Etaamb.openjustice.be
Meertalige weergave van Besluit Van De Vlaamse Regering van 11/04/2008
← Terug naar "Besluit van de Vlaamse Regering betreffende het financiële en materiële beheer van de dienst met afzonderlijk beheer Beheersdienst van het kasteeldomein van Gaasbeek "
Besluit van de Vlaamse Regering betreffende het financiële en materiële beheer van de dienst met afzonderlijk beheer Beheersdienst van het kasteeldomein van Gaasbeek Besluit van de Vlaamse Regering betreffende het financiële en materiële beheer van de dienst met afzonderlijk beheer Beheersdienst van het kasteeldomein van Gaasbeek
VLAAMSE OVERHEID VLAAMSE OVERHEID
11 APRIL 2008. - Besluit van de Vlaamse Regering betreffende het 11 APRIL 2008. - Besluit van de Vlaamse Regering betreffende het
financiële en materiële beheer van de dienst met afzonderlijk beheer financiële en materiële beheer van de dienst met afzonderlijk beheer
Beheersdienst van het kasteeldomein van Gaasbeek Beheersdienst van het kasteeldomein van Gaasbeek
De Vlaamse Regering, De Vlaamse Regering,
Gelet op de wetten op de Rijkscomptabiliteit, gecoördineerd op 17 juli Gelet op de wetten op de Rijkscomptabiliteit, gecoördineerd op 17 juli
1991, inzonderheid op artikel 140; 1991, inzonderheid op artikel 140;
Gelet op het decreet van 25 juni 1992 houdende diverse bepalingen tot Gelet op het decreet van 25 juni 1992 houdende diverse bepalingen tot
begeleiding van de begroting 1992, inzonderheid op artikel 62, 64 en begeleiding van de begroting 1992, inzonderheid op artikel 62, 64 en
65; 65;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 8 juni 1994 Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 8 juni 1994
betreffende het financiële en materiële beheer van de dienst met betreffende het financiële en materiële beheer van de dienst met
afzonderlijk beheer "beheersdienst van het kasteeldomein van afzonderlijk beheer "beheersdienst van het kasteeldomein van
Gaasbeek", gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 13 Gaasbeek", gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 13
december 2002; december 2002;
Gelet op het akkoord van de Vlaamse minister, bevoegd voor de Gelet op het akkoord van de Vlaamse minister, bevoegd voor de
financiën en de begrotingen, gegeven op 11 april 2008; financiën en de begrotingen, gegeven op 11 april 2008;
Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
1973, inzonderheid op artikel 3, § 1, vervangen bij de wet van 4 juli 1973, inzonderheid op artikel 3, § 1, vervangen bij de wet van 4 juli
1989 en gewijzigd bij de wet van 4 augustus 1996; 1989 en gewijzigd bij de wet van 4 augustus 1996;
Gelet op de dringende noodzakelijkheid; Gelet op de dringende noodzakelijkheid;
Overwegende dat binnen het boekhoudsysteem ORAFIN vanaf 1 januari 2008 Overwegende dat binnen het boekhoudsysteem ORAFIN vanaf 1 januari 2008
nog slechts met één boekhoudorganisatie wordt gewerkt en hierdoor de nog slechts met één boekhoudorganisatie wordt gewerkt en hierdoor de
rekenplichtigen van de diensten met afzonderlijk beheer geen eigen rekenplichtigen van de diensten met afzonderlijk beheer geen eigen
betalingen meer mogen uitvoeren, dat vanaf deze datum de eigenlijke betalingen meer mogen uitvoeren, dat vanaf deze datum de eigenlijke
betalingen gebeuren via de CRU, dat omwille van deze wijzigingen, betalingen gebeuren via de CRU, dat omwille van deze wijzigingen,
dringend een nieuwe besluit noodzakelijk is. dringend een nieuwe besluit noodzakelijk is.
Overwegende dat de continuïteit van de werking van de Beheersdienst Overwegende dat de continuïteit van de werking van de Beheersdienst
van het kasteeldomein van Gaasbeek moet worden verzekerd; van het kasteeldomein van Gaasbeek moet worden verzekerd;
Op voorstel van de Vlaamse minister van Cultuur, Jeugd, Sport en Op voorstel van de Vlaamse minister van Cultuur, Jeugd, Sport en
Brussel; Brussel;
Na beraadslaging, Na beraadslaging,
Besluit : Besluit :
HOOFDSTUK I. - Inleidende bepalingen HOOFDSTUK I. - Inleidende bepalingen

Artikel 1.Dit besluit regelt het financiële en materiële beheer van

Artikel 1.Dit besluit regelt het financiële en materiële beheer van

de dienst met afzonderlijkheid beheer Beheersdienst van het de dienst met afzonderlijkheid beheer Beheersdienst van het
kasteeldomein van Gaasbeek, hierna het Kasteel van Gaasbeek te noemen. kasteeldomein van Gaasbeek, hierna het Kasteel van Gaasbeek te noemen.
De bepalingen over de Rijkscomptabiliteit zijn van toepassing op het De bepalingen over de Rijkscomptabiliteit zijn van toepassing op het
Kasteel van Gaasbeek, tenzij in dit besluit anders is bepaald. Kasteel van Gaasbeek, tenzij in dit besluit anders is bepaald.
HOOFDSTUK II. - De begroting HOOFDSTUK II. - De begroting

Art. 2.Het Kasteel van Gaasbeek maakt jaarlijks een begroting op van

Art. 2.Het Kasteel van Gaasbeek maakt jaarlijks een begroting op van

alle ontvangsten en uitgaven volgens de richtlijnen, verstrekt door de alle ontvangsten en uitgaven volgens de richtlijnen, verstrekt door de
Vlaamse Regering. Het begrotingsjaar begint op 1 januari en eindigt op Vlaamse Regering. Het begrotingsjaar begint op 1 januari en eindigt op
31 december van hetzelfde jaar. 31 december van hetzelfde jaar.

Art. 3.De begroting wordt onderverdeeld in twee delen :

Art. 3.De begroting wordt onderverdeeld in twee delen :

1° de ontvangsten; 1° de ontvangsten;
2° de uitgaven. 2° de uitgaven.

Art. 4.De ontvangsten hebben betrekking op :

Art. 4.De ontvangsten hebben betrekking op :

1° het overgedragen saldo; 1° het overgedragen saldo;
2° de dotatie; zoals ingeschreven op de begroting van de algemene 2° de dotatie; zoals ingeschreven op de begroting van de algemene
uitgaven van de Vlaamse Gemeenschap; uitgaven van de Vlaamse Gemeenschap;
3° de eigen inkomsten; 3° de eigen inkomsten;
4° de schenkingen en de legaten. 4° de schenkingen en de legaten.

Art. 5.De uitgavenbegroting wordt opgemaakt volgens het stelsel van

Art. 5.De uitgavenbegroting wordt opgemaakt volgens het stelsel van

de gesplitste kredieten en bevat : de gesplitste kredieten en bevat :
1° vastleggingskredieten ten belope waarvan sommen kunnen worden 1° vastleggingskredieten ten belope waarvan sommen kunnen worden
vastgelegd op grond van verbintenissen die ontstaan of worden gesloten vastgelegd op grond van verbintenissen die ontstaan of worden gesloten
tijdens het begrotingsjaar, en voor de recurrente verbintenissen tijdens het begrotingsjaar, en voor de recurrente verbintenissen
waarvan de gevolgen zich over meerdere jaren spreiden, ten belope van waarvan de gevolgen zich over meerdere jaren spreiden, ten belope van
de tijdens het begrotingsjaar opeisbare sommen; de tijdens het begrotingsjaar opeisbare sommen;
2° ordonnanceringskredieten ten belope waarvan tijdens het 2° ordonnanceringskredieten ten belope waarvan tijdens het
begrotingsjaar bedragen kunnen worden vereffend op grond van rechten, begrotingsjaar bedragen kunnen worden vereffend op grond van rechten,
vastgesteld ter uitvoering van voorafgaandelijk vastgelegde vastgesteld ter uitvoering van voorafgaandelijk vastgelegde
verbintenissen. verbintenissen.
De ontvangsten en uitgaven moeten kunnen gerapporteerd worden volgens De ontvangsten en uitgaven moeten kunnen gerapporteerd worden volgens
het Europees systeem van nationale en regionale rekeningen (ESR). het Europees systeem van nationale en regionale rekeningen (ESR).

Art. 6.Het begrotingsontwerp van het Kasteel van Gaasbeek wordt ter

Art. 6.Het begrotingsontwerp van het Kasteel van Gaasbeek wordt ter

goedkeuring voorgelegd aan de Vlaamse minister, bevoegd voor de goedkeuring voorgelegd aan de Vlaamse minister, bevoegd voor de
culturele aangelegenheden, en wordt toegevoegd aan het ontwerp van culturele aangelegenheden, en wordt toegevoegd aan het ontwerp van
decreet houdende de begroting van de algemene uitgaven van de Vlaamse decreet houdende de begroting van de algemene uitgaven van de Vlaamse
Gemeenschap. Gemeenschap.

Art. 7.De Vlaamse minister, bevoegd voor de culturele

Art. 7.De Vlaamse minister, bevoegd voor de culturele

aangelegenheden, kan herverdelingen toestaan met de goedkeuring van de aangelegenheden, kan herverdelingen toestaan met de goedkeuring van de
Vlaamse minister, bevoegd voor de financiën en de begrotingen. Vlaamse minister, bevoegd voor de financiën en de begrotingen.
HOOFDSTUK III. - Comptabiliteit en aflegging van de rekeningen HOOFDSTUK III. - Comptabiliteit en aflegging van de rekeningen

Art. 8.Het afdelingshoofd van de afdeling waaronder het Kasteel van

Art. 8.Het afdelingshoofd van de afdeling waaronder het Kasteel van

Gaasbeek ressorteert, stelt een ordonnateur aan. De bevoegdheden en Gaasbeek ressorteert, stelt een ordonnateur aan. De bevoegdheden en
verantwoordelijkheden van de ordonnateur worden vastgesteld verantwoordelijkheden van de ordonnateur worden vastgesteld
overeenkomstig de regels die gelden voor de diensten van de Vlaamse overeenkomstig de regels die gelden voor de diensten van de Vlaamse
Regering. Regering.
De ontvangsten en betalingen gebeuren via de centrale financiële De ontvangsten en betalingen gebeuren via de centrale financiële
rekening van de Vlaamse Gemeenschap. rekening van de Vlaamse Gemeenschap.

Art. 9.Op het einde van ieder kwartaal worden door de ordonnateur een

Art. 9.Op het einde van ieder kwartaal worden door de ordonnateur een

staat van ontvangsten en een staat van uitgaven opgemaakt. staat van ontvangsten en een staat van uitgaven opgemaakt.
De Vlaamse minister, bevoegd voor de culturele aangelegenheden, legt De Vlaamse minister, bevoegd voor de culturele aangelegenheden, legt
die staten aan het Rekenhof voor door bemiddeling van de Vlaamse die staten aan het Rekenhof voor door bemiddeling van de Vlaamse
minister, bevoegd voor de financiën en de begrotingen. De minister, bevoegd voor de financiën en de begrotingen. De
bewijsstukken worden ter plaatse bewaard. bewijsstukken worden ter plaatse bewaard.

Art. 10.Op het einde van ieder jaar stelt de ordonnateur de volgende

Art. 10.Op het einde van ieder jaar stelt de ordonnateur de volgende

stukken op : stukken op :
1° een uitvoeringsrekening van de begroting; 1° een uitvoeringsrekening van de begroting;
2° een staat van activa en passiva. 2° een staat van activa en passiva.
Uiterlijk op 31 januari na het jaar waarop ze betrekking hebben, Uiterlijk op 31 januari na het jaar waarop ze betrekking hebben,
stuurt de Vlaamse minister, bevoegd voor de culturele aangelegenheden, stuurt de Vlaamse minister, bevoegd voor de culturele aangelegenheden,
die rekeningen naar de Vlaamse minister, bevoegd voor de financiën en die rekeningen naar de Vlaamse minister, bevoegd voor de financiën en
de begrotingen, die ze voor 31 maart van hetzelfde jaar aan het de begrotingen, die ze voor 31 maart van hetzelfde jaar aan het
Rekenhof bezorgt. Rekenhof bezorgt.

Art. 11.De uitvoeringsrekening van het Kasteel van Gaasbeek wordt

Art. 11.De uitvoeringsrekening van het Kasteel van Gaasbeek wordt

gevoegd bij die van het algemeen bestuur van de Vlaamse Gemeenschap. gevoegd bij die van het algemeen bestuur van de Vlaamse Gemeenschap.

Art. 12.Op de begroting van een bepaald jaar worden de volgende

Art. 12.Op de begroting van een bepaald jaar worden de volgende

bedragen aangerekend : bedragen aangerekend :
1° op het vastleggingskrediet : het bedrag van de verbintenissen, 1° op het vastleggingskrediet : het bedrag van de verbintenissen,
aangegaan tijdens het begrotingsjaar overeenkomstig artikel 5; aangegaan tijdens het begrotingsjaar overeenkomstig artikel 5;
2° op het ordonnanceringskrediet : de sommen, geordonnanceerd 2° op het ordonnanceringskrediet : de sommen, geordonnanceerd
gedurende het begrotingsjaar. gedurende het begrotingsjaar.

Art. 13.Er moet een vermogenscomptabiliteit gevoerd worden. Daartoe

Art. 13.Er moet een vermogenscomptabiliteit gevoerd worden. Daartoe

wordt onder meer een inventaris van het vermogen opgemaakt wordt onder meer een inventaris van het vermogen opgemaakt
overeenkomstig de geldende bepalingen. overeenkomstig de geldende bepalingen.
HOOFDSTUK IV. - Beheer HOOFDSTUK IV. - Beheer

Art. 14.De ordonnateur is gemachtigd om alle verbintenissen aan te

Art. 14.De ordonnateur is gemachtigd om alle verbintenissen aan te

gaan die noodzakelijk zijn voor de culturele en administratieve gaan die noodzakelijk zijn voor de culturele en administratieve
werking, met behoud van de toepassing van de reglementaire bepalingen werking, met behoud van de toepassing van de reglementaire bepalingen
daarover en afhankelijk van de beschikbare kredieten. daarover en afhankelijk van de beschikbare kredieten.

Art. 15.De Vlaamse Regering zorgt voor de werving en bezoldiging van

Art. 15.De Vlaamse Regering zorgt voor de werving en bezoldiging van

het statutaire en contractuele personeel, noodzakelijk voor de het statutaire en contractuele personeel, noodzakelijk voor de
ondersteuning van de structurele werking van het Kasteel van Gaasbeek. ondersteuning van de structurele werking van het Kasteel van Gaasbeek.
Het Kasteel van Gaasbeek zorgt voor de indienstneming en bezoldiging Het Kasteel van Gaasbeek zorgt voor de indienstneming en bezoldiging
van aanvullend contractueel personeel met het oog op behoud, beheer, van aanvullend contractueel personeel met het oog op behoud, beheer,
onderzoek en ontsluiting, en voor tijdelijke projecten. onderzoek en ontsluiting, en voor tijdelijke projecten.
De ordonnateur is gemachtigd om, na de goedkeuring van het bevoegde De ordonnateur is gemachtigd om, na de goedkeuring van het bevoegde
afdelingshoofd, arbeidsovereenkomsten te sluiten. afdelingshoofd, arbeidsovereenkomsten te sluiten.

Art. 16.Met behoud van de toepassing van de bepalingen van artikel 14

Art. 16.Met behoud van de toepassing van de bepalingen van artikel 14

en 15 worden de uitgaven - al naargelang de uitgaven veroorzakende en 15 worden de uitgaven - al naargelang de uitgaven veroorzakende
rechtshandeling gesteld wordt uit hoofde van het beheer van de rechtshandeling gesteld wordt uit hoofde van het beheer van de
diensten algemeen bestuur van de Vlaamse Gemeenschap, of uit hoofde diensten algemeen bestuur van de Vlaamse Gemeenschap, of uit hoofde
van het beheer van het Kasteel van Gaasbeek - respectievelijk gedragen van het beheer van het Kasteel van Gaasbeek - respectievelijk gedragen
door de begroting van de Vlaamse Gemeenschap of door de begroting van door de begroting van de Vlaamse Gemeenschap of door de begroting van
het Kasteel van Gaasbeek. het Kasteel van Gaasbeek.

Art. 17.Het bedrag van de uitgaven en het bedrag van de

Art. 17.Het bedrag van de uitgaven en het bedrag van de

verbintenissen worden beperkt door het bedrag van de goedgekeurde verbintenissen worden beperkt door het bedrag van de goedgekeurde
limitatieve kredieten en door het bedrag van de ontvangsten. limitatieve kredieten en door het bedrag van de ontvangsten.

Art. 18.§ 1. Van het saldo dat op het einde van het begrotingsjaar

Art. 18.§ 1. Van het saldo dat op het einde van het begrotingsjaar

beschikbaar is, wordt tien procent aangewend voor de vorming van een beschikbaar is, wordt tien procent aangewend voor de vorming van een
reservefonds. De Vlaamse minister, bevoegd voor de culturele reservefonds. De Vlaamse minister, bevoegd voor de culturele
aangelegenheden, kan met de goedkeuring van de Vlaamse minister, aangelegenheden, kan met de goedkeuring van de Vlaamse minister,
bevoegd voor de financiën en de begrotingen, dat percentage aanpassen. bevoegd voor de financiën en de begrotingen, dat percentage aanpassen.
Deze reservevorming vindt plaats totdat de middelen van het Deze reservevorming vindt plaats totdat de middelen van het
reservefonds tien procent bedragen van het gemiddelde van de uitgaven reservefonds tien procent bedragen van het gemiddelde van de uitgaven
van de drie voorgaande begrotingsjaren, tenzij dat bedrag wordt van de drie voorgaande begrotingsjaren, tenzij dat bedrag wordt
gewijzigd op voorstel van de Vlaamse minister, bevoegd voor de gewijzigd op voorstel van de Vlaamse minister, bevoegd voor de
culturele aangelegenheden, en met het akkoord van de Vlaamse minister, culturele aangelegenheden, en met het akkoord van de Vlaamse minister,
bevoegd voor de financiën en de begrotingen. bevoegd voor de financiën en de begrotingen.
Onder beschikbaar saldo op het einde van het begrotingsjaar wordt Onder beschikbaar saldo op het einde van het begrotingsjaar wordt
verstaan : het begrotingssaldo, namelijk het verschil tussen de verstaan : het begrotingssaldo, namelijk het verschil tussen de
aangerekende inkomsten en de aangerekende uitgaven van het boekjaar, aangerekende inkomsten en de aangerekende uitgaven van het boekjaar,
vermeerderd met de openstaande vastgestelde rechten, verminderd met de vermeerderd met de openstaande vastgestelde rechten, verminderd met de
openstaande vastleggingen (of over te dragen verbintenissen). openstaande vastleggingen (of over te dragen verbintenissen).
Op het einde van het begrotingsjaar worden de volgende bedragen Op het einde van het begrotingsjaar worden de volgende bedragen
overgedragen : overgedragen :
1° het gedeelte van het begrotingssaldo dat beschikbaar is na de 1° het gedeelte van het begrotingssaldo dat beschikbaar is na de
vorming van het reservefonds; vorming van het reservefonds;
2° de vastgestelde rechten; 2° de vastgestelde rechten;
3° de nog openstaande verbintenissen. 3° de nog openstaande verbintenissen.
§ 2. De middelen van het reservefonds kunnen met de goedkeuring van de § 2. De middelen van het reservefonds kunnen met de goedkeuring van de
Vlaamse minister, bevoegd voor de culturele aangelegenheden, of zijn Vlaamse minister, bevoegd voor de culturele aangelegenheden, of zijn
gemachtigde en met de goedkeuring van de Vlaamse minister, bevoegd gemachtigde en met de goedkeuring van de Vlaamse minister, bevoegd
voor de financiën en de begrotingen, aangewend worden om uitgaven te voor de financiën en de begrotingen, aangewend worden om uitgaven te
dekken die voortvloeien uit onvoorzienbare omstandigheden of uit dekken die voortvloeien uit onvoorzienbare omstandigheden of uit
specifieke doelstellingen van het Kasteel van Gaasbeek. specifieke doelstellingen van het Kasteel van Gaasbeek.

Art. 19.Bij het begin van het jaar mag het begrotingssaldo gebruikt

Art. 19.Bij het begin van het jaar mag het begrotingssaldo gebruikt

worden dat beschikbaar was op het einde van het vorige jaar na vorming worden dat beschikbaar was op het einde van het vorige jaar na vorming
van het reservefonds. van het reservefonds.

Art. 20.De ordonnateur bepaalt de tarieven voor het entreegeld voor

Art. 20.De ordonnateur bepaalt de tarieven voor het entreegeld voor

het Kasteel van Gaasbeek, de verkoopprijs van reproducties en het Kasteel van Gaasbeek, de verkoopprijs van reproducties en
publicaties, het entreegeld voor voorstellingen, exposities, lezingen, publicaties, het entreegeld voor voorstellingen, exposities, lezingen,
en andere tarieven. en andere tarieven.

Art. 21.§ 1 De rekenplichtige van de Vlaamse Gemeenschap is belast

Art. 21.§ 1 De rekenplichtige van de Vlaamse Gemeenschap is belast

met het behandelen en bewaren van de waarden. met het behandelen en bewaren van de waarden.
§ 2 De ordonnateur is belast met : § 2 De ordonnateur is belast met :
1° de stukken, vermeld in artikel 9 en 10, op te stellen en te 1° de stukken, vermeld in artikel 9 en 10, op te stellen en te
bewaren; bewaren;
2° de inventaris van het vermogen en van de vermogenscomptabiliteit 2° de inventaris van het vermogen en van de vermogenscomptabiliteit
bij te houden. bij te houden.

Art. 22.De bij dit besluit verleende delegaties aan de ordonnateur

Art. 22.De bij dit besluit verleende delegaties aan de ordonnateur

worden tevens verleend aan het personeelslid dat de ordonnateur worden tevens verleend aan het personeelslid dat de ordonnateur
vervangt bij tijdelijke afwezigheid of verhindering. In geval van vervangt bij tijdelijke afwezigheid of verhindering. In geval van
tijdelijke afwezigheid of verhindering plaatst het betrokken tijdelijke afwezigheid of verhindering plaatst het betrokken
personeelslid, boven de vermelding van zijn graad en zijn personeelslid, boven de vermelding van zijn graad en zijn
handtekening, de formule "voor de ordonnateur, afwezig". Het handtekening, de formule "voor de ordonnateur, afwezig". Het
personeelslid wordt aangewezen door de ordonnateur. personeelslid wordt aangewezen door de ordonnateur.
HOOFDSTUK V. - Controle HOOFDSTUK V. - Controle

Art. 23.Het Rekenhof en het intern verzelfstandigd agentschap

Art. 23.Het Rekenhof en het intern verzelfstandigd agentschap

Centrale Accounting kunnen de rekeningen ter plaatse controleren. Ze Centrale Accounting kunnen de rekeningen ter plaatse controleren. Ze
mogen zich op elk moment alle bewijsstukken, staten, inlichtingen of mogen zich op elk moment alle bewijsstukken, staten, inlichtingen of
toelichtingen laten verstrekken over de ontvangsten, de uitgaven, de toelichtingen laten verstrekken over de ontvangsten, de uitgaven, de
activa en de schulden. activa en de schulden.
De uitgaven worden vereffend en betaald zonder interventie van het De uitgaven worden vereffend en betaald zonder interventie van het
Rekenhof en de controleur van de vastleggingen. Rekenhof en de controleur van de vastleggingen.
HOOFDSTUK VI. - Slotbepalingen HOOFDSTUK VI. - Slotbepalingen

Art. 24.Het besluit van de Vlaamse Regering van 8 juni 1994

Art. 24.Het besluit van de Vlaamse Regering van 8 juni 1994

betreffende het financiële en materiële beheer van de dienst met betreffende het financiële en materiële beheer van de dienst met
afzonderlijk beheer Beheersdienst van het kasteeldomein van Gaasbeek, afzonderlijk beheer Beheersdienst van het kasteeldomein van Gaasbeek,
gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 13 december gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 13 december
2002, wordt opgeheven. 2002, wordt opgeheven.

Art. 25.Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2008.

Art. 25.Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2008.

Art. 26.De Vlaamse minister, bevoegd voor de Financiën en de

Art. 26.De Vlaamse minister, bevoegd voor de Financiën en de

Begrotingen en de Vlaamse minister, bevoegd voor de Culturele Begrotingen en de Vlaamse minister, bevoegd voor de Culturele
Aangelegenheden, zijn, ieder wat hem of haar betreft, belast met de Aangelegenheden, zijn, ieder wat hem of haar betreft, belast met de
uitvoering van dit besluit. uitvoering van dit besluit.
Brussel, 11 april 2008. Brussel, 11 april 2008.
De minister-president van de Vlaamse Regering, De minister-president van de Vlaamse Regering,
K. PEETERS K. PEETERS
De Vlaamse minister van Financiën, Begroting en Ruimtelijke Ordening, De Vlaamse minister van Financiën, Begroting en Ruimtelijke Ordening,
D. VAN MECHELEN D. VAN MECHELEN
De Vlaamse minister van Cultuur, Jeugd, Sport en Brussel, De Vlaamse minister van Cultuur, Jeugd, Sport en Brussel,
B. ANCIAUX B. ANCIAUX
^