Etaamb.openjustice.be
Meertalige weergave van Koninklijk Besluit van 20/02/2013
← Terug naar "Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 7 december 2011, gesloten in het Paritair Comité voor het kleding- en confectiebedrijf, betreffende de sectorale hospitalisatieverzekering "
Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 7 december 2011, gesloten in het Paritair Comité voor het kleding- en confectiebedrijf, betreffende de sectorale hospitalisatieverzekering Arrêté royal rendant obligatoire la convention collective de travail du 7 décembre 2011, conclue au sein de la Commission paritaire de l'industrie de l'habillement et de la confection, concernant l'assurance hospitalisation sectorielle
FEDERALE OVERHEIDSDIENST WERKGELEGENHEID, ARBEID EN SOCIAAL OVERLEG SERVICE PUBLIC FEDERAL EMPLOI, TRAVAIL ET CONCERTATION SOCIALE
20 FEBRUARI 2013. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend 20 FEVRIER 2013. - Arrêté royal rendant obligatoire la convention
wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 7 december collective de travail du 7 décembre 2011, conclue au sein de la
2011, gesloten in het Paritair Comité voor het kleding- en Commission paritaire de l'industrie de l'habillement et de la
confectiebedrijf, betreffende de sectorale hospitalisatieverzekering (1) confection, concernant l'assurance hospitalisation sectorielle (1)
ALBERT II, Koning der Belgen, ALBERT II, Roi des Belges,
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. A tous, présents et à venir, Salut.
Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve Vu la loi du 5 décembre 1968 sur les conventions collectives de
arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel 28; travail et les commissions paritaires, notamment l'article 28;
Gelet op het verzoek van het Paritair Comité voor het kleding- en Vu la demande de la Commission paritaire de l'industrie de
confectiebedrijf; l'habillement et de la confection;
Op de voordracht van de Minister van Werk, Sur la proposition de la Ministre de l'Emploi,
Hebben Wij besloten en besluiten Wij : Nous avons arrêté et arrêtons :

Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage

Article 1er.Est rendue obligatoire la convention collective de

overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 7 december 2011, travail du 7 décembre 2011, reprise en annexe, conclue au sein de la
gesloten in het Paritair Comité voor het kleding- en confectiebedrijf, Commission paritaire de l'industrie de l'habillement et de la
betreffende de sectorale hospitalisatieverzekering. confection, concernant l'assurance hospitalisation sectorielle.

Art. 2.De minister bevoegd voor Werk is belast met de uitvoering van

Art. 2.Le ministre qui a l'Emploi dans ses attributions est chargé de

dit besluit. l'exécution du présent arrêté.
Gegeven te Brussel, 20 februari 2013. Donné à Bruxelles, le 20 février 2013.
ALBERT ALBERT
Van Koningswege : Par le Roi :
De Minister van Werk, La Ministre de l'Emploi,
Mevr. M. DE CONINCK Mme M. DE CONINCK
_______ _______
Nota Note
(1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad : (1) Référence au Moniteur belge :
Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969. Loi du 5 décembre 1968, Moniteur belge du 15 janvier 1969.
Bijlage Annexe
Paritair Comité voor het kleding- en confectiebedrijf Commission paritaire de l'industrie de l'habillement et de la
Collectieve arbeidsovereenkomst van 7 december 2011 confection Convention collective de travail du 7 décembre 2011
Sectorale hospitalisatieverzekering (Overeenkomst geregistreerd op 31 Assurance hospitalisation sectorielle (Convention enregistrée le 31
januari 2012 onder het nummer 108103/CO/109) janvier 2012 sous le numéro 108103/CO/109)

Artikel 1.Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op

Article 1er.La présente convention collective de travail s'applique

aux employeurs et aux ouvriers et ouvrières des entreprises
de werkgevers en op de arbeid(st)ers van de ondernemingen welke onder ressortissant à la Commission paritaire de l'industrie de
het Paritair Comité voor het kleding- en confectiebedrijf ressorteren.

Art. 2.Deze collectieve arbeidsovereenkomst treedt in werking op 7 december 2011 en is gesloten voor onbepaalde duur. Zij kan door elk van de partijen worden opgezegd mits een opzeggingstermijn van drie maanden, betekend bij een ter post aangetekende brief, gericht aan de voorzitter van het Paritair Comité voor het kleding- en confectiebedrijf.

Art. 3.Met ingang van 1 januari 2003 werd overeenkomstig artikel 12 van de collectieve arbeidsovereenkomst van 22 mei 2001 houdende akkoord van sociale vrede en overeenkomstig artikel 3 van de statuten van het "Sociaal Waarborgfonds voor het kleding- en confectiebedrijf" voorzien in een sectorale hospitalisatieverzekering.

Art. 4.Met betrekking tot de sectorale hospitalisatieverzekering treedt het "Sociaal Waarborgfonds voor het kleding- en confectiebedrijf" op als verzekeringsnemer. De raad van bestuur van het sociaal waarborgfonds beslist welke verzekeringsonderneming als verzekeraar optreedt, evenals de mate waarin de verschillende mogelijke risico's worden gedekt.

Art. 5.De werkgeversbijdrage, nodig voor de financiering van de sectorale hospitalisatieverzekering is begrepen in de werkgeversbijdrage, voorzien in de statuten van het "Sociaal Waarborgfonds voor het kleding- en confectiebedrijf".

Art. 6.Werkgevers die op 1 januari 2003 reeds een eigen polis voor een hospitalisatieverzekering hadden ten voordele van hun arbeid(st)ers hebben de mogelijkheid die regeling te behouden. Op voorwaarde dat ze aantonen dat deze of een verbeterde regeling nog steeds wordt toegepast en op voorwaarde dat zij aantonen met ingang van 1 januari 2003 aan hun arbeid(st)ers een alternatief voordeel te hebben toegekend en indien beide genoemde voordelen in een afgelopen jaar nog steeds zijn toegekend, kunnen de werkgevers die op 1 januari 2003 reeds een eigen polis voor een hospitalisatieverzekering hadden ten voordele van hun arbeid(st)ers jaarlijks na afloop van een kalenderjaar een aanvraag richten aan het "Sociaal Waarborgfonds voor het kleding- en confectiebedrijf" tot tussenkomst in de kosten van hun eigen stelsel van hospitalisatieverzekering tot beloop van 0,4 pct. van de door hen aan de RSZ aangegeven.

Art. 7.Arbeid(st)ers die rechtstreeks genieten van een hospitalisatieverzekering vanwege hun werkgever kunnen geen beroep doen op de sectorale hospitalisatieverzekering.

Art. 8.De raad van bestuur van het sociaal waarborgfonds bepaalt de administratieve modaliteiten voor de toepassing van deze collectieve arbeidsovereenkomst, zowel in hoofde van de werkgevers als in hoofde van de arbeid(st)ers. Deze worden op eenvoudig verzoek van de betrokkenen door het sociaal waarborgfonds meegedeeld. De toelichting betreffende de aard, de omvang en de toekenningsvoorwaarden van dit voordeel wordt permanent op elektronische wijze ter beschikking gesteld via de volgende website : http://www.swfkleding.be Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 20 februari 2013. De Minister van Werk,

l'habillement et de la confection

Art. 2.La présente convention collective de travail entre en vigueur le 7 décembre 2011 et est conclue pour une durée indéterminée. Elle peut être dénoncée par une des parties moyennant un préavis de trois mois notifié par lettre recommandée, adressée au président de la Commission paritaire de l'industrie de l'habillement et de la confection.

Art. 3.Conformément à l'article 12 de la convention collective de travail du 22 mai 2001 contenant l'accord de paix sociale et à l'article 3 des statuts du "Fonds social de garantie pour l'industrie de l'habillement et de la confection", il a été convenu d'instaurer une assurance hospitalisation sectorielle à partir du 1er janvier 2003.

Art. 4.Concernant cette assurance hospitalisation sectorielle, le "Fonds social de garantie pour l'industrie de l'habillement et de la confection" agit en tant que preneur d'assurance. Le conseil d'administration du fonds social de garantie décide quelle compagnie d'assurances agit en tant qu'assureur, ainsi que la mesure dans laquelle les différents risques éventuels sont couverts.

Art. 5.La cotisation patronale en vue de financer l'assurance hospitalisation sectorielle est comprise dans la cotisation patronale, prévue dans les statuts du "Fonds social de garantie pour l'industrie de l'habillement et de la confection".

Art. 6.Les employeurs qui avaient déjà souscrit une assurance hospitalisation en faveur de leurs ouvrier(ière)s le 1er janvier 2003 ont la possibilité de la maintenir. Les employeurs qui avaient déjà souscrit une assurance hospitalisation en faveur de leurs ouvrier(ière)s le 1er janvier 2003 peuvent adresser au "Fonds social de garantie pour l'industrie de l'habillement et de la confection" à la fin de chaque année civile une demande d'intervention dans les frais de leur propre système d'assurance hospitalisation à concurrence de 0,4 p.c. des salaires qu'ils déclarent à l'ONSS, à condition qu'ils démontrent que cette assurance hospitalisation ou une assurance hospitalisation plus favorable est toujours applicable et à condition qu'ils démontrent à partir du 1er janvier 2003 avoir octroyé un avantage alternatif à leurs ouvrier(ière)s et que les deux avantages cités sont encore toujours appliqués durant l'année écoulée.

Art. 7.Les ouvriers et ouvrières qui bénéficient directement d'une assurance hospitalisation de leur employeur ne peuvent pas faire appel à l'assurance hospitalisation sectorielle.

Art. 8.Le conseil d'administration du fonds social de garantie détermine les modalités administratives pour l'application de la présente convention collective de travail, aussi bien dans le chef des employeurs que dans le chef des ouvriers et ouvrières. Le fonds social de garantie communique ces modalités sur simple requête des intéressés. Les explications concernant la nature, l'ampleur et les conditions d'octroi de cet avantage sont en permanence mis à disposition sur le site suivant : http://www.swfkleding.be Vu pour être annexé à l'arrêté royal du 20 février 2013. La Ministre de l'Emploi,

Mevr. M. DE CONINCK Mme M. DE CONINCK
^