Etaamb.openjustice.be
Meertalige weergave van Bericht van --
← Terug naar "Bericht voorgeschreven bij artikel 74 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 Bij vonnis van 5 november 2018 in zake Philippe Tillière en Marie-Michèle Martin tegen het Rijksinstituut voor de sociale verzekeringen der zelfstandigen , waar(...) « 1. Schenden artikel 9, § 1, [eerste lid,] 1°, c) en 2°, en artikel 9, § 1, laatste lid,(...)"
Bericht voorgeschreven bij artikel 74 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 Bij vonnis van 5 november 2018 in zake Philippe Tillière en Marie-Michèle Martin tegen het Rijksinstituut voor de sociale verzekeringen der zelfstandigen , waar(...) « 1. Schenden artikel 9, § 1, [eerste lid,] 1°, c) en 2°, en artikel 9, § 1, laatste lid,(...) Avis prescrit par l'article 74 de la loi spéciale du 6 janvier 1989 Par jugement du 5 novembre 2018 en cause de Philippe Tillière et Marie-Michèle Martin contre l'Institut national d'assurances sociales pour travailleurs indépendants , d(...) « 1. Les articles 9, § 1er, [alinéa 1er,] 1°, c, et 2°, et l'article 9, § 1er, dernier al(...)
GRONDWETTELIJK HOF COUR CONSTITUTIONNELLE
Bericht voorgeschreven bij artikel 74 van de bijzondere wet van 6 Avis prescrit par l'article 74 de la loi spéciale du 6 janvier 1989
januari 1989 Bij vonnis van 5 november 2018 in zake Philippe Tillière en Par jugement du 5 novembre 2018 en cause de Philippe Tillière et
Marie-Michèle Martin tegen het Rijksinstituut voor de sociale verzekeringen der zelfstandigen (RSVZ), waarvan de expeditie ter griffie van het Hof is ingekomen op 20 november 2018, heeft de Arbeidsrechtbank te Luik, afdeling Dinant, de volgende prejudiciële vragen gesteld : « 1. Schenden artikel 9, § 1, [eerste lid,] 1°, c) en 2°, en artikel 9, § 1, laatste lid, van het koninklijk besluit nr. 72 van 10 november 1967, al dan niet onderling in samenhang gelezen, in samenhang met artikel 79 van de wet 21 mei 1991 zoals gewijzigd bij artikel 60 van de wet van 21 mei 1991 [lees : 3 februari 2003], de artikelen 10, 11 en 28 van de Grondwet in zoverre zij de gerechtigden van een zelfstandigenpensioen niet de mogelijkheid bieden om een pensioen tegen het gezinstarief te blijven ontvangen wanneer hun echtgenoot een Belgisch overheidspensioen ontvangt van een jaarlijks bedrag dat lager is dan het verschil tussen het pensioenbedrag tegen het gezinstarief en het pensioenbedrag tegen het tarief voor alleenstaanden, waarvan de echtgenoot niet kan afzien, terwijl de gerechtigde van een werknemerspensioen in dezelfde omstandigheden (aanwezigheid van een echtgenoot die een klein overheidspensioen geniet waarvan die echtgenoot niet kan afzien) een pensioen tegen het gezinstarief zal ontvangen waarop het bedrag van het overheidspensioen in mindering is gebracht en terwijl de mogelijkheid van afstand wel bestaat voor de gerechtigde van een werknemerspensioen en zelfstandigenpensioen (en voor hun [lees : zijn] echtgenoot) maar daarentegen uitgesloten is voor een persoon die een overheidspensioen geniet ? 2. Schenden artikel 9, § 1, [eerste lid,] 1°, c) en 2°, en artikel 9, § 1, laatste lid, van het koninklijk besluit nr. 72 van 10 november 1967, al dan niet onderling in samenhang gelezen, in samenhang met artikel 79 van de wet 21 mei 1991 zoals gewijzigd bij artikel 60 van de wet van 21 mei 1991 [lees : 3 februari 2003], de artikelen 10, 11 en 28 van de Grondwet in zoverre zij de gerechtigden van een zelfstandigenpensioen niet de mogelijkheid bieden om een pensioen tegen het gezinstarief te blijven genieten waarop het voordeel dat de echtgenoot geniet in mindering is gebracht wanneer hun echtgenoot een Belgisch overheidspensioen ontvangt van een jaarlijks bedrag dat lager is dan het verschil tussen het pensioenbedrag tegen het gezinstarief en het pensioenbedrag tegen het tarief voor alleenstaanden, waarvan die echtgenoot niet kan afzien terwijl artikel 9, § 1, laatste lid voorziet in het recht op het behoud van een pensioen tegen het gezinstarief waarop het voordeel van de echtgenoot die, krachtens een buitenlandse wetgeving, een rust- of overlevingspensioen geniet waarvan hij niet kan afzien, in mindering is gebracht ? ». Die zaak is ingeschreven onder nummer 7046 van de rol van het Hof. De griffier, Marie-Michèle Martin contre l'Institut national d'assurances sociales pour travailleurs indépendants (INASTI), dont l'expédition est parvenue au greffe de la Cour le 20 novembre 2018, le Tribunal du travail de Liège, division Dinant, a posé les questions préjudicielles suivantes : « 1. Les articles 9, § 1er, [alinéa 1er,] 1°, c, et 2°, et l'article 9, § 1er, dernier alinéa de l'arrêté royal n° 72 du 10.11.1967, lus ensemble ou isolément, combiné(s) à l'article 79 de la loi du 21 mai 1991 tel que modifié par l'article 60 de la loi du 21.05.1991 [lire : 3 février 2003] viole(nt)-il(s) les articles 10, 11 et 28 de la Constitution en ce qu'ils n'offrent pas la possibilité aux bénéficiaires d'une pension secteur indépendant de continuer à percevoir une pension au taux ménage dans l'hypothèse où leur conjoint perçoit une pension belge secteur public d'un montant annuel inférieur à la différence entre le montant de la pension au taux ménage et celui au taux isolé, à laquelle le conjoint ne peut renoncer alors que le bénéficiaire d'une pension salariée dans les mêmes conditions (présence d'un conjoint bénéficiant d'une petite pension secteur public à laquelle le conjoint ne peut renoncer) percevra une pension au taux chef de ménage déduite du montant de la pension secteur public et que la faculté de renonciation existe dans le chef du bénéficiaire d'une pension salariée et d'indépendant (et de leur [lire : son] conjoint) mais qu'elle est exclue dans le chef d'une personne qui bénéficie d'une pension de retraite secteur public ? 2. Les articles 9, § 1er, [alinéa 1er,] 1°, c, et 2°, et l'article 9, § 1er, dernier alinéa de l'arrêté royal n° 72 du 10.11.1967, lus ensemble ou isolément, combiné(s) à l'article 79 de la loi du 21 mai 1991 tel que modifié par l'article 60 de la loi du 21.05.1991 [lire : 3 février 2003] viole(nt)-il(s) les articles 10, 11 et 28 de la Constitution en ce qu'ils n'offrent pas la possibilité aux bénéficiaires d'une pension indépendant de continuer à percevoir une pension au taux ménage déduit de l'avantage dont le conjoint jouit dans l'hypothèse où leur conjoint perçoit une pension belge secteur public d'un montant annuel inférieur à la différence entre le montant de la pension au taux ménage et celui au taux isolé, à laquelle ce conjoint ne peut renoncer alors que l'article 9, § 1er, dernier alinéa prévoit le droit le maintien d'une pension au taux ménage déduit de l'avantage du conjoint qui jouit, en vertu d'une législation étrangère, d'une pension de retraite de survie, à laquelle il ne peut renoncer ? ».Cette affaire est inscrite sous le numéro 7046 du rôle de la Cour. Le greffier,
P.-Y. Dutilleux P.-Y. Dutilleux
^