Etaamb.openjustice.be
Koninklijk Besluit van 21 juli 2023
gepubliceerd op 09 oktober 2023

Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 18 januari 2023, gesloten in het Paritair Comité voor het kleding- en confectiebedrijf, ter verlenging van de collectieve arbeidsovereenkomst van 8 december 2021 betreffende de arbeidsvoorwaarden

bron
federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg
numac
2023043715
pub.
09/10/2023
prom.
21/07/2023
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
Document Qrcode

21 JULI 2023. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 18 januari 2023, gesloten in het Paritair Comité voor het kleding- en confectiebedrijf, ter verlenging van de collectieve arbeidsovereenkomst van 8 december 2021 betreffende de arbeidsvoorwaarden (1)


FILIP, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op de wet van 5 december 1968Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/12/1968 pub. 22/05/2009 numac 2009000346 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel 28;

Gelet op het verzoek van het Paritair Comité voor het kleding- en confectiebedrijf;

Op de voordracht van de Minister van Werk, Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 18 januari 2023, gesloten in het Paritair Comité voor het kleding- en confectiebedrijf, ter verlenging van de collectieve arbeidsovereenkomst van 8 december 2021 betreffende de arbeidsvoorwaarden.

Art. 2.De minister bevoegd voor Werk is belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 21 juli 2023.

FILIP Van Koningswege : De Minister van Werk, P.-Y. DERMAGNE _______ Nota (1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad : Wet van 5 december 1968Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/12/1968 pub. 22/05/2009 numac 2009000346 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969. Bijlage Paritair Comité voor het kleding- en confectiebedrijf Collectieve arbeidsovereenkomst van 18 januari 2023 Verlenging van de collectieve arbeidsovereenkomst van 8 december 2021 betreffende de arbeidsvoorwaarden (Overeenkomst geregistreerd op 21 februari 2023 onder het nummer 178386/CO/109) HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied

Artikel 1.Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op de werkgevers die ressorteren onder het Paritair Comité voor het kleding- en confectiebedrijf en op de arbeid(st)ers die zij tewerkstellen, met inbegrip van de huisarbeid(st)ers. HOOFDSTUK II. - Duur van de overeenkomst en verbintenissen

Art. 2.Deze collectieve arbeidsovereenkomst verlengt de collectieve arbeidsovereenkomst van 8 december 2021 (registratienummer 172240/CO/109) betreffende de arbeidsvoorwaarden tot 30 juni 2023.

Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing van 1 januari 2023 tot 30 juni 2023.

Tijdens de duur van deze collectieve arbeidsovereenkomst waarborgen de ondertekenende partijen de inachtneming van de sociale vrede, hetgeen het volgende inhoudt : 1) alle bepalingen betreffende de lonen en arbeidsvoorwaarden worden stipt nageleefd en kunnen niet in betwisting worden gebracht door de werknemers- of de werkgeversorganisaties, noch door de arbeid(st)ers of de werkgevers;2) de werknemersorganisaties en de arbeid(st)ers verbinden er zich toe geen eisen te stellen op nationaal noch op gewestelijk vlak, noch op dat van de onderneming, aangezien alle individuele normatieve bepalingen geregeld zijn door onderhavige collectieve arbeidsovereenkomst. HOOFDSTUK III. - Toepassingsdatum van de loonaanpassingen

Art. 3.Alle loonaanpassingen in uitvoering van deze collectieve arbeidsovereenkomst worden toegepast vanaf de eerste dag van de maand, in de ondernemingen waar per maand of per halve maand wordt betaald.

In de ondernemingen waar de loonperiode op een andere dag dan de eerste dag van de maand begint, worden, indien het aantal kalenderdagen vóór de eerste dag van de maand, kleiner is dan of gelijk is aan het aantal kalenderdagen te rekenen vanaf de eerste dag van de maand, de loonaanpassingen toegekend vanaf de eerste dag van de loonperiode waarin de eerste dag van de maand valt. In het tegengestelde geval worden de loonaanpassingen toegepast vanaf de eerste dag van de loonperiode die een aanvang neemt nss de eerste dag van de maand. HOOFDSTUK IV. - Lonen A. Lonen toepasselijk op arbeid(st)ers die tewerkgesteld worden met een arbeidsovereenkomst voor studenten

Art. 4.De minimumuurlonen worden toegekend volgens hun leeftijd en functie als volgt : de percentages worden berekend op loongroep 1 voor de studenten die behoren tot de laagste groep van de classificatie of op het loon van de groep voor de tewerkstelling waarvoor de student werd aangeworven.

Age à l'embauche - Leeftijd bij aanwerving

p.c. sur groupe salarial 1 ou sur groupe salarial engagement pct. op loongroep 1 of op loongroep tewerkstelling

16 ans/jaar

85,00

17 ans/jaar

88,00

18 ans/jaar

91,00

19 ans/jaar

94,00

20 ans/jaar

97,00

21 ans/jaar

100,00


Art. 5.Indien van de student, in ondernemingen waar het werk stuk voor stuk wordt doorgegeven of waar aan de studenten geen individuele keuze van het arbeidsregime toegelaten wordt, prestaties worden geëist die qua hoeveelheid en kwaliteit gelijk zijn aan normale prestaties van een gewone arbeid(st)er, mag de looncoëfficiënt niet toegepast worden.

B. Beginners

Art. 6.Onder "beginners" wordt verstaan : werknemers die niet zijn bedoeld in artikel 4 van deze collectieve arbeidsovereenkomst en die een ononderbroken diensttijd hebben van minder dan zes maanden in de voorbije tien jaar in een onderneming ressorterend onder het Paritair Comité voor het kleding- en confectiebedrijf.

Voor het bereiken van de ononderbroken diensttijd van 6 maanden of meer wordt rekening gehouden met de periode van tewerkstelling als uitzendkracht in een onderneming ressorterend onder het Paritair Comité voor het kleding- en confectiebedrijf. Elke periode van inactiviteit van 7 kalenderdagen of minder bij een onderneming ressorterend onder het Paritair Comité voor het kleding- en confectiebedrijf geldt als een periode van tewerkstelling als uitzendkracht bij een onderneming ressorterend onder het Paritair Comité voor het kleding- en confectiebedrijf.

Art. 7.Beginners kunnen voor maximaal 3 maanden worden ingedeeld in de loongroep die één graad lager is dan de loongroep overeenstemmend met de functie waarvoor ze zijn aangeworven, voor zover een opleidingstraject is voorzien van 1,5 maanden in de bedoelde functie.

Dit opleidingstraject moet worden goedgekeurd door de sectorale opleidingsinstelling IVOC. Is er geen opleidingstraject voorzien op ondernemingsvlak, gecertifieerd door de sectorale opleidingsinstelling IVOC voor de bedoelde functie, dan kunnen de beginners gedurende maximaal 1,5 maanden worden ingedeeld in de loongroep die één graad lager is dan de loongroep overeenstemmend met de functie waarvoor ze zijn aangeworven.

Na de hiervoor bedoelde periode van 3 maanden bedoeld in lid 1 van onderhavig artikel of 1,5 maanden bedoeld in lid 2 van onderhavig artikel, ontvangen zij het loon overeenstemmend met dat van de andere werknemers met dezelfde functie in de onderneming.

Art. 8.De principes voorzien in artikel 7 van onderhavige collectieve arbeidsoverkomst zijn niet van toepassing op de functies van loongroep 1 bepaald door artikel 5 van de collectieve arbeidsovereenkomst van 4 december 2014 betreffende de functieclassificatie.

C. Minimum- en werkelijke uurlonen van de andere arbeid(st)ers

Art. 9.Vanaf 1 januari 2022, na de verhoging van baremieke brutolonen met 0,40 pct. zoals bepaald in de overeenkomst houdende het akkoord van sociale vrede 2021-2022 van 16 november 2021, zijn de minimumuurlonen van de arbeid(st)ers als volgt vastgesteld :

EUR

Groupe de salaires 1/Loongroep 1

11,9846 EUR

Groupe de salaires 2/Loongroep 2

12,1043 EUR

Groupe de salaires 3/Loongroep 3

12,3463 EUR

Groupe de salaires 4/Loongroep 4

12,7170 EUR

Groupe de salaires 5/Loongroep 5

13,2254 EUR

Groupe de salaires 6/Loongroep 6

13,8868 EUR

Groupe de salaires 7/Loongroep 7

14,7200 EUR

Groupe de salaires 8/Loongroep 8

15,7504 EUR

Groupe de salaires 9/ Loongroep 9

17,0106 EUR


Deze minimumuurlonen zijn niet van toepassing op de arbeid(st)ers die vallen onder het toepassingsgebied van de collectieve arbeidsovereenkomst van 7 januari 2003 betreffende de functieclassificatie in de ondernemingen die toeleveren aan de automobielnijverheid (registratienummer 65467/CO/109), laatst gewijzigd door de collectieve arbeidsovereenkomst van 28 februari 2008 (registratienummer 87523/CO/109).

Art. 10.Elke loonsverhoging wordt volledig ingerekend in de betalingsmaatstaven van de volgens rendement bezoldigde arbeidssystemen.

Art. 11.§ 1. Zoals bepaald in artikel 3 van de collectieve arbeidsovereenkomst van 29 juni 2017 houdende het akkoord van sociale vrede 2017-2018 (registratienummer 140854/CO/109) en in de collectieve arbeidsovereenkomst van 18 oktober 2017 tot wijziging van artikel 3 van de collectieve arbeidsovereenkomst houdende het akkoord van sociale vrede 2017-2018 (registratienummer 142989/CO/109), werden op 1 oktober 2017 de effectieve en baremieke brutolonen met 1,1 pct. verhoogd. Deze baremieke bruto loonsverhoging is inbegrepen in de minimumuurlonen vermeld in artikel 9.

Voornoemd artikel 3 van het akkoord van sociale vrede 2017-2018 voorzag de mogelijkheid om op ondernemingsvlak deze 1,1 pct. bruto loonsverhoging op alternatieve wijze in te vullen, mits akkoord op ondernemingsvlak vóór 30 september 2017. § 2. Zoals bepaald in artikel 3 van de collectieve arbeidsovereenkomst van 26 juni 2019 houdende het akkoord van sociale vrede 2019-2020 (registratienummer 153350/CO/109), werden op 1 september 2019 de effectieve en baremieke brutolonen verhoogd met 0,85 pct. Deze baremieke bruto loonsverhoging is inbegrepen in de minimumuurlonen vermeld in artikel 9.

Zoals bepaald in artikel 4 van de collectieve arbeidsovereenkomst van 26 juni 2019 houdende het akkoord van sociale vrede 2019-2020 (registratienummer 153350/CO/109), werd op 1 september 2019 het werkgeversaandeel in de maaltijdcheques verhoogd met 0,50 EUR. In de ondernemingen waar deze verhoging met 0,50 EUR niet onder de vorm van maaltijdcheques kon worden toegekend omdat het maximum toegelaten bedrag van 8 EUR zoals voorzien in de socialezekerheidswetgeving reeds bereikt was, werden de effectieve en baremieke brutolonen ter compensatie verhoogd met 1,1 pct. in plaats van 0,85 pct. met ingang van 1 september 2019 of werden gelijkwaardige voordelen toegekend.

In de ondernemingen waar deze verhoging met 0,50 EUR niet volledig onder de vorm van maaltijdcheques kon worden toegekend omdat het bedrag van de maaltijdcheque 7,50 EUR reeds overschreed, werden de effectieve en baremieke brutolonen verhoogd met een percentage dat het saldo vertegenwoordigt volgens dezelfde logica zoals hierboven beschreven in lid 3 met ingang van 1 september 2019 of werden gelijkwaardige voordelen toegekend. § 3. Zoals bepaald in artikel 3 van de collectieve arbeidsovereenkomst van 16 november 2021 houdende het akkoord van sociale vrede 2021-2022, worden op 1 januari 2022 de effectieve en baremieke brutolonen verhoogd met 0,4 pct. Deze baremieke bruto loonsverhoging is inbegrepen in de minimumuurlonen vermeld in artikel 9.

Voornoemd artikel 3 van het akkoord van sociale vrede 2021-2022 voorziet de mogelijkheid om op ondernemingsvlak deze 0,4 pct. bruto loonsverhoging op alternatieve wijze in te vullen, mits akkoord op ondernemingsvlak, waar er overlegorganen zijn, ten laatste op 31 december 2021.

D. Gewaarborgde werkelijke lonen

Art. 12.1° Het minimumuurloon dat betrekking heeft op de functie of op de taak is steeds gewaarborgd en inzonderheid in geval van volgens rendement bezoldigde arbeidssystemen. 2° In de ondernemingen waar een systeem van rendementsarbeid, al dan niet gebonden aan een prestatiebeloning bestaat, kunnen de geschillen welke zijn gerezen, ofwel bij de toepassing van het systeem, ofwel bij een wijziging of bij invoering van het systeem, op het verzoek van de meeste gerede partij, het voorwerp uitmaken van een contradictoir onderzoek door een bevoegd technicus, aangeduid door een werknemersorganisatie en een bevoegd technicus, aangeduid door Creamoda. De voor de beoordeling van de systemen van rendementsarbeid bevoegde technici moeten door de onderneming in het bezit worden gesteld van alle elementen welke vereist zijn om tot dit onderzoek te kunnen overgaan.

E. Koppeling van de lonen aan het indexcijfer van de consumptieprijzen

Art. 13.De minimumuurlonen, vastgesteld bij artikel 9, evenals de werkelijk uitbetaalde lonen worden gekoppeld aan het indexcijfer van de consumptieprijzen volgens de bepalingen van de collectieve arbeidsovereenkomst van 3 april 2003, gesloten in het Paritair Comité voor het kleding- en confectiebedrijf, betreffende de koppeling van de lonen aan het indexcijfer van de consumptieprijzen (registratienummer 66284/CO/109).

F. Huisarbeid

Art. 14.Het maakloon van elk stuk wordt berekend door het aantal uren dat voor de uitvoering ervan is vereist, te vermenigvuldigen met het uurloon dat overeenstemt met de categorie van het werk (minimum loongroep 3), zoals bepaald bij artikel 9.

Bij het globaal loon van de huisarbeider(ster)s wordt een forfaitaire vergoeding van 10 pct. van het brutoloon gevoegd als schadeloosstelling voor de algemene onkosten welke hun ten laste vallen (verwarming, verlichting, afschrijving materiaal, enz.). De werkgevers zijn ertoe gehouden aan de huisarbeid(st)er de benodigdheden zoals garen enz. gratis te leveren.

Nochtans, wanneer de huisarbeid(st)er deze benodigdheden zelf levert, wordt de forfaitaire vergoeding waarvan hoger sprake van 10 op 15 pct. gebracht.

De forfaitaire vergoeding van 10 of 15 pct. wordt afzonderlijk in het loonboekje ingeschreven.

G. Ploegenarbeid

Art. 15.Voor voltijdse arbeid in een arbeidsregime met wisselende opeenvolgende ploegen wordt een ploegenpremie van 6 pct. betaald bovenop het basisloon.

Art. 16.In de ondernemingen die toeleveren aan de auto-industrie, bedoeld in de collectieve arbeidsovereenkomst van 22 maart 2004 betreffende de toeleveringsbedrijven, algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit van 1 september 2004 (registratienummer 71052/CO/109), zal voor ploegenarbeid met nachtprestaties, zoals bedoeld in artikel 1 van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 49 van 21 mei 1991, afgesloten in de Nationale Arbeidsraad en algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit van 4 juli 1991, een vergoeding toegekend worden van 18 pct., berekend op het effectieve uurloon. HOOFDSTUK V. - Maaltijdcheques

Art. 17.Zoals bepaald in artikel 21 van de collectieve arbeidsovereenkomst van 16 november 2021 houdende het akkoord van sociale vrede 2021-2022, worden de bepalingen over de maaltijdcheques die zijn opgenomen in de collectieve arbeidsovereenkomst van 28 juni 2021 betreffende de arbeidsvoorwaarden (registratienummer 166447/CO/109) vervat in de collectieve arbeidsovereenkomst van 8 december 2021 houdende toekenning van maaltijdcheques. HOOFDSTUK VI. - Slotbepalingen

Art. 18.Overeenkomstig artikel 14 van de wet van 5 december 1968Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/12/1968 pub. 22/05/2009 numac 2009000346 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités worden, voor wat betreft de ondertekening van deze collectieve arbeidsovereenkomst, de handtekeningen van de personen die deze aangaan namens de werknemersorganisaties enerzijds en namens de werkgeversorganisaties anderzijds, vervangen door de, door de voorzitter en de secretaris ondertekende en door de leden goedgekeurde notulen van de vergadering.

Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 21 juli 2023.

De Minister van Werk, P.-Y. DERMAGNE

^