Huishoudelijk reglement van de raad van beroep van de instellingen van openbaar nut die onder het toezicht staan van de Minister die de Volksgezondheid onder zijn bevoegdheid heeft Artikel 1. De raad van beroep zetelt op het hoofdbestuur van he De griffie is gevestigd op hetzelfde adres. Art. 2. Het beroep wordt per aangetekende brief ger(...) | Règlement d'ordre intérieur de la chambre de recours pour les organismes d'intérêt public soumis au pouvoir de contrôle du Ministre qui a la Santé publique dans ses attributions Article 1 er . La chambre de recours a son siège à l'admi Le greffe est établi à la même adresse. Art. 2. Le recours est à adresser par lettre recommandé(...) |
---|---|
FEDERALE KAMERS Huishoudelijk reglement van de raad van beroep van de instellingen van openbaar nut die onder het toezicht staan van de Minister die de Volksgezondheid onder zijn bevoegdheid heeft Artikel 1.De raad van beroep zetelt op het hoofdbestuur van het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen (FAVV), Algemene Diensten, WTC III, Simon Bolivarlaan 30, 1000 Brussel. De griffie is gevestigd op hetzelfde adres. Art. 2.Het beroep wordt per aangetekende brief gericht aan de griffie, op het in artikel 1 bedoelde adres. Art. 3.Binnen vijf werkdagen die volgen op de ontvangst van het beroep, dient de griffie : -een ontvangstbewijs te overhandigen en het beroep in te schrijven in het daartoe bestemde register; - de voorzitter evenals de Minister of zijn afgevaardigde ervan op de hoogte te brengen; - de Minister of zijn afgevaardigde te verzoeken binnen acht werkdagen na deze verzending, het volledige geïnventariseerde dossier over te maken. Dit dossier moet minstens de bestreden beslissing, alle stukken met betrekking tot de ten laste gelegde feiten, waaronder, afhankelijk van het geval, het individuele evaluatiedossier, het tuchtdossier of het dossier aangaande het belangenconflict, evenals een dienststaat, bevatten. Art. 4.Door het overmaken van het dossier, zoals bepaald in artikel 3, aan de griffie wordt de zaak bij de raad van beroep aanhangig gemaakt. Art. 5.Binnen drie werkdagen volgend op de ontvangst van het dossier, maakt de griffie dit samen met de lijst van de geselecteerde gewone en plaatsvervangende assessoren voor onderzoek over aan de voorzitter die beschikt over vijf werkdagen volgend op de overmaking van het dossier om : - de datum voor de zitting vast te leggen, en - in voorkomend geval de bijkomende stukken die bij het dossier gevoegd moeten worden, op te vragen. Art. 6.Vanaf de mededeling van de datum van de zitting, dient de griffie : - de Minister ervan op de hoogte te brengen en, in voorkomend geval, aan hem of aan zijn afgevaardigde, de bijkomende stukken die volgens het advies van de voorzitter bij het dossier gevoegd moeten worden, op te vragen. - bij aangetekend schrijven de oproepingsbrief over te maken aan de verzoeker alsook de lijst van de geselecteerde gewone en plaatsvervangende assessoren, ten einde deze in staat te stellen gebruik te maken van zijn recht tot wraking. Art. 7.De verzoeker beschikt over een termijn van acht dagen, vanaf de verzendingsdatum van de bekendmaking van de lijst van assessoren, om deze lijst bij aangetekend schrijven terug te zenden naar de griffie met aanduiding van de naam van de assessoren die hij wraakt en de motivatie daarvoor. De voorzitter beschikt eveneens over het recht om binnen de hiervoor genoemde termijn de assessor te wraken die hij meent rechter en partij in eigen zaak te zijn. Art. 8.Bij het verstrijken van de termijn voor wraking zendt de griffier aan de weerhouden assessoren een oproepingsbrief bij dewelke een kopie van het beroep wordt gevoegd. De aanwezigheid van de opgeroepen assessoren op de zitting is verplicht. De opgeroepen assessoren die hetzij als hiërarchische meerdere, hetzij als lid van het directiecomité, hetzij in welke hoedanigheid dan ook in de zaak reeds tussenbeide zouden gekomen zijn in het voorstel of de maatregel waartegen beroep wordt ingesteld, delen dit onmiddellijk mee aan de griffie die een plaatsvervangend assessor oproept. De gewone en plaatsvervangende assessoren verwittigen de griffie en nemen niet deel aan de zittingen in de periode gedurende welke zij tijdelijk verwijderd zijn uit de dienst, met uitzondering van deze aangeduid door de representatieve syndicale organisaties die gedetacheerd zijn bij hun syndicale organisatie. De gewone en plaatsvervangende assessoren die definitief de instelling van openbaar nut verlaten, verwittigen voorafgaandelijk de griffie die voorziet in hun vervanging. Art. 9.De assessoren beschikken over een termijn vastgesteld in de oproeping om ten vertrouwelijke titel en alleen in het belang van de zaak, het dossier op de griffie in te kijken. Art. 10.De verzoeker en zijn verdediger kunnen na afspraak met de griffie het dossier raadplegen. Zij kunnen op schriftelijke aanvraag een kopie van het dossier bekomen. Art. 11.De raad van beroep zetelt rechtsgeldig indien er tenminste en in gelijk aantal, vier assessoren die de overheid vertegenwoordigen en vier assessoren die de representatieve syndicale organisaties vertegenwoordigen, aanwezig zijn. Art. 12.De zittingen van de raad van beroep worden geopend en gesloten door de voorzitter. Hij verifieert het aanwezigheidsquotum en het naleven van de pariteit. Hij leidt de debatten en zorgt voor de handhaving van de orde tijdens de zitting. De zittingen hebben plaats met gesloten deuren. Er wordt een proces-verbaal van verhoor opgesteld dat aan de verzoeker ter ondertekening wordt aangeboden. In geval de verdediger door een grondig gerechtvaardigde wettige reden afwezig is, verdaagt de voorzitter de zitting en stelt onmiddellijk een nieuwe zittingsdatum vast. Uitgezonderd een geval van overmacht, moet de afwezigheid van de verdediger minstens drie dagen voor de zitting bekendgemaakt worden. Dit uitstel kan slechts eenmaal gegeven worden. Art. 13.Er wordt beraadslaagd in afwezigheid van de verzoeker, van zijn verdediger en van de beambte belast met de verdediging van de bestreden stelling. De stemming is geheim en leidt tot een bevestigend of ontkennend antwoord. Het advies van de raad van beroep wordt gegeven bij meerderheid van stemmen van de assessoren. De onthoudingen en de nietige stemmen worden geacht in het voordeel van de verzoeker te zijn. De voorzitter neemt alleen deel aan de stemming in geval van pariteit van stemmen naar aanleiding van een beroep tegen een evaluatie. Zijn stem is in dat geval doorslaggevend. In geval van een beroep in een tuchtzaak en voor andere maatregelen of voorstellen die bij de raad van beroep aanhangig kunnen gemaakt worden in toepassing van het koninklijk besluit van 2 oktober 1937 houdende het statuut van het rijkspersoneel of de besluiten genomen in uitvoering daarvan, wordt, in geval van pariteit van stemmen, het advies geacht gunstig te zijn voor de verzoeker. Art. 14.Het advies wordt gemotiveerd en vermeldt het aantal voor en tegenstemmen. Een assessor kan vragen dat het resultaat van een stemming met betrekking tot een element dat niet door de meerderheid werd weerhouden, wordt vermeld in het advies. Het advies maakt melding van de afwezigheid op het ogenblik van de beraadslaging van de beambte vermeld in het artikel 13, eerste alinea. Het advies wordt getekend door de voorzitter en de griffier en voorgelegd aan de Minister of zijn afgevaardigde uiterlijk één maand na datum van de zitting. Art. 15.Aan de verzoeker en zijn verdediger, alsook aan de zetelende assessoren, wordt een kopie van het uitgebracht advies meegedeeld. Art. 16.De minuten, het register, de processen-verbaal van verhoor en de archieven van de raad van beroep worden bewaard op de griffie, waar de belanghebbenden inzage ervan kunnen nemen. Art. 17.De leden van de raad van beroep zijn gehouden tot geheimhouding van de beraadslagingen. Art. 18.De punten van de procedure en van het verloop van de zitting die hier niet worden aangehaald, worden geregeld door Deel X van het koninklijk besluit van 2 oktober 1937 houdende het statuut van het rijkspersoneel. De Minister van Sociale zaken en Volksgezondheid, |
CHAMBRES FEDERALES Règlement d'ordre intérieur de la chambre de recours pour les organismes d'intérêt public soumis au pouvoir de contrôle du Ministre qui a la Santé publique dans ses attributions Article 1er.La chambre de recours a son siège à l'administration centrale de l'Agence fédérale pour la Sécurité de la Chaîne alimentaire (AFSCA), Services généraux, WTC III, boulevard Simon Bolivar 30, 1000 Bruxelles. Le greffe est établi à la même adresse. Art. 2.Le recours est à adresser par lettre recommandée au greffe, à l'adresse visée à l'article 1er. Art. 3.Dans les cinq jours ouvrables qui suivent la réception du recours, le greffe : -délivre un accusé de réception et inscrit le recours dans un registre destiné à cet effet; - en avise le président ainsi que le Ministre ou son délégué ; - invite le Ministre ou son délégué à lui transmettre dans les huit jours ouvrables à partir de cet envoi, l'ensemble inventorié du dossier comprenant au moins la décision contestée, toutes les pièces relatives aux faits mis à charge, parmi lesquelles, selon le cas, le dossier d'évaluation individuelle, le dossier disciplinaire ou relatif au conflit d'intérêt, ainsi qu'un état de services. Art. 4.La chambre de recours est saisie de l'affaire par la transmission au greffe du dossier visé à l'article 3. Art. 5.Dans les trois jours ouvrables qui suivent la réception du dossier, le greffe le communique avec la liste des assesseurs effectifs et suppléants sélectionnés pour l'examen de l'affaire, au président qui dispose de cinq jours ouvrables suivant la date de la communication pour : - fixer la date de l'audience, et - réclamer le cas échéant la jonction au dossier de pièces complémentaires. Art. 6.Dès communication de la date de l'audience, le greffe : - en informe le Ministre et, s'il y a lieu, lui réclame, ou à son délégué, les pièces complémentaires qui, de l'avis du président, devraient être produites ; - notifie par lettre recommandée au requérant la convocation à l'audience ainsi que la liste des assesseurs effectifs et suppléants sélectionnés afin de lui permettre de faire usage de son droit de récusation. Art. 7.Le requérant dispose d'un délai de huit jours à partir de la date d'envoi de la notification de la liste des assesseurs pour renvoyer cette liste au greffe par lettre recommandée en y indiquant le nom des assesseurs qu'il récuse et en y joignant sa motivation. Le président peut également récuser, jusqu'à l'expiration du délai précité, l'assesseur qu'il estimerait juge et partie. Art. 8.A l'expiration du délai de récusation, le greffe envoie aux assesseurs retenus une lettre de convocation à laquelle est jointe une copie du recours. La présence des assesseurs convoqués à l'audience est obligatoire. Toutefois, les assesseurs convoqués qui seraient intervenus dans la proposition ou la mesure frappée de recours, soit comme chef hiérarchique, soit comme membre du comité de direction, soit en toute autre qualité, le signalent immédiatement au greffe qui convoque un assesseur suppléant. Les assesseurs effectifs et suppléants avertissent le greffe et ne participent pas aux audiences au cours de la période pendant laquelle ils sont éloignés temporairement du service, à l'exception des assesseurs, désignés par les organisations syndicales représentatives, qui sont détachés auprès de leur organisation syndicale. Les assesseurs effectifs et suppléants qui quittent définitivement l'organisme d'intérêt public, avertissent préalablement le greffe qui pourvoit à leur remplacement. Art. 9.Les assesseurs disposent d'un délai qui est fixé dans la convocation, pour la consultation au greffe à titre confidentiel et uniquement pour les besoins de la cause, du dossier. Art. 10.Le requérant et son défenseur peuvent consulter le dossier sur rendez-vous convenu avec le greffe. Ils peuvent obtenir sur demande écrite, la communication en copie du dossier. Art. 11.La chambre de recours siège valablement lorsque sont présents, en nombre égal, au moins quatre assesseurs représentant l'autorité et quatre assesseurs représentant les organisations syndicales représentatives. Art. 12.Les séances de la chambre de recours sont ouvertes et closes par le président. Il vérifie le quorum des présences et le respect de la parité. Il dirige les débats et maintient l'ordre de l'audience. Les séances se tiennent à huis clos. Il est établi un procès-verbal d'audition que le requérant est invité à signer. En cas d'absence du défenseur dûment justifiée par une cause légitime d'empêchement, le président ajourne la séance et fixe sur le champ une nouvelle date d'audience. Hormis un cas de force majeure, l'empêchement du défenseur doit être notifié au moins 3 jours avant l'audience. Cette remise ne peut avoir lieu qu'une fois. Art. 13.Il est délibéré en l'absence du requérant, de son défenseur et de l'agent chargé de défendre la position contestée. Les votes sont soumis au scrutin secret et comportent une réponse affirmative ou négative. L'avis de la chambre de recours est pris à la majorité des voix des assesseurs. Les abstentions et les bulletins nuls sont censés être favorables au requérant. Le président ne prend part au vote qu'en cas de parité de voix lors d'un recours formé contre une évaluation. Son vote est alors déterminant. Dans un recours en matière disciplinaire et pour les autres mesures ou propositions dont la chambre de recours peut être saisie en application des dispositions de l'arrêté royal du 2 octobre 1937 portant le statut des agents de l'Etat ou des arrêtés pris en exécution de celui-ci, l'avis est considéré comme favorable au requérant en cas de parité des voix. Art. 14.L'avis est motivé et mentionne par quel nombre de voix, pour ou contre, le vote a été acquis. Un assesseur peut demander l'insertion dans l'avis du résultat d'un vote sur un élément qui n'a pas été retenu par la majorité. L'avis fait mention de l'absence lors de la délibération de l'agent repris à l'article 13, alinéa 1er. L'avis est signé par le président et le greffier et soumis au Ministre ou son délégué dans le mois qui suit la date de l'audience. Art. 15.Le requérant, son défenseur ainsi que les assesseurs ayant siégé reçoivent une copie de l'avis émis. Art. 16.Les minutes, le registre, les procès-verbaux d'audition et les archives de la chambre de recours sont conservés au greffe où les personnes ayant eu un intérêt légitime à la cause peuvent en prendre connaissance. Art. 17.Les membres de la chambre de recours sont tenus au secret des délibérations. Art. 18.Les points de procédure et de déroulement de l'audience non évoqués sont réglés par la partie X de l'arrêté royal du 2 octobre 1937 portant le statut des agents de l'Etat. Le Ministre des Affaires sociales et de la Santé publique, |
R. DEMOTTE | R. DEMOTTE |