Besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap betreffende de steun voor promotie | Besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap betreffende de steun voor promotie |
---|---|
MINISTERIE VAN DE FRANSE GEMEENSCHAP | MINISTERIE VAN DE FRANSE GEMEENSCHAP |
29 MAART 2012. - Besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap | 29 MAART 2012. - Besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap |
betreffende de steun voor promotie | betreffende de steun voor promotie |
De Regering van de Franse Gemeenschap, | De Regering van de Franse Gemeenschap, |
Gelet op het decreet van 10 november 2011 betreffende de ondersteuning | Gelet op het decreet van 10 november 2011 betreffende de ondersteuning |
van de filmsector en de audiovisuele creatie, inzonderheid op de | van de filmsector en de audiovisuele creatie, inzonderheid op de |
artikelen 4, 30, 1° en 3°, 33, 35, 36, 38, 39 § 3, 2°, 42, 43 en 44; | artikelen 4, 30, 1° en 3°, 33, 35, 36, 38, 39 § 3, 2°, 42, 43 en 44; |
Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 18 | Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 18 |
november 2011; | november 2011; |
Gelet op de akkoordbevinding van de Minister van Begroting van 1 | Gelet op de akkoordbevinding van de Minister van Begroting van 1 |
december 2011; | december 2011; |
Gelet op het advies 50.815/4 van de Raad van State, gegeven op 31 | Gelet op het advies 50.815/4 van de Raad van State, gegeven op 31 |
januari 2012, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1° van | januari 2012, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1° van |
de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; | de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; |
Op de voordracht van de Minister van Cultuur, Audiovisuele Sector, | Op de voordracht van de Minister van Cultuur, Audiovisuele Sector, |
Gezondheid en Gelijke Kansen; | Gezondheid en Gelijke Kansen; |
Na beraadslaging, | Na beraadslaging, |
Besluit : | Besluit : |
HOOFDSTUK I. - In aanmerking komende uitgaven | HOOFDSTUK I. - In aanmerking komende uitgaven |
Artikel 1.De lijst van de in aanmerking komende uitgaven bedoeld in |
Artikel 1.De lijst van de in aanmerking komende uitgaven bedoeld in |
de artikelen 36, derde lid, en 44, tweede lid, van het decreet van 10 | de artikelen 36, derde lid, en 44, tweede lid, van het decreet van 10 |
november 2011 betreffende de ondersteuning van de filmsector en de | november 2011 betreffende de ondersteuning van de filmsector en de |
audiovisuele creatie, hierna « het decreet genoemd », wordt in bijlage | audiovisuele creatie, hierna « het decreet genoemd », wordt in bijlage |
1 vermeld. | 1 vermeld. |
HOOFDSTUK II. - Steun voor de promotie van korte films en documentaire | HOOFDSTUK II. - Steun voor de promotie van korte films en documentaire |
televisuele eenheidswerken | televisuele eenheidswerken |
Art. 2.Om de in dit hoofdstuk bedoelde steun te kunnen genieten, met |
Art. 2.Om de in dit hoofdstuk bedoelde steun te kunnen genieten, met |
uitzondering van de steun bedoeld in artikel 4, § 1, tweede lid, moet | uitzondering van de steun bedoeld in artikel 4, § 1, tweede lid, moet |
het audiovisuele werk worden geselecteerd in een festival dat behoort | het audiovisuele werk worden geselecteerd in een festival dat behoort |
tot de lijst vermeld in bijlage 2, voor de korte audiovisuele werken, | tot de lijst vermeld in bijlage 2, voor de korte audiovisuele werken, |
en in bijlage 3, voor de documentaire televisuele eenheidswerken. | en in bijlage 3, voor de documentaire televisuele eenheidswerken. |
Bij uitbreiding, kan een documentair televisueel eenheidswerk dat | Bij uitbreiding, kan een documentair televisueel eenheidswerk dat |
wordt vertoond in de bioscoopzalen gelegen op het grondgebied van het | wordt vertoond in de bioscoopzalen gelegen op het grondgebied van het |
Franse taalgebied of van het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad | Franse taalgebied of van het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad |
overeenkomstig de voorwaarden bedoeld in artikel 8, ook in aanmerking | overeenkomstig de voorwaarden bedoeld in artikel 8, ook in aanmerking |
komen voor de steun bedoeld in dit hoofdstuk. | komen voor de steun bedoeld in dit hoofdstuk. |
Art. 3.De aanvraag om steun bedoeld in artikel 4, § 1, eerste lid, en |
Art. 3.De aanvraag om steun bedoeld in artikel 4, § 1, eerste lid, en |
§ 2, moet door de producent worden ingediend ten vroegste op de dag | § 2, moet door de producent worden ingediend ten vroegste op de dag |
van de selectie van het audiovisuele werk in een festival, en, | van de selectie van het audiovisuele werk in een festival, en, |
uiterlijk, drie jaar na de eerste dag van de filmopname. | uiterlijk, drie jaar na de eerste dag van de filmopname. |
De aanvraag om steun bedoeld in artikel 4, § 1, tweede lid, moet door | De aanvraag om steun bedoeld in artikel 4, § 1, tweede lid, moet door |
de producent worden ingediend ten vroegste op de dag waarop het | de producent worden ingediend ten vroegste op de dag waarop het |
audiovisuele werk beëindigd is, en, uiterlijk, drie jaar na de eerste | audiovisuele werk beëindigd is, en, uiterlijk, drie jaar na de eerste |
dag van de filmopname. | dag van de filmopname. |
Art. 4.§ 1. Als het audiovisuele werk een steun voor productie vóór |
Art. 4.§ 1. Als het audiovisuele werk een steun voor productie vóór |
het begin van de opname zoals bedoeld in hoofdstuk IV van titel IV van | het begin van de opname zoals bedoeld in hoofdstuk IV van titel IV van |
het decreet, heeft genoten ten bedrage van : | het decreet, heeft genoten ten bedrage van : |
1° 40.000 euro of meer voor een documentair televisueel eenheidswerk, | 1° 40.000 euro of meer voor een documentair televisueel eenheidswerk, |
is de steun voor promotie gelijk aan honderd procent van de in | is de steun voor promotie gelijk aan honderd procent van de in |
aanmerking komende uitgaven, met een maximum van 4.000 euro; | aanmerking komende uitgaven, met een maximum van 4.000 euro; |
2° 25.000 euro of meer voor een kort audiovisueel werk, is de steun | 2° 25.000 euro of meer voor een kort audiovisueel werk, is de steun |
voor promotie gelijk aan honderd procent van de in aanmerking komende | voor promotie gelijk aan honderd procent van de in aanmerking komende |
uitgaven, met een maximum van 4.000 euro. | uitgaven, met een maximum van 4.000 euro. |
Er kan een voorschot voor de steun voor promotie ten bedrage van 1.000 | Er kan een voorschot voor de steun voor promotie ten bedrage van 1.000 |
euro, overeenstemmend met honderd procent van de in aanmerking komende | euro, overeenstemmend met honderd procent van de in aanmerking komende |
uitgaven, aan de producent van het audiovisuele werk worden toegekend, | uitgaven, aan de producent van het audiovisuele werk worden toegekend, |
op voorwaarde dat hij een dvd-kopie van het audiovisuele werk bij zijn | op voorwaarde dat hij een dvd-kopie van het audiovisuele werk bij zijn |
aanvraag voegt. | aanvraag voegt. |
§ 2. Als het audiovisuele werk geen steun voor productie vóór het | § 2. Als het audiovisuele werk geen steun voor productie vóór het |
begin van de filmopname heeft genoten zoals bedoeld in hoofdstuk IV | begin van de filmopname heeft genoten zoals bedoeld in hoofdstuk IV |
van titel IV van het decreet en als dat werk het minimumaantal punten | van titel IV van het decreet en als dat werk het minimumaantal punten |
krijgt zoals bepaald in de puntenroosters die in de bijlagen 4 tot 6 | krijgt zoals bepaald in de puntenroosters die in de bijlagen 4 tot 6 |
voorkomen, is de steun voor promotie gelijk aan honderd procent van de | voorkomen, is de steun voor promotie gelijk aan honderd procent van de |
in aanmerking komende uitgaven, met een maximum van 4.000 euro. | in aanmerking komende uitgaven, met een maximum van 4.000 euro. |
HOOFDSTUK III. - Steun voor promotie van lange films | HOOFDSTUK III. - Steun voor promotie van lange films |
Afdeling 1. - Steun voor de opname | Afdeling 1. - Steun voor de opname |
Art. 5.De aanvraag om steun voor opname moet door de producent worden |
Art. 5.De aanvraag om steun voor opname moet door de producent worden |
ingediend ten vroegste op de dag waarop hij de definitieve erkenning | ingediend ten vroegste op de dag waarop hij de definitieve erkenning |
krijgt of op de eerste dag van de opname, uiterlijk drie maanden na de | krijgt of op de eerste dag van de opname, uiterlijk drie maanden na de |
laatste opnamedag. | laatste opnamedag. |
Art. 6.Als het audiovisuele werk een steun voor productie vóór het |
Art. 6.Als het audiovisuele werk een steun voor productie vóór het |
begin van de filmopname, zoals bedoeld in hoofdstuk IV van titel IV | begin van de filmopname, zoals bedoeld in hoofdstuk IV van titel IV |
van het decreet, heeft genoten ten bedrage van : | van het decreet, heeft genoten ten bedrage van : |
1° 200.000 euro of meer voor een audiovisueel fictiewerk, is de steun | 1° 200.000 euro of meer voor een audiovisueel fictiewerk, is de steun |
voor opname gelijk aan vijftig procent van de in aanmerking komende | voor opname gelijk aan vijftig procent van de in aanmerking komende |
uitgaven, met een maximum van 10.000 euro; | uitgaven, met een maximum van 10.000 euro; |
2° 75.000 euro of meer voor een documentair audiovisueel werk, is de | 2° 75.000 euro of meer voor een documentair audiovisueel werk, is de |
steun voor opname gelijk aan vijftig procent van de in aanmerking | steun voor opname gelijk aan vijftig procent van de in aanmerking |
komende uitgaven, met een maximum van 10.000 euro. | komende uitgaven, met een maximum van 10.000 euro. |
Afdeling II. - Steun bij de selectie tijdens een festival of bij de | Afdeling II. - Steun bij de selectie tijdens een festival of bij de |
vertoning in zalen | vertoning in zalen |
Art. 7.De aanvraag om steun bij de selectie tijdens een festival of |
Art. 7.De aanvraag om steun bij de selectie tijdens een festival of |
bij de vertoning in zalen moet door de producent worden ingediend ten | bij de vertoning in zalen moet door de producent worden ingediend ten |
vroegste op de dag waarop het audiovisuele werk voor de eerste keer in | vroegste op de dag waarop het audiovisuele werk voor de eerste keer in |
zalen wordt vertoond of bij de selectie van het audiovisuele werk in | zalen wordt vertoond of bij de selectie van het audiovisuele werk in |
een festival, en uiterlijk, drie jaar na de eerste dag van de | een festival, en uiterlijk, drie jaar na de eerste dag van de |
filmopnane. | filmopnane. |
De termijn van drie jaar bedoeld in het eerste lid wordt met twee jaar | De termijn van drie jaar bedoeld in het eerste lid wordt met twee jaar |
verlengd voor de lange animatiewerken. | verlengd voor de lange animatiewerken. |
Art. 8.Om voor de steun bij de vertoning in zalen in aanmerking te |
Art. 8.Om voor de steun bij de vertoning in zalen in aanmerking te |
kunnen komen, moeten de audiovisuele werken waarvoor een steun voor | kunnen komen, moeten de audiovisuele werken waarvoor een steun voor |
productie, zoals bedoeld in hoofdstuk IV van titel IV van het decreet, | productie, zoals bedoeld in hoofdstuk IV van titel IV van het decreet, |
werd toegekend, worden vertoond in een minimum van drie bioscoopzalen | werd toegekend, worden vertoond in een minimum van drie bioscoopzalen |
die gelegen zijn op het grondgebied van het Franse taalgebied of van | die gelegen zijn op het grondgebied van het Franse taalgebied of van |
het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad, met een minimum van | het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad, met een minimum van |
vierentwintig filmvertoningen gedurende de eerste exploitatieweek. | vierentwintig filmvertoningen gedurende de eerste exploitatieweek. |
Om voor de steun bij de vertoning in zalen in aanmerking te kunnen | Om voor de steun bij de vertoning in zalen in aanmerking te kunnen |
komen, moeten de audiovisuele werken waarvoor geen steun voor | komen, moeten de audiovisuele werken waarvoor geen steun voor |
productie, zoals bedoeld in hoofdstuk IV van titel IV van het decreet, | productie, zoals bedoeld in hoofdstuk IV van titel IV van het decreet, |
werd toegekend, worden vertoond in een minimum van drie bioscoopzalen | werd toegekend, worden vertoond in een minimum van drie bioscoopzalen |
die gelegen zijn op het grondgebied van het Franse taalgebied of van | die gelegen zijn op het grondgebied van het Franse taalgebied of van |
het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad, met een minimum van | het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad, met een minimum van |
tweeënveertig filmvertoningen gedurende de eerste exploitatieweek. | tweeënveertig filmvertoningen gedurende de eerste exploitatieweek. |
Voor de bioscoopzalen waarvan de programmatieperiode niet wekelijks | Voor de bioscoopzalen waarvan de programmatieperiode niet wekelijks |
is, bedraagt de exploitatieduur bedoeld in het eerste lid en in het | is, bedraagt de exploitatieduur bedoeld in het eerste lid en in het |
tweede lid zes weken. | tweede lid zes weken. |
Onder filmvertoning wordt elk programma verstaan waarvoor een kasboek | Onder filmvertoning wordt elk programma verstaan waarvoor een kasboek |
werd ingevuld en verzonden overeenkomstig artikel 5 van het | werd ingevuld en verzonden overeenkomstig artikel 5 van het |
ministerieel besluit van 6 februari 1979 betreffende de controle op de | ministerieel besluit van 6 februari 1979 betreffende de controle op de |
door de bioscoopondernemers geïnde ontvangsten. | door de bioscoopondernemers geïnde ontvangsten. |
Art. 9.§ 1. Indien het audiovisuele werk dat aan de voorwaarden van |
Art. 9.§ 1. Indien het audiovisuele werk dat aan de voorwaarden van |
artikel 8, eerste lid, voldoet, een steun voor productie vóór het | artikel 8, eerste lid, voldoet, een steun voor productie vóór het |
begin van de opnamen, zoals bedoeld in hoofdstuk IV van titel IV van | begin van de opnamen, zoals bedoeld in hoofdstuk IV van titel IV van |
het decreet, heeft genoten ten bedrage van : | het decreet, heeft genoten ten bedrage van : |
1° 200.000 euro of meer voor een audiovisueel fictiewerk, is de steun | 1° 200.000 euro of meer voor een audiovisueel fictiewerk, is de steun |
bij de vertoning in zalen, onder voorbehoud van de toepassing van | bij de vertoning in zalen, onder voorbehoud van de toepassing van |
artikel 11, gelijk aan een maximum van 40.000 euro, verdeeld als volgt | artikel 11, gelijk aan een maximum van 40.000 euro, verdeeld als volgt |
: | : |
- honderd procent van de in aanmerking komende uitgaven, met een | - honderd procent van de in aanmerking komende uitgaven, met een |
maximum van 5.000 euro; | maximum van 5.000 euro; |
- en/of vijftig procent van de in aanmerking komende uitgaven met een | - en/of vijftig procent van de in aanmerking komende uitgaven met een |
maximum van 35.000 euro; | maximum van 35.000 euro; |
2° minder dan 200.000 euro voor een audiovisueel fictiewerk, is de | 2° minder dan 200.000 euro voor een audiovisueel fictiewerk, is de |
steun voor de vertoning in zalen, onder voorbehoud van de toepassing | steun voor de vertoning in zalen, onder voorbehoud van de toepassing |
van artikel 11, gelijk aan een maximum van 7.500 euro, verdeeld als | van artikel 11, gelijk aan een maximum van 7.500 euro, verdeeld als |
volgt : | volgt : |
- honderd procent van de in aanmerking komende uitgaven, met een | - honderd procent van de in aanmerking komende uitgaven, met een |
maximum van 5.000 euro; | maximum van 5.000 euro; |
- en/of vijftig procent in aanmerking komende uitgaven, met een | - en/of vijftig procent in aanmerking komende uitgaven, met een |
maximum van 2.500 euro; | maximum van 2.500 euro; |
3° 75.000 euro of meer voor een documentair audiovisueel werk, is de | 3° 75.000 euro of meer voor een documentair audiovisueel werk, is de |
steun bij de vertoning in zalen, onder voorbehoud van de toepassing | steun bij de vertoning in zalen, onder voorbehoud van de toepassing |
van artikel 11, gelijk aan een maximum van 40.000 euro, verdeeld als | van artikel 11, gelijk aan een maximum van 40.000 euro, verdeeld als |
volgt : | volgt : |
- honderd procent van de in aanmerking komende uitgaven, met een | - honderd procent van de in aanmerking komende uitgaven, met een |
maximum van 5.000 euro; | maximum van 5.000 euro; |
- en/of vijftig procent van de in aanmerking komende uitgaven, met een | - en/of vijftig procent van de in aanmerking komende uitgaven, met een |
maximum van 35.000 euro; | maximum van 35.000 euro; |
4° minder dan 75.000 euro voor een documentair audiovisueel werk, is | 4° minder dan 75.000 euro voor een documentair audiovisueel werk, is |
de steun voor de vertoning in zalen, onder voorbehoud van de | de steun voor de vertoning in zalen, onder voorbehoud van de |
toepassing van artikel 11, gelijk aan een maximum van 7.500 euro, | toepassing van artikel 11, gelijk aan een maximum van 7.500 euro, |
verdeeld als volgt : | verdeeld als volgt : |
- honderd procent van de in aanmerking komende uitgaven, met een | - honderd procent van de in aanmerking komende uitgaven, met een |
maximum van 5.000 euro; | maximum van 5.000 euro; |
- en/of vijftig procent in aanmerking komende uitgaven met een maximum | - en/of vijftig procent in aanmerking komende uitgaven met een maximum |
van 2.500 euro. | van 2.500 euro. |
§ 2. Indien het audiovisuele fictie- of documentaire werk dat aan de | § 2. Indien het audiovisuele fictie- of documentaire werk dat aan de |
voorwaarden van artikel 8, eerste lid, voldoet, een steun voor | voorwaarden van artikel 8, eerste lid, voldoet, een steun voor |
productie na het begin van de opnamen, zoals bedoeld in hoofdstuk IV | productie na het begin van de opnamen, zoals bedoeld in hoofdstuk IV |
van titel IV van het decreet, heeft genoten, is de steun bij de | van titel IV van het decreet, heeft genoten, is de steun bij de |
vertoning in zalen, onder voorbehoud van de toepassing van artikel 11, | vertoning in zalen, onder voorbehoud van de toepassing van artikel 11, |
gelijk aan een maximum van 40.000 euro, verdeeld als volgt : | gelijk aan een maximum van 40.000 euro, verdeeld als volgt : |
- honderd procent van de in aanmerking komende uitgaven, met een | - honderd procent van de in aanmerking komende uitgaven, met een |
maximum van 5.000 euro; | maximum van 5.000 euro; |
- en/of vijftig procent van de in aanmerking komende uitgaven met een | - en/of vijftig procent van de in aanmerking komende uitgaven met een |
maximum van 35.000 euro; | maximum van 35.000 euro; |
§ 3. Indien het audiovisuele werk dat aan de voorwaarden van artikel | § 3. Indien het audiovisuele werk dat aan de voorwaarden van artikel |
8, tweede lid, voldoet, geen steun voor productie vóór het begin van | 8, tweede lid, voldoet, geen steun voor productie vóór het begin van |
de opnamen, zoals bedoeld in hoofdstuk IV van titel IV van het | de opnamen, zoals bedoeld in hoofdstuk IV van titel IV van het |
decreet, heeft genoten, en de minimumaantallen punten heeft behaald | decreet, heeft genoten, en de minimumaantallen punten heeft behaald |
die bepaald zijn in de puntenroosters vastgesteld in de bijlagen 4 tot | die bepaald zijn in de puntenroosters vastgesteld in de bijlagen 4 tot |
6, is de steun bij de vertoning in zalen, onder voorbehoud van de | 6, is de steun bij de vertoning in zalen, onder voorbehoud van de |
toepassing van artikel 11, gelijk aan een maximum van 40.000 euro, | toepassing van artikel 11, gelijk aan een maximum van 40.000 euro, |
verdeeld als volgt : | verdeeld als volgt : |
- honderd procent van de in aanmerking komende uitgaven, met een | - honderd procent van de in aanmerking komende uitgaven, met een |
maximum van 5.000 euro; | maximum van 5.000 euro; |
- en/of vijftig procent van de in aanmerking komende uitgaven met een | - en/of vijftig procent van de in aanmerking komende uitgaven met een |
maximum van 35.000 euro. | maximum van 35.000 euro. |
Art. 10.§ 1. Om een steun bij de selectie tijdens een festival te |
Art. 10.§ 1. Om een steun bij de selectie tijdens een festival te |
kunnen genieten, moet het audiovisuele werk worden geselecteerd in een | kunnen genieten, moet het audiovisuele werk worden geselecteerd in een |
festival dat deel uitmaakt van de lijst vermeld in bijlage 7. | festival dat deel uitmaakt van de lijst vermeld in bijlage 7. |
§ 2. Als het audiovisuele werk dat in festivals wordt geselecteerd een | § 2. Als het audiovisuele werk dat in festivals wordt geselecteerd een |
steun voor productie vóór het begin van de filmopnamen zoals bedoeld | steun voor productie vóór het begin van de filmopnamen zoals bedoeld |
in hoofdstuk IV van titel IV van het decreet heeft genoten ten bedrage | in hoofdstuk IV van titel IV van het decreet heeft genoten ten bedrage |
van : | van : |
1° 200.000 euro of meer voor een audiovisueel fictiewerk, is de steun | 1° 200.000 euro of meer voor een audiovisueel fictiewerk, is de steun |
bij de selectie in festivals gelijk aan vijftig procent van de in | bij de selectie in festivals gelijk aan vijftig procent van de in |
aanmerking komende uitgaven met een maximum van 35.000 euro, onder | aanmerking komende uitgaven met een maximum van 35.000 euro, onder |
voorbehoud van de toepassing van artikel 11; | voorbehoud van de toepassing van artikel 11; |
2° 75.000 euro of meer voor een documentair audiovisueel werk, is de | 2° 75.000 euro of meer voor een documentair audiovisueel werk, is de |
steun bij de selectie in festivals, gelijk aan vijftig procent van de | steun bij de selectie in festivals, gelijk aan vijftig procent van de |
in aanmerking komende uitgaven met een maximum van 35.000 euro, onder | in aanmerking komende uitgaven met een maximum van 35.000 euro, onder |
voorbehoud van de toepassing van artikel 11. | voorbehoud van de toepassing van artikel 11. |
§ 3. Indien het audiovisuele werk dat in festivals werd geselecteerd, | § 3. Indien het audiovisuele werk dat in festivals werd geselecteerd, |
geen steun voor productie vóór het begin van de opnamen, zoals bedoeld | geen steun voor productie vóór het begin van de opnamen, zoals bedoeld |
in hoofdstuk IV van titel IV van het decreet, heeft genoten, en de | in hoofdstuk IV van titel IV van het decreet, heeft genoten, en de |
minimumaantallen punten heeft behaald die bepaald zijn in de | minimumaantallen punten heeft behaald die bepaald zijn in de |
puntenroosters vastgesteld in de bijlagen 4 tot 6, is de steun bij de | puntenroosters vastgesteld in de bijlagen 4 tot 6, is de steun bij de |
selectie in festivals, gelijk aan vijftig procent van de in aanmerking | selectie in festivals, gelijk aan vijftig procent van de in aanmerking |
komende uitgaven met een maximum van 35.000 euro. | komende uitgaven met een maximum van 35.000 euro. |
Art. 11.Het totale maximumbedrag van de steun verleend krachtens de |
Art. 11.Het totale maximumbedrag van de steun verleend krachtens de |
artikelen 9 en 10 is 40.000 euro. | artikelen 9 en 10 is 40.000 euro. |
Art. 12.De steun wordt toegekend aan de producent die dit aanvraagt. |
Art. 12.De steun wordt toegekend aan de producent die dit aanvraagt. |
In afwijking van het eerste lid, kan de producent het geheel of een | In afwijking van het eerste lid, kan de producent het geheel of een |
deel van het bedrag van de aan de verdeler van het audiovisuele werk | deel van het bedrag van de aan de verdeler van het audiovisuele werk |
toegekende steun overdragen. | toegekende steun overdragen. |
De producent moet de diensten van de Regering het bedrag van die | De producent moet de diensten van de Regering het bedrag van die |
overdracht uiterlijk bij de indiening van zijn aanvraag schriftelijk | overdracht uiterlijk bij de indiening van zijn aanvraag schriftelijk |
meedelen. | meedelen. |
HOOFDSTUK IV. - Indexering en uitbetaling | HOOFDSTUK IV. - Indexering en uitbetaling |
Art. 13.Vanaf 2013, worden de in de artikelen 4, 6, 9, 10 en 11 |
Art. 13.Vanaf 2013, worden de in de artikelen 4, 6, 9, 10 en 11 |
bepaalde bedragen jaarlijks, in januari, geïndexeerd, op grond van het | bepaalde bedragen jaarlijks, in januari, geïndexeerd, op grond van het |
indexcijfer van de consumptieprijzen zoals bepaald door de wet van 2 | indexcijfer van de consumptieprijzen zoals bepaald door de wet van 2 |
augustus 1971 houdende inrichting van een stelsel waarbij de wedden, | augustus 1971 houdende inrichting van een stelsel waarbij de wedden, |
lonen, pensioenen, toelagen en tegemoetkomingen ten laste van de | lonen, pensioenen, toelagen en tegemoetkomingen ten laste van de |
openbare schatkist, sommige sociale uitkeringen, de | openbare schatkist, sommige sociale uitkeringen, de |
bezoldigingsgrenzen waarmee rekening dient gehouden bij de berekening | bezoldigingsgrenzen waarmee rekening dient gehouden bij de berekening |
van sommige bijdragen van de sociale zekerheid der arbeiders, alsmede | van sommige bijdragen van de sociale zekerheid der arbeiders, alsmede |
de verplichtingen op sociaal gebied opgelegd aan de zelfstandigen, aan | de verplichtingen op sociaal gebied opgelegd aan de zelfstandigen, aan |
het indexcijfer van de consumptieprijzen worden gekoppeld, volgens de | het indexcijfer van de consumptieprijzen worden gekoppeld, volgens de |
volgende formule : | volgende formule : |
bedrag jaar N = bedrag jaar N-1 x indexcijfer december jaar N-1/index | bedrag jaar N = bedrag jaar N-1 x indexcijfer december jaar N-1/index |
december jaar N-2 | december jaar N-2 |
Art. 14.De steun bedoeld in de hoofdstukken II en III worden in twee |
Art. 14.De steun bedoeld in de hoofdstukken II en III worden in twee |
schijven uitbetaald : | schijven uitbetaald : |
1° een eerste schijf van vijftig procent op overlegging van een | 1° een eerste schijf van vijftig procent op overlegging van een |
aangifte van schuldvordering die door het Centrum voor de Film en de | aangifte van schuldvordering die door het Centrum voor de Film en de |
Audiovisuele Sector wordt goedgekeurd; | Audiovisuele Sector wordt goedgekeurd; |
2° een tweede schijf van vijftig procent op overlegging van een | 2° een tweede schijf van vijftig procent op overlegging van een |
aangifte van schuldvordering en de bewijsstukken die het bewijs | aangifte van schuldvordering en de bewijsstukken die het bewijs |
leveren van de in aanmerking komende uitgaven bedoeld in bijlage 1. | leveren van de in aanmerking komende uitgaven bedoeld in bijlage 1. |
HOOFDSTUK V. - Vermelding van de Franse Gemeenschap op elk document | HOOFDSTUK V. - Vermelding van de Franse Gemeenschap op elk document |
betreffende de promotie van de ondersteunde audiovisuele werken | betreffende de promotie van de ondersteunde audiovisuele werken |
Art. 15.De vermelding « geproduceerd met de steun van het Centrum |
Art. 15.De vermelding « geproduceerd met de steun van het Centrum |
voor de Film en de Audiovisuele Sector van de Federatie | voor de Film en de Audiovisuele Sector van de Federatie |
Wallonië-Brussel en VOO » moet voorkomen op elk document betreffende | Wallonië-Brussel en VOO » moet voorkomen op elk document betreffende |
de promotie van de ondersteunde audiovisuele werken, inzonderheid : | de promotie van de ondersteunde audiovisuele werken, inzonderheid : |
1° op de affiches en de aanplakborden; | 1° op de affiches en de aanplakborden; |
2° in de corporatie-, week- en dagbladen; | 2° in de corporatie-, week- en dagbladen; |
3° in de « press book » en op de uitnodigingskaarten voor de eerste | 3° in de « press book » en op de uitnodigingskaarten voor de eerste |
vertoningen; | vertoningen; |
4° in de dossiers van de persconferenties; | 4° in de dossiers van de persconferenties; |
5° in de interviews van de regisseurs en producenten. | 5° in de interviews van de regisseurs en producenten. |
HOOFDSTUK VI. - Slotbepalingen | HOOFDSTUK VI. - Slotbepalingen |
Art. 16.Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het |
Art. 16.Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het |
Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt, met uitzondering van artikel | Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt, met uitzondering van artikel |
13, dat op een door de Regering vast te stellen datum in werking | 13, dat op een door de Regering vast te stellen datum in werking |
treedt. | treedt. |
Art. 17.De Minister bevoegd voor de Audiovisuele Sector wordt belast |
Art. 17.De Minister bevoegd voor de Audiovisuele Sector wordt belast |
met de uitvoering van dit besluit. | met de uitvoering van dit besluit. |
Brussel, 29 maart 2012. | Brussel, 29 maart 2012. |
De Minister van Cultuur, Audiovisuele Sector, Gezondheid en Gelijke | De Minister van Cultuur, Audiovisuele Sector, Gezondheid en Gelijke |
Kansen, | Kansen, |
Mevr. F. LAANAN | Mevr. F. LAANAN |