Besluit van de Vlaamse regering tot bepaling van de bevoegdheden van de leden van de Vlaamse regering | Besluit van de Vlaamse regering tot bepaling van de bevoegdheden van de leden van de Vlaamse regering |
---|---|
MINISTERIE VAN DE VLAAMSE GEMEENSCHAP | MINISTERIE VAN DE VLAAMSE GEMEENSCHAP |
13 JULI 2001. - Besluit van de Vlaamse regering tot bepaling van de | 13 JULI 2001. - Besluit van de Vlaamse regering tot bepaling van de |
bevoegdheden van de leden van de Vlaamse regering | bevoegdheden van de leden van de Vlaamse regering |
De Vlaamse regering, | De Vlaamse regering, |
Gelet op de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der | Gelet op de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der |
instellingen, inzonderheid op artikel 68, gewijzigd bij de bijzondere | instellingen, inzonderheid op artikel 68, gewijzigd bij de bijzondere |
wet van 16 juli 1993, en op artikel 69; | wet van 16 juli 1993, en op artikel 69; |
Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari | Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari |
1973, inzonderheid op artikel 3, § 1, gewijzigd bij de wetten van 4 | 1973, inzonderheid op artikel 3, § 1, gewijzigd bij de wetten van 4 |
juli 1989 en 4 augustus 1996; | juli 1989 en 4 augustus 1996; |
Gelet op de dringende noodzakelijkheid; | Gelet op de dringende noodzakelijkheid; |
Overwegende dat de bevoegdheidsbepaling ten spoedigste dient | Overwegende dat de bevoegdheidsbepaling ten spoedigste dient |
doorgevoerd in het belang van de normale werking van de instellingen | doorgevoerd in het belang van de normale werking van de instellingen |
en van de aan de Vlaamse regering toevertrouwde bevoegdheden; | en van de aan de Vlaamse regering toevertrouwde bevoegdheden; |
Op voorstel van de minister-president van de Vlaamse regering; | Op voorstel van de minister-president van de Vlaamse regering; |
Na beraadslaging, | Na beraadslaging, |
Besluit : | Besluit : |
HOOFDSTUK I. - Verdeling van de bevoegdheden tussen de leden van de | HOOFDSTUK I. - Verdeling van de bevoegdheden tussen de leden van de |
Vlaamse regering | Vlaamse regering |
Artikel 1.Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder "de |
Artikel 1.Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder "de |
bijzondere wet", de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming | bijzondere wet", de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming |
der instellingen. | der instellingen. |
Art. 2.Dit hoofdstuk verdeelt de bevoegdheden binnen de Vlaamse |
Art. 2.Dit hoofdstuk verdeelt de bevoegdheden binnen de Vlaamse |
regering, met het oog op de voorbereiding en de uitvoering van haar | regering, met het oog op de voorbereiding en de uitvoering van haar |
beslissingen. | beslissingen. |
Art. 3.De heer Patrick Dewael, voorzitter van de Vlaamse regering, |
Art. 3.De heer Patrick Dewael, voorzitter van de Vlaamse regering, |
draagt de titel : "minister-president van de Vlaamse regering". | draagt de titel : "minister-president van de Vlaamse regering". |
Hij leidt de betrekkingen en de samenwerking met de andere overheden, | Hij leidt de betrekkingen en de samenwerking met de andere overheden, |
inzonderheid met de federale regering en de gemeenschaps- en | inzonderheid met de federale regering en de gemeenschaps- en |
gewestregeringen. | gewestregeringen. |
Hij is tevens bevoegd voor : | Hij is tevens bevoegd voor : |
1° de staatshervorming; | 1° de staatshervorming; |
2° de coördinatie van het communicatiebeleid; | 2° de coördinatie van het communicatiebeleid; |
3° de coördinatie van het algemeen begrotingsbeleid in samenwerking | 3° de coördinatie van het algemeen begrotingsbeleid in samenwerking |
met het lid van de Vlaamse regering, bevoegd voor de financiën en de | met het lid van de Vlaamse regering, bevoegd voor de financiën en de |
begroting; | begroting; |
4° de coördinatie van de werking van het Vlaams overheidsapparaat in | 4° de coördinatie van de werking van het Vlaams overheidsapparaat in |
samenwerking met het lid van de Vlaamse regering, bevoegd voor de | samenwerking met het lid van de Vlaamse regering, bevoegd voor de |
ambtenarenzaken; | ambtenarenzaken; |
5° de coördinatie van het Europees voorzitterschap. | 5° de coördinatie van het Europees voorzitterschap. |
Art. 4.De heer Steve Stevaert, minister vice-president van de Vlaamse |
Art. 4.De heer Steve Stevaert, minister vice-president van de Vlaamse |
regering, is bevoegd voor : | regering, is bevoegd voor : |
1° de openbare werken en het vervoer, zoals vermeld in artikel 6, § 1, | 1° de openbare werken en het vervoer, zoals vermeld in artikel 6, § 1, |
X, van de bijzondere wet, alsook voor de individuele maatregelen voor | X, van de bijzondere wet, alsook voor de individuele maatregelen voor |
de toepassing van de regelgeving inzake de erkenning der aannemers van | de toepassing van de regelgeving inzake de erkenning der aannemers van |
werken; | werken; |
2° het energiebeleid, zoals vermeld in artikel 6, § 1, VII, van de | 2° het energiebeleid, zoals vermeld in artikel 6, § 1, VII, van de |
bijzondere wet; | bijzondere wet; |
3° de planning en de statistiek. | 3° de planning en de statistiek. |
Uit hoofde van de hem toegewezen bevoegdheden, vermeld in het eerste | Uit hoofde van de hem toegewezen bevoegdheden, vermeld in het eerste |
lid, draagt hij de titel : "Vlaams minister van Mobiliteit, Openbare | lid, draagt hij de titel : "Vlaams minister van Mobiliteit, Openbare |
Werken en Energie". | Werken en Energie". |
Art. 5.Mevr. Mieke Vogels, lid van de Vlaamse regering, is bevoegd |
Art. 5.Mevr. Mieke Vogels, lid van de Vlaamse regering, is bevoegd |
voor : | voor : |
1° de bijstand aan personen, zoals vermeld in artikel 5, § 1, II, van | 1° de bijstand aan personen, zoals vermeld in artikel 5, § 1, II, van |
de bijzondere wet, met uitzondering van de uitoefening van het | de bijzondere wet, met uitzondering van de uitoefening van het |
administratief toezicht op de openbare centra voor maatschappelijk | administratief toezicht op de openbare centra voor maatschappelijk |
welzijn; | welzijn; |
2° het gezondheidsbeleid, zoals vermeld in artikel 5, § 1, I, van de | 2° het gezondheidsbeleid, zoals vermeld in artikel 5, § 1, I, van de |
bijzondere wet, met uitzondering van de dopingcontrole en de medische | bijzondere wet, met uitzondering van de dopingcontrole en de medische |
sportcontrole; | sportcontrole; |
3° de gelijke kansen. | 3° de gelijke kansen. |
Uit hoofde van de haar toegewezen bevoegdheden, vermeld in het eerste | Uit hoofde van de haar toegewezen bevoegdheden, vermeld in het eerste |
lid, draagt zij de titel : "Vlaams minister van Welzijn, Gezondheid en | lid, draagt zij de titel : "Vlaams minister van Welzijn, Gezondheid en |
Gelijke Kansen". | Gelijke Kansen". |
Art. 6.De heer Bert Anciaux, lid van de Vlaamse regering, is bevoegd |
Art. 6.De heer Bert Anciaux, lid van de Vlaamse regering, is bevoegd |
voor : | voor : |
1° de culturele aangelegenheden, zoals vermeld in artikel 4, 1°, 3°, | 1° de culturele aangelegenheden, zoals vermeld in artikel 4, 1°, 3°, |
4°, 5°, 7°, 8°, 13° en 14°, van de bijzondere wet, alsook de | 4°, 5°, 7°, 8°, 13° en 14°, van de bijzondere wet, alsook de |
vrijetijdsbesteding, zoals vermeld in artikel 4, 10°, van de | vrijetijdsbesteding, zoals vermeld in artikel 4, 10°, van de |
bijzondere wet; | bijzondere wet; |
2° de lichamelijke opvoeding, de sport en het openluchtleven, zoals | 2° de lichamelijke opvoeding, de sport en het openluchtleven, zoals |
vermeld in artikel 4, 9° van de bijzondere wet, met inbegrip van de | vermeld in artikel 4, 9° van de bijzondere wet, met inbegrip van de |
dopingcontrole en de medische sportcontrole; | dopingcontrole en de medische sportcontrole; |
3° het gebruik van de talen, zoals vermeld in artikel 129, § 1, van de | 3° het gebruik van de talen, zoals vermeld in artikel 129, § 1, van de |
grondwet; | grondwet; |
4° de ontwikkelingssamenwerking; | 4° de ontwikkelingssamenwerking; |
5° de coördinatie van het beleid met betrekking tot Brussel-Hoofdstad | 5° de coördinatie van het beleid met betrekking tot Brussel-Hoofdstad |
en het toezicht, zoals omschreven in het decreet van 5 juli 1989 tot | en het toezicht, zoals omschreven in het decreet van 5 juli 1989 tot |
organisatie van het toezicht op de Vlaamse Gemeenschapscommissie. | organisatie van het toezicht op de Vlaamse Gemeenschapscommissie. |
Hij wordt aangewezen om als Brussels lid van de Vlaamse regering de | Hij wordt aangewezen om als Brussels lid van de Vlaamse regering de |
vergaderingen van het college van de Vlaamse Gemeenschapscommissie en | vergaderingen van het college van de Vlaamse Gemeenschapscommissie en |
van het verenigd college van de Gemeenschappelijke | van het verenigd college van de Gemeenschappelijke |
Gemeenschapscommissie met raadgevende stem bij te wonen, zoals bedoeld | Gemeenschapscommissie met raadgevende stem bij te wonen, zoals bedoeld |
in artikel 76 van de bijzondere wet van 12 januari 1989 met betrekking | in artikel 76 van de bijzondere wet van 12 januari 1989 met betrekking |
tot de Brusselse instellingen. | tot de Brusselse instellingen. |
Uit hoofde van de hem toegewezen bevoegdheden, vermeld in het eerste | Uit hoofde van de hem toegewezen bevoegdheden, vermeld in het eerste |
en tweede lid, draagt hij de titel : "Vlaams minister van Cultuur, | en tweede lid, draagt hij de titel : "Vlaams minister van Cultuur, |
Jeugd, Sport, Brusselse Aangelegenheden en Ontwikkelingssamenwerking". | Jeugd, Sport, Brusselse Aangelegenheden en Ontwikkelingssamenwerking". |
Art. 7.Mevr. Marleen Vanderpoorten, lid van de Vlaamse regering, is |
Art. 7.Mevr. Marleen Vanderpoorten, lid van de Vlaamse regering, is |
bevoegd voor : | bevoegd voor : |
1° het onderwijs, zoals vermeld in artikel 127, § 1, eerste lid, 2°, | 1° het onderwijs, zoals vermeld in artikel 127, § 1, eerste lid, 2°, |
van de grondwet; | van de grondwet; |
2° de aanmoediging van de vorming van navorsers, de voorschoolse | 2° de aanmoediging van de vorming van navorsers, de voorschoolse |
vorming in de peutertuinen, de post- en parascolaire vorming en de | vorming in de peutertuinen, de post- en parascolaire vorming en de |
sociale promotie, zoals vermeld in artikel 4, 2°, 11°, 12° en 15°, van | sociale promotie, zoals vermeld in artikel 4, 2°, 11°, 12° en 15°, van |
de bijzondere wet; | de bijzondere wet; |
3° de structurele financiering van het wetenschappelijk onderzoek aan | 3° de structurele financiering van het wetenschappelijk onderzoek aan |
de universiteiten en de hogescholen; | de universiteiten en de hogescholen; |
4° de coördinatie van het vormingsbeleid. | 4° de coördinatie van het vormingsbeleid. |
Uit hoofde van de haar toegewezen bevoegdheden, vermeld in het eerste | Uit hoofde van de haar toegewezen bevoegdheden, vermeld in het eerste |
lid, draagt zij de titel : "Vlaams minister van Onderwijs en Vorming". | lid, draagt zij de titel : "Vlaams minister van Onderwijs en Vorming". |
Art. 8.De heer Renaat Landuyt, lid van de Vlaamse regering, is |
Art. 8.De heer Renaat Landuyt, lid van de Vlaamse regering, is |
bevoegd voor : | bevoegd voor : |
1° het tewerkstellingsbeleid, zoals vermeld in artikel 6, § 1, IX, van | 1° het tewerkstellingsbeleid, zoals vermeld in artikel 6, § 1, IX, van |
de bijzondere wet; | de bijzondere wet; |
2° de beroepsomscholing en -bijscholing, zoals vermeld in artikel 4, | 2° de beroepsomscholing en -bijscholing, zoals vermeld in artikel 4, |
16°, van de bijzondere wet, met uitzondering van de | 16°, van de bijzondere wet, met uitzondering van de |
middenstandsopleiding en de landbouwscholing; | middenstandsopleiding en de landbouwscholing; |
3° het toerisme, zoals vermeld in artikel 4, 10°, van de bijzondere | 3° het toerisme, zoals vermeld in artikel 4, 10°, van de bijzondere |
wet, met inbegrip van de gewestelijke aspecten van het toeristisch | wet, met inbegrip van de gewestelijke aspecten van het toeristisch |
beleid. | beleid. |
Uit hoofde van de hem toegewezen bevoegdheden, vermeld in het eerste | Uit hoofde van de hem toegewezen bevoegdheden, vermeld in het eerste |
lid, draagt hij de titel : "Vlaams minister van Werkgelegenheid en | lid, draagt hij de titel : "Vlaams minister van Werkgelegenheid en |
Toerisme". | Toerisme". |
Art. 9.Mevr. Vera Dua, lid van de Vlaamse regering, is bevoegd voor : |
Art. 9.Mevr. Vera Dua, lid van de Vlaamse regering, is bevoegd voor : |
1° het leefmilieu en het waterbeleid, zoals vermeld in artikel 6, § 1, | 1° het leefmilieu en het waterbeleid, zoals vermeld in artikel 6, § 1, |
II, van de bijzondere wet; | II, van de bijzondere wet; |
2° de landinrichting en het natuurbehoud, zoals vermeld in artikel 6, | 2° de landinrichting en het natuurbehoud, zoals vermeld in artikel 6, |
§ 1, III, van de bijzondere wet; | § 1, III, van de bijzondere wet; |
3° het landbouwbeleid, zoals vermeld in artikel 6, § 1, V, van de | 3° het landbouwbeleid, zoals vermeld in artikel 6, § 1, V, van de |
bijzondere wet; | bijzondere wet; |
4° de landbouwscholing. | 4° de landbouwscholing. |
Uit hoofde van de haar toegewezen bevoegdheden, vermeld in het eerste | Uit hoofde van de haar toegewezen bevoegdheden, vermeld in het eerste |
lid, draagt zij de titel : "Vlaams minister van Leefmilieu en | lid, draagt zij de titel : "Vlaams minister van Leefmilieu en |
Landbouw". | Landbouw". |
Art. 10.De heer Dirk Van Mechelen, lid van de Vlaamse regering, is |
Art. 10.De heer Dirk Van Mechelen, lid van de Vlaamse regering, is |
bevoegd voor : | bevoegd voor : |
1° de financiën en de begroting; | 1° de financiën en de begroting; |
2° onverminderd de lasten uit het verleden vervat in 1°, de lasten uit | 2° onverminderd de lasten uit het verleden vervat in 1°, de lasten uit |
het verleden met betrekking tot schoolgebouwen, vóór 1 januari 1989 | het verleden met betrekking tot schoolgebouwen, vóór 1 januari 1989 |
beheerd door het Gebouwenfonds voor de Rijksscholen, en op die datum | beheerd door het Gebouwenfonds voor de Rijksscholen, en op die datum |
overgedragen door de federale staat; | overgedragen door de federale staat; |
3° de gewestelijke aspecten van het kredietbeleid met inbegrip van de | 3° de gewestelijke aspecten van het kredietbeleid met inbegrip van de |
oprichting en het beheer van openbare kredietinstellingen, zoals | oprichting en het beheer van openbare kredietinstellingen, zoals |
vermeld in artikel 6, § 1, VI, 2°, van de bijzondere wet; | vermeld in artikel 6, § 1, VI, 2°, van de bijzondere wet; |
4° het onroerend patrimonium, onverminderd hetgeen is bepaald in | 4° het onroerend patrimonium, onverminderd hetgeen is bepaald in |
artikel 13, 9° van dit besluit; | artikel 13, 9° van dit besluit; |
5° het wetenschaps- en technologisch innovatiebeleid, onverminderd | 5° het wetenschaps- en technologisch innovatiebeleid, onverminderd |
hetgeen is bepaald in artikel 7, eerste lid, 3° en 13, 3°; | hetgeen is bepaald in artikel 7, eerste lid, 3° en 13, 3°; |
6° de ruimtelijke ordening, zoals vermeld in artikel 6, § 1, I, 1°, | 6° de ruimtelijke ordening, zoals vermeld in artikel 6, § 1, I, 1°, |
2°, 3°, 5° en 6°, van de bijzondere wet; | 2°, 3°, 5° en 6°, van de bijzondere wet; |
7° het mediabeleid, met inbegrip van de radio-omroep en de televisie | 7° het mediabeleid, met inbegrip van de radio-omroep en de televisie |
en de hulp aan de geschreven pers, zoals vermeld in artikel 4, 6° en | en de hulp aan de geschreven pers, zoals vermeld in artikel 4, 6° en |
6°bis, van de bijzondere wet; | 6°bis, van de bijzondere wet; |
8° het economisch overheidsinstrumentarium. | 8° het economisch overheidsinstrumentarium. |
Uit hoofde van de hem toegewezen bevoegdheden, vermeld in het eerste | Uit hoofde van de hem toegewezen bevoegdheden, vermeld in het eerste |
lid, draagt hij de titel : "Vlaams minister van Financiën en | lid, draagt hij de titel : "Vlaams minister van Financiën en |
Begroting, Innovatie, Media en Ruimtelijke Ordening". | Begroting, Innovatie, Media en Ruimtelijke Ordening". |
Art. 11.De heer Paul Van Grembergen, lid van de Vlaamse regering, is |
Art. 11.De heer Paul Van Grembergen, lid van de Vlaamse regering, is |
bevoegd voor : | bevoegd voor : |
1° de binnenlandse aangelegenheden, zoals vermeld in artikel 6, § 1, | 1° de binnenlandse aangelegenheden, zoals vermeld in artikel 6, § 1, |
VIII, en artikel 7, van de bijzondere wet. Hierin is begrepen de | VIII, en artikel 7, van de bijzondere wet. Hierin is begrepen de |
bevoegdheid tot het verlenen van onteigeningsmachtigingen ten | bevoegdheid tot het verlenen van onteigeningsmachtigingen ten |
algemenen nutte, behoudens in de gevallen bepaald in de wet, aan de | algemenen nutte, behoudens in de gevallen bepaald in de wet, aan de |
gemeenten, de provincies, de intercommunale verenigingen en de | gemeenten, de provincies, de intercommunale verenigingen en de |
gewestelijke ontwikkelingsmaatschappijen, met instemming van de | gewestelijke ontwikkelingsmaatschappijen, met instemming van de |
functioneel bevoegde Vlaamse minister; | functioneel bevoegde Vlaamse minister; |
2° de uitoefening van het administratief toezicht op de openbare | 2° de uitoefening van het administratief toezicht op de openbare |
centra voor maatschappelijk welzijn; | centra voor maatschappelijk welzijn; |
3° het buitenlands beleid en de Europese Aangelegenheden, onverminderd | 3° het buitenlands beleid en de Europese Aangelegenheden, onverminderd |
hetgeen is bepaald in artikel 3, derde lid, 5° van dit besluit; | hetgeen is bepaald in artikel 3, derde lid, 5° van dit besluit; |
4° de ambtenarenzaken, wat betreft de diensten van de Vlaamse regering | 4° de ambtenarenzaken, wat betreft de diensten van de Vlaamse regering |
en de Vlaamse openbare instellingen, onverminderd de ter zake geldende | en de Vlaamse openbare instellingen, onverminderd de ter zake geldende |
wets-, decreets- en reglementsbepalingen, en onverminderd de | wets-, decreets- en reglementsbepalingen, en onverminderd de |
bevoegdheid van elk lid voor de aanwending van de bestaansmiddelen die | bevoegdheid van elk lid voor de aanwending van de bestaansmiddelen die |
gedecentraliseerd worden beheerd; | gedecentraliseerd worden beheerd; |
5° het informatie- en communicatietechnologiebeleid, wat betreft het | 5° het informatie- en communicatietechnologiebeleid, wat betreft het |
ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, onverminderd de bevoegdheid van | ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, onverminderd de bevoegdheid van |
elk lid voor de aanwending van de bestaansmiddelen die | elk lid voor de aanwending van de bestaansmiddelen die |
gedecentraliseerd worden beheerd; | gedecentraliseerd worden beheerd; |
6° de logistiek, wat betreft het ministerie van de Vlaamse | 6° de logistiek, wat betreft het ministerie van de Vlaamse |
Gemeenschap; | Gemeenschap; |
7° de huisvesting van de diensten van de Vlaamse regering; | 7° de huisvesting van de diensten van de Vlaamse regering; |
8° de monumenten en de landschappen, zoals vermeld in artikel 6, § 1, | 8° de monumenten en de landschappen, zoals vermeld in artikel 6, § 1, |
I, 7°, van de bijzondere wet; | I, 7°, van de bijzondere wet; |
9° het stedelijk beleid; | 9° het stedelijk beleid; |
10° de stadsvernieuwing, zoals vermeld in artikel 6, § 1, I, 4°, van | 10° de stadsvernieuwing, zoals vermeld in artikel 6, § 1, I, 4°, van |
de bijzondere wet; | de bijzondere wet; |
11° het protocol. | 11° het protocol. |
Uit hoofde van de hem toegewezen bevoegdheden, vermeld in het eerste | Uit hoofde van de hem toegewezen bevoegdheden, vermeld in het eerste |
lid, draagt hij de titel : "Vlaams minister van Binnenlandse | lid, draagt hij de titel : "Vlaams minister van Binnenlandse |
Aangelegenheden, Ambtenarenzaken en Buitenlands Beleid". | Aangelegenheden, Ambtenarenzaken en Buitenlands Beleid". |
Art. 12.De heer Jaak Gabriels, lid van de Vlaamse regering, is |
Art. 12.De heer Jaak Gabriels, lid van de Vlaamse regering, is |
bevoegd voor : | bevoegd voor : |
1° het economisch beleid en de natuurlijke rijkdommen, zoals vermeld | 1° het economisch beleid en de natuurlijke rijkdommen, zoals vermeld |
in artikel 6, § 1, VI, 1° en 5°, van de bijzondere wet, onverminderd | in artikel 6, § 1, VI, 1° en 5°, van de bijzondere wet, onverminderd |
hetgeen is bepaald in artikel 10, 8° van dit besluit; | hetgeen is bepaald in artikel 10, 8° van dit besluit; |
2° de middenstandsopleiding; | 2° de middenstandsopleiding; |
3° de buitenlandse handel, krachtens artikel 6, § 1, VI, 3° van de | 3° de buitenlandse handel, krachtens artikel 6, § 1, VI, 3° van de |
bijzondere wet; | bijzondere wet; |
4° het afzet- en uitvoerbeleid van landbouw-, tuinbouw- en | 4° het afzet- en uitvoerbeleid van landbouw-, tuinbouw- en |
visserijproducten; | visserijproducten; |
5° de huisvesting, zoals vermeld in artikel 6, § 1, IV, van de | 5° de huisvesting, zoals vermeld in artikel 6, § 1, IV, van de |
bijzondere wet. | bijzondere wet. |
Uit hoofde van de hem toegewezen bevoegdheden, vermeld in het eerste | Uit hoofde van de hem toegewezen bevoegdheden, vermeld in het eerste |
lid, draagt hij de titel : "Vlaams minister van Economie, Buitenlandse | lid, draagt hij de titel : "Vlaams minister van Economie, Buitenlandse |
Handel en Huisvesting". | Handel en Huisvesting". |
Art. 13.Inzake de aangelegenheden die hen krachtens artikel 3 tot en |
Art. 13.Inzake de aangelegenheden die hen krachtens artikel 3 tot en |
met 12 zijn toegewezen, zijn de leden van de Vlaamse regering, ieder | met 12 zijn toegewezen, zijn de leden van de Vlaamse regering, ieder |
wat hem of haar betreft, bevoegd voor : | wat hem of haar betreft, bevoegd voor : |
1° de relaties en de samenwerking met de andere overheden, | 1° de relaties en de samenwerking met de andere overheden, |
inzonderheid met de federale regering en de gemeenschaps- en | inzonderheid met de federale regering en de gemeenschaps- en |
gewestregeringen, onverminderd hetgeen is bepaald in artikel 3; | gewestregeringen, onverminderd hetgeen is bepaald in artikel 3; |
2° internationale en Europese initiatieven, onder leiding van het lid | 2° internationale en Europese initiatieven, onder leiding van het lid |
van de Vlaamse regering dat bevoegd is voor het buitenlands beleid en | van de Vlaamse regering dat bevoegd is voor het buitenlands beleid en |
de Europese aangelegenheden; | de Europese aangelegenheden; |
3° de wetenschappelijke onderzoeksprojecten en wetenschappelijke | 3° de wetenschappelijke onderzoeksprojecten en wetenschappelijke |
studies; | studies; |
4° het specifiek administratief toezicht; | 4° het specifiek administratief toezicht; |
5° de oprichting van en het toezicht op de gedecentraliseerde | 5° de oprichting van en het toezicht op de gedecentraliseerde |
diensten, instellingen en ondernemingen die ressorteren onder de | diensten, instellingen en ondernemingen die ressorteren onder de |
Vlaamse Gemeenschap en/of het Vlaamse Gewest; | Vlaamse Gemeenschap en/of het Vlaamse Gewest; |
6° het individueel personeelsbeheer, onverminderd afwijkende decretale | 6° het individueel personeelsbeheer, onverminderd afwijkende decretale |
en reglementaire bepalingen; | en reglementaire bepalingen; |
7° de aanwending van de bestaansmiddelen met betrekking tot | 7° de aanwending van de bestaansmiddelen met betrekking tot |
ambtenarenzaken en informatica die gedecentraliseerd worden beheerd; | ambtenarenzaken en informatica die gedecentraliseerd worden beheerd; |
8° het verlenen van onteigeningsmachtigingen, onverminderd de | 8° het verlenen van onteigeningsmachtigingen, onverminderd de |
bepalingen van het besluit van de Vlaamse regering van 19 december | bepalingen van het besluit van de Vlaamse regering van 19 december |
1991 inzake onteigeningen ten algemenen nutte ten behoeve van de | 1991 inzake onteigeningen ten algemenen nutte ten behoeve van de |
gemeenten, de provincies, de intercommunale verenigingen en de | gemeenten, de provincies, de intercommunale verenigingen en de |
gewestelijke ontwikkelingsmaatschappijen; | gewestelijke ontwikkelingsmaatschappijen; |
9° het beheer van het bestemd onroerend patrimonium, met inbegrip van | 9° het beheer van het bestemd onroerend patrimonium, met inbegrip van |
het onttrekken van een onroerend goed aan zijn bestemming en, binnen | het onttrekken van een onroerend goed aan zijn bestemming en, binnen |
het kader van de aangelegenheden die hem of haar zijn toegewezen, het | het kader van de aangelegenheden die hem of haar zijn toegewezen, het |
wijzigen van de bestemming. Onder bestemd onroerend patrimonium worden | wijzigen van de bestemming. Onder bestemd onroerend patrimonium worden |
de onroerende eigendommen verstaan van de Vlaamse Gemeenschap en van | de onroerende eigendommen verstaan van de Vlaamse Gemeenschap en van |
het Vlaamse Gewest, die door een lid van de Vlaamse regering worden | het Vlaamse Gewest, die door een lid van de Vlaamse regering worden |
aangewend om het beleid uit te voeren inzake de aangelegenheden die | aangewend om het beleid uit te voeren inzake de aangelegenheden die |
hem of haar zijn toegewezen. | hem of haar zijn toegewezen. |
HOOFDSTUK II. - Regeling van de delegatie van beslissingsbevoegdheden | HOOFDSTUK II. - Regeling van de delegatie van beslissingsbevoegdheden |
Art. 14.Elk lid van de Vlaamse regering oefent de in dit hoofdstuk |
Art. 14.Elk lid van de Vlaamse regering oefent de in dit hoofdstuk |
gedelegeerde beslissingsbevoegdheden uit in de aangelegenheden die hem | gedelegeerde beslissingsbevoegdheden uit in de aangelegenheden die hem |
of haar zijn toegewezen krachtens hoofdstuk I van dit besluit. | of haar zijn toegewezen krachtens hoofdstuk I van dit besluit. |
De in dit hoofdstuk vermelde bedragen, betreffen bedragen exclusief | De in dit hoofdstuk vermelde bedragen, betreffen bedragen exclusief |
belasting op de toegevoegde waarde. | belasting op de toegevoegde waarde. |
Art. 15.§ 1. De leden van de Vlaamse regering hebben, ieder wat hem |
Art. 15.§ 1. De leden van de Vlaamse regering hebben, ieder wat hem |
of haar betreft, delegatie voor : | of haar betreft, delegatie voor : |
1° het nemen van beslissingen voor de toepassing van de verdragen, | 1° het nemen van beslissingen voor de toepassing van de verdragen, |
EG-verordeningen, wetten, decreten, koninklijke besluiten, | EG-verordeningen, wetten, decreten, koninklijke besluiten, |
ministeriële besluiten, verordeningen en besluiten van de Vlaamse | ministeriële besluiten, verordeningen en besluiten van de Vlaamse |
regering, en samenwerkingsakkoorden; | regering, en samenwerkingsakkoorden; |
2° de aanwending van de begrotingskredieten met naleving van de | 2° de aanwending van de begrotingskredieten met naleving van de |
voorwaarden inzake begrotingscontrole; | voorwaarden inzake begrotingscontrole; |
3° de uitoefening van het administratief toezicht op de regionale en | 3° de uitoefening van het administratief toezicht op de regionale en |
lokale besturen; | lokale besturen; |
4° de uitoefening van het bestuur van of het toezicht op de Vlaamse | 4° de uitoefening van het bestuur van of het toezicht op de Vlaamse |
openbare instellingen en de gedecentraliseerde diensten en | openbare instellingen en de gedecentraliseerde diensten en |
ondernemingen die afhangen van de Vlaamse Gemeenschap of het Vlaamse | ondernemingen die afhangen van de Vlaamse Gemeenschap of het Vlaamse |
Gewest; | Gewest; |
5° de aanwijzing van personen in commissies, adviesorganen en beheers- | 5° de aanwijzing van personen in commissies, adviesorganen en beheers- |
en bestuursorganen van instellingen, ondernemingen en verenigingen, | en bestuursorganen van instellingen, ondernemingen en verenigingen, |
onverminderd hetgeen is bepaald in artikel 16, 7°. Elke aanwijzing | onverminderd hetgeen is bepaald in artikel 16, 7°. Elke aanwijzing |
wordt door het bevoegde lid vooraf aan de Vlaamse regering meegedeeld; | wordt door het bevoegde lid vooraf aan de Vlaamse regering meegedeeld; |
6° de verwerving, kosteloos of onder bezwarende titel, van onroerende | 6° de verwerving, kosteloos of onder bezwarende titel, van onroerende |
domeingoederen ten bate van de Vlaamse Gemeenschap of het Vlaamse | domeingoederen ten bate van de Vlaamse Gemeenschap of het Vlaamse |
Gewest; | Gewest; |
7° het beheer van de onroerende goederen die behoren tot het openbare | 7° het beheer van de onroerende goederen die behoren tot het openbare |
of het private domein van de Vlaamse Gemeenschap of het Vlaamse | of het private domein van de Vlaamse Gemeenschap of het Vlaamse |
Gewest, overeenkomstig de bestemming die met toepassing van de regels | Gewest, overeenkomstig de bestemming die met toepassing van de regels |
vastgesteld door de Vlaamse regering aan die goederen werd gegeven. | vastgesteld door de Vlaamse regering aan die goederen werd gegeven. |
Deze delegatie geldt ook voor : | Deze delegatie geldt ook voor : |
a) de beslissing tot wijziging van de bestemming, of tot het | a) de beslissing tot wijziging van de bestemming, of tot het |
onttrekken van een onroerend goed aan zijn bestemming, voor zover deze | onttrekken van een onroerend goed aan zijn bestemming, voor zover deze |
beslissing onverwijld ter kennis wordt gebracht van het lid van de | beslissing onverwijld ter kennis wordt gebracht van het lid van de |
Vlaamse regering dat bevoegd is voor het onroerend patrimonium; | Vlaamse regering dat bevoegd is voor het onroerend patrimonium; |
b) het verlenen van vergunningen voor private ingebruikneming en van | b) het verlenen van vergunningen voor private ingebruikneming en van |
concessies op openbare domeingoederen; | concessies op openbare domeingoederen; |
c) de vestiging van zakelijke rechten op private domeingoederen of de | c) de vestiging van zakelijke rechten op private domeingoederen of de |
verhuring of verpachting ervan; | verhuring of verpachting ervan; |
8° het verwerven, vervreemden en beheren van roerende domeingoederen; | 8° het verwerven, vervreemden en beheren van roerende domeingoederen; |
9° het aanvaarden en verwerpen van schenkingen en legaten. | 9° het aanvaarden en verwerpen van schenkingen en legaten. |
§ 2. De delegatie, toegestaan bij § 1, geldt ook voor beslissingen die | § 2. De delegatie, toegestaan bij § 1, geldt ook voor beslissingen die |
gezamenlijk moeten worden genomen door meerdere leden van de Vlaamse | gezamenlijk moeten worden genomen door meerdere leden van de Vlaamse |
regering. | regering. |
§ 3. Het lid van de Vlaamse regering dat bevoegd is voor het onroerend | § 3. Het lid van de Vlaamse regering dat bevoegd is voor het onroerend |
patrimonium heeft, met betrekking tot de niet-bestemde onroerende | patrimonium heeft, met betrekking tot de niet-bestemde onroerende |
goederen die behoren tot het domein van de Vlaamse Gemeenschap of het | goederen die behoren tot het domein van de Vlaamse Gemeenschap of het |
Vlaamse Gewest, delegatie voor : | Vlaamse Gewest, delegatie voor : |
1° het beheer ervan; | 1° het beheer ervan; |
2° de vervreemding ervan, voor zover de budgettaire weerslag niet meer | 2° de vervreemding ervan, voor zover de budgettaire weerslag niet meer |
dan 1 250 000 euro bedraagt. | dan 1 250 000 euro bedraagt. |
§ 4. De machtiging om over te gaan tot onteigening ten algemenen nutte | § 4. De machtiging om over te gaan tot onteigening ten algemenen nutte |
wordt, behoudens in de gevallen bepaald in de wet of het decreet, | wordt, behoudens in de gevallen bepaald in de wet of het decreet, |
verleend : | verleend : |
1° wanneer deze verleend wordt ten behoeve van de gemeenten, de | 1° wanneer deze verleend wordt ten behoeve van de gemeenten, de |
provincies, de intercommunale verenigingen en de gewestelijke | provincies, de intercommunale verenigingen en de gewestelijke |
ontwikkelingsmaatschappijen : door het lid van de Vlaamse regering dat | ontwikkelingsmaatschappijen : door het lid van de Vlaamse regering dat |
bevoegd is voor de binnenlandse aangelegenheden, met instemming van | bevoegd is voor de binnenlandse aangelegenheden, met instemming van |
het functioneel bevoegde lid, overeenkomstig het besluit van de | het functioneel bevoegde lid, overeenkomstig het besluit van de |
Vlaamse regering van 19 december 1991 inzake onteigeningen ten | Vlaamse regering van 19 december 1991 inzake onteigeningen ten |
algemenen nutte ten behoeve van de gemeenten, de provincies, de | algemenen nutte ten behoeve van de gemeenten, de provincies, de |
intercommunale verenigingen en de gewestelijke | intercommunale verenigingen en de gewestelijke |
ontwikkelingsmaatschappijen; | ontwikkelingsmaatschappijen; |
2° wanneer deze verleend wordt ten behoeve van andere | 2° wanneer deze verleend wordt ten behoeve van andere |
gedecentraliseerde diensten, instellingen of ondernemingen : door het | gedecentraliseerde diensten, instellingen of ondernemingen : door het |
lid van de Vlaamse regering dat bevoegd is voor de betrokken dienst, | lid van de Vlaamse regering dat bevoegd is voor de betrokken dienst, |
instelling of onderneming. Wanneer de aangelegenheid waarvoor de | instelling of onderneming. Wanneer de aangelegenheid waarvoor de |
onteigening zich opdringt behoort tot de bevoegdheid van een ander lid | onteigening zich opdringt behoort tot de bevoegdheid van een ander lid |
van de Vlaamse regering, wordt de machtiging verleend met instemming | van de Vlaamse regering, wordt de machtiging verleend met instemming |
van dit lid. | van dit lid. |
Art. 16.De delegatie, toegestaan bij artikel 15, geldt niet voor : |
Art. 16.De delegatie, toegestaan bij artikel 15, geldt niet voor : |
1° het nemen van reglementaire besluiten; | 1° het nemen van reglementaire besluiten; |
2° het verlenen van facultatieve subsidies die niet nominatim in de | 2° het verlenen van facultatieve subsidies die niet nominatim in de |
begroting zijn opgenomen en die meer dan 150 000 euro bedragen, | begroting zijn opgenomen en die meer dan 150 000 euro bedragen, |
ongeacht of deze subsidies al dan niet zijn opgenomen in een | ongeacht of deze subsidies al dan niet zijn opgenomen in een |
budgettair implementatieplan; | budgettair implementatieplan; |
3° de beslissingen ter uitvoering van de regelgeving inzake | 3° de beslissingen ter uitvoering van de regelgeving inzake |
economische expansie, waarbij voordelen worden verleend die betrekking | economische expansie, waarbij voordelen worden verleend die betrekking |
hebben op investeringen van meer dan 12,5 miljoen euro; | hebben op investeringen van meer dan 12,5 miljoen euro; |
4° de beslissingen waarbij de gewestwaarborg of de | 4° de beslissingen waarbij de gewestwaarborg of de |
gemeenschapswaarborg wordt verleend voor meer dan 3 750 000 euro; | gemeenschapswaarborg wordt verleend voor meer dan 3 750 000 euro; |
5° de beslissingen, akkoorden en omzendbrieven die wegens hun | 5° de beslissingen, akkoorden en omzendbrieven die wegens hun |
onderwerp en hun draagwijdte van die aard zijn dat een andere Gewest- | onderwerp en hun draagwijdte van die aard zijn dat een andere Gewest- |
of Gemeenschapsregering of de federale regering of beide erbij | of Gemeenschapsregering of de federale regering of beide erbij |
betrokken zijn; | betrokken zijn; |
6° de oprichting en de wijze van samenstelling van commissies, raden, | 6° de oprichting en de wijze van samenstelling van commissies, raden, |
diensten, instellingen en ondernemingen en verenigingen; | diensten, instellingen en ondernemingen en verenigingen; |
7° de aanwijzing van commissarissen van de Vlaamse regering, de | 7° de aanwijzing van commissarissen van de Vlaamse regering, de |
aanstelling van vertegenwoordigers van de Vlaamse regering in beheers- | aanstelling van vertegenwoordigers van de Vlaamse regering in beheers- |
en adviesorganen en in andere dan gemeentelijke overheidscommissies, | en adviesorganen en in andere dan gemeentelijke overheidscommissies, |
alsook de benoeming van of de goedkeuring van de benoeming van | alsook de benoeming van of de goedkeuring van de benoeming van |
overheidsbestuurders in ondernemingen; | overheidsbestuurders in ondernemingen; |
8° a) de benoemingen en bevorderingen tot de graden van rang A2 en | 8° a) de benoemingen en bevorderingen tot de graden van rang A2 en |
hoger in de diensten van de Vlaamse regering; | hoger in de diensten van de Vlaamse regering; |
b) de benoeming van de leidend ambtenaren en adjunct-leidend | b) de benoeming van de leidend ambtenaren en adjunct-leidend |
ambtenaren van de Vlaamse openbare instellingen; | ambtenaren van de Vlaamse openbare instellingen; |
c) de werving, benoeming of bevordering van ambtenaren in de Vlaamse | c) de werving, benoeming of bevordering van ambtenaren in de Vlaamse |
openbare instellingen op grond van bepalingen die afwijken van de | openbare instellingen op grond van bepalingen die afwijken van de |
algemene en blijvende bepalingen van de rechtspositieregeling die | algemene en blijvende bepalingen van de rechtspositieregeling die |
geldt voor het personeel van die instellingen. | geldt voor het personeel van die instellingen. |
Art. 17.§ 1. 1° Inzake de gunning van overheidsopdrachten voor |
Art. 17.§ 1. 1° Inzake de gunning van overheidsopdrachten voor |
aanneming van werken, leveringen en diensten hebben de leden van de | aanneming van werken, leveringen en diensten hebben de leden van de |
Vlaamse regering, ieder wat hem of haar betreft, delegatie voor de | Vlaamse regering, ieder wat hem of haar betreft, delegatie voor de |
keuze van de gunningswijze en het gunnen van opdrachten waarvan het | keuze van de gunningswijze en het gunnen van opdrachten waarvan het |
geraamde bedrag, respectievelijk het goed te keuren | geraamde bedrag, respectievelijk het goed te keuren |
inschrijvingsbedrag, lager is dan de hierna vermelde bedragen : | inschrijvingsbedrag, lager is dan de hierna vermelde bedragen : |
Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld | Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld |
Voor concessies voor openbare werken geldt de delegatie beneden een | Voor concessies voor openbare werken geldt de delegatie beneden een |
bedrag van 2,5 miljoen euro. Voor prijsvragen voor ontwerpen geldt de | bedrag van 2,5 miljoen euro. Voor prijsvragen voor ontwerpen geldt de |
delegatie beneden een bedrag van 3 miljoen euro voor algemene | delegatie beneden een bedrag van 3 miljoen euro voor algemene |
prijsvragen en beneden een bedrag van 1 miljoen euro voor beperkte | prijsvragen en beneden een bedrag van 1 miljoen euro voor beperkte |
prijsvragen. | prijsvragen. |
2° De delegatie, vermeld in 1° geldt eveneens wanneer het geraamde | 2° De delegatie, vermeld in 1° geldt eveneens wanneer het geraamde |
bedrag lager is dan de bedragen, bepaald in 1°, en het goed te keuren | bedrag lager is dan de bedragen, bepaald in 1°, en het goed te keuren |
inschrijvingsbedrag die bedragen met niet meer dan 15 % overschrijdt. | inschrijvingsbedrag die bedragen met niet meer dan 15 % overschrijdt. |
3° De delegatie geldt eveneens voor het verlenen van niet-facultatieve | 3° De delegatie geldt eveneens voor het verlenen van niet-facultatieve |
subsidies voor overheidsopdrachten van werken, leveringen en diensten. | subsidies voor overheidsopdrachten van werken, leveringen en diensten. |
Wanneer het investeringssubsidies betreft, geldt deze delegatie | Wanneer het investeringssubsidies betreft, geldt deze delegatie |
evenwel slechts wanneer het bedrag van de opdracht of de raming ervan | evenwel slechts wanneer het bedrag van de opdracht of de raming ervan |
lager is dan de in de tabel onder 1° vermelde bedragen. | lager is dan de in de tabel onder 1° vermelde bedragen. |
4° De delegatie geldt, ongeacht het bedrag, voor : | 4° De delegatie geldt, ongeacht het bedrag, voor : |
a) de goedkeuring van het bestek en de andere gunningsdocumenten; | a) de goedkeuring van het bestek en de andere gunningsdocumenten; |
b) de selectie van de deelnemers aan beperkte procedures en | b) de selectie van de deelnemers aan beperkte procedures en |
onderhandelingsprocedures, desgevallend na een oproep tot de | onderhandelingsprocedures, desgevallend na een oproep tot de |
kandidaten; | kandidaten; |
c) het gunnen van een opdracht via een beperkte procedure, zo deze | c) het gunnen van een opdracht via een beperkte procedure, zo deze |
opdracht reeds het voorwerp heeft uitgemaakt van een openbare | opdracht reeds het voorwerp heeft uitgemaakt van een openbare |
procedure waaraan geen gevolg kon worden gegeven wegens moeilijkheden | procedure waaraan geen gevolg kon worden gegeven wegens moeilijkheden |
bij de interpretatie van de besteksbepalingen of de ingediende | bij de interpretatie van de besteksbepalingen of de ingediende |
offertes. In dit geval mogen aan het bestek enkel de strikt | offertes. In dit geval mogen aan het bestek enkel de strikt |
noodzakelijke aanpassingen worden aangebracht om de moeilijkheden uit | noodzakelijke aanpassingen worden aangebracht om de moeilijkheden uit |
te schakelen; | te schakelen; |
d) het gunnen van een opdracht bij onderhandelingsprocedure in de | d) het gunnen van een opdracht bij onderhandelingsprocedure in de |
gevallen, bedoeld in artikel 17, § 2,1°, d en e, en 4°, en 39, § 2, | gevallen, bedoeld in artikel 17, § 2,1°, d en e, en 4°, en 39, § 2, |
1°, d en g, 3°, c en d, en 5°, van de wet van 24 december 1993 | 1°, d en g, 3°, c en d, en 5°, van de wet van 24 december 1993 |
betreffende de overheidsopdrachten en sommige opdrachten voor | betreffende de overheidsopdrachten en sommige opdrachten voor |
aanneming van werken, leveringen en diensten; | aanneming van werken, leveringen en diensten; |
e) het gunnen van een opdracht aan een of meer derden, voor rekening | e) het gunnen van een opdracht aan een of meer derden, voor rekening |
van een in gebreke gebleven aannemer waartegen ambtshalve wordt | van een in gebreke gebleven aannemer waartegen ambtshalve wordt |
opgetreden. | opgetreden. |
5° Vooraleer het bedrag van de opdracht wordt getoetst aan de in deze | 5° Vooraleer het bedrag van de opdracht wordt getoetst aan de in deze |
paragraaf vermelde bedragen, dient het bedrag te worden bepaald | paragraaf vermelde bedragen, dient het bedrag te worden bepaald |
volgens de regels vastgesteld, naargelang het geval, door artikel 2, | volgens de regels vastgesteld, naargelang het geval, door artikel 2, |
28 of 54 van het koninklijk besluit van 8 januari 1996 betreffende de | 28 of 54 van het koninklijk besluit van 8 januari 1996 betreffende de |
overheidsopdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten | overheidsopdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten |
en de concessies voor openbare werken, of door artikel 2, 21 en 41 van | en de concessies voor openbare werken, of door artikel 2, 21 en 41 van |
het koninklijk besluit van 10 januari 1996 betreffende de | het koninklijk besluit van 10 januari 1996 betreffende de |
overheidsopdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten | overheidsopdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten |
in de sectoren water, energie, vervoer en telecommunicatie. | in de sectoren water, energie, vervoer en telecommunicatie. |
Bij het gunnen van aanvullende werken, leveringen of diensten volgens | Bij het gunnen van aanvullende werken, leveringen of diensten volgens |
de onderhandelingsprocedure, bedoeld in artikel 17, § 2, 2° a, 3° b, | de onderhandelingsprocedure, bedoeld in artikel 17, § 2, 2° a, 3° b, |
en 39, § 2, 2° a, 3° b, 4° b, en 6°, van de wet van 24 december 1993 | en 39, § 2, 2° a, 3° b, 4° b, en 6°, van de wet van 24 december 1993 |
betreffende de overheidsopdrachten en sommige opdrachten voor | betreffende de overheidsopdrachten en sommige opdrachten voor |
aanneming van werken, leveringen en diensten, wordt ook het bedrag van | aanneming van werken, leveringen en diensten, wordt ook het bedrag van |
de hoofdopdracht in aanmerking genomen. | de hoofdopdracht in aanmerking genomen. |
§ 2. Inzake de uitvoering van overheidsopdrachten hebben de leden van | § 2. Inzake de uitvoering van overheidsopdrachten hebben de leden van |
de Vlaamse regering, ieder wat hem of haar betreft, delegatie voor het | de Vlaamse regering, ieder wat hem of haar betreft, delegatie voor het |
nemen van alle beslissingen. | nemen van alle beslissingen. |
Deze delegatie geldt enkel binnen het voorwerp van de opdracht en tot | Deze delegatie geldt enkel binnen het voorwerp van de opdracht en tot |
een gezamenlijke maximale financiële weerslag van respectievelijk : | een gezamenlijke maximale financiële weerslag van respectievelijk : |
1° 2,5 miljoen euro voor werken; | 1° 2,5 miljoen euro voor werken; |
2° 625 000 euro voor leveringen; | 2° 625 000 euro voor leveringen; |
3° 150 000 euro voor diensten. | 3° 150 000 euro voor diensten. |
Art. 18.De leden van de Vlaamse regering kunnen hun bevoegdheden, |
Art. 18.De leden van de Vlaamse regering kunnen hun bevoegdheden, |
gedelegeerd overeenkomstig artikelen 15 en 17, delegeren aan | gedelegeerd overeenkomstig artikelen 15 en 17, delegeren aan |
personeelsleden van de diensten van de Vlaamse regering of van de | personeelsleden van de diensten van de Vlaamse regering of van de |
Vlaamse openbare instellingen. Zij kunnen die personeelsleden | Vlaamse openbare instellingen. Zij kunnen die personeelsleden |
machtigen om, mits zij hiervan kennis geven, die bevoegdheden verder | machtigen om, mits zij hiervan kennis geven, die bevoegdheden verder |
te delegeren en te laten subdelegeren aan personeelsleden die | te delegeren en te laten subdelegeren aan personeelsleden die |
onderworpen zijn aan hun hiërarchisch gezag. | onderworpen zijn aan hun hiërarchisch gezag. |
De delegaties die aan personeelsleden werden verleend in | De delegaties die aan personeelsleden werden verleend in |
aangelegenheden welke aan de Vlaamse Gemeenschap of het Vlaams Gewest | aangelegenheden welke aan de Vlaamse Gemeenschap of het Vlaams Gewest |
zijn overgedragen, blijven gelden tot hun wijziging of opheffing, | zijn overgedragen, blijven gelden tot hun wijziging of opheffing, |
evenwel binnen de grenzen bepaald door dit hoofdstuk. | evenwel binnen de grenzen bepaald door dit hoofdstuk. |
Art. 19.De besluiten van de Vlaamse regering en de |
Art. 19.De besluiten van de Vlaamse regering en de |
samenwerkingsakkoorden van de Vlaamse Gemeenschap en/of het Vlaamse | samenwerkingsakkoorden van de Vlaamse Gemeenschap en/of het Vlaamse |
Gewest met de Staat en/of met andere Gewesten of Gemeenschappen worden | Gewest met de Staat en/of met andere Gewesten of Gemeenschappen worden |
namens de Vlaamse regering ondertekend door de minister-president en | namens de Vlaamse regering ondertekend door de minister-president en |
het lid aan wie de aangelegenheid in kwestie toegewezen is. | het lid aan wie de aangelegenheid in kwestie toegewezen is. |
Als de minister-president of een lid van de Vlaamse regering afwezig | Als de minister-president of een lid van de Vlaamse regering afwezig |
of verhinderd is, wordt een regeling voor plaatsvervanging getroffen. | of verhinderd is, wordt een regeling voor plaatsvervanging getroffen. |
HOOFDSTUK III.- Toewijzing van bevoegdheden inzake bestuur van of | HOOFDSTUK III.- Toewijzing van bevoegdheden inzake bestuur van of |
toezicht op de Vlaamse openbare instellingen | toezicht op de Vlaamse openbare instellingen |
Art. 20.De heer Steve Stevaert, Vlaams minister van Mobiliteit, |
Art. 20.De heer Steve Stevaert, Vlaams minister van Mobiliteit, |
Openbare Werken en Energie, is belast met het bestuur van of het | Openbare Werken en Energie, is belast met het bestuur van of het |
inhoudelijk toezicht op volgende instellingen : | inhoudelijk toezicht op volgende instellingen : |
1° de Dienst voor de Scheepvaart; | 1° de Dienst voor de Scheepvaart; |
2° Zeekanaal en Watergebonden Grondbeheer Vlaanderen; | 2° Zeekanaal en Watergebonden Grondbeheer Vlaanderen; |
3° de Vlaamse Vervoermaatschappij; | 3° de Vlaamse Vervoermaatschappij; |
4° de Vlaamse Reguleringsinstantie voor de Elektriciteits- en | 4° de Vlaamse Reguleringsinstantie voor de Elektriciteits- en |
Gasmarkt. | Gasmarkt. |
Art. 21.Mevr. Mieke Vogels, Vlaams minister van Welzijn, Gezondheid |
Art. 21.Mevr. Mieke Vogels, Vlaams minister van Welzijn, Gezondheid |
en Gelijke Kansen, is belast met het bestuur van of het inhoudelijk | en Gelijke Kansen, is belast met het bestuur van of het inhoudelijk |
toezicht op volgende instellingen : | toezicht op volgende instellingen : |
1° het Fonds Bijzondere Jeugdbijstand; | 1° het Fonds Bijzondere Jeugdbijstand; |
2° het Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden | 2° het Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden |
Aangelegenheden; | Aangelegenheden; |
3° de Openbare Psychiatrische Ziekenhuizen te Geel en te Rekem; | 3° de Openbare Psychiatrische Ziekenhuizen te Geel en te Rekem; |
4° Kind en Gezin; | 4° Kind en Gezin; |
5° het Vlaams Fonds voor de Sociale Integratie van Personen met een | 5° het Vlaams Fonds voor de Sociale Integratie van Personen met een |
Handicap; | Handicap; |
6° het Vlaams Zorgfonds. | 6° het Vlaams Zorgfonds. |
Art. 22.De heer Bert Anciaux, Vlaams minister van Cultuur, Jeugd, |
Art. 22.De heer Bert Anciaux, Vlaams minister van Cultuur, Jeugd, |
Sport, Brusselse Aangelegenheden en Ontwikkelingssamenwerking, is | Sport, Brusselse Aangelegenheden en Ontwikkelingssamenwerking, is |
belast met het bestuur van of het inhoudelijk toezicht op volgende | belast met het bestuur van of het inhoudelijk toezicht op volgende |
instellingen : | instellingen : |
1° het Fonds Culturele Infrastructuur; | 1° het Fonds Culturele Infrastructuur; |
2° de Vlaamse Opera; | 2° de Vlaamse Opera; |
3° het Commissariaat-generaal voor de Bevordering van de Lichamelijke | 3° het Commissariaat-generaal voor de Bevordering van de Lichamelijke |
Ontwikkeling, de Sport en de Openluchtrecreatie; | Ontwikkeling, de Sport en de Openluchtrecreatie; |
4° het Fonds Film in Vlaanderen; | 4° het Fonds Film in Vlaanderen; |
5° het Vlaams Fonds voor de Letteren. | 5° het Vlaams Fonds voor de Letteren. |
Art. 23.Mevr. Marleen Vanderpoorten, Vlaams minister van Onderwijs en |
Art. 23.Mevr. Marleen Vanderpoorten, Vlaams minister van Onderwijs en |
Vorming, is belast met het bestuur van of het inhoudelijk toezicht op | Vorming, is belast met het bestuur van of het inhoudelijk toezicht op |
volgende instellingen : | volgende instellingen : |
1° het Gemeenschapsonderwijs; | 1° het Gemeenschapsonderwijs; |
2° de Dienst voor Infrastructuurwerken van het Gesubsidieerd | 2° de Dienst voor Infrastructuurwerken van het Gesubsidieerd |
Onderwijs; | Onderwijs; |
3° het Universitair Ziekenhuis Gent; | 3° het Universitair Ziekenhuis Gent; |
4° de Vlaamse Onderwijsraad; | 4° de Vlaamse Onderwijsraad; |
5° de Vlaamse universiteiten; | 5° de Vlaamse universiteiten; |
6° de Vlaamse autonome hogescholen; | 6° de Vlaamse autonome hogescholen; |
7° de Investeringsdienst voor de Vlaamse autonome hogescholen. | 7° de Investeringsdienst voor de Vlaamse autonome hogescholen. |
Art. 24.De heer Renaat Landuyt, Vlaams minister van Werkgelegenheid |
Art. 24.De heer Renaat Landuyt, Vlaams minister van Werkgelegenheid |
en Toerisme, is belast met het bestuur van of het inhoudelijk toezicht | en Toerisme, is belast met het bestuur van of het inhoudelijk toezicht |
op volgende instellingen : | op volgende instellingen : |
1° de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding; | 1° de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding; |
2° Toerisme Vlaanderen; | 2° Toerisme Vlaanderen; |
3° het Herplaatsingsfonds. | 3° het Herplaatsingsfonds. |
Art. 25.Mevr. Vera Dua, Vlaams minister van Leefmilieu en Landbouw, |
Art. 25.Mevr. Vera Dua, Vlaams minister van Leefmilieu en Landbouw, |
is belast met het bestuur van of het inhoudelijk toezicht op volgende | is belast met het bestuur van of het inhoudelijk toezicht op volgende |
instellingen : | instellingen : |
1° de Openbare Afvalstoffenmaatschappij voor het Vlaamse Gewest; | 1° de Openbare Afvalstoffenmaatschappij voor het Vlaamse Gewest; |
2° de Vlaamse Milieumaatschappij; | 2° de Vlaamse Milieumaatschappij; |
3° de Vlaamse Milieuholding; | 3° de Vlaamse Milieuholding; |
4° de Vlaamse Maatschappij voor Watervoorziening; | 4° de Vlaamse Maatschappij voor Watervoorziening; |
5° de Vlaamse Landmaatschappij; | 5° de Vlaamse Landmaatschappij; |
6° het Vlaams Landbouwinvesteringsfonds; | 6° het Vlaams Landbouwinvesteringsfonds; |
7° het Financieringsinstrument voor de Vlaamse visserij- en | 7° het Financieringsinstrument voor de Vlaamse visserij- en |
aquicultuursector. | aquicultuursector. |
Art. 26.De heer Dirk Van Mechelen, Vlaams minister van Financiën en |
Art. 26.De heer Dirk Van Mechelen, Vlaams minister van Financiën en |
Begroting, Innovatie, Media en Ruimtelijke Ordening, is belast met het | Begroting, Innovatie, Media en Ruimtelijke Ordening, is belast met het |
bestuur van of het inhoudelijk toezicht op volgende instellingen : | bestuur van of het inhoudelijk toezicht op volgende instellingen : |
1° de Vlaamse Participatiemaatschappij; | 1° de Vlaamse Participatiemaatschappij; |
2° Gimvindus; | 2° Gimvindus; |
3° de Limburgse Reconversiemaatschappij; | 3° de Limburgse Reconversiemaatschappij; |
4° het Vlaams Instituut voor de bevordering van het | 4° het Vlaams Instituut voor de bevordering van het |
Wetenschappelijk-Technologisch Onderzoek in de Industrie; | Wetenschappelijk-Technologisch Onderzoek in de Industrie; |
5° de Vlaamse Instelling voor Technologisch Onderzoek; | 5° de Vlaamse Instelling voor Technologisch Onderzoek; |
6° het Vlaams Fonds voor de Lastendelging; | 6° het Vlaams Fonds voor de Lastendelging; |
7° het Vlaams Egalisatie Rente Fonds; | 7° het Vlaams Egalisatie Rente Fonds; |
8° het Financieringsfonds voor Schuldafbouw en Eenmalige | 8° het Financieringsfonds voor Schuldafbouw en Eenmalige |
Investeringsuitgaven; | Investeringsuitgaven; |
9° de Vlaamse Radio- en Televisieomroep; | 9° de Vlaamse Radio- en Televisieomroep; |
10° het Vlaams Commissariaat voor de Media. | 10° het Vlaams Commissariaat voor de Media. |
Art. 27.De heer Jaak Gabriels, Vlaams minister van Economie, |
Art. 27.De heer Jaak Gabriels, Vlaams minister van Economie, |
Buitenlandse Handel en Huisvesting, is belast met het bestuur van of | Buitenlandse Handel en Huisvesting, is belast met het bestuur van of |
het inhoudelijk toezicht op volgende instellingen : | het inhoudelijk toezicht op volgende instellingen : |
1° de Gewestelijke Ontwikkelingsmaatschappijen van Antwerpen, Limburg, | 1° de Gewestelijke Ontwikkelingsmaatschappijen van Antwerpen, Limburg, |
Oost-Vlaanderen, Vlaams-Brabant en West-Vlaanderen; | Oost-Vlaanderen, Vlaams-Brabant en West-Vlaanderen; |
2° de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen; | 2° de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen; |
3° het Fonds voor Economische Expansie en Regionale Reconversie - | 3° het Fonds voor Economische Expansie en Regionale Reconversie - |
Middelgrote en Grote Ondernemingen; | Middelgrote en Grote Ondernemingen; |
4° het Fonds voor Economische Expansie en Regionale Reconversie - | 4° het Fonds voor Economische Expansie en Regionale Reconversie - |
Kleine Ondernemingen; | Kleine Ondernemingen; |
5° het Limburgfonds; | 5° het Limburgfonds; |
6° het Vlaams Instituut voor het Zelfstandig Ondernemen; | 6° het Vlaams Instituut voor het Zelfstandig Ondernemen; |
7° het Grindfonds; | 7° het Grindfonds; |
8° Export Vlaanderen; | 8° Export Vlaanderen; |
9° het Fonds Vlaanderen-Azië; | 9° het Fonds Vlaanderen-Azië; |
10° de Vlaamse Huisvestingsmaatschappij; | 10° de Vlaamse Huisvestingsmaatschappij; |
11° het Investeringsfonds voor Grond- en Woonbeleid voor | 11° het Investeringsfonds voor Grond- en Woonbeleid voor |
Vlaams-Brabant. | Vlaams-Brabant. |
Art. 28.De Vlaamse minister, bevoegd voor de Financiën en de |
Art. 28.De Vlaamse minister, bevoegd voor de Financiën en de |
Begroting, oefent het budgettair, financieel en boekhoudkundig | Begroting, oefent het budgettair, financieel en boekhoudkundig |
toezicht uit op de Vlaamse openbare instellingen, genoemd in artikel | toezicht uit op de Vlaamse openbare instellingen, genoemd in artikel |
20 tot en met 27. | 20 tot en met 27. |
HOOFDSTUK IV. - Slotbepalingen | HOOFDSTUK IV. - Slotbepalingen |
Art. 29.Het besluit van de Vlaamse regering van 13 juli 1999 tot |
Art. 29.Het besluit van de Vlaamse regering van 13 juli 1999 tot |
bepaling van de bevoegdheden van de leden van de Vlaamse regering, | bepaling van de bevoegdheden van de leden van de Vlaamse regering, |
gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse regering van 15 oktober | gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse regering van 15 oktober |
1999, 14 april 2000, 26 mei 2000, 10 mei 2001, 11 mei 2001 en 18 mei | 1999, 14 april 2000, 26 mei 2000, 10 mei 2001, 11 mei 2001 en 18 mei |
2001 wordt opgeheven. | 2001 wordt opgeheven. |
HOOFDSTUK V. - Overgangsbepalingen | HOOFDSTUK V. - Overgangsbepalingen |
Art. 30.De in de eerste kolom van onderstaande tabel vermelde |
Art. 30.De in de eerste kolom van onderstaande tabel vermelde |
artikelen of onderdelen ervan, hebben betrekking op dit besluit. Met | artikelen of onderdelen ervan, hebben betrekking op dit besluit. Met |
betrekking tot de bedragen die in euro worden vermeld in de tweede | betrekking tot de bedragen die in euro worden vermeld in de tweede |
kolom van deze tabel, gelden vanaf de datum van inwerkingtreding van | kolom van deze tabel, gelden vanaf de datum van inwerkingtreding van |
dit besluit tot en met 31 december 2001 de bedragen die in Belgische | dit besluit tot en met 31 december 2001 de bedragen die in Belgische |
frank worden vermeld in de derde kolom. | frank worden vermeld in de derde kolom. |
Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld | Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld |
Art. 31.Dit besluit treedt in werking op 1 augustus 2001. De bedragen |
Art. 31.Dit besluit treedt in werking op 1 augustus 2001. De bedragen |
die in euro worden vermeld in de artikelen 15, 16 en 17, treden in | die in euro worden vermeld in de artikelen 15, 16 en 17, treden in |
werking op 1 januari 2002. | werking op 1 januari 2002. |
Art. 32.De leden van de Vlaamse regering zijn, ieder wat hem of haar |
Art. 32.De leden van de Vlaamse regering zijn, ieder wat hem of haar |
betreft, belast met de uitvoering van dit besluit. | betreft, belast met de uitvoering van dit besluit. |
Brussel, 13 juli 2001. | Brussel, 13 juli 2001. |
De minister-president van de Vlaamse regering | De minister-president van de Vlaamse regering |
en Vlaams minister van Financiën, Begroting, Buitenlands Beleid en | en Vlaams minister van Financiën, Begroting, Buitenlands Beleid en |
Europese Aangelegenheden, | Europese Aangelegenheden, |
P. DEWAEL | P. DEWAEL |
De minister vice-president van de Vlaamse regering | De minister vice-president van de Vlaamse regering |
en Vlaams minister van Mobiliteit, Openbare Werken en Energie, | en Vlaams minister van Mobiliteit, Openbare Werken en Energie, |
S. STEVAERT | S. STEVAERT |
De Vlaamse minister van Welzijn, Gezondheid en Gelijke Kansen, | De Vlaamse minister van Welzijn, Gezondheid en Gelijke Kansen, |
Mevr. M. VOGELS | Mevr. M. VOGELS |
De Vlaamse minister van Cultuur, Jeugd, Sport, | De Vlaamse minister van Cultuur, Jeugd, Sport, |
Brusselse Aangelegenheden en Ontwikkelingssamenwerking, | Brusselse Aangelegenheden en Ontwikkelingssamenwerking, |
B. ANCIAUX | B. ANCIAUX |
De Vlaamse minister van Onderwijs en Vorming, | De Vlaamse minister van Onderwijs en Vorming, |
Mevr. M. VANDERPOORTEN | Mevr. M. VANDERPOORTEN |
De Vlaamse minister van Werkgelegenheid en Toerisme, | De Vlaamse minister van Werkgelegenheid en Toerisme, |
R. LANDUYT | R. LANDUYT |
De Vlaamse minister van Leefmilieu en Landbouw, | De Vlaamse minister van Leefmilieu en Landbouw, |
Mevr. V. DUA | Mevr. V. DUA |
De Vlaamse minister van Economie, Ruimtelijke Ordening en Media, | De Vlaamse minister van Economie, Ruimtelijke Ordening en Media, |
D. VAN MECHELEN | D. VAN MECHELEN |
De Vlaamse minister van Binnenlandse Aangelegenheden, Huisvesting en | De Vlaamse minister van Binnenlandse Aangelegenheden, Huisvesting en |
Ambtenarenzaken, | Ambtenarenzaken, |
P. VAN GREMBERGEN | P. VAN GREMBERGEN |
Het Lid van de Vlaamse regering, | Het Lid van de Vlaamse regering, |
J. GABRIELS | J. GABRIELS |