← Terug naar "Ministerieel besluit houdende de goedkeuring van het programma van het jaarlijks vergelijkend examen tot rangschikking van kandidaat-notarissen "
Ministerieel besluit houdende de goedkeuring van het programma van het jaarlijks vergelijkend examen tot rangschikking van kandidaat-notarissen | Arrêté ministériel approuvant le programme du concours annuel de classement des candidats-notaires |
---|---|
FEDERALE OVERHEIDSDIENST JUSTITIE 13 JANUARI 2003. - Ministerieel besluit houdende de goedkeuring van het programma van het jaarlijks vergelijkend examen tot rangschikking van kandidaat-notarissen De Minister van Justitie, | SERVICE PUBLIC FEDERAL JUSTICE 13 JANVIER 2003. - Arrêté ministériel approuvant le programme du concours annuel de classement des candidats-notaires Le Ministre de la Justice, |
Gelet op de wet van 25 ventôse jaar XI op het notarisambt, | Vu la loi du 25 ventôse an XI contenant organisation du notariat, |
inzonderheid op artikel 39, § 2, opnieuw opgenomen bij de wet van 4 | notamment l'article 39, § 2, rétabli par la loi du 4 mai 1999; |
mei 1999; Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 18 november 2002, | Vu l'avis de l'Inspecteur des Finances, donné le 18 novembre 2002, |
Besluit : | Arrête : |
Artikel 1.Het programma van het vergelijkend jaarlijks examen tot |
Article 1er.Le programme du concours annuel de classement des |
rangschikking van kandidaat-notarissen, bedoeld in artikel 39, § 2, | |
van de wet van 25 ventôse jaar XI op het notarisambt, dat werd | candidats-notaires, visé à l'article 39, § 2, de la loi du 25 ventôse |
opgesteld door de verenigde benoemingscommissies van het notariaat op | an XI contenant organisation du notariat, établi par les commissions |
27 september 2002 dat als bijlage bij dit besluit is gevoegd, wordt | de nomination réunies pour le notariat le 27 septembre 2002 annexé au |
goedgekeurd. | présent arrêté, est approuvé. |
Art. 2.Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het |
Art. 2.Le présent arrêté entre en vigueur le jour de sa publication |
Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt. | au Moniteur belge . |
Brussel, 13 januari 2003. | Bruxelles, le 13 janvier 2003. |
M. VERWILGHEN JAARLIJKS VERGELIJKEND EXAMEN VOOR DE RANGSCHIKKING VAN KANDIDAAT-NOTARISSEN PROGRAMMA A . De schriftelijke en mondelinge proeven zullen over de volgende onderwerpen handelen : 1° het notarieel recht als dusdanig, met inbegrip van de deontologie en de notariële boekhouding; 2° de volgende juridische materies met betrekking tot het notariaat : | M. VERWILGHEN CONCOURS ANNUEL DE CLASSEMENT DES CANDIDATS-NOTAIRES PROGRAMME A . Les épreuves écrite et orale du concours porteront sur : 1° le droit notarial proprement dit, y compris la déontologie et la comptabilité notariale; 2° les matières juridiques suivantes, dans leurs rapports avec le notariat : |
a . het personenrecht (natuurlijke en rechtspersonen), zakenrecht, | a . le droit civil des personnes physiques et morales, des biens, des |
erfrecht, schenkingen en testamenten, het verbintenissen-recht, de | successions, donations et testaments, des obligations, des contrats, |
overeenkomsten, het huwelijksvermogensrecht en de zekerheden; | des régimes matrimoniaux et des sûretés; |
b . het handelsrecht, het vennootschapsrecht, het economisch recht en | b . le droit commercial, le droit des sociétés, le droit économique et |
het financieel recht; | le droit financier; |
c . het gerechtelijk recht; | c . le droit judiciaire; |
d . het publiek, het administratief recht en het milieu-recht; | d . le droit public, le droit administratif et le droit de l'environnement; |
e . het fiscaal recht; | e . le droit fiscal; |
f . het agrarisch recht; g . het internationaal privaatrecht; 3° de menselijke aspecten in contacten met cliënten, het publiek in het algemeen, administraties, aanverwante beroepsbeoefenaars, alsmede collega's; 4° de bekwaamheid in : a . het voorstellen van billijke en juridische geschikte oplossingen; b . het beheer van een notariskantoor, de werkorganisatie ervan en het vermogen om de activiteiten die erin ontwikkeld worden te controleren; c . het voorkomen van en bemiddelen bij conflicten tussen cliënten, tussen deze laatsten en medewerkers van een notaris, alsmede tussen medewerkers onderling. B. De schriftelijke proef zal bestaan uit meerkeuzevragen, vragen waarop een bondig antwoord wordt gevraagd, verbetering van akten of delen van akten, praktische gevallen, consultaties en het opstellen van clausules. De mondelinge proef zal bestaan uit een onderhoud met de leden van de Benoemingscommissie die het vrij staat de kandidaat over het volgende te ondervragen : a . zijn visie omtrent het notarisberoep, zijn motivaties voor een carrière in het notariaat, alsook de ervaring opgedaan sinds het afstuderen aan de universiteit; b . antwoorden op theoretische of praktische vragen omtrent punten 1° tot 4° hierboven en/of het verder uitdiepen van antwoorden van de schriftelijke proef. Gezien om te worden gevoegd bij het ministerieel besluit van 13 januari 2003 houdende de goedkeuring van het programma van het jaarlijks vergelijkend examen tot rangschikking van kandidaat-notarissen. De Minister van Justitie, | f . le droit rural; g . le droit international privé; 3° la manière de gérer les contacts avec les clients d'une étude notariale, le public en général, les administrations, les professions connexes au notariat et les consoeurs ou confrères; 4° l'aptitude à : a . proposer des solutions justes et juridiquement appropriées; b . gérer une étude notariale, organiser le travail au sein de celle-ci et contrôler les activités qui s'y développent; c . prévoir et résoudre les conflits entre clients d'une étude notariale, entre ceux-ci et des collaborateurs d'un notaire et entre des collaborateurs eux-mêmes. B. L'épreuve écrite comprendra des questions à choix multiple, des questions postulant une brève réponse, la correction d'actes ou de parties d'actes, des cas pratiques, des consultations et la rédaction de clauses. L'épreuve orale consistera en un entretien au cours duquel il sera loisible aux membres de la Commission de nomination de demander au candidat : a . de présenter ses vues sur la profession notariale, ses motivations pour une carrière dans le notariat, ainsi que son expérience acquise depuis sa sortie d'université; b . de répondre à des questions théoriques ou pratiques sur les points 1° à 4° ci-dessus et/ou d'approfondir certains points de ses réponses à l'épreuve écrite. Vu pour être annexé à l'arrêté ministériel du 13 janvier 2003 portant approbation du programme du concours annuel de classement des candidats-notaires. Le Ministre de la Justice, |
M. VERWILGHEN | M. VERWILGHEN |