Etaamb.openjustice.be
Meertalige weergave van Besluit Van De Vlaamse Regering van 21/10/2005
← Terug naar "Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de samenstelling van de Vlaamse Onderwijsraad "
Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de samenstelling van de Vlaamse Onderwijsraad Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de samenstelling van de Vlaamse Onderwijsraad
MINISTERIE VAN DE VLAAMSE GEMEENSCHAP MINISTERIE VAN DE VLAAMSE GEMEENSCHAP
21 OKTOBER 2005. - Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de 21 OKTOBER 2005. - Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de
samenstelling van de Vlaamse Onderwijsraad samenstelling van de Vlaamse Onderwijsraad
De Vlaamse Regering, De Vlaamse Regering,
Gelet op het decreet van 2 april 2004 betreffende participatie op Gelet op het decreet van 2 april 2004 betreffende participatie op
school en de Vlaamse Onderwijsraad inzonderheid de artikelen 67 § 2, school en de Vlaamse Onderwijsraad inzonderheid de artikelen 67 § 2,
68, 76 tot en met 85, 88 en 97; 68, 76 tot en met 85, 88 en 97;
Gelet op het verzoek om spoedbehandeling, gemotiveerd als volgt : de Gelet op het verzoek om spoedbehandeling, gemotiveerd als volgt : de
nieuw samen te stellen VLOR neemt de bevoegdheden op vanaf 1 januari nieuw samen te stellen VLOR neemt de bevoegdheden op vanaf 1 januari
2006. Gezien de benodigde voorbereidingstijd voor de hersamenstelling 2006. Gezien de benodigde voorbereidingstijd voor de hersamenstelling
is het noodzakelijk dat zo vlug mogelijk zekerheid wordt verworven is het noodzakelijk dat zo vlug mogelijk zekerheid wordt verworven
over de samenstelling van de VLOR. Bovendien dient het besluit van 16 over de samenstelling van de VLOR. Bovendien dient het besluit van 16
september 2005 dat een samenstelling inhoudt die niet gewenst is, zo september 2005 dat een samenstelling inhoudt die niet gewenst is, zo
snel mogelijk te worden ingetrokken; snel mogelijk te worden ingetrokken;
Gelet op het advies van 17 oktober met toepassing van artikel 84, § 1, Gelet op het advies van 17 oktober met toepassing van artikel 84, § 1,
eerste lid, 2°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State; eerste lid, 2°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State;
Op voorstel van de Vlaamse minister van Werk, Onderwijs en Vorming; Op voorstel van de Vlaamse minister van Werk, Onderwijs en Vorming;
Na beraadslaging, Na beraadslaging,
Besluit : Besluit :
HOOFDSTUK I. - Definities HOOFDSTUK I. - Definities

Artikel 1.Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder :

Artikel 1.Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder :

1° ACOD : De Algemene Centrale der Openbare Diensten; 1° ACOD : De Algemene Centrale der Openbare Diensten;
2° COC : Christelijke Onderwijscentrale; 2° COC : Christelijke Onderwijscentrale;
3° COV : Christelijk Onderwijzersverbond; 3° COV : Christelijk Onderwijzersverbond;
4° cursist : personen die een opleiding volgen in het 4° cursist : personen die een opleiding volgen in het
volwassenenonderwijs, bij basiseducatie, VIZO, VDAB of in het volwassenenonderwijs, bij basiseducatie, VIZO, VDAB of in het
Sociaal-Cultureel Volwassenenwerk; Sociaal-Cultureel Volwassenenwerk;
5° decreet : het decreet van 2 april 2004 betreffende participatie op 5° decreet : het decreet van 2 april 2004 betreffende participatie op
school en de Vlaamse Onderwijsraad; school en de Vlaamse Onderwijsraad;
6° departement : bevoegde dienst of ambtenaar van het departement 6° departement : bevoegde dienst of ambtenaar van het departement
Onderwijs van het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap; Onderwijs van het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap;
7° directeur : ieder personeelslid in een onderwijsinstelling dat 7° directeur : ieder personeelslid in een onderwijsinstelling dat
hetzij tijdelijk aangesteld hetzij vastbenoemd is in het ambt van hetzij tijdelijk aangesteld hetzij vastbenoemd is in het ambt van
directeur, een algemeen of coördinerend directeur, een coördinator in directeur, een algemeen of coördinerend directeur, een coördinator in
een centrum voor basiseducatie op het moment van de aanvang van de een centrum voor basiseducatie op het moment van de aanvang van de
kiesprocedure, zijnde de oproep tot kandidaatstelling; kiesprocedure, zijnde de oproep tot kandidaatstelling;
8° ervaringsdeskundige : elk effectief tewerkgesteld personeelslid in 8° ervaringsdeskundige : elk effectief tewerkgesteld personeelslid in
een onderwijsinstelling van het basisonderwijs, het secundair een onderwijsinstelling van het basisonderwijs, het secundair
onderwijs, het volwassenenonderwijs, het deeltijds kunstonderwijs of onderwijs, het volwassenenonderwijs, het deeltijds kunstonderwijs of
een centrum voor basiseducatie; een centrum voor basiseducatie;
9° minister : de Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs; 9° minister : de Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs;
10° KOOGO : Koepel van Ouderverenigingen van het Officieel 10° KOOGO : Koepel van Ouderverenigingen van het Officieel
Gesubsidieerd Onderwijs; Gesubsidieerd Onderwijs;
11° OKO : Overleg Kleine Onderwijsverstrekkers; 11° OKO : Overleg Kleine Onderwijsverstrekkers;
12° OVSG : Onderwijssecretariaat voor Steden en Gemeenten; 12° OVSG : Onderwijssecretariaat voor Steden en Gemeenten;
13° POV : Provinciaal Onderwijs Vlaanderen; 13° POV : Provinciaal Onderwijs Vlaanderen;
14° ROGO : Raad voor Ouders van het Gemeenschapsonderwijs; 14° ROGO : Raad voor Ouders van het Gemeenschapsonderwijs;
15° SOCIUS : Steunpunt voor Sociaal-Cultureel Volwassenenwerk 15° SOCIUS : Steunpunt voor Sociaal-Cultureel Volwassenenwerk
16° vakorganisatie : een personeelsvereniging van het onderwijs 16° vakorganisatie : een personeelsvereniging van het onderwijs
aangesloten bij een in de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen aangesloten bij een in de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen
vertegenwoordigde syndicale organisatie; vertegenwoordigde syndicale organisatie;
17° VCOV : Vlaamse Confederatie van Ouders en Ouderverenigingen; 17° VCOV : Vlaamse Confederatie van Ouders en Ouderverenigingen;
18° VDAB : Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling; 18° VDAB : Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling;
19° VIZO : Vlaams Instituut voor Zelfstandig Ondernemen; 19° VIZO : Vlaams Instituut voor Zelfstandig Ondernemen;
20° VLOR : de Vlaamse Onderwijsraad; 20° VLOR : de Vlaamse Onderwijsraad;
21° VSKO : Vlaams Secretariaat van het Katholiek Onderwijs; 21° VSKO : Vlaams Secretariaat van het Katholiek Onderwijs;
22° VSOA : Vrij Syndicaat voor het Openbaar Ambt. 22° VSOA : Vrij Syndicaat voor het Openbaar Ambt.
HOOFDSTUK II. - Samenstelling van de Algemene raad en de deelraden van HOOFDSTUK II. - Samenstelling van de Algemene raad en de deelraden van
de VLOR de VLOR

Art. 2.De Algemene raad bestaat uit negendertig leden en wordt

Art. 2.De Algemene raad bestaat uit negendertig leden en wordt

samengesteld als volgt : samengesteld als volgt :
1° twee vertegenwoordigers van de instellingshoofden van het hoger 1° twee vertegenwoordigers van de instellingshoofden van het hoger
onderwijs, één namens de hogescholen en één namens de universiteiten; onderwijs, één namens de hogescholen en één namens de universiteiten;
2° tien vertegenwoordigers van de inrichtende machten waarvan twee 2° tien vertegenwoordigers van de inrichtende machten waarvan twee
aangeduid door het Gemeenschapsonderwijs, één aangeduid door POV, twee aangeduid door het Gemeenschapsonderwijs, één aangeduid door POV, twee
aangeduid door OVSG, vier aangeduid door het VSKO en één aangeduid aangeduid door OVSG, vier aangeduid door het VSKO en één aangeduid
door OKO; door OKO;
3° vijf rechtstreeks verkozen directeurs waarvan één uit het officieel 3° vijf rechtstreeks verkozen directeurs waarvan één uit het officieel
basisonderwijs, één uit het vrij secundair onderwijs, één uit het basisonderwijs, één uit het vrij secundair onderwijs, één uit het
officieel deeltijds kunstonderwijs, één uit het vrij officieel deeltijds kunstonderwijs, één uit het vrij
volwassenenonderwijs en één uit de vrije centra voor volwassenenonderwijs en één uit de vrije centra voor
leerlingenbegeleiding; leerlingenbegeleiding;
4° zes vertegenwoordigers van het personeel waarvan twee aangeduid 4° zes vertegenwoordigers van het personeel waarvan twee aangeduid
door het ACOD, drie aangeduid door het COC en COV en één aangeduid door het ACOD, drie aangeduid door het COC en COV en één aangeduid
door het VSOA; door het VSOA;
5° vier vertegenwoordigers van de ouders van leerlingen waarvan één 5° vier vertegenwoordigers van de ouders van leerlingen waarvan één
aangeduid door KOOGO, één aangeduid door ROGO en twee door VCOV; aangeduid door KOOGO, één aangeduid door ROGO en twee door VCOV;
6° twee vertegenwoordigers van de leerlingen uit het secundair 6° twee vertegenwoordigers van de leerlingen uit het secundair
onderwijs; onderwijs;
7° twee vertegenwoordigers van de studenten uit het hoger onderwijs; 7° twee vertegenwoordigers van de studenten uit het hoger onderwijs;
8° vier vertegenwoordigers uit sociaal-economische organisaties; 8° vier vertegenwoordigers uit sociaal-economische organisaties;
9° twee vertegenwoordigers uit sociaal-culturele organisaties; 9° twee vertegenwoordigers uit sociaal-culturele organisaties;
10° twee gecoöpteerde ervaringsdeskundigen één uit het officieel 10° twee gecoöpteerde ervaringsdeskundigen één uit het officieel
onderwijs en één uit het vrij onderwijs. onderwijs en één uit het vrij onderwijs.

Art. 3.De Raad voor het basisonderwijs bestaat uit vierentwintig

Art. 3.De Raad voor het basisonderwijs bestaat uit vierentwintig

leden en wordt samengesteld als volgt : leden en wordt samengesteld als volgt :
1° acht vertegenwoordigers van de inrichtende machten waarvan twee 1° acht vertegenwoordigers van de inrichtende machten waarvan twee
aangeduid door het Gemeenschapsonderwijs, twee aangeduid door OVSG, aangeduid door het Gemeenschapsonderwijs, twee aangeduid door OVSG,
drie aangeduid door het VSKO en één aangeduid door OKO; drie aangeduid door het VSKO en één aangeduid door OKO;
2° twee rechtstreeks verkozen directeurs waarvan één uit het officieel 2° twee rechtstreeks verkozen directeurs waarvan één uit het officieel
onderwijs en één uit het vrij onderwijs; onderwijs en één uit het vrij onderwijs;
3° zes vertegenwoordigers van het personeel waarvan één aangeduid door 3° zes vertegenwoordigers van het personeel waarvan één aangeduid door
het ACOD, vier aangeduid door het COC en COV en één aangeduid door het het ACOD, vier aangeduid door het COC en COV en één aangeduid door het
VSOA; VSOA;
4° twee vertegenwoordigers van de ouders waarvan één aangeduid door 4° twee vertegenwoordigers van de ouders waarvan één aangeduid door
KOOGO en ROGO en één aangeduid door VCOV; KOOGO en ROGO en één aangeduid door VCOV;
5° twee vertegenwoordigers van de centra voor leerlingenbegeleiding 5° twee vertegenwoordigers van de centra voor leerlingenbegeleiding
waarvan één uit het officieel onderwijs en één uit het vrij onderwijs; waarvan één uit het officieel onderwijs en één uit het vrij onderwijs;
6° twee vertegenwoordigers uit sociaal-culturele organisaties; 6° twee vertegenwoordigers uit sociaal-culturele organisaties;
7° twee gecoöpteerde ervaringsdeskundigen één uit het officieel 7° twee gecoöpteerde ervaringsdeskundigen één uit het officieel
onderwijs en één uit het vrij onderwijs; onderwijs en één uit het vrij onderwijs;

Art. 4.§ 1. De Raad voor het secundair onderwijs bestaat uit dertig

Art. 4.§ 1. De Raad voor het secundair onderwijs bestaat uit dertig

leden en wordt samengesteld als volgt : leden en wordt samengesteld als volgt :
1° acht vertegenwoordigers van de inrichtende machten waarvan twee 1° acht vertegenwoordigers van de inrichtende machten waarvan twee
aangeduid door het Gemeenschapsonderwijs, één aangeduid door POV, één aangeduid door het Gemeenschapsonderwijs, één aangeduid door POV, één
aangeduid door OVSG, drie aangeduid door het VSKO en één aangeduid aangeduid door OVSG, drie aangeduid door het VSKO en één aangeduid
door OKO; door OKO;
2° twee rechtstreeks verkozen directeurs waarvan één uit het officieel 2° twee rechtstreeks verkozen directeurs waarvan één uit het officieel
onderwijs en één uit het vrij onderwijs; onderwijs en één uit het vrij onderwijs;
3° zes vertegenwoordigers van het personeel waarvan één aangeduid door 3° zes vertegenwoordigers van het personeel waarvan één aangeduid door
het ACOD, vier aangeduid door het COC en COV en één aangeduid door het het ACOD, vier aangeduid door het COC en COV en één aangeduid door het
VSOA; VSOA;
4° twee vertegenwoordigers van de ouders waarvan één aangeduid door 4° twee vertegenwoordigers van de ouders waarvan één aangeduid door
KOOGO en ROGO en één aangeduid door VCOV; KOOGO en ROGO en één aangeduid door VCOV;
5° twee vertegenwoordigers van de leerlingen; 5° twee vertegenwoordigers van de leerlingen;
6° twee vertegenwoordigers van de centra voor leerlingenbegeleiding 6° twee vertegenwoordigers van de centra voor leerlingenbegeleiding
waarvan één uit het officieel onderwijs en één uit het vrij onderwijs; waarvan één uit het officieel onderwijs en één uit het vrij onderwijs;
7° vier vertegenwoordigers uit sociaal-economische organisaties; 7° vier vertegenwoordigers uit sociaal-economische organisaties;
8° twee vertegenwoordigers uit sociaal-culturele organisaties; 8° twee vertegenwoordigers uit sociaal-culturele organisaties;
9° twee gecoöpteerde ervaringsdeskundigen één uit het officieel 9° twee gecoöpteerde ervaringsdeskundigen één uit het officieel
onderwijs en één uit het vrij onderwijs. onderwijs en één uit het vrij onderwijs.

Art. 5.De Raad voor levenslang en levensbreed leren bestaat uit

Art. 5.De Raad voor levenslang en levensbreed leren bestaat uit

tweeëndertig leden : tweeëndertig leden :
1° tien vertegenwoordigers van de inrichtende machten en 1° tien vertegenwoordigers van de inrichtende machten en
opleidingsverstrekkers waarvan één aangeduid door het opleidingsverstrekkers waarvan één aangeduid door het
Gemeenschapsonderwijs, één aangeduid door POV, één aangeduid door Gemeenschapsonderwijs, één aangeduid door POV, één aangeduid door
OVSG, drie aangeduid door het VSKO, drie vertegenwoordigers van de OVSG, drie aangeduid door het VSKO, drie vertegenwoordigers van de
andere opleidingsverstrekkers aangeduid door VIZO, VDAB en SOCIUS in andere opleidingsverstrekkers aangeduid door VIZO, VDAB en SOCIUS in
overleg met de voogdijminister en één vertegenwoordiger aangeduid door overleg met de voogdijminister en één vertegenwoordiger aangeduid door
de federatie voor basiseducatie; de federatie voor basiseducatie;
2° vier rechtstreeks verkozen directeurs waarvan één uit het officieel 2° vier rechtstreeks verkozen directeurs waarvan één uit het officieel
deeltijds kunstonderwijs, twee uit het volwassenenonderwijs waarvan deeltijds kunstonderwijs, twee uit het volwassenenonderwijs waarvan
één uit het officieel en één uit het vrij onderwijs en één coördinator één uit het officieel en één uit het vrij onderwijs en één coördinator
van een centrum voor basiseducatie; van een centrum voor basiseducatie;
3° zes vertegenwoordigers van het personeel waarvan twee aangeduid 3° zes vertegenwoordigers van het personeel waarvan twee aangeduid
door het ACOD, drie aangeduid door het COC en COV en één aangeduid door het ACOD, drie aangeduid door het COC en COV en één aangeduid
door het VSOA; door het VSOA;
4° vier cursisten; 4° vier cursisten;
5° vier vertegenwoordigers uit sociaal-economische organisaties; 5° vier vertegenwoordigers uit sociaal-economische organisaties;
6° twee vertegenwoordiger uit sociaal-culturele organisaties; 6° twee vertegenwoordiger uit sociaal-culturele organisaties;
7° twee gecoöpteerde ervaringsdeskundigen één uit het officieel 7° twee gecoöpteerde ervaringsdeskundigen één uit het officieel
onderwijs en één uit het vrij onderwijs. onderwijs en één uit het vrij onderwijs.

Art. 6.§ 1. De Raad voor het hoger onderwijs bestaat uit zesentwintig

Art. 6.§ 1. De Raad voor het hoger onderwijs bestaat uit zesentwintig

leden : leden :
1° acht vertegenwoordigers van de instellingshoofden van het hoger 1° acht vertegenwoordigers van de instellingshoofden van het hoger
onderwijs, vier namens de hogescholen en vier namens de onderwijs, vier namens de hogescholen en vier namens de
universiteiten; universiteiten;
2° zes vertegenwoordigers van het personeel waarvan twee aangeduid 2° zes vertegenwoordigers van het personeel waarvan twee aangeduid
door het ACOD, drie aangeduid door het COC en COV en één aangeduid door het ACOD, drie aangeduid door het COC en COV en één aangeduid
door het VSOA; door het VSOA;
3° zes vertegenwoordigers van de studenten; 3° zes vertegenwoordigers van de studenten;
4° vier vertegenwoordigers uit sociaal-economische organisaties; 4° vier vertegenwoordigers uit sociaal-economische organisaties;
5° twee vertegenwoordigers uit sociaal-culturele organisaties. 5° twee vertegenwoordigers uit sociaal-culturele organisaties.
HOOFDSTUK III. - Aanduiding van de geledingen door de daartoe HOOFDSTUK III. - Aanduiding van de geledingen door de daartoe
gemachtigde organisaties gemachtigde organisaties

Art. 7.De afgevaardigden uit de sociaal-culturele organisaties worden

Art. 7.De afgevaardigden uit de sociaal-culturele organisaties worden

aangeduid door de Staten-generaal van het Middenveld. aangeduid door de Staten-generaal van het Middenveld.
De cursisten of gewezen cursisten in de raad levenslang en levensbreed De cursisten of gewezen cursisten in de raad levenslang en levensbreed
leren worden aangewezen op basis van een oproep aan cursisten. leren worden aangewezen op basis van een oproep aan cursisten.
Indien omwille van de in artikel 81 van het decreet aangegeven redenen Indien omwille van de in artikel 81 van het decreet aangegeven redenen
de rechtstreekse verkiezingen van directeurs niet kunnen georganiseerd de rechtstreekse verkiezingen van directeurs niet kunnen georganiseerd
worden of de verkiezingen niet rechtsgeldig zijn verlopen, worden de worden of de verkiezingen niet rechtsgeldig zijn verlopen, worden de
directeurs aangeduid door de op dat ogenblik bestaande directeurs aangeduid door de op dat ogenblik bestaande
directeursverenigingen. directeursverenigingen.
De in het decreet of dit besluit vermelde organisaties duiden De in het decreet of dit besluit vermelde organisaties duiden
tegelijkertijd met de aanduiding van de effectieve leden ook telkens tegelijkertijd met de aanduiding van de effectieve leden ook telkens
een plaatsvervanger aan. een plaatsvervanger aan.
HOOFDSTUK IV. - Verkiezingen van directeurs HOOFDSTUK IV. - Verkiezingen van directeurs
Afdeling 1. - Inleidende bepalingen Afdeling 1. - Inleidende bepalingen

Art. 8.Het secretariaat van de VLOR staat in voor de organisatie van

Art. 8.Het secretariaat van de VLOR staat in voor de organisatie van

de rechtstreekse verkiezingen van de vertegenwoordigers van directeurs de rechtstreekse verkiezingen van de vertegenwoordigers van directeurs
en neemt alle maatregelen die nodig zijn om het regelmatig verloop van en neemt alle maatregelen die nodig zijn om het regelmatig verloop van
de verkiezingen te verzekeren. de verkiezingen te verzekeren.
Afdeling 2. - Oproep tot kandidaatstelling Afdeling 2. - Oproep tot kandidaatstelling

Art. 9.35 werkdagen voorafgaand aan de eerste dag van de kiesperiode

Art. 9.35 werkdagen voorafgaand aan de eerste dag van de kiesperiode

publiceert het secretariaat van de VLOR in het Belgisch Staatsblad en publiceert het secretariaat van de VLOR in het Belgisch Staatsblad en
via www.schooldirect.be de oproep tot kandidaatstelling voor de via www.schooldirect.be de oproep tot kandidaatstelling voor de
rechtstreekse verkiezingen van de vertegenwoordigers van directeurs. rechtstreekse verkiezingen van de vertegenwoordigers van directeurs.
De oproep verschijnt per onderscheiden raad. De oproep verschijnt per onderscheiden raad.
De oproep omvat ten minste : De oproep omvat ten minste :
1° een omschrijving van de raad; 1° een omschrijving van de raad;
2° de samenstelling van de raad; 2° de samenstelling van de raad;
3° de voorwaarden tot verkiesbaarheid en de onverenigbaarheden; 3° de voorwaarden tot verkiesbaarheid en de onverenigbaarheden;
4° het formulier van kandidaatstelling; 4° het formulier van kandidaatstelling;
5° de uiterste datum van indiening van de kandidaatstelling; 5° de uiterste datum van indiening van de kandidaatstelling;
6° de kiesperiode. 6° de kiesperiode.
De periode van de oproep tot kandidaatstelling tot de datum van De periode van de oproep tot kandidaatstelling tot de datum van
bekendmaking van de verkozenen mag de periode van 6 juli tot en met 15 bekendmaking van de verkozenen mag de periode van 6 juli tot en met 15
augustus niet omvatten. augustus niet omvatten.
Afdeling 3. - Kandidaatstelling Afdeling 3. - Kandidaatstelling

Art. 10.De kandidaatstellingen worden uiterlijk 20 werkdagen

Art. 10.De kandidaatstellingen worden uiterlijk 20 werkdagen

voorafgaand aan de eerste dag van de kiesperiode bij aangetekend voorafgaand aan de eerste dag van de kiesperiode bij aangetekend
schrijven, tegen ontvangstbewijs of per fax bezorgd aan de VLOR, schrijven, tegen ontvangstbewijs of per fax bezorgd aan de VLOR,
Leuvenseplein 4, 1000 Brussel. De datum van poststempel, van afgifte Leuvenseplein 4, 1000 Brussel. De datum van poststempel, van afgifte
of faxbericht geldt als bewijs. De kandidaatstellingen bevatten alle of faxbericht geldt als bewijs. De kandidaatstellingen bevatten alle
gegevens die noodzakelijk zijn om de geldigheid ervan na te gaan gegevens die noodzakelijk zijn om de geldigheid ervan na te gaan
volgens de voorwaarden in het decreet en dit besluit opgelegd. Het volgens de voorwaarden in het decreet en dit besluit opgelegd. Het
niet invullen van één van die gegevens heeft de ongeldigheid van de niet invullen van één van die gegevens heeft de ongeldigheid van de
kandidaatstelling tot gevolg. kandidaatstelling tot gevolg.
Het secretariaat van de VLOR onderzoekt of de kandidaatstellingen aan Het secretariaat van de VLOR onderzoekt of de kandidaatstellingen aan
de voorgeschreven vormvereisten voldoen en binnen de voorgeschreven de voorgeschreven vormvereisten voldoen en binnen de voorgeschreven
termijn werden ingediend. termijn werden ingediend.
§ 2. Indien een kandidaatstelling niet aan deze gestelde voorwaarden § 2. Indien een kandidaatstelling niet aan deze gestelde voorwaarden
voldoet, brengt het secretariaat van de VLOR de kandidaat hiervan voldoet, brengt het secretariaat van de VLOR de kandidaat hiervan
schriftelijk op de hoogte. schriftelijk op de hoogte.

Art. 11.Het secretariaat van de VLOR stelt per raad de definitieve

Art. 11.Het secretariaat van de VLOR stelt per raad de definitieve

lijst van kandidaten op. lijst van kandidaten op.
Afdeling 4. - Kiesperiode Afdeling 4. - Kiesperiode

Art. 12.De kiesperiode vangt aan 35 werkdagen na de oproep en loopt

Art. 12.De kiesperiode vangt aan 35 werkdagen na de oproep en loopt

10 werkdagen. 10 werkdagen.
Afdeling 5. - Stemverrichtingen Afdeling 5. - Stemverrichtingen

Art. 13.Iedere stemgerechtigde ontvangt uiterlijk bij het begin van

Art. 13.Iedere stemgerechtigde ontvangt uiterlijk bij het begin van

de kiesperiode, 35 werkdagen na de oproep tot kandidaatstelling, een de kiesperiode, 35 werkdagen na de oproep tot kandidaatstelling, een
schriftelijke uitnodiging tot stemmen. schriftelijke uitnodiging tot stemmen.
Deze uitnodiging omvat ten minste : Deze uitnodiging omvat ten minste :
1° een omschrijving van de raden; 1° een omschrijving van de raden;
2° de samenstelling van de raden; 2° de samenstelling van de raden;
3° de kiesperiode; 3° de kiesperiode;
4° één stemformulier voor de algemene raad; 4° één stemformulier voor de algemene raad;
5° één stemformulier voor de deelraad waarvoor de betrokken 5° één stemformulier voor de deelraad waarvoor de betrokken
stemgerechtigde overeenkomstig artikel 81 van het decreet zijn stem stemgerechtigde overeenkomstig artikel 81 van het decreet zijn stem
kan uitbrengen. kan uitbrengen.

Art. 14.Iedere stemgerechtigde kan gedurende de kiesperiode van 10

Art. 14.Iedere stemgerechtigde kan gedurende de kiesperiode van 10

werkdagen, die ingaat 35 werkdagen na de oproep, zijn stem uitbrengen werkdagen, die ingaat 35 werkdagen na de oproep, zijn stem uitbrengen
door de stemformulieren per post of tegen ontvangstbewijs te bezorgen door de stemformulieren per post of tegen ontvangstbewijs te bezorgen
aan het secretariaat van de VLOR, Leuvenseplein 4, 1000 Brussel, aan het secretariaat van de VLOR, Leuvenseplein 4, 1000 Brussel,
faxnummer : 02-219 81 18. faxnummer : 02-219 81 18.
De poststempel of de datum van afgifte geldt als bewijs. De poststempel of de datum van afgifte geldt als bewijs.
Afdeling 6. - Aanduiding van de leden, bekendmaking en opnemen van het Afdeling 6. - Aanduiding van de leden, bekendmaking en opnemen van het
mandaat mandaat

Art. 15.§ 1. Het tellen van de stemmen, het rangschikken van de

Art. 15.§ 1. Het tellen van de stemmen, het rangschikken van de

kandidaten, het aanduiden van de verkozenen en het verifiëren van de kandidaten, het aanduiden van de verkozenen en het verifiëren van de
rechtsgeldigheid overeenkomstig artikel 81 van het decreet wordt door rechtsgeldigheid overeenkomstig artikel 81 van het decreet wordt door
het secretariaat van de VLOR afgerond uiterlijk vijftien werkdagen na het secretariaat van de VLOR afgerond uiterlijk vijftien werkdagen na
de laatste dag van de kiesperiode. de laatste dag van de kiesperiode.
Voor het bepalen van het aantal stemgerechtigden wordt rekening Voor het bepalen van het aantal stemgerechtigden wordt rekening
gehouden met het aantal directeurs bij de aanvang van de gehouden met het aantal directeurs bij de aanvang van de
kiesprocedure, zijnde de oproep tot kandidaatstelling. kiesprocedure, zijnde de oproep tot kandidaatstelling.
§ 2. Bij het tellen worden enkel de geldige stemmen geregistreerd. § 2. Bij het tellen worden enkel de geldige stemmen geregistreerd.
Ongeldig zijn : Ongeldig zijn :
1° stemformulieren die niet conform de voorwaarden van het decreet en 1° stemformulieren die niet conform de voorwaarden van het decreet en
dit besluit werden ingevuld; dit besluit werden ingevuld;
2° stemformulieren waarop geen stem werd aangebracht; 2° stemformulieren waarop geen stem werd aangebracht;
3° stemformulieren die buiten de kiesperiode werden verstuurd. De 3° stemformulieren die buiten de kiesperiode werden verstuurd. De
datum van poststempel of afgifte geldt als bewijs. datum van poststempel of afgifte geldt als bewijs.
§ 3. Het aanduiden van de verkozenen gebeurt overeenkomstig artikel 81 § 3. Het aanduiden van de verkozenen gebeurt overeenkomstig artikel 81
van het decreet en overeenkomstig de artikelen 2, 3, 4 en 5 van dit van het decreet en overeenkomstig de artikelen 2, 3, 4 en 5 van dit
besluit. Voor ieder lid wordt de gerangschikte volgend op de verkozene besluit. Voor ieder lid wordt de gerangschikte volgend op de verkozene
als opvolger aangeduid overeenkomstig dezelfde principes. als opvolger aangeduid overeenkomstig dezelfde principes.
§ 4. De rangschikking van de kandidaten wordt bepaald door het aantal § 4. De rangschikking van de kandidaten wordt bepaald door het aantal
stemmen dat ieder van hen behaalde, in dalende volgorde. Bij gelijk stemmen dat ieder van hen behaalde, in dalende volgorde. Bij gelijk
aantal stemmen gaat de oudere kandidaat voor op de jongere. aantal stemmen gaat de oudere kandidaat voor op de jongere.

Art. 16.Het secretariaat van de VLOR staat in voor de bekendmaking

Art. 16.Het secretariaat van de VLOR staat in voor de bekendmaking

van de verkiezingsuitslag uiterlijk 10 werkdagen na het tellen, van de verkiezingsuitslag uiterlijk 10 werkdagen na het tellen,
rangschikken en aanduiden van de verkozenen. De bekendmaking gebeurt rangschikken en aanduiden van de verkozenen. De bekendmaking gebeurt
via de website van de VLOR en via www.schooldirect.be. via de website van de VLOR en via www.schooldirect.be.

Art. 17.§ 1. Een stemgerechtigde kan tegen een telling, een

Art. 17.§ 1. Een stemgerechtigde kan tegen een telling, een

rangschikking of een aanduiding die niet in overeenstemming is met de rangschikking of een aanduiding die niet in overeenstemming is met de
bepalingen van het decreet en dit besluit, beroep instellen bij de bepalingen van het decreet en dit besluit, beroep instellen bij de
minister. Het beroep moet bij aangetekend schrijven worden ingediend minister. Het beroep moet bij aangetekend schrijven worden ingediend
bij het departement onderwijs binnen een termijn van vijf werkdagen, bij het departement onderwijs binnen een termijn van vijf werkdagen,
die ingaat op de eerste werkdag na de bekendmaking van de die ingaat op de eerste werkdag na de bekendmaking van de
verkiezingsuitslag. verkiezingsuitslag.
§ 2. De minister spreekt zich uit over het beroep binnen een termijn § 2. De minister spreekt zich uit over het beroep binnen een termijn
van tien werkdagen, die ingaat op de eerste werkdag na die van het van tien werkdagen, die ingaat op de eerste werkdag na die van het
indienen van het beroep. indienen van het beroep.
Bij ontstentenis van uitspraak binnen deze termijn wordt het beroep Bij ontstentenis van uitspraak binnen deze termijn wordt het beroep
geacht gegrond te zijn. geacht gegrond te zijn.

Art. 18.De algemeen secretaris van de Vlaamse Onderwijsraad nodigt de

Art. 18.De algemeen secretaris van de Vlaamse Onderwijsraad nodigt de

verkozen leden bij aangetekend schrijven of tegen ontvangstbewijs uit verkozen leden bij aangetekend schrijven of tegen ontvangstbewijs uit
hun mandaat op te nemen tijdens de installatievergadering van de hun mandaat op te nemen tijdens de installatievergadering van de
betrokken raad. betrokken raad.

Art. 19.§ 1. De verkozen leden kunnen tot de dag van deze vergadering

Art. 19.§ 1. De verkozen leden kunnen tot de dag van deze vergadering

afstand doen van hun mandaat. Dit gebeurt schriftelijk ter attentie afstand doen van hun mandaat. Dit gebeurt schriftelijk ter attentie
van de algemeen secretaris. van de algemeen secretaris.
§ 2. Het verkozen lid dat op de dag van de installatievergadering in § 2. Het verkozen lid dat op de dag van de installatievergadering in
een onverenigbaarheid bedoeld in artikel 84 van het decreet verkeert een onverenigbaarheid bedoeld in artikel 84 van het decreet verkeert
wordt geacht afstand te doen van zijn mandaat. wordt geacht afstand te doen van zijn mandaat.
Het verkozen lid dat zonder geldige reden afwezig is op de Het verkozen lid dat zonder geldige reden afwezig is op de
installatievergadering wordt geacht afstand te doen van zijn mandaat. installatievergadering wordt geacht afstand te doen van zijn mandaat.
Het verkozen lid dat, hetzij vrijwillig, hetzij overeenkomstig dit Het verkozen lid dat, hetzij vrijwillig, hetzij overeenkomstig dit
artikel, afstand doet van zijn mandaat, wordt vervangen door de artikel, afstand doet van zijn mandaat, wordt vervangen door de
daaropvolgend gerangschikte. De opvolger wordt op zijn beurt vervangen daaropvolgend gerangschikte. De opvolger wordt op zijn beurt vervangen
door de daaropvolgend gerangschikte. door de daaropvolgend gerangschikte.
HOOFDSTUK V. - Coöptatie van ervaringsdeskundigen HOOFDSTUK V. - Coöptatie van ervaringsdeskundigen

Art. 20.De oproep tot kandidaatstelling voor coöptatie vindt plaats

Art. 20.De oproep tot kandidaatstelling voor coöptatie vindt plaats

ten laatste 20 werkdagen voor de installatievergadering. De coöptatie ten laatste 20 werkdagen voor de installatievergadering. De coöptatie
van ervaringsdeskundigen en hun opvolgers vindt plaats op de van ervaringsdeskundigen en hun opvolgers vindt plaats op de
installatievergadering van de desbetreffende raad overeenkomstig installatievergadering van de desbetreffende raad overeenkomstig
artikel 82 van het decreet. artikel 82 van het decreet.
HOOFDSTUK VI. - Opheffing-, overgangs-, inwerkingtredings- en HOOFDSTUK VI. - Opheffing-, overgangs-, inwerkingtredings- en
slotbepalingen slotbepalingen

Art. 21.Tot de installatievergaderingen met de vernieuwde

Art. 21.Tot de installatievergaderingen met de vernieuwde

samenstelling van de VLOR blijft de VLOR in zijn actuele samenstelling samenstelling van de VLOR blijft de VLOR in zijn actuele samenstelling
fungeren. fungeren.

Art. 22.Indien op de installatievergadering wordt vastgesteld dat -

Art. 22.Indien op de installatievergadering wordt vastgesteld dat -

niettegenstaande de naleving van de in het decreet en dit besluit niettegenstaande de naleving van de in het decreet en dit besluit
voorziene stappen met het oog op de samenstelling van de raden - één voorziene stappen met het oog op de samenstelling van de raden - één
of meer geledingen niet of onvolledig kunnen worden samengesteld, dan of meer geledingen niet of onvolledig kunnen worden samengesteld, dan
wordt de desbetreffende raad geacht rechtsgeldig te zijn samengesteld. wordt de desbetreffende raad geacht rechtsgeldig te zijn samengesteld.

Art. 23.Artikel 153 van het decreet van 31 juli 1990 betreffende het

Art. 23.Artikel 153 van het decreet van 31 juli 1990 betreffende het

onderwijs-II wordt opgeheven. onderwijs-II wordt opgeheven.

Art. 24.De artikelen 7, 9 en 10 van het decreet van 18 juli 2003 tot

Art. 24.De artikelen 7, 9 en 10 van het decreet van 18 juli 2003 tot

regeling van de strategische adviesraden, de artikelen 68, 76 tot en regeling van de strategische adviesraden, de artikelen 68, 76 tot en
met 85, 88 en artikel 96, 2° van het decreet en de bepalingen van dit met 85, 88 en artikel 96, 2° van het decreet en de bepalingen van dit
besluit hebben uitwerking met ingang vanaf 4 oktober 2005. besluit hebben uitwerking met ingang vanaf 4 oktober 2005.

Art. 25.De oproep tot kandidaatstelling voor de rechtstreekse

Art. 25.De oproep tot kandidaatstelling voor de rechtstreekse

verkiezingen van de directeurs neemt een aanvang bij de verkiezingen van de directeurs neemt een aanvang bij de
inwerkingtreding van dit besluit. inwerkingtreding van dit besluit.

Art. 26.Het besluit van de Vlaamse Regering van 16 september 2005

Art. 26.Het besluit van de Vlaamse Regering van 16 september 2005

betreffende de samenstelling van de Vlaamse Onderwijsraad wordt betreffende de samenstelling van de Vlaamse Onderwijsraad wordt
ingetrokken. ingetrokken.

Art. 27.De minister is belast met de uitvoering van dit besluit.

Art. 27.De minister is belast met de uitvoering van dit besluit.

Brussel, 21 oktober 2005. Brussel, 21 oktober 2005.
De minister-president van de Vlaamse Regering, De minister-president van de Vlaamse Regering,
Y. LETERME Y. LETERME
De Vlaamse minister van Werk, Onderwijs en Vorming, De Vlaamse minister van Werk, Onderwijs en Vorming,
F. VANDENBROUCKE F. VANDENBROUCKE
^