Etaamb.openjustice.be
Ministerieel Besluit van 05 januari 2009
gepubliceerd op 29 januari 2009

Ministerieel besluit tot vaststelling van de modaliteiten voor de kandidaatstelling en de aanwijzing als Directeur Medische Hulpverlening

bron
federale overheidsdienst volksgezondheid, veiligheid van de voedselketen en leefmilieu
numac
2009024000
pub.
29/01/2009
prom.
05/01/2009
ELI
eli/besluit/2009/01/05/2009024000/staatsblad
staatsblad
http://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.(...)
links
Raad van State (chrono)
Document Qrcode

5 JANUARI 2009. - Ministerieel besluit tot vaststelling van de modaliteiten voor de kandidaatstelling en de aanwijzing als Directeur Medische Hulpverlening


De Minister van Volksgezondheid, Gelet op de wet van 8 juli 1964 betreffende de dringende geneeskundige hulpverlening, artikel 1, derde lid, vervangen bij de wet van 22 februari 1998;

Gelet op het koninklijk besluit nr. 78 van 10 november 1967 betreffende de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen, artikel 37bis, ingevoegd bij de wet van 10 augustus 2001;

Gelet op het koninklijk besluit van 2 februari 2007 tot bepaling van de functie van Directeur Medische Hulpverlening en het toepassingsgebied ervan, artikel 5, tweede lid;

Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 10 september 2008;

Gelet op het advies nr. 45.410/3 van de Raad van State, gegeven op 25 november 2008 met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, Besluit :

Artikel 1.De kandidaat Directeur Medische Hulpverlening dient zijn aanvraag in bij de Minister van Volksgezondheid, via de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu, Directoraat-generaal Basisgezondheidszorg en Crisisbeheer, hierna « de Administratie » genaamd.

Bij die aanvraag voegt hij de documenten waaruit blijkt dat zijn profiel overeenstemt met de bepalingen van artikel 6, § 1, 2° en 3°, van het koninklijk besluit van 2 februari 2007 tot bepaling van de functie van Directeur Medische Hulpverlening en het toepassingsgebied ervan, en ook zijn identificatienummer van het Rijksregister aan de hand waarvan de titels van de kandidaat kunnen worden geïdentificeerd in de federale databank van de beoefenaars van de gezondheidszorgberoepen, bedoeld in artikel 35quaterdecies van het koninklijk besluit nr. 78 van 10 november 1967 betreffende de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen.

Art. 2.De Administratie gaat onmiddellijk na of het dossier volledig is en de ontbrekende stukken worden opgevraagd bij de kandidaat.

Wanneer in dit geval de kandidaat niet reageert binnen de drie maanden, wordt het dossier afgesloten verklaard.

De Administratie gaat ook direct na of de kandidaat voldoet aan de voorwaarde van artikel 6, § 1, 1°, van het bovenvermeld koninklijk besluit van 2 februari 2007 en of hij het recht heeft om zijn beroep in België uit te oefenen. Zo dit niet het geval is, wordt de kandidaat hiervan op de hoogte gebracht en het dossier wordt onmiddellijk afgesloten verklaard.

Art. 3.§ 1. De Administratie legt het dossier voor advies voor aan de Commissie voor Dringende Geneeskundige Hulpverlening, hierna « de Commissie » genaamd en bedoeld in het koninklijk besluit van 10 augustus 1998 tot oprichting van de Commissies voor Dringende Geneeskundige Hulpverlening, van de provincie waar de kandidaat zijn beroep voornamelijk uitoefent of voornamelijk heeft uitgeoefend in een functie « mobiele urgentiegroep » of « gespecialiseerde spoedgevallenzorg » van een ziekenhuis.

Binnen 60 dagen brengt de Commissie, aan de hand van een door de Administratie bezorgd standaarddocument, een met redenen omkleed advies uit aan de Minister in verband met de ingediende kandidatuur.

Indien de Commissie zijn advies niet binnen de voorgeschreven termijn uitbrengt, neemt de Minister een beslissing. § 2. Het met redenen omklede advies van de Commissie wordt gelijktijdig aan de kandidaat en aan de minister bezorgd. Indien het advies negatief is, beschikt de kandidaat over een termijn van 60 dagen om zijn dossier te vervolledigen vooraleer de Minister een definitieve beslissing neemt Brussel, 5 januari 2009.

Mevr. L. ONKELINX

^