Etaamb.openjustice.be
Koninklijk Besluit van 08 januari 2006
gepubliceerd op 03 februari 2006

Koninklijk besluit tot opheffing van het koninklijk besluit van 10 november 1976 tot toekenning van de rechtspersoonlijkheid voor het beheer van zijn eigen vermogen aan het Koninklijk Museum voor het Leger en de Krijgsgeschiedenis

bron
ministerie van landsverdediging
numac
2006007029
pub.
03/02/2006
prom.
08/01/2006
ELI
eli/besluit/2006/01/08/2006007029/staatsblad
staatsblad
http://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.(...)
Document Qrcode

8 JANUARI 2006. - Koninklijk besluit tot opheffing van het koninklijk besluit van 10 november 1976 tot toekenning van de rechtspersoonlijkheid voor het beheer van zijn eigen vermogen aan het Koninklijk Museum voor het Leger en de Krijgsgeschiedenis


ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op artikel 37 van de Grondwet;

Gelet op de wetten op de Rijkscomptabiliteit, gecoördineerd op 17 juli 1991, inzonderheid op artikel 140;

Gelet op de Programmawet van 30 december 2001, inzonderheid op de artikelen 95 en 168;

Gelet op het koninklijk besluit van 10 november 1976 tot toekenning van de rechtspersoonlijkheid voor het beheer van zijn eigen vermogen aan het Koninklijk Museum voor het Leger en de Krijgsgeschiedenis;

Gelet op het koninklijk besluit van 20 maart 2003 tot vaststelling van de organieke voorschriften voor het financieel en materieel beheer van het Koninklijk Museum voor het Leger en de Krijgsgeschiedenis, wetenschappelijke instelling die ressorteert onder de Minister van Landsverdediging, als Staatsdienst met afzonderlijk beheer;

Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 7 maart 2005;

Gelet op de akkoordbevinding van Onze Minister van Begroting, van 15 juni 2005;

Gelet op de akkoordbevinding van Onze Minister van Financiën, van 28 november 2005;

Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, inzonderheid op artikel 3, § 1, vervangen door de wet van 4 juli 1989 en gewijzigd bij de wet van 4 augustus 1996;

Gelet op de dringende noodzakelijkheid;

Overwegende dat het Koninklijk Museum voor het Leger en de Krijgsgeschiedenis een staatsdienst met afzonderlijk beheer geworden is bij toepassing van het koninklijk besluit van 20 maart 2003 tot vaststelling van de organieke voorschriften voor het financieel en materieel beheer van het Koninklijk Museum voor het Leger en de Krijgsgeschiedenis, wetenschappelijke instelling die ressorteert onder de Minister van Landsverdediging, als Staatsdienst met afzonderlijk beheer;

Overwegende dat bijgevolg het Koninklijk Museum voor het Leger en de Krijgsgeschiedenis de schenkingen, legaten en andere giften mag aanwenden en dat ten gevolge hiervan het koninklijk besluit van 10 november 1976 tot toekenning van de rechtspersoonlijkheid voor het beheer van zijn eigen vermogen aan het Koninklijk Museum voor het Leger en de Krijgsgeschiedenis geen bestaansreden meer heeft;

Op voordracht van Onze minister van Landsverdediging, Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.Het koninklijk besluit van 10 november 1976 tot toekenning van de rechtspersoonlijkheid voor het beheer van zijn eigen vermogen aan het Koninklijk Museum voor het Leger en de Krijgsgeschiedenis, wordt opgeheven.

Art. 2.De in artikel 2 van het vermelde besluit bedoelde commissie van beheer wordt ontbonden.

Art. 3.Het beschikbaar financieel vermogen zal in ontvangst genomen worden in de begroting en de rekeningen van het begrotingsjaar 2005 van het Koninklijk Museum voor het Leger en de Krijgsgeschiedenis als uitzonderlijke exploitatieontvangst. Deze fondsen mogen aangewend worden voor de algemene uitgaven van het Museum.

Gebeurlijke schulden van het patrimonium zullen betaald worden ten laste van het Museum.

Art. 4.Dit besluit treedt in werking op 31 december 2004.

Art. 5.Onze Minister van Landsverdediging is belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel 8 januari 2006.

ALBERT Van Koningswege : De Minister van Landsverdediging, A. FLAHAUT De Minister van Begroting, Mme F. VAN DEN BOSSCHE De Minister van Financiën, D. REYNDERS

^