← Terug naar "Bescherming van het erfgoed Bij besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 27 maart
2014, wordt niet ingesteld de procedure tot bescherming als monument van het huis gelegen Grootgodshuisstraat
4, te Brussel. Het goed is bekend den Conform artikel 222, § 6, lid 2, van het BWRO, worden volgende voorwaarden
gekoppeld aan de af(...)"
Bescherming van het erfgoed Bij besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 27 maart 2014, wordt niet ingesteld de procedure tot bescherming als monument van het huis gelegen Grootgodshuisstraat 4, te Brussel. Het goed is bekend den Conform artikel 222, § 6, lid 2, van het BWRO, worden volgende voorwaarden gekoppeld aan de af(...) | Protection du patrimoine Par arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale du 27 mars 2014, n'est pas entamée la procédure de classement comme monument de la maison sise rue du Grand Hospice 4, à Bruxelles. Le bien est connu au cadastre de Bruxelles, 12 e division, section N, 6 e feuil(...) |
---|---|
MINISTERIE VAN HET BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST | MINISTERE DE LA REGION DE BRUXELLES-CAPITALE |
Bescherming van het erfgoed | Protection du patrimoine |
Bij besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 27 maart | Par arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale du 27 |
2014, wordt niet ingesteld de procedure tot bescherming als monument | mars 2014, n'est pas entamée la procédure de classement comme monument |
van het huis gelegen Grootgodshuisstraat 4, te Brussel. | de la maison sise rue du Grand Hospice 4, à Bruxelles. |
Het goed is bekend den kadaster te Brussel, 12de afdeling, sectie N, | Le bien est connu au cadastre de Bruxelles, 12e division, section N, 6e |
6de blad, perceel nr. 1149/2. Conform artikel 222, § 6, lid 2, van het BWRO, worden volgende voorwaarden gekoppeld aan de afgifte van de stedenbouwkundige vergunning waarvan de aanvraagprocedure momenteel loopt, evenals voor elke aanvraag tot stedenbouwkundig attest of vergunningen voor hetzelfde goed, ingediend binnen de vijf jaar na de publicatie van het besluit : Voorwaarden : 1) De gevels aan de straatkant niet volledig afbeitsen en bepleisteren, maar enkel plaatselijke reparaties uitvoeren waar het pleisterwerk is losgekomen, met een pleister dat dezelfde samenstelling heeft als het bestaande; 2) de volledige gevels schilderen in de witte tinten die gekozen werden voor de restauratie die momenteel aan de gang is aan de gevels van de ertegenover liggende OCMW-gebouwen, om de eenheid van het neoclassicistische geheel van architect Partoes tegenover de Pachecogodshuizen te herstellen (wit schilderen van al de straatgevels, de ondermuren in natuursteen en de elementen in hardsteen incluis, evenals van het volledige buitenschrijnwerk). De exacte NCS-referenties en het glansgehalte van de gebruikte verven worden door de directie Monumenten en Landschappen meegedeeld; 3) het architraaflijstwerk van het entablement reconstrueren door het profiel, waaran nog een element op de hoek van het gebouw overblijft nauwkeurig na te bouwen in ojief. De bulstergaten in het entablement dichtmaken door middel van bulstergatafschermingen die identiek zijn als die van de ertegenover liggende OCMW-gebouwen; 4) het oorspronkelijke raamwerk, de luiken en de deur restaureren. Het eventuele nieuwe raamwerk dient precies hetzelfde buitenaanzicht te vertonen als het schrijnwerk dat verondersteld werd oorspronkelijk te zijn. De bestaande spanjoletten worden zoveel mogelijk hergebruikt en op het nieuwe raamwerk geplaatst. Als nieuwe beglazing wordt geplaatst zal hun isolatieprestatie niet beter zijn dan die van de buitenmuren van het gebouw; 5) de volledige met lijsten verfraaide plafonds op de benedenverdieping en op de 1e verdieping behouden en opnieuw schilderen. Als op dit niveau aan de interieurkant isolatie wordt geplaatst, mag die niet meer dan 2 cm uitsteken voorbij het niveau van het bestaande pleisterwerk; 6) de scheidingswanden op de benedenverdieping en op de 1e verdieping behouden. Op de 1e verdieping is een verbreding van de twee bestaande gevelopenningen tussen de vertrekken aanvaardbaar, maar niet de volledige verwijdering van de muren. De huidige structuur van de scheidingswanden dient immers leesbaar te blijven en de plafonds moeten ongewijzigd behouden blijven; 7) De oorspronkelijke binnendeuren van de benedenverdieping en die van de 1e verdieping behouden en herschilderen (behalve waar de muuropeningen zouden zijn vergroot); 8) de huidige (vermoedelijk oorspronkelijke) vloeren van het gebouw in brede dennenhouten planken integraal behouden, evenals de roosteringen en de niet-zichtbare balken die eronder zitten. De plankenvloer mag worden afgeschuurd en opnieuw worden afgewerkt. De verschillende opvullingen die in de loop der jaren hier en daar in de vloer werden gestopt, kunnen worden verwijderd en opgevuld met de hulp van dezelfde planken als de oorspronkelijke; 9) de schoorsteenschacht behouden, evenals de nog aanwezige schoorsteenmantels van goede kwaliteit, meer bepaald die in het grote salon op de benedenverdieping en die op dezelfde schoorsteenpijp op de verdieping; 10) het grote stuk rondbogige muur in het grote salon op de benedenverdieping behouden, evenals het verlaagde rondbogige gewelf in de inkomhal; 11) de vloer in veelkleurig marmer van de inkomhal behouden en restaureren. De gebroken tegels kunnen worden gelijmd. De te zeer beschadigde tegels kunnen worden vervangen door nieuwe tegels in hetzelfde materiaal; 12) de eiken treden en stootborden en de iepenhouten trapbomen behouden en herschilderen, evenals de metalen spijlen van de trap. De trapleuning in Zuid-Amerikaanse acajou behouden en opnieuw vernissen. Het sluitstuk in messing, in de vorm van een dennenappel, aan het begin van de trapleuning, behouden; 13) het dakgebinte behouden (samengesteld uit vermoedelijk oorspronkelijke spanten, pannen en eikenhouten daksparren) en de spanten zichtbaar houden; 14) de gewelfde structuur van de kelders behouden. De eventuele herstellingen van het metselwerk worden uitgevoerd met hetzelfde type materialen als de oorspronkelijke; 15) de glas-in-loodramen in het bovenlicht van de inkomdeur, die de traphal verlichten, behouden; 16) in de mate van het mogelijke al de herschilderwerken uitvoeren zonder vooraf af te bikken. Met andere woorden, de oude verflagen die nog voldoende vasthechten op hun ondergrond, blijven behouden; ze worden met schuurpapier glad gemaakt en dan met een nieuwe verflaag bedekt. Het is de bedoeling om de oude onderliggende afwerkingen te behouden zodat in de toekomst een eventuele restauratie van de oorspronkelijke afwerking mogelijk is; 17) in de mate van het mogelijke elk ander oorspronkelijk element met erfgoedwaarde behouden en eventueel volgens de regels van de kunst | feuille, parcelle n° 1149/2. Conformément à l'article 222, § 6, al. 2, du COBAT, les conditions suivantes sont imposées à la délivrance du permis d'urbanisme dont la procédure de demande est actuellement en cours d'instruction ainsi que pour toute demande de certificat ou de permis d'urbanisme ayant le même objet, introduite dans les cinq ans de la publication du présent arrêté : Conditions : 1) Pour les façades côté rue, ne pas effectuer le dérochage et l'enduisage complet de la façade, mais procéder uniquement à des réparations locales là où l'enduit a perdu son adhérence, avec un enduit de composition analogue à l'existant; 2) remettre entièrement les façades en peinture suivant les tons de blanc choisis pour la restauration actuellement en cours des façades des immeubles appartenant au CPAS situés en vis-à-vis, dans le but de restituer une unité à l'ensemble néoclassique réalisé par l'architecte Partoes face aux hospices Pacheco (mise en peinture blanche de toutes les façades à rue, soubassement en pierre blanche et éléments en pierre bleue compris, ainsi que de l'entièreté des boiseries extérieures). Les références NCS exactes et les degrés de brillance des peintures mises en oeuvre seront communiqués par la Direction des Monuments et Sites; 3) restituer la moulure à architrave de l'entablement en reproduisant de manière exacte son profil en doucine dont un élément subsiste sur l'angle du bâtiment. Boucher les trous de boulins de l'entablement au moyen de cache-boulins identiques à ceux des immeubles appartenant au CPAS situés en vis-à-vis; 4) restaurer les châssis de fenêtre d'origine, les volets et la porte. Les châssis neufs éventuels reproduiront exactement l'aspect extérieur des menuiseries présumées d'origine. Les crémones existantes seront dans la mesure du possible récupérées et remises sur les châssis neufs. Si des nouveaux vitrages sont placés, leur performance en termes d'isolation ne sera pas meilleure que celle des murs extérieurs du bâtiment; 5) maintenir et remettre en peinture l'entièreté des plafonds moulurés au rez-de-chaussée et au 1er étage. Si à ces niveaux une isolation par l'intérieur était placée, elle ne dépassera pas de plus de 2 cm le niveau du plafonnage existant; 6) maintenir les murs de refend aux rez-de-chaussée et au 1er étage. Au 1er étage, un élargissement des deux baies existantes entre les pièces est tolérable, mais pas une suppression complète des murs. La structure actuelle des murs de refend doit en effet rester lisible et les plafonds conservés sans modifications; 7) conserver et remettre en peinture les portes intérieures d'origine du rez-de-chaussée et celles du 1er étage (sauf là où les baies seraient agrandies); 8) conserver intégralement les planchers actuels du bâtiment en lames de pin, présumés d'origine, ainsi que les gîtages et les poutraisons non apparents qui existent par-dessous. Les planchers pourront être poncés et recevoir une nouvelle finition. Les divers rebouchages tardifs pratiqués çà et là dans les planchers pourront être supprimés et comblés au moyen de lames analogues à celles d'origine; 9) maintenir les corps de cheminée, ainsi que les manteaux de cheminées de qualité encore en place, à savoir celui du grand salon au rez-de-chaussée, et celui situé sur le même conduit de cheminée à l'étage; 10) conserver et remettre en peinture le grand pan de mur cintré dans le grand salon du rez-de-chaussée ainsi que la fausse voûte en plein cintre du hall d'entrée; 11) conserver et restaurer le sol en marbres de plusieurs couleurs du hall d'entrée. Les dalles cassées pourront être recollées. Les dalles trop endommagées pourront être remplacées par des dalles neuves de même matériau; 12) conserver et remettre en peinture les marches et contre marches en chêne et les limons en orme ainsi que les balustres en métal de l'escalier. Conserver et revernir la main courante en acajou sud-américain. Conserver l'amortissement en laiton en forme de pomme de pin au départ de la rampe; 13) conserver la charpente de toiture (composée des fermes, des pannes et des chevrons en chêne présumés d'origine) et maintenir ses fermes apparentes; 14) conserver la structure voûtée des caves. Les éventuelles réparations de maçonnerie seront réalisées avec des matériaux de même nature que ceux d'origine; 15) conserver les vitraux en imposte de la porte d'entrée et éclairant la cage d'escalier; 16) effectuer, dans la mesure du possible, l'entièreté des remises en peinture sans décapages préalables. Autrement dit, là où les peintures anciennes conservent une adhérence satisfaisante à leur support, les couches anciennes de peinture seront maintenues, égrainées au papier verré, puis recouvertes d'une nouvelle couche de peinture. Le but est de conserver les finitions anciennes sous-jacentes en vue de permettre, dans le futur, une éventuelle restauration des finitions d'origine; 17) conserver dans la mesure du possible, et éventuellement restaurer dans les règles de l'art, tout autre élément d'origine présentant un |
restaureren. | intérêt patrimonial. |