Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 25 mei 1999, gesloten in het Paritair Comité voor het gewoon pottengoed in potaarde, houdende toekenning van een forfaitaire vormingspremie | Arrêté royal rendant obligatoire la convention collective de travail du 25 mai 1999, conclue au sein de la Commission paritaire de la poterie ordinaire en terre commune, octroyant une prime de formation forfaitaire |
---|---|
MINISTERIE VAN TEWERKSTELLING EN ARBEID | MINISTERE DE L'EMPLOI ET DU TRAVAIL |
13 NOVEMBER 2000. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend | 13 NOVEMBRE 2000. - Arrêté royal rendant obligatoire la convention |
wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 25 mei 1999, | collective de travail du 25 mai 1999, conclue au sein de la Commission |
gesloten in het Paritair Comité voor het gewoon pottengoed in | paritaire de la poterie ordinaire en terre commune, octroyant une |
potaarde, houdende toekenning van een forfaitaire vormingspremie (1) | prime de formation forfaitaire (1) |
ALBERT II, Koning der Belgen, | ALBERT II, Roi des Belges, |
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. | A tous, présents et à venir, Salut. |
Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve | Vu la loi du 5 décembre 1968 sur les conventions collectives de |
travail et les commissions paritaires, notamment l'article 28; | |
arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel 28; | Vu la demande de la Commission paritaire de la poterie ordinaire en |
Gelet op het verzoek van het Paritair Comité voor het gewoon | |
pottengoed in potaarde; | terre commune; |
Op de voordracht van Onze Minister van Werkgelegenheid, | Sur la proposition de Notre Ministre de l'Emploi, |
Hebben Wij besloten en besluiten Wij : | Nous avons arrêté et arrêtons : |
Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage |
Article 1er.Est rendue obligatoire la convention collective de |
overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 25 mei 1999, gesloten | travail du 25 mai 1999, reprise en annexe, conclue au sein de la |
in het Paritair Comité voor het gewoon pottengoed in potaarde, | Commission paritaire de la poterie ordinaire en terre commune, |
houdende toekenning van een forfaitaire vormingspremie. | octroyant une prime de formation forfaitaire. |
Art. 2.Onze Minister van Werkgelegenheid is belast met de uitvoering |
Art. 2.Notre Ministre de l'Emploi est chargé de l'exécution du |
van dit besluit. | présent arrêté. |
Gegeven te Brussel, 13 november 2000. | Donné à Bruxelles, le 13 novembre 2000. |
ALBERT | ALBERT |
Van Koningswege : | Par le Roi : |
De Minister van Werkgelegenheid, | La Ministre de l'Emploi, |
Mevr. L. ONKELINX | Mme L. ONKELINX |
_______ | _______ |
Nota | Note |
(1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad : | (1) Référence au Moniteur belge : |
Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969. | Loi du 5 décembre 1968, Moniteur belge du 15 janvier 1969. |
Bijlage | Annexe |
Paritair Comité voor het gewoon pottengoed in potaarde | Commission paritaire de la poterie ordinaire en terre commune |
Collectieve arbeidsovereenkomst van 25 mei 1999 | Convention collective de travail du 25 mai 1999 |
Toekenning van een forfaitaire vormingspremie (Overeenkomst | Octroi d'une prime de formation forfaitaire (Convention enregistrée le |
geregistreerd op 2 december 1999 onder het nummer 53186/CO/150) | 2 décembre 1999 sous le numéro 53186/CO/150) |
HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied | CHAPITRE Ier. - Champ d'application |
Artikel 1.Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op |
Article 1er.La présente convention collective de travail s'applique |
de werkgevers, de werklieden en werksters van de ondernemingen die | aux employeurs et aux ouvriers et ouvrières des entreprises |
ressorteren onder het Paritair Comité voor het gewoon pottengoed in | ressortissant à la Commission paritaire de la poterie ordinaire en |
potaarde. | terre commune. |
Art. 2.Een forfaitaire vormingspremie waarvan het bedrag wordt |
|
vastgesteld op 2 000 BEF per rechthebbende arbeider en arbeidster, zal | Art. 2.Une prime forfaitaire, dont le montant est fixé à 2 000 BEF |
door de werkgever gestort worden aan het Fonds voor Bestaanszekerheid | par ouvrier et ouvrière ayant droit, sera versée par l'employeur au |
voor het gewoon pottengoed in potaarde voor 1 september van het | Fonds de sécurité d'existence de la poterie ordinaire en terre commune |
lopende kalenderjaar. | avant le 1er septembre de l'année civile en cours. |
Art. 3.De onder artikel 1 vermelde werklieden en werksters hebben |
Art. 3.Les ouvriers et ouvrières mentionnés à l'article 1er ont droit |
recht op de forfaitaire vormingspremie wanneer zij op 1 september van | à la prime de formation forfaitaire quand ils sont inscrits, au 1er |
het lopende kalenderjaar, datum van uitbetaling van de premie, | septembre de l'année civile courante, date de paiement de la prime, au |
ingeschreven zijn op de personeelslijst van een onderneming die | registre du personnel d'une entreprise ressortissant à la Commission |
ressorteert onder de bevoegdheid van het Paritair Comité voor het | paritaire de la poterie ordinaire en terre commune et s'ils sont |
gewoon pottengoed en tenminste in dienst getreden zijn in de loop van | effectivement entrés en service dans le courant de l'année civile |
het voorgaande kalenderjaar. | précédente. |
Art. 4.De verdere toepassingsmodaliteiten inzake de uitvoering van |
Art. 4.Les autres modalités d'application concernant l'exécution de |
deze collectieve arbeidsovereenkomst worden vastgesteld door de raad | la présente convention collective de travail sont fixées par le |
van beheer van het Fonds voor Bestaanszekerheid voor het gewoon | Conseil d'administration du Fonds de sécurité d'existence de la |
pottengoed in potaarde. | poterie ordinaire en terre commune. |
Art. 5.Deze collectieve arbeidsovereenkomst treedt in werking op 1 |
Art. 5.La présente convention collective de travail entre en vigueur |
januari 1999 en houdt op van kracht te zijn op 1 januari 2001. | le 1er janvier 1999 et cesse d'être en vigueur le 1er janvier 2001. |
Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 13 november 2000. | Vu pour être annexé à l'arrêté royal du 13 novembre 2000. |
De Minister van Werkgelegenheid, | La Ministre de l'Emploi, |
Mevr. L. ONKELINX | Mme L. ONKELINX |