← Terug naar "Examens waarbij de licentiaten in het notariaat in de gelegenheid worden gesteld te bewijzen dat zij
in staat zijn de voorschriften van de wet op het gebruik der talen in gerechtszaken na te leven. - Gewone
zittijd van oktober 1998 Het Ministeri De aanvragen tot inschrijving moeten vóór 15 september 1998
bij aangetekend schrijven gericht worde(...)"
Examens waarbij de licentiaten in het notariaat in de gelegenheid worden gesteld te bewijzen dat zij in staat zijn de voorschriften van de wet op het gebruik der talen in gerechtszaken na te leven. - Gewone zittijd van oktober 1998 Het Ministeri De aanvragen tot inschrijving moeten vóór 15 september 1998 bij aangetekend schrijven gericht worde(...) | Examens permettant aux licenciés en notariat de justifier qu'ils sont à même de se conformer aux dispositions de la loi sur l'emploi des langues en matière judiciaire. - Session ordinaire d'octobre 1998 Le Ministère de la Justice organisera proc Les demandes d'inscription doivent être adressées par lettre recommandée, avant le 15 septembre 199(...) |
---|---|
MINISTERIE VAN JUSTITIE | MINISTERE DE LA JUSTICE |
Examens waarbij de licentiaten in het notariaat in de gelegenheid | Examens permettant aux licenciés en notariat de justifier qu'ils sont |
worden gesteld te bewijzen dat zij in staat zijn de voorschriften van | à même de se conformer aux dispositions de la loi sur l'emploi des |
de wet op het gebruik der talen in gerechtszaken na te leven. - Gewone zittijd van oktober 1998 | langues en matière judiciaire. - Session ordinaire d'octobre 1998 |
Het Ministerie van Justitie zal binnenkort taalexamens organiseren ten | |
behoeve van licentiaten in het notariaat (grondige kennis of voldoende | |
kennis van de Nederlandse taal of van de Franse taal), overeenkomstig | Le Ministère de la Justice organisera prochainement, conformément aux |
de bepalingen van de wet van 15 juni 1935 betreffende het gebruik der | dispositions de la loi du 15 juin 1935 concernant l'emploi des langues |
en matière judiciaire, des examens linguistiques pour licenciés en | |
notariat (connaissance approfondie ou connaissance suffisante de la | |
talen in gerechtszaken. | langue française ou de la langue néerlandaise). |
De aanvragen tot inschrijving moeten vóór 15 september 1998 bij | Les demandes d'inscription doivent être adressées par lettre |
aangetekend schrijven gericht worden aan de heer Minister van | recommandée, avant le 15 septembre 1998, à M. le Ministre de la |
Justitie, Algemene Diensten, Algemene Zaken - Taalexamens, | Justice, Services généraux, Affaires générales - Examens |
Waterloolaan 115, 1000 Brussel. Zij dienen, naast de volledige | linguistiques, boulevard de Waterloo 115, 1000 Bruxelles. Elles |
identiteit van de examinandus (geboorteplaats en -datum, | doivent mentionner, outre l'identité complète du candidat (lieu et |
telefoonnummer en een fotocopie, recto-verso, van de | date de naissance, numéro de téléphone et une photocopie, recto-verso, |
identiteitskaart), melding te maken van de taal over de grondige | de la carte d'identité), la langue sur la connaissance approfondie ou |
kennis of over de voldoende kennis waarvan hij ondervraagd wenst te | sur la connaissance suffisante de laquelle il désire être interrogé, |
worden, alsook van het diploma dat hij bezit. Het examengeld bedraagt 200 frank. Dit bedrag dient bij de inschrijving gestort te worden op prk. 000-2005505-30 van het Ministerie van Justitie, Algemene diensten, Taalexamens. Het examen over de grondige kennis of over de voldoende kennis van één van vorenvermelde talen omvat een mondeling en een schriftelijk gedeelte. Het mondeling gedeelte geschiedt in het openbaar en gaat het schriftelijk gedeelte vooraf. I. Het mondeling gedeelte van het examen over de grondige kennis van de ene of de andere van die talen bestaat in : 1° het luidop lezen van één of meer wetteksten, gesteld in de taal waarover het examen loopt. Die teksten kunnen betrekking hebben op het notarieel recht, het burgerlijk recht en het handelsrecht; 2° een ondervraging in dezelfde taal over die teksten; 3° een onderhoud over een onderwerp in verband met het dagelijks leven. Het schriftelijk gedeelte van hetzelfde examen bestaat in : 1° het opstellen van een notariële akte en van een uiteenzetting van ongeveer dertig regels betreffende een actueel vraagstuk in verband met het notarisambt; 2° het schriftelijk beantwoorden van een vraag : a) over burgerlijk recht; b) over notarieel recht; c) over handelsrecht; d) over bestuurlijk recht; e) over burgerlijke rechtsvordering in verband met het notarisambt. II. Het mondeling gedeelte van het examen over de voldoende kennis van de ene of van de andere van die talen bestaat in : 1° een onderhoud over een onderwerp uit het dagelijks leven; 2° het luidop lezen van een dagelijks toegepaste tekst betreffende het notarieel recht, het burgerlijk recht of het handelsrecht, gevolgd door een ondervraging betreffende die tekst. Het schriftelijk gedeelte van hetzelfde examen bestaat in : 1° een opstel van ongeveer dertig regels waarvan het onderwerp aan de dagelijkse praktijk van het notarisambt is ontleend; 2° het beantwoorden van één of meer vragen welke betrekking hebben op de gewone praktijk inzake het notarisambt. | ainsi que le diplôme dont il est porteur. Les frais d'examen s'élèvent à 200 francs. Cette somme doit être versée, au moment de l'inscription, au C.C.P. 000-2005505-30 du Ministère de la Justice, Services généraux, Examens linguistiques. L'examen sur la connaissance approfondie ou sur la connaissance suffisante de l'une ou de l'autre des langues susvisées se compose d'une épreuve orale et d'une épreuve écrite. L'épreuve orale est publique et précède l'épreuve écrite. I. L'épreuve orale de l'examen sur la connaissance approfondie de l'une ou l'autre de ces langues consiste : 1° dans la lecture à haute voix d'un ou de plusieurs textes de loi rédigés dans la langue faisant l'objet de l'examen. Ces textes peuvent se rapporter au droit notarial, au droit civil et au droit commercial; 2° dans un interrogatoire relatif à ces textes, subi dans la même langue; 3° dans une conversation sur un sujet de la vie courante. L'épreuve écrite du même examen consiste : 1° dans la rédaction d'un acte notarial et d'un exposé d'une trentaine de lignes sur une question d'actualité intéressant le notariat; 2° dans la réponse écrite à une question : a) de droit civil; b) de droit notarial; c) de droit commercial; d) de droit administratif; e) de procédure civile notariale. II. L'épreuve orale de l'examen sur la connaissance suffisante de l'une ou de l'autre de ces langues consiste : 1° dans une conversation sur un sujet de la vie courante; 2° dans la lecture à haute voix d'un texte d'application courante se rapportant au droit notarial, au droit civil ou au droit commercial, suivie d'un interrogatoire relatif à ce texte. L'épreuve écrite du même examen consiste : 1° dans la rédaction d'un exposé d'une trentaine de lignes dont le sujet est emprunté à la pratique journalière du notariat; 2° dans la réponse écrite à une ou plusieurs questions en rapport avec les usages courants en matière de notariat. |
(De pers wordt verzocht dit bericht op te nemen.) | (La presse est priée de reproduire le présent avis.) |