gepubliceerd op 27 april 2006
Ministerieel besluit houdende benoeming van de voorzitter, de ondervoorzitter evenals de assessoren van de examencommissie van vakbekwaamheid voor goederen- en perso-nenvervoer over de weg
14 APRIL 2006. - Ministerieel besluit houdende benoeming van de voorzitter, de ondervoorzitter evenals de assessoren van de examencommissie van vakbekwaamheid voor goederen- en perso-nenvervoer over de weg
De Minister van Mobiliteit en Vervoer, Gelet op de
wet van 3 mei 1999Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
03/05/1999
pub.
30/06/1999
numac
1999014158
bron
ministerie van verkeer en infrastructuur
Wet betreffende het vervoer van zaken over de weg
sluiten betreffende het vervoer van zaken over de weg, inzonderheid op artikel 11, § 1, 2°;
Gelet op het ministerieel besluit van 8 mei 2002Relevante gevonden documenten type ministerieel besluit prom. 08/05/2002 pub. 30/05/2002 numac 2002014132 bron ministerie van verkeer en infrastructuur Ministerieel besluit genomen ter uitvoering van het koninklijk besluit van 7 mei 2002 betreffende het vervoer van zaken over de weg sluiten, genomen ter uitvoering van het koninklijk besluit van 7 mei 2002 betreffende het vervoer van zaken over de weg, inzonderheid op artikel 2;
Gelet op het koninklijk besluit van 5 september 1978 tot vaststelling van de voorwaarden inzake de toegang tot het beroep van ondernemer van nationaal en internationaal personenvervoer over de weg, inzonderheid op artikel 13, Besluit :
Artikel 1.De examencommissie van vakbekwaamheid voor goederen- en personenvervoer over de weg is als volgt samengesteld, voor een duur van drie jaar : Voorzitter : de heer E. VAN DE VOORDE, professor transporteconomie aan de UA - Antwerpen.
Ondervoorzitter : Mevr. C. COUNE, Directeur-generaal van het Directoraat-generaal Vervoer te Land.
Assessoren : de heer J. BONTE, van het Directoraat-generaal Vervoer te Land; de heer E. BULON, van het Directoraat-generaal Vervoer te Land;
Mevr. A.S. BUYSE, van het Instituut voor Wegtransport; de heer J. CALLENS, van het Instituut voor Wegtransport; de heer G. CARION, van het Belgisch Instituut voor de Verkeersveiligheid;
Mevr. V. CNUDDE, van de Steuncel bij de Voorzitter van het Directiecomité; de heer P. COLLAERT, lesgever bij het Instituut voor Wegtransport; de heer Ph. COLPAERT, van het Directoraat-generaal Maritiem Vervoer; de heer J.P. COPETTE, lesgever bij het Instituut voor Wegtransport; de heer M. DE CLIPPEL, van het Directoraat-generaal Luchtvaart; de heer J.P. DELNEUFCOURT, van het Directoraat-generaal Mobiliteit en Verkeersveiligheid; de heer M. DE MEYER, van het Directoraat-generaal Vervoer te Land; de heer P. DE NEVE, lesgever bij het Instituut voor Wegtransport; de heer H. DEWIT, van het Instituut voor de Autocar en de Autobus; de heer G. DUFRASNE, van het Directoraat-generaal Vervoer te Land; de heer L. EVENEPOEL, van het Directoraat-generaal Mobiliteit en Verkeersveiligheid;
Mevr. B. FEYS, van de Stafdienst Begroting en Beheerscontrole; de heer J.C. HOUTMEYERS, van het Directoraat-generaal Vervoer te Land; de heer A. LEDOUBLE, van het Directoraat-generaal Mobiliteit en Verkeersveiligheid;
Mevr. B. LENOTTE, van het Instituut voor Wegtransport; de heer J.C. LEROY, van het Directoraat-generaal Vervoer te Land; de heer P. LOISE, van het Directoraat-generaal Vervoer te Land; de heer M. LOCCUFIER, van het Directoraat-generaal Mobiliteit en Verkeersveiligheid; de heer H. MAILLARD, van het Directoraat-generaal Vervoer te Land; de heer F. MEUNIER, van het Directoraat-generaal Mobiliteit en Verkeersveiligheid;
Mevr. V. MONTULET, van het Directoraat-generaal Vervoer te Land;
Mevr. M. MULLIER, van het Directoraat-generaal Vervoer te Land; de heer J.M. NEVENS, van het Directoraat-generaal Mobiliteit en Verkeersveiligheid; de heer J.P. NOEL, van het Directoraat-generaal Vervoer te Land; de heer J.P. OTJACQUES, van het Directoraat-generaal Vervoer te Land; de heer Y. PARMENTIER, van het Directoraat-generaal Vervoer te Land;
Mevr. M. PEETERS, van het Directoraat-generaal Vervoer te Land; de heer A. REMACLE, van het Directoraat-generaal Vervoer te Land; de heer P. QUARMEAU, van de Dienst Regulering van het Spoorwegvervoer en van de exploitatie van de luchthaven Brussel-Nationaal; de heer M. ROMAN, van het Directoraat-generaal Mobiliteit en Verkeersveiligheid;
Mevr. M. STEVENS, van het Directoraat-generaal Luchtvaart; de heer J.M. STIENON, van het Directoraat-generaal Vervoer te Land;
Mevr. M. STOQUART, van het Directoraat-generaal Maritiem Vervoer; de heer F. SWIDERSKI, van het Instituut voor het Transport langs de Binnenwateren; de heer J. VANDEKERKHOF, van het Directoraat-generaal Vervoer te Land;
Mevr. H. VAN DEN AMEELE, van het Instituut voor Wegtransport; de heer L. VANDENBERGE, van het Instituut voor Wegtransport; de heer F. VAN ROY, van het Directoraat-generaal Vervoer te Land;
Mevr. S. VERCRUYSE, van het Directoraat-generaal Vervoer te Land; de heer K. WILLEMS, lesgever bij het Instituut voor Wegtransport;
Secretaris : de heer M. JANQUART, van het Directoraat-generaal Vervoer te Land.
Art. 2.Dit besluit treedt in werking op 1 mei 2006.
Brussel, 14 april 2006.
R. LANDUYT