← Terug naar "Uittreksel uit arrest nr. 62/2021 van 22 april 2021 Rolnummer 7355 In zake : de prejudiciële
vraag betreffende artikel XX.173, § 2, van het Wetboek van economisch recht, gesteld door de Ondernemingsrechtbank
te Antwerpen, afdeling Tonger Het Grondwettelijk Hof, samengesteld uit de voorzitters
L. Lavrysen en F. Daoût, en de rechters (...)"
Uittreksel uit arrest nr. 62/2021 van 22 april 2021 Rolnummer 7355 In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel XX.173, § 2, van het Wetboek van economisch recht, gesteld door de Ondernemingsrechtbank te Antwerpen, afdeling Tonger Het Grondwettelijk Hof, samengesteld uit de voorzitters L. Lavrysen en F. Daoût, en de rechters (...) | Uittreksel uit arrest nr. 62/2021 van 22 april 2021 Rolnummer 7355 In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel XX.173, § 2, van het Wetboek van economisch recht, gesteld door de Ondernemingsrechtbank te Antwerpen, afdeling Tonger Het Grondwettelijk Hof, samengesteld uit de voorzitters L. Lavrysen en F. Daoût, en de rechters (...) |
---|---|
GRONDWETTELIJK HOF | GRONDWETTELIJK HOF |
Uittreksel uit arrest nr. 62/2021 van 22 april 2021 | Uittreksel uit arrest nr. 62/2021 van 22 april 2021 |
Rolnummer 7355 | Rolnummer 7355 |
In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel XX.173, § 2, van | In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel XX.173, § 2, van |
het Wetboek van economisch recht, gesteld door de | het Wetboek van economisch recht, gesteld door de |
Ondernemingsrechtbank te Antwerpen, afdeling Tongeren. | Ondernemingsrechtbank te Antwerpen, afdeling Tongeren. |
Het Grondwettelijk Hof, | Het Grondwettelijk Hof, |
samengesteld uit de voorzitters L. Lavrysen en F. Daoût, en de | samengesteld uit de voorzitters L. Lavrysen en F. Daoût, en de |
rechters J.-P. Moerman, T. Merckx-Van Goey, P. Nihoul, T. Giet, R. | rechters J.-P. Moerman, T. Merckx-Van Goey, P. Nihoul, T. Giet, R. |
Leysen, J. Moerman, M. Pâques, Y. Kherbache, T. Detienne en D. | Leysen, J. Moerman, M. Pâques, Y. Kherbache, T. Detienne en D. |
Pieters, bijgestaan door de griffier F. Meersschaut, onder | Pieters, bijgestaan door de griffier F. Meersschaut, onder |
voorzitterschap van voorzitter L. Lavrysen, | voorzitterschap van voorzitter L. Lavrysen, |
wijst na beraad het volgende arrest : | wijst na beraad het volgende arrest : |
I. Onderwerp van de prejudiciële vraag en rechtspleging | I. Onderwerp van de prejudiciële vraag en rechtspleging |
Bij vonnis van 4 februari 2020, waarvan de expeditie ter griffie van | Bij vonnis van 4 februari 2020, waarvan de expeditie ter griffie van |
het Hof is ingekomen op 6 februari 2020, heeft de | het Hof is ingekomen op 6 februari 2020, heeft de |
Ondernemingsrechtbank te Antwerpen, afdeling Tongeren, de volgende | Ondernemingsrechtbank te Antwerpen, afdeling Tongeren, de volgende |
prejudiciële vraag gesteld : | prejudiciële vraag gesteld : |
« Schendt artikel XX.173 § 2 WER de artikelen 10 en 11 van de | « Schendt artikel XX.173 § 2 WER de artikelen 10 en 11 van de |
Grondwet, in de interpretatie volgens welke de termijn van drie | Grondwet, in de interpretatie volgens welke de termijn van drie |
maanden na de bekendmaking van het faillissementsvonnis om een verzoek | maanden na de bekendmaking van het faillissementsvonnis om een verzoek |
tot kwijtschelding in te dienen een vervaltermijn betreft, doordat de | tot kwijtschelding in te dienen een vervaltermijn betreft, doordat de |
gefailleerde natuurlijke persoon die niet tijdig een verzoek tot | gefailleerde natuurlijke persoon die niet tijdig een verzoek tot |
kwijtschelding indient daarmee onherroepelijk en integraal het recht | kwijtschelding indient daarmee onherroepelijk en integraal het recht |
op kwijtschelding verliest, in tegenstelling tot de gefailleerde | op kwijtschelding verliest, in tegenstelling tot de gefailleerde |
natuurlijke persoon die wel tijdig een verzoek tot kwijtschelding | natuurlijke persoon die wel tijdig een verzoek tot kwijtschelding |
indient, en (bij gebreke van verzet conform artikel XX.173 § 3 WER) | indient, en (bij gebreke van verzet conform artikel XX.173 § 3 WER) |
automatisch en zonder appreciatiebevoegdheid van de rechtbank de | automatisch en zonder appreciatiebevoegdheid van de rechtbank de |
kwijtschelding zal verkrijgen ? ». | kwijtschelding zal verkrijgen ? ». |
(...) | (...) |
III. In rechte | III. In rechte |
(...) | (...) |
B.1.1. Bij artikel 70, eerste lid, van de wet van 11 augustus 2017 « | B.1.1. Bij artikel 70, eerste lid, van de wet van 11 augustus 2017 « |
houdende invoeging van het Boek XX ' Insolventie van ondernemingen ', | houdende invoeging van het Boek XX ' Insolventie van ondernemingen ', |
in het Wetboek van economisch recht, en houdende invoeging van de | in het Wetboek van economisch recht, en houdende invoeging van de |
definities eigen aan Boek XX en van de rechtshandhavingsbepalingen | definities eigen aan Boek XX en van de rechtshandhavingsbepalingen |
eigen aan Boek XX in het Boek I van het Wetboek van economisch recht » | eigen aan Boek XX in het Boek I van het Wetboek van economisch recht » |
werd de faillissementswet van 8 augustus 1997 opgeheven, onder | werd de faillissementswet van 8 augustus 1997 opgeheven, onder |
voorbehoud van de toepassing ervan op de faillissementsprocedures die | voorbehoud van de toepassing ervan op de faillissementsprocedures die |
liepen op 1 mei 2018. | liepen op 1 mei 2018. |
De faillissementsprocedures die werden geopend vanaf 1 mei 2018 vallen | De faillissementsprocedures die werden geopend vanaf 1 mei 2018 vallen |
krachtens artikel 76 van de wet van 11 augustus 2017 onder het | krachtens artikel 76 van de wet van 11 augustus 2017 onder het |
toepassingsgebied van het nieuwe boek XX van het Wetboek van | toepassingsgebied van het nieuwe boek XX van het Wetboek van |
economisch recht. Met die hervorming van het faillissementsrecht | economisch recht. Met die hervorming van het faillissementsrecht |
streeft de wetgever diverse doelstellingen na, waaronder het | streeft de wetgever diverse doelstellingen na, waaronder het |
bevorderen van « de tweede kans, die het ondernemerschap aanmoedigt en | bevorderen van « de tweede kans, die het ondernemerschap aanmoedigt en |
een nieuwe start mogelijk maakt » (Parl. St., Kamer, 2016-2017, DOC | een nieuwe start mogelijk maakt » (Parl. St., Kamer, 2016-2017, DOC |
54-2407/001, p. 3). Die doelstelling wordt onder meer nagestreefd met | 54-2407/001, p. 3). Die doelstelling wordt onder meer nagestreefd met |
de vervanging van het stelsel van de verschoonbaarheid van de | de vervanging van het stelsel van de verschoonbaarheid van de |
gefailleerde door het stelsel van de kwijtschelding van diens | gefailleerde door het stelsel van de kwijtschelding van diens |
restschulden bij de sluiting van het faillissement (ibid., pp. 4 en | restschulden bij de sluiting van het faillissement (ibid., pp. 4 en |
98). | 98). |
B.1.2. De kwijtschelding van restschulden wordt geregeld in artikel | B.1.2. De kwijtschelding van restschulden wordt geregeld in artikel |
XX.173 van het Wetboek van economisch recht, dat bepaalt : | XX.173 van het Wetboek van economisch recht, dat bepaalt : |
« § 1. Indien de gefailleerde een natuurlijke persoon is, zal hij ten | « § 1. Indien de gefailleerde een natuurlijke persoon is, zal hij ten |
aanzien van de schuldeisers worden bevrijd van de restschulden, | aanzien van de schuldeisers worden bevrijd van de restschulden, |
onverminderd de zakelijke zekerheden gesteld door de schuldenaar of | onverminderd de zakelijke zekerheden gesteld door de schuldenaar of |
derden. | derden. |
De kwijtschelding heeft gevolgen voor de onderhoudsschulden van de | De kwijtschelding heeft gevolgen voor de onderhoudsschulden van de |
gefailleerde noch voor de schulden voortvloeiend uit de verplichting | gefailleerde noch voor de schulden voortvloeiend uit de verplichting |
tot herstel van de schade verbonden aan het overlijden of aan de | tot herstel van de schade verbonden aan het overlijden of aan de |
aantasting van de lichamelijke integriteit van een persoon waaraan de | aantasting van de lichamelijke integriteit van een persoon waaraan de |
gefailleerde schuld heeft. | gefailleerde schuld heeft. |
§ 2. De kwijtschelding wordt enkel toegekend door de rechtbank op | § 2. De kwijtschelding wordt enkel toegekend door de rechtbank op |
verzoek van de gefailleerde, welk verzoekschrift hij dient te voegen | verzoek van de gefailleerde, welk verzoekschrift hij dient te voegen |
bij zijn aangifte van het faillissement of dient neer te leggen in het | bij zijn aangifte van het faillissement of dient neer te leggen in het |
register uiterlijk drie maanden na de bekendmaking van het | register uiterlijk drie maanden na de bekendmaking van het |
faillissementsvonnis, zelfs indien het faillissement is afgesloten | faillissementsvonnis, zelfs indien het faillissement is afgesloten |
voor het verstrijken van die termijn. Het verzoekschrift wordt door de | voor het verstrijken van die termijn. Het verzoekschrift wordt door de |
griffier ter kennis gebracht van de curator. Deze legt uiterlijk na | griffier ter kennis gebracht van de curator. Deze legt uiterlijk na |
één maand een verslag neer in het register over omstandigheden die | één maand een verslag neer in het register over omstandigheden die |
kunnen aanleiding geven tot de vaststelling van kennelijk grove | kunnen aanleiding geven tot de vaststelling van kennelijk grove |
fouten, bedoeld in § 3. | fouten, bedoeld in § 3. |
Zonder de sluiting van het faillissement af te wachten en van zodra de | Zonder de sluiting van het faillissement af te wachten en van zodra de |
termijn van zes maanden is verstreken, kan de gefailleerde de | termijn van zes maanden is verstreken, kan de gefailleerde de |
rechtbank verzoeken uitspraak te doen over de kwijtschelding. Op | rechtbank verzoeken uitspraak te doen over de kwijtschelding. Op |
verzoek van de gefailleerde deelt de rechtbank aan deze laatste, via | verzoek van de gefailleerde deelt de rechtbank aan deze laatste, via |
het register, binnen een termijn van een jaar vanaf de opening van het | het register, binnen een termijn van een jaar vanaf de opening van het |
faillissement, de redenen mee die rechtvaardigen waarom ze zich niet | faillissement, de redenen mee die rechtvaardigen waarom ze zich niet |
over de kwijtschelding heeft uitgesproken zonder dat deze mededeling | over de kwijtschelding heeft uitgesproken zonder dat deze mededeling |
vooruitloopt op de latere beslissing inzake de kwijtschelding. | vooruitloopt op de latere beslissing inzake de kwijtschelding. |
De rechtbank spreekt zich uit over het verzoek tot kwijtschelding | De rechtbank spreekt zich uit over het verzoek tot kwijtschelding |
uiterlijk bij de sluiting van het faillissement of, indien het verzoek | uiterlijk bij de sluiting van het faillissement of, indien het verzoek |
bedoeld in het eerste lid nog niet is ingediend op het ogenblik van | bedoeld in het eerste lid nog niet is ingediend op het ogenblik van |
sluiting, binnen een maand na het verzoek. | sluiting, binnen een maand na het verzoek. |
Het vonnis dat de kwijtschelding van de schuldenaar beveelt wordt door | Het vonnis dat de kwijtschelding van de schuldenaar beveelt wordt door |
de griffier ter kennis gebracht van de curator en in het register | de griffier ter kennis gebracht van de curator en in het register |
neergelegd. Het wordt door de curator bij uittreksel bekendgemaakt in | neergelegd. Het wordt door de curator bij uittreksel bekendgemaakt in |
het Belgisch Staatsblad. | het Belgisch Staatsblad. |
§ 3. Elke belanghebbende met inbegrip van de curator en het openbaar | § 3. Elke belanghebbende met inbegrip van de curator en het openbaar |
ministerie kan, bij verzoekschrift waarvan door de griffier wordt | ministerie kan, bij verzoekschrift waarvan door de griffier wordt |
kennis gegeven aan de gefailleerde, vanaf de bekendmaking van het | kennis gegeven aan de gefailleerde, vanaf de bekendmaking van het |
faillissementsvonnis vorderen dat de kwijtschelding slechts voor een | faillissementsvonnis vorderen dat de kwijtschelding slechts voor een |
deel wordt toegekend of volledig geweigerd bij gemotiveerde | deel wordt toegekend of volledig geweigerd bij gemotiveerde |
beslissing, indien de gefailleerde kennelijk grove fouten heeft begaan | beslissing, indien de gefailleerde kennelijk grove fouten heeft begaan |
die hebben bijgedragen tot het faillissement. Dezelfde vordering kan | die hebben bijgedragen tot het faillissement. Dezelfde vordering kan |
worden ingesteld bij wijze van derdenverzet bij verzoekschrift | worden ingesteld bij wijze van derdenverzet bij verzoekschrift |
uiterlijk drie maanden na de publicatie van het vonnis van | uiterlijk drie maanden na de publicatie van het vonnis van |
kwijtschelding. | kwijtschelding. |
Wanneer de gefailleerde beoefenaar is van een vrij beroep, dan stelt | Wanneer de gefailleerde beoefenaar is van een vrij beroep, dan stelt |
de griffier diens orde of instituut in kennis door een kopie te sturen | de griffier diens orde of instituut in kennis door een kopie te sturen |
van het vonnis waarin de kwijtschelding voor een deel wordt toegekend | van het vonnis waarin de kwijtschelding voor een deel wordt toegekend |
of volledig geweigerd ». | of volledig geweigerd ». |
B.1.3. De kwijtschelding van restschulden verschilt aanzienlijk van de | B.1.3. De kwijtschelding van restschulden verschilt aanzienlijk van de |
verschoonbaarheid van de gefailleerde die was geregeld in de vroegere | verschoonbaarheid van de gefailleerde die was geregeld in de vroegere |
artikelen 80 tot 82 van de faillissementswet. | artikelen 80 tot 82 van de faillissementswet. |
B.1.4. De kwijtschelding van restschulden is een subjectief recht van | B.1.4. De kwijtschelding van restschulden is een subjectief recht van |
de gefailleerde, waarover de ondernemingsrechtbank zich in beginsel | de gefailleerde, waarover de ondernemingsrechtbank zich in beginsel |
uitspreekt op het ogenblik van de sluiting van het faillissement. Dat | uitspreekt op het ogenblik van de sluiting van het faillissement. Dat |
vonnis heeft declaratoire werking en impliceert dat de restschulden | vonnis heeft declaratoire werking en impliceert dat de restschulden |
die na de vereffening van de voor beslag vatbare goederen overblijven, | die na de vereffening van de voor beslag vatbare goederen overblijven, |
gewist worden (Parl. St., Kamer, 2016-2017, DOC 54-2407/001, pp. 89 en | gewist worden (Parl. St., Kamer, 2016-2017, DOC 54-2407/001, pp. 89 en |
97-98). Dat recht is evenwel aan twee voorwaarden onderworpen : | 97-98). Dat recht is evenwel aan twee voorwaarden onderworpen : |
« Vooreerst moet de gefailleerde de kwijtschelding vragen. Eens hij | « Vooreerst moet de gefailleerde de kwijtschelding vragen. Eens hij |
dit gedaan heeft kan hij de quasi zekerheid hebben dat hij van de | dit gedaan heeft kan hij de quasi zekerheid hebben dat hij van de |
restschulden bevrijd is en kan hij een nieuwe activiteit aanvatten | restschulden bevrijd is en kan hij een nieuwe activiteit aanvatten |
waarvan de winst alleen voor hem zal zijn. Vervolgens kunnen | waarvan de winst alleen voor hem zal zijn. Vervolgens kunnen |
belanghebbenden in uitzonderingsgevallen hiertegen opkomen » (ibid., | belanghebbenden in uitzonderingsgevallen hiertegen opkomen » (ibid., |
p. 97). | p. 97). |
Indien de gefailleerde de kwijtschelding van restschulden vraagt, | Indien de gefailleerde de kwijtschelding van restschulden vraagt, |
brengt de griffier de curator daarvan op de hoogte. De curator brengt | brengt de griffier de curator daarvan op de hoogte. De curator brengt |
vervolgens uiterlijk een maand later verslag uit over de | vervolgens uiterlijk een maand later verslag uit over de |
omstandigheden die aanleiding kunnen geven tot de vaststelling van | omstandigheden die aanleiding kunnen geven tot de vaststelling van |
kennelijk grove fouten (artikel XX.173, § 2, eerste lid). De rechtbank | kennelijk grove fouten (artikel XX.173, § 2, eerste lid). De rechtbank |
spreekt zich uit over het verzoek tot kwijtschelding uiterlijk bij de | spreekt zich uit over het verzoek tot kwijtschelding uiterlijk bij de |
sluiting van het faillissement of, indien het verzoek tot | sluiting van het faillissement of, indien het verzoek tot |
kwijtschelding op dat ogenblik nog niet is ingediend, binnen een maand | kwijtschelding op dat ogenblik nog niet is ingediend, binnen een maand |
na het verzoek (artikel XX.173, § 2, derde lid). Indien na het | na het verzoek (artikel XX.173, § 2, derde lid). Indien na het |
verstrijken van een termijn van zes maanden sinds het verzoek tot | verstrijken van een termijn van zes maanden sinds het verzoek tot |
kwijtschelding geen vonnis is uitgesproken, kan de gefailleerde de | kwijtschelding geen vonnis is uitgesproken, kan de gefailleerde de |
rechtbank verzoeken uitspraak te doen over de kwijtschelding. Indien | rechtbank verzoeken uitspraak te doen over de kwijtschelding. Indien |
de rechtbank zich een jaar na de opening van het faillissement nog | de rechtbank zich een jaar na de opening van het faillissement nog |
niet heeft uitgesproken, kan de gefailleerde haar verzoeken om de | niet heeft uitgesproken, kan de gefailleerde haar verzoeken om de |
redenen mee te delen die deze vertraging rechtvaardigen, zonder dat | redenen mee te delen die deze vertraging rechtvaardigen, zonder dat |
deze mededeling vooruitloopt op de latere beslissing inzake de | deze mededeling vooruitloopt op de latere beslissing inzake de |
kwijtschelding (artikel XX.173, § 2, tweede lid). Elke belanghebbende, | kwijtschelding (artikel XX.173, § 2, tweede lid). Elke belanghebbende, |
met inbegrip van de curator en van het openbaar ministerie, kan | met inbegrip van de curator en van het openbaar ministerie, kan |
vorderen dat de kwijtschelding slechts voor een deel wordt toegekend | vorderen dat de kwijtschelding slechts voor een deel wordt toegekend |
of volledig wordt geweigerd (artikel XX.173, § 3). Het staat aan de | of volledig wordt geweigerd (artikel XX.173, § 3). Het staat aan de |
partij die een dergelijk bezwaar indient om aan te tonen dat de | partij die een dergelijk bezwaar indient om aan te tonen dat de |
gefailleerde kennelijk grove fouten heeft begaan die hebben | gefailleerde kennelijk grove fouten heeft begaan die hebben |
bijgedragen tot het faillissement. Indien geen bezwaar wordt | bijgedragen tot het faillissement. Indien geen bezwaar wordt |
ingediend, beschikt de rechter niet over enige beoordelingsmarge en | ingediend, beschikt de rechter niet over enige beoordelingsmarge en |
dient hij de tijdig gevraagde kwijtschelding van de restschulden te | dient hij de tijdig gevraagde kwijtschelding van de restschulden te |
bevelen. | bevelen. |
Indien de gefailleerde geen kwijtschelding van restschulden vraagt of | Indien de gefailleerde geen kwijtschelding van restschulden vraagt of |
indien de ondernemingsrechtbank als gevolg van het bezwaar van een | indien de ondernemingsrechtbank als gevolg van het bezwaar van een |
belanghebbende zijn verzoek afwijst, « herwint de schuldeiser zijn | belanghebbende zijn verzoek afwijst, « herwint de schuldeiser zijn |
rechten en kan hij, bij gebreke van een uitvoerbare titel, een | rechten en kan hij, bij gebreke van een uitvoerbare titel, een |
rechterlijke uitspraak bekomen voor zijn schuldvordering. Indien | rechterlijke uitspraak bekomen voor zijn schuldvordering. Indien |
daarentegen de schuldeiser reeds over een uitvoerbare titel beschikt, | daarentegen de schuldeiser reeds over een uitvoerbare titel beschikt, |
dan kan hij tot uitvoering overgaan volgens de gewone regels van | dan kan hij tot uitvoering overgaan volgens de gewone regels van |
tenuitvoerlegging » (ibid., p. 98). | tenuitvoerlegging » (ibid., p. 98). |
B.1.5. Krachtens het in het geding zijnde artikel XX.173, § 2, van het | B.1.5. Krachtens het in het geding zijnde artikel XX.173, § 2, van het |
Wetboek van economisch recht kan de gefailleerde die op eigen | Wetboek van economisch recht kan de gefailleerde die op eigen |
initiatief failliet wordt verklaard, ervoor kiezen het verzoek tot | initiatief failliet wordt verklaard, ervoor kiezen het verzoek tot |
kwijtschelding van restschulden in te dienen samen met zijn aangifte | kwijtschelding van restschulden in te dienen samen met zijn aangifte |
van het faillissement, of het afzonderlijk neer te leggen uiterlijk | van het faillissement, of het afzonderlijk neer te leggen uiterlijk |
drie maanden na de bekendmaking van het faillissementsvonnis. De | drie maanden na de bekendmaking van het faillissementsvonnis. De |
gefailleerde die in faillissement wordt gedagvaard, beschikt enkel | gefailleerde die in faillissement wordt gedagvaard, beschikt enkel |
over die laatste mogelijkheid. | over die laatste mogelijkheid. |
Krachtens de in het geding zijnde bepaling en krachtens artikel | Krachtens de in het geding zijnde bepaling en krachtens artikel |
XX.102, tweede lid, van het Wetboek van economisch recht dient dat | XX.102, tweede lid, van het Wetboek van economisch recht dient dat |
verzoek in beide hypothesen in elektronische vorm te worden ingediend | verzoek in beide hypothesen in elektronische vorm te worden ingediend |
via het Centraal Register Solvabiliteit (hierna : « RegSol »). Een | via het Centraal Register Solvabiliteit (hierna : « RegSol »). Een |
neerlegging van dat verzoek ter griffie is slechts mogelijk wanneer de | neerlegging van dat verzoek ter griffie is slechts mogelijk wanneer de |
schuldenaar niet de mogelijkheid heeft een elektronische aangifte te | schuldenaar niet de mogelijkheid heeft een elektronische aangifte te |
doen. In dat geval wordt de aangifte geconverteerd in elektronische | doen. In dat geval wordt de aangifte geconverteerd in elektronische |
vorm. | vorm. |
RegSol bevat standaardformulieren die door de gefailleerde dienen te | RegSol bevat standaardformulieren die door de gefailleerde dienen te |
worden gebruikt. Het standaardformulier dat hij dient te gebruiken | worden gebruikt. Het standaardformulier dat hij dient te gebruiken |
wanneer hij aangifte doet van zijn faillissement « [bevat] een rubriek | wanneer hij aangifte doet van zijn faillissement « [bevat] een rubriek |
[...] waarin hij uitgenodigd wordt te bepalen of hij een | [...] waarin hij uitgenodigd wordt te bepalen of hij een |
kwijtschelding ambieert » (ibid., p. 89). | kwijtschelding ambieert » (ibid., p. 89). |
B.2.1. De verwijzende rechter vraagt het Hof of artikel XX.173, § 2, | B.2.1. De verwijzende rechter vraagt het Hof of artikel XX.173, § 2, |
van het Wetboek van economisch recht, in de interpretatie dat de | van het Wetboek van economisch recht, in de interpretatie dat de |
termijn van drie maanden vanaf de bekendmaking van het | termijn van drie maanden vanaf de bekendmaking van het |
faillissementsvonnis om een verzoek tot kwijtschelding in te dienen, | faillissementsvonnis om een verzoek tot kwijtschelding in te dienen, |
een vervaltermijn is, bestaanbaar is met het beginsel van gelijkheid | een vervaltermijn is, bestaanbaar is met het beginsel van gelijkheid |
en niet-discriminatie, in zoverre een gefailleerde natuurlijke persoon | en niet-discriminatie, in zoverre een gefailleerde natuurlijke persoon |
die binnen die termijn geen verzoek tot kwijtschelding van | die binnen die termijn geen verzoek tot kwijtschelding van |
restschulden indient, zijn recht op kwijtschelding onherroepelijk | restschulden indient, zijn recht op kwijtschelding onherroepelijk |
verliest, terwijl een gefailleerde natuurlijke persoon die wel binnen | verliest, terwijl een gefailleerde natuurlijke persoon die wel binnen |
die termijn een verzoek tot kwijtschelding indient, er nagenoeg zeker | die termijn een verzoek tot kwijtschelding indient, er nagenoeg zeker |
van kan zijn dat zijn restschulden zullen worden kwijtgescholden. | van kan zijn dat zijn restschulden zullen worden kwijtgescholden. |
B.2.2. De partijen vermogen niet de draagwijdte van de door het | B.2.2. De partijen vermogen niet de draagwijdte van de door het |
verwijzende rechtscollege gestelde prejudiciële vraag te wijzigen of | verwijzende rechtscollege gestelde prejudiciële vraag te wijzigen of |
te laten wijzigen. | te laten wijzigen. |
Het Hof onderzoekt bijgevolg niet het door de tussenkomende partij | Het Hof onderzoekt bijgevolg niet het door de tussenkomende partij |
opgeworpen verschil in behandeling tussen gefailleerde natuurlijke | opgeworpen verschil in behandeling tussen gefailleerde natuurlijke |
personen naargelang hun faillissementsprocedure meer of minder dan | personen naargelang hun faillissementsprocedure meer of minder dan |
drie maanden duurt. | drie maanden duurt. |
B.3. In de interpretatie die de verwijzende rechter eraan geeft, | B.3. In de interpretatie die de verwijzende rechter eraan geeft, |
voorziet artikel XX.173, § 2, van het Wetboek van economisch recht in | voorziet artikel XX.173, § 2, van het Wetboek van economisch recht in |
een vervaltermijn van drie maanden om een verzoek tot kwijtschelding | een vervaltermijn van drie maanden om een verzoek tot kwijtschelding |
in te dienen. | in te dienen. |
Het staat in de regel aan de verwijzende rechter om de bepalingen die | Het staat in de regel aan de verwijzende rechter om de bepalingen die |
hij van toepassing acht te interpreteren, onder voorbehoud van een | hij van toepassing acht te interpreteren, onder voorbehoud van een |
kennelijk verkeerde lezing van de in het geding zijnde bepaling, wat | kennelijk verkeerde lezing van de in het geding zijnde bepaling, wat |
te dezen niet het geval is. Hoewel de in het geding zijnde bepaling | te dezen niet het geval is. Hoewel de in het geding zijnde bepaling |
dit niet uitdrukkelijk vermeldt, dient de termijn van drie maanden na | dit niet uitdrukkelijk vermeldt, dient de termijn van drie maanden na |
de bekendmaking van het faillissementsvonnis om de kwijtschelding van | de bekendmaking van het faillissementsvonnis om de kwijtschelding van |
restschulden te vorderen, als een vervaltermijn te worden beschouwd. | restschulden te vorderen, als een vervaltermijn te worden beschouwd. |
Uit de parlementaire voorbereiding blijkt immers dat « als zij niet | Uit de parlementaire voorbereiding blijkt immers dat « als zij niet |
gevraagd is bij de aangifte van faillissement of binnen een zekere | gevraagd is bij de aangifte van faillissement of binnen een zekere |
tijd erna, [...] de schuldenaar elk recht daarop [heeft] verloren » | tijd erna, [...] de schuldenaar elk recht daarop [heeft] verloren » |
(ibid., p. 89). | (ibid., p. 89). |
Het Hof onderzoekt de in het geding zijnde bepaling bijgevolg in de | Het Hof onderzoekt de in het geding zijnde bepaling bijgevolg in de |
interpretatie die de verwijzende rechter heeft voorgelegd. | interpretatie die de verwijzende rechter heeft voorgelegd. |
B.4.1. Het recht op toegang tot de rechter, dat een onderdeel is van | B.4.1. Het recht op toegang tot de rechter, dat een onderdeel is van |
het recht op een eerlijk proces, kan eveneens worden onderworpen aan | het recht op een eerlijk proces, kan eveneens worden onderworpen aan |
ontvankelijkheidsvoorwaarden, met name wat betreft het instellen van | ontvankelijkheidsvoorwaarden, met name wat betreft het instellen van |
een rechtsmiddel. Die voorwaarden mogen echter niet ertoe leiden dat | een rechtsmiddel. Die voorwaarden mogen echter niet ertoe leiden dat |
het recht op zodanige wijze wordt beperkt dat de kern ervan wordt | het recht op zodanige wijze wordt beperkt dat de kern ervan wordt |
aangetast. Dat zou het geval zijn wanneer de beperkingen geen wettig | aangetast. Dat zou het geval zijn wanneer de beperkingen geen wettig |
doel nastreven en indien er geen redelijk verband van evenredigheid | doel nastreven en indien er geen redelijk verband van evenredigheid |
bestaat tussen de aangewende middelen en het nagestreefde doel. De | bestaat tussen de aangewende middelen en het nagestreefde doel. De |
verenigbaarheid van die beperkingen met het recht op toegang tot een | verenigbaarheid van die beperkingen met het recht op toegang tot een |
rechterlijke instantie hangt af van de bijzonderheden van de in het | rechterlijke instantie hangt af van de bijzonderheden van de in het |
geding zijnde procedure en wordt beoordeeld in het licht van het | geding zijnde procedure en wordt beoordeeld in het licht van het |
proces in zijn geheel (EHRM, 24 februari 2009, L'Erablière t. België, | proces in zijn geheel (EHRM, 24 februari 2009, L'Erablière t. België, |
§ 36; 29 maart 2011, RTBF t. België, § 69; 18 oktober 2016, Miessen t. | § 36; 29 maart 2011, RTBF t. België, § 69; 18 oktober 2016, Miessen t. |
België, § 64; 17 juli 2018, Ronald Vermeulen t. België, § 43). | België, § 64; 17 juli 2018, Ronald Vermeulen t. België, § 43). |
Meer in het bijzonder zijn de regels betreffende de vormvoorschriften | Meer in het bijzonder zijn de regels betreffende de vormvoorschriften |
en termijnen om beroep in te stellen gericht op een goede | en termijnen om beroep in te stellen gericht op een goede |
rechtsbedeling en het weren van de risico's van rechtsonzekerheid. Die | rechtsbedeling en het weren van de risico's van rechtsonzekerheid. Die |
regels mogen de rechtzoekenden echter niet verhinderen de beschikbare | regels mogen de rechtzoekenden echter niet verhinderen de beschikbare |
rechtsmiddelen te doen gelden. | rechtsmiddelen te doen gelden. |
Bovendien « dienen de rechtbanken, bij het toepassen van de | Bovendien « dienen de rechtbanken, bij het toepassen van de |
procedureregels, zowel een overdreven formalisme dat afbreuk zou doen | procedureregels, zowel een overdreven formalisme dat afbreuk zou doen |
aan het eerlijke karakter van de procedure, als een buitensporige | aan het eerlijke karakter van de procedure, als een buitensporige |
soepelheid die zou leiden tot het afschaffen van de bij de wet | soepelheid die zou leiden tot het afschaffen van de bij de wet |
vastgestelde procedurele vereisten, te vermijden » (EHRM, 26 juli | vastgestelde procedurele vereisten, te vermijden » (EHRM, 26 juli |
2007, Walchli t. Frankrijk, § 29; 25 mei 2004, Kadlec en anderen t. | 2007, Walchli t. Frankrijk, § 29; 25 mei 2004, Kadlec en anderen t. |
Tsjechische Republiek, § 26). « Het recht op toegang tot een rechter | Tsjechische Republiek, § 26). « Het recht op toegang tot een rechter |
wordt immers aangetast wanneer de reglementering ervan niet langer de | wordt immers aangetast wanneer de reglementering ervan niet langer de |
doelstellingen van de rechtszekerheid en de goede rechtsbedeling dient | doelstellingen van de rechtszekerheid en de goede rechtsbedeling dient |
en een soort van hinderpaal vormt die de rechtzoekende verhindert zijn | en een soort van hinderpaal vormt die de rechtzoekende verhindert zijn |
geschil ten gronde door het bevoegde rechtscollege beslecht te zien » | geschil ten gronde door het bevoegde rechtscollege beslecht te zien » |
(EHRM, 24 mei 2011, Sabri Günes t. Turkije, § 58; 13 januari 2011, | (EHRM, 24 mei 2011, Sabri Günes t. Turkije, § 58; 13 januari 2011, |
Evaggelou t. Griekenland, § 19; 18 oktober 2016, Miessen t. België, § | Evaggelou t. Griekenland, § 19; 18 oktober 2016, Miessen t. België, § |
66). | 66). |
B.4.2. Inzake vervaltermijnen moet de wetgever over een ruime | B.4.2. Inzake vervaltermijnen moet de wetgever over een ruime |
beoordelingsbevoegdheid kunnen beschikken. Het verschil in behandeling | beoordelingsbevoegdheid kunnen beschikken. Het verschil in behandeling |
tussen personen die hun rechten binnen de toepasselijke vervaltermijn | tussen personen die hun rechten binnen de toepasselijke vervaltermijn |
uitoefenen en personen die dat niet doen, houdt op zich geen | uitoefenen en personen die dat niet doen, houdt op zich geen |
discriminatie in. Van discriminatie zou slechts sprake zijn indien de | discriminatie in. Van discriminatie zou slechts sprake zijn indien de |
toepassing van de vervaltermijn een onevenredige beperking van de | toepassing van de vervaltermijn een onevenredige beperking van de |
rechten van de daarbij betrokken personen met zich zou meebrengen. | rechten van de daarbij betrokken personen met zich zou meebrengen. |
B.5.1. Uit de parlementaire voorbereiding blijkt niet waarom de | B.5.1. Uit de parlementaire voorbereiding blijkt niet waarom de |
wetgever ervoor heeft gekozen de uitspraak over de kwijtschelding van | wetgever ervoor heeft gekozen de uitspraak over de kwijtschelding van |
restschulden afhankelijk te maken van een uitdrukkelijk verzoek van de | restschulden afhankelijk te maken van een uitdrukkelijk verzoek van de |
gefailleerde, noch waarom hij dat verzoek aan een vervaltermijn | gefailleerde, noch waarom hij dat verzoek aan een vervaltermijn |
onderwerpt. Overigens houdt de wetgever er geen rekening mee dat de | onderwerpt. Overigens houdt de wetgever er geen rekening mee dat de |
noodzaak van de kwijtschelding pas later tot uiting zou kunnen komen. | noodzaak van de kwijtschelding pas later tot uiting zou kunnen komen. |
B.5.2. Niettegenstaande de laagdrempelige manier waarop de | B.5.2. Niettegenstaande de laagdrempelige manier waarop de |
kwijtschelding van restschulden door de gefailleerde kan worden | kwijtschelding van restschulden door de gefailleerde kan worden |
gevraagd, legt de in het geding zijnde bepaling een vormvereiste op | gevraagd, legt de in het geding zijnde bepaling een vormvereiste op |
waaraan hij dient te voldoen, op straffe van verval, om voor die | waaraan hij dient te voldoen, op straffe van verval, om voor die |
kwijtschelding in aanmerking te komen. Daaruit volgt dat, wanneer de | kwijtschelding in aanmerking te komen. Daaruit volgt dat, wanneer de |
gefailleerde nalaat tijdig een kwijtschelding van restschulden te | gefailleerde nalaat tijdig een kwijtschelding van restschulden te |
vragen, de door de wetgever nagestreefde doelstelling het | vragen, de door de wetgever nagestreefde doelstelling het |
tweedekansondernemerschap te bevorderen, die als essentieel wordt | tweedekansondernemerschap te bevorderen, die als essentieel wordt |
beschouwd, in het gedrang komt als gevolg van de in het geding zijnde | beschouwd, in het gedrang komt als gevolg van de in het geding zijnde |
bepaling. | bepaling. |
B.5.3. Het tijdstip waarop de gefailleerde om die kwijtschelding | B.5.3. Het tijdstip waarop de gefailleerde om die kwijtschelding |
verzoekt, heeft geen invloed op het beheer van de boedel, op de | verzoekt, heeft geen invloed op het beheer van de boedel, op de |
aangifte en de verificatie van de schuldvorderingen of op de | aangifte en de verificatie van de schuldvorderingen of op de |
vereffening van het faillissement. | vereffening van het faillissement. |
Ook het tijdstip waarop de schuldeisers, het openbaar ministerie of de | Ook het tijdstip waarop de schuldeisers, het openbaar ministerie of de |
curator krachtens artikel XX.173, § 3, van het Wetboek van economisch | curator krachtens artikel XX.173, § 3, van het Wetboek van economisch |
recht vorderen dat de kwijtschelding slechts voor een deel wordt | recht vorderen dat de kwijtschelding slechts voor een deel wordt |
toegekend of volledig wordt geweigerd, heeft daarop geen invloed. Die | toegekend of volledig wordt geweigerd, heeft daarop geen invloed. Die |
bepaling laat hun overigens toe die vordering al in te stellen vanaf | bepaling laat hun overigens toe die vordering al in te stellen vanaf |
de bekendmaking van het faillissementsvonnis, zelfs indien de | de bekendmaking van het faillissementsvonnis, zelfs indien de |
gefailleerde op dat ogenblik nog niet om kwijtschelding heeft | gefailleerde op dat ogenblik nog niet om kwijtschelding heeft |
verzocht. Die bepaling onderwerpt hun vordering tijdens de | verzocht. Die bepaling onderwerpt hun vordering tijdens de |
faillissementsprocedure overigens niet aan enige vervaltermijn en laat | faillissementsprocedure overigens niet aan enige vervaltermijn en laat |
hun zelfs toe haar bij wijze van derdenverzet in te stellen uiterlijk | hun zelfs toe haar bij wijze van derdenverzet in te stellen uiterlijk |
drie maanden na de bekendmaking van het vonnis van kwijtschelding. | drie maanden na de bekendmaking van het vonnis van kwijtschelding. |
Hoewel het verzoek tot kwijtschelding krachtens de in het geding | Hoewel het verzoek tot kwijtschelding krachtens de in het geding |
zijnde bepaling uitgaat van de gefailleerde, rust de bewijslast van de | zijnde bepaling uitgaat van de gefailleerde, rust de bewijslast van de |
kennelijk grove fouten die hebben bijgedragen tot het faillissement | kennelijk grove fouten die hebben bijgedragen tot het faillissement |
overigens bij de partijen die zich tegen de volledige kwijtschelding | overigens bij de partijen die zich tegen de volledige kwijtschelding |
verzetten. | verzetten. |
In die omstandigheden kan de in het geding zijnde vervaltermijn niet | In die omstandigheden kan de in het geding zijnde vervaltermijn niet |
als een pertinente maatregel voor de spoedige afwikkeling van het | als een pertinente maatregel voor de spoedige afwikkeling van het |
faillissement worden beschouwd. | faillissement worden beschouwd. |
B.5.4. Bovendien heeft het overschrijden van de in het geding zijnde | B.5.4. Bovendien heeft het overschrijden van de in het geding zijnde |
vervaltermijn onevenredige gevolgen voor de gefailleerde natuurlijke | vervaltermijn onevenredige gevolgen voor de gefailleerde natuurlijke |
persoon, die daardoor elke mogelijkheid verliest om een rechter over | persoon, die daardoor elke mogelijkheid verliest om een rechter over |
de kwijtschelding van zijn restschulden te laten oordelen en bijgevolg | de kwijtschelding van zijn restschulden te laten oordelen en bijgevolg |
onherroepelijk met zijn ganse vermogen moet blijven instaan voor de | onherroepelijk met zijn ganse vermogen moet blijven instaan voor de |
schulden die niet zijn afgelost door de vereffening van de boedel. | schulden die niet zijn afgelost door de vereffening van de boedel. |
B.5.5. De in het geding zijnde bepaling heeft eveneens onevenredige | B.5.5. De in het geding zijnde bepaling heeft eveneens onevenredige |
gevolgen voor de echtgenoot, gewezen echtgenoot, wettelijk | gevolgen voor de echtgenoot, gewezen echtgenoot, wettelijk |
samenwonende of gewezen wettelijk samenwonende partner van de | samenwonende of gewezen wettelijk samenwonende partner van de |
gefailleerde die persoonlijk verbonden is voor de schuld die de | gefailleerde die persoonlijk verbonden is voor de schuld die de |
gefailleerde tijdens de duur van het huwelijk of de duur van de | gefailleerde tijdens de duur van het huwelijk of de duur van de |
wettelijke samenwoning was aangegaan. | wettelijke samenwoning was aangegaan. |
B.6. De prejudiciële vraag dient bevestigend te worden beantwoord. | B.6. De prejudiciële vraag dient bevestigend te worden beantwoord. |
Om die redenen, | Om die redenen, |
het Hof | het Hof |
zegt voor recht : | zegt voor recht : |
Artikel XX.173, § 2, van het Wetboek van economisch recht schendt de | Artikel XX.173, § 2, van het Wetboek van economisch recht schendt de |
artikelen 10 en 11 van de Grondwet in zoverre de gefailleerde | artikelen 10 en 11 van de Grondwet in zoverre de gefailleerde |
natuurlijke persoon die niet binnen de vervaltermijn van drie maanden | natuurlijke persoon die niet binnen de vervaltermijn van drie maanden |
na de bekendmaking van het faillissementsvonnis een verzoek tot | na de bekendmaking van het faillissementsvonnis een verzoek tot |
kwijtschelding van restschulden indient, het recht op die | kwijtschelding van restschulden indient, het recht op die |
kwijtschelding onherroepelijk verliest. | kwijtschelding onherroepelijk verliest. |
Aldus gewezen in het Nederlands en het Frans, overeenkomstig artikel | Aldus gewezen in het Nederlands en het Frans, overeenkomstig artikel |
65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof, | 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof, |
op 22 april 2021. | op 22 april 2021. |
De griffier, | De griffier, |
F. Meersschaut | F. Meersschaut |
De voorzitter, | De voorzitter, |
L. Lavrysen | L. Lavrysen |