← Terug naar "Bericht voorgeschreven bij artikel 74 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 Bij vonnis van
20 oktober 2023, waarvan de expeditie ter griffie van het Hof is ingekomen op 26 oktober 2023, heeft
de Arbeidsrechtbank Waals-Brabant, afdeling Waver, «
Schendt artikel 3, 3°, van de wet van 26 mei 2002 betreffende het recht op maatschappelijke inte(...)"
Bericht voorgeschreven bij artikel 74 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 Bij vonnis van 20 oktober 2023, waarvan de expeditie ter griffie van het Hof is ingekomen op 26 oktober 2023, heeft de Arbeidsrechtbank Waals-Brabant, afdeling Waver, « Schendt artikel 3, 3°, van de wet van 26 mei 2002 betreffende het recht op maatschappelijke inte(...) | Avis prescrit par l'article 74 de la loi spéciale du 6 janvier 1989 Par jugement du 20 octobre 2023, dont l'expédition est parvenue au greffe de la Cour le 26 octobre 2023, le Tribunal du travail du Brabant wallon, division de Wavre, a posé la q « L'article 3 3° de la loi du 26/5/2002 concernant le droit à l'intégration sociale, tel que modif(...) |
---|---|
GRONDWETTELIJK HOF | COUR CONSTITUTIONNELLE |
Bericht voorgeschreven bij artikel 74 van de bijzondere wet van 6 | Avis prescrit par l'article 74 de la loi spéciale du 6 janvier 1989 |
januari 1989 Bij vonnis van 20 oktober 2023, waarvan de expeditie ter griffie van | Par jugement du 20 octobre 2023, dont l'expédition est parvenue au |
het Hof is ingekomen op 26 oktober 2023, heeft de Arbeidsrechtbank | greffe de la Cour le 26 octobre 2023, le Tribunal du travail du |
Waals-Brabant, afdeling Waver, de volgende prejudiciële vraag gesteld | Brabant wallon, division de Wavre, a posé la question préjudicielle |
: | suivante : |
« Schendt artikel 3, 3°, van de wet van 26 mei 2002 betreffende het | « L'article 3 3° de la loi du 26/5/2002 concernant le droit à |
recht op maatschappelijke integratie, zoals gewijzigd bij artikel 2 | l'intégration sociale, tel que modifié par l'article 2 de la loi du |
van de wet van 21 juli 2016 houdende wijziging van de wet van 26 mei | |
2002 betreffende het recht op maatschappelijke integratie, de | 21/7/2016 modifiant la loi du 26 mai 2002 concernant le droit à |
artikelen 10, 11, 22 en 23 van de Grondwet, al dan niet in samenhang | l'intégration sociale, viole-t-il les articles 10, 11, 22 et 23 de la |
gelezen met artikel 29 van de richtlijn 2011/95/EU en met artikel 13 | Constitution lus isolément ou en combinaison avec l'article 29 de la |
van de richtlijn 2001/55/EG, in zoverre het de sociale bescherming van | Directive 2011/95/UE et l'article 13 de la Directive 2001/55/CE, en ce |
de begunstigden van de tijdelijke bescherming beperkt tot de in de wet | qu'il limite la protection sociale des bénéficiaires de la protection |
van 8 juli 1976 bedoelde maatschappelijke dienstverlening, door ze | temporaire à l'aide sociale prévue par la loi du 8/7/1976, la |
aldus te koppelen aan de voorwaarde dat een staat van behoeftigheid | conditionnant ainsi à la démonstration objective d'un état de besoin |
objectief wordt aangetoond, terwijl de begunstigden van de subsidiaire bescherming het recht op maatschappelijke integratie kunnen genieten, zonder die staat van behoeftigheid te moeten aantonen, waardoor categorieën van personen die, in fine, allebei hoofdzakelijk worden beschouwd als vreemdelingen die een conflict ontvluchten en in hun land van herkomst aan ernstige risico's worden blootgesteld (slachtoffers van ernstige en herhaalde schendingen van de mensenrechten), en zich bijgevolg in een wezenlijk soortgelijke situatie bevinden, op verschillende wijze worden behandeld ? ». Die zaak is ingeschreven onder nummer 8096 van de rol van het Hof. De griffier, | alors que les bénéficiaires de la protection subsidiaire peuvent bénéficier du droit à l'intégration sociale, sans devoir démontrer cet état de besoin, traitant de la sorte d'une façon différente des catégories de personnes, qui, in fine, sont considérés, toutes deux principalement, comme des étrangers fuyant un conflit et sont exposés dans leur pays d'origine à des risques graves. (victimes de violations graves et répétées des droits de l'homme), et dès lors se trouvent dans une situation essentiellement similaire ? ». Cette affaire est inscrite sous le numéro 8096 du rôle de la Cour. Le greffier, |
N. Dupont | N. Dupont |