Besluit van de Vlaamse Regering betreffende het financiële en materiële beheer van de dienst met afzonderlijk beheer Beheersdienst van het kasteeldomein van Gaasbeek | Besluit van de Vlaamse Regering betreffende het financiële en materiële beheer van de dienst met afzonderlijk beheer Beheersdienst van het kasteeldomein van Gaasbeek |
---|---|
VLAAMSE OVERHEID | VLAAMSE OVERHEID |
11 APRIL 2008. - Besluit van de Vlaamse Regering betreffende het | 11 APRIL 2008. - Besluit van de Vlaamse Regering betreffende het |
financiële en materiële beheer van de dienst met afzonderlijk beheer | financiële en materiële beheer van de dienst met afzonderlijk beheer |
Beheersdienst van het kasteeldomein van Gaasbeek | Beheersdienst van het kasteeldomein van Gaasbeek |
De Vlaamse Regering, | De Vlaamse Regering, |
Gelet op de wetten op de Rijkscomptabiliteit, gecoördineerd op 17 juli | Gelet op de wetten op de Rijkscomptabiliteit, gecoördineerd op 17 juli |
1991, inzonderheid op artikel 140; | 1991, inzonderheid op artikel 140; |
Gelet op het decreet van 25 juni 1992 houdende diverse bepalingen tot | Gelet op het decreet van 25 juni 1992 houdende diverse bepalingen tot |
begeleiding van de begroting 1992, inzonderheid op artikel 62, 64 en | begeleiding van de begroting 1992, inzonderheid op artikel 62, 64 en |
65; | 65; |
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 8 juni 1994 | Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 8 juni 1994 |
betreffende het financiële en materiële beheer van de dienst met | betreffende het financiële en materiële beheer van de dienst met |
afzonderlijk beheer "beheersdienst van het kasteeldomein van | afzonderlijk beheer "beheersdienst van het kasteeldomein van |
Gaasbeek", gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 13 | Gaasbeek", gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 13 |
december 2002; | december 2002; |
Gelet op het akkoord van de Vlaamse minister, bevoegd voor de | Gelet op het akkoord van de Vlaamse minister, bevoegd voor de |
financiën en de begrotingen, gegeven op 11 april 2008; | financiën en de begrotingen, gegeven op 11 april 2008; |
Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari | Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari |
1973, inzonderheid op artikel 3, § 1, vervangen bij de wet van 4 juli | 1973, inzonderheid op artikel 3, § 1, vervangen bij de wet van 4 juli |
1989 en gewijzigd bij de wet van 4 augustus 1996; | 1989 en gewijzigd bij de wet van 4 augustus 1996; |
Gelet op de dringende noodzakelijkheid; | Gelet op de dringende noodzakelijkheid; |
Overwegende dat binnen het boekhoudsysteem ORAFIN vanaf 1 januari 2008 | Overwegende dat binnen het boekhoudsysteem ORAFIN vanaf 1 januari 2008 |
nog slechts met één boekhoudorganisatie wordt gewerkt en hierdoor de | nog slechts met één boekhoudorganisatie wordt gewerkt en hierdoor de |
rekenplichtigen van de diensten met afzonderlijk beheer geen eigen | rekenplichtigen van de diensten met afzonderlijk beheer geen eigen |
betalingen meer mogen uitvoeren, dat vanaf deze datum de eigenlijke | betalingen meer mogen uitvoeren, dat vanaf deze datum de eigenlijke |
betalingen gebeuren via de CRU, dat omwille van deze wijzigingen, | betalingen gebeuren via de CRU, dat omwille van deze wijzigingen, |
dringend een nieuwe besluit noodzakelijk is. | dringend een nieuwe besluit noodzakelijk is. |
Overwegende dat de continuïteit van de werking van de Beheersdienst | Overwegende dat de continuïteit van de werking van de Beheersdienst |
van het kasteeldomein van Gaasbeek moet worden verzekerd; | van het kasteeldomein van Gaasbeek moet worden verzekerd; |
Op voorstel van de Vlaamse minister van Cultuur, Jeugd, Sport en | Op voorstel van de Vlaamse minister van Cultuur, Jeugd, Sport en |
Brussel; | Brussel; |
Na beraadslaging, | Na beraadslaging, |
Besluit : | Besluit : |
HOOFDSTUK I. - Inleidende bepalingen | HOOFDSTUK I. - Inleidende bepalingen |
Artikel 1.Dit besluit regelt het financiële en materiële beheer van |
Artikel 1.Dit besluit regelt het financiële en materiële beheer van |
de dienst met afzonderlijkheid beheer Beheersdienst van het | de dienst met afzonderlijkheid beheer Beheersdienst van het |
kasteeldomein van Gaasbeek, hierna het Kasteel van Gaasbeek te noemen. | kasteeldomein van Gaasbeek, hierna het Kasteel van Gaasbeek te noemen. |
De bepalingen over de Rijkscomptabiliteit zijn van toepassing op het | De bepalingen over de Rijkscomptabiliteit zijn van toepassing op het |
Kasteel van Gaasbeek, tenzij in dit besluit anders is bepaald. | Kasteel van Gaasbeek, tenzij in dit besluit anders is bepaald. |
HOOFDSTUK II. - De begroting | HOOFDSTUK II. - De begroting |
Art. 2.Het Kasteel van Gaasbeek maakt jaarlijks een begroting op van |
Art. 2.Het Kasteel van Gaasbeek maakt jaarlijks een begroting op van |
alle ontvangsten en uitgaven volgens de richtlijnen, verstrekt door de | alle ontvangsten en uitgaven volgens de richtlijnen, verstrekt door de |
Vlaamse Regering. Het begrotingsjaar begint op 1 januari en eindigt op | Vlaamse Regering. Het begrotingsjaar begint op 1 januari en eindigt op |
31 december van hetzelfde jaar. | 31 december van hetzelfde jaar. |
Art. 3.De begroting wordt onderverdeeld in twee delen : |
Art. 3.De begroting wordt onderverdeeld in twee delen : |
1° de ontvangsten; | 1° de ontvangsten; |
2° de uitgaven. | 2° de uitgaven. |
Art. 4.De ontvangsten hebben betrekking op : |
Art. 4.De ontvangsten hebben betrekking op : |
1° het overgedragen saldo; | 1° het overgedragen saldo; |
2° de dotatie; zoals ingeschreven op de begroting van de algemene | 2° de dotatie; zoals ingeschreven op de begroting van de algemene |
uitgaven van de Vlaamse Gemeenschap; | uitgaven van de Vlaamse Gemeenschap; |
3° de eigen inkomsten; | 3° de eigen inkomsten; |
4° de schenkingen en de legaten. | 4° de schenkingen en de legaten. |
Art. 5.De uitgavenbegroting wordt opgemaakt volgens het stelsel van |
Art. 5.De uitgavenbegroting wordt opgemaakt volgens het stelsel van |
de gesplitste kredieten en bevat : | de gesplitste kredieten en bevat : |
1° vastleggingskredieten ten belope waarvan sommen kunnen worden | 1° vastleggingskredieten ten belope waarvan sommen kunnen worden |
vastgelegd op grond van verbintenissen die ontstaan of worden gesloten | vastgelegd op grond van verbintenissen die ontstaan of worden gesloten |
tijdens het begrotingsjaar, en voor de recurrente verbintenissen | tijdens het begrotingsjaar, en voor de recurrente verbintenissen |
waarvan de gevolgen zich over meerdere jaren spreiden, ten belope van | waarvan de gevolgen zich over meerdere jaren spreiden, ten belope van |
de tijdens het begrotingsjaar opeisbare sommen; | de tijdens het begrotingsjaar opeisbare sommen; |
2° ordonnanceringskredieten ten belope waarvan tijdens het | 2° ordonnanceringskredieten ten belope waarvan tijdens het |
begrotingsjaar bedragen kunnen worden vereffend op grond van rechten, | begrotingsjaar bedragen kunnen worden vereffend op grond van rechten, |
vastgesteld ter uitvoering van voorafgaandelijk vastgelegde | vastgesteld ter uitvoering van voorafgaandelijk vastgelegde |
verbintenissen. | verbintenissen. |
De ontvangsten en uitgaven moeten kunnen gerapporteerd worden volgens | De ontvangsten en uitgaven moeten kunnen gerapporteerd worden volgens |
het Europees systeem van nationale en regionale rekeningen (ESR). | het Europees systeem van nationale en regionale rekeningen (ESR). |
Art. 6.Het begrotingsontwerp van het Kasteel van Gaasbeek wordt ter |
Art. 6.Het begrotingsontwerp van het Kasteel van Gaasbeek wordt ter |
goedkeuring voorgelegd aan de Vlaamse minister, bevoegd voor de | goedkeuring voorgelegd aan de Vlaamse minister, bevoegd voor de |
culturele aangelegenheden, en wordt toegevoegd aan het ontwerp van | culturele aangelegenheden, en wordt toegevoegd aan het ontwerp van |
decreet houdende de begroting van de algemene uitgaven van de Vlaamse | decreet houdende de begroting van de algemene uitgaven van de Vlaamse |
Gemeenschap. | Gemeenschap. |
Art. 7.De Vlaamse minister, bevoegd voor de culturele |
Art. 7.De Vlaamse minister, bevoegd voor de culturele |
aangelegenheden, kan herverdelingen toestaan met de goedkeuring van de | aangelegenheden, kan herverdelingen toestaan met de goedkeuring van de |
Vlaamse minister, bevoegd voor de financiën en de begrotingen. | Vlaamse minister, bevoegd voor de financiën en de begrotingen. |
HOOFDSTUK III. - Comptabiliteit en aflegging van de rekeningen | HOOFDSTUK III. - Comptabiliteit en aflegging van de rekeningen |
Art. 8.Het afdelingshoofd van de afdeling waaronder het Kasteel van |
Art. 8.Het afdelingshoofd van de afdeling waaronder het Kasteel van |
Gaasbeek ressorteert, stelt een ordonnateur aan. De bevoegdheden en | Gaasbeek ressorteert, stelt een ordonnateur aan. De bevoegdheden en |
verantwoordelijkheden van de ordonnateur worden vastgesteld | verantwoordelijkheden van de ordonnateur worden vastgesteld |
overeenkomstig de regels die gelden voor de diensten van de Vlaamse | overeenkomstig de regels die gelden voor de diensten van de Vlaamse |
Regering. | Regering. |
De ontvangsten en betalingen gebeuren via de centrale financiële | De ontvangsten en betalingen gebeuren via de centrale financiële |
rekening van de Vlaamse Gemeenschap. | rekening van de Vlaamse Gemeenschap. |
Art. 9.Op het einde van ieder kwartaal worden door de ordonnateur een |
Art. 9.Op het einde van ieder kwartaal worden door de ordonnateur een |
staat van ontvangsten en een staat van uitgaven opgemaakt. | staat van ontvangsten en een staat van uitgaven opgemaakt. |
De Vlaamse minister, bevoegd voor de culturele aangelegenheden, legt | De Vlaamse minister, bevoegd voor de culturele aangelegenheden, legt |
die staten aan het Rekenhof voor door bemiddeling van de Vlaamse | die staten aan het Rekenhof voor door bemiddeling van de Vlaamse |
minister, bevoegd voor de financiën en de begrotingen. De | minister, bevoegd voor de financiën en de begrotingen. De |
bewijsstukken worden ter plaatse bewaard. | bewijsstukken worden ter plaatse bewaard. |
Art. 10.Op het einde van ieder jaar stelt de ordonnateur de volgende |
Art. 10.Op het einde van ieder jaar stelt de ordonnateur de volgende |
stukken op : | stukken op : |
1° een uitvoeringsrekening van de begroting; | 1° een uitvoeringsrekening van de begroting; |
2° een staat van activa en passiva. | 2° een staat van activa en passiva. |
Uiterlijk op 31 januari na het jaar waarop ze betrekking hebben, | Uiterlijk op 31 januari na het jaar waarop ze betrekking hebben, |
stuurt de Vlaamse minister, bevoegd voor de culturele aangelegenheden, | stuurt de Vlaamse minister, bevoegd voor de culturele aangelegenheden, |
die rekeningen naar de Vlaamse minister, bevoegd voor de financiën en | die rekeningen naar de Vlaamse minister, bevoegd voor de financiën en |
de begrotingen, die ze voor 31 maart van hetzelfde jaar aan het | de begrotingen, die ze voor 31 maart van hetzelfde jaar aan het |
Rekenhof bezorgt. | Rekenhof bezorgt. |
Art. 11.De uitvoeringsrekening van het Kasteel van Gaasbeek wordt |
Art. 11.De uitvoeringsrekening van het Kasteel van Gaasbeek wordt |
gevoegd bij die van het algemeen bestuur van de Vlaamse Gemeenschap. | gevoegd bij die van het algemeen bestuur van de Vlaamse Gemeenschap. |
Art. 12.Op de begroting van een bepaald jaar worden de volgende |
Art. 12.Op de begroting van een bepaald jaar worden de volgende |
bedragen aangerekend : | bedragen aangerekend : |
1° op het vastleggingskrediet : het bedrag van de verbintenissen, | 1° op het vastleggingskrediet : het bedrag van de verbintenissen, |
aangegaan tijdens het begrotingsjaar overeenkomstig artikel 5; | aangegaan tijdens het begrotingsjaar overeenkomstig artikel 5; |
2° op het ordonnanceringskrediet : de sommen, geordonnanceerd | 2° op het ordonnanceringskrediet : de sommen, geordonnanceerd |
gedurende het begrotingsjaar. | gedurende het begrotingsjaar. |
Art. 13.Er moet een vermogenscomptabiliteit gevoerd worden. Daartoe |
Art. 13.Er moet een vermogenscomptabiliteit gevoerd worden. Daartoe |
wordt onder meer een inventaris van het vermogen opgemaakt | wordt onder meer een inventaris van het vermogen opgemaakt |
overeenkomstig de geldende bepalingen. | overeenkomstig de geldende bepalingen. |
HOOFDSTUK IV. - Beheer | HOOFDSTUK IV. - Beheer |
Art. 14.De ordonnateur is gemachtigd om alle verbintenissen aan te |
Art. 14.De ordonnateur is gemachtigd om alle verbintenissen aan te |
gaan die noodzakelijk zijn voor de culturele en administratieve | gaan die noodzakelijk zijn voor de culturele en administratieve |
werking, met behoud van de toepassing van de reglementaire bepalingen | werking, met behoud van de toepassing van de reglementaire bepalingen |
daarover en afhankelijk van de beschikbare kredieten. | daarover en afhankelijk van de beschikbare kredieten. |
Art. 15.De Vlaamse Regering zorgt voor de werving en bezoldiging van |
Art. 15.De Vlaamse Regering zorgt voor de werving en bezoldiging van |
het statutaire en contractuele personeel, noodzakelijk voor de | het statutaire en contractuele personeel, noodzakelijk voor de |
ondersteuning van de structurele werking van het Kasteel van Gaasbeek. | ondersteuning van de structurele werking van het Kasteel van Gaasbeek. |
Het Kasteel van Gaasbeek zorgt voor de indienstneming en bezoldiging | Het Kasteel van Gaasbeek zorgt voor de indienstneming en bezoldiging |
van aanvullend contractueel personeel met het oog op behoud, beheer, | van aanvullend contractueel personeel met het oog op behoud, beheer, |
onderzoek en ontsluiting, en voor tijdelijke projecten. | onderzoek en ontsluiting, en voor tijdelijke projecten. |
De ordonnateur is gemachtigd om, na de goedkeuring van het bevoegde | De ordonnateur is gemachtigd om, na de goedkeuring van het bevoegde |
afdelingshoofd, arbeidsovereenkomsten te sluiten. | afdelingshoofd, arbeidsovereenkomsten te sluiten. |
Art. 16.Met behoud van de toepassing van de bepalingen van artikel 14 |
Art. 16.Met behoud van de toepassing van de bepalingen van artikel 14 |
en 15 worden de uitgaven - al naargelang de uitgaven veroorzakende | en 15 worden de uitgaven - al naargelang de uitgaven veroorzakende |
rechtshandeling gesteld wordt uit hoofde van het beheer van de | rechtshandeling gesteld wordt uit hoofde van het beheer van de |
diensten algemeen bestuur van de Vlaamse Gemeenschap, of uit hoofde | diensten algemeen bestuur van de Vlaamse Gemeenschap, of uit hoofde |
van het beheer van het Kasteel van Gaasbeek - respectievelijk gedragen | van het beheer van het Kasteel van Gaasbeek - respectievelijk gedragen |
door de begroting van de Vlaamse Gemeenschap of door de begroting van | door de begroting van de Vlaamse Gemeenschap of door de begroting van |
het Kasteel van Gaasbeek. | het Kasteel van Gaasbeek. |
Art. 17.Het bedrag van de uitgaven en het bedrag van de |
Art. 17.Het bedrag van de uitgaven en het bedrag van de |
verbintenissen worden beperkt door het bedrag van de goedgekeurde | verbintenissen worden beperkt door het bedrag van de goedgekeurde |
limitatieve kredieten en door het bedrag van de ontvangsten. | limitatieve kredieten en door het bedrag van de ontvangsten. |
Art. 18.§ 1. Van het saldo dat op het einde van het begrotingsjaar |
Art. 18.§ 1. Van het saldo dat op het einde van het begrotingsjaar |
beschikbaar is, wordt tien procent aangewend voor de vorming van een | beschikbaar is, wordt tien procent aangewend voor de vorming van een |
reservefonds. De Vlaamse minister, bevoegd voor de culturele | reservefonds. De Vlaamse minister, bevoegd voor de culturele |
aangelegenheden, kan met de goedkeuring van de Vlaamse minister, | aangelegenheden, kan met de goedkeuring van de Vlaamse minister, |
bevoegd voor de financiën en de begrotingen, dat percentage aanpassen. | bevoegd voor de financiën en de begrotingen, dat percentage aanpassen. |
Deze reservevorming vindt plaats totdat de middelen van het | Deze reservevorming vindt plaats totdat de middelen van het |
reservefonds tien procent bedragen van het gemiddelde van de uitgaven | reservefonds tien procent bedragen van het gemiddelde van de uitgaven |
van de drie voorgaande begrotingsjaren, tenzij dat bedrag wordt | van de drie voorgaande begrotingsjaren, tenzij dat bedrag wordt |
gewijzigd op voorstel van de Vlaamse minister, bevoegd voor de | gewijzigd op voorstel van de Vlaamse minister, bevoegd voor de |
culturele aangelegenheden, en met het akkoord van de Vlaamse minister, | culturele aangelegenheden, en met het akkoord van de Vlaamse minister, |
bevoegd voor de financiën en de begrotingen. | bevoegd voor de financiën en de begrotingen. |
Onder beschikbaar saldo op het einde van het begrotingsjaar wordt | Onder beschikbaar saldo op het einde van het begrotingsjaar wordt |
verstaan : het begrotingssaldo, namelijk het verschil tussen de | verstaan : het begrotingssaldo, namelijk het verschil tussen de |
aangerekende inkomsten en de aangerekende uitgaven van het boekjaar, | aangerekende inkomsten en de aangerekende uitgaven van het boekjaar, |
vermeerderd met de openstaande vastgestelde rechten, verminderd met de | vermeerderd met de openstaande vastgestelde rechten, verminderd met de |
openstaande vastleggingen (of over te dragen verbintenissen). | openstaande vastleggingen (of over te dragen verbintenissen). |
Op het einde van het begrotingsjaar worden de volgende bedragen | Op het einde van het begrotingsjaar worden de volgende bedragen |
overgedragen : | overgedragen : |
1° het gedeelte van het begrotingssaldo dat beschikbaar is na de | 1° het gedeelte van het begrotingssaldo dat beschikbaar is na de |
vorming van het reservefonds; | vorming van het reservefonds; |
2° de vastgestelde rechten; | 2° de vastgestelde rechten; |
3° de nog openstaande verbintenissen. | 3° de nog openstaande verbintenissen. |
§ 2. De middelen van het reservefonds kunnen met de goedkeuring van de | § 2. De middelen van het reservefonds kunnen met de goedkeuring van de |
Vlaamse minister, bevoegd voor de culturele aangelegenheden, of zijn | Vlaamse minister, bevoegd voor de culturele aangelegenheden, of zijn |
gemachtigde en met de goedkeuring van de Vlaamse minister, bevoegd | gemachtigde en met de goedkeuring van de Vlaamse minister, bevoegd |
voor de financiën en de begrotingen, aangewend worden om uitgaven te | voor de financiën en de begrotingen, aangewend worden om uitgaven te |
dekken die voortvloeien uit onvoorzienbare omstandigheden of uit | dekken die voortvloeien uit onvoorzienbare omstandigheden of uit |
specifieke doelstellingen van het Kasteel van Gaasbeek. | specifieke doelstellingen van het Kasteel van Gaasbeek. |
Art. 19.Bij het begin van het jaar mag het begrotingssaldo gebruikt |
Art. 19.Bij het begin van het jaar mag het begrotingssaldo gebruikt |
worden dat beschikbaar was op het einde van het vorige jaar na vorming | worden dat beschikbaar was op het einde van het vorige jaar na vorming |
van het reservefonds. | van het reservefonds. |
Art. 20.De ordonnateur bepaalt de tarieven voor het entreegeld voor |
Art. 20.De ordonnateur bepaalt de tarieven voor het entreegeld voor |
het Kasteel van Gaasbeek, de verkoopprijs van reproducties en | het Kasteel van Gaasbeek, de verkoopprijs van reproducties en |
publicaties, het entreegeld voor voorstellingen, exposities, lezingen, | publicaties, het entreegeld voor voorstellingen, exposities, lezingen, |
en andere tarieven. | en andere tarieven. |
Art. 21.§ 1 De rekenplichtige van de Vlaamse Gemeenschap is belast |
Art. 21.§ 1 De rekenplichtige van de Vlaamse Gemeenschap is belast |
met het behandelen en bewaren van de waarden. | met het behandelen en bewaren van de waarden. |
§ 2 De ordonnateur is belast met : | § 2 De ordonnateur is belast met : |
1° de stukken, vermeld in artikel 9 en 10, op te stellen en te | 1° de stukken, vermeld in artikel 9 en 10, op te stellen en te |
bewaren; | bewaren; |
2° de inventaris van het vermogen en van de vermogenscomptabiliteit | 2° de inventaris van het vermogen en van de vermogenscomptabiliteit |
bij te houden. | bij te houden. |
Art. 22.De bij dit besluit verleende delegaties aan de ordonnateur |
Art. 22.De bij dit besluit verleende delegaties aan de ordonnateur |
worden tevens verleend aan het personeelslid dat de ordonnateur | worden tevens verleend aan het personeelslid dat de ordonnateur |
vervangt bij tijdelijke afwezigheid of verhindering. In geval van | vervangt bij tijdelijke afwezigheid of verhindering. In geval van |
tijdelijke afwezigheid of verhindering plaatst het betrokken | tijdelijke afwezigheid of verhindering plaatst het betrokken |
personeelslid, boven de vermelding van zijn graad en zijn | personeelslid, boven de vermelding van zijn graad en zijn |
handtekening, de formule "voor de ordonnateur, afwezig". Het | handtekening, de formule "voor de ordonnateur, afwezig". Het |
personeelslid wordt aangewezen door de ordonnateur. | personeelslid wordt aangewezen door de ordonnateur. |
HOOFDSTUK V. - Controle | HOOFDSTUK V. - Controle |
Art. 23.Het Rekenhof en het intern verzelfstandigd agentschap |
Art. 23.Het Rekenhof en het intern verzelfstandigd agentschap |
Centrale Accounting kunnen de rekeningen ter plaatse controleren. Ze | Centrale Accounting kunnen de rekeningen ter plaatse controleren. Ze |
mogen zich op elk moment alle bewijsstukken, staten, inlichtingen of | mogen zich op elk moment alle bewijsstukken, staten, inlichtingen of |
toelichtingen laten verstrekken over de ontvangsten, de uitgaven, de | toelichtingen laten verstrekken over de ontvangsten, de uitgaven, de |
activa en de schulden. | activa en de schulden. |
De uitgaven worden vereffend en betaald zonder interventie van het | De uitgaven worden vereffend en betaald zonder interventie van het |
Rekenhof en de controleur van de vastleggingen. | Rekenhof en de controleur van de vastleggingen. |
HOOFDSTUK VI. - Slotbepalingen | HOOFDSTUK VI. - Slotbepalingen |
Art. 24.Het besluit van de Vlaamse Regering van 8 juni 1994 |
Art. 24.Het besluit van de Vlaamse Regering van 8 juni 1994 |
betreffende het financiële en materiële beheer van de dienst met | betreffende het financiële en materiële beheer van de dienst met |
afzonderlijk beheer Beheersdienst van het kasteeldomein van Gaasbeek, | afzonderlijk beheer Beheersdienst van het kasteeldomein van Gaasbeek, |
gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 13 december | gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 13 december |
2002, wordt opgeheven. | 2002, wordt opgeheven. |
Art. 25.Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2008. |
Art. 25.Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2008. |
Art. 26.De Vlaamse minister, bevoegd voor de Financiën en de |
Art. 26.De Vlaamse minister, bevoegd voor de Financiën en de |
Begrotingen en de Vlaamse minister, bevoegd voor de Culturele | Begrotingen en de Vlaamse minister, bevoegd voor de Culturele |
Aangelegenheden, zijn, ieder wat hem of haar betreft, belast met de | Aangelegenheden, zijn, ieder wat hem of haar betreft, belast met de |
uitvoering van dit besluit. | uitvoering van dit besluit. |
Brussel, 11 april 2008. | Brussel, 11 april 2008. |
De minister-president van de Vlaamse Regering, | De minister-president van de Vlaamse Regering, |
K. PEETERS | K. PEETERS |
De Vlaamse minister van Financiën, Begroting en Ruimtelijke Ordening, | De Vlaamse minister van Financiën, Begroting en Ruimtelijke Ordening, |
D. VAN MECHELEN | D. VAN MECHELEN |
De Vlaamse minister van Cultuur, Jeugd, Sport en Brussel, | De Vlaamse minister van Cultuur, Jeugd, Sport en Brussel, |
B. ANCIAUX | B. ANCIAUX |