gepubliceerd op 18 februari 2000
Ministerieel besluit tot vaststelling van de rentevoet van de in 2000 uit te keren intresten voor de bij de Deposito- en Consignatiekas in bewaring gegeven consignaties, vrijwillige deposito's en borgtochten
8 FEBRUARI 2000. - Ministerieel besluit tot vaststelling van de rentevoet van de in 2000 uit te keren intresten voor de bij de Deposito- en Consignatiekas in bewaring gegeven consignaties, vrijwillige deposito's en borgtochten
De Minister van Financiën, Gelet op artikel 10 van de
wet van 24 december 1999Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
24/12/1999
pub.
29/12/1999
numac
1999003644
bron
ministerie van financien
Wet houdende de Rijksmiddelenbegroting voor het begrotingsjaar 2000
sluiten houdende de Rijksmiddelenbegroting voor het begrotingsjaar 2000, Besluit :
Artikel 1.De rentevoet van de bij de Deposito- en Consignatiekas in bewaring gegeven consignaties, de vrijwillige deposito's en de borgtochten van alle categorieën wordt op 2,25 percent vastgesteld.
De sommen ontvangen bij toepassing van artikel 1 van het koninklijk besluit van 14 december 1935 betreffende de organisatie en de controle van de boekhouding van notarissen, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 8 november 1968, bekomen een rentevoet vastgesteld op 2,75 percent.
De sommen die geconsigneerd zijn of geconsigneerd blijven omwille van de minderjarigheid, de onbekwaamheid of de krankzinnigheid van de rechthebbenden, of wegens het bestaan van een vruchtgebruik en de borgtochten die door de hypotheekbewaarders in specie worden verstrekt tot zekerheid van hun verbintenissen tegenover derden (wet van 21 Ventôse, jaar VII, gewijzigd bij de wet van 24 december 1906) bekomen een rentevoet vastgesteld op 3,50 percent.
Art. 2.De sommen die geconsigneerd worden of het blijven in toepassing van artikel 51 van het Wetboek van Koophandel, boek III, titel II, genieten een rentevoet van 4,70 percent.
Art. 3.Dit besluit heeft uitwerking op 1 januari 2000, met uitzondering van artikel 2 dat in werking treedt op 1 februari 2000.
Brussel, 8 februari 2000.
D. REYNDERS