitvindingsoctrooien en |
aanvullende beschermingscertificaten; | aanvullende beschermingscertificaten; |
n) het koninklijk besluit van 21 september 2020 houdende wijziging van | n) het koninklijk besluit van 21 september 2020 houdende wijziging van |
diverse reglementaire bepalingen betreffende uitvindingsoctrooien en | diverse reglementaire bepalingen betreffende uitvindingsoctrooien en |
aanvullende beschermingscertificaten; | aanvullende beschermingscertificaten; |
o) het koninklijk besluit van 21 september 2020 betreffende het | o) het koninklijk besluit van 21 september 2020 betreffende het |
verstrekken, door de Dienst voor de Intellectuele Eigendom, van | verstrekken, door de Dienst voor de Intellectuele Eigendom, van |
documenten en informatie inzake industriële eigendom; | documenten en informatie inzake industriële eigendom; |
p) het koninklijk besluit van 30 september 2020 betreffende de | p) het koninklijk besluit van 30 september 2020 betreffende de |
vertegenwoordiging inzake octrooien; | vertegenwoordiging inzake octrooien; |
q) het koninklijk besluit van 30 september 2020 houdende het | q) het koninklijk besluit van 30 september 2020 houdende het |
tuchtreglement van toepassing op de octrooigemachtigden; | tuchtreglement van toepassing op de octrooigemachtigden; |
4°. het Belgische recht inzake gerechtelijke en administratieve | 4°. het Belgische recht inzake gerechtelijke en administratieve |
procedures die van toepassing zijn op uitvindingsoctrooien en | procedures die van toepassing zijn op uitvindingsoctrooien en |
aanvullende beschermingscertificaten zoals het onder meer voortvloeit | aanvullende beschermingscertificaten zoals het onder meer voortvloeit |
uit volgende wetten: | uit volgende wetten: |
a) het Gerechtelijk Wetboek van 10 oktober 1967; | a) het Gerechtelijk Wetboek van 10 oktober 1967; |
b) de gecoördineerde wetten op het gebruik van de talen in | b) de gecoördineerde wetten op het gebruik van de talen in |
bestuurszaken van 18 juli 1966. | bestuurszaken van 18 juli 1966. |
Art. 2.Het programma van het examen bedoeld in artikel XI.66, § 2, |
Art. 2.Het programma van het examen bedoeld in artikel XI.66, § 2, |
3°, van het Wetboek van economisch recht en van de bekwaamheidsproef | 3°, van het Wetboek van economisch recht en van de bekwaamheidsproef |
bedoeld in artikel 1, 11°, van het koninklijk besluit van 30 september | bedoeld in artikel 1, 11°, van het koninklijk besluit van 30 september |
2020, voor 2021 slaat niet op de wettelijke bepalingen die na de datum | 2020, voor 2021 slaat niet op de wettelijke bepalingen die na de datum |
van de inwerkingtreding van dit besluit in werking zijn getreden. | van de inwerkingtreding van dit besluit in werking zijn getreden. |
Art. 3.Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het |
Art. 3.Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het |
Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt. | Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt. |
Door de gemeenschappelijke vergadering van de Commissie tot erkenning | Door de gemeenschappelijke vergadering van de Commissie tot erkenning |
van de gemachtigden inzake uitvindingsoctrooien: | van de gemachtigden inzake uitvindingsoctrooien: |
De Voorzitter, | De Voorzitter, |
I. VERNIMME | I. VERNIMME |
Reglement van het examen bedoeld in artikel XI.66, § 2, eerste lid, | Reglement van het examen bedoeld in artikel XI.66, § 2, eerste lid, |
3°, van het Wetboek van economisch recht en van de bekwaamheidsproef | 3°, van het Wetboek van economisch recht en van de bekwaamheidsproef |
bedoeld in artikel 1, 11°, van het koninklijk besluit van 30 september | bedoeld in artikel 1, 11°, van het koninklijk besluit van 30 september |
2020 betreffende de vertegenwoordiging inzake octrooien | 2020 betreffende de vertegenwoordiging inzake octrooien |
De gemeenschappelijke vergadering van de Commissie tot erkenning van | De gemeenschappelijke vergadering van de Commissie tot erkenning van |
de gemachtigden inzake uitvindingsoctrooien, | de gemachtigden inzake uitvindingsoctrooien, |
Gelet op het Wetboek van economisch recht, artikel XI.75/2, tweede | Gelet op het Wetboek van economisch recht, artikel XI.75/2, tweede |
lid, ingevoegd bij de wet van 19 april 2014 en gewijzigd bij de wet | lid, ingevoegd bij de wet van 19 april 2014 en gewijzigd bij de wet |
van 8 juli 2018; | van 8 juli 2018; |
Gelet op het koninklijk besluit van 30 september 2020 betreffende de | Gelet op het koninklijk besluit van 30 september 2020 betreffende de |
vertegenwoordiging inzake octrooien, artikel 27, § 1, tweede lid, en | vertegenwoordiging inzake octrooien, artikel 27, § 1, tweede lid, en |
36, | 36, |
Besluit : | Besluit : |
HOOFDSTUK 1. - Definities | HOOFDSTUK 1. - Definities |
Artikel 1.Voor de toepassing van dit reglement wordt verstaan onder: |
Artikel 1.Voor de toepassing van dit reglement wordt verstaan onder: |
1° het koninklijk besluit: het koninklijk besluit van 30 september | 1° het koninklijk besluit: het koninklijk besluit van 30 september |
2020 betreffende de vertegenwoordiging inzake octrooien; | 2020 betreffende de vertegenwoordiging inzake octrooien; |
2° de Commissie: de Commissie tot erkenning van de gemachtigden inzake | 2° de Commissie: de Commissie tot erkenning van de gemachtigden inzake |
uitvindingsoctrooien, samengesteld uit twee afdelingen, bedoeld in de | uitvindingsoctrooien, samengesteld uit twee afdelingen, bedoeld in de |
artikelen XI.75/1 en XI.75/2 van het Wetboek van economisch recht; | artikelen XI.75/1 en XI.75/2 van het Wetboek van economisch recht; |
3° het examen: het examen bedoeld in artikel XI.66, § 2, eerste lid, | 3° het examen: het examen bedoeld in artikel XI.66, § 2, eerste lid, |
3°, van het Wetboek van economisch recht; | 3°, van het Wetboek van economisch recht; |
4° de bekwaamheidsproef: de bekwaamheidsproef bedoeld in artikel 1, | 4° de bekwaamheidsproef: de bekwaamheidsproef bedoeld in artikel 1, |
11°, van het koninklijk besluit. | 11°, van het koninklijk besluit. |
HOOFDSTUK 2. - De aanvraag tot deelneming aan het examen of aan de | HOOFDSTUK 2. - De aanvraag tot deelneming aan het examen of aan de |
bekwaamheidsproef | bekwaamheidsproef |
Art. 2.§ 1. De aanvraag tot deelneming aan het examen vermeldt de |
Art. 2.§ 1. De aanvraag tot deelneming aan het examen vermeldt de |
na(a)m(en), de voorna(a)m(en), het adres, de nationaliteit van de | na(a)m(en), de voorna(a)m(en), het adres, de nationaliteit van de |
kandidaat en de gekozen sector overeenkomstig artikel 30, § 1, van het | kandidaat en de gekozen sector overeenkomstig artikel 30, § 1, van het |
koninklijk besluit. Zij wordt vergezeld: | koninklijk besluit. Zij wordt vergezeld: |
1° van een kopie van de diploma's bedoeld in artikel XI.66, § 2, | 1° van een kopie van de diploma's bedoeld in artikel XI.66, § 2, |
eerste lid, 1°, en tweede lid, van het Wetboek van economisch recht; | eerste lid, 1°, en tweede lid, van het Wetboek van economisch recht; |
2° van overtuigingselementen waaruit blijkt dat is voldaan aan de | 2° van overtuigingselementen waaruit blijkt dat is voldaan aan de |
beroepsactiviteiten bedoeld in artikel XI.66, § 2, eerste lid, 2°, van | beroepsactiviteiten bedoeld in artikel XI.66, § 2, eerste lid, 2°, van |
het Wetboek van economisch recht en in de artikelen 14 en 28, derde | het Wetboek van economisch recht en in de artikelen 14 en 28, derde |
lid, van het koninklijk besluit; | lid, van het koninklijk besluit; |
3° van een kopie van een identiteitsbewijs; | 3° van een kopie van een identiteitsbewijs; |
4° van een verklaring die aangeeft dat aan de voorwaarden van artikel | 4° van een verklaring die aangeeft dat aan de voorwaarden van artikel |
XI.66, § 1, eerste lid, 3°, 4° en 5°, van het Wetboek van economisch | XI.66, § 1, eerste lid, 3°, 4° en 5°, van het Wetboek van economisch |
recht zijn voldaan. | recht zijn voldaan. |
§ 2. De aanvraag tot deelneming aan de bekwaamheidsproef vermeldt de | § 2. De aanvraag tot deelneming aan de bekwaamheidsproef vermeldt de |
na(a)m(en), de voorna(a)m(en), het adres en de nationaliteit van de | na(a)m(en), de voorna(a)m(en), het adres en de nationaliteit van de |
kandidaat. Zij wordt vergezeld hetzij van een kopie van een | kandidaat. Zij wordt vergezeld hetzij van een kopie van een |
opleidingstitel bedoeld in artikel 16, 1°, a), van het koninklijk | opleidingstitel bedoeld in artikel 16, 1°, a), van het koninklijk |
besluit, hetzij van de overtuigingselementen die het bewijs leveren | besluit, hetzij van de overtuigingselementen die het bewijs leveren |
van de voltijdse uitoefening van het beroep van erkend | van de voltijdse uitoefening van het beroep van erkend |
octrooigemachtigde bedoeld in artikel 16, 1°, b), van het koninklijk | octrooigemachtigde bedoeld in artikel 16, 1°, b), van het koninklijk |
besluit en van een kopie van een of meer opleidingstitels zoals | besluit en van een kopie van een of meer opleidingstitels zoals |
bedoeld in artikel 16, 1°, b), van het koninklijk besluit. | bedoeld in artikel 16, 1°, b), van het koninklijk besluit. |
HOOFDSTUK 3. - De schriftelijke proef van het examen | HOOFDSTUK 3. - De schriftelijke proef van het examen |
Art. 3.De schriftelijke proef heeft op twee halve dagen van |
Art. 3.De schriftelijke proef heeft op twee halve dagen van |
opeenvolgende datum plaats. De eerste halve dag is, gedurende ten | opeenvolgende datum plaats. De eerste halve dag is, gedurende ten |
hoogste vier uur voor het redigeren van de stukken bedoeld in artikel | hoogste vier uur voor het redigeren van de stukken bedoeld in artikel |
30, § 2, 1°, van het koninklijk besluit, voorzien. De tweede halve dag | 30, § 2, 1°, van het koninklijk besluit, voorzien. De tweede halve dag |
is, gedurende ten hoogste vier uur, voorzien voor het redigeren van | is, gedurende ten hoogste vier uur, voorzien voor het redigeren van |
het antwoord en de nota bedoeld in artikel 30, § 2, 2° en 3°, van het | het antwoord en de nota bedoeld in artikel 30, § 2, 2° en 3°, van het |
koninklijk besluit. Geen enkele pauze is voorzien gedurende het | koninklijk besluit. Geen enkele pauze is voorzien gedurende het |
verloop van elk schriftelijk gedeelte. | verloop van elk schriftelijk gedeelte. |
Art. 4.Voor de schriftelijke proef kunnen de documenten die de stand |
Art. 4.Voor de schriftelijke proef kunnen de documenten die de stand |
van de techniek betreffen in het Frans, Nederlands, Duits of Engels | van de techniek betreffen in het Frans, Nederlands, Duits of Engels |
opgesteld zijn. | opgesteld zijn. |
Art. 5.De kandidaten moeten voor vaststaand en onbetwistbaar aannemen |
Art. 5.De kandidaten moeten voor vaststaand en onbetwistbaar aannemen |
alle feiten die in de documenten van de schriftelijke proef zijn | alle feiten die in de documenten van de schriftelijke proef zijn |
opgenomen; in hun antwoord dienen zij van de gegeven feiten uit te | opgenomen; in hun antwoord dienen zij van de gegeven feiten uit te |
gaan. De documenten die als stand van de techniek worden aangevoerd | gaan. De documenten die als stand van de techniek worden aangevoerd |
dienen als volledig en uitputtend te worden beschouwd, dit houdt in | dienen als volledig en uitputtend te worden beschouwd, dit houdt in |
dat de kandidaten de bijzondere kennis die zij ter zake zouden kunnen | dat de kandidaten de bijzondere kennis die zij ter zake zouden kunnen |
hebben niet mogen gebruiken. | hebben niet mogen gebruiken. |
Art. 6.Tenzij in de instructies anders voorzien, is het de kandidaten |
Art. 6.Tenzij in de instructies anders voorzien, is het de kandidaten |
niet toegelaten voor de schriftelijke proef boeken, geschreven teksten | niet toegelaten voor de schriftelijke proef boeken, geschreven teksten |
of andere documentatie mede te brengen of te consulteren. Zonodig zal | of andere documentatie mede te brengen of te consulteren. Zonodig zal |
de Belgische en de in België van kracht zijnde Europese en | de Belgische en de in België van kracht zijnde Europese en |
internationale wetgeving inzake uitvindingsoctrooien te hunner | internationale wetgeving inzake uitvindingsoctrooien te hunner |
beschikking gesteld worden. | beschikking gesteld worden. |
Art. 7.De kandidaten zijn verplicht: |
Art. 7.De kandidaten zijn verplicht: |
1° gedurende de ganse duur van de schriftelijke proef in de zaal | 1° gedurende de ganse duur van de schriftelijke proef in de zaal |
steeds dezelfde plaats in te nemen; | steeds dezelfde plaats in te nemen; |
2° slechts op een speciaal daarvoor voorzien blad hun na(a)m(en) en al | 2° slechts op een speciaal daarvoor voorzien blad hun na(a)m(en) en al |
hun voorna(a)m(en) in te vullen en hun gebruikelijke handtekening aan | hun voorna(a)m(en) in te vullen en hun gebruikelijke handtekening aan |
te brengen vooraleer het beginsignaal voor elk deel der schriftelijke | te brengen vooraleer het beginsignaal voor elk deel der schriftelijke |
proef wordt gegeven; | proef wordt gegeven; |
3° de bladen of documenten van hun antwoord in de rechter bovenhoek in | 3° de bladen of documenten van hun antwoord in de rechter bovenhoek in |
opeenvolgende Arabische cijfers te nummeren; | opeenvolgende Arabische cijfers te nummeren; |
4° bij het eindsignaal van elk schriftelijk gedeelte onmiddellijk op | 4° bij het eindsignaal van elk schriftelijk gedeelte onmiddellijk op |
te houden met de beantwoording van de vragen. De kandidaten worden | te houden met de beantwoording van de vragen. De kandidaten worden |
vijf minuten voor het einde van elk schriftelijk gedeelte | vijf minuten voor het einde van elk schriftelijk gedeelte |
gewaarschuwd. | gewaarschuwd. |
Art. 8.Het is de kandidaten verboden: |
Art. 8.Het is de kandidaten verboden: |
1° kennis te nemen van het onderwerp van elk schriftelijk gedeelte | 1° kennis te nemen van het onderwerp van elk schriftelijk gedeelte |
vooraleer het beginsignaal is gegeven; | vooraleer het beginsignaal is gegeven; |
2° bedrog te plegen of pogen bedrog te plegen; | 2° bedrog te plegen of pogen bedrog te plegen; |
3° gedurende het verloop van elk schriftelijk gedeelte met elkaar of | 3° gedurende het verloop van elk schriftelijk gedeelte met elkaar of |
met ieder ander persoon, zelfs buiten de zaal, te communiceren; | met ieder ander persoon, zelfs buiten de zaal, te communiceren; |
4° hun na(a)m(en), initialen of enig ander herkenningsteken elders dan | 4° hun na(a)m(en), initialen of enig ander herkenningsteken elders dan |
op het daartoe bestemde blad of document aan te brengen; | op het daartoe bestemde blad of document aan te brengen; |
5° buiten de zaal de ten behoeve van de proef ter beschikking gestelde | 5° buiten de zaal de ten behoeve van de proef ter beschikking gestelde |
documenten of benodigdheden mede te nemen; | documenten of benodigdheden mede te nemen; |
6° de zaal zonder toelating van de opzichter te verlaten. Een | 6° de zaal zonder toelating van de opzichter te verlaten. Een |
kandidaat die zijn antwoord nog niet heeft afgegeven mag de zaal | kandidaat die zijn antwoord nog niet heeft afgegeven mag de zaal |
slechts verlaten indien alle andere kandidaten zich in de zaal | slechts verlaten indien alle andere kandidaten zich in de zaal |
bevinden. | bevinden. |
Art. 9.De kandidaten die aankomen in de examenzaal nadat het |
Art. 9.De kandidaten die aankomen in de examenzaal nadat het |
beginsignaal van een bepaald schriftelijk gedeelte is gegeven, zijn | beginsignaal van een bepaald schriftelijk gedeelte is gegeven, zijn |
niet gerechtigd de verzuimde tijd na het eindsignaal ervan in te | niet gerechtigd de verzuimde tijd na het eindsignaal ervan in te |
halen. | halen. |
Art. 10.Elke afdeling van de Commissie duidt voor het schriftelijke |
Art. 10.Elke afdeling van de Commissie duidt voor het schriftelijke |
gedeelte de voor het goed verloop ervan verantwoordelijke opzichters | gedeelte de voor het goed verloop ervan verantwoordelijke opzichters |
aan. De verantwoordelijke opzichters worden onder de leden van elke | aan. De verantwoordelijke opzichters worden onder de leden van elke |
betrokken afdeling gekozen. De verantwoordelijke opzichters mogen | betrokken afdeling gekozen. De verantwoordelijke opzichters mogen |
andere opzichters aanduiden om hen bij te staan. Gedurende het | andere opzichters aanduiden om hen bij te staan. Gedurende het |
schriftelijke gedeelte is de vervanging van deze laatsten toegelaten. | schriftelijke gedeelte is de vervanging van deze laatsten toegelaten. |
Art. 11.Iedere kandidaat die de door een opzichter op grond van dit |
Art. 11.Iedere kandidaat die de door een opzichter op grond van dit |
reglement gegeven instructies overtreedt of die door zijn gedrag één | reglement gegeven instructies overtreedt of die door zijn gedrag één |
of verschillende andere kandidaten stoort kan door de van dienst | of verschillende andere kandidaten stoort kan door de van dienst |
zijnde verantwoordelijke opzichter van de schriftelijke proef worden | zijnde verantwoordelijke opzichter van de schriftelijke proef worden |
uitgesloten. | uitgesloten. |
Art. 12.De kandidaten mogen mondelinge vragen stellen betreffende het |
Art. 12.De kandidaten mogen mondelinge vragen stellen betreffende het |
verloop van het schriftelijke gedeelte, na hun plaats in de examenzaal | verloop van het schriftelijke gedeelte, na hun plaats in de examenzaal |
te hebben ingenomen, doch vooraleer de opgaven werden uitgedeeld en | te hebben ingenomen, doch vooraleer de opgaven werden uitgedeeld en |
het beginsignaal werd gegeven. Indien de kandidaten na het | het beginsignaal werd gegeven. Indien de kandidaten na het |
beginsignaal van het schriftelijke gedeelte nog vragen wensen te | beginsignaal van het schriftelijke gedeelte nog vragen wensen te |
stellen, dienen zij dit schriftelijk te doen; op vragen betreffende de | stellen, dienen zij dit schriftelijk te doen; op vragen betreffende de |
formulering van de opgave wordt niet geantwoord. | formulering van de opgave wordt niet geantwoord. |
Art. 13.Klachten betreffende het verloop van de schriftelijke proef |
Art. 13.Klachten betreffende het verloop van de schriftelijke proef |
worden door elke afdeling van de Commissie slechts in overweging | worden door elke afdeling van de Commissie slechts in overweging |
genomen indien zij gemotiveerd en gericht zijn aan de voorzitter van | genomen indien zij gemotiveerd en gericht zijn aan de voorzitter van |
de betrokken afdeling bij een aangetekende zending ten laatste acht | de betrokken afdeling bij een aangetekende zending ten laatste acht |
dagen na de datum waarop de schriftelijke proef plaats vond. | dagen na de datum waarop de schriftelijke proef plaats vond. |
Art. 14.De voor elke afdeling verantwoordelijke opzichter is belast |
Art. 14.De voor elke afdeling verantwoordelijke opzichter is belast |
met het opstellen van een proces-verbaal over het verloop van de | met het opstellen van een proces-verbaal over het verloop van de |
schriftelijke proef, waarin inzonderheid vermeld dienen te worden de | schriftelijke proef, waarin inzonderheid vermeld dienen te worden de |
namen van de aanwezige kandidaten, het uur waarop het begin- en | namen van de aanwezige kandidaten, het uur waarop het begin- en |
eindsignaal van elk schriftelijk gedeelte werd gegeven, de naam van | eindsignaal van elk schriftelijk gedeelte werd gegeven, de naam van |
elke kandidaat die de zaal heeft verlaten alsook elk incident dat | elke kandidaat die de zaal heeft verlaten alsook elk incident dat |
tussen het begin- en eindsignaal van elk schriftelijk gedeelte plaats | tussen het begin- en eindsignaal van elk schriftelijk gedeelte plaats |
vond. | vond. |
Art. 15.De beoordeling van de schriftelijke proef geschiedt zonder |
Art. 15.De beoordeling van de schriftelijke proef geschiedt zonder |
dat de identiteit van de kandidaten bekend is. | dat de identiteit van de kandidaten bekend is. |
Art. 16.De kandidaat die de in artikelen 30, § 3, en 32, § 1, vierde |
Art. 16.De kandidaat die de in artikelen 30, § 3, en 32, § 1, vierde |
lid, van het koninklijk besluit voorziene gehele vrijstelling van de | lid, van het koninklijk besluit voorziene gehele vrijstelling van de |
schriftelijke proef wenst te genieten dient bij zijn aanvraag tot | schriftelijke proef wenst te genieten dient bij zijn aanvraag tot |
deelneming aan het examen een verzoek voor totale vrijstelling te | deelneming aan het examen een verzoek voor totale vrijstelling te |
voegen. Dit verzoek is alleen ontvankelijk indien het gegrond is op | voegen. Dit verzoek is alleen ontvankelijk indien het gegrond is op |
het laatste examen waaraan de kandidaat heeft deelgenomen van de in de | het laatste examen waaraan de kandidaat heeft deelgenomen van de in de |
afgelopen tien jaar georganiseerde examens. | afgelopen tien jaar georganiseerde examens. |
Art. 17.De kandidaat die van de in artikelen 30, § 3, en 32, § 1, |
Art. 17.De kandidaat die van de in artikelen 30, § 3, en 32, § 1, |
vijfde lid, van het koninklijk besluit voorziene gedeeltelijke | vijfde lid, van het koninklijk besluit voorziene gedeeltelijke |
vrijstelling van het schriftelijk gedeelte wenst te genieten dient het | vrijstelling van het schriftelijk gedeelte wenst te genieten dient het |
verzoek bij zijn aanvraag tot deelneming te voegen. Dit verzoek is | verzoek bij zijn aanvraag tot deelneming te voegen. Dit verzoek is |
alleen ontvankelijk indien het vergezeld is van een bewijs van slagen | alleen ontvankelijk indien het vergezeld is van een bewijs van slagen |
in het Europees kwalificatieexamen voor erkende gemachtigden bij het | in het Europees kwalificatieexamen voor erkende gemachtigden bij het |
Europees Octrooibureau. De gedeeltelijke vrijstelling heeft betrekking | Europees Octrooibureau. De gedeeltelijke vrijstelling heeft betrekking |
op dat gedeelte van de schriftelijke proef dat valt onder artikel 30, | op dat gedeelte van de schriftelijke proef dat valt onder artikel 30, |
§ 2, 1°, van het koninklijk besluit. | § 2, 1°, van het koninklijk besluit. |
Art. 18.Iedere kandidaat die van het resultaat van de schriftelijke |
Art. 18.Iedere kandidaat die van het resultaat van de schriftelijke |
proef op de hoogte is gesteld, kan aan de voorzitter van de betrokken | proef op de hoogte is gesteld, kan aan de voorzitter van de betrokken |
afdeling vragen zijn dossier in te zien. | afdeling vragen zijn dossier in te zien. |
HOOFDSTUK 4. - De mondelinge proef van het examen | HOOFDSTUK 4. - De mondelinge proef van het examen |
Art. 19.Artikel 6 van dit reglement is eveneens voor de mondelinge |
Art. 19.Artikel 6 van dit reglement is eveneens voor de mondelinge |
proef van toepassing. | proef van toepassing. |
Art. 20.Het is de kandidaat, die de mondelinge proef heeft afgelegd, |
Art. 20.Het is de kandidaat, die de mondelinge proef heeft afgelegd, |
verboden de kandidaten die wachten om de proef af te leggen, te | verboden de kandidaten die wachten om de proef af te leggen, te |
storen. | storen. |
HOOFDSTUK 5. - De bekwaamheidsproef | HOOFDSTUK 5. - De bekwaamheidsproef |
Art. 21.De Commissie organiseert en neemt de bekwaamheidsproef af |
Art. 21.De Commissie organiseert en neemt de bekwaamheidsproef af |
volgens de modaliteiten die ze bepaalt ingevolge de situatie van elk | volgens de modaliteiten die ze bepaalt ingevolge de situatie van elk |
kandidaat. | kandidaat. |
HOOFDSTUK 6. - Diverse bepalingen | HOOFDSTUK 6. - Diverse bepalingen |
Art. 22.Instructies worden aan de krachtens artikel 27, § 2, van het |
Art. 22.Instructies worden aan de krachtens artikel 27, § 2, van het |
koninklijk besluit aangewezen deskundigen verstrekt voor het opstellen | koninklijk besluit aangewezen deskundigen verstrekt voor het opstellen |
en verbeteren van respectievelijk vragen en antwoorden der | en verbeteren van respectievelijk vragen en antwoorden der |
schriftelijke proef alsook voor ondervragingen bij de mondelinge | schriftelijke proef alsook voor ondervragingen bij de mondelinge |
proef. | proef. |
Art. 23.Instructies worden aan de kandidaten verstrekt voor het |
Art. 23.Instructies worden aan de kandidaten verstrekt voor het |
verloop van het examen en voor het redigeren van de schriftelijke | verloop van het examen en voor het redigeren van de schriftelijke |
proef van het examen. | proef van het examen. |
Art. 24.De punten die door dit reglement niet worden geregeld worden |
Art. 24.De punten die door dit reglement niet worden geregeld worden |
beslist door elke afdeling van de Commissie in zoverre het haar | beslist door elke afdeling van de Commissie in zoverre het haar |
betreft. De voorzitter van de betrokken afdeling deelt dit mede aan de | betreft. De voorzitter van de betrokken afdeling deelt dit mede aan de |
voorzitter van de andere afdeling. | voorzitter van de andere afdeling. |
Art. 25.De voorzitter van de gemeenschappelijke vergadering van de |
Art. 25.De voorzitter van de gemeenschappelijke vergadering van de |
Commissie ziet toe op de juiste toepassing van dit reglement. | Commissie ziet toe op de juiste toepassing van dit reglement. |
Art. 26.Dit reglement treedt in werking de dag waarop het in het |
Art. 26.Dit reglement treedt in werking de dag waarop het in het |
Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt. | Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt. |
Door de gemeenschappelijke vergadering van de Commissie tot erkenning | Door de gemeenschappelijke vergadering van de Commissie tot erkenning |
van de gemachtigden inzake uitvindingsoctrooien: | van de gemachtigden inzake uitvindingsoctrooien: |
De Voorzitter, | De Voorzitter, |
I. VERNIMME | I. VERNIMME |