Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 21 december 2009, gesloten in het Paritair Comité voor de bedienden van het kleding- en confectiebedrijf, betreffende het anciënniteitsverlof | Arrêté royal rendant obligatoire la convention collective de travail du 21 décembre 2009, conclue au sein de la Commission paritaire pour employés de l'industrie de l'habillement et de la confection, concernant le congé d'ancienneté |
---|---|
FEDERALE OVERHEIDSDIENST WERKGELEGENHEID, ARBEID EN SOCIAAL OVERLEG | SERVICE PUBLIC FEDERAL EMPLOI, TRAVAIL ET CONCERTATION SOCIALE |
10 OKTOBER 2010. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend | 10 OCTOBRE 2010. - Arrêté royal rendant obligatoire la convention |
wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 21 december | collective de travail du 21 décembre 2009, conclue au sein de la |
2009, gesloten in het Paritair Comité voor de bedienden van het | Commission paritaire pour employés de l'industrie de l'habillement et |
kleding- en confectiebedrijf, betreffende het anciënniteitsverlof (1) | de la confection, concernant le congé d'ancienneté (1) |
ALBERT II, Koning der Belgen, | ALBERT II, Roi des Belges, |
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. | A tous, présents et à venir, Salut. |
Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve | Vu la loi du 5 décembre 1968 sur les conventions collectives de |
arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel | travail et les commissions paritaires, notamment l'article 28; |
28; Gelet op het verzoek van het Paritair Comité voor de bedienden van het | Vu la demande de la Commission paritaire pour employés de l'industrie |
kleding- en confectiebedrijf; | de l'habillement et de la confection; |
Op de voordracht van de Minister van Werk, | Sur la proposition de la Ministre de l'Emploi, |
Hebben Wij besloten en besluiten Wij : | Nous avons arrêté et arrêtons : |
Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage |
Article 1er.Est rendue obligatoire la convention collective de |
overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 21 december 2009, | travail du 21 décembre 2009, reprise en annexe, conclue au sein de la |
gesloten in het Paritair Comité voor de bedienden van het kleding- en | Commission paritaire pour employés de l'industrie de l'habillement et |
confectiebedrijf, betreffende het anciënniteitsverlof. | de la confection, concernant le congé d'ancienneté. |
Art. 2.De Minister bevoegd voor Werk is belast met de uitvoering van |
Art. 2.Le Ministre qui a l'Emploi dans ses attributions est chargé de |
dit besluit. | l'exécution du présent arrêté. |
Gegeven te Brussel, 10 oktober 2010. | Donné à Bruxelles, le 10 octobre 2010. |
ALBERT | ALBERT |
Van Koningswege : | Par le Roi : |
De Vice-Eerste Minister | La Vice-Première Ministre |
en Minister van Werk en Gelijke Kansen, belast met het Migratie- en | et Ministre de l'Emploi et de l'Egalité des chances, |
asielbeleid, | chargée de la Politique de migration et d'asile, |
Mevr. J. MILQUET | Mme J. MILQUET |
_______ | _______ |
Nota | Note |
(1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad : | (1) Référence au Moniteur belge : |
Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969. | Loi du 5 décembre 1968, Moniteur belge du 15 janvier 1969. |
Bijlage | Annexe |
Paritair Comité voor de bedienden van het kleding- en confectiebedrijf | Commission paritaire pour employés de l'industrie de l'habillement et |
Collectieve arbeidsovereenkomst van 21 december 2009 | de la confection Convention collective de travail du 21 décembre 2009 |
Anciënniteitsverlof | Congé d'ancienneté |
(Overeenkomst geregistreerd op 2 april 2010 onder het nummer 98640/CO/215) | (Convention enregistrée le 2 avril 2010 sous le numéro 98640/CO/215) |
HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied | CHAPITRE Ier. - Champ d'application |
Artikel 1.Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op |
Article 1er.La présente convention collective de travail s'applique |
de werkgevers die ressorteren onder de bevoegdheid van het Paritair | aux employeurs ressortissant à la compétence de la Commission |
Comité voor de bedienden van het kleding- en confectiebedrijf en op de | paritaire pour employés de l'industrie de l'habillement et de la |
bedienden die zij tewerkstellen. | confection et aux employés qu'ils occupent. |
HOOFDSTUK II. - Duur | CHAPITRE II. - Durée |
Art. 2.Deze collectieve arbeidsovereenkomst beoogt de voortzetting |
Art. 2.La présente convention collective de travail vise à poursuivre |
van de sectorale regeling inzake anciënniteitsverlof, ingevoerd bij | le système sectoriel au sujet du congé d'ancienneté, instauré par la |
collectieve arbeidsovereenkomst van 21 mei 2008 betreffende het | convention collective de travail du 21 mai 2008 concernant le congé |
anciënniteitsverlof. | d'ancienneté. |
Deze collectieve arbeidsovereenkomst treedt in werking op 1 januari | La présente convention collective de travail est applicable à partir |
2010 en is gesloten voor een onbepaalde tijd. Zij kan door elk van de contracterende partijen worden opgezegd mits een opzeggingstermijn van drie maanden, gericht bij een ter post aangetekende brief, aan de voorzitter van het Paritair Comité voor de bedienden van het kleding- en confectiebedrijf en aan de in dit paritair comité vertegenwoordigde organisaties. HOOFDSTUK III. - Anciënniteitsverlof
Art. 3.Jaarlijks zal aan de bedienden met een an-ciënniteit van 20 jaar dienst of meer in de onderneming één dag betaald anciënniteitsverlof worden toegekend. Deze dag anciënniteitsverlof wordt betaald door de werkgever. Art. 4.Onder "anciënniteit" wordt verstaan : ononderbroken dienst bij dezelfde werkgever. De anciënniteit dient verworven te zijn op 1 januari van het beschouwde jaar. Eventuele anciënniteit verworven in een onderneming behorende tot dezelfde groep van ondernemingen en behorend tot de kledingsector waarbij de bediende is tewerk gesteld wordt volledig in rekening genomen. Art. 5.Voor het bepalen van de anciënniteit worden periodes van wettelijke en conventionele schorsing van de arbeidsovereenkomst gelijk gesteld met het daadwerkelijk en effectief uitoefenen van een functie, met uitzondering van de volgende situaties : - perioden van arbeidsongeschiktheid, vanaf het tweede jaar; - perioden van volledige onderbreking van de beroepsloopbaan of van tijdskrediet en elke andere volledige onderbreking van de uitvoering van de arbeidsovereenkomst, behalve indien wordt aangetoond dat deze onderbreking haar motief heeft gevonden in het volgen van een opleidingsprogramma, in het verlenen van zorg aan één of meerdere kinderen tot de leeftijd van acht jaar, in het verlenen van zorg aan een zwaar ziek gezins- of familielid of in het verlenen van palliatieve zorg. De hiervoor bedoelde gelijkstellingen gelden voor een periode van maximaal één jaar; - onderbrekingen met het oog op de opstart van een zelfstandig beroep voor een periode van maximaal één jaar. Art. 6.Voor de aanvraag, de planning en de toekenning van het anciënniteitsverlof gelden dezelfde regels als voor de wettelijke jaarlijkse vakantie. Daarbij wordt rekening gehouden met de organisatorische noodwendigheden van de dienst zodat het anciënniteitsverlof wordt genomen buiten de periodes van hoge activiteit in de onderneming. Art. 7.Onder "dag" wordt verstaan : één vijfde van de gemiddelde wekelijkse arbeidsduur van de betrokken werknemer, uitgedrukt in uren. Het anciënniteitsverlof evenals het overeenkomstige loon wordt voor deeltijdse werknemers toegekend pro rata van hun arbeidstijdregeling op het ogenblik van de toekenning. Voor de berekening van het loon wordt enkel het verschuldigde basisloon voor een gewone arbeidsdag in aanmerking genomen, zonder toeslagen die verbonden zijn met bijzondere arbeidstijdregelingen of bijzondere prestaties. Voor het overige wordt voor de berekening van het verschuldigde loon verwezen naar de reglementering inzake de betaalde feestdagen. Art. 8.Betaling van het anciënniteitsverlof is niet mogelijk met betrekking tot dagen waarop de arbeidsovereenkomst is geschorst. Het loon wordt toegekend op het ogenblik dat de anciënniteitsverlof effectief wordt opgenomen. Het recht moet worden opgenomen in het beschouwde jaar, tenzij de werkgever en de bediende hiervan in gemeenschappelijk akkoord wensen af te wijken. Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 10 oktober 2010. De Vice-Eerste Minister en Minister van Werk en Gelijke Kansen, belast met het Migratie- en asielbeleid, |
du 1er janvier 2010 et est conclue pour une durée indéterminée. Elle peut être dénoncée par chacune des parties contractantes, moyennant un préavis de trois mois, notifié par lettre recommandée à la poste au président de la Commission paritaire pour employés de l'industrie de l'habillement et de la confection et aux organisations représentées dans cette commission paritaire. CHAPITRE III. - Congé d'ancienneté
Art. 3.Chaque année, un jour de congé payé est octroyé à titre de congé d'ancienneté aux employés qui possèdent 20 ans de service ou plus dans l'entreprise. Ce jour de congé d'ancienneté est payé par l'employeur. Art. 4.Par "ancienneté", l'on entend : service ininterrompu après du même employeur. L'ancienneté doit être acquise le 1er janvier de l'année considérée. Une éventuelle ancienneté acquise dans une entreprise appartenant au même groupe d'entreprises et relevant du secteur de l'habillement où l'employé est occupé est entièrement prise en compte. Art. 5.Pour déterminer l'ancienneté, les périodes de suspension légales et conventionnelles du contrat de travail sont assimilées à l'exercice effectif d'une fonction, à l'exception des situations suivantes : - périodes d'incapacité de travail à partir de la deuxième année; - périodes d'interruption complète de la carrière professionnelle ou de crédit-temps et de toute autre interruption complète de l'exécution du contrat de travail, excepté s'il est démontré que cette interruption soit due au suivi d'un programme de formation, à l'octroi de soins à un ou plusieurs enfants jusqu'à l'âge de huit ans, à l'octroi de soins à un membre de la famille gravement malade ou à l'octroi de soins palliatifs. Les assimilations susvisées valent pour une période maximale d'un an; - interruptions en vue du démarrage d'une profession d'indépendant pour une période maximale d'un an. Art. 6.Les règles applicables pour la demande, le planning et l'octroi du congé d'ancienneté sont les mêmes que celles pour les vacances annuelles légales. Il est en outre tenu compte des nécessités d'organisation du service afin que le congé d'ancienneté soit pris en dehors des périodes de fortes activités dans l'entreprise. Art. 7.Par "jour", l'on entend : un cinquième de la durée moyenne hebdomadaire de travail du travailleur intéressé, exprimé en heures. Le congé d'ancienneté ainsi que la rémunération correspondant sont octroyés aux travailleurs à temps partiel au prorata de leur régime de temps de travail au moment de l'octroi. Pour le calcul de la rémunération, seule la rémunération de base due pour un jour de travail ordinaire est prise en compte, sans suppléments liés à des régimes de travail particuliers ou à des prestations particulières. En outre, pour le calcul de la rémunération due, il est référé à la réglementation en matière de jours fériés payés. Art. 8.Le paiement du congé d'ancienneté n'est pas possible pour les jours pour lesquels le contrat de travail est suspendu. La rémunération est octroyée au moment où le congé d'ancienneté est effectivement pris. Le droit doit être utilisé dans l'année considérée, sauf si l'employeur et l'employé souhaitent y déroger d'un commun accord. Vu pour être annexé à l'arrêté royal du 10 octobre 2010. La Vice-Première Ministre et Ministre de l'Emploi et de l'Egalité des chances, chargée de la Politique de migration et d'asile, |
Mevr. J. MILQUET | Mme J. MILQUET |