Etaamb.openjustice.be
Meertalige weergave van Besluit Van De Regering Van De Franse Gemeenschap van 15/05/1997
← Terug naar "Besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap tot vaststelling van de ethische gedragsregels inzake hulpverlening aan de jeugd en tot instelling van de Commissie voor advies inzake ethische gedragsregels voor de hulpverlening aan de jeugd "
Besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap tot vaststelling van de ethische gedragsregels inzake hulpverlening aan de jeugd en tot instelling van de Commissie voor advies inzake ethische gedragsregels voor de hulpverlening aan de jeugd Arrêté du Gouvernement de la Communauté française fixant le code de déontologie de l'aide à la jeunesse et instituant la commission de déontologie de l'aide à la jeunesse
MINISTERIE VAN DE FRANSE GEMEENSCHAP MINISTERE DE LA COMMUNAUTE FRANÇAISE
15 MEI 1997. Besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap tot 15 MAI 1997. Arrêté du Gouvernement de la Communauté française fixant
vaststelling van de ethische gedragsregels inzake hulpverlening aan de le code de déontologie de l'aide à la jeunesse et instituant la
jeugd en tot instelling van de Commissie voor advies inzake ethische
gedragsregels voor de hulpverlening aan de jeugd commission de déontologie de l'aide à la jeunesse
De Regering van de Franse Gemeenschap, Le Gouvernement de la Communauté française,
Gelet op het decreet van 4 maart 1991 inzake hulpverlening aan de Vu le décret du 4 mars 1991 relatif à l'aide à la jeunesse, notamment
jeugd, inzonderheid op de artikelen 4, lid 3, en 27, § 2, 6°; les articles 4, alinéa 3, et 27, § 2, 6°;
Gelet op het koninklijk besluit van 18 januari 1965 houdende algemene Vu l'arrêté royal du 18 janvier 1965 portant réglementation générale
regeling inzake reiskosten, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 12 december 1984; en matière de frais de parcours, modifié par l'arrêté royal du 12 décembre 1984;
Gelet op het voorstel van 2 februari 1995 van de Raad van de Franse Vu la proposition du 2 février 1995 du Conseil communautaire de l'aide
Gemeenschap voor hulpverlening aan de jeugd; à la jeunesse;
Gelet op het advies van de Raad van de Franse Gemeenschap voor Vu l'avis du Conseil communautaire de l'aide à la jeunesse, donné le
hulpverlening aan de jeugd, gegeven op 14 oktober 1996; 14 octobre 1996;
Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 4 april 1996; Vu l'avis de l'Inspection des Finances, donné le 4 avril 1996;
Gelet op het akkoord van de Minister van Begroting, gegeven op 31 mei 1996; Vu l'accord du Ministre du Budget, donné le 31 mai 1996;
Gelet op het advies van de Raad van State; Vu l'avis du Conseil d'Etat;
Op de voordracht van de Minister-Voorzitster, tot wier bevoegdheid de Sur proposition de la Ministre-Présidente ayant l'aide à la jeunesse
hulpverlening aan de jeugd behoort; dans ses attributions;
Gelet op de beraadslaging van de Regering van de Franse Gemeenschap van 17 maart 1997, Vu la délibération du Gouvernement de la Communauté française du 17 mars 1997,
Besluit : Arrête :

Artikel 1.De ethische gedragsregels bedoeld in artikel 4, lid 3 van

Article 1er.Le code de déontologie visé à l'article 4, alinéa 3, du

het decreet van 4 maart 1991 inzake hulpverlening aan de jeugd worden décret du 4 mars 1991 relatif à l'aide à la jeunesse est établi
vastgesteld overeenkomstig de bij dit besluit gevoegde tekst.

Art. 2.Er wordt een commissie voor advies inzake ethische

conformément au texte annexé au présent arrêté.
gedragsregels voor de hulpverlening aan de jeugd ingesteld, hierna

Art. 2.Il est institué une commission de déontologie de l'aide à la

genoemd de "Commissie voor advies inzake ethische gedragsregels".

Art. 3.De Commissie voor advies inzake ethische gedragsregels heeft als opdracht advies uit te brengen over elke vraag in verband met ethische gedragsregels inzake hulpverlening aan de jeugd, met inbegrip van de geschillen die voortvloeien uit de toepassing van de ethische gedragsregels. Dit advies wordt ofwel op eigen initiatief, ofwel op aanvraag van de Minister tot wiens bevoegdheid de hulpverlening aan de jeugd behoort, ofwel op aanvraag van de personen die bij een geschil betrokken zijn, uitgebracht.

Art. 4.De Commissie voor advies inzake ethische gedragsregels bestaat uit vijf leden, die voor een verlengbaar mandaat van vier jaar worden benoemd door de Minister tot wiens bevoegdheid de hulpverlening aan de jeugd behoort. De Commissie is samengesteld uit : 1° Een magistraat.

jeunesse, dénommée ci-après la Commission de déontologie.

Art. 3.La Commission de déontologie a pour mission de remettre un avis sur toute question de déontologie en matière d'aide à la jeunesse, en ce compris sur les litiges résultant de l'application du code de déontologie. Cet avis est remis soit d'initiative, soit à la demande du Ministre ayant l'aide à la jeunesse dans ses attributions, soit à la demande de personnes concernées par un litige.

Art. 4.La Commission de déontologie comprend cinq membres, nommés pour un mandat renouvelable de quatre ans par le Ministre ayant l'aide à la jeunesse dans ses attributions. Elle se compose de : 1° un magistrat;

2° Een lid van de "Ligue des droits de l'homme". 2° un membre de la Ligue des droits de l'homme;
3° Drie personen, afkomstig uit sectoren van het wetenschappelijk
onderzoek. Door de Minister tot wiens bevoegdheid de hulpverlening aan de jeugd 3° trois personnes issues de secteurs de la recherche scientifique.
behoort, worden, om met adviserende stem de vergaderingen bij te Sont également nommés par le Ministre ayant l'aide à la jeunesse dans
wonen, eveneens benoemd : ses attributions, pour assister aux réunions avec voix consultative :
1° Twee personeelsleden van het bestuur voor hulpverlening aan de 1° deux membres du personnel de l'administration de l'aide à la
jeugd, onder wie één onder de buitendiensten ressorteert; jeunesse, dont un relevant des services extérieurs;
2° Een vertegenwoordiger van de Minister tot wiens bevoegdheid de 2° un représentant du Ministre ayant l'aide à la jeunesse dans ses
hulpverlening aan de jeugd behoort. attributions.

Art. 5.De Minister tot wiens bevoegdheid de hulpverlening aan de

Art. 5.Le Ministre ayant l'aide à la jeunesse dans ses attributions

jeugd behoort, benoemt de voorzitter uit de leden. nomme le Président parmi les membres.

Art. 6.De Commissie voor advies inzake ethische gedragsregels houdt

Art. 6.La Commission de déontologie a son siège à l'administration de

zitting in het bestuur voor hulpverlening aan de jeugd. Zij wordt door l'aide à la jeunesse. Elle se réunit sur convocation du Président. Le
de voorzitter bijeengeroepen. Het secretariaat en het bewaren van het secrétariat et la conservation des archives sont assurés par
archief worden door het bestuur waargenomen. l'administration.

Art. 7.De Commissie voor advies inzake ethische gedragsregels stelt

Art. 7.La Commission de déontologie établit son règlement d'ordre

haar huishoudelijk reglement vast, dat zij aan de Minister tot wiens intérieur, qu'elle soumet à l'approbation du Ministre ayant l'aide à
bevoegdheid de hulpverlening aan de jeugd behoort ter goedkeuring la jeunesse dans ses attributions.
voorlegt.

Art. 8.De aanvragen om advies betreffende de in artikel 3 bedoelde geschillen worden bij aangetekend schrijven aan de voorzitter van de Commissie voor advies inzake ethische gedragsregels gericht. Deze beslist of een advies al dan niet moet worden uitgebracht gedurende de vergadering die op de aanvraag volgt. Haar beslissing wordt met redenen omkleed.

Art. 9.De Commissie voor advies inzake ethische gedragsregels brengt haar advies uit na alle inlichtingen te hebben ingewonnen die zij als nodig acht en de betrokken personen of dienst, die het aanvragen, te hebben gehoord. De Commissie voor advies inzake ethische gedragsregels brengt haar advies uit binnen de drie maanden die op de aanvraag volgen. Deze termijn kan voor een vernieuwbare periode van drie maanden verlengd worden, bij een door die Commissie met redenen omklede beslissing.

Art. 10.De Commissie voor advies inzake ethische gedragsregels is verplicht zich onbevoegd te verklaren wanneer het geschil onderzocht wordt in het kader van een gerechtelijke of administratieve procedure.

Art. 11.Het advies over een geschil wordt door de Commissie voor advies inzake ethische gedragsregels medegedeeld aan de Minister tot

Art. 8.Les demandes d'avis relatifs aux litiges visés à l'article 3 sont adressées par lettre recommandée au Président de la Commission de déontologie. Celle-ci statue sur l'opportunité de rendre un avis au cours de la réunion qui suit la demande. Sa décision est motivée.

Art. 9.La Commission de déontologie rend son avis après avoir pris toutes les informations qu'elle estime nécessaires et avoir entendu les personnes ou le service concernés, qui en font la demande. La Commission de déontologie rend son avis dans les trois mois qui suivent la demande. Ce délai peut être prolongé pour une période de trois mois, renouvelable, sur décision motivée de ladite Commission.

Art. 10.La Commission de déontologie est tenue de se déclarer incompétente lorsque le litige fait l'objet d'une procédure judiciaire ou administrative.

Art. 11.L'avis relatif à un litige est communiqué par la Commission de déontologie au Ministre ayant l'aide à la jeunesse dans ses

wiens bevoegdheid de hulpverlening aan de jeugd behoort, alsook aan de attributions, ainsi qu'aux personnes et services concernés.
betrokken personen en diensten.

Art. 12.Er worden notulen van elke vergadering opgemaakt. Een

Art. 12.Un procès-verbal de chaque réunion est dressé. Copie de ce

afschrift van die notulen wordt overgezonden aan de Minister tot wiens procès-verbal est communiquée au Ministre ayant l'aide à la jeunesse
bevoegdheid de hulpverlening aan de jeugd behoort. dans ses attributions.

Art. 13.Wanneer de in artikel 4, lid 2, bedoelde leden de

Art. 13.La participation aux séances de travail de la Commission de

werkvergaderingen van de Commissie voor advies inzake ethische déontologie donne droit aux membres visés à l'article 4, alinéa 2, à
gedragsregels bijwonen, hebben ze recht op een presentiegeld waarvan
het bedrag vastgesteld wordt als volgt : un jeton de présence dont le montant est fixé comme suit :
Voorzitter : 700 frank Président : 700 francs
Leden : 500 frank. Membres : 500 francs
Het presentiegeld dekt de bijkomende werkzaamheden in het kader van de Les jetons de présence couvrent les travaux accessoires aux séances.
vergaderingen.

Art. 14.§ 1. De leden van de Commissie voor advies inzake ethische

Art. 14.§ 1er. Les membres de la Commission de déontologie ont droit

gedragsregels hebben recht op de terugbetaling van de reis- en au remboursement des frais de parcours et de séjour dans les
verblijfskosten volgens de voorwaarden en de tarieven vastgesteld door conditions et suivant les taux fixés par la réglementation applicable
de regeling die op de personeelsleden van de ministeries toepasselijk aux membres du personnel des ministères.
zijn. § 2. Voor de toepassing van § 1 van dit artikel worden zij § 2. Pour l'application du § 1er du présent article, ils sont
gelijkgesteld met de personeelsleden van de ministeries die titularis assimilés aux membres du personnel des ministères titulaires d'un
zijn van een graad ingedeeld in rang 13; grade classé au rang 13;
§ 3. De leden van de Commissie voor advies inzake ethische § 3. Les membres de la Commission de déontologie sont autorisés à
gedragsregels mogen gebruik maken van hun persoonlijk voertuig voor de faire usage de leur véhicule personnel pour les déplacements
reizen die noodzakelijk zijn voor de activiteiten van de commissie. nécessités par les activités de la commission.
Zij genieten een vergoeding die gelijk is aan het bedrag dat door de Ils bénéficient d'une indemnité égale au montant qui aurait été
Franse Gemeenschap zou worden betaald bij gebruik van déboursé par la Communauté française en cas d'utilisation des
gemeenschappelijke vervoermiddelen. transports en commun.
De Franse Gemeenschap dekt niet de risico's die voortvloeien uit het La Communauté française n'assume pas la couverture des risques
gebruik, door de leden, van hun persoonlijk voertuig. résultant de l'utilisation, par les membres, de leur véhicule

Art. 15.De Minister tot wiens bevoegdheid de hulpverlening aan de

personnel.

Art. 15.Le Ministre ayant l'aide à la jeunesse dans ses attributions

jeugd behoort, is belast met de uitvoering van dit besluit. est chargé de l'exécution du présent arrêté.
Brussel, 15 mei 1997. Bruxelles, le 15 mai 1997.
Vanwege de Regering van de Franse Gemeenschap : Par le Gouvernement de la Communauté française :
De Minister-Voorzitster, tot wier bevoegdheid de Hulpverlening aan de La Ministre-Présidente ayant l'Aide à la Jeunesse dans ses
Jeugd behoort, attributions,
Mevr. L. ONKELINX Mme L. ONKELINX
De Minister van Begroting, Le Ministre du Budget,
J.-Cl. VAN CAUWENBERGHE J.-Cl. VAN CAUWENBERGHE
Bijlage Annexe
Ethische gedragsregels Code de déontologie
Doel Objet
De ethische gedragsregels houden de regels en beginselen in waarnaar Le code de déontologie fixe les règles et les principes qui doivent
moet worden verwezen zowel ten aanzien van personen die hulp genieten servir de référence tant à l'égard des bénéficiaires et des demandeurs
en aanvragen als ten aanzien van personen die deze verlenen of die de l'aide qu'à ceux qui l'apportent ou qui contribuent à sa mise en
bijdragen tot de uitvoering van die hulpverlening. Zij waarborgen de eerbiediging van hun rechten in het algemeen en meer bepaald inzake beroepsgeheim, vertrouwelijkheid, privé- en gezinsleven, persoonlijke opvattingen en verschillen, alsook correct gebruik van ingewonnen inlichtingen. Zij bepalen bovendien het gedrag, de plichten en de beroepsethiek die in acht moeten worden genomen door de optredende personen. Elke bepaling moet worden geïnterpreteerd in de geest van de algemene ethische gedragsregels. Toepassingsgebied Deze ethische gedragsregels zijn bestemd voor alle diensten die oeuvre. Il garantit le respect de leurs droits en général et plus particulièrement celui du secret professionnel, de l'intimité des personnes, de leur vie privée et familiale, des convictions personnelles et des différences, ainsi que l'utilisation correcte des informations recueillies. Il détermine en outre, la conduite, les devoirs et l'éthique professionnels qui doivent prévaloir dans l'action des intervenants. Chaque disposition doit s'interpréter en tenant compte de l'esprit général de ce code. Champ d'application Le présent code de déontologie s'adresse à tous les services
bijdragen tot de toepassing van het decreet van de Franse Gemeenschap collaborant à l'application du décret de la Communauté française
inzake hulpverlening aan de jeugd en die in dat kader als opdracht relatif à l'aide à la jeunesse et qui ont pour mission dans ce cadre
hebben hulp te verlenen aan : d'apporter une aide :
- jongeren in een probleemsituatie; - aux jeunes en difficulté;
- personen die grote moeilijkheden ervaren bij de uitvoering van hun - aux personnes qui éprouvent de graves difficultés dans l'exécution
ouderlijke verplichtingen; de leurs obligations parentales;
- kinderen waarvan de gezondheid of de veiligheid gevaar loopt, of - aux enfants dont la santé ou la sécurité est en danger ou dont les
waarvan de opvoedingsomstandigheden slechter dreigen te worden, conditions d'éducation sont compromises.
of bij te dragen tot de uitvoering van de hulpverlening aan die ou de contribuer à la mise en oeuvre de l'aide apportée à ces
personen. personnes.
Die diensten zijn er bovendien in het bijzonder toe gehouden de En outre, ces services sont particulièrement tenus de respecter les
beginselen en de bepalingen in acht te nemen die vervat zijn in : principes et les dispositions contenus dans :
- het Europees Verdrag van 4 november 1950 tot bescherming van de - la convention européenne du 4 novembre 1950 de sauvegarde des droits
rechten van de mens en de fundamentele vrijheden; de l'homme et des libertés fondamentales;
- het Europees Verdrag van 28 november 1987 ter voorkoming van - la convention européenne du 28 novembre 1987 pour la prévention de
foltering en onmenselijke of vernederende behandeling of bestraffing; la torture et des peines ou traitements inhumains ou dégradants;
- het internationaal Verdrag van 20 november 1989 inzake de rechten - la convention internationale du 20 novembre 1989 relative aux droits
van het kind; de l'enfant;
- de wet van 8 april 1965 betreffende de jeugdbescherming; - la loi du 8 avril 1965 relative à la protection de la jeunesse;
- de wet van 30 juli 1981 tot bestraffing van bepaalde door racisme of - la loi du 30 juillet 1981 tendant à réprimer certains actes inspirés
xenofobie ingegeven daden; par le racisme ou la xénophobie;
- het decreet van de Franse Gemeenschap van 29 april 1985 betreffende - le décret du 29 avril 1985 de la Communauté française relatif à la
de bescherming van de mishandelde kinderen; protection des enfants maltraités;
- het decreet van de Franse Gemeenschap van 4 maart 1991 inzake - le décret de la Communauté française du 4 mars 1991 relatif à l'aide
hulpverlening aan de jeugd; à la jeunesse;
- de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke - la loi du 8 décembre 1992 relative à la protection de la vie privée
levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens. à l'égard des traitements de données à caractère personnel.
Bepalingen Dispositions

Artikel 1.Onverminderd deze regels zorgen de optredende personen

Article 1er.Sans préjudice du présent code, les intervenants veillent

ervoor dat zij ook de ethische gedragsregels naleven die aan hun à respecter également les règles déontologiques spécifiques à leur
beroep eigen zijn. profession.

Art. 2.De optredende persoon probeert oplossingen te vinden die de beste ontplooiingsmogelijkheden bieden voor de persoon die de hulp geniet. Hij zorgt, voor zover mogelijk, en indien dit niet strijdig is met de rechten en het belang van de jongere, voor de samenhang van het gezin en houdt rekening met de voorkeursbanden van de jongere, inzonderheid ten aanzien van zijn broers en zussen en zijn leefgenoten. De optredende personen stellen de oplossing voor die het meest kans op succes biedt. Zij hebben de plicht de oplossing in overweging te nemen die het best past en het best toegankelijk is voor de jongere en, in voorkomend geval, voor zijn gezin. De persoon aan wie en voor wie de hulp wordt verleend, moet het doel blijven van het optreden.

Art. 3.De optredende personen mogen in geen geval hun filosofische, godsdienstige of politieke opvattingen opleggen aan de persoon die de hulp geniet. Noch de beslissing houdende verlening of weigering van de hulp, noch de aard van die hulp, mogen steunen op die opvattingen; deze mogen ook geen proselitisme ten aanzien van de persoon die de hulp geniet tot gevolg hebben. Met eerbiediging van het belang van de jongere, zijn rechten en verplichtingen, zijn behoeften en zijn bekwaamheden, en met inachtneming van de geldende wettelijke bepalingen, zorgt de optredende persoon ervoor dat het opvoedingsrecht en de opvoedingsplicht van de ouders geëerbiedigd en aangemoedigd worden, inzonderheid op het gebied van de lichamelijke, mentale, geestelijke, morele, sociale en culturele ontwikkeling van hun kind. De expressie van de ethische waarden van de persoon die de hulp geniet, moet worden geëerbiedigd, behalve als die met de wet strijdig is.

Art. 4.De optredende personen hebben een permanente opleidings- en informatieplicht. Ze zijn verplicht zich regelmatig vragen te stellen over hun beroepspraktijken en zorgen ervoor dat zij aangepast worden aan de evolutie van de kennis en de opvattingen. Deze beroepspraktijken mogen niet worden uitgeoefend in een context die de voorrang verleent aan veiligheid of repressie.

Art. 2.L'intervenant recherche les solutions les plus épanouissantes pour le bénéficiaire. Il veille, dans toute la mesure du possible, si les droits et l'intérêt du jeune ne s'y opposent pas, à maintenir la cohésion de la famille et tient compte des attachements privilégiés du jeune, notamment à l'égard de ses frères et soeurs et de ses familiers. Les intervenants veillent à proposer la solution qui a la meilleure chance de succès. Ils ont le devoir d'envisager la solution la plus adaptée et la plus accessible au jeune et s'il échet à sa famille. Le bénéficiaire doit rester sujet de l'intervention.

Art. 3.Les intervenants ne peuvent en aucun cas imposer leurs convictions philosophiques, religieuses ou politiques au bénéficiaire de l'aide. Ces convictions ne peuvent fonder ni la décision d'octroi ou de refus de l'aide, ni la nature de cette aide; elles ne peuvent davantage entraîner de prosélytisme auprès du bénéficiaire. Dans le respect de l'intérêt du jeune, de ses droits et obligations, de ses besoins, de ses aptitudes et des dispositions légales en vigueur, l'intervenant veille à respecter et à favoriser l'exercice du droit et du devoir d'éducation des parents notamment en ce qui concerne le développement physique, mental, spirituel, moral, social et culturel de leur enfant. L'expression des valeurs éthiques du bénéficiaire de l'aide doit être respectée, sauf si elle est contraire à la loi.

Art. 4.Les intervenants ont un devoir de formation et d'information permanentes. Ils ont l'obligation de remettre en question régulièrement leurs pratiques professionnelles et veillent à les adapter à l'évolution des connaissances et des conceptions. Ces pratiques professionnelles ne peuvent s'inscrire dans un contexte prioritairement sécuritaire ou répressif.

Art. 5.De optredende personen zien af van elk gedrag dat de

Art. 5.Les intervenants s'abstiennent de toute attitude susceptible

geloofwaardigheid van hun ambt bij de personen die de hulp genieten de nuire inutilement et gravement à la crédibilité de leur fonction
nutteloos en zwaar kan aantasten. auprès des bénéficiaires de l'aide.

Art. 6.De optredende personen zijn verplicht, binnen de perken van

Art. 6.Les intervenants ont l'obligation, dans les limites du mandat

het mandaat van de gebruiker, van de inachtneming van de wet en van de de l'usager, du respect de la loi et du secret professionnel, de
eerbiediging van het beroepsgeheim, mede te werken met elke persoon of travailler en collaboration avec toute personne ou service appelé à
dienst die eenzelfde toestand moet behandelen. traiter une même situation.
De medewerking tussen de diensten voor hulpverlening aan de jeugd La collaboration entre les services d'aide à la jeunesse suppose une
veronderstelt een wederzijdse kennis van de diensten, hun connaissance mutuelle des services, de leurs objectifs, de leur cadre
doelstellingen, hun reglementair kader, hun bevoegdheden en
specificiteiten alsook van de personen die in deze diensten werkzaam réglementaire, de leurs compétences et spécificités, ainsi que des
zijn. De optredende personen moeten dan ook die kennis ontwikkelen personnes travaillant dans ces services. Les intervenants sont dès
door de nodige contacten te leggen met het oog op de aanmoediging van de medewerking tussen de diensten. De medewerking tussen de diensten veronderstelt de afbakening en de eerbiediging van de rol en de bevoegdheden van elk van de optredende personen, alsook een uitwisseling van inlichtingen. Die uitwisseling moet geschieden met de medewerking van de betrokken personen, waarbij de jongere en zijn gezin het centrale doel van het optreden moeten blijven. Iedere optredende persoon neemt een duidelijke houding aan ten opzichte van de toestand en de andere optredende personen. Hij is verplicht inlichtingen in te winnen over wat reeds werd ondernomen en de keuzen te eerbiedigen die door vorige optredende personen werden gedaan, waarbij hij niet noodzakelijk door die keuzen voor de toekomst is gebonden. De medewerking tussen de diensten en de optredende personen moet het mogelijk maken de oplossing te vinden die het meest doeltreffend en eenvoudig is en het best beantwoordt aan de behoeften van de betrokken personen. De medewerking veronderstelt ook de eerbiediging van de voorkeursband die de persoon die de hulp geniet, gelegd heeft met een dienst die hij vertrouwt.

Art. 7.Onverminderd de bepalingen van artikel 12, mag geen inlichting van persoonlijke, medische, familiale aard, in school- en beroepsverband, en van sociale, economische, etnische, religieuze en filosofische aard over een persoon die de hulp geniet, worden onthuld. Zij mag enkel aan personen die tot het beroepsgeheim gehouden zijn, worden medegedeeld, indien deze mededeling noodzakelijk is om de doelstellingen van de verleende hulp te kunnen bereiken en indien de persoon die de hulp geniet, en in voorkomend geval zijn wettelijke vertegenwoordigers, daar vooraf op de hoogte van worden gebracht. De identiteit van de optredende personen die inlichtingen hebben over een persoon die de hulp geniet, moet ter kennis van deze en, in voorkomend geval, van zijn wettelijke vertegenwoordigers, worden gebracht.

lors tenus de développer cette connaissance par les contacts nécessaires en vue de favoriser la collaboration entre services. La collaboration entre les services suppose la délimitation et le respect du rôle et des compétences de chacun des acteurs, ainsi qu'un échange d'informations. Cet échange doit s'effectuer avec la collaboration des personnes concernées, le jeune et sa famille demeurant au centre de l'action. Les intervenants adoptent une attitude claire par rapport à la situation et aux autres intervenants. Ils ont le devoir de s'informer des actions déjà entreprises et de respecter les choix opérés par les intervenants précédents sans être nécessairement liés par ces choix pour l'avenir. La collaboration entre les services et les intervenants doit permettre la recherche de la solution la plus efficace, la plus simple, et la plus proche des personnes concernées. La collaboration suppose aussi le respect du lien privilégié qu'un bénéficiaire d'aide a établi avec un service ou auquel il fait confiance.

Art. 7.Sans préjudice des dispositions prévues à l'article 12, tout renseignement de nature personnelle, médicale, familiale, scolaire, professionnelle, sociale, économique, éthnique, religieuse, philosophique, relatif à un bénéficiaire de l'aide ne peut être divulgué. Il ne peut être transmis qu'à des personnes tenues au secret professionnel, si cette communication est rendue nécessaire par les objectifs de l'aide dispensée et si elle est portée préalablement à la connaissance du bénéficiaire et, s'il échet, de ses représentants légaux. L'identité des intervenants qui sont détenteurs de renseignements de nature personnelle au sujet d'un bénéficiaire doit être portée à la

De optredende personen delen aan de personen die de hulp genieten de connaissance de celui-ci et, s'il échet, de ses représentants légaux.
inlichtingen mede die hen aangaan, ofwel wanneer deze dit vragen, Les intervenants communiquent aux bénéficiaires les informations qui
ofwel wanneer de optredende personen van mening zijn dat die les concernent, soit à la demande de ceux-ci, soit si les intervenants
mededeling de ontplooiing van de personen die de hulp genieten, kan estiment que cette communication est susceptible de favoriser
bevorderen. De optredende personen zorgen ervoor dat de inlichtingen l'épanouissement des bénéficiaires. Les intervenants veillent à ce que
zodanig worden medegedeeld dat de persoon die de hulp geniet daardoor les informations soient transmises de manière à ne pas perturber
geen ernstige stoornissen zou ondergaan. gravement le bénéficiaire.
Persoonlijke inlichtingen over andere personen die betrokken zijn bij Les informations personnelles concernant d'autres personnes impliquées
de hulpverlening aan een persoon mogen hem alleen met de toestemming dans l'aide accordée au bénéficiaire ne peuvent lui être communiquées
van die personen worden medegedeeld en indien deze mededeling que moyennant l'accord de celles-ci et si cette transmission est
beantwoordt aan de doelstelling van die hulp. conforme à la finalité de cette aide.

Art. 8.De optredende personen vergewissen zich ervan dat de persoon die de hulp geniet of zijn vertegenwoordigers met kennis van zaken kunnen oordelen of de hulp noodzakelijk is, wat de aard, het doel en de gevolgen van deze hulp moeten zijn, opdat zij hun rechten zouden mogen doen gelden. Zij zijn ertoe verplicht hun voorstellen en beslissingen betreffende die hulp te formuleren in een begrijpelijke en leesbare taal die, onder voorbehoud van de eerbiediging van het beroepsgeheim en het privé-leven van de anderen, de overwegingen in rechte en in feite waarop ze steunen, moet opgeven. Van de aldus met redenen omklede voorstellen en beslissingen moet kennis worden gegeven aan de hulpaanvragers, die ertoe worden gemachtigd het beroep in te dienen dat bedoeld is in artikel 37 van het decreet van 4 maart 1991 inzake hulpverlening aan de jeugd.

Art. 8.Les intervenants s'assurent que le bénéficiaire ou ses représentants apprécient en pleine connaissance de cause la nécessité, la nature et la finalité de l'aide ainsi que ses conséquences et puissent dès lors faire valoir leurs droits. Ils sont tenus de formuler leurs propositions et décisions relatives à cette aide dans un langage compréhensible et lisible énonçant, sous réserve du respect du secret professionnel et de la vie privée d'autrui, les considérations de droit et de fait qui les fondent. Ces propositions et décisions ainsi motivées doivent être notifiées aux personnes intéressées par l'aide et qui sont autorisées à introduire le recours prévu à l'article 37 du décret du 4 mars 1991 relatif à l'aide à la jeunesse.

De persoon die voor de hulp in aanmerking komt, heeft recht op Le bénéficiaire de l'aide a droit à une information complète quant aux
volledige informatie betreffende de materiële, medische en aides matérielles, médicales et psychosociales dont il est susceptible
psychosociale hulp die hij kan krijgen, inzonderheid op grond van de de bénéficier, notamment en fonction de l'état actuel des
huidige stand van de kennis en van de geldende wetgeving. connaissances et des législations en vigueur.

Art. 9.Wanneer de optredende persoon met bepaalde situaties geconfronteerd wordt, moet hij onderscheiden wat dringend en wat ernstig is. Een dringende oplossing moet worden gevonden rekening houdend met het belang van de jongere, zijn lichamelijk of psychisch behoud, buiten elke andere beschouwing. De dringende noodzakelijkheid mag geen voorwendsel zijn om een brutale oplossing op te leggen die geen respect heeft voor alle krachten in 't veld en die geen rekening houdt met de bijkomende implicaties en gevolgen van de maatregel. Een beslissing die bij wijze van dringende maatregel is getroffen, moet binnen een redelijke en vooraf bepaalde termijn opnieuw worden geëvalueerd.

Art. 10.De persoon die voor de hulp in aanmerking komt, moet deze binnen een redelijke termijn krijgen. De optredende personen zorgen er in die zin voor dat zij de termijn bepalen en naleven in verband met de aard, de ernst en de oorsprong van de situatie. Behalve als dit door dringende noodzakelijkheid en ernst verantwoord is, zorgen zij er ook voor dat de behandeling van nieuwe situaties niet tot gevolg heeft dat de termijn die voor reeds behandelde situaties werd vastgesteld, niet wordt nageleefd.

Art. 9.L'intervenant doit veiller dans les situation traitées à distinguer les notions d'urgence et de gravité. L'urgence doit s'apprécier en tenant compte de l'intérêt du jeune, de sa sauvegarde physique ou psychologique et en dehors de toute autre considération. Elle ne peut constituer un prétexte pour adopter une solution brutale sans égard à l'ensemble des ressources du terrain, des implications et des conséquences secondaires de la mesure. Une décision prise dans le cadre de l'urgence doit être réévaluée dans des délais raisonnables et fixés préalablement.

Art. 10.Le bénéficiaire doit recevoir l'aide dans des délais raisonnables. Les intervenants veillent dans ce sens à fixer et à respecter des délais en rapport avec la nature, la gravité et l'origine de la situation. Ils veillent aussi, sauf si l'urgence et la gravité le justifient, à ce que le traitement de nouvelles situations n'entrave pas le respect des échéances fixées dans les situations déjà prises en charge. Si après avoir utilisé toutes les ressources et moyens professionnels

Indien de optredende persoon, na alle beroepskrachten en -middelen die in hun bezit zijn te hebben gebruikt, in de onmogelijkheid verkeren om de nodige hulp binnen een redelijke termijn behoorlijk te verlenen, brengen zij er de personen die voor de hulp in aanmerking komen en de betrokken overheid op de hoogte van, om de wijzigingen in het beleid en de reglementen in te voeren die zij als wenselijk achten.

Art. 11.Om een hulpprogramma te kunnen opmaken, evalueert of laat de optredende persoon de situatie evalueren. Hij zorgt ervoor dat hij zich van zijn persoonlijke mogelijkheden en van zijn grenzen op beroepsvlak bewust is, en dat hij ermee rekening houdt voor zijn optreden. Wordt hij geconfronteerd met een situatie die de gezondheid, de veiligheid of de voorwaarden voor de opvoeding van een jongere ernstig in het gedrang kan brengen en die hij meent niet behoorlijk te kunnen behandelen, dan is hij verplicht te verwijzen naar andere optredende personen waarvan het optreden meer gepast zou zijn of, in voorkomend geval, naar de bevoegde overheid. De optredende persoon is verplicht er de persoon die voor de hulp in aanmerking komt op de hoogte van te brengen.

Art. 12.De optredende personen zijn tot het beroepsgeheim gehouden. Dit moet worden verstaan als de verplichting die aangegaan wordt ten aanzien van de persoon die in aanmerking komt voor de hulp, waarbij de waarborg wordt gegeven dat hij het nodige vertrouwen kan hebben in de optredende personen en de diensten. Het mag geenszins tot doel hebben de optredende persoon zelf te beschermen. De optredende persoon is tot het beroepsgeheim gehouden ten opzichte van de inlichtingen die hem ter kennis worden gebracht, van de initiatieven die hij moet nemen in het kader van de hulpaanvragen die aan hem worden gericht en ten opzichte van de inhoud van zijn dossiers. Hij garandeert die geheimhouding inzonderheid ten opzichte van de organisatie van de gesprekken, de inhoud ervan en van wat eruit voortvloeit. Hij garandeert eveneens het geheim van elke briefwisseling in het kader van zijn optreden. Moet de optredende persoon voor het gerecht komen getuigen, dan moet hij het belang van de persoon die de hulp geniet, behartigen. Met het oog op een goede hulpverlening mag de optredende persoon met andere personen of diensten samenwerken, telkens als het belang van de persoon die de hulp geniet dit vereist. Deze medewerking moet ter kennis van de persoon die de hulp geniet, worden gebracht. Ze moet vertrouwelijk blijven; alleen feiten en inlichtingen die onontbeerlijk zijn voor de behandeling van de situatie mogen worden uitgewisseld.

en leur possession, les intervenants sont dans l'impossiblité d'octroyer valablement l'aide nécessaire dans les délais raisonnables, ils en informent les bénéficiaires et les autorités concernées afin de susciter les modifications de la politique et des règlements qu'ils jugent souhaitables.

Art. 11.Afin d'élaborer un programme d'aide, l'intervenant procède ou fait procéder à l'évaluation de la situation. Il veille à prendre conscience de ses possibilités personnelles, de ses limites professionnelles et à agir dans la mesure de celles-ci. Confronté à une situation susceptible de compromettre gravement la santé, la sécurité ou les conditions d'éducation d'un jeune et qu'il estime ne pouvoir assumer valablement, il a le devoir d'en référer à d'autres intervenants dont l'action serait plus appropriée ou s'il échet aux autorités compétentes. L'intervenant est tenu d'en informer le bénéficiaire.

Art. 12.Les intervenants sont tenus de respecter le secret professionnel. Ce respect doit être compris comme étant une obligation contractée à l'égard du bénéficiaire de l'aide garantissant la confiance que ce dernier doit pouvoir trouver auprès des intervenants et des services. En aucun cas il ne peut servir à protéger l'intervenant lui-même. L'intervenant est tenu au secret professionnel en ce qui concerne les informations portées à sa connaissance, les initiatives qu'il est amené à prendre dans le cadre des demandes d'aide qui lui sont adressées et le contenu de ses dossiers. Il garantit notamment ce secret à propos de l'organisation des entretiens, de leur teneur et de ce qui en résulte. Il assure également le secret de toute correspondance adressée dans le cadre de ses actions. Appelé à témoigner en justice, l'intervenant se montrera soucieux de l'intérêt du bénéficiaire de l'aide. Dans un souci d'aide, l'intervenant peut coopérer avec d'autres personnes ou services chaque fois que l'intérêt du bénéficaire de l'aide l'exige. Cette collaboration doit être portée à la connaissance du bénéficiaire de l'aide. Elle doit s'exercer dans la discrétion et

Als de optredende persoon in de onmogelijkheid verkeert om persoonlijk n'autorise que l'échange de faits et d'informations indispensables à
op te treden om de belangen te behartigen en de veiligheid te la prise en charge.
verzekeren van de persoon die de hulp geniet, zijn gezin of ernstig Dans l'impossibilité d'agir personnellement pour défendre les intérêts
bedreigde derden, kan hij de staat van noodzakelijkheid inroepen om de ou la sécurité du bénéficiaire de l'aide, de sa famille ou de tiers
nodige inlichtingen aan de bevoegde overheid mede te delen. gravement menacés, l'intervenant peut invoquer l'état de nécessité
Wanneer de optredende persoon, met het oog op onderwijs, onderzoek of pour transmettre aux autorités compétentes les informations nécessaires.
inlichtingen, informatie over de personen die de hulp genieten, Lorsqu'à des fins d'enseignement, de recherche ou d'informations,
verstrekt, is hij ertoe verplicht de anonimiteit en de bescherming van l'intervenant est amené à utiliser ou transmettre des renseignements
de persoonlijke levenssfeer van deze personen te waarborgen. sur les bénéficiaires, il est tenu de garantir l'anonymat et le

Art. 13.De optredende persoon mag ten aanzien van een zelfde persoon

respect de la vie privée en ce qui les concerne.
die de hulp geniet niet verschillende ambten uitoefenen die verband

Art. 13.L'intervenant ne peut exercer à l'égard d'un même

houden met de toekenning, de weigering van de toekenning of de bénéficiaire de l'aide plusieurs fonctions liées à l'octroi, au refus
concrete verlening van de hulp. d'octroi, ou à la mise en oeuvre de l'aide.
De optredende persoon mag niet rechtstreeks deelnemen aan de beslissing tot toekenning of tot weigering van de toekenning van hulp aan een gerechtigde persoon, indien hij er een rechtstreeks of onrechtstreeks belang bij kan hebben, ofwel persoonlijk ofwel als gemachtigde of vertegenwoordiger.

Art. 14.Met het oog op de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, mogen de optredende personen niet deelnemen aan of bijdragen tot de verspreiding en de bekendmaking van inlichtingen door middel van enige media-drager, om te beletten dat de personen die de hulp genieten, zouden kunnen worden geïdentificeerd. Hiervan mag alleen worden afgeweken indien dit in het belang van de jongere verantwoord is en met de toestemming van deze, indien hij over

L'intervenant ne peut participer directement à la décision d'octroi ou de refus d'octroi d'une aide à un bénéficiaire s'il peut y trouver un intérêt direct ou indirect soit à titre personnel, soit au titre de mandataire ou de représentant.

Art. 14.Eu égard au respect de la vie privée, les intervenants doivent s'abstenir de participer ou de contribuer à la diffusion et à la publication d'informations par le biais d'un quelconque support médiatique, de nature à permettre l'identification des bénéficiaires de l'aide. Il ne peut y être dérogé que si l'intérêt du jeune le justifie et avec

een onderscheidingsvermogen beschikt of, zo niet, van de personen die l'accord de celui-ci s'il est capable de discernement ou, dans le cas
het bestuur over zijn persoon waarnemen.

Art. 15.De Inrichtende Macht, of haar gemachtigde, moet zich ervan vergewissen dat het gedrag van de personen die zij tewerkstelt niet schadelijk kan zijn voor de personen aan wie zij hulp verlenen. Iedere al dan niet bij een arbeidsovereenkomst tewerkgestelde optredende persoon moet een getuigschrift van goed zedelijk gedrag kunnen overleggen. Iedere optredende persoon die op de hoogte is van feiten van mishandeling, inzonderheid seksueel misbruik, die door een optredende persoon gepleegd zijn, is ertoe verplicht de bevoegde overheid te verwittigen. Gezien om te worden gevoegd bij het besluit van de Regering van de

contraire, de ceux qui administrent sa personne.

Art. 15.Le Pouvoir Organisateur ou son mandataire doit s'assurer que le comportement des personnes qu'il occupe n'est pas de nature à être préjudiciable aux bénéficiaires de l'aide qui leur sont confiés. Tout intervenant, engagé ou non dans le cadre d'un contrat de travail, doit être reconnu de bonne vie et moeurs et doit pouvoir en attester. Tout intervenant ayant connaissance de faits de maltraitance, dont notamment les abus sexuels, commis par un autre intervenant, est tenu d'en informer les autorités compétentes. Vu pour être annexé à l'arrêté du Gouvernement de la Communauté

Franse Gemeenschap van 15 mei 1997 tot vaststelling van de ethische française du 15 mai 1997 fixant le code de déontologie de l'aide à la
gedragsregels inzake hulpverlening aan de jeugd en tot instelling van
de Commissie voor advies inzake ethische gedragsregels voor de jeunesse et instituant la commission de déontologie de l'aide à la
hulpverlening aan de jeugd. jeunesse.
Brussel, 15 mei 1997. Bruxelles, le 15 mai 1997.
Vanwege de Regering van de Franse Gemeenschap : Par le Gouvernement de la Communauté française :
De Minister-Voorzitster, tot wier bevoegdheid de Hulpverlening aan de La Ministre-Présidente ayant l'Aide à la Jeunesse dans ses
Jeugd behoort, attributions,
Mevr. L. ONKELINX Mme L. ONKELINX
De Minister van Begroting, Le Ministre du Budget,
J.-Cl. VAN CAUWENBERGHE J.-Cl. VAN CAUWENBERGHE
^