Etaamb.openjustice.be
Meertalige weergave van Besluit Van De Vlaamse Regering van 28/09/2001
← Terug naar "Besluit van de Vlaamse regering tot ratificatie van het verdrag tussen de Vlaamse Gemeenschap van België en het Koninkrijk der Nederlanden inzake de transnationale Universiteit Limburg, ondertekend in Maastricht op 18 januari 2001 en goedgekeurd bij het decreet van 13 juli 2001 "
Besluit van de Vlaamse regering tot ratificatie van het verdrag tussen de Vlaamse Gemeenschap van België en het Koninkrijk der Nederlanden inzake de transnationale Universiteit Limburg, ondertekend in Maastricht op 18 januari 2001 en goedgekeurd bij het decreet van 13 juli 2001 Arrêté du Gouvernement flamand ratifiant le traité entre le Royaume des Pays-Bas et la Communauté flamande de la Belgique relatif à la « transnationale Universiteit Limburg » , signé à Maastricht le 18 janvier 2001 et approuvé par le décret du 13 juillet 2001
MINISTERIE VAN DE VLAAMSE GEMEENSCHAP MINISTERE DE LA COMMUNAUTE FLAMANDE
28 SEPTEMBER 2001. - Besluit van de Vlaamse regering tot ratificatie 28 SEPTEMBRE 2001. - Arrêté du Gouvernement flamand ratifiant le
van het verdrag tussen de Vlaamse Gemeenschap van België en het traité entre le Royaume des Pays-Bas et la Communauté flamande de la
Koninkrijk der Nederlanden inzake de transnationale Universiteit Belgique relatif à la « transnationale Universiteit Limburg »
Limburg, ondertekend in Maastricht op 18 januari 2001 en goedgekeurd (université transnationale Limburg), signé à Maastricht le 18 janvier
bij het decreet van 13 juli 2001 2001 et approuvé par le décret du 13 juillet 2001
De Vlaamse regering, Le Gouvernement flamand,
Gelet op het verdrag van Wenen van 23 mei 1969 inzake het Vu la Convention de Vienne du 23 mai 1969 sur le droit des traités,
verdragenrecht, inzonderheid op artikel 11; notamment l'article 11;
Gelet op de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der Vu la loi spéciale du 8 août 1980 de réformes institutionnelles,
instellingen, inzonderheid op artikel 81, § 1, gewijzigd bij de bijzondere wet van 5 mei 1993; notamment l'article 81, § 1er, modifié par la loi spéciale du 5 mai 1993;
Gelet op het decreet van 13 juli 2001 houdende goedkeuring van het Vu le décret du 13 juillt 2001 portant approbation du traité entre le
verdrag tussen de Vlaamse Gemeenschap van België en het Koninkrijk der Royaume des Pays-Bas et la Communauté flamande de la Belgique relatif
Nederlanden inzake de transnationale Universiteit Limburg, ondertekend à la transnationale Universiteit Limburg » (université transnationale
in Maastricht op 18 januari 2001; Limburg), signé à Maastricht, le 18 janvier 2001;
Overwegende dat artikel 12 van bovenvermeld verdrag bepaalt dat het in Considérant que l'article 12 du traité précité stipule qu'il entre en
werking treedt op de eerste dag van de tweede maand, volgend op de vigueur le premier jour de deuxième mois qui suit la date à laquelle
datum waarop de verdragsluitende partijen elkaar schriftelijk hebben les parties contractantes se seront notifiées réciproquement par écrit
medegedeeld dat aan de constitutionele eisen is voldaan; que les exigences constitutionneles ont été remplies;
Gelet op het akkoord van de Minister bevoegd voor Begroting, gegeven op 28 februari 2001; Vu l'accord du Ministre chargé du budget, donné le 28 février 2001;
Op voorstel van de Vlaamse minister van Onderwijs en Vorming en de Sur la proposition du Ministre flamand de l'Enseignement et de la
Vlaamse minister van Binnenlandse Aangelegenheden, Ambtenarenzaken en Formation et du Ministre flamand des Affaires intérieures, de la
Buitenlands beleid; Fonction publique et de la Politique extérieure;
Na beraadslaging, Après en avoir délibéré,
Besluit : Arrête :

Artikel 1.Het verdrag tussen de Vlaamse Gemeenschap van België en het

Article 1er.Le traité entre le Royaume des pays-Bas et la Communauté

Koninkrijk der Nederlanden inzake de transnationale Universiteit flamande de la Belgique relatif à la « transnationale Universiteit
Limburg, ondertekend in Maastricht op 18 januari 2001 en goedgekeurd Limburg » (université transnationale Limburg), signé à Maastricht, le
bij het decreet van 13 juli 2001, wordt geratificeerd. 18 janvier 2001 et approuvé par le décret du 13 juillet 2001, est

Art. 2.De Vlaamse minister, bevoegd voor het Buitenlands Beleid, is

ratifié.

Art. 2.Le Ministre flamand qui a la Politique extérieure dans ses

belast met de uitvoering van dit besluit. attributions, est chargé de l'exécution du présent arrêté.
Brussel, 28 september 2001. Bruxelles, le 28 septembre 2001.
De minister-president van de Vlaamse regering, Le Ministre-Président du Gouvernement flamand,
P. DEWAEL P. DEWAEL
De Vlaamse minister van Onderwijs en Vorming, Le Ministre flamand de l'Enseignement et de la Formation,
M. VANDERPOORTEN M. VANDERPOORTEN
De Vlaamse minister van Binnenlandse Aangelegenheden, Ambtenarenzaken Le Ministre flamand des Affaires intérieures, de la Fonction publique
en Buitenlands Beleid, et de la Politique extérieure,
P. VAN GREMBERGEN P. VAN GREMBERGEN
Verdrag tussen de Vlaamse Gemeenschap en het Koninkrijk der Verdrag tussen de Vlaamse Gemeenschap en het Koninkrijk der
Nederlanden inzake de transnationale Universiteit Limburg Nederlanden inzake de transnationale Universiteit Limburg
De Vlaamse Gemeenschap van België De Vlaamse Gemeenschap van België
en en
het Koninkrijk der Nederlanden, hierna te noemen : de Verdragsluitende het Koninkrijk der Nederlanden, hierna te noemen : de Verdragsluitende
Partijen. Partijen.
Gelet op het bestendig voornemen van de openbare universiteit te Gelet op het bestendig voornemen van de openbare universiteit te
Maastricht, hierna te noemen : Universiteit Maastricht, en het Maastricht, hierna te noemen : Universiteit Maastricht, en het
Limburgs Universitair Centrum om hun. samenwerking te versterken en Limburgs Universitair Centrum om hun. samenwerking te versterken en
een proces van voortschrijdende integratie van hun onderwijs- en een proces van voortschrijdende integratie van hun onderwijs- en
onderzoekactiviteiten op gang te brengen, recentelijk neergelegd in onderzoekactiviteiten op gang te brengen, recentelijk neergelegd in
hun gezamenlijke voorstellen van 31 januari 2000 en 15 maart 2000 tot hun gezamenlijke voorstellen van 31 januari 2000 en 15 maart 2000 tot
vorming van de transnationale Universiteit Limburg, hierna te noemen : vorming van de transnationale Universiteit Limburg, hierna te noemen :
Universiteit Limburg; Universiteit Limburg;
Gelet op het feit dat de door de Nederlandse en Vlaamse Gelet op het feit dat de door de Nederlandse en Vlaamse
onderwijsministers ingestelde Nederlands-Vlaamse adviescommissie ter onderwijsministers ingestelde Nederlands-Vlaamse adviescommissie ter
versterking van de samenwerking tussen de Universiteit Maastricht en versterking van de samenwerking tussen de Universiteit Maastricht en
het Limburgs Universitair Centrum op 28 mei 1998 advies heeft het Limburgs Universitair Centrum op 28 mei 1998 advies heeft
uitgebracht en dat de commissie de voornemens van deze instellingen uitgebracht en dat de commissie de voornemens van deze instellingen
onderschrijft en verwacht dat de vorming van een transnationale onderschrijft en verwacht dat de vorming van een transnationale
instelling van belang is voor de groeiende internationalisering van instelling van belang is voor de groeiende internationalisering van
het universitair onderwijs en ook past in de vorming van een Europese het universitair onderwijs en ook past in de vorming van een Europese
kennisunie; kennisunie;
Gelet op het feit dat de Verdragsluitende Partijen bij' monde van hun Gelet op het feit dat de Verdragsluitende Partijen bij' monde van hun
onderwijsministers in het kader van het GENT-5 akkoord van 7 februari onderwijsministers in het kader van het GENT-5 akkoord van 7 februari
2000 hebben afgesproken dat zij het initiatief van de Universiteit 2000 hebben afgesproken dat zij het initiatief van de Universiteit
Maastricht en het Limburgs Universitair Centrum tot intensievere Maastricht en het Limburgs Universitair Centrum tot intensievere
samenwerking in de richting van een transnationale universiteit zullen samenwerking in de richting van een transnationale universiteit zullen
bevorderen; bevorderen;
Overwegende dat de Verdragsluitende Partijen bij monde van hun Overwegende dat de Verdragsluitende Partijen bij monde van hun
onderwijsministers in het GENT-5 akkoord hebben uitgesproken dat zij onderwijsministers in het GENT-5 akkoord hebben uitgesproken dat zij
ernaar streven om voor het gehele Nederlandse taalgebied te komen tot ernaar streven om voor het gehele Nederlandse taalgebied te komen tot
één grote kennisruimte voor onderwijs en wetenschappen, waarbij als één grote kennisruimte voor onderwijs en wetenschappen, waarbij als
algemeen uitgangspunt geldt dat zij ertoe willen bijdragen dat algemeen uitgangspunt geldt dat zij ertoe willen bijdragen dat
instellingen gemakkelijker hun ambities op het vlak van instellingen gemakkelijker hun ambities op het vlak van
internationalisering kunnen verwezenlijken; internationalisering kunnen verwezenlijken;
Overwegende dat van een bundeling van de onderwijs- en Overwegende dat van een bundeling van de onderwijs- en
onderzoekcapaciteiten van de twee universiteiten een meerwaarde is te onderzoekcapaciteiten van de twee universiteiten een meerwaarde is te
verwachten voor de kwaliteit van het onderwijs en onderzoek en voor de verwachten voor de kwaliteit van het onderwijs en onderzoek en voor de
doelmatigheid van de twee instellingen; doelmatigheid van de twee instellingen;
Overwegende dat de vorming van een transnationale universitaire Overwegende dat de vorming van een transnationale universitaire
instelling, naast een algemene universitaire dimensie, ook een instelling, naast een algemene universitaire dimensie, ook een
regionale en een Europese dimensie vertoont door de vorming van een regionale en een Europese dimensie vertoont door de vorming van een
hoogwaardig kenniscentrum waar onderwijs en onderzoek worden verricht hoogwaardig kenniscentrum waar onderwijs en onderzoek worden verricht
volgens internationale kwaliteitsmaatstaven, door de vernieuwing van volgens internationale kwaliteitsmaatstaven, door de vernieuwing van
het onderwijs te bevorderen, door een leerproces van internationale het onderwijs te bevorderen, door een leerproces van internationale
samenwerking te doorlopen en door de mobiliteit van studenten tussen samenwerking te doorlopen en door de mobiliteit van studenten tussen
Nederland en Vlaanderen te bevorderen; Nederland en Vlaanderen te bevorderen;
Overwegende dat de Verdragsluitende Partijen door dit Verdrag willen Overwegende dat de Verdragsluitende Partijen door dit Verdrag willen
bijdragen aan de versterking van de kennisinfrastructuur in de bijdragen aan de versterking van de kennisinfrastructuur in de
Limburgse regio en tot de vorming van één Europese ruimte voor hoger Limburgse regio en tot de vorming van één Europese ruimte voor hoger
onderwijs; onderwijs;
Overwegende dat het met het oog op de bestaande verschillen tussen de Overwegende dat het met het oog op de bestaande verschillen tussen de
nationale structuren voor het hoger onderwijs in de beide landen nationale structuren voor het hoger onderwijs in de beide landen
dienstig is om door middel van een Verdrag een algemeen kader te dienstig is om door middel van een Verdrag een algemeen kader te
creëren voor de beoogde samenwerking, creëren voor de beoogde samenwerking,
zijn het volgende overeengekomen : zijn het volgende overeengekomen :
Artikel 1 Artikel 1
De Verdragsluitende Partijen stellen vast dat de oprichting van de De Verdragsluitende Partijen stellen vast dat de oprichting van de
Stichting Transnationale Universiteit Limburg door de Universiteit Stichting Transnationale Universiteit Limburg door de Universiteit
Maastricht en het Limburgs Universitair Centrum heeft plaatsgevonden Maastricht en het Limburgs Universitair Centrum heeft plaatsgevonden
en nemen kennis van de totstandkoming van de Universiteit Limburg. en nemen kennis van de totstandkoming van de Universiteit Limburg.
Artikel 2 Artikel 2
1. Het Koninkrijk der Nederlanden zal bevorderen dat 1. Het Koninkrijk der Nederlanden zal bevorderen dat
a) de Universiteit Limburg met toepassing van de Wet op het hoger a) de Universiteit Limburg met toepassing van de Wet op het hoger
onderwijs en wetenschappelijk onderzoek wordt aangewezen als onderwijs en wetenschappelijk onderzoek wordt aangewezen als
universiteit, en universiteit, en
b) aan de Universiteit Limburg niet het recht wordt onthouden om een b) aan de Universiteit Limburg niet het recht wordt onthouden om een
getuigschrift uit te reiken nadat het afsluitend examen van de getuigschrift uit te reiken nadat het afsluitend examen van de
opleiding kennistechnologie of de opleiding onderwijskunde met goed opleiding kennistechnologie of de opleiding onderwijskunde met goed
gevolg is afgelegd. gevolg is afgelegd.
2. Indien het eerste lid onder a en b toepassing heeft gevonden, 2. Indien het eerste lid onder a en b toepassing heeft gevonden,
worden de desbetreffende opleidingen overeenkomstig de Wet op het worden de desbetreffende opleidingen overeenkomstig de Wet op het
hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek in het Centraal register hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek in het Centraal register
opleidingen hoger onderwijs geregistreerd met ingang van het opleidingen hoger onderwijs geregistreerd met ingang van het
studiejaar dat aanvangt in het kalenderjaar waarin dit verdrag in studiejaar dat aanvangt in het kalenderjaar waarin dit verdrag in
werking is getreden. werking is getreden.
Artikel 3 Artikel 3
1. De Vlaamse Gemeenschap van België erkent de Universiteit Limburg 1. De Vlaamse Gemeenschap van België erkent de Universiteit Limburg
als een universiteit in de Vlaamse Gemeenschap in de zin van het als een universiteit in de Vlaamse Gemeenschap in de zin van het
decreet van 12 juni 1991 betreffende de universiteiten in de Vlaamse decreet van 12 juni 1991 betreffende de universiteiten in de Vlaamse
Gemeenschap. Door deze erkenning is de Universiteit Limburg ertoe Gemeenschap. Door deze erkenning is de Universiteit Limburg ertoe
gerechtigd academische opleidingen aan te bieden en de daarop gerechtigd academische opleidingen aan te bieden en de daarop
betrekking hebbende academische graden te verlenen in de volgende betrekking hebbende academische graden te verlenen in de volgende
studiegebieden of delen van studiegebieden : Biomedische studiegebieden of delen van studiegebieden : Biomedische
wetenschappen, Wiskunde-informatica-kennistechnologie-ICT en wetenschappen, Wiskunde-informatica-kennistechnologie-ICT en
Onderwijskunde. Onderwijskunde.
2. De erkenning, bedoeld in het eerste lid, geldt voor de duur van het 2. De erkenning, bedoeld in het eerste lid, geldt voor de duur van het
bestaan van de Universiteit Limburg. Mocht de Stichting om welke reden bestaan van de Universiteit Limburg. Mocht de Stichting om welke reden
dan ook ontbonden worden, gaat het in het eerste lid genoemde recht dan ook ontbonden worden, gaat het in het eerste lid genoemde recht
academische opleidingen aan te bieden, niet over op het Limburgs academische opleidingen aan te bieden, niet over op het Limburgs
Universitair Centrum, behoudens wat betreft de opleidingen die het Universitair Centrum, behoudens wat betreft de opleidingen die het
Limburgs Universitair Centrum op het ogenblik van de goedkeuring van Limburgs Universitair Centrum op het ogenblik van de goedkeuring van
het Verdrag mag organiseren. het Verdrag mag organiseren.
3. De Vlaamse Gemeenschap van België kan een uitbreiding van het 3. De Vlaamse Gemeenschap van België kan een uitbreiding van het
opleidingenaanbod van de Universiteit Limburg in andere studiegebieden opleidingenaanbod van de Universiteit Limburg in andere studiegebieden
of delen van studiegebieden dan de in het eerste lid genoemde of delen van studiegebieden dan de in het eerste lid genoemde
goedkeuren overeenkomstig de in Vlaanderen geldende voorschriften. goedkeuren overeenkomstig de in Vlaanderen geldende voorschriften.
Artikel 4 Artikel 4
Aan de Universiteit Limburg wordt niet eerder een getuigschrift Aan de Universiteit Limburg wordt niet eerder een getuigschrift
uitgereikt of een doctoraat toegekend dan wanneer is voldaan aan de uitgereikt of een doctoraat toegekend dan wanneer is voldaan aan de
voorschriften, bedoeld in de artikelen 2 en 3, betreffende aanwijzing, voorschriften, bedoeld in de artikelen 2 en 3, betreffende aanwijzing,
erkenning en uitbreiding van het aanbod van opleidingen en erkenning en uitbreiding van het aanbod van opleidingen en
opleidingsdelen. opleidingsdelen.
Artikel 5 Artikel 5
1. Het Koninkrijk der Nederlanden zal bevorderen dat aan de 1. Het Koninkrijk der Nederlanden zal bevorderen dat aan de
Universiteit Maastricht financiële middelen ter beschikking worden Universiteit Maastricht financiële middelen ter beschikking worden
gesteld ten behoeve van het verzorgen van wetenschappelijk onderwijs gesteld ten behoeve van het verzorgen van wetenschappelijk onderwijs
aan de Universiteit Limburg in een of meer opleidingen, voorzover aan de Universiteit Limburg in een of meer opleidingen, voorzover
a) die opleidingen niet langer door de Universiteit Maastricht worden a) die opleidingen niet langer door de Universiteit Maastricht worden
verzorgd, verzorgd,
b) die opleidingen overeenkomstig de Wet op het hoger onderwijs en b) die opleidingen overeenkomstig de Wet op het hoger onderwijs en
wetenschappelijk onderzoek zijn geregistreerd in het Centraal register wetenschappelijk onderzoek zijn geregistreerd in het Centraal register
opleidingen hoger onderwijs als opleidingen verbonden aan de opleidingen hoger onderwijs als opleidingen verbonden aan de
Universiteit Limburg, en Universiteit Limburg, en
c) aan de Universiteit Limburg, indien deze is aangewezen, niet het c) aan de Universiteit Limburg, indien deze is aangewezen, niet het
recht is onthouden om een getuigschrift uit te reiken nadat het recht is onthouden om een getuigschrift uit te reiken nadat het
afsluitend examen van die opleidingen met goed gevolg is afgelegd, afsluitend examen van die opleidingen met goed gevolg is afgelegd,
met dien verstande dat de vaststelling van de middelen geschiedt met dien verstande dat de vaststelling van de middelen geschiedt
overeenkomstig de in Nederland terzake geldende voorschriften. overeenkomstig de in Nederland terzake geldende voorschriften.
2. Het Koninkrijk der Nederlanden zal tevens bevorderen dat'aan de 2. Het Koninkrijk der Nederlanden zal tevens bevorderen dat'aan de
Universiteit Maastricht financiële middelen ter beschikking worden Universiteit Maastricht financiële middelen ter beschikking worden
gesteld ten behoeve van het verzorgen van wetenschappelijk onderwijs gesteld ten behoeve van het verzorgen van wetenschappelijk onderwijs
aan de Universiteit Limburg in een of meer andere opleidingen dan die, aan de Universiteit Limburg in een of meer andere opleidingen dan die,
bedoeld in het eerste lid, voorzover bedoeld in het eerste lid, voorzover
a) die opleidingen zijn geregistreerd in het Centraal register a) die opleidingen zijn geregistreerd in het Centraal register
opleidingen hoger onderwijs als opleidingen verbonden aan de opleidingen hoger onderwijs als opleidingen verbonden aan de
Universiteit Limburg, en Universiteit Limburg, en
b) aan de Universiteit Limburg, indien deze is aangewezen, niet het b) aan de Universiteit Limburg, indien deze is aangewezen, niet het
recht is onthouden om een getuigschrift uit te reiken nadat het recht is onthouden om een getuigschrift uit te reiken nadat het
afsluitend examen van die opleidingen met goed gevolg is afgelegd, afsluitend examen van die opleidingen met goed gevolg is afgelegd,
met dien verstande dat ten aanzien van die opleidingen door de met dien verstande dat ten aanzien van die opleidingen door de
regering van het Koninkrijk der Nederlanden is vastgesteld, dat de regering van het Koninkrijk der Nederlanden is vastgesteld, dat de
verzorging daarvan, gelet op het geheel van voorzieningen op het verzorging daarvan, gelet op het geheel van voorzieningen op het
gebied van hoger onderwijs in Nederland, in redelijkheid niet gebied van hoger onderwijs in Nederland, in redelijkheid niet
ondoelmatig kan worden geacht. ondoelmatig kan worden geacht.
Artikel 6 Artikel 6
De Vlaamse Gemeenschap van België stelt het Limburgs Universitair De Vlaamse Gemeenschap van België stelt het Limburgs Universitair
Centrum financiële middelen ter beschikking ter aanwending door de Centrum financiële middelen ter beschikking ter aanwending door de
Universiteit Limburg overeenkomstig het in Vlaanderen geldende Universiteit Limburg overeenkomstig het in Vlaanderen geldende
bekostigingsmechanisme van de universiteiten. bekostigingsmechanisme van de universiteiten.
Artikel 7 Artikel 7
1. Bij de vaststelling van de financiële bijdrage van het Koninkrijk 1. Bij de vaststelling van de financiële bijdrage van het Koninkrijk
der Nederlanden worden in aanmerking genomen de aan de Universiteit der Nederlanden worden in aanmerking genomen de aan de Universiteit
Limburg ingeschreven studenten die de Nederlandse nationaliteit Limburg ingeschreven studenten die de Nederlandse nationaliteit
bezitten. bezitten.
2. Bij de vaststelling van de financiële bijdrage van de Vlaamse 2. Bij de vaststelling van de financiële bijdrage van de Vlaamse
Gemeenschap van België worden in aanmerking genomen de aan de Gemeenschap van België worden in aanmerking genomen de aan de
Universiteit Limburg ingeschreven studenten die de Belgische Universiteit Limburg ingeschreven studenten die de Belgische
nationaliteit bezitten. nationaliteit bezitten.
3. De studenten die een andere nationaliteit dan de Nederlandse of 3. De studenten die een andere nationaliteit dan de Nederlandse of
Belgische bezitten, worden pro rata toegerekend aan elk van de Belgische bezitten, worden pro rata toegerekend aan elk van de
Verdragsluitende Partijen volgens de aantallen studenten die Verdragsluitende Partijen volgens de aantallen studenten die
respectievelijk de Nederlandse nationaliteit en de Belgische respectievelijk de Nederlandse nationaliteit en de Belgische
nationaliteit bezitten. nationaliteit bezitten.
4. De Universiteit Limburg heeft op de voet van gelijkheid met andere 4. De Universiteit Limburg heeft op de voet van gelijkheid met andere
universiteiten in Nederland en Vlaanderen aanspraak op financiering universiteiten in Nederland en Vlaanderen aanspraak op financiering
van wetenschappelijk onderzoek in Nederland en Vlaanderen door van wetenschappelijk onderzoek in Nederland en Vlaanderen door
instellingen voor wetenschappelijk onderzoek, die op grond van de wet instellingen voor wetenschappelijk onderzoek, die op grond van de wet
of decreet. bevoegd zijn rijksmiddelen of van overheidswege verstrekte of decreet. bevoegd zijn rijksmiddelen of van overheidswege verstrekte
subsidies dan wel uitkeringen daartoe aan te wenden. subsidies dan wel uitkeringen daartoe aan te wenden.
Artikel 8 Artikel 8
1. Degene die wenst gebruik te kunnen maken van onderwijs- en 1. Degene die wenst gebruik te kunnen maken van onderwijs- en
examenvoorzieningen aan de Universiteit Limburg schrijft zich bij die examenvoorzieningen aan de Universiteit Limburg schrijft zich bij die
universiteit in. De inschrijving als student geschiedt voor een universiteit in. De inschrijving als student geschiedt voor een
opleiding. opleiding.
2. De Universiteit Limburg stelt de hoogte van het inschrijvings- en 2. De Universiteit Limburg stelt de hoogte van het inschrijvings- en
collegegeld vast. Bij de vaststelling van de bedragen van het collegegeld vast. Bij de vaststelling van de bedragen van het
collegegeld wordt de regeling dienaangaande, zoals opgenomen in de Wet collegegeld wordt de regeling dienaangaande, zoals opgenomen in de Wet
op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, in acht genomen. op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, in acht genomen.
Artikel 9 Artikel 9
1. De Verdragsluitende Partijen regelen de studiefinanciering casu quo 1. De Verdragsluitende Partijen regelen de studiefinanciering casu quo
de studietoelagen aan de studenten die aan de Universiteit Limburg de studietoelagen aan de studenten die aan de Universiteit Limburg
zijn ingeschreven. Deze regelingen houden in dat studenten die de zijn ingeschreven. Deze regelingen houden in dat studenten die de
Nederlandse nationaliteit bezitten. studiefinanciering ontvangen Nederlandse nationaliteit bezitten. studiefinanciering ontvangen
overeenkomstig de in Nederland geldende voorschriften en studenten die overeenkomstig de in Nederland geldende voorschriften en studenten die
de Belgische nationaliteit bezitten, een studietoelage ontvangen de Belgische nationaliteit bezitten, een studietoelage ontvangen
overeenkomstig de in Vlaanderen geldende voorschriften. De overeenkomstig de in Vlaanderen geldende voorschriften. De
studiefinanciering casu quo de studietoelagen dienen gelijkwaardig te studiefinanciering casu quo de studietoelagen dienen gelijkwaardig te
zijn aan de studiefinanciering casu quo de studietoelagen die zijn aan de studiefinanciering casu quo de studietoelagen die
respectievelijk studenten die de Nederlandse nationaliteit bezitten, respectievelijk studenten die de Nederlandse nationaliteit bezitten,
aan andere Nederlandse instellingen voor hoger onderwijs ontvangen en aan andere Nederlandse instellingen voor hoger onderwijs ontvangen en
studenten die de Belgische nationaliteit bezitten, aan andere Vlaamse studenten die de Belgische nationaliteit bezitten, aan andere Vlaamse
universiteiten ontvangen overeenkomstig de vigerende voorschriften. universiteiten ontvangen overeenkomstig de vigerende voorschriften.
Deze regeling laat onverlet aanspraken die op grond van communautair Deze regeling laat onverlet aanspraken die op grond van communautair
recht kunnen worden gemaakt. recht kunnen worden gemaakt.
2. De Universiteit Limburg kan een deel van het inschrijvings- en 2. De Universiteit Limburg kan een deel van het inschrijvings- en
collegegeld compenseren voor de studenten die een studiebeurs genieten collegegeld compenseren voor de studenten die een studiebeurs genieten
van de. Vlaamse Gemeenschap van België, en voor de studenten die zelf van de. Vlaamse Gemeenschap van België, en voor de studenten die zelf
of wier ouders of voogden onderworpen zijn aan het Belgische of wier ouders of voogden onderworpen zijn aan het Belgische
belastingsstelsel of het Belgische stelsel van kinderbijslag zodanig belastingsstelsel of het Belgische stelsel van kinderbijslag zodanig
dat hun financiële toestand gelijkwaardig is aan die van de studenten dat hun financiële toestand gelijkwaardig is aan die van de studenten
aan de andere Vlaamse universiteiten. aan de andere Vlaamse universiteiten.
Artikel 10 Artikel 10
1. De Universiteit Limburg reikt aan de studenten die met goed gevolg 1. De Universiteit Limburg reikt aan de studenten die met goed gevolg
een opleiding hebben afgerond en met goed gevolg het afsluitend examen een opleiding hebben afgerond en met goed gevolg het afsluitend examen
van die opleiding hebben afgelegd, uit een getuigschrift zijnde het van die opleiding hebben afgelegd, uit een getuigschrift zijnde het
getuigschrift, bedoeld in de Wet op het hoger onderwijs en getuigschrift, bedoeld in de Wet op het hoger onderwijs en
wetenschappelijk onderzoek, en het certificaat houdende het Vlaamse wetenschappelijk onderzoek, en het certificaat houdende het Vlaamse
diploma van een academisch graad. De studielast van de opleiding diploma van een academisch graad. De studielast van de opleiding
bedraagt ten minste 168 studiepunten in de zin van de in de eerste bedraagt ten minste 168 studiepunten in de zin van de in de eerste
volzin genoemde wet, hierna te noemen : WHW-studiepunten, of 240 volzin genoemde wet, hierna te noemen : WHW-studiepunten, of 240
studiepunten in de zin van het European Credit Transfer System, hierna studiepunten in de zin van het European Credit Transfer System, hierna
te noemen : ECTS-studiepunten. te noemen : ECTS-studiepunten.
2. De Universiteit Limburg kan het doctoraat toekennen aan personen 2. De Universiteit Limburg kan het doctoraat toekennen aan personen
die voldoen aan het daaromtrent in de Nederlandse dan wel Vlaamse die voldoen aan het daaromtrent in de Nederlandse dan wel Vlaamse
regelgeving bepaalde. regelgeving bepaalde.
3. De Universiteit Limburg kan het wetenschappelijk en academisch 3. De Universiteit Limburg kan het wetenschappelijk en academisch
onderwijs inrichten volgens het Bachelor/Master systeem. onderwijs inrichten volgens het Bachelor/Master systeem.
4. De graad van Bachelor wordt behaald na de afronding van een 4. De graad van Bachelor wordt behaald na de afronding van een
opleiding met een studielast van ten minste 126 WHW-studiepunten of opleiding met een studielast van ten minste 126 WHW-studiepunten of
ten minste 180 ECTS-studiepunten. Onverminderd het eerste lid wordt de ten minste 180 ECTS-studiepunten. Onverminderd het eerste lid wordt de
graad van Master behaald na de afronding van een opleiding met een graad van Master behaald na de afronding van een opleiding met een
studielast van ten minste 42 WHW-studiepunten of ten minste 60 studielast van ten minste 42 WHW-studiepunten of ten minste 60
ECTS-studiepunten na het behalen van de graad van Bachelor of na het ECTS-studiepunten na het behalen van de graad van Bachelor of na het
met goed gevolg afronden van een opleiding van een gelijkwaardig met goed gevolg afronden van een opleiding van een gelijkwaardig
niveau. niveau.
5. De graad van Master, behaald aan een door de Universiteit Limburg 5. De graad van Master, behaald aan een door de Universiteit Limburg
aangeboden opleiding, is gelijkwaardig aan het afsluitend examen van aangeboden opleiding, is gelijkwaardig aan het afsluitend examen van
een opleiding in het wetenschappelijk onderwijs met een studielast van een opleiding in het wetenschappelijk onderwijs met een studielast van
ten minste 168 WHW-studiepunten in Nederland en met een academische ten minste 168 WHW-studiepunten in Nederland en met een academische
graad van de tweede cyclus in Vlaanderen. graad van de tweede cyclus in Vlaanderen.
Artikel 11 Artikel 11
De regeringen van de Verdragsluitende Partijen stellen een De regeringen van de Verdragsluitende Partijen stellen een
Gezamenlijke Commissie in die tot taak heeft de werking van dit Gezamenlijke Commissie in die tot taak heeft de werking van dit
verdrag te evalueren. De eerste evaluatie vindt plaats vijf jaar na de verdrag te evalueren. De eerste evaluatie vindt plaats vijf jaar na de
inwerkingtreding van dit verdrag. inwerkingtreding van dit verdrag.
Artikel 12 Artikel 12
Dit Verdrag treedt in werking met ingang van de eerste dag van de Dit Verdrag treedt in werking met ingang van de eerste dag van de
tweede maand, volgend op de datum waarop de Verdragsluitende Partijen tweede maand, volgend op de datum waarop de Verdragsluitende Partijen
elkaar schriftelijk hebben medegedeeld dat aan de constitutionele elkaar schriftelijk hebben medegedeeld dat aan de constitutionele
eisen is voldaan. eisen is voldaan.
Artikel 13 Artikel 13
Dit Verdrag is van toepassing op het Europese deel van het Koninkrijk Dit Verdrag is van toepassing op het Europese deel van het Koninkrijk
der Nederlanden. der Nederlanden.
Gedaan te Maastricht, op 18 januari 2001, in tweevoud. Gedaan te Maastricht, op 18 januari 2001, in tweevoud.
Voor de Vlaamse Gemeenschap van België, Voor het Koninkrijk der Voor de Vlaamse Gemeenschap van België, Voor het Koninkrijk der
Nederlanden, Nederlanden,
^