Etaamb.openjustice.be
Meertalige weergave van Besluit Van De Vlaamse Regering van 22/09/2008
← Terug naar "Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 27 juli 2004 tot bepaling van de bevoegdheden van de leden van de Vlaamse Regering "
Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 27 juli 2004 tot bepaling van de bevoegdheden van de leden van de Vlaamse Regering Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 27 juli 2004 tot bepaling van de bevoegdheden van de leden van de Vlaamse Regering
VLAAMSE OVERHEID VLAAMSE OVERHEID
22 SEPTEMBER 2008. - Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van 22 SEPTEMBER 2008. - Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van
het besluit van de Vlaamse Regering van 27 juli 2004 tot bepaling van het besluit van de Vlaamse Regering van 27 juli 2004 tot bepaling van
de bevoegdheden van de leden van de Vlaamse Regering de bevoegdheden van de leden van de Vlaamse Regering
De Vlaamse Regering, De Vlaamse Regering,
Gelet op het bijzonder decreet van 7 juli 2006 over de Vlaamse Gelet op het bijzonder decreet van 7 juli 2006 over de Vlaamse
instellingen, inzonderheid op artikel 21 en 22; instellingen, inzonderheid op artikel 21 en 22;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 27 juli 2004 tot Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 27 juli 2004 tot
bepaling van de bevoegdheden van de leden van de Vlaamse Regering, bepaling van de bevoegdheden van de leden van de Vlaamse Regering,
gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 15 oktober gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 15 oktober
2004, 23 december 2005, 19 mei 2006, 30 juni 2006, 1 september 2006, 2004, 23 december 2005, 19 mei 2006, 30 juni 2006, 1 september 2006,
15 juni 2007, 28 juni 2007, 10 oktober 2007, 14 november 2007 en 5 15 juni 2007, 28 juni 2007, 10 oktober 2007, 14 november 2007 en 5
september 2008; september 2008;
Op voorstel van de minister-president van de Vlaamse Regering; Op voorstel van de minister-president van de Vlaamse Regering;
Na beraadslaging, Na beraadslaging,
Besluit : Besluit :

Artikel 1.Artikel 3 van het besluit van de Vlaamse Regering van 27

Artikel 1.Artikel 3 van het besluit van de Vlaamse Regering van 27

juli 2004 tot bepaling van de bevoegdheden van de leden van de Vlaamse juli 2004 tot bepaling van de bevoegdheden van de leden van de Vlaamse
Regering, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 15 Regering, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 15
oktober 2004, 23 december 2005, 19 mei 2006, 28 juni 2007 en 10 oktober 2004, 23 december 2005, 19 mei 2006, 28 juni 2007 en 10
oktober 2007, wordt vervangen door wat volgt : oktober 2007, wordt vervangen door wat volgt :
« § 1. De heer Kris Peeters, voorzitter van de Vlaamse Regering, « § 1. De heer Kris Peeters, voorzitter van de Vlaamse Regering,
draagt de titel : « minister-president van de Vlaamse Regering » ». draagt de titel : « minister-president van de Vlaamse Regering » ».
Hij is bevoegd voor : Hij is bevoegd voor :
1° het algemeen Regeringsbeleid, met inbegrip van : 1° het algemeen Regeringsbeleid, met inbegrip van :
a) de algemene leiding van relaties met andere overheden; a) de algemene leiding van relaties met andere overheden;
b) het beleid op Regeringsniveau voor maatschappelijk gerichte b) het beleid op Regeringsniveau voor maatschappelijk gerichte
beleidsinitiatieven of projecten die beleidsdomeinen overstijgen. beleidsinitiatieven of projecten die beleidsdomeinen overstijgen.
Het betreft : Het betreft :
1) de publiek-private samenwerking; 1) de publiek-private samenwerking;
2) de toekomstvisie voor Vlaanderen en het project Vlaanderen in 2) de toekomstvisie voor Vlaanderen en het project Vlaanderen in
actie; actie;
3) duurzame ontwikkeling; 3) duurzame ontwikkeling;
4) globalisering; 4) globalisering;
5) informatiemaatschappij; 5) informatiemaatschappij;
c) het beleid voor de volgende organisatiegerichte beleidsitems : c) het beleid voor de volgende organisatiegerichte beleidsitems :
1) de werking van de Vlaamse Regering; 1) de werking van de Vlaamse Regering;
2) de planning en de statistiek; 2) de planning en de statistiek;
3) het protocol; 3) het protocol;
4) het gebruik van de talen in de diensten van de Vlaamse Regering en 4) het gebruik van de talen in de diensten van de Vlaamse Regering en
de instellingen en rechtspersonen die afhangen van de Vlaamse de instellingen en rechtspersonen die afhangen van de Vlaamse
Gemeenschap of het Vlaamse Gewest; Gemeenschap of het Vlaamse Gewest;
5) de uitbouw van een geografische informatie infrastructuur; 5) de uitbouw van een geografische informatie infrastructuur;
2° het algemeen communicatiebeleid, zowel intern als extern, met 2° het algemeen communicatiebeleid, zowel intern als extern, met
inbegrip van het informatiemanagement, met uitzondering van het inbegrip van het informatiemanagement, met uitzondering van het
personeelsblad, de centrale bibliotheek en de elektronische personeelsblad, de centrale bibliotheek en de elektronische
knipselkrant; knipselkrant;
3° de interne audit van de diensten van de Vlaamse Regering en de 3° de interne audit van de diensten van de Vlaamse Regering en de
instellingen en rechtspersonen die afhangen van de Vlaamse Gemeenschap instellingen en rechtspersonen die afhangen van de Vlaamse Gemeenschap
of het Vlaamse Gewest; of het Vlaamse Gewest;
4° de coördinatie van het algemeen begrotingsbeleid in samenwerking 4° de coördinatie van het algemeen begrotingsbeleid in samenwerking
met het lid van de Vlaamse Regering, bevoegd voor de Financiën en met het lid van de Vlaamse Regering, bevoegd voor de Financiën en
Begroting; Begroting;
5° de coördinatie van de werking van het Vlaams overheidsapparaat in 5° de coördinatie van de werking van het Vlaams overheidsapparaat in
samenwerking met het lid van de Vlaamse Regering, bevoegd voor de samenwerking met het lid van de Vlaamse Regering, bevoegd voor de
Bestuurszaken. Bestuurszaken.
§ 2. De heer Kris Peeters, lid van de Vlaamse Regering, is bevoegd § 2. De heer Kris Peeters, lid van de Vlaamse Regering, is bevoegd
voor : voor :
1° de staatshervorming en de institutionele aangelegenheden; 1° de staatshervorming en de institutionele aangelegenheden;
2° het landbouwbeleid en de zeevisserij, vermeld in artikel 6, § 1, V, 2° het landbouwbeleid en de zeevisserij, vermeld in artikel 6, § 1, V,
van de bijzondere wet, met inbegrip van : van de bijzondere wet, met inbegrip van :
a) de land- en tuinbouwvorming in het kader van beroepsomscholing en a) de land- en tuinbouwvorming in het kader van beroepsomscholing en
-bijscholing, vermeld in artikel 4, 16°, van de bijzondere wet; -bijscholing, vermeld in artikel 4, 16°, van de bijzondere wet;
b) het afzet- en uitvoerbeleid van landbouw-, tuinbouw- en b) het afzet- en uitvoerbeleid van landbouw-, tuinbouw- en
visserijproducten; visserijproducten;
3° het plattelandsbeleid; 3° het plattelandsbeleid;
4° de openbare werken vermeld in artikel 6, § 1, X, 3°, 4° en 9°, met 4° de openbare werken vermeld in artikel 6, § 1, X, 3°, 4° en 9°, met
name : name :
a) de havens en hun aanhorigheden, met inbegrip van de a) de havens en hun aanhorigheden, met inbegrip van de
Scheldeverdieping; Scheldeverdieping;
b) de zeewering; b) de zeewering;
c) de loodsdiensten en de bebakeningsdiensten van en naar de havens, c) de loodsdiensten en de bebakeningsdiensten van en naar de havens,
alsook de reddings- en sleepdiensten op zee. alsook de reddings- en sleepdiensten op zee.
5° het buitenlands beleid en de Europese aangelegenheden; 5° het buitenlands beleid en de Europese aangelegenheden;
6° de ontwikkelingssamenwerking; 6° de ontwikkelingssamenwerking;
7° het algemeen beleid inzake personeel en organisatieontwikkeling in 7° het algemeen beleid inzake personeel en organisatieontwikkeling in
de diensten van de Vlaamse Regering en de instellingen en de diensten van de Vlaamse Regering en de instellingen en
rechtspersonen die afhangen van de Vlaamse Gemeenschap of het Vlaamse rechtspersonen die afhangen van de Vlaamse Gemeenschap of het Vlaamse
Gewest; Gewest;
8° het algemeen beleid inzake de facilitaire dienstverlening en het 8° het algemeen beleid inzake de facilitaire dienstverlening en het
vastgoedbeheer in de diensten van de Vlaamse Regering en de vastgoedbeheer in de diensten van de Vlaamse Regering en de
instellingen en rechtspersonen die afhangen van de Vlaamse Gemeenschap instellingen en rechtspersonen die afhangen van de Vlaamse Gemeenschap
of het Vlaamse Gewest; of het Vlaamse Gewest;
9° het algemeen beleid inzake informatie- en communicatietechnologie 9° het algemeen beleid inzake informatie- en communicatietechnologie
in de diensten van de Vlaamse Regering en de instellingen en in de diensten van de Vlaamse Regering en de instellingen en
rechtspersonen die afhangen van de Vlaamse Gemeenschap of het Vlaamse rechtspersonen die afhangen van de Vlaamse Gemeenschap of het Vlaamse
Gewest; Gewest;
10° het reguleringsmanagement, de administratieve vereenvoudiging en 10° het reguleringsmanagement, de administratieve vereenvoudiging en
het e-government; het e-government;
11° de gewestelijke aspecten inzake de overheidsopdrachten en de 11° de gewestelijke aspecten inzake de overheidsopdrachten en de
erkenning van aannemers; erkenning van aannemers;
12° het mediabeleid, met inbegrip van de radio-omroep en de televisie 12° het mediabeleid, met inbegrip van de radio-omroep en de televisie
en de hulp aan de geschreven pers, vermeld in artikel 4, 6° en 6°bis, en de hulp aan de geschreven pers, vermeld in artikel 4, 6° en 6°bis,
van de bijzondere wet met inbegrip van de media-innovatie en het van de bijzondere wet met inbegrip van de media-innovatie en het
digitaal actieplan Vlaanderen; digitaal actieplan Vlaanderen;
13° het toerisme, vermeld in artikel 4, 10°, van de bijzondere wet, 13° het toerisme, vermeld in artikel 4, 10°, van de bijzondere wet,
met inbegrip van de vestigingsvoorwaarden; met inbegrip van de vestigingsvoorwaarden;
14° het personeelsblad, de centrale bibliotheek en de elektronische 14° het personeelsblad, de centrale bibliotheek en de elektronische
knipselkrant; knipselkrant;
Uit hoofde van de hem toegewezen bevoegdheden, vermeld in het eerste Uit hoofde van de hem toegewezen bevoegdheden, vermeld in het eerste
lid, draagt hij de titel « Vlaams minister van Institutionele lid, draagt hij de titel « Vlaams minister van Institutionele
Hervormingen, Bestuurszaken, Buitenlands Beleid, Media, Toerisme, Hervormingen, Bestuurszaken, Buitenlands Beleid, Media, Toerisme,
Havens, Landbouw, Zeevisserij en Plattelandsbeleid ». Havens, Landbouw, Zeevisserij en Plattelandsbeleid ».
§ 3. De heer Dirk Van Mechelen, viceminister-president van de Vlaamse § 3. De heer Dirk Van Mechelen, viceminister-president van de Vlaamse
Regering, is bevoegd voor : Regering, is bevoegd voor :
1° de financiën en de begrotingen, met inbegrip van : 1° de financiën en de begrotingen, met inbegrip van :
a) het kas-, schuld- en waarborgbeheer; a) het kas-, schuld- en waarborgbeheer;
b) het vermogensbeheer; b) het vermogensbeheer;
c) de algemene boekhouding; c) de algemene boekhouding;
2° de fiscaliteit; 2° de fiscaliteit;
3° de gewestelijke aspecten van het kredietbeleid, met inbegrip van de 3° de gewestelijke aspecten van het kredietbeleid, met inbegrip van de
oprichting en het beheer van openbare kredietinstellingen, vermeld in oprichting en het beheer van openbare kredietinstellingen, vermeld in
artikel 6, § 1, VI, 2°, van de bijzondere wet; artikel 6, § 1, VI, 2°, van de bijzondere wet;
4° het economisch overheidsinstrumentarium; 4° het economisch overheidsinstrumentarium;
5° de ruimtelijke ordening, vermeld in artikel 6, § 1, I, 1°, 2°, 4°, 5° de ruimtelijke ordening, vermeld in artikel 6, § 1, I, 1°, 2°, 4°,
5°, 6° en 7°, van de bijzondere wet : 5°, 6° en 7°, van de bijzondere wet :
a) de stedenbouw en de ruimtelijke ordening; a) de stedenbouw en de ruimtelijke ordening;
b) de rooiplannen van de gemeentewegen; b) de rooiplannen van de gemeentewegen;
c) de stadsvernieuwing; c) de stadsvernieuwing;
d) de vernieuwing van afgedankte bedrijfsruimten; d) de vernieuwing van afgedankte bedrijfsruimten;
e) het grondbeleid; e) het grondbeleid;
f) de monumenten en de landschappen, alsook het archeologisch f) de monumenten en de landschappen, alsook het archeologisch
patrimonium en het varend erfgoed. patrimonium en het varend erfgoed.
Hij oefent het budgettair, financieel en boekhoudkundig toezicht uit Hij oefent het budgettair, financieel en boekhoudkundig toezicht uit
op de diensten, instellingen en rechtspersonen die afhangen van de op de diensten, instellingen en rechtspersonen die afhangen van de
Vlaamse Gemeenschap of het Vlaamse Gewest. Vlaamse Gemeenschap of het Vlaamse Gewest.
Uit hoofde van de hem toegewezen bevoegdheden, vermeld in het eerste Uit hoofde van de hem toegewezen bevoegdheden, vermeld in het eerste
en tweede lid, draagt hij de titel « Vlaams minister van Financiën en en tweede lid, draagt hij de titel « Vlaams minister van Financiën en
Begroting en Ruimtelijke Ordening ». Begroting en Ruimtelijke Ordening ».
§ 4. De heer Frank Vandenbroucke, viceminister-president van de § 4. De heer Frank Vandenbroucke, viceminister-president van de
Vlaamse Regering, is bevoegd voor : Vlaamse Regering, is bevoegd voor :
1° het tewerkstellingsbeleid, vermeld in artikel 6, § 1, IX, van de 1° het tewerkstellingsbeleid, vermeld in artikel 6, § 1, IX, van de
bijzondere wet, met inbegrip van het tewerkstellingsbeleid van bijzondere wet, met inbegrip van het tewerkstellingsbeleid van
mindervaliden maar met uitzondering van de beschutte werkplaatsen; mindervaliden maar met uitzondering van de beschutte werkplaatsen;
2° de beroepsomscholing en -bijscholing, zoals vermeld in artikel 4, 2° de beroepsomscholing en -bijscholing, zoals vermeld in artikel 4,
16°, van de bijzondere wet, met uitzondering van de land- en 16°, van de bijzondere wet, met uitzondering van de land- en
tuinbouwvorming, alsook de beroepsopleiding, de omscholing en de tuinbouwvorming, alsook de beroepsopleiding, de omscholing en de
herscholing van mindervaliden, vermeld in artikel 5, § 1, II, 4°, van herscholing van mindervaliden, vermeld in artikel 5, § 1, II, 4°, van
de bijzondere wet; de bijzondere wet;
3° het onderwijs, vermeld in artikel 127, § 1, eerste lid, 2°, van de 3° het onderwijs, vermeld in artikel 127, § 1, eerste lid, 2°, van de
Grondwet; Grondwet;
4° het Bijzonder Onderzoeksfonds en het projectmatig wetenschappelijk 4° het Bijzonder Onderzoeksfonds en het projectmatig wetenschappelijk
onderzoek door de hogescholen, met dien verstande dat deze bevoegdheid onderzoek door de hogescholen, met dien verstande dat deze bevoegdheid
wordt gedeeld met het lid van de Vlaamse Regering dat bevoegd is voor wordt gedeeld met het lid van de Vlaamse Regering dat bevoegd is voor
het wetenschappelijk onderzoek; het wetenschappelijk onderzoek;
5° de voorschoolse vorming in de peutertuinen, vermeld in artikel 4, 5° de voorschoolse vorming in de peutertuinen, vermeld in artikel 4,
11°, van de bijzondere wet; 11°, van de bijzondere wet;
6° de post- en parascolaire vorming, vermeld in artikel 4, 12°, van de 6° de post- en parascolaire vorming, vermeld in artikel 4, 12°, van de
bijzondere wet; bijzondere wet;
7° de sociale promotie, vermeld in artikel 4, 15°, van de bijzondere 7° de sociale promotie, vermeld in artikel 4, 15°, van de bijzondere
wet; wet;
8° de basiseducatie voor laaggeschoolde volwassenen; 8° de basiseducatie voor laaggeschoolde volwassenen;
9° het volwassenenonderwijs; 9° het volwassenenonderwijs;
10° de studiefinanciering; 10° de studiefinanciering;
11° de leerlingenbegeleiding; 11° de leerlingenbegeleiding;
12° het medisch schooltoezicht; 12° het medisch schooltoezicht;
13° het gebruik van de talen voor : 13° het gebruik van de talen voor :
a) de sociale betrekkingen tussen de werkgevers en hun personeel, a) de sociale betrekkingen tussen de werkgevers en hun personeel,
alsmede de door de wet en de verordeningen voorgeschreven akten en alsmede de door de wet en de verordeningen voorgeschreven akten en
bescheiden van ondernemingen, vermeld in artikel 129, § 1, 3°, van de bescheiden van ondernemingen, vermeld in artikel 129, § 1, 3°, van de
Grondwet; Grondwet;
b) het onderwijs in de door de overheid opgerichte, gesubsidieerde of b) het onderwijs in de door de overheid opgerichte, gesubsidieerde of
erkende instellingen, vermeld in artikel 129, § 1, 2°, van de erkende instellingen, vermeld in artikel 129, § 1, 2°, van de
Grondwet; Grondwet;
14° de coördinatie van het beleid met betrekking tot de Vlaamse Rand 14° de coördinatie van het beleid met betrekking tot de Vlaamse Rand
rond Brussel. rond Brussel.
Uit hoofde van de hem toegewezen bevoegdheden, vermeld in het eerste Uit hoofde van de hem toegewezen bevoegdheden, vermeld in het eerste
lid, draagt hij de titel « Vlaams minister van Werk, Onderwijs en lid, draagt hij de titel « Vlaams minister van Werk, Onderwijs en
Vorming ». Vorming ».
§ 5. De heer Bert Anciaux, lid van de Vlaamse Regering, is bevoegd § 5. De heer Bert Anciaux, lid van de Vlaamse Regering, is bevoegd
voor : voor :
1° de culturele aangelegenheden, vermeld in artikel 4, 1°, 3°, 4°, 5°, 1° de culturele aangelegenheden, vermeld in artikel 4, 1°, 3°, 4°, 5°,
7°, 8°, 10°, 13° en 14°, van de bijzondere wet : 7°, 8°, 10°, 13° en 14°, van de bijzondere wet :
a) de bescherming en de luister van de taal; a) de bescherming en de luister van de taal;
b) de schone kunsten; b) de schone kunsten;
c) het cultureel patrimonium, de musea en de andere c) het cultureel patrimonium, de musea en de andere
wetenschappelijk-culturele instellingen, met uitzondering van de wetenschappelijk-culturele instellingen, met uitzondering van de
monumenten en landschappen en met uitzondering van het archeologisch monumenten en landschappen en met uitzondering van het archeologisch
patrimonium en het varend erfgoed; patrimonium en het varend erfgoed;
d) de bibliotheken, discotheken en soortgelijke diensten; d) de bibliotheken, discotheken en soortgelijke diensten;
e) het jeugdbeleid, alsook de filmkeuring; e) het jeugdbeleid, alsook de filmkeuring;
f) de permanente opvoeding en de culturele animatie; f) de permanente opvoeding en de culturele animatie;
g) de vrijetijdsbesteding, met uitzondering van het toerisme; g) de vrijetijdsbesteding, met uitzondering van het toerisme;
h) de artistieke vorming; h) de artistieke vorming;
i) de intellectuele, morele en sociale vorming; i) de intellectuele, morele en sociale vorming;
2° het filmbeleid; 2° het filmbeleid;
3° de lichamelijke opvoeding, de sport en het openluchtleven, vermeld 3° de lichamelijke opvoeding, de sport en het openluchtleven, vermeld
in artikel 4, 9°, van de bijzondere wet, alsook de medisch in artikel 4, 9°, van de bijzondere wet, alsook de medisch
verantwoorde sportbeoefening; verantwoorde sportbeoefening;
4° de coördinatie van het kinderrechtenbeleid; 4° de coördinatie van het kinderrechtenbeleid;
5° de coördinatie van het beleid met betrekking tot Brussel-Hoofdstad. 5° de coördinatie van het beleid met betrekking tot Brussel-Hoofdstad.
Hij wordt aangewezen om als Brussels lid van de Vlaamse Regering de Hij wordt aangewezen om als Brussels lid van de Vlaamse Regering de
vergaderingen van het college van de Vlaamse Gemeenschapscommissie en vergaderingen van het college van de Vlaamse Gemeenschapscommissie en
van het Verenigd College van de Gemeenschappelijke van het Verenigd College van de Gemeenschappelijke
Gemeenschapscommissie met raadgevende stem bij te wonen, zoals bedoeld Gemeenschapscommissie met raadgevende stem bij te wonen, zoals bedoeld
in artikel 76 van de bijzondere wet van 12 januari 1989 met betrekking in artikel 76 van de bijzondere wet van 12 januari 1989 met betrekking
tot de Brusselse instellingen. tot de Brusselse instellingen.
Uit hoofde van de hem toegewezen bevoegdheden, vermeld in het eerste Uit hoofde van de hem toegewezen bevoegdheden, vermeld in het eerste
en het tweede lid, draagt hij de titel « Vlaams minister van Cultuur, en het tweede lid, draagt hij de titel « Vlaams minister van Cultuur,
Jeugd, Sport en Brussel ». Jeugd, Sport en Brussel ».
§ 6. De heer Marino Keulen, lid van de Vlaamse Regering, is bevoegd § 6. De heer Marino Keulen, lid van de Vlaamse Regering, is bevoegd
voor : voor :
1° de huisvesting, vermeld in artikel 6, § 1, IV, van de bijzondere 1° de huisvesting, vermeld in artikel 6, § 1, IV, van de bijzondere
wet; wet;
2° de binnenlandse aangelegenheden, vermeld in artikel 6, § 1, VIII, 2° de binnenlandse aangelegenheden, vermeld in artikel 6, § 1, VIII,
en artikel 7 van de bijzondere wet, met inbegrip van het stedenbeleid, en artikel 7 van de bijzondere wet, met inbegrip van het stedenbeleid,
alsook de bestuurlijke organisatie van en het administratief toezicht alsook de bestuurlijke organisatie van en het administratief toezicht
op de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, en het gebruik van op de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, en het gebruik van
de talen in de lokale besturen; de talen in de lokale besturen;
3° het inburgeringsbeleid. 3° het inburgeringsbeleid.
Uit hoofde van de hem toegewezen bevoegdheden, vermeld in het eerste Uit hoofde van de hem toegewezen bevoegdheden, vermeld in het eerste
lid, draagt hij de titel « Vlaams minister van Binnenlands Bestuur, lid, draagt hij de titel « Vlaams minister van Binnenlands Bestuur,
Stedenbeleid, Wonen en Inburgering ». Stedenbeleid, Wonen en Inburgering ».
§ 7. Mevrouw Kathleen Van Brempt, lid van de Vlaamse Regering, is § 7. Mevrouw Kathleen Van Brempt, lid van de Vlaamse Regering, is
bevoegd voor : bevoegd voor :
1° het mobiliteitsbeleid, met inbegrip van het gemeenschappelijke 1° het mobiliteitsbeleid, met inbegrip van het gemeenschappelijke
stads- en streekvervoer zoals vermeld in artikel 6, § 1, X, 8°, van de stads- en streekvervoer zoals vermeld in artikel 6, § 1, X, 8°, van de
bijzondere wet; bijzondere wet;
2° de sociale economie, met inbegrip van de beschutte werkplaatsen; 2° de sociale economie, met inbegrip van de beschutte werkplaatsen;
3° de coördinatie van het gelijkekansenbeleid; 3° de coördinatie van het gelijkekansenbeleid;
4° de genderproblematiek, de holebi's en het thema toegankelijkheid. 4° de genderproblematiek, de holebi's en het thema toegankelijkheid.
Uit hoofde van de haar toegewezen bevoegdheden, vermeld in het eerste Uit hoofde van de haar toegewezen bevoegdheden, vermeld in het eerste
lid, draagt zij de titel « Vlaams minister van Mobiliteit, Sociale lid, draagt zij de titel « Vlaams minister van Mobiliteit, Sociale
Economie en Gelijke Kansen ». Economie en Gelijke Kansen ».
§ 8. De heer Steven Vanackere, lid van de Vlaamse Regering, is bevoegd § 8. De heer Steven Vanackere, lid van de Vlaamse Regering, is bevoegd
voor : voor :
1° de bijstand aan personen, vermeld in artikel 5, § 1, II, van de 1° de bijstand aan personen, vermeld in artikel 5, § 1, II, van de
bijzondere wet : bijzondere wet :
a) het gezinsbeleid, met inbegrip van alle vormen van hulp en bijstand a) het gezinsbeleid, met inbegrip van alle vormen van hulp en bijstand
aan gezinnen en kinderen; aan gezinnen en kinderen;
b) het beleid inzake maatschappelijk welzijn, met inbegrip van : b) het beleid inzake maatschappelijk welzijn, met inbegrip van :
1. de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, met uitzondering 1. de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, met uitzondering
van de bestuurlijke organisatie van en het administratief toezicht op van de bestuurlijke organisatie van en het administratief toezicht op
de openbare centra voor maatschappelijk welzijn; de openbare centra voor maatschappelijk welzijn;
2. het algemeen welzijnswerk; 2. het algemeen welzijnswerk;
3. de samenlevingsopbouw; 3. de samenlevingsopbouw;
c) het doelgroepenbeleid : c) het doelgroepenbeleid :
1. het beleid inzake mindervaliden, met uitzondering van de 1. het beleid inzake mindervaliden, met uitzondering van de
beroepsopleiding, de omscholing, de herscholing en het beroepsopleiding, de omscholing, de herscholing en het
tewerkstellingsbeleid van mindervaliden; tewerkstellingsbeleid van mindervaliden;
2. de sociale hulpverlening aan gedetineerden met het oog op hun 2. de sociale hulpverlening aan gedetineerden met het oog op hun
sociale reïntegratie; sociale reïntegratie;
3. de zorgverzekering; 3. de zorgverzekering;
4. het beleid inzake kansarmoede; 4. het beleid inzake kansarmoede;
d) het bejaardenbeleid; d) het bejaardenbeleid;
e) de jeugdbescherming, met inbegrip van de sociale bescherming en de e) de jeugdbescherming, met inbegrip van de sociale bescherming en de
gerechtelijke bescherming, maar met uitzondering van de filmkeuring; gerechtelijke bescherming, maar met uitzondering van de filmkeuring;
2° het gezondheidsbeleid, vermeld in artikel 5, § 1, I, van de 2° het gezondheidsbeleid, vermeld in artikel 5, § 1, I, van de
bijzondere wet : bijzondere wet :
a) het beleid betreffende de zorgverstrekking in en buiten de a) het beleid betreffende de zorgverstrekking in en buiten de
verplegingsinrichtingen, met inbegrip van de psychiatrische verplegingsinrichtingen, met inbegrip van de psychiatrische
hulpverlening; hulpverlening;
b) de gezondheidsopvoeding, alsook de activiteiten en diensten op het b) de gezondheidsopvoeding, alsook de activiteiten en diensten op het
vlak van de preventieve gezondheidszorg, met uitzondering van het vlak van de preventieve gezondheidszorg, met uitzondering van het
medisch schooltoezicht en de medisch verantwoorde sportbeoefening. medisch schooltoezicht en de medisch verantwoorde sportbeoefening.
Uit hoofde van de hem toegewezen bevoegdheden, vermeld in het eerste Uit hoofde van de hem toegewezen bevoegdheden, vermeld in het eerste
lid, draagt hij de titel « Vlaams minister van Welzijn, lid, draagt hij de titel « Vlaams minister van Welzijn,
Volksgezondheid en Gezin ». Volksgezondheid en Gezin ».
§ 9. Mevr. Hilde Crevits, lid van de Vlaamse Regering, is bevoegd voor § 9. Mevr. Hilde Crevits, lid van de Vlaamse Regering, is bevoegd voor
: :
1° de openbare werken vermeld in artikel 6, § 1, X, 1°, 2°, 2°bis, 5°, 1° de openbare werken vermeld in artikel 6, § 1, X, 1°, 2°, 2°bis, 5°,
6° en 7°, van de bijzondere wet, met name : 6° en 7°, van de bijzondere wet, met name :
a) de wegen en hun aanhorigheden; a) de wegen en hun aanhorigheden;
b) de waterwegen en hun aanhorigheden; b) de waterwegen en hun aanhorigheden;
c) het juridische stelsel van de land- en waterwegenis; c) het juridische stelsel van de land- en waterwegenis;
d) de dijken; d) de dijken;
e) de veerdiensten; e) de veerdiensten;
f) de uitrusting en de uitbating van de luchthavens en de openbare f) de uitrusting en de uitbating van de luchthavens en de openbare
vliegvelden; vliegvelden;
2° het leefmilieu en het waterbeleid, vermeld in artikel 6, § 1, II, 2° het leefmilieu en het waterbeleid, vermeld in artikel 6, § 1, II,
van de bijzondere wet, met inbegrip van het innen en invorderen van van de bijzondere wet, met inbegrip van het innen en invorderen van
milieuheffingen : milieuheffingen :
a) de bescherming van het leefmilieu, onder meer die van de bodem, de a) de bescherming van het leefmilieu, onder meer die van de bodem, de
ondergrond, het water en de lucht tegen verontreiniging en aantasting, ondergrond, het water en de lucht tegen verontreiniging en aantasting,
alsmede de strijd tegen de geluidshinder; alsmede de strijd tegen de geluidshinder;
b) het afvalstoffenbeleid; b) het afvalstoffenbeleid;
c) de politie van de gevaarlijke, ongezonde en hinderlijke bedrijven; c) de politie van de gevaarlijke, ongezonde en hinderlijke bedrijven;
d) de waterproductie en watervoorziening, met inbegrip van de d) de waterproductie en watervoorziening, met inbegrip van de
technische reglementering inzake de kwaliteit van het drinkwater, de technische reglementering inzake de kwaliteit van het drinkwater, de
zuivering van het afvalwater en de riolering; zuivering van het afvalwater en de riolering;
alsook de coördinatie en de organisatie van de planning van het alsook de coördinatie en de organisatie van de planning van het
integraal waterbeleid; integraal waterbeleid;
3° de landinrichting en het natuurbehoud, vermeld in artikel 6, § 1, 3° de landinrichting en het natuurbehoud, vermeld in artikel 6, § 1,
III, van de bijzondere wet : III, van de bijzondere wet :
a) de ruilverkaveling van landeigendommen en de landinrichting; a) de ruilverkaveling van landeigendommen en de landinrichting;
b) de natuurbescherming en het natuurbehoud; b) de natuurbescherming en het natuurbehoud;
c) de groengebieden, parkgebieden en groene ruimten; c) de groengebieden, parkgebieden en groene ruimten;
d) de bossen; d) de bossen;
e) de jacht en de vogelvangst; e) de jacht en de vogelvangst;
f) de visvangst; f) de visvangst;
g) de visteelt; g) de visteelt;
h) de landbouwhydraulica en de onbevaarbare waterlopen, met inbegrip h) de landbouwhydraulica en de onbevaarbare waterlopen, met inbegrip
van hun bermen; van hun bermen;
i) de ontwatering; i) de ontwatering;
j) de polders en wateringen; j) de polders en wateringen;
4° het energiebeleid, vermeld in artikel 6, § 1, VII, van de 4° het energiebeleid, vermeld in artikel 6, § 1, VII, van de
bijzondere wet en de natuurlijke rijkdommen, vermeld in artikel 6, § bijzondere wet en de natuurlijke rijkdommen, vermeld in artikel 6, §
1, VI, 5°, van de bijzondere wet. 1, VI, 5°, van de bijzondere wet.
Uit hoofde van de haar toegewezen bevoegdheden, vermeld in het eerste Uit hoofde van de haar toegewezen bevoegdheden, vermeld in het eerste
lid, draagt zij de titel « Vlaams minister van Openbare Werken, lid, draagt zij de titel « Vlaams minister van Openbare Werken,
Energie, Leefmilieu en Natuur ». » Energie, Leefmilieu en Natuur ». »
§ 10. Mevrouw Patricia Ceysens, lid van de Vlaamse Regering, is § 10. Mevrouw Patricia Ceysens, lid van de Vlaamse Regering, is
bevoegd voor : bevoegd voor :
1° het wetenschappelijk onderzoek, met inbegrip van het onderzoek ter 1° het wetenschappelijk onderzoek, met inbegrip van het onderzoek ter
uitvoering van internationale of supranationale overeenkomsten of uitvoering van internationale of supranationale overeenkomsten of
akten, vermeld in artikel 6bis, § 1, van de bijzondere wet; akten, vermeld in artikel 6bis, § 1, van de bijzondere wet;
2° het Bijzonder Onderzoeksfonds en het projectmatig wetenschappelijk 2° het Bijzonder Onderzoeksfonds en het projectmatig wetenschappelijk
onderzoek door de hogescholen, met dien verstande dat deze bevoegdheid onderzoek door de hogescholen, met dien verstande dat deze bevoegdheid
wordt gedeeld met het lid van de Vlaamse Regering dat bevoegd is voor wordt gedeeld met het lid van de Vlaamse Regering dat bevoegd is voor
het onderwijs; het onderwijs;
3° de aanmoediging van de vorming van navorsers, vermeld in artikel 4, 3° de aanmoediging van de vorming van navorsers, vermeld in artikel 4,
2°, van de bijzondere wet; 2°, van de bijzondere wet;
4° het technologisch innovatiebeleid; 4° het technologisch innovatiebeleid;
5° het economisch beleid, vermeld in artikel 6, § 1, VI, 1°, van de 5° het economisch beleid, vermeld in artikel 6, § 1, VI, 1°, van de
bijzondere wet, met inbegrip van de begeleiding en advisering van bijzondere wet, met inbegrip van de begeleiding en advisering van
economische actoren maar met uitzondering van de sociale economie, het economische actoren maar met uitzondering van de sociale economie, het
economisch overheidsinstrumentarium en de gewestelijke aspecten inzake economisch overheidsinstrumentarium en de gewestelijke aspecten inzake
de overheidsopdrachten en de erkenning van aannemers; de overheidsopdrachten en de erkenning van aannemers;
6° de verkrijging, aanleg en uitrusting van gronden voor industrie, 6° de verkrijging, aanleg en uitrusting van gronden voor industrie,
ambachtswezen en diensten, of van andere onthaalinfrastructuren voor ambachtswezen en diensten, of van andere onthaalinfrastructuren voor
investeerders, zoals vermeld in artikel 6, § 1, I, 3°, van de investeerders, zoals vermeld in artikel 6, § 1, I, 3°, van de
bijzondere wet; bijzondere wet;
7° het afzet- en uitvoerbeleid, vermeld in artikel 6, § 1, VI, 3°, van 7° het afzet- en uitvoerbeleid, vermeld in artikel 6, § 1, VI, 3°, van
de bijzondere wet, met uitzondering van het afzet- en uitvoerbeleid de bijzondere wet, met uitzondering van het afzet- en uitvoerbeleid
van landbouw-, tuinbouw- en visserijproducten; van landbouw-, tuinbouw- en visserijproducten;
8° de in-, uit- en doorvoer van wapens, vermeld in artikel 6, § 1, VI, 8° de in-, uit- en doorvoer van wapens, vermeld in artikel 6, § 1, VI,
4°, van de bijzondere wet; 4°, van de bijzondere wet;
9° het aantrekken van buitenlandse investeringen. 9° het aantrekken van buitenlandse investeringen.
Uit hoofde van de haar toegewezen bevoegdheden, vermeld in het eerste Uit hoofde van de haar toegewezen bevoegdheden, vermeld in het eerste
lid, draagt zij de titel « Vlaams minister van Economie, Ondernemen, lid, draagt zij de titel « Vlaams minister van Economie, Ondernemen,
Wetenschap, Innovatie en Buitenlandse Handel ». Wetenschap, Innovatie en Buitenlandse Handel ».

Art. 2.Artikel 4 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten

Art. 2.Artikel 4 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten

van de Vlaamse Regering van 23 december 2005, 28 juni 2007, 10 oktober van de Vlaamse Regering van 23 december 2005, 28 juni 2007, 10 oktober
2007, 14 november 2007 en 5 september 2008, wordt vervangen door wat 2007, 14 november 2007 en 5 september 2008, wordt vervangen door wat
volgt : volgt :
Het bestuur van of het toezicht op de hieronder vermelde diensten, Het bestuur van of het toezicht op de hieronder vermelde diensten,
instellingen of rechtspersonen wordt als volgt verdeeld : instellingen of rechtspersonen wordt als volgt verdeeld :
1° de minister-president van de Vlaamse Regering is bevoegd voor : 1° de minister-president van de Vlaamse Regering is bevoegd voor :
a) Studiedienst van de Vlaamse Regering; a) Studiedienst van de Vlaamse Regering;
b) Interne Audit van de Vlaamse Administratie; b) Interne Audit van de Vlaamse Administratie;
c) Agentschap voor Geografische Informatie Vlaanderen; c) Agentschap voor Geografische Informatie Vlaanderen;
2° de Vlaamse minister van Institutionele Hervormingen, Bestuurszaken, 2° de Vlaamse minister van Institutionele Hervormingen, Bestuurszaken,
Buitenlands Beleid, Media, Toerisme, Havens, Landbouw, Zeevisserij en Buitenlands Beleid, Media, Toerisme, Havens, Landbouw, Zeevisserij en
Plattelandsbeleid is bevoegd voor : Plattelandsbeleid is bevoegd voor :
a) Agentschap voor Overheidspersoneel; a) Agentschap voor Overheidspersoneel;
b) Agentschap voor Facilitair Management; b) Agentschap voor Facilitair Management;
c) Vlaams Agentschap voor Rekrutering en Selectie; c) Vlaams Agentschap voor Rekrutering en Selectie;
d) Vlaams Agentschap voor Internationale Samenwerking; d) Vlaams Agentschap voor Internationale Samenwerking;
e) Vlaams Landbouwinvesteringsfonds; e) Vlaams Landbouwinvesteringsfonds;
f) Financieringsinstrument voor Vlaamse visserij- en f) Financieringsinstrument voor Vlaamse visserij- en
aquicultuursector; aquicultuursector;
g) Eigen Vermogen van het Instituut voor Landbouw- en g) Eigen Vermogen van het Instituut voor Landbouw- en
Visserijonderzoek; Visserijonderzoek;
h) Toerisme Vlaanderen; h) Toerisme Vlaanderen;
i) Vlaamse Regulator voor de Media; i) Vlaamse Regulator voor de Media;
j) Vlaamse Radio- en Televisieomroep; j) Vlaamse Radio- en Televisieomroep;
k) Agentschap voor Landbouw en Visserij; k) Agentschap voor Landbouw en Visserij;
l) Instituut voor Landbouw- en Visserijonderzoek; l) Instituut voor Landbouw- en Visserijonderzoek;
m) VZW Vlaams Centrum voor Agro- en Visserijmarketing; m) VZW Vlaams Centrum voor Agro- en Visserijmarketing;
n) Agentschap voor Maritieme Dienstverlening en Kust; n) Agentschap voor Maritieme Dienstverlening en Kust;
3° de Vlaamse minister van Financiën en Begroting en Ruimtelijke 3° de Vlaamse minister van Financiën en Begroting en Ruimtelijke
Ordening is bevoegd voor : Ordening is bevoegd voor :
a) Vlaamse Belastingdienst; a) Vlaamse Belastingdienst;
b) Centrale Accounting; b) Centrale Accounting;
c) NV Participatiemaatschappij Vlaanderen; c) NV Participatiemaatschappij Vlaanderen;
d) NV Limburgse Reconversiemaatschappij; d) NV Limburgse Reconversiemaatschappij;
e) NV Vlaamse Participatiemaatschappij; e) NV Vlaamse Participatiemaatschappij;
f) het Vlaams Fonds voor de Lastendelging; f) het Vlaams Fonds voor de Lastendelging;
g) het Financieringsfonds voor Schuldafbouw en Eenmalige g) het Financieringsfonds voor Schuldafbouw en Eenmalige
Investeringsuitgaven; Investeringsuitgaven;
h) Gimvindus; h) Gimvindus;
i) Het Rubiconfonds; i) Het Rubiconfonds;
j) RO-Vlaanderen; j) RO-Vlaanderen;
k) Vlaams Instituut voor het Onroerend Erfgoed; k) Vlaams Instituut voor het Onroerend Erfgoed;
l) Inspectie RWO, met dien verstande dat deze bevoegdheid wordt l) Inspectie RWO, met dien verstande dat deze bevoegdheid wordt
gedeeld met de Vlaamse minister bevoegd voor de Huisvesting; gedeeld met de Vlaamse minister bevoegd voor de Huisvesting;
m) Vlaams Toekomstfonds; m) Vlaams Toekomstfonds;
n) Eigen Vermogen van het Vlaams Instituut voor het Onroerend Erfgoed; n) Eigen Vermogen van het Vlaams Instituut voor het Onroerend Erfgoed;
4° de Vlaamse minister van Werk, Onderwijs en Vorming is bevoegd voor 4° de Vlaamse minister van Werk, Onderwijs en Vorming is bevoegd voor
: :
a) Vlaams Subsidieagentschap voor Werk en Sociale Economie, met dien a) Vlaams Subsidieagentschap voor Werk en Sociale Economie, met dien
verstande dat die bevoegdheid wordt gedeeld met de Vlaamse minister, verstande dat die bevoegdheid wordt gedeeld met de Vlaamse minister,
bevoegd voor de sociale economie; bevoegd voor de sociale economie;
b) Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding; b) Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding;
c) Vlaams Agentschap voor Ondernemersvorming - Syntra Vlaanderen; c) Vlaams Agentschap voor Ondernemersvorming - Syntra Vlaanderen;
d) Agentschap voor Onderwijscommunicatie; d) Agentschap voor Onderwijscommunicatie;
e) Agentschap voor Onderwijsdiensten; e) Agentschap voor Onderwijsdiensten;
f) Agentschap Hoger Onderwijs, Volwassenenonderwijs en Studietoelagen; f) Agentschap Hoger Onderwijs, Volwassenenonderwijs en Studietoelagen;
g) Agentschap voor Infrastructuur in het Onderwijs; g) Agentschap voor Infrastructuur in het Onderwijs;
h) v.z.w. de Rand; h) v.z.w. de Rand;
i) het Gemeenschapsonderwijs; i) het Gemeenschapsonderwijs;
j) Universitair Ziekenhuis Gent; j) Universitair Ziekenhuis Gent;
k) ESF-agentschap, met dien verstande dat die bevoegdheid wordt k) ESF-agentschap, met dien verstande dat die bevoegdheid wordt
gedeeld met de Vlaamse minister, bevoegd voor de sociale economie; gedeeld met de Vlaamse minister, bevoegd voor de sociale economie;
l) Herplaatsingsfonds; l) Herplaatsingsfonds;
5° de Vlaamse minister van Cultuur, Jeugd, Sport en Brussel is bevoegd 5° de Vlaamse minister van Cultuur, Jeugd, Sport en Brussel is bevoegd
voor : voor :
a) Kunsten en Erfgoed; a) Kunsten en Erfgoed;
b) Sociaal-Cultureel Werk voor Jeugd en Volwassenen; b) Sociaal-Cultureel Werk voor Jeugd en Volwassenen;
c) BLOSO; c) BLOSO;
d) Vlaamse Opera; d) Vlaamse Opera;
e) Fonds culturele infrastructuur; e) Fonds culturele infrastructuur;
f) Vlaams Fonds voor de Letteren; f) Vlaams Fonds voor de Letteren;
g) Topstukkenfonds; g) Topstukkenfonds;
h) Vlaams-Brusselfonds; h) Vlaams-Brusselfonds;
6° de Vlaamse minister van Binnenlands Bestuur, Stedenbeleid, Wonen en 6° de Vlaamse minister van Binnenlands Bestuur, Stedenbeleid, Wonen en
Inburgering is bevoegd voor : Inburgering is bevoegd voor :
a) Agentschap voor Binnenlands Bestuur; a) Agentschap voor Binnenlands Bestuur;
b) Wonen-Vlaanderen; b) Wonen-Vlaanderen;
c) Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen; c) Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen;
d) Inspectie RWO, met dien verstande dat deze bevoegdheid wordt d) Inspectie RWO, met dien verstande dat deze bevoegdheid wordt
gedeeld met de Vlaamse minister bevoegd voor de Ruimtelijke Ordening; gedeeld met de Vlaamse minister bevoegd voor de Ruimtelijke Ordening;
e) Investeringsfonds voor grond- en woonbeleid voor Vlaams-Brabant; e) Investeringsfonds voor grond- en woonbeleid voor Vlaams-Brabant;
f) Garantiefonds voor Huisvesting; f) Garantiefonds voor Huisvesting;
7° de Vlaamse minister van Mobiliteit, Sociale Economie en Gelijke 7° de Vlaamse minister van Mobiliteit, Sociale Economie en Gelijke
Kansen is bevoegd voor : Kansen is bevoegd voor :
a) Vlaamse Vervoermaatschappij - De Lijn; a) Vlaamse Vervoermaatschappij - De Lijn;
b) Vlaams Subsidieagentschap voor Werk en Sociale Economie, met dien b) Vlaams Subsidieagentschap voor Werk en Sociale Economie, met dien
verstande dat die bevoegdheid wordt gedeeld met de Vlaamse minister, verstande dat die bevoegdheid wordt gedeeld met de Vlaamse minister,
bevoegd voor het tewerkstellingsbeleid, de beroepsomscholing en bevoegd voor het tewerkstellingsbeleid, de beroepsomscholing en
-bijscholing en de sociale promotie; -bijscholing en de sociale promotie;
c) NV met sociaal oogmerk Werkholding; c) NV met sociaal oogmerk Werkholding;
d) Fonds Stationsomgevingen; d) Fonds Stationsomgevingen;
e) ESF-agentschap, met dien verstande dat die bevoegdheid wordt e) ESF-agentschap, met dien verstande dat die bevoegdheid wordt
gedeeld met de Vlaamse minister bevoegd voor het gedeeld met de Vlaamse minister bevoegd voor het
tewerkstellingsbeleid, de beroepsomscholing en -bijscholing en de tewerkstellingsbeleid, de beroepsomscholing en -bijscholing en de
sociale promotie; sociale promotie;
f) Pendelfonds; f) Pendelfonds;
8° de Vlaamse minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin is 8° de Vlaamse minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin is
bevoegd voor : bevoegd voor :
a) Zorg en Gezondheid; a) Zorg en Gezondheid;
b) Jongerenwelzijn; b) Jongerenwelzijn;
c) Inspectie Welzijn, Volksgezondheid en Gezin; c) Inspectie Welzijn, Volksgezondheid en Gezin;
d) Openbaar Psychiatrisch Zorgcentrum Geel; d) Openbaar Psychiatrisch Zorgcentrum Geel;
e) Openbaar Psychiatrisch Zorgcentrum Rekem; e) Openbaar Psychiatrisch Zorgcentrum Rekem;
f) Kind en Gezin; f) Kind en Gezin;
g) Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap; g) Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap;
h) Vlaams Zorgfonds; h) Vlaams Zorgfonds;
i) Fonds Jongerenwelzijn; i) Fonds Jongerenwelzijn;
j) Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden; j) Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden;
9° de Vlaamse minister van Openbare Werken, Energie, Leefmilieu en 9° de Vlaamse minister van Openbare Werken, Energie, Leefmilieu en
Natuur is bevoegd voor : Natuur is bevoegd voor :
a) Vlaams Energieagentschap; a) Vlaams Energieagentschap;
b) Agentschap voor Natuur en Bos; b) Agentschap voor Natuur en Bos;
c) Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek; c) Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek;
d) Vlaamse Milieumaatschappij; d) Vlaamse Milieumaatschappij;
e) Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij; e) Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij;
f) Vlaamse Landmaatschappij; f) Vlaamse Landmaatschappij;
g) Vlaamse Reguleringsinstantie voor de Elektriciteits- en Gasmarkt; g) Vlaamse Reguleringsinstantie voor de Elektriciteits- en Gasmarkt;
h) Agentschap Wegen en Verkeer; h) Agentschap Wegen en Verkeer;
i) De Scheepvaart; i) De Scheepvaart;
j) Waterwegen en Zeekanaal; j) Waterwegen en Zeekanaal;
k) Vlaamse Milieuholding; k) Vlaamse Milieuholding;
l) Vlaamse Maatschappij voor Watervoorziening; l) Vlaamse Maatschappij voor Watervoorziening;
m) het Grindfonds; m) het Grindfonds;
n) Reguleringsinstantie met betrekking tot water bestemd voor n) Reguleringsinstantie met betrekking tot water bestemd voor
menselijke aanwending; menselijke aanwending;
o) Ondersteunend Centrum van het Agentschap voor Natuur en Bos; o) Ondersteunend Centrum van het Agentschap voor Natuur en Bos;
p) Eigen Vermogen van het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek; p) Eigen Vermogen van het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek;
q) Eigen Vermogen Flanders Hydraulics; q) Eigen Vermogen Flanders Hydraulics;
10° de Vlaamse minister van Economie, Ondernemen, Wetenschap, 10° de Vlaamse minister van Economie, Ondernemen, Wetenschap,
Innovatie en Buitenlandse Handel is bevoegd voor : Innovatie en Buitenlandse Handel is bevoegd voor :
a) Vlaams Agentschap voor Internationaal Ondernemen; a) Vlaams Agentschap voor Internationaal Ondernemen;
b) Agentschap Economie; b) Agentschap Economie;
c) Vlaams Agentschap Ondernemen; c) Vlaams Agentschap Ondernemen;
d) het Hermesfonds; d) het Hermesfonds;
e) Instituut voor de aanmoediging van Innovatie door Wetenschap en e) Instituut voor de aanmoediging van Innovatie door Wetenschap en
Technologie in Vlaanderen, of zijn rechtopvolger; Technologie in Vlaanderen, of zijn rechtopvolger;
f) Vlaamse Instelling voor Technologisch Onderzoek; f) Vlaamse Instelling voor Technologisch Onderzoek;
g) Fonds Wetenschappelijk Onderzoek; g) Fonds Wetenschappelijk Onderzoek;
h) Herculesstichting; h) Herculesstichting;
i) Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen. » i) Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen. »

Art. 3.Dit besluit treedt in werking op 22 september 2008.

Art. 3.Dit besluit treedt in werking op 22 september 2008.

Art. 4.De leden van de Vlaamse Regering zijn, ieder wat hem of haar

Art. 4.De leden van de Vlaamse Regering zijn, ieder wat hem of haar

betreft, belast met de uitvoering van dit besluit. betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.
Brussel, 22 september 2008. Brussel, 22 september 2008.
De minister-president van de Vlaamse Regering De minister-president van de Vlaamse Regering
Vlaams minister van Institutionele Hervormingen, Bestuurszaken, Vlaams minister van Institutionele Hervormingen, Bestuurszaken,
Buitenlands Beleid, Media, Toerisme, Havens, Landbouw, Zeevisserij en Buitenlands Beleid, Media, Toerisme, Havens, Landbouw, Zeevisserij en
Plattelandsbeleid, Plattelandsbeleid,
K. PEETERS K. PEETERS
De Vlaamse minister van Financiën en Begroting en Ruimtelijke De Vlaamse minister van Financiën en Begroting en Ruimtelijke
Ordening, Ordening,
D. VAN MECHELEN D. VAN MECHELEN
De Vlaamse minister van Werk, Onderwijs en Vorming, De Vlaamse minister van Werk, Onderwijs en Vorming,
F. VANDENBROUCKE F. VANDENBROUCKE
De Vlaamse minister van Cultuur, Jeugd, Sport en Brussel, De Vlaamse minister van Cultuur, Jeugd, Sport en Brussel,
B. ANCIAUX B. ANCIAUX
De Vlaamse minister van Binnenlands Bestuur, Stedenbeleid, Wonen en De Vlaamse minister van Binnenlands Bestuur, Stedenbeleid, Wonen en
Inburgering, Inburgering,
M. KEULEN M. KEULEN
De Vlaamse minister van Mobiliteit, Sociale Economie en Gelijke De Vlaamse minister van Mobiliteit, Sociale Economie en Gelijke
Kansen, Kansen,
K. VAN BREMPT K. VAN BREMPT
De Vlaamse minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, De Vlaamse minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin,
S. VANACKERE S. VANACKERE
De Vlaamse minister van Openbare Werken, Energie, Leefmilieu en De Vlaamse minister van Openbare Werken, Energie, Leefmilieu en
Natuur, Natuur,
H. CREVITS H. CREVITS
De Vlaamse minister van Economie, Ondernemen, Wetenschap, Innovatie en De Vlaamse minister van Economie, Ondernemen, Wetenschap, Innovatie en
Buitenlandse Handel, Buitenlandse Handel,
P. CEYSENS P. CEYSENS
^