← Terug naar "Bericht voorgeschreven bij artikel 74 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 a. Bij vonnis
van 4 december 2013 in zake F.D. tegen P.P., waarvan de expeditie ter griffie van het Hof is ingekomen
op 24 december 2013, heeft de Rechtbank van eers « 1. Schendt artikel 330 van het Burgerlijk Wetboek, in zoverre het voorschrijft dat, tenzij
het ki(...)"
Bericht voorgeschreven bij artikel 74 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 a. Bij vonnis van 4 december 2013 in zake F.D. tegen P.P., waarvan de expeditie ter griffie van het Hof is ingekomen op 24 december 2013, heeft de Rechtbank van eers « 1. Schendt artikel 330 van het Burgerlijk Wetboek, in zoverre het voorschrijft dat, tenzij het ki(...) | Avis prescrit par l'article 74 de la loi spéciale du 6 janvier 1989 a. Par jugement du 4 décembre 2013 en cause de F.D. contre P.P., dont l'expédition est parvenue au greffe de la Cour le 24 décembre 2013, le Tribunal de première instance de Nam « 1. L'article 330 du Code civil, en ce qu'il prescrit qu'à moins que l'enfant ait la possession d'(...) |
---|---|
GRONDWETTELIJK HOF | COUR CONSTITUTIONNELLE |
Bericht voorgeschreven bij artikel 74 van de bijzondere wet van 6 | Avis prescrit par l'article 74 de la loi spéciale du 6 janvier 1989 |
januari 1989 a. Bij vonnis van 4 december 2013 in zake F.D. tegen P.P., waarvan de | a. Par jugement du 4 décembre 2013 en cause de F.D. contre P.P., dont |
expeditie ter griffie van het Hof is ingekomen op 24 december 2013, | l'expédition est parvenue au greffe de la Cour le 24 décembre 2013, le |
heeft de Rechtbank van eerste aanleg te Namen de volgende prejudiciële | Tribunal de première instance de Namur a posé les questions |
vragen gesteld : | préjudicielles suivantes : |
« 1. Schendt artikel 330 van het Burgerlijk Wetboek, in zoverre het | « 1. L'article 330 du Code civil, en ce qu'il prescrit qu'à moins que |
voorschrijft dat, tenzij het kind bezit van staat heeft ten aanzien | l'enfant ait la possession d'état à l'égard de celui qui l'a reconnu, |
van diegene die het heeft erkend, de vaderlijke erkenning kan worden | la reconnaissance paternelle peut être contestée par la mère, |
betwist door de moeder, het kind, de erkenner en de man die het | l'enfant, l'auteur de la reconnaissance et l'homme qui revendique la |
vaderschap opeist, niet met name de artikelen 10, 11 en 22 van de | paternité, ne viole-t-il pas notamment les articles 10, 11 et 22 de la |
Grondwet, al dan niet in samenhang gelezen met andere, supranationale | Constitution, combinés ou non avec d'autres dispositions légales |
wetsbepalingen zoals het Europees Verdrag voor de rechten van de mens | supranationales telle la Convention européenne des droits de l'homme |
en onder meer artikel 8 ervan, in zoverre de vordering tot | et notamment l'article 8 de cette dernière, en ce que l'action en |
vernietiging van de erkenning door de erkenner niet ontvankelijk is | annulation de la reconnaissance par l'auteur de celle-ci n'est pas |
indien het kind te zijnen aanzien bezit van staat heeft ? | recevable si l'enfant a la possession d'état à son égard ? |
2. Schendt artikel 330 van het Burgerlijk Wetboek, in zoverre het | 2. L'article 330 du Code civil, en ce qu'il prescrit que l'action du |
voorschrijft dat de vordering van de vader, van de moeder of van de | père, de la mère ou de la personne qui a reconnu l'enfant doit être |
persoon die het kind heeft erkend, moet worden ingesteld binnen een | |
jaar na de ontdekking van het feit dat de persoon die het kind heeft | intentée dans l'année de la découverte du fait que la personne qui a |
erkend, niet de vader of de moeder is, niet met name de artikelen 10, | reconnu l'enfant n'est pas le père ou la mère, ne viole-t-il pas |
11 en 22 van de Grondwet, al dan niet in samenhang gelezen met andere, | notamment les articles 10, 11 et 22 de la Constitution, combinés ou |
supranationale wetbepalingen zoals het Europees Verdrag voor de | non avec d'autres dispositions légales supranationales telle la |
rechten van de mens en onder meer artikel 8 ervan, in zoverre het de | Convention européenne des droits de l'homme et notamment l'article 8 |
rechter de mogelijkheid ontzegt rekening te houden met de belangen van | de cette dernière, en ce qu'il prive le juge de la possibilité de |
alle betrokken partijen bij de beoordeling van het aan hem voorgelegde | tenir compte des intérêts de toutes les parties concernées dans |
verschil inzake afstamming, per hypothese na die termijn van één jaar | l'appréciation du litige de filiation lui soumis, par hypothèse |
? | au-delà de ce délai d'un an ? |
3. Schendt artikel 330 van het Burgerlijk Wetboek, in zoverre het | 3. L'article 330 du Code civil, en ce qu'il prescrit que l'action de |
voorschrijft dat de vordering van diegene die zijn eigen erkenning | celui qui conteste sa propre reconnaissance n'est fondé à le faire que |
betwist dat pas op gegronde wijze kan doen indien hij aantoont dat aan | s'il démontre que son consentement a été vicié, ne viole-t-il pas |
zijn toestemming een gebrek kleefde, niet met name de artikelen 10, 11 | notamment les articles 10, 11 et 22 de la Constitution, combinés ou |
en 22 van de Grondwet, al dan niet in samenhang gelezen met andere, | |
supranationale wetsbepalingen zoals het Europees Verdrag voor de | non avec d'autres dispositions légales supranationales telle la |
rechten van de mens en onder meer artikel 8 daarvan, in zoverre het de | Convention européenne des droits de l'homme et notamment l'article 8 |
rechter de mogelijkheid ontzegt rekening te houden met de belangen van | de cette dernière, en ce qu'il prive le juge de la possibilité de |
alle betrokken partijen bij de beoordeling van het aan hem voorgelegde | tenir compte des intérêts de toutes les parties concernées dans |
geschil inzake afstamming, met name doch niet uitsluitend in de | l'appréciation du litige de filiation lui soumis, notamment mais non |
gevallen waarin het kind geen socioaffectieve band met zijn wettelijke | exclusivement dans les cas où il n'y a pas ou plus de réalité |
vader heeft of meer heeft ? ». | socio-affective vécue par l'enfant à l'égard de son père légal ? ». |
b. Bij vonnis van 18 december 2013 in zake J.J. tegen D.G., waarvan de | b. Par jugement du 18 décembre 2013 en cause de J.J. contre D.G., dont |
expeditie ter griffie van het Hof is ingekomen op 10 januari 2014, | l'expédition est parvenue au greffe de la Cour le 10 janvier 2014, le |
heeft de Rechtbank van eerste aanleg te Namen dezelfde prejudiciële | Tribunal de première instance de Namur a posé les mêmes questions |
vragen gesteld in een verschillende volgorde (vraag 2, vraag 1 en | préjudicielles dans un ordre différent (question 2, question 1 et |
vraag 3). | question 3). |
Die zaken, ingeschreven onder de nummers 5781 en 5804 van de rol van | Ces affaires, inscrites sous les numéros 5781 et 5804 du rôle de la |
het Hof, werden samengevoegd met de zaak met rolnummer 5747. | Cour, ont été jointes à l'affaire portant le numéro 5747 du rôle. |
De griffier, | Le greffier, |
P.-Y. Dutilleux | P.-Y. Dutilleux |