Etaamb.openjustice.be
Koninklijk Besluit van 12 oktober 2005
gepubliceerd op 25 november 2005

Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 24 mei 2005, gesloten in het Paritair Comité voor de scheikundige nijverheid, betreffende het minimumuurloon

bron
federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg
numac
2005202851
pub.
25/11/2005
prom.
12/10/2005
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
Document Qrcode

12 OKTOBER 2005. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 24 mei 2005, gesloten in het Paritair Comité voor de scheikundige nijverheid, betreffende het minimumuurloon (1)


ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel 28;

Gelet op het verzoek van het Paritair Comité voor de scheikundige nijverheid;

Op de voordracht van Onze Minister van Werk, Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 24 mei 2005, gesloten in het Paritair Comité voor de scheikundige nijverheid, betreffende het minimumuurloon.

Art. 2.Onze Minister van Werk is belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 12 oktober 2005.

ALBERT Van Koningswege : De Minister van Werk, Mevr. F. VAN DEN BOSSCHE _______ Nota (1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad : Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969. Bijlage Paritair Comité voor de scheikundige nijverheid Collectieve arbeidsovereenkomst van 24 mei 2005 Minimumuurloon (Overeenkomst geregistreerd op 23 juni 2005 onder het nummer 75311/CO/116)

Artikel 1.Deze collectieve arbeidsovereenkomst is toepasselijk op de werkgevers en op de arbeiders van de ondernemingen die ressorteren onder het Paritair Comité voor de scheikundige nijverheid.

Door "arbeiders" wordt verstaan : de arbeiders en de arbeidsters.

Art. 2.Onverminderd de toepassing van de collectieve arbeidsovereenkomst van 7 november 2001 gesloten in het Paritair Comité voor de scheikundige nijverheid (koninklijk besluit van 12 juni 2002; Belgisch Staatsblad van 27 juli 2002) tot vaststelling van de loonschaal van de jongeren wordt het bedrag van het "minimum aanvangsuurloon", zoals vastgelegd in artikel 2 van de collectieve arbeidsovereenkomst van 7 mei 2003 (koninklijk besluit van 1 oktober 2003, Belgisch Staatsblad van 19 november 2003) betreffende het minimumuurloon, gesloten in het Paritair Comité voor de scheikundige nijverheid, zijnde 8,3085 EUR vanaf 1 juli 2004 in de 40 uren week, van kracht op 31 maart 2005, vanaf 1 april 2005 met 0,09 EUR verhoogd.

Voor de arbeiders met minstens 12 maanden anciënniteit in de onderneming wordt het "minimumuurloon vanaf 12 maanden anciënniteit", zoals vastgelegd in artikel 2 van de collectieve arbeidsovereenkomst van 7 mei 2003 (koninklijk besluit van 1 oktober 2003, Belgisch Staatsblad van 19 november 2003) betreffende het minimumuurloon, gesloten in het Paritair Comité voor de scheikundige nijverheid, zijnde 8,3915 EUR vanaf 1 juli 2004 in de 40 uren week, van kracht op 31 maart 2005, vanaf 1 april 2005 met 0,09 EUR verhoogd.

Vanaf 1 januari 2006 worden het voornoemd minimum aanvangsuurloon evenals het voornoemd minimumuurloon vanaf 12 maanden anciënniteit, die van kracht zijn op 31 december 2005, met 0,09 EUR verhoogd.

Het minimumuurloon stemt overeen met het laagst toepasbaar niveau, met name de functie van gewoon handlanger.

Art. 3.De minimumuurlonen voortvloeiend uit artikel 2 stemmen overeen met een daadwerkelijke wekelijkse arbeidsduur van veertig uren.

Wanneer de wekelijkse arbeidsduur van veertig uren daadwerkelijk per week verminderd is, met perequatie van het loon wordt bovenstaande minimumbedrag evenredig geperequateerd.

De in het vorig lid van dit artikel voorziene perequatie zal als volgt gebeuren : de perequatie van de lonen, uitgedrukt in euro, wordt toegepast vóór de eventuele afronding voorzien in artikel 7 van de collectieve arbeidsovereenkomst van 2 mei 2001 (koninklijk besluit van 24 april 2002; Belgisch Staatsblad van 31 mei 2002), gesloten in het Paritair Comité voor de scheikundige nijverheid, tot koppeling van de lonen aan het indexcijfer van de consumptieprijzen.

Voorbeelden van perequaties : 8,3985 x 1,02 = 8,56647 afgerond tot 8,5664 en daarna tot het hogere halve duizendste, namelijk tot 8,5665 EUR (40 u.).

Arbeider minder dan 19 jaar oud : 90 pct. van 8,56647 = 7,70982 afgerond tot 7,7098 en daarna tot de hogere halve duizendste, namelijk tot 7,7100 EUR (40 u.).

De eventuele perequatie gebeurt vóór de afronding.

Voor een perequatie in 39 u : 7,70982 x 40/39 = 7,90751, afgerond tot 7,9075 EUR. Voor een perequatie in 38 u. : 8,56647 x 40/38 = 9,01734 afgerond tot 9,0173 en daarna tot het hogere halve duizendste, tot 9,0175 EUR.

Art. 4.De minimumuurlonen vermeld in artikel 2 hierboven dienen bij iedere loonuitbetaling aan de arbeiders gewaarborgd te worden. Deze minimumuurlonen omvatten het basisuurloon en de eventuele vaste productiepremies, met uitsluiting van alle andere premies.

Art. 5.De minimumuurlonen vastgesteld in artikel 2, zijn gekoppeld aan het indexcijfer van de consumptieprijzen, overeenkomstig de bepalingen van de collectieve arbeidsovereenkomst van 2 mei 2001 (koninklijk besluit van 24 april 2002, Belgisch Staatsblad van 31 mei 2002) gesloten in het Paritair Comité voor de scheikundige nijverheid, tot koppeling van de lonen aan het indexcijfer van de consumptieprijzen, en stemmen overeen met spilindexcijfer 112,98 (basis 1996 = 100).

Art. 6.Deze collectieve arbeidsovereenkomst wordt gesloten voor een onbepaalde duur. Zij vervangt de collectieve arbeidsovereenkomst van 7 mei 2003 (koninklijk besluit van 1 oktober 2003; Belgisch Staatsblad van 19 november 2003) gesloten in het Paritair Comité voor de scheikundige nijverheid betreffende het minimumuurloon, en treedt in werking op 1 april 2005.

Zij kan door elk der partijen worden opgezegd mits een opzegging van drie maanden, betekend bij een ter post aangetekende brief, gericht aan de voorzitter van het Paritair Comité voor de scheikundige nijverheid. De termijn van drie maanden begint te lopen vanaf de datum waarop de aangetekende brief aan de voorzitter wordt toegezonden. De poststempel geldt als bewijs.

Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 12 oktober 2005.

De Minister van Werk, Mevr. F. VAN DEN BOSSCHE

^