Etaamb.openjustice.be
Meertalige weergave van Ministerieel Besluit van 11/03/2021
← Terug naar "Ministerieel besluit tot vaststelling voor het jaar 2021 van de begindatum van het examen voor inschrijving in het register van erkende gemachtigden bedoeld in artikel XI.66, § 2, eerste lid, 3°, van het Wetboek van economisch recht en van de begindatum van de bekwaamheidsproef bedoeld in artikel 1, 11°, van het koninklijk besluit van 30 september 2020 betreffende de vertegenwoordiging inzake octrooien "
Ministerieel besluit tot vaststelling voor het jaar 2021 van de begindatum van het examen voor inschrijving in het register van erkende gemachtigden bedoeld in artikel XI.66, § 2, eerste lid, 3°, van het Wetboek van economisch recht en van de begindatum van de bekwaamheidsproef bedoeld in artikel 1, 11°, van het koninklijk besluit van 30 september 2020 betreffende de vertegenwoordiging inzake octrooien Ministerieel besluit tot vaststelling voor het jaar 2021 van de begindatum van het examen voor inschrijving in het register van erkende gemachtigden bedoeld in artikel XI.66, § 2, eerste lid, 3°, van het Wetboek van economisch recht en van de begindatum van de bekwaamheidsproef bedoeld in artikel 1, 11°, van het koninklijk besluit van 30 september 2020 betreffende de vertegenwoordiging inzake octrooien
FEDERALE OVERHEIDSDIENST ECONOMIE, K.M.O., MIDDENSTAND EN ENERGIE FEDERALE OVERHEIDSDIENST ECONOMIE, K.M.O., MIDDENSTAND EN ENERGIE
11 MAART 2021. - Ministerieel besluit tot vaststelling voor het jaar 11 MAART 2021. - Ministerieel besluit tot vaststelling voor het jaar
2021 van de begindatum van het examen voor inschrijving in het 2021 van de begindatum van het examen voor inschrijving in het
register van erkende gemachtigden bedoeld in artikel XI.66, § 2, register van erkende gemachtigden bedoeld in artikel XI.66, § 2,
eerste lid, 3°, van het Wetboek van economisch recht en van de eerste lid, 3°, van het Wetboek van economisch recht en van de
begindatum van de bekwaamheidsproef bedoeld in artikel 1, 11°, van het begindatum van de bekwaamheidsproef bedoeld in artikel 1, 11°, van het
koninklijk besluit van 30 september 2020 betreffende de koninklijk besluit van 30 september 2020 betreffende de
vertegenwoordiging inzake octrooien vertegenwoordiging inzake octrooien
De Minister van Economie, De Minister van Economie,
Gelet op het Wetboek van economisch recht, artikel XI.75/2, tweede Gelet op het Wetboek van economisch recht, artikel XI.75/2, tweede
lid, ingevoegd bij de wet van 19 april 2014 en gewijzigd bij de wet lid, ingevoegd bij de wet van 19 april 2014 en gewijzigd bij de wet
van 8 juli 2018; van 8 juli 2018;
Gelet op het koninklijk besluit van 30 september 2020 betreffende de Gelet op het koninklijk besluit van 30 september 2020 betreffende de
vertegenwoordiging inzake octrooien, artikel 27, § 1, eerste lid, vertegenwoordiging inzake octrooien, artikel 27, § 1, eerste lid,
Besluit : Besluit :

Artikel 1.Het examen bedoeld in artikel XI.66, § 2, eerste lid, 3°,

Artikel 1.Het examen bedoeld in artikel XI.66, § 2, eerste lid, 3°,

van het Wetboek van economisch recht begint op 24 juni 2021 voor het van het Wetboek van economisch recht begint op 24 juni 2021 voor het
jaar 2021. jaar 2021.

Art. 2.De bekwaamheidsproef bedoeld in artikel 1, 11°, van het

Art. 2.De bekwaamheidsproef bedoeld in artikel 1, 11°, van het

koninklijk besluit van 30 september 2020 betreffende de koninklijk besluit van 30 september 2020 betreffende de
vertegenwoordiging inzake octrooien, begint op 24 juni 2021 voor het vertegenwoordiging inzake octrooien, begint op 24 juni 2021 voor het
jaar 2021. jaar 2021.

Art. 3.Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het

Art. 3.Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het

Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt. Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.
Brussel, 11 maart 2021. Brussel, 11 maart 2021.
P.-Y. DERMAGNE P.-Y. DERMAGNE
Programma van het examen bedoeld in artikel XI.66, § 2, 3°, van het Programma van het examen bedoeld in artikel XI.66, § 2, 3°, van het
Wetboek van economisch recht en van de bekwaamheidsproef bedoeld in Wetboek van economisch recht en van de bekwaamheidsproef bedoeld in
artikel 1, 11°, van het koninklijk besluit van 30 september 2020 artikel 1, 11°, van het koninklijk besluit van 30 september 2020
betreffende de vertegenwoordiging inzake octrooien betreffende de vertegenwoordiging inzake octrooien
De gemeenschappelijke vergadering van de Commissie tot erkenning van De gemeenschappelijke vergadering van de Commissie tot erkenning van
de gemachtigden inzake uitvindingsoctrooien, de gemachtigden inzake uitvindingsoctrooien,
Gelet op het Wetboek van economisch recht, artikel XI.75/2, tweede Gelet op het Wetboek van economisch recht, artikel XI.75/2, tweede
lid, ingevoegd bij de wet van 19 april 2014 en gewijzigd bij de wet lid, ingevoegd bij de wet van 19 april 2014 en gewijzigd bij de wet
van 8 juli 2018; van 8 juli 2018;
Gelet op het koninklijk besluit van 30 september 2020 betreffende de Gelet op het koninklijk besluit van 30 september 2020 betreffende de
vertegenwoordiging inzake octrooien, artikel 27, § 1, tweede lid, en vertegenwoordiging inzake octrooien, artikel 27, § 1, tweede lid, en
36, 36,
Besluit : Besluit :

Artikel 1.Het programma van het examen bedoeld in artikel XI.66, § 2,

Artikel 1.Het programma van het examen bedoeld in artikel XI.66, § 2,

3°, van het Wetboek van economisch recht en van de bekwaamheidsproef 3°, van het Wetboek van economisch recht en van de bekwaamheidsproef
bedoeld in artikel 1, 11°, van het koninklijk besluit van 30 september bedoeld in artikel 1, 11°, van het koninklijk besluit van 30 september
2020 wordt voor 2021 als volgt vastgesteld: 2020 wordt voor 2021 als volgt vastgesteld:
1°. het internationale en Europese recht zoals het onder meer 1°. het internationale en Europese recht zoals het onder meer
voortvloeit uit volgende instrumenten: voortvloeit uit volgende instrumenten:
a) het Verdrag tot samenwerking inzake octrooien, opgemaakt te a) het Verdrag tot samenwerking inzake octrooien, opgemaakt te
Washington op 19 juni 1970 en goedgekeurd door de wet van 8 juli 1977; Washington op 19 juni 1970 en goedgekeurd door de wet van 8 juli 1977;
b) het Verdrag inzake de verlening van Europese octrooien, opgemaakt b) het Verdrag inzake de verlening van Europese octrooien, opgemaakt
te München op 5 oktober 1973, goedgekeurd bij de wet van 8 juli 1977, te München op 5 oktober 1973, goedgekeurd bij de wet van 8 juli 1977,
zoals gewijzigd door de Akte tot herziening van het Verdrag inzake de zoals gewijzigd door de Akte tot herziening van het Verdrag inzake de
verlening van Europese octrooien, tot stand gekomen te München op 29 verlening van Europese octrooien, tot stand gekomen te München op 29
november 2000 en goedgekeurd bij wet van 21 april 2007; november 2000 en goedgekeurd bij wet van 21 april 2007;
c) de Overeenkomst inzake de handelsaspecten van de intellectuele c) de Overeenkomst inzake de handelsaspecten van de intellectuele
eigendom (TRIP's), opgemaakt te Marrakech op 15 april 1994 eigendom (TRIP's), opgemaakt te Marrakech op 15 april 1994
(Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen L 336/213 van 23 (Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen L 336/213 van 23
december 1994) en goedgekeurd bij de wet van 23 december 1994; december 1994) en goedgekeurd bij de wet van 23 december 1994;
d) Verordening (EG) nr 469/2009 van 6 mei 2009 betreffende het d) Verordening (EG) nr 469/2009 van 6 mei 2009 betreffende het
aanvullende beschermingscertificaat voor geneesmiddelen; aanvullende beschermingscertificaat voor geneesmiddelen;
e) Verordening (EG) nr 1610/96 van 23 juli 1996 betreffende de e) Verordening (EG) nr 1610/96 van 23 juli 1996 betreffende de
invoering van een aanvullend beschermingscertificaat voor invoering van een aanvullend beschermingscertificaat voor
gewasbeschermingsmiddelen; gewasbeschermingsmiddelen;
2°. het Belgische recht inzake uitvindingsoctrooien en aanvullende 2°. het Belgische recht inzake uitvindingsoctrooien en aanvullende
beschermingscertificaten zoals het onder meer voortvloeit uit volgende beschermingscertificaten zoals het onder meer voortvloeit uit volgende
wetten: wetten:
a) de wet van 10 januari 1955 betreffende de bekendmaking en de a) de wet van 10 januari 1955 betreffende de bekendmaking en de
toepassing der uitvindingen en fabrieksgeheimen die de verdediging van toepassing der uitvindingen en fabrieksgeheimen die de verdediging van
het grondgebied of de veiligheid van de Staat aangaan; het grondgebied of de veiligheid van de Staat aangaan;
b) de wet van 8 juli 1977 houdende goedkeuring van volgende b) de wet van 8 juli 1977 houdende goedkeuring van volgende
internationale akten: internationale akten:
i. Verdrag betreffende de eenmaking van enige beginselen van het i. Verdrag betreffende de eenmaking van enige beginselen van het
octrooirecht, opgemaakt te Straatsburg op 27 november 1963; octrooirecht, opgemaakt te Straatsburg op 27 november 1963;
ii. Verdrag tot samenwerking inzake octrooien, en ii. Verdrag tot samenwerking inzake octrooien, en
Uitvoeringsreglement, opgemaakt te Washington op 19 juni 1970; Uitvoeringsreglement, opgemaakt te Washington op 19 juni 1970;
iii. Verdrag betreffende de verlening van Europese octrooien (Europees iii. Verdrag betreffende de verlening van Europese octrooien (Europees
Octrooiverdrag), Uitvoeringsreglement en vier Protocollen, opgemaakt Octrooiverdrag), Uitvoeringsreglement en vier Protocollen, opgemaakt
te München op 5 oktober 1973; te München op 5 oktober 1973;
iv. Verdrag betreffende het Europees octrooi voor de iv. Verdrag betreffende het Europees octrooi voor de
Gemeenschappelijke Markt (Gemeenschapsoctrooiverdrag), en Gemeenschappelijke Markt (Gemeenschapsoctrooiverdrag), en
Uitvoeringsreglement, opgemaakt te Luxemburg op 15 december 1975; Uitvoeringsreglement, opgemaakt te Luxemburg op 15 december 1975;
c) de wet van 28 maart 1984 op de uitvindingsoctrooien (artikelen 40, c) de wet van 28 maart 1984 op de uitvindingsoctrooien (artikelen 40,
§ 1, vierde lid, en 70bis); § 1, vierde lid, en 70bis);
d) de wet van 21 april 2007 houdende diverse bepalingen betreffende de d) de wet van 21 april 2007 houdende diverse bepalingen betreffende de
procedure inzake indiening van Europese octrooiaanvragen en de procedure inzake indiening van Europese octrooiaanvragen en de
gevolgen van deze aanvragen en van de Europese octrooien in België; gevolgen van deze aanvragen en van de Europese octrooien in België;
e) de wet van 10 april 2014 houdende invoeging van de bepalingen die e) de wet van 10 april 2014 houdende invoeging van de bepalingen die
een aangelegenheid regelen als bedoeld in artikel 77 van de Grondwet, een aangelegenheid regelen als bedoeld in artikel 77 van de Grondwet,
in boek XI "Intellectuele eigendom" van het Wetboek van economisch in boek XI "Intellectuele eigendom" van het Wetboek van economisch
recht, houdende invoeging van een bepaling eigen aan boek XI in boek recht, houdende invoeging van een bepaling eigen aan boek XI in boek
XVII van hetzelfde Wetboek, en tot wijziging van het Gerechtelijk XVII van hetzelfde Wetboek, en tot wijziging van het Gerechtelijk
Wetboek wat de organisatie van de hoven en rechtbanken betreffende Wetboek wat de organisatie van de hoven en rechtbanken betreffende
vorderingen inzake intellectuele eigendomsrechten en inzake vorderingen inzake intellectuele eigendomsrechten en inzake
transparantie van het auteursrecht en de naburige rechten betreft; transparantie van het auteursrecht en de naburige rechten betreft;
f) de wet van 19 april 2014 houdende de invoeging van boek XI f) de wet van 19 april 2014 houdende de invoeging van boek XI
"Intellectuele eigendom" in het Wetboek van economisch recht en "Intellectuele eigendom" in het Wetboek van economisch recht en
houdende invoeging van bepalingen eigen aan boek XI in de boeken I, XV houdende invoeging van bepalingen eigen aan boek XI in de boeken I, XV
en XVII van hetzelfde Wetboek; en XVII van hetzelfde Wetboek;
g) de wet van 29 juni 2016 houdende diverse bepalingen inzake Economie g) de wet van 29 juni 2016 houdende diverse bepalingen inzake Economie
(artikelen 21 tot 24, 47 tot 50, 60 tot 62, 85 tot 88, 94 tot 98); (artikelen 21 tot 24, 47 tot 50, 60 tot 62, 85 tot 88, 94 tot 98);
h) de wet van 19 december 2017 houdende wijziging van diverse h) de wet van 19 december 2017 houdende wijziging van diverse
bepalingen betreffende de uitvindingsoctrooien in verband met de bepalingen betreffende de uitvindingsoctrooien in verband met de
implementering van het eenheidsoctrooi en het eengemaakt implementering van het eenheidsoctrooi en het eengemaakt
octrooigerecht; octrooigerecht;
i) de wet van 8 juli 2018 houdende bepalingen ter bescherming van de i) de wet van 8 juli 2018 houdende bepalingen ter bescherming van de
titel van octrooigemachtigde; titel van octrooigemachtigde;
j) de wet van 23 maart 2019 houdende instemming met volgende j) de wet van 23 maart 2019 houdende instemming met volgende
Internationale akten inzake intellectuele eigendom: Internationale akten inzake intellectuele eigendom:
i. het Internationaal Verdrag tot bescherming van kweekproducten van 2 i. het Internationaal Verdrag tot bescherming van kweekproducten van 2
december 1961, zoals herzien te Genève op 10 november 1972, 23 oktober december 1961, zoals herzien te Genève op 10 november 1972, 23 oktober
1978 en 19 maart 1991; 1978 en 19 maart 1991;
ii. het Verdrag inzake de toepassing van artikel 65 van het Verdrag ii. het Verdrag inzake de toepassing van artikel 65 van het Verdrag
inzake de verlening van Europese octrooien, gedaan te Londen op 17 inzake de verlening van Europese octrooien, gedaan te Londen op 17
oktober 2000; oktober 2000;
k) de wet van 2 mei 2019 houdende diverse bepalingen inzake economie k) de wet van 2 mei 2019 houdende diverse bepalingen inzake economie
(artikelen 15 tot 23 en 116); (artikelen 15 tot 23 en 116);
3°. het Belgische recht inzake uitvindingsoctrooien en aanvullende 3°. het Belgische recht inzake uitvindingsoctrooien en aanvullende
beschermingscertificaten zoals het onder meer voortvloeit uit volgende beschermingscertificaten zoals het onder meer voortvloeit uit volgende
besluiten: besluiten:
a) het koninklijk besluit van 27 februari 1981 betreffende het a) het koninklijk besluit van 27 februari 1981 betreffende het
indienen van een Europese octrooiaanvraag, het omzetten ervan in een indienen van een Europese octrooiaanvraag, het omzetten ervan in een
nationale aanvraag en het registreren van Europese octrooien met nationale aanvraag en het registreren van Europese octrooien met
rechtsgevolgen in België; rechtsgevolgen in België;
b) het koninklijk besluit van 21 augustus 1981 betreffende het b) het koninklijk besluit van 21 augustus 1981 betreffende het
indienen van een internationale octrooiaanvraag in België; indienen van een internationale octrooiaanvraag in België;
c) het koninklijk besluit van 2 december 1986 betreffende het c) het koninklijk besluit van 2 december 1986 betreffende het
aanvragen, verlenen en in stand houden van uitvindingsoctrooien; aanvragen, verlenen en in stand houden van uitvindingsoctrooien;
d) het koninklijk besluit van 18 december 1986 betreffende de taksen d) het koninklijk besluit van 18 december 1986 betreffende de taksen
en bijkomende taksen inzake uitvindingsoctrooien en inzake aanvullende en bijkomende taksen inzake uitvindingsoctrooien en inzake aanvullende
beschermingscertificaten; beschermingscertificaten;
e) het koninklijk besluit van 5 december 2007 betreffende het indienen e) het koninklijk besluit van 5 december 2007 betreffende het indienen
van een Europese octrooiaanvraag, het omzetten ervan in een Belgische van een Europese octrooiaanvraag, het omzetten ervan in een Belgische
aanvraag en het registreren van Europese octrooien met rechtsgevolgen aanvraag en het registreren van Europese octrooien met rechtsgevolgen
in België; in België;
f) het koninklijk besluit van 19 april 2014 tot bepaling van de f) het koninklijk besluit van 19 april 2014 tot bepaling van de
inwerkingtreding van de wet van 19 april 2014 houdende de invoeging inwerkingtreding van de wet van 19 april 2014 houdende de invoeging
van boek XI "Intellectuele eigendom" in het Wetboek van economisch van boek XI "Intellectuele eigendom" in het Wetboek van economisch
recht en houdende invoeging van bepalingen eigen aan boek XI in de recht en houdende invoeging van bepalingen eigen aan boek XI in de
boeken I, XV en XVII van hetzelfde Wetboek, en van de wet van 10 april boeken I, XV en XVII van hetzelfde Wetboek, en van de wet van 10 april
2014 houdende invoeging van de bepalingen die een aangelegenheid 2014 houdende invoeging van de bepalingen die een aangelegenheid
regelen als bedoeld in artikel 77 van de Grondwet, in boek XI regelen als bedoeld in artikel 77 van de Grondwet, in boek XI
"Intellectuele eigendom" van het Wetboek van economisch recht, "Intellectuele eigendom" van het Wetboek van economisch recht,
houdende invoeging van een bepaling eigen aan boek XI in boek XVII van houdende invoeging van een bepaling eigen aan boek XI in boek XVII van
hetzelfde Wetboek, en tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek wat hetzelfde Wetboek, en tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek wat
de organisatie van de hoven en rechtbanken betreffende vorderingen de organisatie van de hoven en rechtbanken betreffende vorderingen
inzake intellectuele eigendomsrechten en inzake transparantie van het inzake intellectuele eigendomsrechten en inzake transparantie van het
auteursrecht en de naburige rechten betreft; auteursrecht en de naburige rechten betreft;
g) het koninklijk besluit van 31 augustus 2014 betreffende de g) het koninklijk besluit van 31 augustus 2014 betreffende de
uitvoering, wat de elektronische handtekening betreft, van artikel uitvoering, wat de elektronische handtekening betreft, van artikel
I.14, 11°, van het Wetboek van economisch recht; I.14, 11°, van het Wetboek van economisch recht;
h) het koninklijk besluit van 4 september 2014 ter uitvoering van de h) het koninklijk besluit van 4 september 2014 ter uitvoering van de
bepalingen betreffende de uitvindingsoctrooien van de wet van 19 april bepalingen betreffende de uitvindingsoctrooien van de wet van 19 april
2014 houdende de invoeging van boek XI, "Intellectuele eigendom" in 2014 houdende de invoeging van boek XI, "Intellectuele eigendom" in
het Wetboek van economisch recht en houdende invoeging van bepalingen het Wetboek van economisch recht en houdende invoeging van bepalingen
eigen aan boek XI in de boeken I, XV en XVII van hetzelfde Wetboek; eigen aan boek XI in de boeken I, XV en XVII van hetzelfde Wetboek;
i) het koninklijk besluit van 4 september 2014 ter uitvoering van de i) het koninklijk besluit van 4 september 2014 ter uitvoering van de
bepalingen betreffende de aanvullende beschermingscertificaten van de bepalingen betreffende de aanvullende beschermingscertificaten van de
wet van 19 april 2014 houdende de invoeging van boek XI, wet van 19 april 2014 houdende de invoeging van boek XI,
"Intellectuele eigendom" in het Wetboek van economisch recht en "Intellectuele eigendom" in het Wetboek van economisch recht en
houdende invoeging van bepalingen eigen aan boek XI in de boeken I, XV houdende invoeging van bepalingen eigen aan boek XI in de boeken I, XV
en XVII van hetzelfde Wetboek; en XVII van hetzelfde Wetboek;
j) het koninklijk besluit van 12 mei 2015 ter uitvoering van de j) het koninklijk besluit van 12 mei 2015 ter uitvoering van de
artikelen XI.82 tot XI.90 van boek XI van het Wetboek van economisch artikelen XI.82 tot XI.90 van boek XI van het Wetboek van economisch
recht, betreffende het indienen van een Europese octrooiaanvraag, het recht, betreffende het indienen van een Europese octrooiaanvraag, het
omzetten ervan in een Belgische aanvraag en het registreren van omzetten ervan in een Belgische aanvraag en het registreren van
Europese octrooien met rechtsgevolgen in België; Europese octrooien met rechtsgevolgen in België;
k) het koninklijk besluit van 9 november 2015 betreffende de taksen en k) het koninklijk besluit van 9 november 2015 betreffende de taksen en
toeslagen inzake uitvindingsoctrooien en aanvullende toeslagen inzake uitvindingsoctrooien en aanvullende
beschermingscertificaten; beschermingscertificaten;
l) het ministerieel besluit van 18 maart 2016 houdende toekenning van l) het ministerieel besluit van 18 maart 2016 houdende toekenning van
een speciale delegatie van handtekening voor bepaalde stukken in een speciale delegatie van handtekening voor bepaalde stukken in
verband met uitvindingsoctrooien en aanvullende verband met uitvindingsoctrooien en aanvullende
beschermingscertificaten voor geneesmiddelen en beschermingscertificaten voor geneesmiddelen en
gewasbeschermingsmiddelen; gewasbeschermingsmiddelen;
m) het koninklijk besluit van 12 juli 2019 houdende wijziging van m) het koninklijk besluit van 12 juli 2019 houdende wijziging van
diverse reglementaire bepalingen betreffende uitvindingsoctrooien en diverse reglementaire bepalingen betreffende uitvindingsoctrooien en
aanvullende beschermingscertificaten; aanvullende beschermingscertificaten;
n) het koninklijk besluit van 21 september 2020 houdende wijziging van n) het koninklijk besluit van 21 september 2020 houdende wijziging van
diverse reglementaire bepalingen betreffende uitvindingsoctrooien en diverse reglementaire bepalingen betreffende uitvindingsoctrooien en
aanvullende beschermingscertificaten; aanvullende beschermingscertificaten;
o) het koninklijk besluit van 21 september 2020 betreffende het o) het koninklijk besluit van 21 september 2020 betreffende het
verstrekken, door de Dienst voor de Intellectuele Eigendom, van verstrekken, door de Dienst voor de Intellectuele Eigendom, van
documenten en informatie inzake industriële eigendom; documenten en informatie inzake industriële eigendom;
p) het koninklijk besluit van 30 september 2020 betreffende de p) het koninklijk besluit van 30 september 2020 betreffende de
vertegenwoordiging inzake octrooien; vertegenwoordiging inzake octrooien;
q) het koninklijk besluit van 30 september 2020 houdende het q) het koninklijk besluit van 30 september 2020 houdende het
tuchtreglement van toepassing op de octrooigemachtigden; tuchtreglement van toepassing op de octrooigemachtigden;
4°. het Belgische recht inzake gerechtelijke en administratieve 4°. het Belgische recht inzake gerechtelijke en administratieve
procedures die van toepassing zijn op uitvindingsoctrooien en procedures die van toepassing zijn op uitvindingsoctrooien en
aanvullende beschermingscertificaten zoals het onder meer voortvloeit aanvullende beschermingscertificaten zoals het onder meer voortvloeit
uit volgende wetten: uit volgende wetten:
a) het Gerechtelijk Wetboek van 10 oktober 1967; a) het Gerechtelijk Wetboek van 10 oktober 1967;
b) de gecoördineerde wetten op het gebruik van de talen in b) de gecoördineerde wetten op het gebruik van de talen in
bestuurszaken van 18 juli 1966. bestuurszaken van 18 juli 1966.

Art. 2.Het programma van het examen bedoeld in artikel XI.66, § 2,

Art. 2.Het programma van het examen bedoeld in artikel XI.66, § 2,

3°, van het Wetboek van economisch recht en van de bekwaamheidsproef 3°, van het Wetboek van economisch recht en van de bekwaamheidsproef
bedoeld in artikel 1, 11°, van het koninklijk besluit van 30 september bedoeld in artikel 1, 11°, van het koninklijk besluit van 30 september
2020, voor 2021 slaat niet op de wettelijke bepalingen die na de datum 2020, voor 2021 slaat niet op de wettelijke bepalingen die na de datum
van de inwerkingtreding van dit besluit in werking zijn getreden. van de inwerkingtreding van dit besluit in werking zijn getreden.

Art. 3.Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het

Art. 3.Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het

Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt. Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.
Door de gemeenschappelijke vergadering van de Commissie tot erkenning Door de gemeenschappelijke vergadering van de Commissie tot erkenning
van de gemachtigden inzake uitvindingsoctrooien: van de gemachtigden inzake uitvindingsoctrooien:
De Voorzitter, De Voorzitter,
I. VERNIMME I. VERNIMME
Reglement van het examen bedoeld in artikel XI.66, § 2, eerste lid, Reglement van het examen bedoeld in artikel XI.66, § 2, eerste lid,
3°, van het Wetboek van economisch recht en van de bekwaamheidsproef 3°, van het Wetboek van economisch recht en van de bekwaamheidsproef
bedoeld in artikel 1, 11°, van het koninklijk besluit van 30 september bedoeld in artikel 1, 11°, van het koninklijk besluit van 30 september
2020 betreffende de vertegenwoordiging inzake octrooien 2020 betreffende de vertegenwoordiging inzake octrooien
De gemeenschappelijke vergadering van de Commissie tot erkenning van De gemeenschappelijke vergadering van de Commissie tot erkenning van
de gemachtigden inzake uitvindingsoctrooien, de gemachtigden inzake uitvindingsoctrooien,
Gelet op het Wetboek van economisch recht, artikel XI.75/2, tweede Gelet op het Wetboek van economisch recht, artikel XI.75/2, tweede
lid, ingevoegd bij de wet van 19 april 2014 en gewijzigd bij de wet lid, ingevoegd bij de wet van 19 april 2014 en gewijzigd bij de wet
van 8 juli 2018; van 8 juli 2018;
Gelet op het koninklijk besluit van 30 september 2020 betreffende de Gelet op het koninklijk besluit van 30 september 2020 betreffende de
vertegenwoordiging inzake octrooien, artikel 27, § 1, tweede lid, en vertegenwoordiging inzake octrooien, artikel 27, § 1, tweede lid, en
36, 36,
Besluit : Besluit :
HOOFDSTUK 1. - Definities HOOFDSTUK 1. - Definities

Artikel 1.Voor de toepassing van dit reglement wordt verstaan onder:

Artikel 1.Voor de toepassing van dit reglement wordt verstaan onder:

1° het koninklijk besluit: het koninklijk besluit van 30 september 1° het koninklijk besluit: het koninklijk besluit van 30 september
2020 betreffende de vertegenwoordiging inzake octrooien; 2020 betreffende de vertegenwoordiging inzake octrooien;
2° de Commissie: de Commissie tot erkenning van de gemachtigden inzake 2° de Commissie: de Commissie tot erkenning van de gemachtigden inzake
uitvindingsoctrooien, samengesteld uit twee afdelingen, bedoeld in de uitvindingsoctrooien, samengesteld uit twee afdelingen, bedoeld in de
artikelen XI.75/1 en XI.75/2 van het Wetboek van economisch recht; artikelen XI.75/1 en XI.75/2 van het Wetboek van economisch recht;
3° het examen: het examen bedoeld in artikel XI.66, § 2, eerste lid, 3° het examen: het examen bedoeld in artikel XI.66, § 2, eerste lid,
3°, van het Wetboek van economisch recht; 3°, van het Wetboek van economisch recht;
4° de bekwaamheidsproef: de bekwaamheidsproef bedoeld in artikel 1, 4° de bekwaamheidsproef: de bekwaamheidsproef bedoeld in artikel 1,
11°, van het koninklijk besluit. 11°, van het koninklijk besluit.
HOOFDSTUK 2. - De aanvraag tot deelneming aan het examen of aan de HOOFDSTUK 2. - De aanvraag tot deelneming aan het examen of aan de
bekwaamheidsproef bekwaamheidsproef

Art. 2.§ 1. De aanvraag tot deelneming aan het examen vermeldt de

Art. 2.§ 1. De aanvraag tot deelneming aan het examen vermeldt de

na(a)m(en), de voorna(a)m(en), het adres, de nationaliteit van de na(a)m(en), de voorna(a)m(en), het adres, de nationaliteit van de
kandidaat en de gekozen sector overeenkomstig artikel 30, § 1, van het kandidaat en de gekozen sector overeenkomstig artikel 30, § 1, van het
koninklijk besluit. Zij wordt vergezeld: koninklijk besluit. Zij wordt vergezeld:
1° van een kopie van de diploma's bedoeld in artikel XI.66, § 2, 1° van een kopie van de diploma's bedoeld in artikel XI.66, § 2,
eerste lid, 1°, en tweede lid, van het Wetboek van economisch recht; eerste lid, 1°, en tweede lid, van het Wetboek van economisch recht;
2° van overtuigingselementen waaruit blijkt dat is voldaan aan de 2° van overtuigingselementen waaruit blijkt dat is voldaan aan de
beroepsactiviteiten bedoeld in artikel XI.66, § 2, eerste lid, 2°, van beroepsactiviteiten bedoeld in artikel XI.66, § 2, eerste lid, 2°, van
het Wetboek van economisch recht en in de artikelen 14 en 28, derde het Wetboek van economisch recht en in de artikelen 14 en 28, derde
lid, van het koninklijk besluit; lid, van het koninklijk besluit;
3° van een kopie van een identiteitsbewijs; 3° van een kopie van een identiteitsbewijs;
4° van een verklaring die aangeeft dat aan de voorwaarden van artikel 4° van een verklaring die aangeeft dat aan de voorwaarden van artikel
XI.66, § 1, eerste lid, 3°, 4° en 5°, van het Wetboek van economisch XI.66, § 1, eerste lid, 3°, 4° en 5°, van het Wetboek van economisch
recht zijn voldaan. recht zijn voldaan.
§ 2. De aanvraag tot deelneming aan de bekwaamheidsproef vermeldt de § 2. De aanvraag tot deelneming aan de bekwaamheidsproef vermeldt de
na(a)m(en), de voorna(a)m(en), het adres en de nationaliteit van de na(a)m(en), de voorna(a)m(en), het adres en de nationaliteit van de
kandidaat. Zij wordt vergezeld hetzij van een kopie van een kandidaat. Zij wordt vergezeld hetzij van een kopie van een
opleidingstitel bedoeld in artikel 16, 1°, a), van het koninklijk opleidingstitel bedoeld in artikel 16, 1°, a), van het koninklijk
besluit, hetzij van de overtuigingselementen die het bewijs leveren besluit, hetzij van de overtuigingselementen die het bewijs leveren
van de voltijdse uitoefening van het beroep van erkend van de voltijdse uitoefening van het beroep van erkend
octrooigemachtigde bedoeld in artikel 16, 1°, b), van het koninklijk octrooigemachtigde bedoeld in artikel 16, 1°, b), van het koninklijk
besluit en van een kopie van een of meer opleidingstitels zoals besluit en van een kopie van een of meer opleidingstitels zoals
bedoeld in artikel 16, 1°, b), van het koninklijk besluit. bedoeld in artikel 16, 1°, b), van het koninklijk besluit.
HOOFDSTUK 3. - De schriftelijke proef van het examen HOOFDSTUK 3. - De schriftelijke proef van het examen

Art. 3.De schriftelijke proef heeft op twee halve dagen van

Art. 3.De schriftelijke proef heeft op twee halve dagen van

opeenvolgende datum plaats. De eerste halve dag is, gedurende ten opeenvolgende datum plaats. De eerste halve dag is, gedurende ten
hoogste vier uur voor het redigeren van de stukken bedoeld in artikel hoogste vier uur voor het redigeren van de stukken bedoeld in artikel
30, § 2, 1°, van het koninklijk besluit, voorzien. De tweede halve dag 30, § 2, 1°, van het koninklijk besluit, voorzien. De tweede halve dag
is, gedurende ten hoogste vier uur, voorzien voor het redigeren van is, gedurende ten hoogste vier uur, voorzien voor het redigeren van
het antwoord en de nota bedoeld in artikel 30, § 2, 2° en 3°, van het het antwoord en de nota bedoeld in artikel 30, § 2, 2° en 3°, van het
koninklijk besluit. Geen enkele pauze is voorzien gedurende het koninklijk besluit. Geen enkele pauze is voorzien gedurende het
verloop van elk schriftelijk gedeelte. verloop van elk schriftelijk gedeelte.

Art. 4.Voor de schriftelijke proef kunnen de documenten die de stand

Art. 4.Voor de schriftelijke proef kunnen de documenten die de stand

van de techniek betreffen in het Frans, Nederlands, Duits of Engels van de techniek betreffen in het Frans, Nederlands, Duits of Engels
opgesteld zijn. opgesteld zijn.

Art. 5.De kandidaten moeten voor vaststaand en onbetwistbaar aannemen

Art. 5.De kandidaten moeten voor vaststaand en onbetwistbaar aannemen

alle feiten die in de documenten van de schriftelijke proef zijn alle feiten die in de documenten van de schriftelijke proef zijn
opgenomen; in hun antwoord dienen zij van de gegeven feiten uit te opgenomen; in hun antwoord dienen zij van de gegeven feiten uit te
gaan. De documenten die als stand van de techniek worden aangevoerd gaan. De documenten die als stand van de techniek worden aangevoerd
dienen als volledig en uitputtend te worden beschouwd, dit houdt in dienen als volledig en uitputtend te worden beschouwd, dit houdt in
dat de kandidaten de bijzondere kennis die zij ter zake zouden kunnen dat de kandidaten de bijzondere kennis die zij ter zake zouden kunnen
hebben niet mogen gebruiken. hebben niet mogen gebruiken.

Art. 6.Tenzij in de instructies anders voorzien, is het de kandidaten

Art. 6.Tenzij in de instructies anders voorzien, is het de kandidaten

niet toegelaten voor de schriftelijke proef boeken, geschreven teksten niet toegelaten voor de schriftelijke proef boeken, geschreven teksten
of andere documentatie mede te brengen of te consulteren. Zonodig zal of andere documentatie mede te brengen of te consulteren. Zonodig zal
de Belgische en de in België van kracht zijnde Europese en de Belgische en de in België van kracht zijnde Europese en
internationale wetgeving inzake uitvindingsoctrooien te hunner internationale wetgeving inzake uitvindingsoctrooien te hunner
beschikking gesteld worden. beschikking gesteld worden.

Art. 7.De kandidaten zijn verplicht:

Art. 7.De kandidaten zijn verplicht:

1° gedurende de ganse duur van de schriftelijke proef in de zaal 1° gedurende de ganse duur van de schriftelijke proef in de zaal
steeds dezelfde plaats in te nemen; steeds dezelfde plaats in te nemen;
2° slechts op een speciaal daarvoor voorzien blad hun na(a)m(en) en al 2° slechts op een speciaal daarvoor voorzien blad hun na(a)m(en) en al
hun voorna(a)m(en) in te vullen en hun gebruikelijke handtekening aan hun voorna(a)m(en) in te vullen en hun gebruikelijke handtekening aan
te brengen vooraleer het beginsignaal voor elk deel der schriftelijke te brengen vooraleer het beginsignaal voor elk deel der schriftelijke
proef wordt gegeven; proef wordt gegeven;
3° de bladen of documenten van hun antwoord in de rechter bovenhoek in 3° de bladen of documenten van hun antwoord in de rechter bovenhoek in
opeenvolgende Arabische cijfers te nummeren; opeenvolgende Arabische cijfers te nummeren;
4° bij het eindsignaal van elk schriftelijk gedeelte onmiddellijk op 4° bij het eindsignaal van elk schriftelijk gedeelte onmiddellijk op
te houden met de beantwoording van de vragen. De kandidaten worden te houden met de beantwoording van de vragen. De kandidaten worden
vijf minuten voor het einde van elk schriftelijk gedeelte vijf minuten voor het einde van elk schriftelijk gedeelte
gewaarschuwd. gewaarschuwd.

Art. 8.Het is de kandidaten verboden:

Art. 8.Het is de kandidaten verboden:

1° kennis te nemen van het onderwerp van elk schriftelijk gedeelte 1° kennis te nemen van het onderwerp van elk schriftelijk gedeelte
vooraleer het beginsignaal is gegeven; vooraleer het beginsignaal is gegeven;
2° bedrog te plegen of pogen bedrog te plegen; 2° bedrog te plegen of pogen bedrog te plegen;
3° gedurende het verloop van elk schriftelijk gedeelte met elkaar of 3° gedurende het verloop van elk schriftelijk gedeelte met elkaar of
met ieder ander persoon, zelfs buiten de zaal, te communiceren; met ieder ander persoon, zelfs buiten de zaal, te communiceren;
4° hun na(a)m(en), initialen of enig ander herkenningsteken elders dan 4° hun na(a)m(en), initialen of enig ander herkenningsteken elders dan
op het daartoe bestemde blad of document aan te brengen; op het daartoe bestemde blad of document aan te brengen;
5° buiten de zaal de ten behoeve van de proef ter beschikking gestelde 5° buiten de zaal de ten behoeve van de proef ter beschikking gestelde
documenten of benodigdheden mede te nemen; documenten of benodigdheden mede te nemen;
6° de zaal zonder toelating van de opzichter te verlaten. Een 6° de zaal zonder toelating van de opzichter te verlaten. Een
kandidaat die zijn antwoord nog niet heeft afgegeven mag de zaal kandidaat die zijn antwoord nog niet heeft afgegeven mag de zaal
slechts verlaten indien alle andere kandidaten zich in de zaal slechts verlaten indien alle andere kandidaten zich in de zaal
bevinden. bevinden.

Art. 9.De kandidaten die aankomen in de examenzaal nadat het

Art. 9.De kandidaten die aankomen in de examenzaal nadat het

beginsignaal van een bepaald schriftelijk gedeelte is gegeven, zijn beginsignaal van een bepaald schriftelijk gedeelte is gegeven, zijn
niet gerechtigd de verzuimde tijd na het eindsignaal ervan in te niet gerechtigd de verzuimde tijd na het eindsignaal ervan in te
halen. halen.

Art. 10.Elke afdeling van de Commissie duidt voor het schriftelijke

Art. 10.Elke afdeling van de Commissie duidt voor het schriftelijke

gedeelte de voor het goed verloop ervan verantwoordelijke opzichters gedeelte de voor het goed verloop ervan verantwoordelijke opzichters
aan. De verantwoordelijke opzichters worden onder de leden van elke aan. De verantwoordelijke opzichters worden onder de leden van elke
betrokken afdeling gekozen. De verantwoordelijke opzichters mogen betrokken afdeling gekozen. De verantwoordelijke opzichters mogen
andere opzichters aanduiden om hen bij te staan. Gedurende het andere opzichters aanduiden om hen bij te staan. Gedurende het
schriftelijke gedeelte is de vervanging van deze laatsten toegelaten. schriftelijke gedeelte is de vervanging van deze laatsten toegelaten.

Art. 11.Iedere kandidaat die de door een opzichter op grond van dit

Art. 11.Iedere kandidaat die de door een opzichter op grond van dit

reglement gegeven instructies overtreedt of die door zijn gedrag één reglement gegeven instructies overtreedt of die door zijn gedrag één
of verschillende andere kandidaten stoort kan door de van dienst of verschillende andere kandidaten stoort kan door de van dienst
zijnde verantwoordelijke opzichter van de schriftelijke proef worden zijnde verantwoordelijke opzichter van de schriftelijke proef worden
uitgesloten. uitgesloten.

Art. 12.De kandidaten mogen mondelinge vragen stellen betreffende het

Art. 12.De kandidaten mogen mondelinge vragen stellen betreffende het

verloop van het schriftelijke gedeelte, na hun plaats in de examenzaal verloop van het schriftelijke gedeelte, na hun plaats in de examenzaal
te hebben ingenomen, doch vooraleer de opgaven werden uitgedeeld en te hebben ingenomen, doch vooraleer de opgaven werden uitgedeeld en
het beginsignaal werd gegeven. Indien de kandidaten na het het beginsignaal werd gegeven. Indien de kandidaten na het
beginsignaal van het schriftelijke gedeelte nog vragen wensen te beginsignaal van het schriftelijke gedeelte nog vragen wensen te
stellen, dienen zij dit schriftelijk te doen; op vragen betreffende de stellen, dienen zij dit schriftelijk te doen; op vragen betreffende de
formulering van de opgave wordt niet geantwoord. formulering van de opgave wordt niet geantwoord.

Art. 13.Klachten betreffende het verloop van de schriftelijke proef

Art. 13.Klachten betreffende het verloop van de schriftelijke proef

worden door elke afdeling van de Commissie slechts in overweging worden door elke afdeling van de Commissie slechts in overweging
genomen indien zij gemotiveerd en gericht zijn aan de voorzitter van genomen indien zij gemotiveerd en gericht zijn aan de voorzitter van
de betrokken afdeling bij een aangetekende zending ten laatste acht de betrokken afdeling bij een aangetekende zending ten laatste acht
dagen na de datum waarop de schriftelijke proef plaats vond. dagen na de datum waarop de schriftelijke proef plaats vond.

Art. 14.De voor elke afdeling verantwoordelijke opzichter is belast

Art. 14.De voor elke afdeling verantwoordelijke opzichter is belast

met het opstellen van een proces-verbaal over het verloop van de met het opstellen van een proces-verbaal over het verloop van de
schriftelijke proef, waarin inzonderheid vermeld dienen te worden de schriftelijke proef, waarin inzonderheid vermeld dienen te worden de
namen van de aanwezige kandidaten, het uur waarop het begin- en namen van de aanwezige kandidaten, het uur waarop het begin- en
eindsignaal van elk schriftelijk gedeelte werd gegeven, de naam van eindsignaal van elk schriftelijk gedeelte werd gegeven, de naam van
elke kandidaat die de zaal heeft verlaten alsook elk incident dat elke kandidaat die de zaal heeft verlaten alsook elk incident dat
tussen het begin- en eindsignaal van elk schriftelijk gedeelte plaats tussen het begin- en eindsignaal van elk schriftelijk gedeelte plaats
vond. vond.

Art. 15.De beoordeling van de schriftelijke proef geschiedt zonder

Art. 15.De beoordeling van de schriftelijke proef geschiedt zonder

dat de identiteit van de kandidaten bekend is. dat de identiteit van de kandidaten bekend is.

Art. 16.De kandidaat die de in artikelen 30, § 3, en 32, § 1, vierde

Art. 16.De kandidaat die de in artikelen 30, § 3, en 32, § 1, vierde

lid, van het koninklijk besluit voorziene gehele vrijstelling van de lid, van het koninklijk besluit voorziene gehele vrijstelling van de
schriftelijke proef wenst te genieten dient bij zijn aanvraag tot schriftelijke proef wenst te genieten dient bij zijn aanvraag tot
deelneming aan het examen een verzoek voor totale vrijstelling te deelneming aan het examen een verzoek voor totale vrijstelling te
voegen. Dit verzoek is alleen ontvankelijk indien het gegrond is op voegen. Dit verzoek is alleen ontvankelijk indien het gegrond is op
het laatste examen waaraan de kandidaat heeft deelgenomen van de in de het laatste examen waaraan de kandidaat heeft deelgenomen van de in de
afgelopen tien jaar georganiseerde examens. afgelopen tien jaar georganiseerde examens.

Art. 17.De kandidaat die van de in artikelen 30, § 3, en 32, § 1,

Art. 17.De kandidaat die van de in artikelen 30, § 3, en 32, § 1,

vijfde lid, van het koninklijk besluit voorziene gedeeltelijke vijfde lid, van het koninklijk besluit voorziene gedeeltelijke
vrijstelling van het schriftelijk gedeelte wenst te genieten dient het vrijstelling van het schriftelijk gedeelte wenst te genieten dient het
verzoek bij zijn aanvraag tot deelneming te voegen. Dit verzoek is verzoek bij zijn aanvraag tot deelneming te voegen. Dit verzoek is
alleen ontvankelijk indien het vergezeld is van een bewijs van slagen alleen ontvankelijk indien het vergezeld is van een bewijs van slagen
in het Europees kwalificatieexamen voor erkende gemachtigden bij het in het Europees kwalificatieexamen voor erkende gemachtigden bij het
Europees Octrooibureau. De gedeeltelijke vrijstelling heeft betrekking Europees Octrooibureau. De gedeeltelijke vrijstelling heeft betrekking
op dat gedeelte van de schriftelijke proef dat valt onder artikel 30, op dat gedeelte van de schriftelijke proef dat valt onder artikel 30,
§ 2, 1°, van het koninklijk besluit. § 2, 1°, van het koninklijk besluit.

Art. 18.Iedere kandidaat die van het resultaat van de schriftelijke

Art. 18.Iedere kandidaat die van het resultaat van de schriftelijke

proef op de hoogte is gesteld, kan aan de voorzitter van de betrokken proef op de hoogte is gesteld, kan aan de voorzitter van de betrokken
afdeling vragen zijn dossier in te zien. afdeling vragen zijn dossier in te zien.
HOOFDSTUK 4. - De mondelinge proef van het examen HOOFDSTUK 4. - De mondelinge proef van het examen

Art. 19.Artikel 6 van dit reglement is eveneens voor de mondelinge

Art. 19.Artikel 6 van dit reglement is eveneens voor de mondelinge

proef van toepassing. proef van toepassing.

Art. 20.Het is de kandidaat, die de mondelinge proef heeft afgelegd,

Art. 20.Het is de kandidaat, die de mondelinge proef heeft afgelegd,

verboden de kandidaten die wachten om de proef af te leggen, te verboden de kandidaten die wachten om de proef af te leggen, te
storen. storen.
HOOFDSTUK 5. - De bekwaamheidsproef HOOFDSTUK 5. - De bekwaamheidsproef

Art. 21.De Commissie organiseert en neemt de bekwaamheidsproef af

Art. 21.De Commissie organiseert en neemt de bekwaamheidsproef af

volgens de modaliteiten die ze bepaalt ingevolge de situatie van elk volgens de modaliteiten die ze bepaalt ingevolge de situatie van elk
kandidaat. kandidaat.
HOOFDSTUK 6. - Diverse bepalingen HOOFDSTUK 6. - Diverse bepalingen

Art. 22.Instructies worden aan de krachtens artikel 27, § 2, van het

Art. 22.Instructies worden aan de krachtens artikel 27, § 2, van het

koninklijk besluit aangewezen deskundigen verstrekt voor het opstellen koninklijk besluit aangewezen deskundigen verstrekt voor het opstellen
en verbeteren van respectievelijk vragen en antwoorden der en verbeteren van respectievelijk vragen en antwoorden der
schriftelijke proef alsook voor ondervragingen bij de mondelinge schriftelijke proef alsook voor ondervragingen bij de mondelinge
proef. proef.

Art. 23.Instructies worden aan de kandidaten verstrekt voor het

Art. 23.Instructies worden aan de kandidaten verstrekt voor het

verloop van het examen en voor het redigeren van de schriftelijke verloop van het examen en voor het redigeren van de schriftelijke
proef van het examen. proef van het examen.

Art. 24.De punten die door dit reglement niet worden geregeld worden

Art. 24.De punten die door dit reglement niet worden geregeld worden

beslist door elke afdeling van de Commissie in zoverre het haar beslist door elke afdeling van de Commissie in zoverre het haar
betreft. De voorzitter van de betrokken afdeling deelt dit mede aan de betreft. De voorzitter van de betrokken afdeling deelt dit mede aan de
voorzitter van de andere afdeling. voorzitter van de andere afdeling.

Art. 25.De voorzitter van de gemeenschappelijke vergadering van de

Art. 25.De voorzitter van de gemeenschappelijke vergadering van de

Commissie ziet toe op de juiste toepassing van dit reglement. Commissie ziet toe op de juiste toepassing van dit reglement.

Art. 26.Dit reglement treedt in werking de dag waarop het in het

Art. 26.Dit reglement treedt in werking de dag waarop het in het

Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt. Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.
Door de gemeenschappelijke vergadering van de Commissie tot erkenning Door de gemeenschappelijke vergadering van de Commissie tot erkenning
van de gemachtigden inzake uitvindingsoctrooien: van de gemachtigden inzake uitvindingsoctrooien:
De Voorzitter, De Voorzitter,
I. VERNIMME I. VERNIMME
^