← Terug naar "Bericht voorgeschreven bij artikel 74 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 Bij vonnis
van 7 november 2013 in zake Maria Wziatka tegen het Fonds tot vergoeding van de in geval van sluiting
van ondernemingen ontslagen werknemers, waarvan de e «
Houdt artikel 36, § 2, 3°, van de wet van 26 juni 2002 betreffende de sluiting van de ondern(...)"
Bericht voorgeschreven bij artikel 74 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 Bij vonnis van 7 november 2013 in zake Maria Wziatka tegen het Fonds tot vergoeding van de in geval van sluiting van ondernemingen ontslagen werknemers, waarvan de e « Houdt artikel 36, § 2, 3°, van de wet van 26 juni 2002 betreffende de sluiting van de ondern(...) | Avis prescrit par l'article 74 de la loi spéciale du 6 janvier 1989 Par jugement du 7 novembre 2013 en cause de Maria Wziatka contre le Fonds d'indemnisation des travailleurs licenciés en cas de fermeture d'entreprise, dont l'expédition est parv « L'article 36, § 2, 3°, de la loi du 26 juin 2002 relative aux fermetures d'entreprises compo(...) |
---|---|
GRONDWETTELIJK HOF | COUR CONSTITUTIONNELLE |
Bericht voorgeschreven bij artikel 74 van de bijzondere wet van 6 | Avis prescrit par l'article 74 de la loi spéciale du 6 janvier 1989 |
januari 1989 Bij vonnis van 7 november 2013 in zake Maria Wziatka tegen het Fonds | Par jugement du 7 novembre 2013 en cause de Maria Wziatka contre le |
tot vergoeding van de in geval van sluiting van ondernemingen | Fonds d'indemnisation des travailleurs licenciés en cas de fermeture |
ontslagen werknemers, waarvan de expeditie ter griffie van het Hof is | d'entreprise, dont l'expédition est parvenue au greffe de la Cour le |
ingekomen op 18 november 2013, heeft de Arbeidsrechtbank te Kortrijk | 18 novembre 2013, le Tribunal du travail de Courtrai a posé la |
de volgende prejudiciële vraag gesteld : | question préjudicielle suivante : |
« Houdt artikel 36, § 2, 3°, van de wet van 26 juni 2002 betreffende | « L'article 36, § 2, 3°, de la loi du 26 juin 2002 relative aux |
de sluiting van de ondernemingen een schending in van de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, doordat het de in § 1 bedoelde termijnen niet van toepassing verklaart op de ontslagen werknemers die het voordeel genieten van een beslissing uitgesproken na verloop van een gerechtelijke procedure, die vóór de sluiting geldig werd ingeleid, en dit voor de bedragen die voortvloeien uit deze beslissing, terwijl de in § 1 bedoelde termijnen wel van toepassing zijn op de ontslagen werknemers die het voordeel genieten van een dading, geldig afgesloten met de voormalige werkgever vóór de sluiting, en dit voor de bedragen die voortvloeien uit deze dading ? ». Die zaak is ingeschreven onder nummer 5745 van de rol van het Hof. De griffier, | fermetures d'entreprises comporte-t-il une violation des articles 10 et 11 de la Constitution en ce qu'il déclare les délais prévus au § 1er non applicables aux travailleurs licenciés qui bénéficient d'une décision rendue au terme d'une procédure judiciaire valablement introduite avant la fermeture et ce, pour les montants découlant de cette décision, alors que les délais prévus au § 1er sont bien d'application aux travailleurs licenciés qui bénéficient d'une transaction conclue valablement avec l'ancien employeur avant la fermeture et ce, pour les montants découlant de cette transaction ? ». Cette affaire est inscrite sous le numéro 5745 du rôle de la Cour. Le greffier, |
F. Meersschaut | F. Meersschaut |