Etaamb.openjustice.be
Meertalige weergave van Besluit Van De Waalse Regering van 31/05/2007
← Terug naar "Besluit van de Waalse Regering tot bepaling van de integrale voorwaarden betreffende de installaties voor de tijdelijke opslag van afgewerkte oliën "
Besluit van de Waalse Regering tot bepaling van de integrale voorwaarden betreffende de installaties voor de tijdelijke opslag van afgewerkte oliën Besluit van de Waalse Regering tot bepaling van de integrale voorwaarden betreffende de installaties voor de tijdelijke opslag van afgewerkte oliën
MINISTERIE VAN HET WAALSE GEWEST MINISTERIE VAN HET WAALSE GEWEST
31 MEI 2007. - Besluit van de Waalse Regering tot bepaling van de 31 MEI 2007. - Besluit van de Waalse Regering tot bepaling van de
integrale voorwaarden betreffende de installaties voor de tijdelijke integrale voorwaarden betreffende de installaties voor de tijdelijke
opslag van afgewerkte oliën opslag van afgewerkte oliën
De Waalse Regering, De Waalse Regering,
Gelet op het decreet van 11 maart 1999 betreffende de Gelet op het decreet van 11 maart 1999 betreffende de
milieuvergunning, inzonderheid op de artikelen 4, 5, 7, 8 en 9; milieuvergunning, inzonderheid op de artikelen 4, 5, 7, 8 en 9;
Gelet op het advies nr. 42.191/4 van de Raad van State, uitgebracht op Gelet op het advies nr. 42.191/4 van de Raad van State, uitgebracht op
26 februari 2007, overeenkomstig artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van 26 februari 2007, overeenkomstig artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van
de gecoördineerde wetten op de Raad van State; de gecoördineerde wetten op de Raad van State;
Overwegende dat dit besluit aan de Europese Commissie meegedeeld werd Overwegende dat dit besluit aan de Europese Commissie meegedeeld werd
overeenkomstig artikel 8 van richtlijn 98/34/EG van het Europees overeenkomstig artikel 8 van richtlijn 98/34/EG van het Europees
Parlement en van de Raad van 22 juni 1998 betreffende een Parlement en van de Raad van 22 juni 1998 betreffende een
informatieprocedure op het gebied van normen en technische informatieprocedure op het gebied van normen en technische
voorschriften en regels betreffende de diensten van de voorschriften en regels betreffende de diensten van de
informatiemaatschappij; dat de Europese Commissie geen opmerking informatiemaatschappij; dat de Europese Commissie geen opmerking
i.v.m. dit besluit heeft gemaakt; i.v.m. dit besluit heeft gemaakt;
Op de voordracht van de Minister van Landbouw, Landelijke Op de voordracht van de Minister van Landbouw, Landelijke
Aangelegenheden, Leefmilieu en Toerisme; Aangelegenheden, Leefmilieu en Toerisme;
Na beraadslaging, Na beraadslaging,
Besluit : Besluit :
TITEL I. - Gemeenschappelijke bepalingen TITEL I. - Gemeenschappelijke bepalingen
HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied en begripsomschrijving HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied en begripsomschrijving

Artikel 1.Deze integrale voorwaarden zijn van toepassing op de

Artikel 1.Deze integrale voorwaarden zijn van toepassing op de

installaties voor de tijdelijke opslag van afgewerkte oliën zoals installaties voor de tijdelijke opslag van afgewerkte oliën zoals
bedoeld in artikel 1, 1°, van het besluit van de Waalse bedoeld in artikel 1, 1°, van het besluit van de Waalse
Gewestexecutieve van 9 juni 1992 betreffende de afvalstoffen als de Gewestexecutieve van 9 juni 1992 betreffende de afvalstoffen als de
opslagcapaciteit groter is dan 500 liter en gelijk aan 2 000 liter of opslagcapaciteit groter is dan 500 liter en gelijk aan 2 000 liter of
minder. Deze installaties worden vermeld in rubriek 63.12.05.05.01 van minder. Deze installaties worden vermeld in rubriek 63.12.05.05.01 van
bijlage I bij het besluit van Waalse Regering van 4 juli 2002 tot bijlage I bij het besluit van Waalse Regering van 4 juli 2002 tot
bepaling van de lijst van de aan een milieueffectstudie onderworpen bepaling van de lijst van de aan een milieueffectstudie onderworpen
projecten en van de ingedeelde installaties en activiteiten. projecten en van de ingedeelde installaties en activiteiten.

Art. 2.Voor de toepassing van deze voorschriften wordt verstaan onder

Art. 2.Voor de toepassing van deze voorschriften wordt verstaan onder

: :
1° tijdelijke opslaginstallatie : installatie waar de afvalstoffen 1° tijdelijke opslaginstallatie : installatie waar de afvalstoffen
opgeslagen worden vooraleer ze vervoerd worden met het oog op hun opgeslagen worden vooraleer ze vervoerd worden met het oog op hun
hergroepering, voorbehandeling, nuttige toepassing of verwijdering uit hergroepering, voorbehandeling, nuttige toepassing of verwijdering uit
de productielocatie; de productielocatie;
3° bovengrondse tank : tank die in de openlucht, in een al dan niet 3° bovengrondse tank : tank die in de openlucht, in een al dan niet
ondergronds lokaal of in een niet opgehoogde kuil geplaatst kan ondergronds lokaal of in een niet opgehoogde kuil geplaatst kan
worden. Een ontoegankelijke bovengrondse tank is een tank met minstens worden. Een ontoegankelijke bovengrondse tank is een tank met minstens
één onzichtbare wand; één onzichtbare wand;
4° ingegraven tank : tank die zich geheel of gedeeltelijk onder de 4° ingegraven tank : tank die zich geheel of gedeeltelijk onder de
grond bevindt en waarvan de wanden in rechtstreeks contact zijn met de grond bevindt en waarvan de wanden in rechtstreeks contact zijn met de
omliggende aarde; omliggende aarde;
4° verplaatsbaar recipiënt : vat, bus of container bestemd voor de 4° verplaatsbaar recipiënt : vat, bus of container bestemd voor de
opslag van afgewerkte oliën; opslag van afgewerkte oliën;
5° bevoegde deskundige : persoon of technische dienst geaccrediteerd 5° bevoegde deskundige : persoon of technische dienst geaccrediteerd
volgens de norm ISO/CEI 17020 of deskundige erkend in het vak volgens de norm ISO/CEI 17020 of deskundige erkend in het vak
"opslaginstallatie" overeenkomstig artikel 681/73 van titel III van "opslaginstallatie" overeenkomstig artikel 681/73 van titel III van
het algemeen reglement op de arbeidsbescherming; het algemeen reglement op de arbeidsbescherming;
6° erkende technicus : technicus erkend overeenkomstig artikel 634ter 6° erkende technicus : technicus erkend overeenkomstig artikel 634ter
/4 van titel III van het Algemeen reglement op de arbeidsbescherming; /4 van titel III van het Algemeen reglement op de arbeidsbescherming;
7° bestaande inrichting : inrichting die behoorlijk vergund is vóór de 7° bestaande inrichting : inrichting die behoorlijk vergund is vóór de
inwerkingtreding van dit besluit. De inrichting waarvoor een inwerkingtreding van dit besluit. De inrichting waarvoor een
vergunningaanvraag is ingediend vóór de inwerkingtreding van dit vergunningaanvraag is ingediend vóór de inwerkingtreding van dit
besluit wordt met een bestaande inrichting gelijkgesteld. De besluit wordt met een bestaande inrichting gelijkgesteld. De
verbouwing of uitbreiding van een bestaande inrichting die de uitbater verbouwing of uitbreiding van een bestaande inrichting die de uitbater
vóór de inwerkingtreding van dit besluit heeft opgenomen in het vóór de inwerkingtreding van dit besluit heeft opgenomen in het
register bedoeld in artikel 10, § 2, van het decreet van 11 maart 1999 register bedoeld in artikel 10, § 2, van het decreet van 11 maart 1999
betreffende de milieuvergunning wordt met een bestaande inrichting betreffende de milieuvergunning wordt met een bestaande inrichting
gelijkgesteld. gelijkgesteld.
HOOFDSTUK II. - Vestiging en bouw HOOFDSTUK II. - Vestiging en bouw

Art. 3.De afgewerkte oliën worden opgeslagen in tanks bestand tegen

Art. 3.De afgewerkte oliën worden opgeslagen in tanks bestand tegen

corrosie of inbijting door de producten die ze inhouden. corrosie of inbijting door de producten die ze inhouden.

Art. 4.Elke ruimte voor de opslag van gevaarlijke afvalstoffen in de

Art. 4.Elke ruimte voor de opslag van gevaarlijke afvalstoffen in de

openlucht gelegen op een plaats die toegankelijk is voor personen die openlucht gelegen op een plaats die toegankelijk is voor personen die
niets te maken hebben met de opslaglocatie, is afgesloten met een niets te maken hebben met de opslaglocatie, is afgesloten met een
omheining van minimum twee meter hoog. Andere materiële, stevige en omheining van minimum twee meter hoog. Andere materiële, stevige en
vaste middelen kunnen aangewend worden voor zover ze dezelfde graad vaste middelen kunnen aangewend worden voor zover ze dezelfde graad
van bescherming en veiligheid als de omheining garanderen. van bescherming en veiligheid als de omheining garanderen.
De voertuigen van de regionale brandweerdienst hebben vanaf de De voertuigen van de regionale brandweerdienst hebben vanaf de
openbare weg vlotte toegang tot de opslagplaats. openbare weg vlotte toegang tot de opslagplaats.

Art. 5.De stabiliteit van de mobiele tanks en recipiënten wordt onder

Art. 5.De stabiliteit van de mobiele tanks en recipiënten wordt onder

alle omstandigheden gegarandeerd. alle omstandigheden gegarandeerd.
Ze worden geïnstalleerd zodat ze niet kunnen omslaan of scheuren Ze worden geïnstalleerd zodat ze niet kunnen omslaan of scheuren
ingevolge extreme druk of verzakkingen. ingevolge extreme druk of verzakkingen.

Art. 6.De mobiele tanks en de recipiënten worden geplaatst zodat ze

Art. 6.De mobiele tanks en de recipiënten worden geplaatst zodat ze

makkelijk gecontroleerd en onderhouden kunnen worden, zowel van buiten makkelijk gecontroleerd en onderhouden kunnen worden, zowel van buiten
als van binnen. als van binnen.

Art. 7.De vulopeningen worden aangebracht in een lekvrije voorziening

Art. 7.De vulopeningen worden aangebracht in een lekvrije voorziening

voor de opvang van de vloeistoffen die niet rechtstreeks op de voor de opvang van de vloeistoffen die niet rechtstreeks op de
openbare riolering aangesloten is. openbare riolering aangesloten is.
HOOFDSTUK II. - Exploitatie HOOFDSTUK II. - Exploitatie

Art. 8.De exploitant is verplicht over een werkplan te beschikken.

Art. 8.De exploitant is verplicht over een werkplan te beschikken.

Dat werkplan bevat hoe dan ook : Dat werkplan bevat hoe dan ook :
1° de instructies voor het personeel in geval van brand of ongeval; 1° de instructies voor het personeel in geval van brand of ongeval;
2° de instructies betreffende de hantering, de opslag en de afvoer van 2° de instructies betreffende de hantering, de opslag en de afvoer van
de afgewerkte oliën met inachtneming van deze voorwaarden en van de de afgewerkte oliën met inachtneming van deze voorwaarden en van de
bepalingen van het besluit van de Waalse Gewestexecutieve van 9 april bepalingen van het besluit van de Waalse Gewestexecutieve van 9 april
1992 betreffende de gevaarlijke afvalstoffen. 1992 betreffende de gevaarlijke afvalstoffen.

Art. 9.Het geheel van de installatie, met inbegrip van de in- en

Art. 9.Het geheel van de installatie, met inbegrip van de in- en

uitgang, parkeerruimtes en omgeving, wordt gereinigd zodra uitgang, parkeerruimtes en omgeving, wordt gereinigd zodra
olieafzetting wordt vastgesteld. olieafzetting wordt vastgesteld.
HOOFDSTUK IV. - Ongevallen- en brandpreventie HOOFDSTUK IV. - Ongevallen- en brandpreventie

Art. 10.Vóór de tenuitvoerlegging van het project en vóór elke

Art. 10.Vóór de tenuitvoerlegging van het project en vóór elke

wijziging van de plaats en/of de exploitatieomstandigheden die de wijziging van de plaats en/of de exploitatieomstandigheden die de
risico's voor brand of voor de verspreiding ervan zouden kunnen risico's voor brand of voor de verspreiding ervan zouden kunnen
wijzigen, verstrekt de exploitant de territoriaal bevoegde wijzigen, verstrekt de exploitant de territoriaal bevoegde
brandweerdienst informatie over de getroffen maatregelen en de brandweerdienst informatie over de getroffen maatregelen en de
aangewende uitrustingen inzake de preventie en de bestrijding van aangewende uitrustingen inzake de preventie en de bestrijding van
brand en ontploffingen, met inachtneming van de bescherming van de brand en ontploffingen, met inachtneming van de bescherming van de
bevolking en het leefmilieu. bevolking en het leefmilieu.
HOOFDSTUK V. - Water HOOFDSTUK V. - Water
Afdeling 1. - Algemene bepalingen Afdeling 1. - Algemene bepalingen

Art. 11.§ 1. Water dat door afgewerkte oliën vervuild is of kan

Art. 11.§ 1. Water dat door afgewerkte oliën vervuild is of kan

worden, met inbegrip van het regenwater verwijderd uit de vaten, mag worden, met inbegrip van het regenwater verwijderd uit de vaten, mag
niet in het grondwater geloosd worden. niet in het grondwater geloosd worden.
§ 2. Het water voor de binnenreiniging van de tanks mag niet geloosd § 2. Het water voor de binnenreiniging van de tanks mag niet geloosd
worden en wordt afgevoerd naar een installatie die vergund is om het worden en wordt afgevoerd naar een installatie die vergund is om het
te behandelen. te behandelen.

Art. 12.In geval van accidentele lozing mogen de op de grond

Art. 12.In geval van accidentele lozing mogen de op de grond

verspreide vloeistoffen in geen geval geloosd worden in een openbare verspreide vloeistoffen in geen geval geloosd worden in een openbare
riolering, gewoon oppervlaktewater, een kunstmatige afvoerweg of in riolering, gewoon oppervlaktewater, een kunstmatige afvoerweg of in
grondwater. Ze worden onmiddellijk geneutraliseerd, vernietigd en/of grondwater. Ze worden onmiddellijk geneutraliseerd, vernietigd en/of
afgevoerd. afgevoerd.
Afdeling 2. - Lozingsvoorwaarden Afdeling 2. - Lozingsvoorwaarden
Onderafdeling 1. - Voorwaarden voor het lozen in gewone Onderafdeling 1. - Voorwaarden voor het lozen in gewone
oppervlaktewateren of kunstmatige afwateringswegen oppervlaktewateren of kunstmatige afwateringswegen

Art. 13.Het in gewoon oppervlaktewater of in een kunstmatige

Art. 13.Het in gewoon oppervlaktewater of in een kunstmatige

afwateringsweg geloosde water dat door afgewerkte oliën vervuild is of afwateringsweg geloosde water dat door afgewerkte oliën vervuild is of
kan worden voldoet aan de volgende voorwaarden : kan worden voldoet aan de volgende voorwaarden :
1° de pH is niet hoger dan 9 of lager dan 6,5; 1° de pH is niet hoger dan 9 of lager dan 6,5;
2° de temperatuur bedraagt hoogstens 30 °C; 2° de temperatuur bedraagt hoogstens 30 °C;
3° het gehalte aan BZV5 mag niet hoger zijn dan 60 mg per liter; 3° het gehalte aan BZV5 mag niet hoger zijn dan 60 mg per liter;
4° het gehalte aan niet-polaire koolwaterstoffen is niet hoger dan 15 4° het gehalte aan niet-polaire koolwaterstoffen is niet hoger dan 15
mg per liter; mg per liter;
5° het gehalte aan anionactieve, kationactieve en niet-ionogene 5° het gehalte aan anionactieve, kationactieve en niet-ionogene
wasmiddelen is niet hoger dan 3 mg per liter; wasmiddelen is niet hoger dan 3 mg per liter;
6° het geloosde water is vrij van oliën, vetten of andere zwevende 6° het geloosde water is vrij van oliën, vetten of andere zwevende
stoffen waarvan duidelijk kan worden vastgesteld dat ze een zwevende stoffen waarvan duidelijk kan worden vastgesteld dat ze een zwevende
laag vormen; laag vormen;
7° het geloosde water bevat geen gevaarlijke stoffen zoals bedoeld in 7° het geloosde water bevat geen gevaarlijke stoffen zoals bedoeld in
de artikelen R.131 tot R.141 en in de bijlagen I en VII bij Boek II de artikelen R.131 tot R.141 en in de bijlagen I en VII bij Boek II
van het Milieuwetboek, dat het Waterwetboek inhoudt. van het Milieuwetboek, dat het Waterwetboek inhoudt.
Onderafdeling 2. - Voorwaarden voor het lozen in openbare rioleringen Onderafdeling 2. - Voorwaarden voor het lozen in openbare rioleringen

Art. 14.Het in openbare rioleringen geloosde water dat door

Art. 14.Het in openbare rioleringen geloosde water dat door

afgewerkte oliën vervuild is of kan worden voldoet aan de volgende afgewerkte oliën vervuild is of kan worden voldoet aan de volgende
voorwaarden : voorwaarden :
1° de pH is niet hoger dan 9 of lager dan 6,5; 1° de pH is niet hoger dan 9 of lager dan 6,5;
2° de temperatuur bedraagt hoogstens 45 °C; 2° de temperatuur bedraagt hoogstens 45 °C;
3° het gehalte aan BZV5 mag niet hoger zijn dan 1 000 mg per liter; 3° het gehalte aan BZV5 mag niet hoger zijn dan 1 000 mg per liter;
4° het gehalte aan bezinkbare stoffen bedraagt hoogstens 200 ml per 4° het gehalte aan bezinkbare stoffen bedraagt hoogstens 200 ml per
liter (tijdens een statische bezinking van 2 uren); liter (tijdens een statische bezinking van 2 uren);
5° het gehalte aan niet-polaire koolwaterstoffen is niet hoger dan 15 5° het gehalte aan niet-polaire koolwaterstoffen is niet hoger dan 15
mg per liter; mg per liter;
6° het gehalte aan met petroleumether extraheerbare stoffen is niet 6° het gehalte aan met petroleumether extraheerbare stoffen is niet
hoger dan 500 mg per liter; hoger dan 500 mg per liter;
7° het geloosde water bevat geen opgelost ontvlambaar of ontplofbaar 7° het geloosde water bevat geen opgelost ontvlambaar of ontplofbaar
gas, noch producten die het vrijmaken van dergelijke gassen kunnen gas, noch producten die het vrijmaken van dergelijke gassen kunnen
veroorzaken; veroorzaken;
8° het geloosde water bevat geen gevaarlijke stoffen zoals bedoeld in 8° het geloosde water bevat geen gevaarlijke stoffen zoals bedoeld in
de artikelen R.131 tot R.141 en in de bijlagen I en VII bij Boek II de artikelen R.131 tot R.141 en in de bijlagen I en VII bij Boek II
van het Milieuwetboek, dat het Waterwetboek inhoudt. van het Milieuwetboek, dat het Waterwetboek inhoudt.
Onderafdeling 3. - Analyse- en bemonsteringsmethodes Onderafdeling 3. - Analyse- en bemonsteringsmethodes

Art. 15.De methodes die aangewend worden voor de bemonsteringen en

Art. 15.De methodes die aangewend worden voor de bemonsteringen en

voor de analyse van alle parameters opgenomen in de artikelen 13 en 14 voor de analyse van alle parameters opgenomen in de artikelen 13 en 14
worden gebruikt of zijn goedgekeurd door het referentielaboratorium worden gebruikt of zijn goedgekeurd door het referentielaboratorium
van het Waalse Gewest. van het Waalse Gewest.
TITEL II. - Bovengrondse tanks TITEL II. - Bovengrondse tanks
HOOFDSTUK I. - Vestiging en bouw HOOFDSTUK I. - Vestiging en bouw

Art. 16.Metalen tanks voldoen aan de bouwnorm NBN EN 12285-2 wat

Art. 16.Metalen tanks voldoen aan de bouwnorm NBN EN 12285-2 wat

betreft horizontale cilindervormige tanks uit enkelvoudig staal en met betreft horizontale cilindervormige tanks uit enkelvoudig staal en met
dubbele wand en aan de bouwnorm NBN I.03.002 wat betreft het vervoer, dubbele wand en aan de bouwnorm NBN I.03.002 wat betreft het vervoer,
de installatie en de aansluiting of de laatste herziening ervan of aan de installatie en de aansluiting of de laatste herziening ervan of aan
elke andere gelijkwaardige norm. elke andere gelijkwaardige norm.

Art. 17.Tanks uit polyethyleen voldoen aan een bouwnorm die erkend is

Art. 17.Tanks uit polyethyleen voldoen aan een bouwnorm die erkend is

in een land van de Europese gemeenschap. in een land van de Europese gemeenschap.

Art. 18.Andere tanks dan horizontale cilindervormige tanks worden

Art. 18.Andere tanks dan horizontale cilindervormige tanks worden

onder het toezicht van een bevoegde deskundige gebouwd, vervoerd, onder het toezicht van een bevoegde deskundige gebouwd, vervoerd,
geplaatst en aangesloten volgens de regels van goede praktijk, waarbij geplaatst en aangesloten volgens de regels van goede praktijk, waarbij
de veiligheidsgraad met bovenbedoelde normen overeenstemt. de veiligheidsgraad met bovenbedoelde normen overeenstemt.

Art. 19.§ 1. Het metalen buitenomhulsel is tegen corrosie afgeschermd

Art. 19.§ 1. Het metalen buitenomhulsel is tegen corrosie afgeschermd

overeenkomstig de voorschriften van norm NBN EN 12.285-2. Elke andere overeenkomstig de voorschriften van norm NBN EN 12.285-2. Elke andere
bescherming die een soortgelijke weerstand biedt kan aanvaard worden. bescherming die een soortgelijke weerstand biedt kan aanvaard worden.
§ 2. De in openlucht geplaatste tanks uit polyethyleen hebben een § 2. De in openlucht geplaatste tanks uit polyethyleen hebben een
goede standvastigheid tegen ultraviolette stralingen of worden ertegen goede standvastigheid tegen ultraviolette stralingen of worden ertegen
beschut. beschut.

Art. 20.De tanks met één enkele wand die in de openlucht, in een

Art. 20.De tanks met één enkele wand die in de openlucht, in een

kelder of in een lokaal geplaatst worden, worden geïnstalleerd in een kelder of in een lokaal geplaatst worden, worden geïnstalleerd in een
kuip die dicht is tegen brandbare vloeistoffen. In afwijking van kuip die dicht is tegen brandbare vloeistoffen. In afwijking van
artikel 16 wordt die stuwruimte vrij gehouden en kan de capaciteit artikel 16 wordt die stuwruimte vrij gehouden en kan de capaciteit
ervan gelijk zijn aan die van de grootste tank. ervan gelijk zijn aan die van de grootste tank.

Art. 21.De tanks met dubbele wand zijn voorzien van een systeem om

Art. 21.De tanks met dubbele wand zijn voorzien van een systeem om

permanent controle te voeren op de dichtheid, dat zelf uitgerust is permanent controle te voeren op de dichtheid, dat zelf uitgerust is
met een akoestisch en visueel alarmsysteem of elke andere met een akoestisch en visueel alarmsysteem of elke andere
gelijksoortige techniek als één van de wanden niet meer waterdicht is. gelijksoortige techniek als één van de wanden niet meer waterdicht is.

Art. 22.Buiten de tank geplaatste buizen uit glas of plastic zijn

Art. 22.Buiten de tank geplaatste buizen uit glas of plastic zijn

verboden. verboden.

Art. 23.Als de bovengrondse tanks zich onder bovengrondse

Art. 23.Als de bovengrondse tanks zich onder bovengrondse

stroomlijnen bevinden, worden alle gepaste maatregelen genomen om elk stroomlijnen bevinden, worden alle gepaste maatregelen genomen om elk
onverwacht contact van de kabels met de tanks te voorkomen. onverwacht contact van de kabels met de tanks te voorkomen.

Art. 24.Bij de vulopening van elke tank wordt een bestendige, goed

Art. 24.Bij de vulopening van elke tank wordt een bestendige, goed

zichtbare en vlot leesbare identificatieplaat aangebracht waarop de zichtbare en vlot leesbare identificatieplaat aangebracht waarop de
volgende gegevens voorkomen : volgende gegevens voorkomen :
1° het bouwnummer en -jaar; 1° het bouwnummer en -jaar;
2° de inhoud van de tank in m3 of in liters; 2° de inhoud van de tank in m3 of in liters;
3° het product vervat in de tank; 3° het product vervat in de tank;
4° de datum van de dichtheidsproef. 4° de datum van de dichtheidsproef.

Art. 25.Alle toebehoren, zoals leidingen, kleppen en pompen, bevinden

Art. 25.Alle toebehoren, zoals leidingen, kleppen en pompen, bevinden

zich loodrecht boven vergaarvoorzieningen en worden ingericht zodat zich loodrecht boven vergaarvoorzieningen en worden ingericht zodat
elke lekkage naar genoemde voorzieningen afgevoerd wordt. elke lekkage naar genoemde voorzieningen afgevoerd wordt.

Art. 26.Deze laatste beschikken over hetzij een dubbele wand, hetzij

Art. 26.Deze laatste beschikken over hetzij een dubbele wand, hetzij

één enkele wand, geplaatst in een sleuf die geen brandbare één enkele wand, geplaatst in een sleuf die geen brandbare
vloeistoffen doorlaat, om een eventuele lekkage van de ingegraven vloeistoffen doorlaat, om een eventuele lekkage van de ingegraven
leidingen tegen te houden en de verspreiding van koolwaterstoffen in leidingen tegen te houden en de verspreiding van koolwaterstoffen in
de grond te voorkomen. Deze sleuf vertoont een lichte doorlopende de grond te voorkomen. Deze sleuf vertoont een lichte doorlopende
helling naar een vlot toegankelijke vergaarvoorziening. helling naar een vlot toegankelijke vergaarvoorziening.
Er worden maatregelen genomen om deze leidingen te beschermen tegen Er worden maatregelen genomen om deze leidingen te beschermen tegen
vervormingen veroorzaakt door eventueel verkeer van voertuigen. vervormingen veroorzaakt door eventueel verkeer van voertuigen.

Art. 27.Elke ingegraven leiding wordt nauwkeurig tegen corrosie

Art. 27.Elke ingegraven leiding wordt nauwkeurig tegen corrosie

afgeschermd met minimum één laag roestwerende verf en met dichte en afgeschermd met minimum één laag roestwerende verf en met dichte en
zelfklevende speciale isolatieband of elke andere gelijksoortige zelfklevende speciale isolatieband of elke andere gelijksoortige
bescherming. bescherming.

Art. 28.Elke tank is aangesloten op een luchtleiding die in de

Art. 28.Elke tank is aangesloten op een luchtleiding die in de

openlucht uitmondt en die uitgerust is met een systeem dat het openlucht uitmondt en die uitgerust is met een systeem dat het
binnendringen van regen- en/of afvloeiend water alsook van elk binnendringen van regen- en/of afvloeiend water alsook van elk
voorwerp voorkomt. Deze luchtleiding is gedimensioneerd om elke voorwerp voorkomt. Deze luchtleiding is gedimensioneerd om elke
overdruk of lage druk binnen de tank te voorkomen. overdruk of lage druk binnen de tank te voorkomen.
HOOFDSTUK II. - Controle en zelftoezicht HOOFDSTUK II. - Controle en zelftoezicht

Art. 29.De exploitant zorgt voor de goed staat van de kuip en

Art. 29.De exploitant zorgt voor de goed staat van de kuip en

controleert de dichtheid ervan. De inhoud van de kuip mag niet controleert de dichtheid ervan. De inhoud van de kuip mag niet
verminderd worden door de opslag van andere stoffen. verminderd worden door de opslag van andere stoffen.
De exploitant zorgt voor de systematische verwijdering van alle De exploitant zorgt voor de systematische verwijdering van alle
vegetatie die de dichtheid van de kuip in het gedrang kan brengen. vegetatie die de dichtheid van de kuip in het gedrang kan brengen.
De nodige maatregelen worden genomen met het oog op de regelmatige De nodige maatregelen worden genomen met het oog op de regelmatige
afvoer van het regenwater dat zich in de kuip kan opstapelen, waarbij afvoer van het regenwater dat zich in de kuip kan opstapelen, waarbij
de dichtheid hiervan gevrijwaard wordt. de dichtheid hiervan gevrijwaard wordt.

Art. 30.Vóór de indienststelling wordt de gezamenlijke installatie

Art. 30.Vóór de indienststelling wordt de gezamenlijke installatie

door een bevoegde deskundige aan een dichtheidsproef onderworpen. door een bevoegde deskundige aan een dichtheidsproef onderworpen.

Art. 31.De toezichthoudende ambtenaar kan bij de exploitant inzage

Art. 31.De toezichthoudende ambtenaar kan bij de exploitant inzage

nemen van de identiteitsfiche van elke tank, meer bepaald van de nemen van de identiteitsfiche van elke tank, meer bepaald van de
volgende gegevens : volgende gegevens :
1° de naam en/of het merk van de bouwheer; 1° de naam en/of het merk van de bouwheer;
2° het bouwnummer en -jaar; 2° het bouwnummer en -jaar;
3° de inhoud in liters; 3° de inhoud in liters;
4° het dichtheidsattest van de fabriek van de tank; 4° het dichtheidsattest van de fabriek van de tank;
5° het soort tank en de aard ervan; 5° het soort tank en de aard ervan;
6° het conformiteitsattest van de tank t.o.v. een norm bedoeld in de 6° het conformiteitsattest van de tank t.o.v. een norm bedoeld in de
artikelen 16, 17, 18 en 19; artikelen 16, 17, 18 en 19;
7° de datum van de plaatsing van de tank; 7° de datum van de plaatsing van de tank;
8° het door een bevoegde deskundige afgeleverd attest waaruit blijkt 8° het door een bevoegde deskundige afgeleverd attest waaruit blijkt
dat de tank overeenkomstig deze voorschriften geplaatst en aangesloten dat de tank overeenkomstig deze voorschriften geplaatst en aangesloten
werd; werd;
9° het door een bevoegde deskundige afgeleverd dichtheids- en 9° het door een bevoegde deskundige afgeleverd dichtheids- en
conformiteitsattest voor de gezamenlijke installatie vóór de conformiteitsattest voor de gezamenlijke installatie vóór de
indienststelling; indienststelling;
10° het door een erkende technicus afgeleverd periodieke 10° het door een erkende technicus afgeleverd periodieke
dichtheidsattest voor de gezamenlijke installatie. dichtheidsattest voor de gezamenlijke installatie.

Art. 32.De bovengrondse tanks en de leidingen ervan worden om de tien

Art. 32.De bovengrondse tanks en de leidingen ervan worden om de tien

jaar door een erkende technicus aan een visuele controle onderworpen. jaar door een erkende technicus aan een visuele controle onderworpen.
De ontoegankelijke tanks en ingegraven leidingen worden ook om de tien De ontoegankelijke tanks en ingegraven leidingen worden ook om de tien
jaar aan een dichtheidsproef onderworpen. jaar aan een dichtheidsproef onderworpen.

Art. 33.Als een gebrekkige dichtheid aan één van de tanks of

Art. 33.Als een gebrekkige dichtheid aan één van de tanks of

leidingen ervan wordt vastgesteld : leidingen ervan wordt vastgesteld :
1° wordt betrokken tank buiten dienst gesteld en zo snel mogelijk 1° wordt betrokken tank buiten dienst gesteld en zo snel mogelijk
geledigd; geledigd;
2° als de tank hersteld wordt, mag hij pas opnieuw in dienst gesteld 2° als de tank hersteld wordt, mag hij pas opnieuw in dienst gesteld
worden na een door een bevoegde deskundige opgelegde dichtheidsproef worden na een door een bevoegde deskundige opgelegde dichtheidsproef
met succes te hebben doorstaan. met succes te hebben doorstaan.
Als de tank niet hersteld wordt, wordt hij geledigd, ontgast, Als de tank niet hersteld wordt, wordt hij geledigd, ontgast,
gereinigd en verwijderd. gereinigd en verwijderd.
HOOFDSTUK III. - Herstel HOOFDSTUK III. - Herstel

Art. 34.Na exploitatie worden de tanks die afgewerkte oliën hebben

Art. 34.Na exploitatie worden de tanks die afgewerkte oliën hebben

bevat, geledigd, ontgast, gereinigd en verwijderd. De leidingen worden bevat, geledigd, ontgast, gereinigd en verwijderd. De leidingen worden
geledigd en gedemonteerd. geledigd en gedemonteerd.

Art. 35.§ 1. In geval van accidentele lozing in de ondergrond

Art. 35.§ 1. In geval van accidentele lozing in de ondergrond

verwittigt de exploitant onmiddellijk de bevoegde overheid. De verwittigt de exploitant onmiddellijk de bevoegde overheid. De
modaliteiten voor de verwijdering en de afvoer van de vervuilde grond modaliteiten voor de verwijdering en de afvoer van de vervuilde grond
worden vastgelegd in overleg met de "Office wallon des déchets" worden vastgelegd in overleg met de "Office wallon des déchets"
(Waalse afvaldienst) en de toezichthoudende ambtenaar. (Waalse afvaldienst) en de toezichthoudende ambtenaar.
§ 2. Als de grond niet onmiddellijk afgevoerd kan worden, wordt hij § 2. Als de grond niet onmiddellijk afgevoerd kan worden, wordt hij
door de exploitant opgeslagen in omstandigheden waarin elke lozing of door de exploitant opgeslagen in omstandigheden waarin elke lozing of
verdamping van de verontreinigende stoffen voorkomen kan worden. De verdamping van de verontreinigende stoffen voorkomen kan worden. De
opgeslagen grond is beschut tegen slecht weer. opgeslagen grond is beschut tegen slecht weer.
TITEL III. - Ingegraven tanks TITEL III. - Ingegraven tanks
HOOFDSTUK I. - Vestiging en bouw HOOFDSTUK I. - Vestiging en bouw

Art. 36.Elke tank wordt onder het toezicht van een bevoegde

Art. 36.Elke tank wordt onder het toezicht van een bevoegde

deskundige vervoerd, geplaatst en aangesloten overeenkomstig de deskundige vervoerd, geplaatst en aangesloten overeenkomstig de
voorschriften van de norm die op hem toepasselijk is. voorschriften van de norm die op hem toepasselijk is.

Art. 37.Metalen tanks voldoen aan de bouwnorm EN 12.285-1 betreffende

Art. 37.Metalen tanks voldoen aan de bouwnorm EN 12.285-1 betreffende

cilindervormige horizontale tanks uit gewoon staal en met dubbele wand cilindervormige horizontale tanks uit gewoon staal en met dubbele wand
die in de werkplaats gefabriceerd worden voor de ingegraven opslag van die in de werkplaats gefabriceerd worden voor de ingegraven opslag van
al dan niet brandbare watervervuilende vloeistoffen of aan de laatste al dan niet brandbare watervervuilende vloeistoffen of aan de laatste
herziening ervan of aan elke andere gelijkwaardige norm. herziening ervan of aan elke andere gelijkwaardige norm.

Art. 38.Horizontale cilindervormige tanks met enkelvoudige uit

Art. 38.Horizontale cilindervormige tanks met enkelvoudige uit

versterkte thermohardende kunststoffen voldoen aan de norm NBN EN versterkte thermohardende kunststoffen voldoen aan de norm NBN EN
976-1 wat de bouw betreft en aan de norm NBN EN 976-2 wat betreft het 976-1 wat de bouw betreft en aan de norm NBN EN 976-2 wat betreft het
vervoer, de hantering en de installatie of aan de laatste herziening vervoer, de hantering en de installatie of aan de laatste herziening
ervan. ervan.

Art. 39.Andere tanks dan horizontale cilindervormige tanks worden

Art. 39.Andere tanks dan horizontale cilindervormige tanks worden

onder het toezicht van een bevoegde deskundige gebouwd, vervoerd, onder het toezicht van een bevoegde deskundige gebouwd, vervoerd,
geplaatst en aangesloten volgens de regels van goede praktijk, waarbij geplaatst en aangesloten volgens de regels van goede praktijk, waarbij
de veiligheidsgraad aan bovenbedoelde normen voldoet. de veiligheidsgraad aan bovenbedoelde normen voldoet.

Art. 40.Het metalen buitenomhulsel is tegen corrosie afgeschermd door

Art. 40.Het metalen buitenomhulsel is tegen corrosie afgeschermd door

een bekleding die voldoet aan de norm NBN EN 12.285-1 of aan de een bekleding die voldoet aan de norm NBN EN 12.285-1 of aan de
laatste herziening ervan of aan elke andere gelijkwaardige norm. laatste herziening ervan of aan elke andere gelijkwaardige norm.

Art. 41.De tanks met één enkele wand worden hetzij rechtstreeks

Art. 41.De tanks met één enkele wand worden hetzij rechtstreeks

ingegraven in de grond, hetzij geplaatst in een kuil die waterdicht is ingegraven in de grond, hetzij geplaatst in een kuil die waterdicht is
tegen eventuele vloeistoffen. tegen eventuele vloeistoffen.
Als de kuil opgehoogd is, is het gebruikte materiaal inert en mag het Als de kuil opgehoogd is, is het gebruikte materiaal inert en mag het
geen assen, bakstenen of andere materialen bevatten die de bedekking geen assen, bakstenen of andere materialen bevatten die de bedekking
zouden kunnen beschadigen. zouden kunnen beschadigen.
De tanks met één enkele wand beschikken over een voorziening voor De tanks met één enkele wand beschikken over een voorziening voor
dichtheidscontrole met een visueel en/of akoestisch alarmsysteem. dichtheidscontrole met een visueel en/of akoestisch alarmsysteem.

Art. 42.Er worden maatregelen genomen om de tanks te beschermen tegen

Art. 42.Er worden maatregelen genomen om de tanks te beschermen tegen

vervormingen veroorzaakt door eventueel verkeer van voertuigen of door vervormingen veroorzaakt door eventueel verkeer van voertuigen of door
de opslag van ladingen erboven. de opslag van ladingen erboven.

Art. 43.Bij de vulopening van elke tank wordt een bestendige, goed

Art. 43.Bij de vulopening van elke tank wordt een bestendige, goed

zichtbare en vlot leesbare identificatieplaat aangebracht waarop de zichtbare en vlot leesbare identificatieplaat aangebracht waarop de
volgende gegevens voorkomen : volgende gegevens voorkomen :
1° het bouwnummer en -jaar; 1° het bouwnummer en -jaar;
2° het product vervat in de tank; 2° het product vervat in de tank;
3° de inhoud van de tank, uitgedrukt in liters; 3° de inhoud van de tank, uitgedrukt in liters;
4° de datum van de dichtheidsproef en de geldigheid ervan. 4° de datum van de dichtheidsproef en de geldigheid ervan.

Art. 44.Alle toebehoren, zoals leidingen, kleppen en pompen, bevinden

Art. 44.Alle toebehoren, zoals leidingen, kleppen en pompen, bevinden

zich loodrecht boven vergaarvoorzieningen en worden ingericht zodat zich loodrecht boven vergaarvoorzieningen en worden ingericht zodat
elke lekkage naar genoemde voorzieningen afgevoerd wordt. elke lekkage naar genoemde voorzieningen afgevoerd wordt.

Art. 45.Deze laatste beschikken over hetzij een dubbele wand, hetzij

Art. 45.Deze laatste beschikken over hetzij een dubbele wand, hetzij

één enkele wand, geplaatst in een sleuf die geen brandbare één enkele wand, geplaatst in een sleuf die geen brandbare
vloeistoffen doorlaat, om een eventuele lekkage van de ingegraven vloeistoffen doorlaat, om een eventuele lekkage van de ingegraven
leidingen tegen te houden en de verspreiding van koolwaterstoffen in leidingen tegen te houden en de verspreiding van koolwaterstoffen in
de grond te voorkomen. Deze sleuf vertoont een lichte doorlopende de grond te voorkomen. Deze sleuf vertoont een lichte doorlopende
helling naar een vlot toegankelijke vergaarvoorziening. helling naar een vlot toegankelijke vergaarvoorziening.
Er worden maatregelen genomen om deze leidingen te beschermen tegen Er worden maatregelen genomen om deze leidingen te beschermen tegen
vervormingen veroorzaakt door eventueel verkeer van voertuigen. vervormingen veroorzaakt door eventueel verkeer van voertuigen.

Art. 46.Elke ingegraven leiding wordt nauwkeurig tegen corrosie

Art. 46.Elke ingegraven leiding wordt nauwkeurig tegen corrosie

afgeschermd door minstens één laag roestwerende verf en dichte en afgeschermd door minstens één laag roestwerende verf en dichte en
zelfklevende speciale isolatieband of elke andere gelijksoortige zelfklevende speciale isolatieband of elke andere gelijksoortige
bescherming. bescherming.

Art. 47.Elke tank is aangesloten op een luchtleiding die in de

Art. 47.Elke tank is aangesloten op een luchtleiding die in de

openlucht uitmondt en die uitgerust is met een systeem dat het openlucht uitmondt en die uitgerust is met een systeem dat het
binnendringen van regen- en/of afvloeiend water alsook van elk binnendringen van regen- en/of afvloeiend water alsook van elk
voorwerp voorkomt. Deze luchtleiding is gedimensioneerd om elke over- voorwerp voorkomt. Deze luchtleiding is gedimensioneerd om elke over-
of onderdruk binnen de tank te voorkomen. of onderdruk binnen de tank te voorkomen.
HOOFDSTUK II. - Controle en zelftoezicht HOOFDSTUK II. - Controle en zelftoezicht

Art. 48.Vóór de indienststelling wordt de gezamenlijke installatie

Art. 48.Vóór de indienststelling wordt de gezamenlijke installatie

door een bevoegde deskundige aan een dichtheidsproef onderworpen. door een bevoegde deskundige aan een dichtheidsproef onderworpen.

Art. 49.De toezichthoudende ambtenaar kan bij de exploitant inzage

Art. 49.De toezichthoudende ambtenaar kan bij de exploitant inzage

nemen van de identiteitsfiche van elke tank, meer bepaald van de nemen van de identiteitsfiche van elke tank, meer bepaald van de
volgende gegevens : volgende gegevens :
1° de naam en/of het merk van de bouwheer; 1° de naam en/of het merk van de bouwheer;
2° het bouwnummer en -jaar; 2° het bouwnummer en -jaar;
3° de inhoud in liters; 3° de inhoud in liters;
4° het dichtheidsattest van de fabriek van de tank; 4° het dichtheidsattest van de fabriek van de tank;
5° het soort tank en de aard ervan; 5° het soort tank en de aard ervan;
6° het conformiteitsattest van de tank t.o.v. een norm bedoeld in de 6° het conformiteitsattest van de tank t.o.v. een norm bedoeld in de
artikelen 37, 38, 39 en 40; artikelen 37, 38, 39 en 40;
7° de datum van de plaatsing van de tank; 7° de datum van de plaatsing van de tank;
8° het door een bevoegde deskundige afgeleverd attest waaruit blijkt 8° het door een bevoegde deskundige afgeleverd attest waaruit blijkt
dat de tank overeenkomstig deze voorschriften geplaatst en aangesloten dat de tank overeenkomstig deze voorschriften geplaatst en aangesloten
werd; werd;
9° het door de bevoegde deskundige afgeleverde dichtheids- en 9° het door de bevoegde deskundige afgeleverde dichtheids- en
conformiteitsattest voor de gezamenlijke installatie vóór de conformiteitsattest voor de gezamenlijke installatie vóór de
indienststelling; indienststelling;
10° het door een erkende technicus afgeleverde periodieke 10° het door een erkende technicus afgeleverde periodieke
dichtheidsattest voor de gezamenlijke installatie. dichtheidsattest voor de gezamenlijke installatie.

Art. 50.De ingegraven tanks met één enkele wand of de tanks geplaatst

Art. 50.De ingegraven tanks met één enkele wand of de tanks geplaatst

in een opgehoogde kuil worden door een technicus "ultrason" aan een in een opgehoogde kuil worden door een technicus "ultrason" aan een
dichtheidsproef onderworpen op de volgende tijdstippen : dichtheidsproef onderworpen op de volgende tijdstippen :
1° om de tien jaar als de tanks tussen tien en twintig jaar oud zijn; 1° om de tien jaar als de tanks tussen tien en twintig jaar oud zijn;
2° om de vijf jaar als de tanks tussen éénentwintig en dertig jaar oud 2° om de vijf jaar als de tanks tussen éénentwintig en dertig jaar oud
zijn; zijn;
3° om de drie jaar als de tanks ouder zijn dan dertig jaar of als het 3° om de drie jaar als de tanks ouder zijn dan dertig jaar of als het
bouwjaar ervan niet bepaald kan worden. bouwjaar ervan niet bepaald kan worden.
Ook de leidingen van die tanks worden op dezelfde tijdstippen aan een Ook de leidingen van die tanks worden op dezelfde tijdstippen aan een
dichtheidsproef onderworpen. De toebehoren van de tank, zoals de dichtheidsproef onderworpen. De toebehoren van de tank, zoals de
antioverloopvoorziening en het systeem voor permanente antioverloopvoorziening en het systeem voor permanente
dichtheidscontrole, worden op dezelfde tijdstippen nagekeken. dichtheidscontrole, worden op dezelfde tijdstippen nagekeken.
De tanks met dubbele wand en de leidingen ervan worden eveneens om de De tanks met dubbele wand en de leidingen ervan worden eveneens om de
tien jaar aan een dichtheidsproef onderworpen. De toebehoren van de tien jaar aan een dichtheidsproef onderworpen. De toebehoren van de
tank, zoals de antioverloopvoorziening-fluit en het systeem voor tank, zoals de antioverloopvoorziening-fluit en het systeem voor
permanente dichtheidscontrole, worden om de drie jaar nagekeken als permanente dichtheidscontrole, worden om de drie jaar nagekeken als
het bouwjaar van de tank niet bepaald kan worden. het bouwjaar van de tank niet bepaald kan worden.
De periodiciteit bedoeld in de vorige leden wordt berekend vanaf de De periodiciteit bedoeld in de vorige leden wordt berekend vanaf de
datum van aankoop van de tank of van de laatste uitgevoerde controle. datum van aankoop van de tank of van de laatste uitgevoerde controle.
De dichtheidsproef, uitgevoerd met een vloeistof onder een druk van 1 De dichtheidsproef, uitgevoerd met een vloeistof onder een druk van 1
bar, mag niet worden verricht voor ondergrondse tanks, behalve als die bar, mag niet worden verricht voor ondergrondse tanks, behalve als die
eerst zijn geledigd, gereinigd en ontgast van elke brandbare stof. Het eerst zijn geledigd, gereinigd en ontgast van elke brandbare stof. Het
ontgassingsattest ligt ter inzage van de toezichthoudende ambtenaar. ontgassingsattest ligt ter inzage van de toezichthoudende ambtenaar.

Art. 51.De dichtheidsproeven bedoeld in artikel 50 worden door

Art. 51.De dichtheidsproeven bedoeld in artikel 50 worden door

erkende technici uitgevoerd. erkende technici uitgevoerd.

Art. 52.De toezichthoudende ambtenaar kan bij de exploitant inzage

Art. 52.De toezichthoudende ambtenaar kan bij de exploitant inzage

nemen van elk document waaruit blijkt dat de tank buiten dienst nemen van elk document waaruit blijkt dat de tank buiten dienst
gesteld is, meer bepaald : gesteld is, meer bepaald :
1° het ontgassingsattest; 1° het ontgassingsattest;
2° het attest van de afvoer van de reinigingsafval; 2° het attest van de afvoer van de reinigingsafval;
3° het attest van verwijdering van de tank of het attest van inertage 3° het attest van verwijdering van de tank of het attest van inertage
met het soort aangewend materiaal en de gebruikte hoeveelheid. met het soort aangewend materiaal en de gebruikte hoeveelheid.

Art. 53.Als een gebrekkige dichtheid wordt vastgesteld :

Art. 53.Als een gebrekkige dichtheid wordt vastgesteld :

1° wordt betrokken tank buiten dienst gesteld en zo snel mogelijk 1° wordt betrokken tank buiten dienst gesteld en zo snel mogelijk
geledigd; geledigd;
2° als de tank hersteld wordt, mag hij pas opnieuw in dienst gesteld 2° als de tank hersteld wordt, mag hij pas opnieuw in dienst gesteld
worden na een door een bevoegde deskundige opgelegde dichtheidsproef worden na een door een bevoegde deskundige opgelegde dichtheidsproef
met succes te hebben doorstaan. Als de tank niet hersteld wordt, wordt met succes te hebben doorstaan. Als de tank niet hersteld wordt, wordt
hij geledigd, ontgast, gereinigd en verwijderd. hij geledigd, ontgast, gereinigd en verwijderd.

Art. 54.Als de tank niet verwijderd kan worden, wordt hij na

Art. 54.Als de tank niet verwijderd kan worden, wordt hij na

lediging, ontgassing en reiniging met zand of met een ander lediging, ontgassing en reiniging met zand of met een ander
gelijksoortig inert materiaal gevuld, in aanvulling op artikel 53. gelijksoortig inert materiaal gevuld, in aanvulling op artikel 53.
HOOFDSTUK III. - Herstel HOOFDSTUK III. - Herstel

Art. 55.Na exploitatie worden de tanks die afgewerkte oliën hebben

Art. 55.Na exploitatie worden de tanks die afgewerkte oliën hebben

bevat, geledigd, ontgast, gereinigd en verwijderd. De leidingen worden bevat, geledigd, ontgast, gereinigd en verwijderd. De leidingen worden
geledigd en gedemonteerd. geledigd en gedemonteerd.
Als de tank niet verwijderd kan worden, wordt hij met zand of een Als de tank niet verwijderd kan worden, wordt hij met zand of een
ander gelijksoortig inert materiaal gevuld. ander gelijksoortig inert materiaal gevuld.

Art. 56.§ 1. In geval van onverwachte lozing in de ondergrond

Art. 56.§ 1. In geval van onverwachte lozing in de ondergrond

verwittigt de exploitant onmiddellijk de bevoegde overheid. De verwittigt de exploitant onmiddellijk de bevoegde overheid. De
modaliteiten voor de verwijdering en de afvoer van de vervuilde grond modaliteiten voor de verwijdering en de afvoer van de vervuilde grond
worden vastgelegd in overleg met de "Office wallon des déchets" en de worden vastgelegd in overleg met de "Office wallon des déchets" en de
toezichthoudende ambtenaar. toezichthoudende ambtenaar.
§ 2. Als de grond niet onmiddellijk afgevoerd kan worden, wordt hij § 2. Als de grond niet onmiddellijk afgevoerd kan worden, wordt hij
door de exploitant opgeslagen in omstandigheden waarin elke lozing of door de exploitant opgeslagen in omstandigheden waarin elke lozing of
verdamping van de verontreinigende stoffen voorkomen kan worden. De verdamping van de verontreinigende stoffen voorkomen kan worden. De
opgeslagen grond is beschut tegen slecht weer. opgeslagen grond is beschut tegen slecht weer.
TITEL IV. - Verplaatsbare recipiënten TITEL IV. - Verplaatsbare recipiënten

Art. 57.§ 1. De afgewerkte oliën opgeslagen in verplaatsbare

Art. 57.§ 1. De afgewerkte oliën opgeslagen in verplaatsbare

recipiënten met enkelvoudige wand worden geplaatst in een lekvrije recipiënten met enkelvoudige wand worden geplaatst in een lekvrije
retentiebak, kuip of kuil met de volgende kenmerken : retentiebak, kuip of kuil met de volgende kenmerken :
1° de wanden van de kuip vertonen voldoende mechanische weerstand en 1° de wanden van de kuip vertonen voldoende mechanische weerstand en
chemische inertie t.o.v. die vloeistoffen; chemische inertie t.o.v. die vloeistoffen;
2° de kuip is van geen enkele opening voorzien, behalve die welke 2° de kuip is van geen enkele opening voorzien, behalve die welke
noodzakelijk zijn voor de opslagleidingen, en is meer bepaald niet noodzakelijk zijn voor de opslagleidingen, en is meer bepaald niet
rechtstreeks aangesloten op een openbare riolering; rechtstreeks aangesloten op een openbare riolering;
3° de kuip heeft een totale inhoud gelijk aan of groter dan de hoogste 3° de kuip heeft een totale inhoud gelijk aan of groter dan de hoogste
van de volgende waarden : van de volgende waarden :
a) de helft van de totale inhoud van de recipiënten die ze inhoudt; a) de helft van de totale inhoud van de recipiënten die ze inhoudt;
b) de inhoud van de grootste recipiënt verhoogd met 25 % van het b) de inhoud van de grootste recipiënt verhoogd met 25 % van het
totaalvolume van de overige recipiënten. totaalvolume van de overige recipiënten.
§ 2. In afwijking van paragraaf 1 mogen de verplaatsbare recipiënten § 2. In afwijking van paragraaf 1 mogen de verplaatsbare recipiënten
geplaatst worden in een lekvrije opslagruimte die aangesloten is op geplaatst worden in een lekvrije opslagruimte die aangesloten is op
een systeem voor de interne inzameling van de vloeistoffen. een systeem voor de interne inzameling van de vloeistoffen.

Art. 58.§ 1. In geval van onverwachte lozing in de ondergrond

Art. 58.§ 1. In geval van onverwachte lozing in de ondergrond

verwittigt de exploitant onmiddellijk de bevoegde overheid. De verwittigt de exploitant onmiddellijk de bevoegde overheid. De
modaliteiten voor de verwijdering en de afvoer van de vervuilde grond modaliteiten voor de verwijdering en de afvoer van de vervuilde grond
worden vastgelegd in overleg met de "Office wallon des déchets" en de worden vastgelegd in overleg met de "Office wallon des déchets" en de
toezichthoudende ambtenaar. toezichthoudende ambtenaar.
§ 2. Als de grond niet onmiddellijk afgevoerd kan worden, wordt hij § 2. Als de grond niet onmiddellijk afgevoerd kan worden, wordt hij
door de exploitant opgeslagen in omstandigheden waarin elke lozing of door de exploitant opgeslagen in omstandigheden waarin elke lozing of
verdamping van de verontreinigende stoffen voorkomen kan worden. De verdamping van de verontreinigende stoffen voorkomen kan worden. De
opgeslagen grond is beschut tegen slecht weer. opgeslagen grond is beschut tegen slecht weer.
TITEL V. - Overgangs- en slotbepalingen TITEL V. - Overgangs- en slotbepalingen

Art. 59.Dit besluit is uiterlijk één jaar na de inwerkingtreding van

Art. 59.Dit besluit is uiterlijk één jaar na de inwerkingtreding van

dit besluit van toepassing op de bestaande inrichtingen. dit besluit van toepassing op de bestaande inrichtingen.
In afwijking van het eerste lid zijn de artikelen 31, 8° en 9°, en 49, In afwijking van het eerste lid zijn de artikelen 31, 8° en 9°, en 49,
8° en 9°, niet van toepassing op de bestaande inrichtingen. 8° en 9°, niet van toepassing op de bestaande inrichtingen.

Art. 60.De Minister van Leefmilieu is belast met de uitvoering van

Art. 60.De Minister van Leefmilieu is belast met de uitvoering van

dit besluit. dit besluit.
Namen, 31 mei 2007. Namen, 31 mei 2007.
De Minister-President, De Minister-President,
E. DI RUPO E. DI RUPO
De Minister van Landbouw, Landelijke Aangelegenheden, Leefmilieu en De Minister van Landbouw, Landelijke Aangelegenheden, Leefmilieu en
Toerisme, Toerisme,
B. LUTGEN B. LUTGEN
^