Etaamb.openjustice.be
Meertalige weergave van Arrest van --
← Terug naar "Uittreksel uit arrest nr. 154/2012 van 20 december 2012 Rolnummer : 5273 In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 14ter van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, gesteld door de Raad van State. Het Gr samengesteld uit de voorzitters M. Bossuyt en R. Henneuse, en de rechters E. De Groot, L. Lavrysen,(...)"
Uittreksel uit arrest nr. 154/2012 van 20 december 2012 Rolnummer : 5273 In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 14ter van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, gesteld door de Raad van State. Het Gr samengesteld uit de voorzitters M. Bossuyt en R. Henneuse, en de rechters E. De Groot, L. Lavrysen,(...) Uittreksel uit arrest nr. 154/2012 van 20 december 2012 Rolnummer : 5273 In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 14ter van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, gesteld door de Raad van State. Het Gr samengesteld uit de voorzitters M. Bossuyt en R. Henneuse, en de rechters E. De Groot, L. Lavrysen,(...)
GRONDWETTELIJK HOF GRONDWETTELIJK HOF
Uittreksel uit arrest nr. 154/2012 van 20 december 2012 Uittreksel uit arrest nr. 154/2012 van 20 december 2012
Rolnummer : 5273 Rolnummer : 5273
In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 14ter van de In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 14ter van de
wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, gesteld wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, gesteld
door de Raad van State. door de Raad van State.
Het Grondwettelijk Hof, Het Grondwettelijk Hof,
samengesteld uit de voorzitters M. Bossuyt en R. Henneuse, en de samengesteld uit de voorzitters M. Bossuyt en R. Henneuse, en de
rechters E. De Groot, L. Lavrysen, A. Alen, J.-P. Snappe, J.-P. rechters E. De Groot, L. Lavrysen, A. Alen, J.-P. Snappe, J.-P.
Moerman, E. Derycke, J. Spreutels, T. Merckx-Van Goey, P. Nihoul en F. Moerman, E. Derycke, J. Spreutels, T. Merckx-Van Goey, P. Nihoul en F.
Daoût, bijgestaan door de griffier F. Meersschaut, onder Daoût, bijgestaan door de griffier F. Meersschaut, onder
voorzitterschap van voorzitter M. Bossuyt, voorzitterschap van voorzitter M. Bossuyt,
wijst na beraad het volgende arrest : wijst na beraad het volgende arrest :
I. Onderwerp van de prejudiciële vraag en rechtspleging I. Onderwerp van de prejudiciële vraag en rechtspleging
Bij arrest nr. 216.740 van 8 december 2011 in zake Guy Vansimpsen Bij arrest nr. 216.740 van 8 december 2011 in zake Guy Vansimpsen
tegen de stad Zoutleeuw, tussenkomende partij : Sandra Blockx, waarvan tegen de stad Zoutleeuw, tussenkomende partij : Sandra Blockx, waarvan
de expeditie ter griffie van het Hof is ingekomen op 23 december 2011, de expeditie ter griffie van het Hof is ingekomen op 23 december 2011,
heeft de Raad van State de volgende prejudiciële vraag gesteld : heeft de Raad van State de volgende prejudiciële vraag gesteld :
« Schendt artikel 14ter van de gecoördineerde wetten op de Raad van « Schendt artikel 14ter van de gecoördineerde wetten op de Raad van
State de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, doordat het niet ook in State de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, doordat het niet ook in
de mogelijkheid voorziet om geheel of gedeeltelijk de gevolgen van een de mogelijkheid voorziet om geheel of gedeeltelijk de gevolgen van een
vernietigde rechtsconcretiserende beslissing te handhaven en doordat vernietigde rechtsconcretiserende beslissing te handhaven en doordat
het aldus in een verschillende behandeling voorziet van, eensdeels, het aldus in een verschillende behandeling voorziet van, eensdeels,
degenen wier situatie door een vernietigde verordeningsbepaling wordt degenen wier situatie door een vernietigde verordeningsbepaling wordt
geregeld en, anderdeels, degenen wier situatie wordt bepaald door een geregeld en, anderdeels, degenen wier situatie wordt bepaald door een
vernietigde individuele beslissing ? ». vernietigde individuele beslissing ? ».
(...) (...)
III. In rechte III. In rechte
(...) (...)
B.1. De Raad van State vraagt of artikel 14ter van de wetten op de B.1. De Raad van State vraagt of artikel 14ter van de wetten op de
Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, bestaanbaar is met Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, bestaanbaar is met
de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, nu het een verschil in de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, nu het een verschil in
behandeling teweegbrengt tussen personen die kunnen worden behandeling teweegbrengt tussen personen die kunnen worden
geconfronteerd met de vernietiging van een verordeningsbepaling en geconfronteerd met de vernietiging van een verordeningsbepaling en
personen die kunnen worden geconfronteerd met de vernietiging van een personen die kunnen worden geconfronteerd met de vernietiging van een
individuele beslissing. individuele beslissing.
De in het geding zijnde bepaling voorziet immers erin dat de Raad van De in het geding zijnde bepaling voorziet immers erin dat de Raad van
State in geval van vernietiging van een verordeningsbepaling de State in geval van vernietiging van een verordeningsbepaling de
gevolgen van de vernietigde bepaling kan handhaven, terwijl niet in gevolgen van de vernietigde bepaling kan handhaven, terwijl niet in
een dergelijke mogelijkheid is voorzien in geval van vernietiging van een dergelijke mogelijkheid is voorzien in geval van vernietiging van
een individuele beslissing. een individuele beslissing.
B.2.1. Artikel 14ter van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd B.2.1. Artikel 14ter van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd
op 12 januari 1973, bepaalt : op 12 januari 1973, bepaalt :
« Zo de afdeling bestuursrechtspraak dit nodig oordeelt, wijst zij, « Zo de afdeling bestuursrechtspraak dit nodig oordeelt, wijst zij,
bij wege van algemene beschikking, die gevolgen van de vernietigde bij wege van algemene beschikking, die gevolgen van de vernietigde
verordeningsbepalingen aan welke als gehandhaafd moeten worden verordeningsbepalingen aan welke als gehandhaafd moeten worden
beschouwd of voorlopig gehandhaafd worden voor de termijn die zij beschouwd of voorlopig gehandhaafd worden voor de termijn die zij
vaststelt ». vaststelt ».
B.2.2. De in het geding zijnde bepaling is ingevoegd bij artikel 10 B.2.2. De in het geding zijnde bepaling is ingevoegd bij artikel 10
van de wet van 4 augustus 1996 tot wijziging van de wetten op de Raad van de wet van 4 augustus 1996 tot wijziging van de wetten op de Raad
van State, gecoördineerd op 12 januari 1973. van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.
Een amendement dat de invoeging van een dergelijke bepaling beoogde, Een amendement dat de invoeging van een dergelijke bepaling beoogde,
werd als volgt verantwoord : werd als volgt verantwoord :
« Deze nieuwe bepaling wil aan de Raad van State dezelfde bevoegdheid « Deze nieuwe bepaling wil aan de Raad van State dezelfde bevoegdheid
verlenen als die waarover het Arbitragehof [thans het Grondwettelijk verlenen als die waarover het Arbitragehof [thans het Grondwettelijk
Hof] krachtens artikel 8, tweede lid, van de bijzondere wet van 6 Hof] krachtens artikel 8, tweede lid, van de bijzondere wet van 6
januari 1989, alsook het Europees Hof van Justitie beschikken. Zo kan januari 1989, alsook het Europees Hof van Justitie beschikken. Zo kan
de terugwerking van een vernietigingsarrest eventueel in de tijd de terugwerking van een vernietigingsarrest eventueel in de tijd
worden beperkt. worden beperkt.
Het beginsel van de terugwerking kan in de praktijk belangrijke Het beginsel van de terugwerking kan in de praktijk belangrijke
gevolgen tot stand brengen omdat het bestaande rechtstoestanden kan gevolgen tot stand brengen omdat het bestaande rechtstoestanden kan
aantasten. aantasten.
De ervaring wijst bovendien uit dat rechtscolleges die met een De ervaring wijst bovendien uit dat rechtscolleges die met een
dergelijke macht zijn bekleed, deze met mate hebben gebruikt » (Parl. dergelijke macht zijn bekleed, deze met mate hebben gebruikt » (Parl.
St., Senaat, 1995-1996, nr. 1-321/2, p. 7). St., Senaat, 1995-1996, nr. 1-321/2, p. 7).
Oorspronkelijk was in dat amendementsvoorstel niet bepaald dat de Oorspronkelijk was in dat amendementsvoorstel niet bepaald dat de
handhaving van de gevolgen enkel betrekking kon hebben op vernietigde handhaving van de gevolgen enkel betrekking kon hebben op vernietigde
verordeningsbepalingen. Nadat tijdens de besprekingen in de bevoegde verordeningsbepalingen. Nadat tijdens de besprekingen in de bevoegde
commissie door de minister was betreurd dat het voorstel « geen commissie door de minister was betreurd dat het voorstel « geen
rekening houdt met het onderscheid tussen individuele handelingen en rekening houdt met het onderscheid tussen individuele handelingen en
verordeningen » aanvaardde de indiener het « amendement te verbeteren verordeningen » aanvaardde de indiener het « amendement te verbeteren
door de woorden ' de vernietigde bepalingen ' te vervangen door de door de woorden ' de vernietigde bepalingen ' te vervangen door de
woorden ' de vernietigde verordeningsbepalingen ' ». Daarop werd het woorden ' de vernietigde verordeningsbepalingen ' ». Daarop werd het
amendement door de commissieleden eenparig aangenomen (Parl. St., amendement door de commissieleden eenparig aangenomen (Parl. St.,
Senaat, 1995-1996, nr. 1-321/6, p. 7). Senaat, 1995-1996, nr. 1-321/6, p. 7).
B.2.3. Tijdens de verdere parlementaire voorbereiding in de Kamer van B.2.3. Tijdens de verdere parlementaire voorbereiding in de Kamer van
volksvertegenwoordigers werden, samen met het wetsontwerp tot volksvertegenwoordigers werden, samen met het wetsontwerp tot
wijziging van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 wijziging van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12
januari 1973, twee wetsvoorstellen besproken die er eveneens toe januari 1973, twee wetsvoorstellen besproken die er eveneens toe
strekten de handhaving van de gevolgen door de Raad van State mogelijk strekten de handhaving van de gevolgen door de Raad van State mogelijk
te maken. te maken.
Het eerste beoogde enkel de « reglementen » (Parl. St., Kamer, Het eerste beoogde enkel de « reglementen » (Parl. St., Kamer,
1995-1996, nr. 281/1). Het tweede beoogde de regeling van de « 1995-1996, nr. 281/1). Het tweede beoogde de regeling van de «
gevolgen van de nietigverklaarde rechtshandeling » (Parl. St., Kamer, gevolgen van de nietigverklaarde rechtshandeling » (Parl. St., Kamer,
1995-1996, nr. 341/1). 1995-1996, nr. 341/1).
In het verslag van de bevoegde commissie is met betrekking tot die In het verslag van de bevoegde commissie is met betrekking tot die
wetsvoorstellen gesteld : wetsvoorstellen gesteld :
« In een eerste reactie stelt de vice-eerste minister en minister van « In een eerste reactie stelt de vice-eerste minister en minister van
Binnenlandse Zaken vast dat artikel 10 van het wetsontwerp, in de Binnenlandse Zaken vast dat artikel 10 van het wetsontwerp, in de
Senaat ingevoegd bij amendement, in ruime mate tegemoet komt aan de Senaat ingevoegd bij amendement, in ruime mate tegemoet komt aan de
door de auteurs van beide wetsvoorstellen geuite bekommernissen. De door de auteurs van beide wetsvoorstellen geuite bekommernissen. De
tekst gaat evenwel niet zover als wat [...] is voorgesteld, aangezien tekst gaat evenwel niet zover als wat [...] is voorgesteld, aangezien
de Raad van State enkel met betrekking tot nietigverklaarde de Raad van State enkel met betrekking tot nietigverklaarde
verordeningsbepalingen zal kunnen aanwijzen welke gevolgen als verordeningsbepalingen zal kunnen aanwijzen welke gevolgen als
gehandhaafd moeten worden beschouwd of voorlopig gehandhaafd voor de gehandhaafd moeten worden beschouwd of voorlopig gehandhaafd voor de
termijn die zij vaststelt. termijn die zij vaststelt.
Hoewel dit misschien ook een goede oplossing kan zijn wanneer het Hoewel dit misschien ook een goede oplossing kan zijn wanneer het
nietigverklaarde individuele administratieve beslissingen betreft, nietigverklaarde individuele administratieve beslissingen betreft,
acht de minister het probleem in dat geval minder acuut. acht de minister het probleem in dat geval minder acuut.
Immers, ook in deze gevallen zijn de gevolgen van een Immers, ook in deze gevallen zijn de gevolgen van een
vernietigingsarrest weliswaar juridisch retroactief, doch in de vernietigingsarrest weliswaar juridisch retroactief, doch in de
praktijk zijn ze het voor de betrokken persoon vaak niet. Men denke praktijk zijn ze het voor de betrokken persoon vaak niet. Men denke
maar aan bijvoorbeeld een gemeenteontvanger, wiens benoeming werd maar aan bijvoorbeeld een gemeenteontvanger, wiens benoeming werd
vernietigd, zonder dat zulks invloed heeft op de door hem in het vernietigd, zonder dat zulks invloed heeft op de door hem in het
verleden ontvangen wedden. verleden ontvangen wedden.
Het lijkt de minister dan ook raadzaam de Raad van State eerst Het lijkt de minister dan ook raadzaam de Raad van State eerst
vertrouwd te maken met deze nieuwe mogelijkheid voor vernietigde vertrouwd te maken met deze nieuwe mogelijkheid voor vernietigde
verordeningsbepalingen, en - na een evaluatie - het systeem in een verordeningsbepalingen, en - na een evaluatie - het systeem in een
later stadium eventueel uit te breiden tot vernietigde individuele later stadium eventueel uit te breiden tot vernietigde individuele
administratieve beslissingen » (Parl. St., Kamer, 1995-1996, nr. administratieve beslissingen » (Parl. St., Kamer, 1995-1996, nr.
644/4, pp. 3-4). 644/4, pp. 3-4).
B.2.4. Het Hof beperkt zijn onderzoek tot de hypothese waarin geen B.2.4. Het Hof beperkt zijn onderzoek tot de hypothese waarin geen
enkel element van het geschil onder het toepassingsgebied van het enkel element van het geschil onder het toepassingsgebied van het
recht van de Europese Unie valt. recht van de Europese Unie valt.
B.3. De in het geding zijnde bepaling laat het aan de Raad van State B.3. De in het geding zijnde bepaling laat het aan de Raad van State
over de gevolgen van vernietigde reglementaire bepalingen te handhaven over de gevolgen van vernietigde reglementaire bepalingen te handhaven
« zo de afdeling bestuursrechtspraak dit nodig oordeelt ». « zo de afdeling bestuursrechtspraak dit nodig oordeelt ».
Uit de rechtspraak blijkt dat de Raad van State de bij de wet van 4 Uit de rechtspraak blijkt dat de Raad van State de bij de wet van 4
augustus 1996 verleende bevoegdheid tot nu toe zelden heeft aangewend augustus 1996 verleende bevoegdheid tot nu toe zelden heeft aangewend
en dat de mogelijkheid tot handhaving van de gevolgen met wijsheid en en dat de mogelijkheid tot handhaving van de gevolgen met wijsheid en
omzichtigheid moet worden gehanteerd wanneer vaststaat dat de omzichtigheid moet worden gehanteerd wanneer vaststaat dat de
vernietiging zonder meer van het bestreden besluit zeer zware gevolgen vernietiging zonder meer van het bestreden besluit zeer zware gevolgen
zou hebben op het stuk van de rechtszekerheid (RvSt, 21 november 2001, zou hebben op het stuk van de rechtszekerheid (RvSt, 21 november 2001,
nr. 100.963, Belgische Staat; RvSt, 30 oktober 2006, nr. 164.258, nr. 100.963, Belgische Staat; RvSt, 30 oktober 2006, nr. 164.258,
Somja et al.; RvSt, 8 november 2006, nr. 164.522, Belgische Somja et al.; RvSt, 8 november 2006, nr. 164.522, Belgische
beroepsvereniging der geneesheren specialisten in nucleaire beroepsvereniging der geneesheren specialisten in nucleaire
geneeskunde et al.). geneeskunde et al.).
B.4. De Raad van State komt met die rechtspraak tegemoet aan de B.4. De Raad van State komt met die rechtspraak tegemoet aan de
bedoeling van de wetgever, die heeft getracht een evenwicht te vinden bedoeling van de wetgever, die heeft getracht een evenwicht te vinden
tussen het beginsel van de wettigheid van de reglementaire tussen het beginsel van de wettigheid van de reglementaire
handelingen, verankerd in artikel 159 van de Grondwet, en het beginsel handelingen, verankerd in artikel 159 van de Grondwet, en het beginsel
van de rechtszekerheid. Zoals het Hof heeft aangegeven in zijn arrest van de rechtszekerheid. Zoals het Hof heeft aangegeven in zijn arrest
nr. 18/2012 van 9 februari 2012, heeft de wetgever immers aan een nr. 18/2012 van 9 februari 2012, heeft de wetgever immers aan een
rechtscollege de zorg toevertrouwd om te bepalen of uitzonderlijke rechtscollege de zorg toevertrouwd om te bepalen of uitzonderlijke
redenen verantwoorden dat de gevolgen van een onwettige reglementaire redenen verantwoorden dat de gevolgen van een onwettige reglementaire
handeling worden gehandhaafd. handeling worden gehandhaafd.
B.5. Het staat aan de wetgever om, met inachtneming van de artikelen B.5. Het staat aan de wetgever om, met inachtneming van de artikelen
10 en 11 van de Grondwet, een billijk evenwicht tot stand te brengen 10 en 11 van de Grondwet, een billijk evenwicht tot stand te brengen
tussen het belang dat elke situatie die strijdig is met het recht, tussen het belang dat elke situatie die strijdig is met het recht,
wordt verholpen en de bekommernis dat bestaande toestanden en gewekte wordt verholpen en de bekommernis dat bestaande toestanden en gewekte
verwachtingen na verloop van tijd niet meer in het gedrang worden verwachtingen na verloop van tijd niet meer in het gedrang worden
gebracht. gebracht.
B.6. Weliswaar kan de nood om - in uitzonderlijke gevallen - te B.6. Weliswaar kan de nood om - in uitzonderlijke gevallen - te
voorkomen dat de terugwerkende kracht van een vernietiging « bestaande voorkomen dat de terugwerkende kracht van een vernietiging « bestaande
rechtstoestanden » in het gedrang zou brengen (Parl. St., Senaat, rechtstoestanden » in het gedrang zou brengen (Parl. St., Senaat,
1995-1996, nr. 1-321/2, p. 7), zich zowel laten gevoelen ten aanzien 1995-1996, nr. 1-321/2, p. 7), zich zowel laten gevoelen ten aanzien
van individuele beslissingen als ten aanzien van van individuele beslissingen als ten aanzien van
verordeningsbepalingen. verordeningsbepalingen.
Niettemin heeft de wetgever, bij het tot stand brengen van het in B.5 Niettemin heeft de wetgever, bij het tot stand brengen van het in B.5
vermelde billijke evenwicht, ermee rekening kunnen houden dat de kans vermelde billijke evenwicht, ermee rekening kunnen houden dat de kans
op onevenredige gevolgen van een vernietiging groter is wanneer het op onevenredige gevolgen van een vernietiging groter is wanneer het
een verordeningsbepaling betreft die per definitie een onbepaald een verordeningsbepaling betreft die per definitie een onbepaald
aantal personen als rechtsadressaat heeft. aantal personen als rechtsadressaat heeft.
B.7. Zonder zich uit te spreken over de grondwettigheid van een andere B.7. Zonder zich uit te spreken over de grondwettigheid van een andere
optie, zoals die welke de wetgever heeft overwogen tijdens de in B.2.3 optie, zoals die welke de wetgever heeft overwogen tijdens de in B.2.3
aangehaalde parlementaire voorbereiding, stelt het Hof vast dat het aangehaalde parlementaire voorbereiding, stelt het Hof vast dat het
niet zonder redelijke verantwoording is de mogelijkheid van een niet zonder redelijke verantwoording is de mogelijkheid van een
handhaving van de gevolgen te beperken tot verordeningsbepalingen. handhaving van de gevolgen te beperken tot verordeningsbepalingen.
Bij een nietigverklaring van benoemingen van overheidspersoneel - Bij een nietigverklaring van benoemingen van overheidspersoneel -
zoals te dezen - is de rechtspraak bovendien in die zin gevestigd dat zoals te dezen - is de rechtspraak bovendien in die zin gevestigd dat
de meeste handelingen van de betrokken ambtenaar niet meer ter de meeste handelingen van de betrokken ambtenaar niet meer ter
discussie kunnen worden gesteld en dat ook de reeds verkregen wedde discussie kunnen worden gesteld en dat ook de reeds verkregen wedde
van de ambtenaar niet wordt geraakt door de nietigverklaring. van de ambtenaar niet wordt geraakt door de nietigverklaring.
B.8. De prejudiciële vraag dient ontkennend te worden beantwoord. B.8. De prejudiciële vraag dient ontkennend te worden beantwoord.
Om die redenen, Om die redenen,
het Hof het Hof
zegt voor recht : zegt voor recht :
Artikel 14ter van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 Artikel 14ter van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12
januari 1973, schendt de artikelen 10 en 11 van de Grondwet niet. januari 1973, schendt de artikelen 10 en 11 van de Grondwet niet.
Aldus uitgesproken in het Nederlands en het Frans, overeenkomstig Aldus uitgesproken in het Nederlands en het Frans, overeenkomstig
artikel 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het artikel 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het
Grondwettelijk Hof, op de openbare terechtzitting van 20 december Grondwettelijk Hof, op de openbare terechtzitting van 20 december
2012. 2012.
De griffier, De griffier,
F. Meersschaut F. Meersschaut
De voorzitter, De voorzitter,
M. Bossuyt M. Bossuyt
^