Etaamb.openjustice.be
Meertalige weergave van Besluit Van De Vlaamse Regering van 21/05/2010
← Terug naar "Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 oktober 2003 houdende de reglementering van de handel in en de keuring van zaaizaad van oliehoudende planten en vezelgewassen "
Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 oktober 2003 houdende de reglementering van de handel in en de keuring van zaaizaad van oliehoudende planten en vezelgewassen Arrêté du Gouvernement flamand modifiant l'arrêté du Gouvernement flamand du 3 octobre 2003 portant réglementation du commerce et du contrôle des semences de plantes oléagineuses et à fibres
VLAAMSE OVERHEID AUTORITE FLAMANDE
21 MEI 2010. - Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het 21 MAI 2010. - Arrêté du Gouvernement flamand modifiant l'arrêté du
besluit van de Vlaamse Regering van 3 oktober 2003 houdende de Gouvernement flamand du 3 octobre 2003 portant réglementation du
reglementering van de handel in en de keuring van zaaizaad van commerce et du contrôle des semences de plantes oléagineuses et à
oliehoudende planten en vezelgewassen fibres
De Vlaamse Regering, Le Gouvernement flamand,
Gelet op de wet van 11 juli 1969 betreffende de grondstoffen voor de Vu la loi du 11 juillet 1969 relative aux matières premières pour
landbouw, tuinbouw, bosbouw en veeteelt, artikel 2, § 1, gewijzigd bij l'agriculture, l'horticulture, la sylviculture et l'élevage, notamment
de wetten van 21 december 1998, 5 februari 1999, en bij het decreet l'article 2, § 1er, modifié par les lois des 21 décembre 1998, 5
van 18 december 2009; février 1999 et par le décret du 18 décembre 2009;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 3 oktober 2003 Vu l'arrêté du Gouvernement flamand du 3 octobre 2003 portant
houdende reglementering van de handel in en de keuring van zaaizaad réglementation du commerce et du contrôle des semences de plantes
van oliehoudende planten en vezelgewassen; oléagineuses et à fibres;
Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 11 februari 2010; Vu l'avis de de l'Inspection des Finances, rendu le 11 février 2010;
Gelet op het overleg tussen de gewesten en de federale overheid op 11 Vu la concertation entre les régions et les autorités fédérales du 11
februari 2010, bekrachtigd door de Interministeriële Conferentie février 2010, sanctionnée par la Conférence interministérielle sur
Landbouwbeleid op 7 april 2010; l'Agriculture du 7 avril 2010;
Gelet op advies nr. 48 072/3 van de Raad van State, gegeven op 20 Vu l'avis n° 48.072/3 du Conseil d'Etat, rendu le 20 avril 2010, par
april 2010 met toepassing van artikel 84, § 3, eerste lid, van de application de l'article 84, § 3, alinéa premier, des lois sur le
wetten op de Raad van de State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Conseil d'Etat coordonnées le 12 janvier 1973;
Overwegende dat Richtlijn 2002/57/EG van de Raad van 13 juni 2002 Considérant que la Directive 2002/57/CEE du Conseil du 13 juin 2002
betreffende het in de handel brengen van oliehoudende planten en concernant la commercialisation des semences de plantes oléagineuses
vezelgewassen gewijzigd werd bij Richtlijn 2009/74/EG van de Commissie et à fibres, a été modifiée par la Directive 2009/74/CE de la
van 26 juni 2009 tot wijziging van Richtlijn 66/401/EEG, 66/402/EEG, Commission du 26 juin 2009 modifiant les Directives 66/401/CEE,
2002/55/EG en 2002/57/EG, wat betreft de botanische namen van planten 66/402/CEE, 2002/55/CE et 2002/57/CE, en ce qui concerne les
en de wetenschappelijke namen van andere organismen, en bepaalde dénominations botaniques de certaines plantes, les noms scientifiques
bijlagen bij Richtlijn 66/401/EEG, 66/402/EEG en 2002/57/EG in het d'autres organismes et certaines annexes des Directives 66/401/CEE,
licht van de ontwikkeling van de wetenschappelijke en technische 66/402/CEE et 2002/57/CE, à la lumière de l'évolution des
kennis, en dat die richtlijn een verplichting inhoudt om er zich connaissances scientifiques et techniques, et que cette Directive
binnen de voorgeschreven termijn naar te schikken; implique l'obligation de s'y conformer dans le délai prescrit;
Op voorstel van de Vlaamse minister van Economie, Buitenlands Beleid, Sur la proposition du Ministre flamand de l'Economie, de la Politique
Landbouw en Plattelandsbeleid; extérieure, de l'Agriculture et de la Ruralité;
Na beraadslaging, Après délibération,
Besluit : Arrête :

Artikel 1.In artikel 1, § 1, van het besluit van de Vlaamse Regering

Article 1er.Dans l'article 1er, § 1er de l'arrêté du Gouvernement

van 3 oktober 2003 houdende reglementering van de handel in en de flamand du 3 octobre 2003 portant réglementation du commerce et du
keuring van zaaizaad van oliehoudende planten en vezelgewassen, contrôle des semences de plantes oléagineuses et à fibres, modifié par
gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 16 december les arrêtés du Gouvernement flamand des 16 décembre 2005 et 28 avril
2005 en 28 april 2006, wordt punt 1° vervangen door wat volgt : 2006, le point 1° est remplacé par la disposition suivante :
« 1° oliehoudende planten en vezelgewassen : planten van de volgende « 1° plantes oléifères et fibreuses : les plantes des variétés et
geslachten en soorten : espèces suivantes :
a) Arachis hypogaea a) Arachis hypogaea
aardnoot; arachide;
b) Brassica juncea (L.) Czern. b) Brassica juncea (L.) Czern.
sareptamosterd; moutarde brune;
c) Brassica napus L. (partim) c) Brassica napus L. (partim)
koolzaad; colza;
d) Brassica nigra (L.) W.D.J. Koch d) Brassica nigra (L.) W.D.J. Koch
bruine mosterd; moutarde noire;
e) Brassica rapa L. var. silvestris (Lam.) Briggs e) Brassica rapa L. var. silvestris (Lam.) Briggs
raapzaad; navette;
f) Cannabis sativa L. f) Cannabis sativa L.
hennep; chanvre;
g) Carthamus tinctorius L. g) Carthamus tinctorius L.
safflower; carthame;
h) Carum carvi L. h) Carum carvi L.
karwij; cumin;
i) Glycine max (L.) Merr. i) Glycine max (L.) Merr.
soja; soja;
j) Gossypium spp. j) Gossypium spp.
katoen; coton;
k) Helianthus annuus L. k) Helianthus annuus L.
zonnebloem; tournesol;
l) Linum usitatissimum L. l) Linum usitatissimum L.
vezelvlas, lin textile,
oliehoudend vlas; lin oléagineux;
m) Papaver somniferum L m) Papaver somniferum L
blauwmaanzaad; oeuillette;
n) Sinapis alba L. n) Sinapis alba L.
gele mosterd; ». moutarde blanche; ».

Art. 2.Bijlage I bij hetzelfde besluit wordt vervangen door bijlage

Art. 2.L'annexe Ire du même arrêté est remplacée par l'annexe Ire

1, die bij dit besluit is gevoegd. jointe au présent arrêté.

Art. 3.Bijlage II bij hetzelfde besluit wordt vervangen door bijlage

Art. 3.L'annexe II du même arrêté est remplacée par l'annexe 2,

2, die bij dit besluit is gevoegd. jointe au présent arrêté.

Art. 4.Bijlage III bij hetzelfde besluit wordt vervangen door bijlage

Art. 4.L'annexe III jointe au même arrêté est remplacée par l'annexe

3, die bij dit besluit is gevoegd. 3, jointe au présent arrêté.

Art. 5.Dit besluit treedt in werking op 30 juni 2010.

Art. 5.Le présent arrêté entre en vigueur le 30 juin 2010.

Art. 6.De Vlaamse minister, bevoegd voor het landbouwbeleid en de

Art. 6.Le Ministre flamand ayant la politique agricole et la pêche en

zeevisserij, is belast met de uitvoering van dit besluit. mer dans ses attributions, est chargé de l'exécution du présent arrêté.
Brussel, 21 mei 2010. Bruxelles, le 21 mai 2010.
De minister-president van de Vlaamse Regering, Vlaams minister van Le Ministre-Président du Gouvernement flamand, Ministre flamand de
Economie, Buitenlands Beleid, Landbouw en Plattelandsbeleid, l'Economie, de la Politique extérieure, de l'Agriculture et de la Ruralité,
K. PEETERS K. PEETERS
Bijlage 1 bij het besluit van de Vlaamse Regering van 21 mei 2010 tot Annexe Ire de l'arrêté du Gouvernement flamand du 21 mai 2010
wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 oktober 2003 modifiant l'arrêté du Gouvernement flamand du 3 octobre 2003 portant
houdende reglementering van de handel in en de keuring van zaaizaad réglementation du commerce et du contrôle des semences de plantes
van oliehoudende planten en vezelgewassen oléagineuses et à fibres
Bijlage I bij het besluit van de Vlaamse Regering van 3 oktober 2003 Annexe Ire auprès de l'arrêté du Gouvernement flamand du 3 octobre
houdende reglementering van de handel in en de keuring van zaaizaad 2003 portant réglementation du commerce et du contrôle des semences de
van oliehoudende planten en vezelgewassen plantes oléagineuses et à fibres
Bijlage I. Voorwaarden waaraan het zaad moet voldoen Annexe Ire. Conditions auxquelles les semences doivent satisfaire
1. Op het perceel mag geen voorvrucht zijn verbouwd die zich niet 1. Les précédents culturaux du champ de production n'ont pas été
verdraagt met de productie van zaaizaad van de soort en het ras van incompatibles avec la production de semences de l'espèce et de la
het betrokken gewas. Het perceel moet ook voldoende vrij zijn van variété de la culture en question. Le champ de production est
opslag van de voorvrucht. suffisamment exempt de telles plantes issues des cultures précédentes.
In het geval van hybriden van Brassica napus moet het gewas geteeld Dans le cas d'hybrides du Brassica napus, la culture doit être
worden op percelen waar sedert vijf jaar geen planten van Brassicaceae implantée sur des champs de production sur lesquels aucune plante
(Cruciferae) meer zijn geteeld. Brassicaceae (Cruciferae) n'a été cultivée au cours des cinq dernières
2. Het gewas moet voldoen aan de onderstaande normen betreffende de années. 2. La culture répond aux normes suivantes en ce qui concerne les
afstand tot dicht in de buurt gelegen bestuivingsbronnen die tot distances par rapport à des sources voisines de pollen qui peuvent
ongewenste vreemdbestuiving kunnen leiden : provoquer une pollinisation étrangère indésirable :
gewas culture
minimumafstand distance minimale
andere Brassica spp. dan Brassica napus, andere Cannabis sativa dan Brassica spp. autres que Brassica napus; Cannabis sativa autre que le
eenhuizige Cannabis sativa, Carthamus tinctorius, Carum carvi, andere Cannabis sativa monoïque, Carthamus Tinctoriu, Carum carvi, autres
Gossypium spp. dan hybriden van Gossypium hirsutum en/of Gossypium espèces de Gossypium spp. que des hybrides du Gossypium hirsutum et/ou
barbadense, Sinapis alba : Gossypium barbadense; Sinapis alba :
- voor de productie van basiszaad - pour la production de semences de base
400 m 400 m
- voor de productie van gecertificeerd zaad - pour la production de semences certifiées
200 m 200 m
Brassica napus : Brassica napus :
- voor de productie van basiszaad van andere rassen dan hybriden - pour la production de semences de base d'autres variétés que des hybrides
200 m 200 m
- voor de productie van basiszaad van hybriden - pour la production de semences de base d'hybrides
500 m 500 m
- voor de productie van gecertificeerd zaad van andere rassen dan - pour la production de semences de base d'autres variétés que des
hybriden hybrides
100 m 100 m
- voor de productie van gecertificeerd zaad van hybriden - pour la production de semences certifiées d'hybrides
300 m 300 m
Cannabis sativa, eenhuizige Cannabis sativa : Cannabis sativa, Cannabis sativa monoique :
- voor de productie van basiszaad - pour la production de semences de base
5000 m 5000 m
- voor de productie van gecertificeerd zaad - pour la production de semences certifiées
1000 m 1000 m
Helianthus annuus : Helianthus annuus :
- voor de productie van basiszaad van hybriden - pour la production de semences de base d'hybrides
1500 m 1500 m
- voor de productie van basiszaad van andere rassen dan hybriden - pour la production de semences de base d'autres variétés que des hybrides
750 m 750 m
- voor de productie van gecertificeerd zaad - pour la production de semences certifiées
500 m 500 m
Gossypium hirsutum en/of Gossypium barbadense : Gossypium hirsutum et/ou Gossypium barbadense :
- voor de productie van basiszaad van ouderlijnen van Gossypium - pour la production de semences de base des lignées parentales de
hirsutum Gossypium hirsutum
100 m 100 m
- voor de productie van basiszaad van ouderlijnen van Gossypium - pour la production de semences de base des lignées parentales de
barbadense Gossypium barbadense
200 m 200 m
- voor de productie van gecertificeerd zaad van niet-hybride soorten - pour la production de semences certifiées d'espèces non-hybrides et
en intraspecifieke hybriden van Gossypium hirsutum, geproduceerd d'hybrides intraspécifiques du Gossypium hirsutum, produits sans
zonder cytoplasmatische mannelijke steriliteit (CMS) stérilité male cytoplasmatique (SMC)
30 m 30 m
- voor de productie van gecertificeerd zaad van intraspecifieke - pour la production de semences certifiées d'hybrides
hybriden van Gossypium hirsutum, geproduceerd met CMS intraspécifiques du Gossypium hirsutum, produits avec SMC
800 m 800 m
- voor de productie van gecertificeerd zaad van niet-hybride soorten - pour la production de semences certifiées d'espèces non-hybrides et
en intraspecifieke hybriden van Gossypium barbadense, geproduceerd zonder CMS d'hybrides intraspécifiques du Gossypium barbadense, produits sans SMC
150 m 150 m
- voor de productie van gecertificeerd zaad van intraspecifieke - pour la production de semences certifiées d'hybrides
hybriden van Gossypium barbadense, geproduceerd met CMS intraspécifiques du Gossypium barbadense, produits avec SMC
800 m 800 m
- voor de productie van basiszaad van stabiele interspecifieke - pour la production de semences de base d'hybrides intraspécifiques
hybriden van Gossypium hirsutum en Gossypium barbadense stables de Gossypium hirsutum et Gossypium barbadense
200 m 200 m
- voor de productie van gecertificeerd zaad van stabiele - pour la production de semences certifiées d'hybrides
interspecifieke hybriden van Gossypium hirsutum en Gossypium intraspécifiques stables de Gossypium hirsutum et Gossypium barbadense
barbadense en hybriden, geproduceerd zonder CMS et hybrides, produits sans SMC
150 m 150 m
- voor de productie van gecertificeerd zaad van hybriden van Gossypium - pour la production de semences certifiées d'hybrides de Gossypium
hirsutum en Gossypium barbadense, geproduceerd met CMS hirsutum et Gossypium barbadense, produits avec SMC
800 m Deze afstanden hoeven niet in acht genomen te worden als er voldoende bescherming tegen ongewenste vreemdbestuiving aanwezig is. 3. Het gewas moet voldoende rasecht en raszuiver zijn. Een gewas van een ingeteelde stam moet voldoende echt en zuiver zijn met betrekking tot zijn eigenschappen. Bij de productie van zaad van hybriderassen zijn de bovenstaande bepalingen ook van toepassing op de eigenschappen van de kruisingspartners, inclusief mannelijke steriliteit of herstel van de fertiliteit. 800 m Ces distances peuvent ne pas être observées lorsqu'il existe une protection suffisante contre toute pollinisation étrangère indésirable. 3. La culture possède suffisamment d'identité et de pureté variétales. Une culture d'une lignée inbred doit posséder suffisamment d'identité et de pureté en ce qui concerne ses caractéristiques. Pour la production de semences de variétés hybrides, les dispositions mentionnées ci-dessus s'appliquent également aux caractéristiques des composants, y compris la stérilité mâle ou la restauration de la fertilité.
In het bijzonder moeten gewassen van Brassica juncea, Brassica nigra, En particulier, les cultures de Brassica juncea, Brassica nigra,
Cannabis sativa, Carthamus tinctorius, Carum carvi, Gossypium spp. en Cannabis sativa, Carthamus tinctorius, Carum carvi, Gossypium spp. et
hybriden van Helianthus annuus en Brassica napus aan de volgende les hybrides d'Helianthus annuus et de Brassica napus doivent répondre
andere normen of voorwaarden voldoen. aux autres normes ou conditions suivantes :
A. Brassica juncea, Brassica nigra, Cannabis sativa, Carthamus A. Brassica juncea, Brassica nigra, Cannabis sativa, Carthamus
tinctorius, Carum carvi en Gossypium spp., andere dan hybriden : tinctorius, Carum carvi et Gossypium spp., autres que des hybrides :
het aantal planten van deze soorten dat duidelijk niet tot het Le nombre de plantes de ces espèces qui sont reconnaissables comme
betrokken ras behoort, mag niet meer bedragen dan : manifestement non conformes à la variété concernée, ne dépasse pas :
1° 1 per 30 m2 voor de productie van basiszaad; 1° 1 par 30 m2 pour la production de semences de base;
2° 1 per 10 m2 voor de productie van gecertificeerd zaad. 2° 1 par 10 m2 pour la production de semences certifiées.
B. Hybriden van Helianthus annuus : B. Hybrides du Helianthus annuus :
a) het percentage aan planten die duidelijk niet tot de ingeteelde a) le pourcentage en nombre de plantes qui sont reconnaissables comme
stam of de kruisingspartner behoren, mag niet meer bedragen dan : manifestement non conformes à la lignée inbred ou au composant ne dépasse pas :
aa) voor de productie van basiszaad : aa) pour la production de semences de base :
i) ingeteelde stammen i) lignées inbred :
0,2 % 0,2 %
ii) enkelvoudige hybriden : ii) hybrides simples :
- mannelijke kruisingspartner, planten die stuifmeel hebben afgegeven
wanneer 2 % of meer van de vrouwelijke planten bevrucht kan worden - composant male, plantes qui ont émis le pollen quand 2 % ou plus des
plantes femelles présentent des fleurs réceptives
0,2 % 0,2 %
- vrouwelijke kruisingspartner - composant femelle
0,5 % 0,5 %
bb) voor de productie van gecertificeerd zaad : bb) pour la production de semences certifiées :
- mannelijke kruisingspartner, planten die stuifmeel hebben afgegeven
wanneer 5 % of meer van de vrouwelijke planten bevrucht kan worden - composant male, plantes qui ont émis le pollen quand 5 % ou plus des
plantes femelles présentent des fleurs réceptives
0,5 % 0,5 %
- vrouwelijke kruisingspartner - composant femelle
1,0 % 1,0 %
b) voor de productie van zaad van hybriderassen moet aan de volgende b) pour la production de semences de variétés hybrides, les autres
andere normen of voorwaarden worden voldaan : normes ou conditions suivantes doivent être respectées :
aa) de planten van de mannelijke kruisingspartner moeten voldoende aa) les plantes du composant mâle émettent suffisamment de pollen
stuifmeel afgeven wanneer de planten van de vrouwelijke pendant la floraison des plantes du composant femelle;
kruisingspartner in bloei staan;
bb) wanneer de planten van de vrouwelijke kruisingspartner bevrucht bb) lorsque le composant femelle présente des stigmates réceptifs, le
kunnen worden, mag het percentage aan planten van de vrouwelijke pourcentage en nombre de plantes du composant femelle qui ont émis ou
kruisingspartner die stuifmeel hebben afgegeven of afgeven, niet meer bedragen dan 0,5 %; émettent du pollen ne doit pas dépasser 0,5 %;
cc) voor de productie van basiszaad mag het totale percentage aan cc) pour la production de semences de base, le pourcentage total en
planten van de vrouwelijke kruisingspartner die duidelijk niet tot de nombre de plantes du composant femelle qui sont reconnaissables comme
kruisingspartner behoren en die stuifmeel hebben afgegeven of afgeven, manifestement non conformes au composant et qui ont émis ou émettent
niet meer bedragen dan 0,5 %; du pollen ne dépasse pas 0,5 %;
dd) wanneer niet aan de voorwaarden vermeld in bijlage II, deel I, dd) lorsque les conditions fixées à l'annexe II, partie Ire, point 2,
punt 2, kan worden voldaan, moet aan de volgende voorwaarde worden ne peuvent pas être respectées, la condition suivante doit être
voldaan : voor de productie van gecertificeerd zaad moet een respectée : pour la production de semences certifiées, il y a lieu
mannelijke steriele kruisingspartner worden gebruikt in combinatie met een mannelijke kruisingspartner die een of meer specifieke lijnen voor herstel van de fertiliteit bevat, zodat niet minder dan een derde van de planten die worden gekweekt uit de verkregen hybride, stuifmeel produceert dat in alle opzichten normaal lijkt. C. Hybriden van Brassica napus, geproduceerd door gebruik te maken van mannelijke steriliteit : a) het percentage aan planten die duidelijk niet tot de ingeteelde stam of de kruisingspartner behoren, mag niet meer bedragen dan : d'utiliser un composant mâle stérile en combinaison avec un composant mâle comprenant une ou plusieurs lignées restauratrices spécifiques de la fertilité de manière à ce qu'au moins un tiers des plantes dérivées des hybrides résultants produisent du pollen apparemment normal sous tous les aspects. C. Hybrides de Brassica napus, produits en employant la stérilité male : a) le pourcentage en nombre de plantes qui sont reconnaissables comme manifestement non conformes à la lignée inbred ou au composant ne dépasse pas :
aa) voor de productie van basiszaad : aa) pour la production de semences de base :
i) ingeteelde stammen i) lignées inbred :
0,1 % 0,1 %
ii) enkelvoudige hybriden : ii) hybrides simples :
- mannelijke kruisingspartner - composant mâle
0,1 % 0,1 %
- vrouwelijke kruisingspartner - composant femelle
0,2 % 0,2 %
bb) voor de productie van gecertificeerd zaad : bb) pour la production de semences certifiées :
- mannelijke kruisingspartner - composant mâle
0,3 % 0,3 %
- vrouwelijke kruisingspartner - composant femelle
1,0 % 1,0 %
b) voor de productie van basiszaad moet de mannelijke steriliteit ten b) pour la production de semences de base, la stérilité mâle doit être
minste 99 % bedragen en voor de productie van gecertificeerd zaad ten d'au moins 99 % et de 98 % pour la production de semences certifiées.
minste 98 %. De mate van mannelijke steriliteit moet worden bepaald Le taux de stérilité mâle est estimé par l'examen des fleurs en vue de
door bloemen te onderzoeken op de afwezigheid van vruchtbare vérifier l'absence d'anthères fertiles.
helmknoppen.
D. Hybriden van Gossypium hirsutum en Gossypium barbadense : D. Hybrides de Gossypium hirsutum et Gossypium barbadense :
a) in gewassen voor de productie van basiszaad van ouderlijnen van a) dans le cas de cultures destinées à la production de semences de
Gossypium hirsutum en Gossypium barbadense moet de minimale base de lignées parentales de Gossypium hirsutum et Gossypium
raszuiverheid van zowel de vrouwelijke als de mannelijke ouderlijn barbadense, la pureté variétale minimale des lignées parentales tant
99,8 % bedragen wanneer 5 % of meer van de zaaddragende planten kan femelles que mâles doit être de 99,8 %, quand 5 % ou plus des plantes
worden bevrucht. De mate van mannelijke steriliteit van de porte-graines présentent des fleurs réceptives de pollen. Le taux de
zaaddragende ouderlijn moet worden bepaald door de bloemen te stérilité mâle de la lignée parentale porte-graines est estimé par
onderzoeken op de aanwezigheid van steriele helmknoppen, en mag niet l'examen des fleurs en vue de vérifier la présence d'anthères stériles
minder bedragen dan 99,9 %. et ne doit pas être inférieure à 99,9 %.
b) in gewassen voor de productie van gecertificeerd zaad van b) dans le cas de cultures destinées à la production de semences
hybriderassen van Gossypium hirsutum en/of Gossypium barbadense moet certifiées de variété hybrides de Gossypium hirsutum et/ou de
de minimale raszuiverheid van zowel de zaaddragende ouderlijn als de Gossypium barbadense, la pureté variétale minimale des lignées
stuifmeelouderlijn 99,5 % bedragen wanneer 5 % of meer van de parentales tant femelles que mâles doit être de 99,5 %, quand 5 % ou
zaaddragende planten kan worden bevrucht. De mate van mannelijke plus des plantes porte-graines présentent des fleurs réceptives de
steriliteit van de zaaddragende ouderlijn moet worden bepaald door de pollen. Le taux de stérilité mâle de la lignée parentale porte-graines
bloemen te onderzoeken op de aanwezigheid van steriele helmknoppen, en est estimé par l'examen des fleurs en vue de vérifier la présence
mag niet minder bedragen dan 99,7 %. d'anthères stériles et ne doit pas être inférieure à 99,7 %.
4. De aanwezigheid van schadelijke organismen die de gebruikswaarde 4. La présence d'organismes nuisibles réduisant la valeur
van het zaaizaad verminderen, moet zo veel mogelijk beperkt zijn. Voor d'utilisation des semences n'est tolérée que dans la limite la plus
Glycine max geldt die voorwaarde in het bijzonder voor de organismen faible possible. Dans le cas de Glycine max. cette disposition
Pseudomonas syringae pv. Glycinea, Diaporthe phaseolorum var. s'applique en particulier aux organismes Pseudomonas syringae pv
caulivora en var. sojae, Phialophora gregata en Phytophthora Glycinea, Diaporthe phaseolorum var. caulivora et var. sojae,
megasperma f.sp. glycinea. 5. Of aan de bovenvermelde andere normen of voorwaarden is voldaan, wordt voor basiszaad vastgesteld door middel van officiële veldkeuringen, en voor gecertificeerd zaad door middel van officiële veldkeuringen of veldkeuringen uitgevoerd onder officieel toezicht. Bij de veldkeuringen moeten de volgende punten in acht worden genomen : A. De stand en het ontwikkelingsstadium van het gewas moeten een afdoend onderzoek mogelijk maken. B. Voor andere gewassen dan hybriden van Helianthus annuus, Brassica Phialophora gregata et Phytophthora megasperma f. sp. glycinea. 5. Le respect des autres normes ou conditions mentionnées ci-dessus est constaté, dans le cas des semences de base, lors d'inspections officielles sur pied et, dans le cas des semences certifiées, soit lors d'inspections officielles sur pied, soit lors d'inspections sur pied effectuées sous contrôle officiel. Ces inspections sur pied sont effectuées dans les conditions suivantes : A. L'état cultural et le stade de développement de la culture permettent un examen satisfaisant. B. Dans le cadre de cultures autres que d'hybrides d'Helianthus
Napus, Gossypium hirsutum en Gossypium barbadense moet ten minste één annuus, Brassica napus, Gossypium hirsutum et Gossypium barbadense, au
keuring worden verricht. moins une inspection sur pied doit avoir lieu.
Voor hybriden van Helianthus annuus moeten ten minste twee keuringen Dans le cas d'hybrides d'Helianthus annuus, au moins deux inspections
worden verricht. sur pied doivent avoir lieu.
Voor hybriden van Brassica napus moeten ten minste drie keuringen Dans le cas d'hybrides de Brassica napus, au moins trois inspections
worden verricht : de eerste moet vóór de bloei plaatsvinden, de tweede sur pied doivent avoir lieu : la première avant la floraison, la
tijdens de vroege bloei en de derde aan het einde van de bloei. deuxième au début de la floraison et la troisième à la fin de la
Voor hybriden van Gossypium hirsutum en/of Gossypium barbadense moeten floraison. Dans le cas d'hybrides de Gossypium hirsutum et/ou Gossypium
ten minste drie keuringen worden verricht : de eerste moet tijdens de barbadense, au moins trois inspections doivent avoir lieu : la
vroege bloei plaatsvinden, de tweede vóór het einde van de bloei en de première au début de la floraison, la deuxième avant la fin de la
derde aan het einde van de bloei nadat, indien nodig, de floraison et la troisième à la fin de la floraison, après avoir
stuifmeelouderplanten zijn verwijderd. retiré, le cas échéant, le pollen des plantes parentales.
C. De grootte, het aantal en de verdeling van de perceelsgedeelten C. La taille, le nombre et la distribution des parties de parcelles à
waarvoor moet worden nagegaan of aan de bepalingen van deze bijlage inspecter pour examiner le respect des conditions de la présente
wordt voldaan, moeten worden vastgesteld volgens daartoe passende methoden.
Gezien om gevoegd te worden bij het besluit van de Vlaamse Regering annexe sont déterminés selon des méthodes appropriées.
van 21 mei 2010 tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering Vu pour être annexé à l'arrêté du Gouvernement flamand du 21 mai 2010
van 3 oktober 2003 houdende reglementering van de handel in en de modifiant l'arrêté du Gouvernement flamand du 3 octobre 2003 portant
keuring van zaaizaad van oliehoudende planten en vezelgewassen. réglementation du commerce et du contrôle des semences de plantes
oléagineuses et à fibres.
Brussel, 21 mei 2010. Bruxelles, le 21 mai 2010.
De minister-president van de Vlaamse Regering, Vlaams minister van Le Ministre-Président du Gouvernement flamand, Ministre flamand de
Economie, Buitenlands Beleid, Landbouw en Plattelandsbeleid, l'Economie, de la Politique extérieure, de l'Agriculture et de la Ruralité,
K. PEETERS K. PEETERS
Bijlage 2 bij het besluit van de Vlaamse Regering van 21 mei 2010 tot Annexe 2 auprès de l'arrêté du Gouvernement flamand du 21 mai 2010
wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 oktober 2003 modifiant l'arrêté du Gouvernement flamand du 3 octobre 2003 portant
houdende reglementering van de handel in en de keuring van zaaizaad réglementation du commerce et du contrôle des semences de plantes
van oliehoudende planten en vezelgewassen oléagineuses et à fibres
Bijlage II bij het besluit van de Vlaamse Regering van 3 oktober 2003 Annexe II auprès de l'arrêté du Gouvernement flamand du 3 octobre 2003
houdende reglementering van de handel in en de keuring van zaaizaad portant réglementation du commerce et du contrôle des semences de
van oliehoudende planten en vezelgewassen plantes oléagineuses et à fibres
Bijlage II : Voorwaarden waaraan het zaaizaad moet voldoen Annexe II : Conditions auxquelles doivent satisfaire les semences
I. BASISZAAD EN GECERTIFICEERD ZAAD I. SEMENCES DE BASE ET CERTIFIEES
1. Het zaad moet voldoende rasecht en raszuiver zijn. In het bijzonder 1. Les semences possèdent suffisamment d'identité et de pureté
moet zaad van de onderstaande soorten voldoen aan de volgende andere variétales. Les semences des espèces mentionnées ci-dessous répondent
normen of voorwaarden : notamment aux autres normes ou conditions suivantes :
soorten en categorieën espèces et catégories
minimale mechanische zuiverheid (%) pureté spécifique minimale (%)
Arachis hypogaea : Arachis hypogaea :
- basiszaad - semences de base
99,7 99,7
- gecertificeerd zaad - semences certifiées
99,5 99,5
Brassica napus, andere dan hybriden, met uitzondering van de Brassica napus, autres qu'hybrides, à l'exception des variétés à des
uitsluitend voor voederdoeleinden bestemde rassen; Brassica rapa, met fins exclusivement fourragères; Brassica rapa, à l'exception des
uitzondering van de uitsluitend voor voederdoeleinden bestemde rassen : variétés à des fins exclusivement fourragères :
- basiszaad - semences de base
99,9 99,9
- gecertificeerd zaad - semences certifiées
99,7 99,7
Brassica napus spp., andere dan hybriden, uitsluitend voor Brassica napus spp., autres qu'hybrides, variétés à des fins
voederdoeleinden bestemde rassen, Brassica rapa, uitsluitend voor exclusivement fourragères, Brassica rapa, variétés à des fins
voederdoeleinden bestemde rassen. Helianthus annuus andere dan exclusivement fourragères. Helianthus annuus, autre que les variétés
hybriderassen, met inbegrip van de kruisingspartners ervan, Sinapis alba : hybrides, y compris leurs composants, Sinapis alba :
- basiszaad - semences de base
99,7 99,7
- gecertificeerd zaad - semences certifiées
99,0 99,0
Glycine max : Glycine max :
- basiszaad - semences de base
99,5 99,5
- gecertificeerd zaad - semences certifiées
99,0 99,0
Linum usitatissimum : Linum usitatissimum :
- basiszaad - semences de base
99,7 99,7
- gecertificeerd zaad, eerste vermeerdering - semences certifiées, première reproduction
98,0 98,0
- gecertificeerd zaad, tweede en derde vermeerdering - semences certifiées, deuxième et troisième reproduction
97,5 97,5
Papaver somniferum : Papaver somniferum :
- basiszaad - semences de base
99,0 99,0
- gecertificeerd zaad - semences certifiées
98,0 98,0
Of aan de eisen van minimale raszuiverheid is voldaan, wordt La pureté minimale variétale est contrôlée principalement lors
hoofdzakelijk nagegaan door middel van de veldkeuringen, vermeld in d'inspections officielles sur pied effectuées selon les conditions
bijlage I. visées à l'annexe Ire.
2. Voor hybriden van Brassica napus die geteeld zijn door gebruik te 2. Dans le cas d'hybrides de Brassica napus produits en utilisant la
maken van mannelijke steriliteit, moet het zaad voldoen aan de normen stérilité mâle, les semences doivent répondre aux conditions et normes
en voorwaarden, vermeld in a) tot en met d) : visées aux points a) à d) inclus :
a) Het zaaizaad moet voldoende rasecht en raszuiver zijn wat betreft a) Les semences doivent posséder suffisamment d'identité et de pureté
de kenmerken van de kruisingspartners, met inbegrip van de mannelijke variétales en ce qui concerne les caractéristiques de leurs
steriliteit of herstel van de fertiliteit. composants, y compris la stérilité mâle ou la restauration de la
b) De minimale raszuiverheid van het zaaizaad moet als volgt zijn : fertilité. b) La pureté variétale minimale des semences doit être la suivante :
- basiszaad, vrouwelijke kruisingspartner : 99,0 %; - semences de base, composant femelle : 99,0 %;
- basiszaad, mannelijke kruisingspartner : 99,9 %; - semences de base, composant femelle : 99,9 %;
- gecertificeerd zaad : 90,0 %. - semences certifiées : 90,0 %.
c) Zaaizaad wordt alleen gecertificeerd als gecertificeerd zaaizaad c) Les semences ne peuvent être certifiées comme semences certifiées
als naar behoren rekening is gehouden met de resultaten van een que s'il y a dûment été tenu compte des résultats d'essais officiels
officiële nacontrole in het veld met gebruikmaking van officiële après contrôle sur pied effectué sur des échantillons de semences de
monsters van basiszaad, die is verricht tijdens het groeiseizoen van base prélevés officiellement et opéré au cours de la période de
het zaaizaad waarvoor certificering als gecertificeerd zaaizaad is végétation des semences introduites en vue de la certification en tant
aangevraagd, om na te gaan of het basiszaad voldoet aan de eisen ten que semences certifiées. Ce contrôle a pour objet de s'assurer que les
aanzien van de identiteit, wat betreft de kenmerken van de semences de base répondent aux exigences établies en matière
kruisingspartners, met inbegrip van mannelijke steriliteit, en aan de d'identité des caractéristiques des composants, y compris la stérilité
normen van basiszaad bepaald voor de minimale raszuiverheid, vermeld mâle, et aux normes pour les semences de base relatives à la pureté
in b). variétale minimale, visées au point b).
In het geval van basiszaad van hybriden kan de raszuiverheid worden Dans le cas de semences de base d'hybrides, la pureté variétale peut
beoordeeld met geschikte biochemische methoden. être vérifiée à l'aide de méthodes biochimiques appropriées.
d) De naleving van de normen voor de minimale raszuiverheid van d) Le respect des normes relatives à la pureté variétale minimale,
gecertificeerd zaad van hybriden, vermeld in b), moet worden bewaakt visée au point b), des semences certifiées d'hybrides, sera
door middel van officiële nacontroles met gebruikmaking van een superveillé par des essais officiels après contrôle, effectués sur une
adequaat gedeelte van de officieel genomen zaadmonsters. Geschikte proportion appropriée d'échantillons prélevés officiellement. Des
biochemische methoden mogen worden gebruikt. méthodes biochimiques appropriées peuvent être utilisées.
3. Als niet aan de voorwaarden, vermeld in bijlage I, punt 3, B, b), 3. Lorsque les conditions fixées à l'annexe Ire, point 3, B, b), dd),
dd), kan worden voldaan, moet aan de volgende voorwaarde worden ne peuvent pas être respectées, la condition suivante doit être
voldaan : als voor de productie van gecertificeerd zaad van hybriden van Helianthus annuus gebruik is gemaakt van een vrouwelijke, mannelijke steriele kruisingspartner en een mannelijke kruisingspartner die de mannelijke fertiliteit niet herstelt, moet het door de mannelijke steriele kruisingspartner geproduceerde zaad worden gemengd met door de volledig vruchtbare kruisingspartner geproduceerd zaad. De verhouding tussen het zaad van de mannelijke steriele kruisingspartner en dat van de mannelijke fertiele kruisingspartner mag niet groter zijn dan 2:1. 4. Het zaaizaad moet voor kiemkracht, mechanische zuiverheid en gehalte aan zaden van andere plantensoorten (inclusief Orobanche spp.) aan de volgende andere normen of voorwaarden voldoen : respectée : lorsque pour la production de semences certifiées d'hybrides d'Helianthus annuus, un composant femelle mâle-stérile et un composant mâle qui ne restaure pas la fertilité mâle ont été employés, les semences produites par le parent mâle-stérile sont mélangées à des semences produites par le composant entièrement fertile. Le rapport entre les semences des composants mâles-stériles et le composant mâle - fertile ne dépasse pas deux à un. 4. Les semences répondent aux autres normes ou conditions suivantes en ce qui concerne la faculté germinative, la pureté spécifique et la teneur en semences d'autres espèces de plantes (y compris Orobanche spp.) :
A. Tabel : A. Tableau :
soorten en categorieën espèces et catégories
minimum-kiemkracht (% zuiver zaad) faculté germinative minimale (% de graines pures)
mechanische zuiverheid pureté spécifique
maximumgehalte aan zaden van andere plantensoorten in een monster teneur maximale en nombre de semences d'autres espèces de plantes dont
waarvan het gewicht is aangegeven in bijlage III, kolom 4 (totaal per le poids est mentionné dans l'annexe III, colonne 4 (total par
kolom) colonne)
voorwaarden voor het gehalte aan zaden van Orobanche conditions quant à la teneur de graines d'Orobranche
minimale mechanische zuiverheid (gewichts- %) pureté spécifique minimale (% du poids)
maximumgehalte aan zaad van andere plantensoorten (gewichts- %) teneur maximale en semences d'autres espèces de plantes (% du poids)
andere plantensoorten a) autres espèces de plantes a)
Avena fatua, Avena sterilis Avena fatua, Avena sterilis
Cuscuta spp. Cuscuta spp.
Raphanus raphanistrum Raphanus raphanistrum
Rumex spp. andere dan Rumex acetosella Rumex spp. autres que Rumex acetosella
Alopecurus myosuroides Alopecurus myosuroides
Lolium remotum Lolium remotum
1 1
2 2
3 3
4 4
5 5
6 6
7 7
8 8
9 9
10 10
11 11
12 12
Arachis hypogaea Arachis hypogaea
70 70
99 99
- -
5 5
0 0
0 (c) 0 (c)
Brassica spp. Brassica spp.
- basiszaad - semences de base
85 85
98 98
0,3 0,3
- -
0 0
0 (c) (d) 0 (c) (d)
10 10
2 2
- gecertificeerd zaad - semences certifiées
85 85
98 98
0,3 0,3
- -
0 0
0 (c) (d) 0 (c) (d)
10 10
5 5
Cannabis sativa Cannabis sativa
75 75
98 98
- -
30 (b) 30 (b)
0 0
0 (c) 0 (c)
(e) (e)
Carthamus tinctorius Carthamus tinctorius
75 75
98 98
- -
5 5
0 0
0 (c) 0 (c)
(e) (e)
Carum carvi Carum carvi
70 70
97 97
- -
25 (b) 25 (b)
0 0
0 (c) (d) 0 (c) (d)
10 10
3 3
Glycine max Glycine max
80 80
98 98
- -
5 5
0 0
0 (c) 0 (c)
Gossypium spp. Gossypium spp.
80 80
98 98
- -
15 15
0 0
0 (c) 0 (c)
Helianthus annuus Helianthus annuus
85 85
98 98
- -
5 5
0 0
0 (c) 0 (c)
Linum usitatissimum : Linum usitatissimum :
- vlas - lin textile
92 92
99 99
- -
15 15
0 0
0 (c) (d) 0 (c) (d)
4 4
2 2
- lijnzaad - lin oléagineux
85 85
99 99
- -
15 15
0 0
0 (c) (d) 0 (c) (d)
4 4
2 2
Papaver somniferum Papaver somniferum
80 80
98 98
- -
25 (b) 25 (b)
0 0
0 (c) (d) 0 (c) (d)
Sinapis alba : Sinapis alba :
- basiszaad - semences de base
85 85
98 98
0,3 0,3
- -
0 0
0 (c) (d) 0 (c) (d)
10 10
2 2
- gecertificeerd zaad - semences certifiées
85 85
98 98
0,3 0,3
- -
0 0
0 (c) (d) 0 (c) (d)
10 10
5 5
B. Andere normen of voorwaarden waaraan moet worden voldaan, als B. Autres normes ou conditions auxquelles il doit être répondu s'il y
daarnaar wordt verwezen in de tabel, vermeld in deel I, punt 4, A : est référé dans le tableau, visé à la partie Ire, point 4, A :
a) het maximumgehalte aan zaden, vermeld in kolom 5, omvat ook de a) la teneur maximale de semences visées à la colonne 5, couvre aussi
zaden van de soorten, vermeld in kolom 6 tot en met 11; les espèces, visées aux colonnes 6 à 11 compris;
b) het totale aantal zaden van andere plantensoorten wordt alleen b) le dénombrement de la totalité des graines d'autres espèces de
bepaald als er twijfel over bestaat of aan de voorwaarden, vermeld in plantes n'est effectué que s'il y a doute quant au respect des normes
kolom 5, is voldaan; fixées à la colonne 5;
c) het aantal zaden van Cuscuta spp. wordt alleen bepaald als er c) le dénombrement des graines de Cuscuta spp. n'est effectué que s'il
twijfel over bestaat of aan de voorwaarden, vermeld in kolom 7, is y a doute quant au respect des normes fixées à la colonne 7;
voldaan; d) de aanwezigheid van één zaadkorrel van Cuscuta spp. in een monster d) la présence d'une seule graine de Cuscuta spp. dans un échantillon
van het voorgeschreven gewicht geldt niet als onzuiverheid als een du poids prescrit n'est pas considérée comme une impureté si un second
tweede monster van hetzelfde gewicht vrij is van zaden van Cuscuta échantillon de même poids est exempt de graines de Cuscuta spp.;
spp.; e) het zaad moet volledig vrij zijn van Orobanche spp. : de e) la semence est exempte d'Orobanche spp. : cependant, la présence
aanwezigheid van één zaadkorrel van Orobanche spp. in een monster van
100 g geldt evenwel niet als onzuiverheid als een tweede monster van d'une graine d'Orobanche spp. dans un échantillon de 100 g n'est pas
200 g volledig vrij is van Orobanche spp. considérée comme une impureté si un second échantillon de 200 g est
5. De aanwezigheid van schadelijke organismen die de gebruikswaarde exempt d'Orobanche spp. 5. La présence d'organismes nuisibles réduisant la valeur
van het zaaizaad verminderen, moet zo veel mogelijk beperkt zijn. Het d'utilisation des semences n'est tolérée que dans la limite la plus
zaaizaad moet met name voldoen aan de volgende andere normen of faible possible. Les semences doivent notamment répondre aux autres
voorwaarden : normes ou conditions suivantes :
A. Tabel : A. Tableau :
soort espèce
schadelijke organismen organismes nuisibles
maximumaantal door schadelijke organismen aangetaste zaden (in %) nombre maximal de graines contaminées par des organismes nuisibles (en
(totaal per kolom) %) (total par colonne)
Sclerotinia sclerotiorum (maximumaantal sclerotiën of delen van Sclerotinia sclerotiorum (nombre maximal de sclérotes ou de fragments
sclerotiën in een monster van het gewicht, vermeld in bijlage III, de sclérotes dans un échantillon de poids prévu à l'annexe III,
kolom 4) colonne 4)
Botrytis spp. Botrytis spp.
Alternaria linicola, Phoma exigua var. linicola, Colletortrichum Alternaria linicola, Phoma exigua var. linicola, Colletortrichum
linicola, Fusarium spp. linicola, Fusarium spp.
Platyedra gossypiella Platyedra gossypiella
1 1
2 2
3 3
4 4
5 5
Brassica napus Brassica napus
10 (b) 10 (b)
Brassica rapa Brassica rapa
5 (b) 5 (b)
Cannabis sativa Cannabis sativa
5 5
Gossypium spp. Gossypium spp.
1 1
Helianthus annuus Helianthus annuus
5 5
10 (b) 10 (b)
Linum usitatissimum Linum usitatissimum
5 5
5 (a) 5(a)
Sinapis alba Sinapis alba
5 (b) 5 (b)
B. Andere normen of voorwaarden waaraan moet worden voldaan, als B. Autres normes ou conditions auxquelles il doit être répondu s'il y
daarnaar wordt verwezen in de tabel, vermeld in deel I, punt 5, A : est référé dans le tableau, visé à la partie Ire, point 5, A :
a) voor Linum usitatissimum - vlas mag het maximumpercentage aan zaden a) pour le Linum usitatissimum - lin, le pourcentage maximal en nombre
die door Phoma exigua vard. linicola zijn besmet, niet meer bedragen de graines contaminées par Phoma exigua vard. linicola ne dépassera
dan één; pas 1;
b) het aantal sclerotiën of delen van sclerotiën van Sclerotinia b) le dénombrement de sclérotes ou de fragments de scéloret
sclerotiorum wordt alleen bepaald als er twijfel over bestaat of aan Sclerotinia sclerotiorum n'est effectué que s'il y a doute quant au
de voorwaarden, vermeld in kolom 5, is voldaan. respect des normes fixées à la colonne 5.
C. Bijzondere normen of andere voorwaarden die van toepassing zijn op C. Normes particulières ou autres conditions applicables à Glycine
Glycine max : max. :
a) van de vijf deelmonsters waarin een monster van minimaal 5 000 a) des cinq sous-échantillons dans lesquels un échantillon de 5000
zaden per partij is onderverdeeld, mogen er hoogstens vier besmet zijn graines au minimum par lot est subdivisé, quatre au maximum peuvent
met Pseudomonas syringae pv. Glycinea. être trouvés contaminés par le Pseudomonas syringae pv Glycinea.
Als in alle vijf deelmonsters verdachte kolonies worden Si des colonies suspectes sont constatées dans l'ensemble des 5
sous-échantillons, des tests biochimiques appropriés sur les colonies
geïdentificeerd, mogen, ter bevestiging, op de verdachte kolonies die suspectes isolées sur un milieu préférentiel à partir de chaque
van elk deelmonster op een daartoe geschikt medium zijn geïsoleerd, sous-échantillon peuvent être utilisés pour confirmer les normes ou
passende biochemische tests worden uitgevoerd; conditions ci-dessus;
b) het maximumaantal met Diaporthe phaseolorum var. phaseolorum b) En ce qui concerne le Diaporthe phaseolorum var. phaseolorum, le
besmette zaden mag niet meer bedragen dan 15 %; nombre maximal de graines contaminées ne dépassera pas 15 %;
c) het percentage aan stof, gedefinieerd met gangbare internationale c) Le pourcentage en poids de la matière inerte telle que définie
testmethoden, mag ten hoogste 0,3 gewichtspercent bedragen. selon les méthodes internationales actuelles d'essai ne dépassera pas 0,3 %.
II. HANDELSZAAD II. SEMENCES COMMERCIALES
Voor handelszaad gelden de eisen, vermeld in deel I, met uitzondering van punt I. Les exigences, visées à la partie Ire, à l'exception du point I,
Gezien om gevoegd te worden bij het besluit van de Vlaamse Regering s'appliquent aux semences commerciales.
van 21 mei 2010 tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering Vu pour être annexé à l'arrêté du Gouvernement flamand du 21 mai 2010
van 3 oktober 2003 houdende reglementering van de handel in en de modifiant l'arrêté du Gouvernement flamand du 3 octobre 2003 portant
keuring van zaaizaad van oliehoudende planten en vezelgewassen. réglementation du commerce et du contrôle des semences de plantes
oléagineuses et à fibres.
Brussel, 21 mei 2010. Bruxelles, le 21 mai 2010.
De minister-president van de Vlaamse Regering, Vlaams minister van Le Ministre-Président du Gouvernement flamand, Ministre flamand de
Economie, Buitenlands Beleid, Landbouw en Plattelandsbeleid, l'Economie, de la Politique extérieure, de l'Agriculture et de la Ruralité,
K. PEETERS K. PEETERS
Bijlage 3 bij het besluit van de Vlaamse Regering van 21 mei 2010 tot Annexe 3 auprès de l'arrêté du Gouvernement flamand du 21 mai 2010
wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 oktober 2003 modifiant l'arrêté du Gouvernement flamand du 3 octobre 2003 portant
houdende reglementering van de handel in en de keuring van zaaizaad réglementation du commerce et du contrôle des semences de plantes
van oliehoudende planten en vezelgewassen oléagineuses et à fibres
Bijlage III bij het besluit van de Vlaamse Regering van 3 oktober 2003 Annexe III auprès de l'arrêté du Gouvernement flamand du 3 octobre
houdende reglementering van de handel in en de keuring van zaaizaad 2003 portant réglementation du commerce et du contrôle des semences de
van oliehoudende planten en vezelgewassen plantes oléagineuses et à fibres
Bijlage III : Gewicht van een partij zaaizaad en van een monster Annexe III : Poids d'un lot de semences et d'un échantillon
soort espèce
maximumgewicht van een partij (ton) poids maximal d'un lot (en tonnes)
minimumgewicht van een monster dat van een partij wordt genomen (gram) poids minimal d'un échantillon à prélever sur un lot (en grammes)
gewicht van een monster voor de bepaling van het aantal, vermeld in poids d'un échantillon pour le dénombrement visé à l'annexe II, partie
bijlage II, deel I, punt 4, A, kolom 5 tot en met 11, en in bijlage Ire, point 4, A, colonnes 5 à 11 compris, et à l'annexe II, partie Ire,
II, deel I, punt 4, A, kolom 5 (gram) point 4, A, colonne 5 (en grammes)
1 1
2 2
3 3
4 4
Arachis hypogaea Arachis hypogaea
30 30
1000 1000
1000 1000
Brassica juncea Brassica juncea
10 10
100 100
40 40
Brassica napus Brassica napus
10 10
200 200
100 100
Brassica nigra Brassica nigra
10 10
100 100
40 40
Brassica rapa Brassica rapa
10 10
200 200
70 70
Cannabis sativa Cannabis sativa
10 10
600 600
600 600
Carthamus tinctorius Carthamus tinctorius
25 25
900 900
900 900
Carum carvi Carum carvi
10 10
200 200
80 80
Glycine max Glycine max
30 30
1000 1000
1000 1000
Gossypium spp. Gossypium spp.
25 25
1000 1000
1000 1000
Helianthus annuus Helianthus annuus
25 25
1000 1000
1000 1000
Linum usitatissimum Linum usitatissimum
10 10
300 300
150 150
Papaver somniferum Papaver somniferum
10 10
50 50
10 10
Sinapis alba Sinapis alba
10 10
400 400
200 200
Het maximumgewicht van de partij mag niet met meer dan 5 % worden Le poids maximal d'un lot ne peut être dépassé de plus de 5 %.
overschreden.
Gezien om gevoegd te worden bij het besluit van de Vlaamse Regering
van 21 mei 2010 tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering Vu pour être annexé à l'arrêté du Gouvernement flamand du 21 mai 2010
van 3 oktober 2003 houdende reglementering van de handel in en de modifiant l'arrêté du Gouvernement flamand du 3 octobre 2003 portant
keuring van zaaizaad van oliehoudende planten en vezelgewassen. réglementation du commerce et du contrôle des semences de plantes
oléagineuses et à fibres.
Brussel, 21 mei 2010. Bruxelles, le 21 mai 2010.
De minister-president van de Vlaamse Regering, Vlaams minister van Le Ministre-Président du Gouvernement flamand, Ministre flamand de
Economie, Buitenlands Beleid, Landbouw en Plattelandsbeleid, l'Economie, de la Politique extérieure, de l'Agriculture et de la Ruralité,
K. PEETERS K. PEETERS
^